Landenweb.nl

MONTENEGRO
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Montenegrijns
  Hoofdstad  Podgorica
  Oppervlakte  14.026 km²
  Inwoners  629.305
  (mei 2019)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +0 (zomer +1)
  Web  .me
  Code.  MNE
  Tel.  +382

Steden MONTENEGRO

Podgorica

Geografie en Landschap

Geografie

De republiek Montenegro (Servo-Kroatisch: Republike Crne Gora: korte vorm Crne Gora = zwart gebergte) maakt deel uit van de Balkan in het zuidoosten van Europa. Het land heeft een oppervlakte van 13.812 km2 en is daarmee bijna half zo groot als België.

advertentie

Montenegro SatellietfotoPhoto:Publiek domein

Montenegro grenst in het zuidwesten aan de Adriatische Zee (293,5 km, waarvan 73 km strand), in het westen aan Kroatië (14 km), in het noordwesten aan Bosnië-Herzegovina (225 km), in het noordoosten aan Servië (203 km) en in het zuidoosten aan Albanië (172 km). De totale lengte van de Montenegrijnse grenzen bedraagt ca. 614 km.

advertentie

Landschap

Het landschap van Servië en Montenegro is zeer gevarieerd maar over het algemeen is het een uitgesproken bergachtig land. 60,5% van haar grondgebied ligt boven de 1000 m.

In het noorden komen zacht glooiende vruchtbare vlakten voor; in het oosten en zuidoosten bergketens en in het zuidwesten zeer hoge kustlijnen; de Boka Kotorska is wordt zelfs het meest zuidelijke 'fjord' van Europa genoemd.

De smalle kustvlakte bestaat uit zand- en kiezelstranden, baaien, maar ook de Boka Kotorska ligt hier, ook wel genoemd ‘het meest zuidelijke fjord van Europa’.

Naar het zuiden wordt de kust onderverdeeld in de zogenaamde ‘rivièra’s’:

De Kotor Riviera telt verschillende soorten stranden en is bedekt met een mediterrane vegetatie.

De Tivat Riviera telt in totaal zeventien stranden en voor de kust liggen drie eilanden, waaronder het bloemeneiland St. Marko en het Lady of Mercy eiland.

De Budva Riviera telt veel inhammen met de beste zandstranden van Montenegro, omringd door hoge rotswanden.

De Ulcinj Riviera eindigt bij de monding van de Bojona, die uitmondt in de Adriatische Zee. Dit gedeelte van kust telt 18 inhammen, maar ook twee schiereilanden, Marjan en Mandra met veel subtropische vegetatie.

In het noorden van Montenegro ligt een groot karstgebergte, het Durmitor-massief (tevens Nationaal Park), met de hoogste bergtop die volledig in Montenegro ligt, de 2522 m hoge Bobotov kuk. De gemiddelde hoogte van het Durmitor-massief bedraagt 1400 m en het gebied telt meer dan 48 bergtoppen boven de 2000 m. Andere hoge bergen in het Durmitor Nationaal Park zijn de Savin kuk (2313 m), de Crevena kuk (2175 m), de Meded (2287 m) en de Planinica (2330 m). In de wintertijd is Durmitor de enige echte wintersportplaats van Montenegro met als centrale skioord Zabljak (1465 m), de hoogste stad van de Balkan.

advertentie

Bobotov Kuk, hoogste berg van MontenegroPhoto:Goran.Smith2 CC 3.0 Unportedno changes made

De diepste ravijn van het Durmitor Nationale Park, tevens diepste van Europa en op één na diepste van de wereld, is de Tara-ravijn (1300 m diep) en de rivier met die naam is de langste van Montenegro. Verder liggen hier achttien gletsjermeren en 748 bronnen waar puur bergwater uitkomt.

Het centrale binnenland van Montenegro bestaat uit een karstplateau van gemiddeld 1000 m hoog, met toppen tot 1900 m, zoals de Orjen (1894 m) en de Lovcen (1749 m). Het 5400 hectare grootte nationale park Biogradska Gora is een geïsoleerd gebied in Montenegro, waarvan tachtig procent bestaat uit middeleeuwse bossen. Al in 1878 werd dit gebied tot nationaal park uitgeroepen, maar zes jaar later dan ‘s werelds eerste nationale park het Yellowstone Park in de Verenigde Staten. Het park is niet alleen bekend door zijn 60 meter hoge eeuwenoude bomen, maar ook door zijn vijf glaciale meren, die bekend staan als de “bergogen” (o.a. Biogradsko, Pešica, Ursulovacka en Šiško).

Montenegro telt 40 meren waaronder het grootste meer van de gehele republiek en van de Balkan, het Skadarmeer (391 km2; 43 km lang, 14 km breed en gemiddeld 7 m diep). Ca. 219 km2 behoort tot het grondgebied van Montenegro, de rest behoort tot Albanië.

Voor de kust van Montenegro liggen veertien eilanden met een totale kustlijn van 15,6 km.

De rivieren van Montenegro stromen uit in de Zwarte Zee (o.a. Piva, Tara, Ibar, Lim en Cehotina en de Adriatische Zee (o.a. Moraca, Zeta en Bojana). De langste rivieren zijn de Tara (141 km), de Lim (123 km), de Cehotina (100 km), de Moraca (99 km), de Piva (78 km), de Zeta (65 km) en de Bojana (30 km).

Hoewel Montenegro in een gebied ligt waar aardbevingen regelmatig voorkomen, wordt het land zelden getroffen door een catastrofale aardbeving. De laatste grote aardbeving, 7,1 op de Schaal van Richter, vond plaats op zondag 15 april 1979. Er vielen 94 doden en ongeveer 1000 gewonden. Meer dan 80.000 mensen raakten dakloos.

Klimaat en Weer

De lagere regionen aan de kust van Montenegro hebben een mediterraan klimaat, met droge, warme zomers en milde, regenachtige winters.

De temperaturen variëren naargelang de hoogte. De hoofdstad Podgorica, gelegen op zeeniveau, heeft de hoogste temperaturen van het hele land, gemiddeld 27°C. Cetinje daarentegen, gelegen op een hoogte van ca. 650 meter, heeft maar een gemiddelde temperatuur van 17°C.

