Landenweb.nl

TANZANIA
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Swahili
  Hoofdstad  Dodoma
  Oppervlakte  945.087 km²
  Inwoners  60.664.457
  (mei 2019)
  Munteenheid  Tanzaniaanse shilling
  (TZS)
  Tijdsverschil  +2
  Web  .tz
  Code.  TZA
  Tel.  +255

To read about TANZANIA in English - click here

Populaire bestemmingen TANZANIA

PembaZanzibar

Geografie en Landschap

Geografie

Tanzania (officieel in het Swahili: Jamhuri ya Muungano wa Tanzania = Verenigde Republiek van Tanzania) is een republiek in Oost-Afrika en bestaat uit het vroegere Tanganyika en de eilanden Zanzibar (eigenlijk Unguja) en Pemba. De Mafia-archipel wordt gevormd door het 50 km lange eiland Mafia, een dozijn kleinere eilanden en ontelbare koraalrotsen.

advertentie

Tanzania: Satellietfoto

Foto:Publiek domein

Tanzania grenst in het noorden aan Kenia (769 km) en Uganda (396 km), in het zuiden aan Mozambique (756 km), Malawi (475 km) en Zambia (338 km) en in het westen aan de Democratische Republiek Congo (459 km), Rwanda (217 km) en Burundi (451 km). Tanzania grenst in het oosten in zijn geheel aan de Indische Oceaan en ook de andere grenzen bestaan voor een groot deel uit water: in het westen Lake Tanganyika, in het noordwesten Lake Victoria en in het zuidwesten Lake Malawi, terwijl de grens met Mozambique gevormd wordt door de rivier de Rovuma.

De totale oppervlakte van Tanzania bedraagt 945.087 km2 en daarmee is Tanzania ongeveer 22,5 keer zo groot als Nederland of net zo groot als Frankrijk, Duitsland en België samen. Het is tevens het grootste land van Oost-Afrika. De grootste noord-zuid afstand (Moshi-Songea) bedraagt meer dan 1300 kilometer, de grootste oost-west afstand (Dar es Salaam-Kigoma) bedraagt meer dan 1600 kilometer.

Landschap

advertentie

Great Rift Valley Tanzania

Foto:Sachi Gahan Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Het vasteland van Tanzania heeft een zeer gevarieerd landschap. Zeer bepalend is de Grote Afrikaanse Slenk of Great Rift Valley, die ontstaat in Turkije en via de Dode en de Rode Zee naar Ethiopië loopt en zich splitst in een oostelijk en westelijk gedeelte. De westelijke arm van de slenk komt via Uganda naar Tanzania; de oostelijke arm komt via Kenia Tanzania binnen. Nadat de armen van de slenk Tanzania verlaten komen ze weer samen in Malawi, en eindigen voor de kust van Mozambique. De totale lengte van de Great Rift Valley bedraagt meer dan 9700 kilometer.

Als gevolg van het ontstaan van de Great Rift valley ontstonden er ook verschillende grote meren, waaronder Lake Natron, Lake Manyara en Lake Tanganyika, waar op 1430 meter diepte het laagste punt van Afrika te vinden is.

Tanzania kent vele grote en kleine rivieren, die echter geen van allen bevaarbaar zijn. Een aantal rivieren watert af op zoutmeren; de Pangani, Ruvu, Rufiji en Rovuma monden uit in de Indische Oceaan; de Kagera in de Middellandse Zee en de Malagarasi in de Atlantische Oceaan. Door de vele rivieren en meren heeft Tanzania meer oppervlaktewater dan welk land ook op het continent Afrika.

Door het aanwezige vulkanisme is op de grens met Kenia Afrika’s hoogste berg, de vulkaan Kilimanjaro (5895 meter) ontstaan. Tanzania telt nog één werkende (strato)vulkaan in het noorden bij Lake Natron: de Ol Doinyo Lengai of ‘Berg van God’. De berg is 2890 meter hoog met uitbarstingen in 1917, 1926, 1940 en 1966-67 en de krater vult zich sinds 1983 met lava. Mount Meru is de op vier na hoogste berg van Afrika.

Tanzania kent verder een vrij smalle kuststrook en een vlak tot licht heuvelachtig centraal plateau met een gemiddelde hoogte van 1200 meter. Het overheersende landschap in Tanzania is de savanne (o.a. in het Serengeti-natuurreservaat); een landschap met vooral grasland en hier en daar een boom. Verder bestaat het landschap uit steppe en tropisch bos.

De Ambori-grotten vormen het grootste grottenstelsel van Oost-Afrika met tien grotten die toegang geven tot een netwerk van kalkstenen tunnels dat naar schatting 200 km lang zou zijn. De grootste grotten zijn dertien meter hoog.

Hoogste bergen

Mount Kilimanjaro5.895 meter
Mount Meru4.566 meter
Mount Rungwe2.960 meter
Uluguru Mountains2.648 meter
Rubeho Mountains2.576 meter
Livingstone Mountains2.521 meter
Mbizi Mountain2.418 meter
Mahari Mountain2.373 meter
Usambara Mountains2.300 meter

advertentie

Lake Victoria, Tanzania

Foto:Mandiafrika Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unportedno changes made

LAKE VICTORIA (oorspronkelijke naam: Nyanza)

Lake Victoria dankt zijn naam aan de ontdekkingsreiziger John Hanning Speke, die in 1858 als eerste Europeaan het meer aanschouwde en het vernoemde naar koningin Victoria van Engeland.

De oppervlakte van het grootste meer van Afrika bedraagt 69.484 km2, en het meer is daarmee ongeveer net zo groot als Nederland en België samen. De maximale noord-zuidlengte is 337 km; de maximale oost-westbreedte 240 km. De totale kustlijn bedraagt 3220 km en het meer wordt omgeven door Kenia, Uganda, en Tanzania.

Het meer ligt meer dan 1100 meter boven zeeniveau en is maximaal 81 meter diep. Lake Victoria is een belangrijke bron voor de Nijl en wordt zelf gevoed door regenwater en door drie grote rivieren: de Kagera, de Katonga en de Mara. In het meer liggen tientallen eilanden, waarvan Ukerewe het grootste is en verder het bij toeristen onbekende Rubondo Island National Park. In dit park leeft de sitatoenga, een antilopesoort die elders bijna niet meer voorkomt.

Aan het meer liggen enkele belangrijke havenplaatsen: Mwanza, Bukoba en Musoma. Lake Victoria is het op een na grootste zoetwatermeer ter wereld, na het Titicacameer op de grens van Bolivia en Peru in Zuid-Amerika.

Vijftig jaar geleden bestond 80% van de vispopulatie in het meer uit cichliden, nu is dat nog maar 1%. Veel van de 200 inheemse cichlidensoorten zijn opgevreten door de uitgezette nijlbaars en ook het dumpen van chemisch afval en de daling van de zuurstof in het water hebben een vernietigende uitwerking gehad.

LAKE TANGANYIKA

Het Tanganyikameer is met 1550 meter diepte het op één na diepste meer ter wereld, na het Bajkalmeer in Rusland (1637 m).

Er leven naar schatting 1000 vooral inheemse soorten vis in het gigantische meer. Kigoma is de grootste stad langs de Tanzaniaanse oevers. Net boven deze stad ligt het Gombe Stream Natuional Park, met 52 km2 Tanzania’s kleinste nationale aprk en bekend geworden door het chimpansee-onderzoekproject van Jane Goodall.

advertentie

Kilimanjaro Tanzania

Foto:Charles Asik Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

KILIMANJARO

De Kilimanjaro, de hoogste berg van het continent Afrika, heeft eigenlijk drie toppen, waarvan de Kibo met 5895 meter de hoogste is. De Mawenzi is 5149 meter hoog en de Shira ‘maar’ 3962 meter. De drie toppen zijn eigenlijk drie vulkanen, waarvan de laatste erupties dateren van 100.000 jaar geleden. De krater van de Kibo is 200 meter diep en bevat nog actieve fumarolen (= damp- en gasbron in een vulkaan).

Op 6 oktober 1889 werd de Kilimanjaro voor het eerst bedwongen door de Duitse bergbeklimmers Hans Meyer en Ludwig Purtscheller.

De hellingen van de Kilimanjaro zijn zeer vruchtbaar en tot 1400 meter groeien er vele gewassen. De laagste delen van de berg bestaan uit savanne, vanaf 1800 meter is er dichtbegroeid bos. Boven de 3000 meter, de vorstgrens, groeit niet veel meer. De top bestaat uit sneeuw en ijs.

De Chagga-stam bevolkt al sinds vele eeuwen de hellingen van de Kilimanjaro. Het Kilimanjaro National Park beslaat een gebied van 760 km2.

advertentie

Ngorongoro krater Tanzania

Foto:Sachi Gahan Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

NGORONGORO-KRATER

De Ngorongoro-krater is de grootste nog intacte caldeira (= door instorting gevormde trechtervormige krater in een vulkaan) ter wereld, met een doorsnede van ca. 18 kilometer, een oppervlakte van 260 km2 en een kraterwand die maximaal meer dan 600 meter hoog is.

De krater wordt bewoond door ca. 40.000 Maasai, die 200 jaar geleden de Mbulu en Datoga verdreven. In 1951 werd het gebied van de krater ingelijfd bij het Serengeti National Park en vanaf 1978 verklaarde UNESCO de krater tot werelderfgoed van de mensheid.

De krater ligt in het Ngorongoro-reservaat (Ngorongoro Game Reserve; 8000 km2) en er leven naar schatting 30.000 dieren in de krater. Daarmee is dit een van de dichtstbevolkte wildgebieden ter wereld.

Een opmerkelijk verschijnsel vormen de ‘shifting sands’, een soort duin, ca. 30.000 jaar geleden tijdens een uitbarsting van de vulkaan Ol Donyo Lengai gevormd uit as. Elk jaar, gedurende het droge seizoen, verplaatst de 100 meter lange en 9 meter hoge ‘duin’ van as en zand gemiddeld ca. 17 meter in oostelijke richting.

Klimaat en Weer

advertentie

Wervelwind raast over de Serengeti

Foto:Noel Feans Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Tanzania ligt dicht bij de evenaar en heeft daardoor een tropisch klimaat met een gemiddeld verschil tussen de hoogste en de laagste temperatuur van niet meer dan vijf graden. Het kustgebied is bijna het hele jaar door warm en vochtig met temperaturen tussen 22 en 30°C en een luchtvochtigheid tussen 75 en 80%. In bergachtige gebieden, waaronder de Kilimanjaro, het Usambara-gebergte en de noordelijke en zuidelijke hooglanden, kan de temperatuur in de periode mei-augustus tot 12°C zakken. In het bergland komt ook regelmatig nachtvorst voor, en de top van de Kilimanjaro is altijd bedekt met sneeuw en ijs. De warmste tijd van het jaar is over het algemeen oktober tot februari; het koelst is de periode juni tot en met oktober. Op sommige plaatsen in het binnenland kan de temperatuur echter tot meer dan 40°C oplopen.