In de wintermaand januari variëren de gemiddelde temperaturen van 8°C aan de zuidelijke kust tot -3°C in het noordelijke berggebied. In de regio’s Zetska en Bjelopavlicka, in Centraal-Montenegro, kan de temperatuur oplopen tot 40°C.

Opmerkelijk is dat in de berggebieden van Montenegro de meeste neerslag valt van geheel Europa. Zo bedraagt de jaarlijkse neerslag in Crkvice, boven de Golf van Kotor, meer dan 5000 mm per jaar.

Langs de Adriatische valt de meeste neerslag in de winter, hoog in de bergen regent het ook vaak in de zomer. November is normaal gesproken de natste maand. Sneeuw langs de Montenegrijnse kust is vrij zeldzaam, maar in de bergen kan de sneeuw wel vier maanden blijven liggen. In de bergen van Durmitor ligt soms een pak sneeuw van wel vijf meter dik.

's Winters waait vaak de koude bora, een noordoostelijke valwind die regelmatig tot stormkracht kan aantrekken. De bora is verraderlijk omdat deze vaak zonder aankondiging vooraf opsteekt.

De zon schijnt aan de kust ca. 2500 uur per jaar, tot maximaal 2700 uur voor Ulcinj.

KUST

gem. max. temp.gem. min temp.uren zonzeetemp.
Januari11,9°C4,5°C3,713,0°C
Februari12,4°C5,1°C4,312,5°C
Maart14,8°C7,1°C5,313,9°C
April18,7°C9,7°C6,516,1°C
Mei22,3°C13,6°C8,220,4°C
Juni26,1°C16,8°C9,623,7°C
Juli28,6°C19,3°C10,924,4°C
Augustus28,8°C19,2°C10,025,1°C
September25,8°C16,6°C8,223,8°C
Oktober21,6°C13,1°C6,221,3°C
November13,7°C9,3°C4,018,2°C
December13,2°C6,1°C3,414,8°C

BINNENLAND

gem. max. temp.gem. min temp.
Januari7,1°C-1,5°C
Februari8,3°C-1,0°C
Maart11,8°C3,7°C
April16,0°C5,7°C
Mei21,2°C9,9°C
Juni24,9°C11,8°C
Juli28,5°C15,4°C
Augustus28,5°C15,1°C
September24,4°C11,9°C
Oktober18,9°C7,4°C
November12,9°C3,5°C
December8,9°C0,0°C

BERGEN

gem. max. temp.gem. min temp.uren zon
Januari2,0°C-7,3°C--
Februari4,1°C-5,8°C2,6
Maart8,1°C-2,5°C3,4
April12,4°C1,0°C5,3
Mei17,8°C5,1°C6,2
Juni20,8°C8,1°C6,8
Juli23,3°C9,3°C8,5
Augustus23,5°C9,1°C7,9
September20,0°C6,2°C6,5
Oktober14,9°C2,4°C--
November8,8°C-1,1°C--
December3,2°C-5,2°C--

Planten en Dieren

advertentie

Planten

Montenegro is, speciaal in de lente en in de zomer, bedekt met een grote variëteit aan bloemen en planten waarvan sommige uniek zijn in dit gedeelte van de Balkan. Er komen veel altijd groene boomsoorten voor, maar ook kleine grijzige aromatische heesters, bont gekleurde bloemen en veel gecultiveerde aanplant.

De bomen zijn vaak pijnboomsoorten en minder bekende eikensoorten, maar ook jeneverbessen en olijfbomen. Verder zijn er met dicht struikgewas (2-3 meter hoog) bedekte gebieden, de zogenaamde ‘maquis’. Maquis ontstaat vaak als er veel bossen gekapt worden en zijn vaak een voorbode van de in mindere mate voorkomende ‘garrigue’, een onvolgroeide versie van de maquis.

Er zijn twee soorten maquis, één waar de mirte en één waar de steeneik domineert. Boven de maquis steken her en der grove dennen en aleppodennen uit. Maquis en garrigue komen ook veel klimplanten voor, waaronder de sarsaparilla, heide, doornstruiken, aardbeibomen en laurier. Veel van de bloemen zijn typisch voor de Europese mediterranee: wisteria of blauwe regen, oleander, mimosa, bougainvillea, tijm en eucalyptus.

De moerassige gebieden zijn vaak bedekt met biezen en zegge, maar ook met orchideeën, irissen en gewone boterbloemen. In het binnenland en in hogere gebieden bestaat de vegetatie uit karakteristieke flora als eiken, haagbeuken, platanen, wilgen, olmen, populieren, oleanders, berken en tamarisken. Weilanden zijn bezaaid met gentiaan, havikskruid, salie, wilde tijm, viooltje en kruidnagelboom. Witte en gele steenbreek houden zich vast aan de rotsen. Verder zijn er een aantal uitgestrekte beukenbossen. In natte gebieden zijn veel eetbare en niet-eetbare paddestoelen te vinden, naast ca. 150 medicinale kruiden. Botanisten telden in het Biogradska Gora Nationale Park 25 plantenfamilies en 64 boomsoorten, waarvan sommigen 60 m hoog en ca. 500 jaar oud.

Vanaf 600 meter hoogte tot de boomgrens van 2000 meter vinden we grote gebieden met sparren en pijnbomen. Het gebied rond de stad Bar is ondenkbaar zonder zijn meer dan 100.000 olijfbomen. Aangenomen wordt dat hier ook de oudste olijfboom staat, ca. 2000 oud.

advertentie

Dieren

In 2000 werden er 125 bruine beren in Montenegro geteld, vijftien in het gebied rond Plužine, zestien rond Pljevlja, zes rond Berane en acht rond Rožaje. Eenendertig beren werden gezien in het noorden van Montenegro, rond Bjelasica en de Sinjajevina-bergen. En vijfenveertig in het oosten, in Komovi, Prkletije, Visitor en de Mokra-bergen. De Montenegrijnse bruine beren leven op een hoogte tussen 900 en 2600 meter.