De neerslaghoeveelheden staan onder invloed van de heersende moessonwinden. Een groot deel van het land heeft twee regentijden: oktober-november met de zogenaamde kleine regens, en maart-mei met de zogenaamde grote regens. De neerslag varieert sterk en is onregelmatig gespreid over het land.

Gemiddeld valt er over het hele land ca. 750 mm per jaar. Er zijn ook gebieden waar meer dan 1250 mm valt, terwijl de droge gebieden, vooral het Centraal Plateau, nog geen 500 mm per jaar halen. Het Centraal Plateau kent ook maar één regenperiode, tussen december en mei.

Planten en Dieren

Planten

Ecologisch kan Tanzania ingedeeld worden in een aantal zones:

advertentie

Koorsboom in Tanzanië

Foto:Nevit Dilmen Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Het acacia-savannebos heeft met ca. 2500 plantensoorten een zeer gevarieerde flora. De bossen liggen op het centraal plateau en de noordelijke graslandgebieden. De Serengeti-steppen zijn vooral begroeid met rode oot en diverse cypergrassen. Het uitgestrekte savanne-bos wordt door acaciabomen gedomineerd; Tanzania telt 40 inheemse soorten. Een bijzondere acaciasoort is de geelkleurige Acacia xanthopholoea of koortsboom, die veel voorkomt langs wateroppervlakten.

Het zuiden van Tanzania bestaat voor een groot gedeelte uit beboste savanne of Miombot, met ca. 15 soorten Brachystegia en lange grassoorten. De zeer opmerkelijke solitaire grillig gevormde baobab-bomen komen in heel Tanzania voor, met name onder de 1300-metergrens.

Het laaglandregenwoud is te vinden op de lagergelegen hellingen van het in het oosten gelegen Usambaragebergte. Dit gebergte beschikt over een onafgebroken bosgebied met de grootste hoogteverschillen van Oost-Afrika. Dit is een van rijkste biologische leefgebieden van Afrika met 276 geregistreerde bomen waarvan er 50 inheems zijn. In totaal is Tanzania slechts voor 1,5% bedekt met dichte wouden.

advertentie

Trichillia Emetica Tanzania

Foto:JMK Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De rivierbossen en de altijdgroene bossen staan langs de grote rivieren en langs de hellingen bij het Manyarameer. De bossen bestaan uit hoge bomen als Trichilea emetica, Bridelia micrantha en Ficus sycamorus. Andere bekende verschijningen zijn de borassus en de dadelpalm.

Bergbossen groeien tussen een hoogte van 1200 meter en de boomgrens van 3000 meter. Door de gevarieerde regenval komen er op sommige plaatsen meer soorten voor dan op andere plaatsen. Op de hellingen van de Kilimanjaro komt vooral de Macaranga kilimandscharica voor. Op de regenarmere noordelijke en westelijke hellingen overheersen jeneverbes, olijfbomen, Nuxia congesta, klimop, kamferboom en de 30 meter hoge conifeer Podocarpus milanjianus.

Onder de bomen is een dichte begroeiing te vinden van struiken en wilde bloemen, waaronder vlijtig liesje, begonia, grote boomvarens, balsemien en Kaapse viooltjes.

Iets hoger op de hellingen staat onder andere de drie meter hoge veerachtige heideboom Erica excelsa en het kruiskruid Senecio johnstonii. Ook de begroeiing tussen 2800 en 4000 meter hoogte is zeer divers te noemen met Erica arborea, Erica exelsa, Hypericum revolutum, Helichrysum, gele protea, een vuurpijlsoort en verschillende soorten lobelia. De Lobelia deckenii en de Senecio kilimanjari groeien alleen op de Kilimanjaro. De nationale boom van Tanzania is de Afrikaanse grenadille.

Ook op een hoogte van 4000-5000 meter komen nog verschillende plantensoorten voor. In deze hooglandse woestenij groeien nog ongeveer 55 soorten, waaronder gekleurde lichenen en planten als de Haplocarpa rueppelii en de Haplosciadium abyssinicum.

Aan de kust van de Indische Oceaan komen mangrovebossen voor, meestal in de vorm van struiken en lagere bomen. Direct achter het mangrovegebied bevinden zich iets hoge kustbossen.

De 25 miljoen jaar oude Eastern Arcs, 13 beboste massieven, zijn van grote ecologische betekenis. Deze bossen behoren tot de gebieden met de grootste biodiversiteit ter wereld en zijn de oudste en meest stabiele van Afrika. Dankzij de voortdurende vochtige lucht die vanuit de Indische Oceaan binnendrijft, bestaan deze bossen al 30 miljoen jaar. De bossen herbergen 16 plantengeslachten, 75 gewervelde diersoorten en ca. 1000 inheemse ongewervelde diersoorten. In de afgelopen eeuw hebben echter vijf van de Eastern Arc-bossen meer dan driekwart van hun bebossing verloren door menselijk ingrijpen.

Tropisch regenwoud is beperkt tot delen van hoge bergen. Op Zanzibar is de natuurlijke plantengroei vrijwel geheel verdrongen door aangeplante, dichte kokospalmbossen.

Bijzondere bomen

advertentie

Baobab Tanzania

Foto:Prof. Chen Hualin Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes

In steden en dorpen is de flamboyant met zijn rood-oranje bloemen een opvallende en veel voorkomende verschijning.

Verwant aan de flamboyant is de jacaranda, die een dichte baderkruin heeft en in veel verschillende vormen voorkomt.

In de omgeving van veel huizen worden mangobomen geplant, met de bekende zeer eetbare vruchten.

Zeer opvallend zijn de bloeiende flame tree en de coral tree met zijn stekelige stam en leerachtige bladeren.

De candelabra lijkt op een cactus en de 18 meter hoge worstboom heeft typische vruchten die wel een meter lang en kilo’s zwaar kunnen worden.

De meest opvallende boom van Tanzania is de Adansonia digitata of baobab, bekend door grillige vormen en de vreemde takken. De vruchten zijn een lekkernij voor apen, en de boom wordt dan ook wel apenbroodboom genoemd. De baobab kan enkele tientallen meters hoog en zeer oud worden.

De meeste herkenbare acacia is de Acacia tortilis of parapluboom, die wel twintig meter hoog kan worden en centimeters lange doornen heeft.

De sycamore fig is een wilde vijg die een hoogte kan bereiken van 20 meter. De ronde vruchten worden door veel dieren gegeten, terwijl de bladeren een lekkernij zijn voor olifanten.

Dieren: algemeen

Dierenwereld Tanzania

Foto:Tessa Verrijp in het publieke domein

De dierenwereld van Tanzania is in de eerste plaats die van de savanne, en wordt gekenmerkt door talrijke antilopen (waarvan de blauwe of gestreepte gnoe verreweg de algemeenste is), buffels, wrattenzwijnen, giraffen, nijlpaarden, zebra's, zeldzame puntlipneushoorns, olifanten, leeuwen, panters, gevlekte hyena's, hyenahonden, enzovoort. Dat er zoveel verschillende diersoorten te vinden zijn in Tanzania is een gevolg van de vegetatie van het land en de hoogteverschillen.

De fauna van de bossen omvat o.a. verscheidene apensoorten en in het westen de chimpansee; de dierenwereld van de kustbossen verschilt enigszins van die van de wouden van het binnenland. Op de hoge bergtoppen heeft de fauna een alpien karakter.

De vogelwereld is zeer gevarieerd met meer dan 1000 soorten.

Reptielen en amfibieën omvatten honderden soorten.

De visfauna van de rivieren is vrij arm, maar de meren (Victoria- en Tanganyikameer) bevatten grote aantallen soorten, vooral onder de muilbroeders en verwanten.

De overige diergroepen zijn zeer rijk aan soorten maar nog weinig bekend. Voor de kust liggen koraalriffen met een typisch tropisch Indopacifische fauna.

Het eiland Zanzibar sluit wat de dierenwereld betreft aan bij het vasteland, zij het dat er enkele endemische elementen voorkomen, zoals o.a. een duiker (antiloop) en een franjeaap.

Tanzania omvat een groot aantal nationale parken en reservaten, waarvan sommige tot de belangrijkste en beroemdste ter wereld gerekend worden (Serengeti National Park, Ngorongorokrater). De natuurbescherming is na de onafhankelijkheid consequent voortgezet, ondanks stroperij en de slechte economische toestand.

Zoogdieren

In Tanzania komen veel grote zoogdieren voor, meer dan 80 soorten. Ook de beroemde ‘big five’ komen allemaal voor in Tanzania, namelijk olifant, leeuw, luipaard, nijlpaard en buffel.

Korte beschrijvingen:

Olifant Tanzania

Foto:Tessa Verrijp in het publieke domein

De Afrikaanse olifant is het grootste landzoogdier ter wereld, kan 3,5 meter hoog worden en mannetjes kunnen meer dan 6000 kg wegen. De slurf kan een lengte van 1,7 meter bereiken, de slagtanden kunnen bijna twee meter worden. Een groep olifanten bestaat uit vrouwtjes met jongen en staat onder leiding van het oudste vrouwtje. Olifantenstieren leven solitair. Een olifantenjong weegt bij de geboorte al ca. 130 kilogram en is een meter hoog. Olifanten worden gemiddeld 60 tot 70 jaar oud. In Tanzania leven twee soorten olifanten, de savanneolifant en de bosolifant. Volwassen dieren eten bladeren, takken, schors en vruchten.

Nijlpaarden Tanzania

Foto:Tessa Verrijp in het publieke domein

Het nijlpaard leeft in kudden in de meeste grote rivieren en meren van Tanzania en weegt tot 2500 kg, varieert in lengte van 3 tot 4 meter en wordt ongeveer 1,5 meter hoog. Het grootste deel van hun leven brengen ze in het water door, maar ook op het land kunnen ze goed uit de voeten. Volwassen dieren hebben geen natuurlijke vijanden.

De zwarte of puntlipneushoorn wordt nog steeds met uitsterven bedreigd; witte neushoorns zijn uitgestorven in Tanzania.

Een volwassen zwarte neushoorn kan 2500 kg zwaar worden, wordt gemiddeld 1,75 meter hoog en ruim drie meter lang. Neushoorns hebben geen natuurlijke vijanden, alleen jonge dieren vallen wel eens ten prooi aan leeuwen of een groep hyena’s. Het slechte gezichtsvermogen van de neushoorn wordt gecompenseerd door een uitstekend gehoor.

Leeuwen Tanzania

Foto:Tessa Verrijp in the public domain

De leeuw is de grootste katachtige van Afrika. Troepen bestaan uit zes tot twaalf leeuwinnen en hun welpen en één of meer mannetjes. Ze kunnen tot twee meter lang worden en tot 200 kg wegen. Over het algemeen jagen de vrouwtjes, en ze voeden zich met antilopes en ander kleinwild, maar ook giraffes worden aangevallen. De leeuwen in het Lake Manyara National Park hebben een opvallende eigenschap: ze klimmen in bomen!

Cheeta Tanzania

Foto:Tessa Verrijp in het publieke domein

De luipaard leeft solitair en jaagt meestal ’s nachts. De luipaard is zo sterk dat hij een volwassen impala een boom in kan dragen. Ze houden zich zowel op vlakten als in bossen op. De cheeta of jachtluipaard is een van de snelste zoogdieren ter wereld. Over korte afstanden kan hij meer dan 100 km per uur halen. Jonge jachtluipaarden vallen vaak ten prooi aan leeuwen, luipaarden en gevlekte hyena’s.

Caracals leven in Tanzania’s drogere gebieden en lijken qua uiterlijk veel op lynxen.

De serval is wat kleiner dan de cheetah en leeft in lang gras en in rietkragen.

De Afrikaanse wilde kat is een van de voorouders van de huiskat. Hij komt in geheel Afrika voor, tot in de buitenwijken van steden.

Gevlekte Huena

Foto:Tessa Verrijp in het publieke domein

De gevlekte hyena is een aaseter maar jaagt ook in groepen op antilopen, zebra’s en zelfs de gevaarlijke buffels. De gestreepte hyena is wat kleiner dan de gevlekte en wordt soms in Noord-Tanzania gezien.

De zwartrugjakhals en de gestreepte jakhals jagen op kleine zoogdieren, maar zijn ook aaseters. De zwartrug leeft op de open savanne, de gestreepte jakhals heeft een voorkeur voor een bosrijke omgeving.

De Afrikaanse wilde hond heeft een in het dierenrijk unieke tekening. Het zijn zeer goede jagers die in groepjes van 10-15 exemplaren samenwerken. Dit dier wordt met uitsterven bedreigd.

Giraffe Tanzania

Foto:Tessa Verrijp in the public domain

In Tanzania komt de Maasai- of Kenia-giraffe voor, die opvalt door zijn onregelmatige vlekkenpatroon. Een mannetje kan 5,5 meter groot worden en zelfs een pasgeboren giraffe is al 1,75 groot. Giraffes leven van bladeren, vruchten, bloemen en boomschors, maar hebben een grote voorkeur voor de doornige acacia. Ze leven in groepen van 10 tot 25 dieren.

In Tanzania komt alleen de gewone of burchellzebra voor. Een zebrakudde bestaat uit één hengst en een aantal merries met veulens. Gedurende de trek groeien de kleine kudden uit tot grote kudden van duizenden exemplaren. De zebra wordt ca. 1,5 meter hoog en voedt zich voornamelijk met gras.

Afrikaanse Buffel Tanzania

Foto:Tessa Verrijp in the public domain

De Afrikaanse buffel is zeer zwaargebouwd en heeft een schofthoogte tot 150 cm. De hoorns kunnen tot 1,5 meter lang worden. Ze leven in kuddes van enkele tientallen tot enkele duizenden exemplaren.

Gnoes Tanzania

Foto:Tessa Verrijp in het publieke domein

De (witbaard)gnoe of wildebeest komt het meest voor in Afrika. Gnoes leven normaal gesproken in groepen van ca. 30 dieren, maar tijdens de jaarlijkse migratie tussen Serengeti Masai-Mara verzamelen zich tienduizenden gnoes.

De elandantilope is de grootste antilope van Afrika, leeft op de uitgestrekte grasvlakten en trekken rond in kuddes van ca. 20 dieren. De schroefvormige hoorns van het mannetje kunnen 1.25 meter lang worden.

Andere antiloopsoorten zijn onder meer het hartebeest (twee soorten: Coke’s hartebeest en topi), de sabelantilope, paardantilope, oryx of spiesbok, gewone waterbok, grote koedoe, kleine koedoe, bosbok, rietbok, grijze duiker, dikdik en oribi.

De Grantgazelle heeft sierlijke lange hoorns en leeft in kuddes van ongeveer 30 dieren.

De Thomsongazelle is de meest voorkomende gazelle in Tanzania; in geheel Oost-Afrika zijn er ca. 1 miljoen in aantal.

Andere gazellesoorten zijn de impala en de girafgazelle of gerenoek.

Het wrattenzwijn is het enige Afrikaanse wilde zwijn. De wratachtige uitwassen op zijn kop (vier bij de vrouwtjes en zes bij de mannetjes) zijn zeer kenmerkend.

Het penseelzwijn is vooral ’s nachts actief en komt nog maar sporadisch voor in Tanzania.

De grootoorvos is zilvergrijs van kleur en ze eten voornamelijk termieten. Ze leven vooral op grasvlakten en licht bebost terrein.

De witstaartmangoest is zeer groot en komt in heel Tanzania voor. Het dier leeft solitair en jaagt op ongewervelde dieren, kleine zoogdieren, maar eet ook vruchten.

Andere mangoesten zijn de dwergmangoest en de zebramangoest.

De tijgergenetkat is een nachtdier, leeft solitair en jaagt op grote ongewervelde dieren en kleine zoogdieren.

Andere kleine roofdieren zijn de gewone genetkat, de Afrikaanse civetkat en de ratel of honingdas.

Baviaan

Foto:Tessa Verrijp in het publieke domein

De chimpansee is een mensaap, ongeveer 120 cm groot en leeft in beboste gebieden in groepen tot wel 100 dieren.

De baviaan is de grootste aap van Afrika en leeft zowel in bomen als op de grond. Ze leven in groepen van wel 100 dieren, en eten plantensoorten, insecten, eieren en zelfs kleine zoogdieren.

Andere apen zijn de groene meerkat, de blauwe meerkat, colobusaap of franjeaap (zwartwitte franjeaap, rode franjeaap, Uhehe-rode franjeaap) en de zeer zeldzame en pas in 1979 ontdekte Sanje-kuifmangabey. Kirk’s rode franjeaap leeft alleen nog op Zanzibar.

De springhaas is een knaagdier, maar uitdrukkelijk geen lid van de hazenfamilie. Hij is ongeveer 80 cm lang, leeft in tunnels en voedt zich met wortels, gras en andere planten.

De grote galago is een kleine primaatsoort en verre familie van de maki’s van Madagaskar. Galago’s eten alles , maar het liefst vruchten, met name vijgen. In Tanzania komt ook nog de Senegal-galago voor.

Klipdassen zijn, hoe ongelooflijk het ook lijkt, familie van de olifant. Ze eten bladeren, bloemen en vruchten. De boomdas is verwant aan de klipdas, maar leeft ‘s nachts.

Het stekelvarken kan inclusief stekels wel drie meter lang worden. In Tanzania komen twee soorten voor die, behalve in dichte bebossing, overal in Tanzania voorkomen.

Het aardvarken lijkt enigszins op een varken, is solitair en alleen ’s nachts actief. Met zijn lange kleverige tong vangt hij termieten, mieren en larven.

Vogels

Tanzania telt meer dan 1000 vogelsoorten, waaronder een aantal zeer zeldzame soorten, zoals de Udzungwa-patrijs (pas in 1991 ontdekt), de Abbotts duiker en de groene Pemba-duif. De grote variëteit in vogelsoorten wordt vooral veroorzaakt door de vele klimaten die Tanzania kent en de verschillende vegetatievormen.

Struisvogel Tanzania

Foto:Tessa Verrijp in het publieke domein

De in groepen levende struisvogel is de grootste en zwaarste vogel ter wereld. Het is een loopvogel die snelheden tot 50 km per uur kan bereiken.

De secretarisvogel is een roofvogel die jaagt op knaagdieren, insecten en reptielen. Hij jaagt op de grond, maar kan ook vliegen en slaapt ’s nachts in een doornboom.

De koritrap is de zwaarste vliegende vogel van Afrika, Een mannetjesexemplaar kan 1.20 meter groot worden en 18 kg zwaar. Ze jagen op insecten, reptielen en kleine knaagdieren.

De aasetende maraboe is een grote ooievaarsoort die in kolonies leeft. Ze eten verder ook nog sprinkhanen en kikkers. Andere ooievaarsoorten zijn de zadelbekooievaar, de witte ooievaar, de Afrikaanse gaper, de Abdimooievaar en de Afrikaanse nimmerzat.

De meest voorkomende gieren in Tanzania zijn de witruggier en Rüppels-gier. Andere gieren zijn de Egyptische gier, de lammergier, de kapgier en de oorgier.

De heilige ibis, een waadvogel, valt vooral op door zijn kale zwarte kop en nek. Hij komt voor aan rivieroevers, stranden en in moerassen. In de modder zoeken ze naar slakken en schaaldieren. De hadada-ibis leeft in paren of kleine groepen.

De Afrikaanse slangenhalsvogel lijkt op een aalscholver en leeft onder andere in binnenwateren en bij voorkeur rond traag stromende rivieren. Hij vangt zijn voedsel onder water, waarbij hij de vissen met zijn dolkachtige snavel doorboort.

De witborstaalscholver is de grootste aalscholversoort van Afrika en komt ook het meest voor. De kleinere Afrikaanse dwergaalscholver komt ook in Tanzania voor.

Andere veel voorkomende watervogels zijn de kleine en grote flamingo, de witte pelikaan, de roze pelikaan, de hamerkop, de reuzenreiger (grootste reigersoort ter wereld), de koereiger, de blauwe reiger, de zwartkopreiger, de purperreiger, de spoorwiekgans, de kroonkieviet en de Afrikaanse jaçana of lelieloper.

De Afrikaanse zeearend is nauw verwant aan de Amerikaanse zeearend. In Oost-Afrika leven verder nog verschillende andere arenden, zoals de vechtarend, de kroonarend, de zwarte arend, de bateleur (soort slangenarend) en de steppearend. Een bijzondere uilensoort is de Verreaux’ oehoe en verder nog de Afrikaanse oehoe, de geparelde dwerguil en de kerkuil.

De witbuiktoerako is een slechte vlieger en leeft in bosrijke gebieden. In Zuid-Tanzania komt de grijze toerako veel voor.

Honingzuigers leven altijd in de buurt van bloeiende planten, want ze zijn afhankelijk van de honing, hun belangrijkste voedingsmiddel. In Tanzania komen veel soorten voor, onder meer de emerald-, roodborst-, groenkeel-, olijfkleurige- en amethisthoningzuiger.

De roodsnaveltok is één van de twintig toksoorten die in Tanzania voorkomen. Ze eten insecten, kleine reptielen, zaden en vruchten en nestelen in boomholtes. Andere toksoorten zijn de Ethiopische geelsnaveltok, de kuiftok en de grijze tok.