In het noorden van Montenegro komen ca. 200-300 wolven voor. Rond Plužine komt nog een klein aantal Balkan-lynxen voor op een hoogte van 550-2500 meter en in de zuidelijke mediterrane gebieden wat jakhalzen. De gems, met als habitat het ontoegankelijke karstgebied, komen alleen nog voor op de steile kliffen van Karanfil. Dit is tevens de laatste plaats in het voormalige Joegoslavië waar deze dieren nog voorkomen.

Giftige slangen zijn de ‘poskok’ en de ‘šarka’, beiden leden van de adderfamilie.

De variëteit van het terrein en het klimaat in Montenegro betekent dat, ondanks het kleine formaat, het een thuis biedt aan een verbazingwekkend grote verscheidenheid aan vogels. Er zijn vijf belangrijke gebieden voor geïnteresseerde vogelaars:

Het Šasko-meer is een klein zoetwatermeer in de buurt van Ulcinj, waar veel moerasvogels te vinden zijn, evenals een reigerkolonie. Veel voorkomende vogels zijn korhoenders, patrijzen, zwaluwen, nachtegalen en spechten. Het Skadar-meer (Skadarska Jezero) is een waar vogelparadijs en het grootste vogelreservaat van Europa met arenden, ibissen, reigers, roerdompen, eenden, pelikanen, uilen, gorsen en nog bijna 300 andere vogelsoorten. Zeldzaam zijn de Dalmatië-pelikaan en de zwarte ibis.

Het Biogradska Gora Nationaal Park heeft een met een ongerept coniferenwoud, zoals er in Europa nauwelijks nog een tweede bestaat. Hier komen veel bosvogels voor, zoals arenden, uilen, spechten, lijsters, leeuweriken, nachtegalen, mezen, vinken en patrijzen.

Langs de Montenegrijnse kust liggen een aantal gebieden met bijzondere vogelsoorten:

-De Ulcinj zoutpannen, vrijwel zonder vegetatie, telt ca. 240 vogelsoorten, waaronder de kroeskoppelikaan, flamingo’s, visdiefjes, dwergsternen, steltkluten, tureluurs, vorkstaartplevieren, strandplevieren en grielen.

Velika Plaza en Ada Bojana zijn twee gebieden ten zuiden van Ulcinj. Velika Plaza is een belangrijk broedgebied en een rustplaats voor trekvogels. In de zomer broedt hier bijna 1% van de Europese populatie, waaronder kleinst waterhoentjes, vorkstaartplevier, griel, de scharrelaar en de grote trap. Ada Bojana herbergt onder andere de dwergaalscholver, de lepelaar, de griel en de nachtzwaluw.

-Buljarica is een meer dan twee kilometer lang strand met daarachter een nat gebied met vele kanalen en rietvelden. Vogels die hier voorkomen zijn Griekse spotvogel, rouwmees, rotsklever, dwergaalscholver, Europese steenpatrijs, Eleonora’s valk, Syrische bonte specht, Balkansperwer en blauwe rotslijster.

Geschiedenis

advertentie

Illyriërs, Romeinen en Slaven

Tekenen van menselijke beschaving op de Balkan dateren van ca. 7000 jaar v.Chr. Landbouw, aardewerk en koperen voorwerpen zorgden voor het ontstaan van kleine dorpen en tegen het einde van het 4e millennium v.Chr. was er een actieve handel met Oost-Europa.

600 v.Chr. vestigden de Illyriërs zich in het huidige Montenegro. Zij gebruikten op grote schaal ijzeren voorwerpen en handelden intensief met de Griekse stadstaten.

Ca. 400 v.Chr. vielen de Kelten vanuit het noorden binnen, vlak daarop gevolgd door de Romeinen. In 9 n.Chr. werden de Illyriërs definitief onderworpen door de Romeinen, hoewel het hele gebied Illyrië bleef heten.

Na de dood van keizer Theodosius in 395, viel het Romeinse Rijk uiteen in twee delen. Rome verloor de macht over het oostelijke deel, dat het Byzantijnse Rijk werd. Het westelijke deel bleef Romeins, maar in de 5e en 6e eeuw werden de Romeinen verdreven door de Goten en de Hunnen. Militair bleef het gebied vanuit Constantinopel echter onder controle staan van de Avaren en de Bulgaren.

Gedurende de 6e eeuw trokken Slaven vanuit Polen en het Baltikum de provincie Provalis binnen. Zij troffen daar Romeinse nederzettingen aan wat nu plaatsen zijn als Kotor, Budva, Ulciinj, Bar en Duklija. Geleidelijk aan werden ze bekeerd tot het christendom. Veel huidige namen van plaatsen, bergen en rivieren op de Balkan herinneren nog aan deze Pools/Baltische periode.

In 625 vormde keizer Heraclius een bondgenootschap met twee sterke Slavische stammen in de regio, de Kroaten en de Serven, die de Dalmatische kust controleerden. Het binnenland van Dalmatië werd een toevluchtsoord voor gevluchte stammen die vaak in een groot familieverband leefden (‘zadruge’) met aan het hoofd een patriarch of ‘zupan’. Soms verenigden enkele van deze ‘zadruges’ zich onder een ‘zupan’ die zich dan koning ging noemen. Het eerste Servische ministaatje onder leiding van Vlastimir ontstond op deze manier in ca. het jaar 850. Zij keerden zich tegen de Bulgaarse expansiedrift en erkende de Byzantijnse soevereiniteit over hun gebied. Hierop ondernam Michael, de Byzantijnse keizer, onmiddellijk actie en liet de evangelist Cyrillus de Serven bekeren tot het christendom.

advertentie

Het koninkrijk Duklija

Na de dood van Vlastimir volgde een periode van chaos totdat in 1017 zijn neef, Vojislav, de vazallenstaat Duklija stichtte. De naam Duklija stamt af van een Illyrische stam die hier ooit woonde. In 1042 versloeg Vlastimir de Byzantijnen en Duklija werd onafhankelijk. In 1077 regeerde zijn zoon Mihailo over een rijk dat het huidige Montenegro, Albanië en Herzegovina omvatte. Door paus Gregorius VII werd hij erkend als ‘Sclavorum Regi’, koning der Slaven.