De gespikkelde muisvogel heeft net als andere muisvogelsoorten zachte, vachtachtige veren. Ze eten vruchten en leven in kolonies van 10-30 vogels.

Fischers dwergpapagaaien en Zebra's in het Serengeti park in Tanzania

Foto:D. Gordon E. Robertson CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Fischers dwergpapegaai is genoemd naar de 19-euwse ontdekkingsreiziger G.A. Fischer. De vogel is inheems in Tanzania en komt alleen in het noorden van het land voor op open grasvlaktes en landbouwgebieden.

De dwergbijeneter is de kleinste van de bijenetersfamilie en wordt maar 15 centimeter voor. Ze eten niet allen bijen, maar ook cicaden, horzels, wespen en libellen. Andere soorten zijn de witkapbijeneter en de bergbijeneter.

De roodsnavelossenpikker is een lid van de spreeuwenfamilie en eet teken en bloedzuigende vliegen uit de ruggen van vee en grote wilde zoogdieren. Zeldzaam is de geelsnavelossenpikker.

Het helmparelhoen komt veel voor in Tanzania. De vogel leeft vooral op de grond maar overnacht hoog in bomen. Ze eten insecten, slakken, vruchten en zaden. Een andere soort is het gierparelhoen.

De gekuifde frankolijn is een van de zestien soorten van de frankolijn. Ze lijken wat op patrijzen, leven ook voornamelijk op de grond en nestelen in ondiepe holtes. De gekuifde variant leeft vooral in droge beboste gebieden.

De zaadetende donkerrode vuurvink nestelt vaak in de buurt van mensen. Ze leven in kolonies van 20-40 vogels.

Wevers zijn grote vinken, die ingewikkelde holle nesten van gras weven. Elke soort maakt zijn eigen typische nest. De zwartkopwever maakt een nest in de vorm van een ui.

De roodbekwever is een van de meest voorkomende vogels op aarde en een plaag voor de landbouw. Andere soorten zijn de brilwever, de maskerwever en de Speke’s wever.

Spoorkoekoeken voelen zich vooral op de grond erg thuis en jagen daar op insecten, reptielen, en kleine knaagdieren. In Tanzania komen onder andere de wenkbrauwspoorkoekoek en de blauwkopspoorkoekoek voor.

De schildraaf is de meest voorkomende ravensoort van Afrika. Ze eten aas, vogels, insecten, kleine knaagdieren en eieren. Een grotere soort is de witnekraaf.

Ooievaar Ranzania

Foto:Tessa Verrijp in het publieke domein

Er zijn uiteraard nog veel meer vogels, waaronder berghaan, driekleurige glansspreeuw, Hildebrandtglansspreeuw, groenstaartglansspreeuw, blauwe langstaartglansspreeuw, kroonkraanvogel, neushoornvogel, Nijlgans en Ooievaar.

Verschillende kleine vogels met extreem lange staarten zijn de Afrikaanse paradijsmonarch, eksterklauwier, roodkeelwidavink, hanenstaartwidavink, breedstaartparadijswida en Fischer’s agapornis of ‘lovebird’.

Reptielen en amfibieën

Nijl Krokodil Tanzania

Foto:Haplochromis Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De meeste van de ca. 500 reptielensoorten in Tanzania zijn ongevaarlijk, maar opletten is het voor enkele giftige slangensoorten en natuurlijk voor krokodillen. Veel amfibieën hebben zich aangepast aan de langdurige droge periodes, en verdwijnen eenvoudig voor enkele maanden onder de grond, wachtend op de nieuwe regenperiode.

De Nijlkrokodil wordt 5-7 meter lang en kan 900 kg zwaar worden. Ook op het land kunnen ze een hoge snelheid bereiken. Ze eten vooral vis en verder zoogdieren als bavianen, antilopen, gnoes en af en toe mensen.

De Nijlvaraan is de grootste hagedis van Afrika en kan twee meter groot worden. Ze eten het liefst eieren, maar ook vogels en kleine zoogdieren. Ze klimmen in bomen maar kunnen ook lange tijd onder water blijven.

De savannevaraan is met een lengte van hooguit 130 cm een stuk kleiner dan de Nijlvaraan.

Er zijn meer dan 80 soorten skinken, een soort hagedissen. Een aantal komt voor in Oost-Afrika, waarvan de Afrikaanse gestreepte skink de meest voorkomende in Tanzania is.

De drieklauwschildpad wordt maximaal 90 cm groot en kan zo’n 45 kg wegen. Hij is groenbruin van kleur en komt voor in grotere rivieren, meren en soms zelfs in de zee. Deze schildpad eet vooral vis en weekdieren, maar ook wel vruchten en insecten.

Andere schildpadden in Tanzania zijn de panterschildpad, de Afrikaanse moerasschildpad, de pannenkoekschildpad en de groene schildpad, de grootste van de zeeschildpadden.

Zwarte Mamba Tanzania

Foto:safaritravelplus in het publieke domein

De zwarte mamba kan bijna 2,5 meter lang worden en hij voedt zich met vogels en kleine zoogdieren. De zwarte mamma is zeer giftig, evenals de pofadder, die maar één meter lang wordt. In tegenstelling tot andere slangen is de pofadder levendbarend.

Andere slangen zijn de Mozambikaanse spuugcobra, de meest voorkomende slang in Afrika, de boomslang en de Afrikaanse rotspython, de grootste slang van Afrika.

De Afrikaanse stierkikker kan wel 20 cm lang worden, en dat is voor een kikker erg groot. Naast wormen en insecten eten ze af en toe zelfs kleine zoogdieren.

De tuimelaar is een zeezoogdier want behoort tot de dolfijnenfamilie. Het dier kan vier meter lang worden en 650 kg zwaar worden. Ze zwemmen in scholen van enkele tientallen exemplaren rond het eiland Zanzibar.

De zeldzame Chumbe-kokoskrab is de grootste nog levende landkrab ter wereld. Hij klimt in palmbomen en kan met zijn klauwen een kokosnoot kraken.

In oktober 2009 werd bekend dat de Kihansi Spray Toad of Kihansi vaporisator pad, een pad die alleen voorkomt in de omgeving van de Kihansi watervallen in Tanzania, op het punt van uitsterven staat door de aanleg van een dam. De hoeveelheid water in zijn leefgebied is daardoor met 90% afgenomen.

Ongewervelde dieren

Wandelende tak Tanzania

Foto:L. Shyamal Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Er leven enkele tienduizenden soorten ongewervelde dieren in Tanzania. Sommige kunnen gevaarlijk zijn voor de mens, zoals giftige spinnen, malariamuskieten, schorpioenen en tseetseevliegen.

Wandelende takken kunnen tot 20 cm groot worden. Ze eten vrijwel alleen bladeren. Sommige soorten hebben vleugels, maar alleen mannetjes kunnen vliegen.

Wereldwijd leven er zo’n 2000 soorten bidsprinkhanen. Ze vangen kleine insecten met hun voorpoten. Een Tanzaniaanse soort kan wel 15 cm groot worden.

De mestkever komt ook in alle soorten en maten voor; ze worden bijvoorbeeld tussen de 0,5 en 4 cm lang. Ze voeden zich met dierlijke uitwerpselen en worden zelf veel gegeten door mangoesten en grootoorvossen.

De achaatslak heeft een huisje dat 10 cm groot kan worden en eet alle soorten vegetatie. In sommige gebieden is de slak erg schadelijk voor de landbouw.

De mopaneworm is in feite een larve of rups van de grote nachtpauwoog. Hij eet uitsluitend bladeren van de mopaneboom en wordt op zijn beurt weer gegeten door de lokale bevolking, voor wie het een proteïnerijke lekkernij is.

De gouden wielspin, waarvan het vrouwtje wel 5 cm groot wordt, maken zeer sterke webben, waarin zelfs kleine vogels verstrikt raken. De spin is giftig, maar niet dodelijk voor de mens.

Duizendpoot Tanzania

Foto:Bernard Dupont Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Er zijn meer dan 1000 soorten duizendpoten (in werkelijkheid enkele honderden poten), waarvan er veel in Tanzania voorkomen. De grote soorten kunnen wel 30 cm lang worden. Ze eten dode en rottende planten.

Van de meer dan 2500 soorten muskieten komen er veel voor in Oost-Afrika en dus ook in Tanzania. De vrouwelijke Anopheles houden erg van menselijk bloed en zijn de dragers van de parasieten die malaria veroorzaken.

Ook de tseetseevlieg is zeer gevaarlijk voor de mens. Sommige soorten dragen parasieten met zich mee, die de slaapziekte kunnen veroorzaken.

Goliathkevers kunnen 10 cm groot worden en wegen ongeveer 100 gram. In Tanzania komen twee soorten voor, de Goliathus goliatus en Goliathus orientalis, die beiden uitstekend kunnen vliegen.

De trekmier is de grootste mier ter wereld; werkmieren zijn 33 mm groot, de koningin wordt 52 mm groot. De koningin legt in een jaar tijd tientallen miljoenen eieren. De trekmier leeft in bosrijke gebieden.

De Tanzaniaanse langklauwschorpioen is niet erg giftig en ook niet agressief.Hij is zwart met bruine poten en volwassen exemplaren worden ongeveer 8 cm lang.

Vissen

In de poelen, beken, rivieren en meren van Tanzania komen vele vissoorten voor. Ook de warme Golfstroom van de Indische Oceaan voor de kust en rond Zanzibar, telt vele vissoorten.

Nijlbaars Tanzania

Foto:Daiju Azuma Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De Nijlbaars is de grootste zoetwatervis ter wereld en kan bijna 2 meter lang en 140 kg zwaar worden. Deze roofvis komt voor in de grote rivieren en meren, waaronder uiteraard het Victoriameer.

De Nijltilapia is een stuk kleiner dan de Nijlbaars en kan 2 kg zwaar worden. Deze vis wordt zeer veel gegeten in Oost-Afrika en wordt daar ook gekweekt.

De tijgervis is en roofvis, die jaagt op kleinere vissen en schaaldieren zoals garnalen. Hij kan 75 cm groot worden en meer dan 18 kg wegen.

De familie der cichliden bestaat uit vele honderden soorten, waarvan er in de grote Afrikaanse meren veel voorkomen. De meeste cichliden zijn niet groter dan 20 cm.

De grote tandbaars is één van de grootste koraalvissen ter wereld en kan tientallen jaren oud worden. Ze leven vaak in ondiep water en eten schaaldieren, vis, kleine schildpadden en zelfs kleine haaien.

De zwarte marlijn kan tot drie meter lang worden weegt ongeveer 180 kg. Ze jagen op tonijn, zwaardvis, pijlinktvis en zelfs dolfijnen.

De grote barracuda kan bijna twee meter lang worden en voedt zich met kleine vissen als harder, papegaaivis en ansjovis.

SERENGETI NATIONAL PARK

Toegangsbord Serengeti Nationaal Park

Foto:Thomas Huston Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Het Serengeti National Park (vanaf 1951) is een van de beroemdste wildreservaten ter wereld en staat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Serengeti beslaat 14.763 km2, ongeveer een derde van de oppervlakte van Nederland. Het volledige Serengeti-scosysteem omvat de Maasi Mara in Kenia en het Ngorongoro Conservation Area, een gebied van ca. 25.000 km2. Eenderde van het park bestaat uit grasvlakten (‘Siringit’ is Maasi voor ‘daar waar het land geen einde kent’), en verder vallen zogenaamde ‘kopjes’ op: bergen grote kiezelstenen die door de erosie tevoorschijn zijn gekomen. In de buurt van de kopjes is vaak wat meer begroeiing en daardoor wat meer wild en gevogelte.

In het midden van het park ligt het Seronera-dal, één van de rijkste wildgebieden in de omgeving. Heel bekend is de seizoenstrek van gnoes en zebra’s tussen Serengeti en Masai Mara, waarbij miljoenen dieren twee keer per jaar zijn betrokken. Geschatte populaties: o.a. 150.000 zebra’s, 25.000 buffels, 200.000 Thomson-gazelles, 8.000 giraffes.

In 2010 werd in het zuidwesten van Tanzania een nieuwe slangensoort ontdekt, wat begin 2012 bevestigd werd in het wetenschappelijke tijdschrift Zootaxa. De slang is vernoemd naar een 7-jarig meisje en heeft de soortnaam Matilda's hoornadder (Atheris matildae) gekregen. Matilda's hoornadder is geel-zwart van kleur, heeft groene ogen en twee puntige hoorntjes op zijn kop.

Geschiedenis

Oudheid en Middeleeuwen

In de Oldowaikloof zijn 1,8 miljoen jaar oude overblijfselen van mensachtige wezens (o.a. Zinjanthropus) gevonden. De oorspronkelijke bewoners van het vasteland van Tanzania zijn nu bijna verdwenen. Het waren jagers en verzamelaars, verwant aan de Zuid-Afrikaanse San (Bosjesmannen).

Oldowaikloof Tanzania

Foto:Noel Feans Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Zij werden verdreven door volken met een Bantoe-taal, veelal landbouwers, en Nilotisch sprekende veehouders zoals de Maasai. Deze immigratie naar het Tanzaniaanse grondgebied begon ca. 3000 jaar geleden en ging tot ca. 1850 door.

Vanaf de 9e eeuw vestigden zich Arabieren langs de kust, en door de vermenging van de Bantoe-talen en het Arabisch ontstond het Kiswahili, een handelstaal of ‘lingua franca’ die door vrijwel alle autochtone bewoners van Tanzania begrepen en gesproken werd. Portugezen overheersten de handel tussen 1498 en 1828, toen zij definitief werden verslagen door de Arabieren.

Slaven waren op een gegeven moment de belangrijkste handelswaar. Veel slaven werden verscheept naar suikerplantages op de nabijgelegen eilanden Zanzibar, Mauritius en Réunion, naar Arabische landen en ook nog naar Amerika en het Caribische gebied. Het ‘hoogtepunt’ van de slavenhandel lag in de jaren zestig van de 19e eeuw. Bagamayo was toen de belangrijkste slavenmarkt van het vasteland van Oost-Afrika.

Duitse overheersing

Fort van Bagamono (Bagamoyo) Tanzania

Foto:Rudolf Hellgrewe in het publieke domein

In 1884 trok de Duitser Carl Peters in opdracht van de Deutsche Ost-Afrika Gesellschaft het Oost-Afrikaanse binnenland in. Namens kanselier Bismarck werden er verdagen gesloten met lokale stamhoofden, die daardoor op ‘bescherming’ konden rekenen. Toen dit echter doorsloeg in het verbieden van lokale tradities en het neerschieten van een zwarte, brak er in 1888 een opstand uit, die echter keihard werd neergeslagen door de ‘Reichsregierung’. De sultan van Zanzibar zag zijn zeggenschap over grote delen van het vasteland verloren gaan en riep de hulp in van de Britten. Die reageerden echter averechts en sloten in 1890 zelfs een verbond met de Duitsers, waardoor Tanganyika (nu: Tanzania, Burundi en Rwanda) een Duits protectoraat werd en Kenia, Uganda en Zanzibar binnen de Britse invloedssfeer kwamen. Voor de arme sultan bleef nog een smalle kuststrook op het vasteland over en koningin Victoria van Groot-Brittannië schonk de berg Kilimanjaro aan de kleinzoon van de Duitse keizer.

De kolonisatie van Tanganyika door de Duitsers verliep vrij moeizaam, vooral in het binnenland. Belangrijk voor het gebied was wel de aanleg van een spoorlijn van de kust naar een vruchtbaar gebied in de buurt van de Kilimanjaro. De bouw van de spoorlijn begon in 1891 en duurde tot 1911. Verder werd de verbouw van handelsgewassen als koffie en sisal gestimuleerd en gefinancierd. Katoen leverde door de matige grondkwaliteit niet zoveel op, en toen men toch werd gedwongen om in de zuidelijke kustgebieden katoen te verbouwen, brak in 1905 de Maji Maji-opstand uit. Dit kostte meer dan 70.000 Tanganyikanen het leven, niet alleen door oorlogshandelingen maar ook door honger en ziekte.

De Duitsers zagen echter al snel in dat dwangarbeid hier niet werkte en stimuleerden de kleinschalige Afrikaanse landbouw, met als bijkomend gevolg dat de onrust onder de bevolking sterk afnam. Hierdoor kon bijvoorbeeld de katoenteelt zich goed ontwikkelen ten zuiden van het Victoria-meer, het woongebied van de Sukuma. De handel in katoen werd aan het eind van de negentiende eeuw vrijwel geheel geregeld door Aziatische handelaren.

Tanganyika onder Brits mandaat

Slag bij Tanga (1914), tussen Britse en Duits troepen, Tanzania

Foto:Publiek domein

De Eerste Wereldoorlog had een grote invloed op het Duitse bewind in Oost-Afrika. Het Duitse leger verloor keer op keer van de Britten, maar het lukte de Britten niet om de Duitsers definitief te verjagen.

Bij het vredesverdrag van 1919 werd echter bepaald dat Duitsland haar aanspraken op Oost-Afrika en alle andere koloniën moest opgeven. Vervolgens werd Tanganyika onder Brits mandaat geplaatst, met dien verstande dat het gebied Rwanda-Urundi in Belgische handen viel. De Britten vonden hun nieuwe mandaatgebied echter absoluut niet interessant en in combinatie met de economische wereldcrisis leed de Tanganyikaanse landbouw zwaar onder het uitblijven van investeringen en de dalende exportprijzen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het weer wat beter met de Tanganyikaanse economie. De Britse troepen in Oost-Afrika hadden veel voedsel nodig, maar ook rubber. Ook na de oorlog bleef Tanganyika voor de Britten interessant, omdat door de onafhankelijkheid van India grote afzetgebieden waren weggevallen.

Tanganyika op weg naar zelfstandigheid

Tanganyikan African National Union

Foto:The National Archives UK Open Government Licence version 1.0 no changes made

Na de Tweede Wereldoorlog werden alle mandaatgebieden van de Volkenbond onder toezicht van de Verenigde Naties geplaatst. Het doel daarvan was om die gebieden langzaamaan zelfbestuur te geven en te begeleiden naar onafhankelijkheid. In 1948 werden in Tanganyika de eerste verkiezingen voor een Wetgevende Vergadering gehouden.

In 1956 reisde Julius Kambarage Nyerere, de latere president, naar de Verenigde Naties in New York om daar de zelfstandigheid van Tanganyika te bepleiten, waar hij een groot voorstander van was. Uiteindelijk erkenden de Verenigde Naties het recht op zelfbeschikking en ook Nyereres nationale politieke beweging Tanganyika Africa National Union (TANU) werd erkend als een nationale politieke beweging. Dit verlangen naar onafhankelijkheid dateerde al van de tijd tussen de twee wereldoorlogen en speelde in het hele land. Met name de door de Britten gehanteerde bestuursvorm ‘indirect rule’ zette veel kwaad bloed. Dit hield in dat de Britten lokale ‘chiefs’ aanstelde, ook in gebieden waar deze stamhoofden niet betekenden voor de gewone bevolking. De chiefs werden er dan ook van beticht te heulen met de kolonisator.

Ook om economische redenen boterde het niet tussen de Britten en de Tanganyikanen. De productie van landbouwgewassen moest verder verhoogd worden en daarom werd de kleine boeren verdreven van hun grond voor de aanleg van grote plantages. Bovendien werd men gedwongen andere landbouwmethoden toe te passen, die door een gebrek aan kennis verkeerd uitvielen. Om zich aan de macht van de Britten en de chiefs te onttrekken, verenigden de boeren in de belangrijkste productiegebieden zich in coöperaties. Hierdoor werd de mogelijkheid om verzet te bieden ook groter. De Britten keken met gemengde gevoelens naar deze ontwikkelingen, die zowel voor- als nadelen met zich meebracht. Uiteindelijk echter zouden de coöperaties zich definitief tegen de Britse overheersers keren.

Na de boeren kwamen de havenarbeiders in de steden in opstand tegen de Britten. Hun belangrijkste eis was loonsverhoging en zowel spoorwegarbeiders en onderwijzend personeel zouden uiteindelijk met de havenarbeiders mee staken. Om de stakingen niet over te laten slaan naar andere delen van het land besloten de Britten om concessies te doen. Ze gingen akkoord met de loonsverhoging en stonden de vorming van vakbonden toe. In 1955 werd de Tanganyika Federation of Labour (TFL), een federatie van verschillende vakbonden, opgericht, onder leiding van Rashidi Kawawa, de latere premier. In 1954 was er ook al een eerste nationale politieke partij opgericht, de Tanganyika African National Union (TANU), de opvolger van de in 1922 opgericht antikoloniale beweging Tanganyika African Association (TAA).

Opkomst Julius Nyerere

Tanganyika: Julius Nyerere met een bord waarin hij in 1961 volledige onafhankelijkheid van het Britse rijk eiste

Foto:The National Archives UK Open Government Licence version 1.0 no changes made

Julius Nyerere was de grote man van deze beweging, want al in 1940 had hij meer aandacht van de Britten opgeëist voor de ontwikkeling van de Afrikaanse bevolking en in 1954 verscheen er zelfs al een ontwerpgrondwet van de TAA.

In 1959 kreeg Tanganyika voor het eerst een kabinet, met uiteindelijk vijf ministers van de TANU. In 1960 werden de algemene verkiezingen gewonnen door de TANU, met 70 van de 71 zetels, met Nyerere als minister-president. In mei 1961 kreeg het land volledig zelfbestuur en op 9 december 1961 werd het onafhankelijke Tanganyika uitgeroepen, met Nyerere als president.