Het koninkrijk verzwakte echter langzaam maar zeker, totdat in 1169 ‘zupan’ Stefan Nemanja een vazallenstaat vestigde in de regio Raska. Zijn zoon Stefan Provencani werd de eerste Servische koning in 1217. De dynastie breidde zich geleidelijk uit totdat de negende koning, Stefan Dusan (1331-1355), regeerde over een gebied dat bestond uit het huidige Montenegro, Albanië, Macedonië en gedeeltes van Bosnië en Servië.

advertentie

Ottomanen (Turken)

Het Ottomaanse rijk kreeg in 1354 voet op het vasteland van Europa en begon zich noordwaarts uit te breiden. De Slavische leiders waren erg verdeeld en werkten dan weer samen met de Turken en trokken daarna weer met elkaar op.

De Turken veroverden Servië in 1389 (Slag bij Kosovo) en bezetten Bosnië in 1463 en Herzegovina in 1483. De Crnojevic-dynastie, die op dat moment over het huidige Montenegro regeerde, verplaatste in 1482 de hoofdstad van Žabljak bij het Skadarmeer naar Centinje om de Turkse aanvallers beter te kunnen weerstaan. Het gebied begon vanaf deze tijd bekend te staan onder de naam Crna Gora en er ontstond langzaamaan een eigen cultuur en eigen tradities. Vanwege tactische redenen sloot koning Stefan een bondgenootschap met Venetië.

advertentie

Prinselijke bisschoppen

In 1516 vond er een belangrijke constitutionele verandering plaats in Montenegro. De laatste representant van de Crnojevic-dynastie trouwde met een Venetiaanse en vestigde zich in Venetië. Hij verleende zijn opvolging aan de prins-bisschop (‘vladika’) van Cetinje. Deze link tussen kerk en staat zorgde wel voor stabiliteit. Ondertussen ging de oorlog met de Ottomanen door en hoewel Centinje in 1623, 1687 en 1712 door de Turken werd geplunderd, lukte het niet om de Montenegrijnen volledig te overheersen.

Omdat de orthodoxe bisschoppen zich hadden te houden aan het celibaat, hadden ze geen natuurlijke opvolgers. In 1696 won Danilo het recht om zijn eigen opvolger te kiezen. Vanaf die tijd was de Petrovic-clan continu aan de macht. In 1712 behaalde Danilo een belangrijke overwinning op de Turken bij Carev Laz, een belangrijk ijkpunt in de Montenegrijnse onafhankelijkheidsoorlogen. Danilo was ook een succesvol diplomaat, die onder andere vriendschappelijke betrekkingen aanknoopte met Peter de Grote van Rusland. Danilo werd echter ver overtroffen door Petar I Petrovic Njegoš, die hem in 1782 opvolgde. Hij versloeg de Turken in een serie veldslagen, waarop in 1799 de Ottomaan Porte er genoeg van had en de Montenegrijnse onafhankelijkheid erkende.

Montenegro en Rusland versus Napoleon Bonaparte

In 1806 versloegen Montenegro en Rusland de Franse keizer Napoleon bij Kotor. Montenegro versloeg daarna Napoleon nog eens bij Cavtat en Herceg Novi. De Montenegrijnen versloegen Napoleon ook nog in de Baai van Kotor, maar bij het Congres van Wenen werd de Baai van Kotor toch aan Oostenrijk toegewezen. Hierdoor bleef Montenegro nog steeds verstoken van de zozeer gewenste open weg naar de zee. Petar I stierf in 1830 en werd opgevolgd door Petar II Petrovic Njegoš.

Deze Petar II wordt door iedereen als de belangrijkste heerser van Montenegro beschouwd en is eigenlijk de grondlegger van het huidige Montenegro. Hij organiseerde een centrale regering met een senaat van 32 personen, de ‘Guardia’. Verder kwam er een politiemacht, de ‘perjanici’ en hief hij belastingen.

Petar II overleed in 1851, maar zijn neef Danilo II was al verloofd en volgde hem op als ‘gospodar’, prins. Om aan het opvolgingsgedoe een eind te maken zorgde hij voor een scheiding tussen kerk en staat. In 1860 werd hij vermoord in Kotor, en opgevolgd door de 19-jarige Nikola Petrovic, die daarvoor twee jaar onderwijs in Venetië had genoten.

Prins Nikola Petrovic

Nikola en zijn vrouw kregen in totaal negen kinderen en zes daarvan trouwden met koninklijke of aristocratische Europeanen, zoals groothertog Petar van Rusland en koning Victor Emmanuel van Italië. Dit leverde belangrijke politieke connecties op maar was niet genoeg om de Turken van zich af te houden. Na een serie oorlogen en verdragen verklaarden Montenegro en Servië samen de oorlog aan Turkije in 1876, Rusland volgde een jaar later.

Tussen 1876 en 1878 leidde Nikola het Montenegrijnse leger naar een aantal overwinningen op de Turken. Het Congres van Berlijn in 1878 bevestigde de territoriale aanwinsten, inclusief de steden Podgorica, Bar, Ulcinj en Nikšic. Montenegro verdubbelde bijna qua oppervlakte en de nieuwe grenzen werden internationaal erkend. Ook een open weg naar de zee was nu een feit. Nikola was ook een sociale hervormer, die gratis lager onderwijs, post- en telegraafkantoren, een netwerk van wegen en spoorwegen en persvrijheid introduceerde. Met name Italianen investeerden in de Montenegrijnse economie en er werden in Cetinje een aantal ambassades geopend, waaronder die van Groot-Brittannië, met wie Montenegro een goede relatie onderhield.

In 1910 werd Nikola door het Montenegrijnse parlement uitgeroepen tot koning. In 1912 startten de Balkan-oorlogen tegen Turkije, maar opnieuw was Montenegro succesvol, helaas wel ten koste van veel slachtoffers. Het Verdrag van Londen leverde Montenegro nog meer grondgebied aan de Albanese en Kosovaarse grens op.

Eerste Wereldoorlog

Toen de Eerste wereldoorlog in 1914 uitbrak, bezette Montenegro meteen het pas gestichte Albanië en verklaarde, samen met Servië, de oorlog aan Oostenrijk. Dit pakte echter verkeerd uit want eind 1915 waren beide landen bezet door Oostenrijks-Duitse troepen. Koning Nikola vluchtte naar Italië onder bescherming van zijn schoonzoon, de koning van Italië.