Onder Nyerere ging het aanvankelijk goed met Tanzania. Nyerere was populair en wist de eenheid onder de meer dan honderd bevolkingsgroepen te bewaren, met de TANU als bindmiddel. Hij trad zelfs een maand na de machtsoverdracht al weer af om de TANU over het hele land te organiseren. Zijn plaats werd ingenomen door oud-vakbondsleider Rashidi Kawawa, die meteen het koloniale bestuurssysteem op de schop nam.

Ontwikkelingen op Zanzibar

Karume Zanzibar

Foto:Onbekend Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Netherlands no changes made

Op het eiland Zanzibar gingen de ontwikkelingen niet zo snel en bleef de bestaande hiërarchie nog vrij lang intact. Hier bezetten de Europeanen de hoogste posten en werden de Afrikanen onder de duim gehouden en te werk gesteld op de landbouwgronden. Twee jaar na Tanganyika, in december 1963, werden ook Zanzibar en Pemba onafhankelijk, maar de regering hield het maar één maand uit.

In januari 1964 kwam de zwarte bevolking in opstand tegen de onderdrukkende Arabieren en de sultan werd weggejaagd. Duizenden Arabieren werden afgeslacht en anderen vluchtten naar Oman en andere Golfstaten.

De macht was nu in handen van de Afro-Shirazi Party (ASP), waar ook Afrikanen van het vasteland en Arabieren deel uitmaakten. Het nieuwe regime, onder leiding van sjeik Abeid Karume, knoopte nauwe banden aan met communistische landen als de DDR en China, dit tot grote bezorgdheid van de Verenigde Staten.

Het was tenslotte de tijd van de Koude Oorlog en men wilde een tweede ‘Cuba' koste wat kost voorkomen. Nyerere werd onder druk gezet van de Amerikanen om een unie aan te gaan met Zanzibar en Pemba, en op 22 april 1964 was het inderdaad zover: Tanganyika en Zanzibar vormden samen de United Republic of Tanzania, waarbij Zanzibar wel een grote mate van autonomie behield.

Die autonome positie zorgt echter tot op de dag van vandaag voor problemen. Zo heeft Zanzibar een eigen president en een eigen regering. De president van Zanzibar is bovendien nog vice-president van de Verenigde Repubiek Tanzania. In de loop der jaren zijn er verschillende pogingen tot een staatsgreep geweest, onder meer in 1984 en in 1988. Karume werd al in 1972 vermoord; hij werd opgevolgd door Aboud Jumbe.

Deze staatsgrepen ontstonden door ontevredenheid, want met de economie van Zanzibar ging het veel slechter dan met de economische toestand van Tanzania. Ook de grote verschillen tussen de Afrikaanse en Arabische bevolkingsgroepen speelden hierin een grote rol. Ook de verhoudingen tussen het hoofdeiland Unguja en Pemba zijn verre van goed te noemen.

Door de voorbereiding op een meerpartijenstelsel in 1992 werd er door eilandbewoners een proces van afscheiding op gang gebracht werd. De eerste verkiezing onder het nieuwe stelsel werd in 1993 op Zanzibar gehouden. De verkiezingen werden gewonnen door de Revolutionaire Partij van Tanzania (CCM), maar geboycot door bijna de gehele oppositie.

President Nyerere

In 1965 riep Nyerere Tanzania uit tot een eenpartijstaat; nog steeds was hij er diep van overtuigd dat om de eenheid in het land te bewaren één politieke partij het beste was. In Tanganyika werd alleen de TANU en op Zanzibar alleen de Shirazi-partij toegelaten.

Nyerere en Prins Claus van Nederland

Foto: Rob Croes/Anefo in het publieke domein

Bovendien was hij ook een beetje bang voor zijn eigen positie. Na de onafhankelijkheid bleef de economische ontwikkeling achter bij de gewekte verwachtingen en dat kwam zijn populariteit niet ten goede. Met name de vele miljoenen kleine boeren hadden het niet breed en kregen bijna geen aandacht van de regering. Ook de industriële ontwikkeling bleef ver achter en de afzet van agrarische producten naar het buitenland stokte. Binnenlandse onrust leidde in 1964 tot een muiterij van het leger en in 1966 tot problemen op de universiteit van Dar-es-Salaam. Met behulp van Britse troepen en Nyereres verbale talenten werden deze crises echter snel bezworen.

Op 5 februari 1967 werd door het uitvoerend comite van de TANU de Verklaring van Arusha gepubliceerd. Enkele hoofdpunten van het toekomstige beleid waren self-reliance (vertrouwen op eigen kracht) en ‘ujamaa’ (familiezin). Verder waren erin opgenomen een leiderschapscode en kenmerken van het Tanzaniaanse socialisme: een actieve rol voor de staat, geen uitbuiting van de boeren meer en men mocht niet meer afhankelijk zijn van het buitenland.

Meteen na het uitkomen van de Verklaring werden alle banken en veel grote bedrijven genationaliseerd. Opvallend waren verder de oprichting van zogenaamde Ujamaa-dorpen, die stoelden op de oude waardes en tradities van de familiegemeenschappen op het platteland. In de dorpen kon ook de grond gezamenlijk bewerkt worden en allerlei sociale voorzieningen konden gemakkelijker gerealiseerd worden.

Het gevolg hiervan was een massale volksverhuizing van meer dan 3 miljoen Tanzanianen die naar de nieuwe dorpen verhuisden. Zowel nationaal als internationaal werden de plannen van Nyerere met groot enthousiasme ontvangen.

Jaren zeventig en tachtig

Arusha Declaration Monument Tanzania

Foto:Jonathan Stonehouse Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Vanaf het begin van de jaren zeventig werd echter al snel duidelijk dat ‘Arusha’ en ujamaa niet voor de gehoopte economische voorspoed en welvaart zouden zorgen. Zowel ex- als interne factoren waren de schuld van de economische teruggang. Wat de handelspositie betrof werd Tanzania hard getroffen door de stijging van de olieprijzen en bleven de prijzen van de exportproducten ver achter bij die van de importproducten. Ook het uit elkaar vallen van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap in 1977 deed de economische toestand geen goed en door een oorlog met Uganda in 1978 stegen de uitgaven voor defensie tot bijna 25% van het nationale inkomen. Ook het weer werkte niet mee door dan weer zware overstromingen, en dan weer langdurige perioden van droogte.

In 1977 gingen de TANU en de Afro-Shirazi Partij van Zanzibar op in de CCM, de Chama Cha Mapinduzi, de Partij van de Revolutie.

Intern was het ujamaa-project ook geen succes: door de toegepaste zwerflandbouw raakte de bodem al snel uitgeput met als gevolg een teruglopende landbouwproductie. Bovendien was de grond in de buurt van de nieuwe dorpen lang niet altijd geschikt voor landbouw en was er vaak een tekort aan water. Ook de opheffing in 1976 van de boerencoöperaties was geen slimme zet. Hun taak werd overgenomen door staatshandelsondernemingen, die al snel bol stonden van de corruptie, inefficiëntie en bureaucratie.

Al deze factoren leidden tot een diepe crisis in de Tanzaniaanse samenleving. De Tanzanianen verloren het vertrouwen in hun leiders, wat nog versterkt werd door voortdurende inflatie en achterblijvende loonsverhogingen. Bijna iedereen was genoodzaakt er nog wat bij te klussen en van het eens zo socialistische bolwerk in Afrika was weinig meer over. Vanaf begin jaren tachtig van de vorige eeuw kwam er voor het eerst openlijk verzet tegen partij en regering.

In 1979 brak oorlog uit met buurland Uganda, nadat troepen van dictator Idi Amin Tanzania waren binnengevallen. Tanzaniaanse troepen verdreven Amin met behulp van Ugandese ballingen.

Zo werd er in 1982 een vliegtuig gekaapt, waarvan de kapers het aftreden van de regering eisten. Nog geen jaar later werd er een complot tegen de regering ontdekt, maar ook nu had dat geen gevolgen voor de regering van Nyerere. Nyerere werd in 1985 opgevolgd door Ali Hassan Mwinyi, omdat echte economische hervormingen zeer gewenst waren. Ondanks beschuldigingen van zaken als corruptie en machtsmisbruik bleef Mwinyi tien jaar op zijn post

zitten en loodste Tanzania door een in alle opzichten moeilijke periode heen. Hij voerde economische hervormingen door en er kwam ook wat meer politieke vrijheid.

Jaren negentig

Mkapa Tanzania

Foto:World Economic Forum/Photo by Aly Ramji / Mediapix CC 2.0 Generic no changes made

Door de monopolistische positie van de CCM ontstond de roep om een meerpartijensysteem, iets wat in 1992 uiteindelijk werd gerealiseerd.

In 1994 trok een half miljoen vluchtelingen vanuit het door een burgeroorlog geteisterde Rwanda de grens met Tanzania over, evenals vele tienduizenden vluchtelingen uit Burundi. De Rwandezen werden in december 1996 weer gedwongen om terug te keren naar hun land.

In 1995 werden er voor het eerst verkiezingen gehouden sinds de jaren zestig, waar meerdere partijen aan meededen. De verkiezingen werden gewonnen door Benjamin Mkapa van de CCM, volgens velen door een gebrek aan beter. Mkapa was de vervanger van Ali Hassan Mwinyi. Aan de chaotische verkiezingen werd deelgenomen door vijftien partijen, en deze politieke verdeeldheid speelde Mkapa uiteraard in de kaart.

De onregelmatigheden bij de verkiezingen spanden in de hoofdstad Dar-es-Salaam de kroon: ze moesten daar dan ook worden overgedaan. Uiteindelijk kreeg de CCM 215 van de 265 zetels. Het kabinet dat door Mkapa werd samengesteld was wel zeer verrassend; veel technocraten en de oude garde werd bijna helemaal afgeserveerd. Ook waren bijna alle regio’s in het kabinet vertegenwoordigd.

Op 14 maart 1996 wijdden de presidenten van Tanzania, Kenia en Uganda het secretariaat in van de East Arican Co-operation in Arusha. Ook de nieuwe EAC heeft als doel te komen tot een nauwe samenwerking op het gebied van transport, communicatie, landbouw, veeteelt, visserij, industrie en nog wat andere, minder belangrijke economische sectoren.

In mei 1996 werd president Salmin Amour van Zanzibar beëdigd als lid van de Unieregering. Eind 1997 en begin 1998 werd Tanzania getroffen door zware overstromingen, waardoor wegen werden vernield en oogsten verloren gingen. Aan het eind van 1998 liep de voedselvoorziening voor 300.000 mensen gevaar, vooral in de oostelijke en noordelijke regio, door droogte en een plantenziekte die een deel van de oogst vernielde. In augustus van dat jaar pleegde de terreurbeweging Al-Qaida van Osama bin Laden een aanslag op de Amerikaanse ambassade in Dar-es-Salaam. Er vielen twaalf doden en meer dan tachtig gewonden.

Op 14 oktober 1999 overleed oud-president Nyerere, die tot voor zijn overlijden als bemiddelaar geprobeerd heeft een eind te maken aan de burgeroorlog in buurland Burundi. Tanzania herbergde 300.000 Burundese vluchtelingen en ving in 1999 ook nog zeker 120.000 vluchtelingen uit de Democratische Republiek Congo op.

21e eeuw

Kikwete Tanzania

Foto:World Economic Forum/Photo by Matthew Jordaan / Mediapix Cr2.0 Generic no changes

In oktober 2000 werd president Mkapa herkozen met 69% van de stemmen en de CCM vergrootte haar meerderheid in het parlement tot 85%. Hoewel de verkiezingen over het algemeen goed verliepen, was er op Zanzibar weer sprake van chaos, fraude en geweld. CCM kandidaat Amani Karume werd tot president van Zanzibar gekozen, maar de CUF erkende deze uitslag niet en weigerde in het Huis van Afgevaardigden plaats te nemen.

Eind januari 2001 riep de oppositie op tot vreedzame demonstraties, die echter uit de hand liepen en op Pemba tot 30 doden tot gevolg hadden. Met spanning werd er daarom uitgekeken naar deelverkiezingen op Pemba in mei 2003. De verkiezingen verliepen vreedzaam en democratisch, met als grote winnaar de CUF, die alle zetels won.

In feite bepalen slechts twee politieke partijen het politieke toneel in Tanzania, daarnaast is er een aantal kleinere partijen. De twee belangrijkste zijn de Chama Cha Mapinduzi (CCM) en de oppositiepartij Civic United Front (CUF); de laatste heeft vooral op Pemba en in de kuststreken onder Moslims veel aanhangers. Bij de verkiezingen in 2005 gingen 197 van de 223 zetels in het parlement naar CCM en won CCM- presidentskandidaat Jakaya Kikwete met 80% van de stemmen. De CUF bezet momenteel 19 zetels in het parlement.

In 2008 wordt het hoofd van de centrale bank Daudi Ballali ontslagen en in februari wijzigt de president de regering, allemaal vanwege corruptieschandalen.

In november 2009 vormt Tanzania samen met Kenia, Tanzania, Uganda, Rwanda en Burundi een verbond om de handel en het vrije verkeer van mensen tussen deze Oost-Afrikaanse landen te bevorderen. In oktober 2010 wordt president Kikwete herkozen. In maart 2012 worden grote oliereserves ontdekt voor de kust van Tanzania. Zes ministers worden in mei 2012 wegens corruptie ontslagen door president Kikwete. In maart 2013 bezoekt de Chinese president Xi Jinping tijdens zijn Afrika reis ook Tanzania. In november 2013 wordt een illegale hoeveelheid ivoor aangetroffen bij Chinese handelaars in Dar es Salaam. In november 2015 wint John Magafuli de presidentsverkiezingen. In april 2016 besluiten Tanzania en Uganda de eerste Oost-Afrikaanse oliepijplijn te gaan bouwen. In februari 2017 verbiedt de regering verschillende particulier gezondheidscentra Hiv en Aids te bestrijden. De regering beschuldigt de klinieken van het bevordren van homoseksualiteit. In 2018 schort Denemarken de hulp aan Tanzania op vanwege de intolerante houding van de regering ten opzichte van homoseksualliteit. De volgende verkiezingen staan gepland voor oktober 2020.

Bevolking

Samenstelling

Sukuma vrouwen en kinderen, Tanzania

Foto:paulshaffner Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De Tanzaniaanse bevolking bestaat voor 99% uit Afrikanen en telt ca. 120 stammen, voornamelijk Bantoetaligen, die in een ver verleden uit West- en Noord-Afrika kwamen. De oudste groep inwoners spreekt Khoisan (een zogenaamde ‘kliktaal’), een taal die ook door de Hottentotten uit Zuidelijk Afrika gesproken wordt. De Cushitisch sprekende stammen zijn vanuit Ethiopië en Somalië naar Tanzania getrokken.

De grootste stammen zijn die van de Sukuma, Nyamwezi, Haya, Nyakyusa en Chagga met elk meer dan 1 miljoen leden.

Naast de Afrikaanse bevolkingsgroepen wonen er in Tanzania Niloten (Luo, Maasai), Arabieren, Aziaten (voornamelijk Indiërs en Pakistani die wonen in Dar es Salaam en op Zanzibar) en Europeanen. De oorspronkelijke bevolking van Zanzibar bestaat uit Hadimu, Tumbatu en Pemba.

Er bestaan geen overheersende tegenstellingen tussen de verschillende stammen. Dit komt zeer waarschijnlijk omdat geen van de stammen veel meer dan 10% van de totale bevolking uitmaakt.

Korte beschrijving belangrijke of bijzondere stammen:

CHAGGA

De redelijk welvarende Chagga maakten als een van de eerste stammen kennis met lutherse en rooms-katholieke missionarissen, die zorgden voor betere landbouwmethodes. Ze leven voornamelijk op de zuidelijke hellingen van de Kilimanjaro, waar ze op de vruchtbare grond vooral koffie verbouwen.

DOROBO

De Dorobo is een Nilotisch sprekende jagerstam die in dezelfde gebieden leven als de Maasai. Het grootste deel van de stam woont echter in Kenia en daar heten ze Ndoboro.

HA

De nog zeer traditioneel levende Ha leven in het westen van Tanzania en aan de noordelijke oevers van Lake Tanganyika. Het zijn veehouders die wereldberoemd zijn om hun traditionele dansen.

HADZAPI

De Hadzapi, die al duizenden jaren in Tanzania wonen, leven in Noord-Tanzania en zijn landbouwers en veehouders. Nauw verwant aan de Hadzapi zijn de Sandawe en de Hi-stam. Ook de Sanstam of Hottentotten uit zuidelijk Afrika zijn nauw verwant aan Hadzapi, die het Khoisan spreken, een zogenaamde ‘kliktaal’. De voorouders van deze stam leefden in Ethiopië.

HAYA

De Haya zijn landbouwers die ook sterk profiteerden van de vroege kennismaking met de Europeanen en sociaal en cultureel. Zowel de koffie- als de bananenteelt is voor hen belangrijk en verder zijn ze cultureel en sociaal sterk ontwikkeld.

HEHE

De Hehe zijn een erg op zichzelf levende stam, met strikte eigen sociale en culturele gewoonten en gebruiken. Vroeger was het een oorlogszuchtig volk, op dit moment leven sommige clans van de landbouw, anderen van de veeteelt en weer anderen hebben een gemengd bedrijf.

HI

De Hi leven voornamelijk ten zuidwesten van Lake Eyasi in Noord-Tanzania. Het is een van de allerkleinste Tanzaniaanse stammen en ze zijn nauw verwant aan de Hadzapi en de Sandawe. Ze spreken Khoisan, een ‘kliktaal’. Het primitieve volk leeft van de jacht, eet knollen en wonen niet in tenten maar leven in de open lucht.

MAASAI (‘hij die taal van de Maa spreekt’)

Maasai zijn veehouders die in 17e eeuw vanuit Noord-Afrika, via de Nijlvallei, naar Tanzania trokken. In Tanzania leeft de grootste Masaai-stam, de Ilkisongo.

Ze vallen erg op door hun grote gestalte en hun kleurrijke kleding.

MAKONDE

De zeer teruggetrokken levende Makonde wonen in het zuidoosten van Tanzania en gedeeltelijk in Mozambique. Ze behoren tot de grootste stammen van Tanzania en zijn befaamd vanwege hun prachtige houtsnijwerk.

NYAMWEZI (Swahili: ‘volk van de maan’)

De Nyamwezi, zustervolk van de Sukuma, leven in het zeer droge gebied ten zuiden van Tabora aan de Ugalla-rivier. Dit vroegere handelsvolk is ontstaan uit een aantal bantoe-stammen en verbouwd nu vooral rijst, maïs en sorghum.

SHIRAZI

De voorouders van deze ‘stam’ komen uit het gebied Shiraz in Iran en hebben zich op den duur vermengd met bantoe-stammen. Van een echte stam is dan ook eigenlijk geen sprake meer.

SUKUMA (‘volk van het noorden’)

De Sukuma, zustervolk van de Nyamwezi, vormen de grootste stam van Tanzania en maken meer dan 10% van de bevolking uit. Ze wonen vooral ten zuiden van Lake Victoria in het noorden van Tanzania. Ze leven van de extensieve veeteelt maar vooral van de landbouw, en waren de eersten die op grote schaal katoen gingen verbouwen. Verder verbouwen ze nog sorghum, gierst en maïs.

SWAHILI

De Swahili zijn niet zozeer een apart volk, als wel een verzameling van volkeren in het kustgebied van Tanzania.

Belangrijkste concentraties afzonderlijke stammen

Haya meisje, Tanzania

Foto:Happiness Stephen CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Noord-Tanzania van west naar oost

Nguruimi, Kuria, Ikuzu, Sweta, Isenye, Ngorome, Nyamongo, Nyabasi, Nata, Ikoma, Songo, Meru, Arusha, Chagga, Pare, Mbugu, Shamba, Bondei

Rond Lake Victoria

Nyambo, Haya, Rundi, Subi, Zinza, Sukuma, Kerewe, Kara, Zanaki, Bakway, Basita

Indische Oceaankust van noord naar zuid

Digo, Zigua, Kwere, Zaramo, Rufiji, Mbwera, Matumbi, Machinga, Makombe

Midden-Tanzania van noord naar zuid

Sumbwa, Hadzapi, Mbugwe, Hi, Iraqw, Sukuma, Masai, Gorowa, Nyisanzu, Nyiramba, Iramba, Tatoga, Rangi, Burungi, Sandawe, Nyaturu, Gogo, Nyamwezi, Rungwa, Kaguru, Nguru, Luguru, Kutu, Sagara, Vidunda, Hehe, Kimbu, Pimbwe, Sangu, Bungu, Guruka, Nyia, Ngonde, Safwa, Mbunga, Ndamba, Bena, Ndingo

Zuidgrens van west naar oost

Namwanga, Fumbo, Kukwe, Ndari, Wanji, Kinga, Nyakyusa, Kinga, Kisi, Manda, Pangwa, Ngoni, Nyasa, Matengo, Ndendehule, Ndonde, Yao, Pogoro, Makua, Mwera

Westen nabij Lake Tanganyika van noord naar zuid

Ha, Manyema, Vinza, Jiji, Baholoholo, Tonwe, Bende, Konongo, Fipa, Rungu, Mambwe

Spreiding en demografische gegevens

Dar Es Salaam, Tamzania

Foto:BBM Explorer Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Tanzania telt in 2017 officieel bijna 54 miljoen inwoners en is relatief dun bevolkt met een gemiddelde bevolkingsdichtheid van ca. 57 inwoners per km2.