In 1918 profiteerde koning Petar van Servië, ook een schoonzoon van Nikola, van de naoorlogse chaos in Montenegro. In eerste instantie werden de Serven verwelkomd als bevrijders en bondgenoten. De Montenegrijnen gingen er vanuit dat hun regering zou worden geïnstalleerd als onderdeel van de Confederatie van Slavische Staten. Al snel werden de bedoelingen van de Serven duidelijk: het leger van de Serven was gewoon een bezettingsleger en Montenegro werd door Servië geannexeerd.

De Montenegrijnen kwamen op 7 januari 1919 in opstand tegen de bezetters en deze oorlog duurde tot 1926, waarna de geallieerden beloofden dat Montenegro zijn vrijheid en onafhankelijkheid zou terugkrijgen. De beloftes werden echter niet nagekomen zo werd Montenegro het enige geallieerde land dat zijn vrijheid verloor als gevolg van de Eerste Wereldoorlog. Een gevolg hiervan was een emigratiegolf naar vooral de Verenigde Staten. Koning Nikola was ondertussen in 1921 overleden in het Franse Antibes.

De geboorte van Joegoslavië

Tussen de twee wereldoorlogen verdween Montenegro als onafhankelijk land compleet van de Europese landkaart bij het ontstaan van Joegoslavië in 1929. De moord op koning Alexander van Joegoslavië door een Kroaat in 1934 en diens vervanging door de regent prins Paul, oom van koning Petar II, maakte voor het centrale regime in Belgrado weinig verschil. Een effectief programma van landhervorming maakte van Joegoslavië een redelijk welvarend land van voornamelijk kleine boeren.

Het Duitsland van Adolf Hitler was ondertussen het gidsland wat betreft de Europese economische revival. Hitler onderhield daarbij nauwe contacten met Joegoslavië, en in 1938 verdween 53% van de Joegoslavische export naar Duitsland. Na de ‘Anschluss’, de annexatie van Oostenrijk door Hitler, probeerde Joegoslavië politiek onafhankelijk te blijven ondanks grote druk van de Duitsers om deel uit te gaan maken van de Axis-landen. De invasie van Tsjecho-Slowakije door de Duitsers en Albanië door de Italianen voerde de druk op Joegoslavië nog verder op, net als het niet-aanvalspact tussen Duitsland en de Sovjet-Unie in 1939. In maart 1941 bond prins Paul toch in, en ondertekende het Tripartite Pact met Duitsland en Italië.

Tweede Wereldoorlog en de Partizanen

Het volk reageerde zeer verontwaardigd en er volgde met behulp van de luchtmacht een geweldloze coup. Regent prins Paul werd verbannen en hij werd voor even opgevolgd door koning Petar II. Maar binnen een maand viel Duitsland binnen en Petar vluchtte naar Londen met zijn regering in ballingschap. Daarna werd Joegoslavië opgedeeld tussen Duitsland, Italië, Hongarije en Bulgarije. Het grootste gedeelte van Montenegro kwam in handen van de Italianen, de rest werd door het Italiaanse bewind in Albanië bestuurd. Een zwakke poging van Italië om in Montenegro een marionetten-monarchie te installeren duurde niet lang.

Drie verschillende militaire groeperingen met hun eigen belangen zaten de Italianen erg dwars. Het autonome Kroatië onder Ante Pavelic en zijn Ustaša-beweging hanteerden een raciale zuiveringspolitiek die miljoenen joden, zigeuners en Serven het leven kostte. Het restant van het koninklijke Joegoslavische leger verborg zich op het platteland van Joegoslavië en vormden daar de Chetniks onder Dragoljub Mihailovic. De derde en belangrijkste militaire guerrillamacht waren de Partizanen onder leiding van Josip Broz, beter bekend onder zijn oorlogsnaam Tito. Tito wilde uiteindelijk een communistische staat in het naoorlogse Joegoslavië vestigen.

Tegenstrijdige belangen zorgden er uiteindelijk voor dat de drie groepen in conflict kwamen met elkaar, met name de Ustaša en de Partizanen. De Britten steunden natuurlijk het gehele Joegoslavische verzet tegen de Axis-landen, maar richtten zich aanvankelijk instinctief vooral op de koningsgezinde Chetniks. Ze hadden echter al snel in de gaten dat alleen de Partizanen van Tito effectief verzet boden en zowel de Britten als de Amerikanen stelden zich toen vierkant op achter Tito en zijn Partizanen.

De relatief geïsoleerde ligging van Montenegro en het bergachtige binnenland zorgden samen met de kracht van de lokale afdelingen van de Communistische Partij voor een ideaal strijdgebied. In 1943 gaf Italië zich over en werd de situatie voor de Partizanen gunstiger omdat de Italianen veel wapens en munitie achterlieten. In de zomer van 1944 kwam het einde van de oorlog in zicht. Tito ontmoette Churchill in Napels en vloog daarna door naar Moskou. Daar werden plannen gesmeed voor de bevrijding van Joegoslavië en in oktober werd met behulp van de Sovjets Belgrado bevrijd en snel daarna de rest van het land.

Tito wordt president

De Partizanen hadden nu alle macht in handen met behulp van een 800.000 manschappen tellend leger, een effectieve overheid en geen bezettingsmacht. In november 1945 stemden 90% van de stemgerechtigden voor een nieuwe grondwet die de basis vormde voor de Federale Republiek Joegoslavië. De macht lag compleet bij de communisten en de geheime dienst (de UDBA) zorgde ervoor dat er van een serieuze oppositie geen sprake was.

Min of meer als een beloning voor het gepleegde verzet, werd Montenegro een van zes republieken in het nieuwe Joegoslavië en kreeg een strook land langs de Dalmatische kust toegewezen. Joegoslavië was op dat moment niet alleen het sterkste Balkan-land, maar na de Sovjet-Unie ook het invloedrijkste land van Oost-Europa. Joegoslavië verwachtte van de Sovjet-Unie hulp bij enkele grensgeschillen (Italië en Oostenrijk), maar ook economische hulp. Men verwachtte ook erkenning voor het heroïsche verzet tegen de Duitsers, maar het tegendeel gebeurde. In 1948 werden Joegoslavische en Bulgaarse diplomaten naar Moskou geroepen, waar ze een uitbrander kregen in verband met hun onafhankelijke politieke opstelling ten opzichte van de Sovjet-Unie. Bulgarije zwichtte, maar president Tito schreef een beroemde brief naar de Russische leider Stalin waarin hij uitlegde dat er verschillende wegen naar het socialisme waren. In 1949 waren Oost- en West-Europa verdeeld door een ‘IJzeren Gordijn’ en was Joegoslavië vanwege zijn onafhankelijke opstelling uit het communistische Oostblok gestoten.

Joegoslavië valt uiteen na de dood van Tito

Onder Tito ging het in Joegoslavië goed met de economie, met name door de sterke opkomst van het toerisme. Belangrijk was ook dat hij een bindende figuur was, die het land met zijn verschillende bevolkingsgroepen bij elkaar hield. De zes republieken hadden een zekere mate van autonomie, maar profiteerden in lang niet gelijke mate van de economische en sociale vooruitgang. Montenegro ontwikkelde zich daarbij het minst.

Na de dood van Tito in mei 1980 begon Joegoslavië uit elkaar te vallen. Buitenlandse schulden en etnische spanningen liepen op en in 1991 trokken Slovenië en Kroatië, gevolgd door Macedonië, zich terug uit de Federatie. De situatie in Kroatië was zeer ernstig door de revival van het Ustaša-nationalisme en de constante repressie ten opzichte van de Servische minderheid in het land. In mei 1992 werd er een leger van de Verenigde Naties in Kroatië geïnstalleerd, maar toen waren er al meer dan 200.000 Serven uit Kroatië vertrokken. In Bosnië en Herzegovina wilden de moslims en de Kroatische bevolkingsgroep zich ook uit de federatie terugtrekken, de Serven wilden dat niet. Deze tegenstelling culmineerde in een zwarte periode, met een burgeroorlog, oorlogsmisdaden en zeer veel bloedvergieten. In 1992 werd de onafhankelijkheid van Bosnië erkend.

Op dat moment waren er nog twee republieken over: Montenegro en Servië riepen de nieuwe Federale Republiek Joegoslavië uit op 27 april 1992. Ieder had zijn eigen president, wetgeving en soevereiniteit over zaken die niet waren ondergebracht bij de federale regering.

De Milosevic-jaren

Slobodan Milosevic, die tien jaar lang president van Servië was, werd in 1997 president van de Federatie. Hij continueerde de politiek van het beperken van de rechten van de etnische Albanezen in de regio Kosovo, dat zeven jaar eerder al haar autonomie verloren had. Het Kosovaarse Bevrijdingsleger werd echter steeds actiever en sterker. In maart 1998 ondernam het Joegoslavische leger een contra-offensief waardoor het Kosovaarse leger praktisch geëlimineerd werd.

De NAVO probeerde tevergeefs te bemiddelen en in maart 1999 begonnen een serie luchtaanvallen van het bondgenootschap op Montenegro, Servië, Kosovo en de autonome regio Vojvodina. Milosevic weigerde echter concessies te doen en dwong ca. 800.000 Kosovaren om naar Bosnië, Albanië en Macedonië te vertrekken. Daarop zette de NAVO de KFOR-troepen in (Kosovo Forces) en werd Kosovo een protectoraat van de Verenigde Naties. Montenegro distantieerde zich steeds meer van de Kosovo-politiek van Milosovic en bood onderdak aan meer dan 100.000 vluchtelingen. In oktober 2000 werd Milosevic afgezet en vervangen als federale president door Vojislav Kostunica. Hij riep parlementsverkiezingen uit en installeerde een interimregering van nationale eenheid.

Montenegro in de 21e eeuw

De parlementsverkiezingen van april 2001 werden net gewonnen door een pro-afscheidingscoalitie, onder leiding van de socialistische president Milo Djukanovic. Hij beloofde de Montenegrijnen om in 2002 een referendum over onafhankelijkheid te houden. Dit ging echter voorlopig niet door omdat in maart 2002 een losse unie onder de naam Servië en Montenegro in het leven geroepen werd. Afgesproken werd dat Montenegro niet eerder dan in 2006 een referendum mocht houden.

Deze constructie kwam tot stand onder druk van de Europese Unie, die een verder versnippering van de Balkan niet zag zitten en een zelfstandig Montenegro niet levensvatbaar achtte. Na goedkeuring door beide parlementen kwam er op 4 februari 2003 een eind aan de Federale Republiek Joegoslavië.

Op 25 november 2002 trad president Djukanovic af en werd de volgende dag premier. Hij volgde Filip Vujanovic op, die een aantal weken eerder tot parlementsvoorzitter gekozen was en een aantal weken een soort interim-president was geweest. De presidentsverkiezingen in 2003 werden in de derde ronde gewonnen door Vujanovic. Na de parlementsverkiezingen van 10 september 2006 werd Željko Šturanovic door het parlement tot premier gekozen.

Begin 2005 liet premier Djukanovic duidelijk merken dat Montenegro zich binnen een jaar zou losmaken van de Unie en de onafhankelijkheid zou uitroepen. Een week eerder had Djukanovic de Serven al voorgesteld om Servië en Montenegro in twee onafhankelijke staten op te delen. Uiteraard wees Servië dit voorstel meteen van de hand.

Zoals in het unieverdrag stond mocht Montenegro in 2006 een referendum over onafhankelijkheid organiseren. De Europese Unie bepaalde dat de voorstanders minstens 55% van de stemmen moesten halen om het referendum rechtsgeldig te kunnen verklaren. De EU liet tevens weten elke uitslag te respecteren.

Op 21 mei 2006 mochten de Montenegrijnen naar de stembus en de volgende dag deelde de onafhankelijke kiesraad mee dat 55,4% van de kiezers ‘ja’ gezegd hadden tegen het voorstel om van Montenegro een onafhankelijk land te maken. De opkomst lag rond de 87% en was daarmee de hoogste opkomst ooit. Op 3 juni 2006 om 20.00 uur werd de onafhankelijkheid van Montenegro uitgeroepen en hield de confederatie Servië en Montenegro op te bestaan.