De bevolkingsspreiding is zeer ongelijk. Sommige kustgebieden en Zanzibar/Pemba zijn dichtbevolkt, oplopend tot mer dan 300 inwoners per km2.

Ook het gebied rond Lake Victoria kent een hoge bevolkingsdichtheid. In sommige droge gebieden woont echter maar één persoon per km2.

De jaarlijkse bevolkingsaanwas bedroeg tussen 1985 en 2010 rond de 3% (2017: 2,75%).

De grootste steden zijn: Dar es Salaam, belangrijkste haven, regeringszetel en voormalige hoofdstad (6 miljoen) Dodoma, Zanzibar Town, Morogoro, Mbeya, Tanga en Mwanza. Toch wonen de meeste mensen nog steeds op het platteland, een gevolg van het feit dat Tanzania van oudsher een stammensamenleving is. In 2017 woont 34% van de bevolking in steden.

Bevolkingssamenstelling in 2017:

Levensverwachting in 2017:

Taal

Het Swahili wordt vooral in Oost-Afrika gesproken door ca. 50 miljoen mensen in Tanzania, Kenia, Uganda, Congo en Rwanda. In Tanzania en Kenia is het de officiële landstaal. Voor de meeste mensen die het Swahili beheersen is het echter niet hun moedertaal. Dat is het voor slechts 5 miljoen van de genoemde 50 miljoen sprekers.

Verspreidingsgebied Swahili

Foto:Slashme Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Het Swahili, door de Tanzanianen Kiswahili genoemd (het voorzetsel ‘ki’ geeft aan dat het een taal betreft), wordt onder andere nog gebruikt in het lager onderwijs. Ook Engels wordt veel gebruikt, onder meer in het middelbare en hogere onderwijs, in het parlement en bij officiële gelegenheden.

Het Swahili is een mengtaal van oorspronkelijke bantoetalen, sterk beïnvloed door het Arabisch, Portugees en Hindi. Het Swahili was vroeger een lingua franca of gemeenschappelijke handelstaal. Het woord Swahili is afkomstig van het Arabische ‘sawa hili’, dat ‘van de kust’ betekent.

Het Swahili telt vijftien dialecten waarvan het Kiunguja het meest voorkomt. Andere dialecten zijn Kimvita, Kiamu, Kipemba, Kimtang’ata, Kimrima, Kiamu, Kipate, Kisiu, Kitikuu, Kivumba, Kingwana en Kingozi, een literair dialect dat gebruikt wordt in klassieke Swahili poëzie.

Bijzonder aan het Swahili is dat iedere letter wordt uitgesproken, ongeacht of deze deel uitmaakt van een groepje medeklinkers. Als een letter twee keer wordt geschreven, wordt deze ook twee keer uitgesproken. De klemtoon ligt in het Swahili bijna altijd op de twee na laatste lettergreep.

Verder hebben alle stammen nog hun eigen taal.

Enkele Swahili-woorden en -uitdrukkingen

Godsdienst

Ca. 25% van de bevolking hangt nog steeds inheemse natuurgodsdiensten aan, die echter vaak vermengd zijn met andere godsdiensten. Een aantal stammen is nog bijna niet beïnvloed door andere godsdiensten, waaronder met name de Maasai. Hun god heet Engai en de belangrijkste heilige plaats is op de nog steeds werkzame vulkaan Ol Doinyo Lengai, “de Berg van God”.

Moskee in Tanga, Tanzania

Foto:Gordon Greenall Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Het percentage islamieten bedraagt ca. 35, op het eiland Zanzibar is zelfs 95% van de bevolking moslim. De eerste moskee werd al in 1107 gebouwd en op dit moment telt Zanzibar ongeveer vijftig moskees. Op het vasteland wonen de meeste moslims in de kustgebieden.

Hindoes zijn vooral in Dar es Salaam te vinden onder de Aziatische bevolking.

Het aantal christenen, die vooral in het binnenland zijn te vinden, wordt geschat op 46%, waarvan 33% rooms-katholiek en 13% anglicaans, presbyteriaans, orthodox en luthers.

Samenleving

Staatsinrichting en bestuur

Wapen van Tanzania

Foto:FischX Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Verenigde Republiek Tanzania bestaat uit het vasteland en de eilanden van Zanzibar, bestaande uit het hoofdeiland Unguja, en verder Pemba en vele andere kleine eilandjes.

Staatshoofd van de federatie is de president, die voor maximaal twee termijnen van vijf jaar kan worden gekozen. Hij bezit veel macht, want benoemt de premier, is opperbevelhebber van de strijdkrachten, heeft het recht van veto met betrekking tot de wetgeving, benoemt een deel van de parlementsleden en heeft het recht het parlement te ontbinden.

De 296 leden van het parlement of Nationale Assemblee (Bunge) worden voor een deel voor vijf jaar gekozen door Tanzanianen van achttien jaar en ouder. Door de bevolking worden 231 leden gekozen, 49 plaatsen worden gereserveerd voor door de president genomineerde vrouwen. Vijf plaatsen zijn gereserveerd voor het Huis van Afgevaardigden van Zanzibar, er is één ‘attorney general’ en maximaal 10 andere leden worden door de president genomineerd. Hoewel Dar es Salaam (Swahili: ‘Huis van vrede’) het onbetwiste economische, maatschappelijke en bestuurlijke centrum van Tanzania is, is Dodoma formeel de hoofdstad van het land.

Zanzibar en Pemba hebben sinds 1979 ook nog een eigen dagelijks bestuur en een gekozen parlement, die verantwoordelijk zijn voor de interne zaken van het eiland. Het Huis van Afgevaardigden bestaat uit 50 rechtstreeks gekozen leden, waaraan negen vrouwen zijn toegevoegd.

Sinds 1985 hebben de twee eilanden ook een eigen regionale Grondwet. De president van Zanzibar was tot 1996 ook vice-president van Tanzania en wordt ook gekozen voor een periode van vijf jaar. In werkelijkheid wordt Zanzibar al sinds 1964 bij decreet geregeerd. Voor de huidige politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Tanzania administratieve indeling

Foto:TUBS Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Tanzania is bestuurlijk ingedeeld in 26 regio's (21 vasteland; 5 Zanzibar), die onderverdeeld zijn in 130 districten en geleid worden door een regionale commissaris.

Zanzibar en Pemba zijn respectievelijk in drie en twee regio's ingedeeld. Aan het hoofd van een district staat een door de centrale regering benoemde districtscommissaris.

regiohoofdstadoppervlakteaantal inwoners
ArushaArusha36.486 km21.290.000
Dar es SalaamDar es Salaam1.393 km22.500.000
DodomaDodoma41.311 km21.700.000
IringaIringa56.864 km21.500.000
KageraBukoba28.388 km22.050.000
KigomaKigoma37.037 km21.700.000
KilimanjaroMoshi13.309 km21.400.000
LindiLindi66.046 km2790.000
ManyaraBabati45.820 km21.050.000
MaraMusoma19.566 km21.375.000
MbeyaMbeya60.350 km22.075.000
MorogoroMorogoro70.799 km21.800.000
MtwaraMtwara16.707 km21.150.000
MwanzaMwanza19.592 km23.000.000
Pemba 906 km2365.000
PwaniDar es Salaam32.407 km2890.000
RukwaSumbawanga68.635 km21.150.000
RuvumaSongea63.498 km21.120.000
ShinvangaShinvanga50.781 km22.800.000
SingidaSindiga49.341 km21.100.000
TaboraTabora76.151 km21.750.000
TangaTanga26.808 km21.650.000
ZanzibarZanzibar1.554 km2625.000

Onderwijs

Schoolkinderen Tanzania

Foto:Sanderflight in het publieke domein

Sinds 1970 bestaat er leerplicht en Tanzania was dan ook een van de landen in Afrika met het laagste percentage analfabeten. Sinds 1986 is het analfabetismecijfer weer groeiende, van 9,6% in 1986 tot 27,2% in 1997. Op dit moment doorloopt minder dan 50% van de kinderen de basisschool, waarvan vervolgens één op de tien leerlingen de middelbare school afrondt. Met name het veel meisjes van het platteland verlaat vroegtijdig de school. De gezinnen hebben daar weinig geld en geven de voorkeur aan onderwijs voor hun zonen.

De Tanzaniaanse regering realiseert zich dat goed onderwijs een van de pilaren is voor de ontwikkeling van het land. Onderwijs is dan ook een van speerpunten en een van de (te optimistische?) doelen is basisonderwijs voor iedereen in 2015. Onder impuls van het Basic Education Master Plan (BEMP) werd in 1997 een begin gemaakt met de hervorming van het basisonderwijs.

De structuur van het ‘Formal Education and Training System’ bestaat uit twee jaar voorschools onderwijs, zeven jaar basisonderwijs, vier jaar ‘junior secundary’ en twee jaar ‘senior secondary’. Daarna kan men nog drie of meer jaren hoger onderwijs volgen.

Veel katholieke en protestantse organisaties hebben scholen gesticht en daarnaast zijn er nog door ouders opgerichte privé-scholen. Tanzania heeft twee universiteiten: de in 1961 opgerichte Universiteit van Dar es Salaam en de in 1984 opgerichte Landbouwuniversiteit van Sokoine.

Economie

Algemeen

Dar Es Salaam economisch centrum van Tanzania

Foto:Davis Stanley Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Tot eind jaren zeventig van de vorige eeuw gold Tanzania als een model-ontwikkelingsland, onder andere door de grote bedragen aan ontwikkelingshulp uit het buitenland. Aan het begin van de jaren tachtig sloeg het economisch verval echter toe door prijsdalingen op de wereldmarkt van belangrijke exportproducten als koffie en katoen en een onderontwikkelde transport- en communicatiesector als voornaamste oorzaak. In 1986 werd een hervormingsakkoord met het IMF en de Wereldbank getekend, waarbij de landbouwsector als basis en motor van de ontwikkeling in andere sectoren moest dienen. De liberalisering van de economie werd in gang gezet en buitenlandse investeringen werden aangemoedigd. De ontwikkelingen verlopen echter nog steeds erg traag.

Eind jaren negentig nam de economie een negatieve wending door een sterke daling van de export. Tanzania kreeg in 1999 wel de status van Heavily Indebted Poor Country verstrekt door het IMF. Hierdoor volgde een kwijtschelding van de buitenlandse schuld.

Doordat de economie voor een kwart afhankelijk is van de agrarische sector, is de economie zeer kwetsbaar. 80% van de beroepsbevolking is werkzaam in de land-, tuin- en bosbouw en de veeteelt en visserij. Zware regenval of extreme droogte