Op 22 juni 2006 werd Montenegro lid van de Verenigde Naties en op 11 mei 2007 trad het land toe tot de Raad van Europa. In februari 2008 wordt Milo Djukanovic voor de vijfde termijn premier van Montenegro en in maart 2009 wint zijn partij de verkiezingen met overweldigende meerderheid. In december 2009 treedt Montenegro toe tot het verdrag van Schengen.

Montenegro krijgt naar verwachting de status van kandidaat-lidstaat. Dat hebben de EU-ministers van Buitenlandse Zaken 14 december 2010 besloten. Het besluit moet nog wel bekrachtigd worden door de regeringsleiders van de EU-landen. De verwachting is dat die hiermee instemmen. Montenegro zou dan over vier of vijf jaar volwaardig EU-lid kunnen zijn. Filip Vujanovic is momenteel president van Montenegro. In december 2010 neemt Djukanovic ontslag, zijn opvolger is Igor Luksic. In april 2012 wordt Montenegro lid van de Wereldhandelsorganisatie. Djukanovic wordt na de verkiezingen in november 2012 voor de zevende keer premier van Montenegro. In januari zegt de EU dat Montenegro goed op weg is naar een EU-lidmaatschap. Filip Vujanovic wordt in april 2013 nipt herkozen als president. In december 2015 vraagt de NATO Montenegro om lid te worden. Rusland reageert verontwaardigd en zegt dat uitbreiding van de NATO zal leiden tot tegenmaatregelen. In november 2016 wordt Dusko Markovic de nieuwe premier. In juni 2017 wordt Montenegro lid van de NATO.

Bevolking

Montenegro telt 642.550 inwoners (2017) en heeft een bevolkingsdichtheid van ca. 46,5 inwoners per km2. Ongeveer 67% van de populatie leeft in de steden.

De etnische en culturele verschillen tussen de Montenegrijnen en de Serviërs blijven ook na de onafhankelijkheid van Montenegro bestaan. Daar komt nog bij dat bevolkingsgroepen zich continu hebben verplaatst en er niet alleen huwelijken werden gesloten tussen Montenegrijnen en Serven, maar ook met Kroaten, Albanezen en Bosniërs.

De laatste tellingen laten zien dat de etnische Montenegrijnen 45% van de bevolking uitmaken, Serven 28,7%, Albanezen 4,9%, Bosniërs 8,7% en andere groepen in totaal 12,7%. Ca. 6000 Roma leven permanent in Montenegro, de meeste van hen in de omgeving van Podgorica. Podgotica is de hoofdstad en grootste stad van Montenegro met ongeveer 177.000 inwoners (2017).


Taal

De Montenegrijnen spreken een variatie op het Servo-Kroatisch, het Jekavisch, dat echter ook veel op het Kroatisch en het Bosnisch lijkt.

Verschillen met het Servo-Kroatisch zijn het gebruik van twee extra letters in het Jekavisch en en veelvuldige gebruik van spreekwoorden, metaforen en overdrachtelijk taalgebruik.

Geschreven wordt er in het Latijnse alfabet, maar vooral in het binnenland wordt ook het Cyrillisch nog veel gebruikt. Beide alfabetten zijn voor de grondwet gelijk.

Langs de kust spreekt men nog een aantal dialecten: het Paštrovici, gesproken door een stam in het gebied rond Petrova, en het Budva, gesproken in en net rond Petrovac. Door huwelijken buiten de eigen groep dreigen deze talen langzaam uit te sterven.

Albanees-sprekende Montenegrijnen leven vooral langs de oostkust van het land. Het Engels als tweede taal is op de scholen in de plaats gekomen van het Russisch.

Godsdienst

De bevolking van Montenegro hangt voor 70% de Oosters Orthodoxe kerk aan. Verder is 21% (soenni) moslim, 4% rooms-katholiek, 2% protestant en 3% heeft een andere denominatie. Alle godsdiensten leven over het algemeen goed met elkaar samen, van religieus extremisme is tot nu toe geen sprake.

De meeste etnische Slavische moslims komen van het gebied rond Sandzak, terwijl de Albanese moslims vlak bij de Albanese en Kosovaarse grens wonen.

Het rooms-katholieke aartsdiocees Bar (sinds 1089) is een van de twee in Montenegro, Servië en Macedonië en telt tien bisdommen. Vanuit de historie zijn de katholieken vooral geconcentreerd langs de kust.

De oosters orthodoxe kerk is een onderdeel van de christelijke kerken in Oost-Europa onder primaatschap van het patriarchaat van Constantinopel. Het ontwikkelde zich uit de Griekse Kerk van het Byzantijnse Rijk en brak met Rome in 1054. De diepe verering van iconen staat centraal in het orthodoxe geloof.

Samenleving

Staatsinrichting

Het parlement van Montenegro (Skupština Crne Gore) is de wetgevende macht en bestaat uit 81 vertegenwoordigers die voor een periode van vier jaar gekozen worden. Het parlement benoemt de minister-president op voordracht van de president, maar ook de ministers die door de minister-president voorgedragen worden. Een meerderheid van het parlement kan het kabinet naar huis sturen als het vertrouwen opgezegd wordt.

De president van Montenegro is het staatshoofd en hij zetelt in de voormalige koninklijke hoofdstad Cetinje. De president wordt via directe verkiezingen gekozen voor een periode van vijf jaar en kan slechts éénmaal herkozen worden.

Montenegro telt 21 gemeenten of ‘opstini’: Andrijevica, Bar, Berane, Bijelo Polje, Budva, Cetinje, Danilovgrad, Herceg Novi, Kolašin, Kotor, Mojkovac, Nikšic, Plužine, Pljevlja, Podgorica, Rožaje, Šavnik, Tivat, Ulcinj, Žabljak. Voor de actuele politiieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Onderwijs

Basisonderwijs is gratis en verplicht voor kinderen tussen zeven en vijftien jaar oud. Daarna kan men kiezen uit verschillende vervolgopleidingen, waarvan de beroeps- en technische opleidingen het populairst zijn.

Hoger onderwijs kan gevolgd worden aan de Universiteit van Montenegro, met meer dan 10.000 studenten.

Economie

Industrie

Gedurende de laatste 50 jaar heeft de Montenegrijnse industrie een belangrijke groei doorgemaakt. In deze periode legden de energie-industrie, de metallurgie (staal en aluminium) en de transportindustrie de basis voor de ontwikkeling van de gehele industriële sector. Op dit moment wordt ca. 90% van de totale industriële productie verkocht aan het buitenland.

Agrarische sector en visserij

Landbouwgronden en watervoorraden worden goed beschermd tegen industriële verontreiniging, uitstekende voorwaarden voor de productie van vlees (kip, lam, geit, rund), melk en melkproducten, honing, vis, groenten (belangrijkste: graan, maïs, aardappelen, tabak), fruit (belangrijkste: pruimen, olijven, sinaasappels, mandarijnen, druiven), wijn en hoge kwaliteit drinkwater.

Wouden en bosrijke gebieden bedekken een oppervlakte van 720.000 ha, ca. 54% van het totale grondgebied van Montenegro; 572.000 ha ligt in het noordoosten van het land.

Vissers vingen in 2013 1235 ton vis, waarvan 443 ton zeevis en 782 ton zoetwatervis.

Scheepvaart en transportmogelijkheden

Montenegro heeft een vloot van meer dan 40 schepen, met een totale tonnage van 1 miljoen ton. De haven van Bar kan jaarlijks 5 miljoen ton aan scheepsvracht verwerken.

Montenegro heeft een wegennet van meer dan 5000 km, waarvan bijna 2000 km uit moderne hoofdwegen bestaat.

De totale lengte van de spoorwegen bedraagt ca. 250 km, voor het grootste gedeelte geëlektrificeerd.

Montenegro heeft twee vlieghavens, in Podgorica en in Tivat.

Enkele economische gegevens (peildatum 2017)

Nationaal inkomen: 11,1 miljard euro, waarvan agrarische sector 7,5%, industrie 15,9%, dienstensector 76.6%

Beroepsbevolking: agrarische sector 7,9%, industrie 17,1%, dienstensector 75%

BNP per hoofd van de bevolking: $17.800

Export: $422 miljoen

Import: $2,6 miljard

Vakantie en Bezienswaardigheden

Montenegro trekt steeds meer toeristen. De meeste toeristen komen uit Slowakije, gevolgd door Bosnië-Herzegovina, Tsjechië, Albanië, Duitsland, Kroatië, Italië, Slovenië, Rusland en de Verenigde Staten. Montenegro zit momenteel erg in de lift als nieuwe toeristische bestemming. Er is natuurschoon ( Kotor fjord) te zien maar ook mooie oude steden zoals Budva waar sporen van veel verschillende culturen te vinden zijn. Montenegro is nog ongerept en niet te druk.

De Baai van Kotor is een van de mooiste baaien van de wereld. Het bestaat uit vier met elkaar verbonden zeestraten. Hoge kliffen die de baai omringen weerspiegelen in de diepe blauwe wateren van de Adriatische Zee. Zeven eilanden liggen in de baai van Kotor: Saint Marco (Sveti Marko), het eiland van Mamula, het eiland van Onze Lieve Vrouw van de Rots (Gospa od Skrpjela), Saint George (Sveti Djordje), het eiland van Milosrdja, het eiland van de bloemen (Ostrvo cveca), en het eiland van de kleine Moeder van God (Mala Gospa). De stad Kotor zelf is opgenomen als Unesco werelderfgoed. De oude stad Kotor is een goed bewaard gebleven stadje typerend voor de middeleeuwen. Het is gebouwd tussen de 12e en 14e eeuw. De middeleeuwse architectuur en tal van monumenten zijn hier te zien. De belangrijkste zijn: de kathedraal van Saint Tryphon (Sveti Tripun), een monument van de Romeinse cultuur en een van de meest herkenbare symbolen van de stad. De kerk van Sint Lucas (Sveti Luka) uit de 13e eeuw, de kerk van Saint Ana (Sveta Ana) uit de 12e eeuw, de kerk van Saint Mary (Sveta Marija) uit de 13de eeuw, Kerk van de genezende Moeder van God (Gospe od Zdravlja) uit de 15e eeuw, het paleis van de prins uit de 17e eeuw en de het theater van Napoleon uit de 19e eeuw zijn allemaal schatten die deel uitmaken van het rijke erfgoed van Kotor.

De oude stad Budva is een unieke architectonisch en stedelijk geheel. Budva is een van de oudste steden van de Adriatische kust, het is meer dan 2500 jaar oud. De muren van de oude stad zijn de grote trekpleister voor de toeristen. Ze dateren uit het Middeleeuwen, toen in deze gebieden de Venetianen heersten. De kern van de oude stad heeft wel schade geleden als gevolg van twee aardbevingen in de 17e eeuw. De stad voelt aan als een labyrint, als gevolg van de vervlochten straten, pleinen, bolwerken en torens uit de late Middeleeuwen. Er is een vesting Citadela (Citadel) die dateert uit de V - VI eeuw voor Christus, die vandaag de dag het toneel is van het beroemde stadstheater. In de stad zijn er ook mooie kerken te zien zoals de Kerk van Sveti Ivan (St. Ivan) - een monumentale basiliek met drie zijbeuken, die werd gebouwd in VII eeuw, de Sveta Marija (St. Marija)van Punta van 840 na Christus, en de kerk van Sveti Trojica (St. Trinity), gebouwd in 1804.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

MONTENEGRO LINKS

Advertenties
• Montenegro Vliegtickets.nl
• Montenegro Tui Reizen
• Djoser Rondreis Montenegro
• Naar Montenegro met Sunweb
• Rondreizen Montenegro
• Autoverhuur Sunny Cars Montenegro
• Budva Hotels
• Podgorica Vliegtickets Tix.nl
• Transport Montenegro - TTS Quality Logistics B.V

Nuttige links

Montenegro Reisimpressies (N)
Reisinformatie Montenegro (N)
Telefoongids Montenegro

Bronnen

Detrez, R. / Servië-Montenegro : mensen, politiek, economie, cultuur, milieu

Koninklijk Instituut voor de Tropen ; Novib

Montenegro

Naklada Ljevak

Rellie, A. / Montenegro

Bradt Travel Guides

Schuman, M.A. / Serbia and Montenegro

Facts On File

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems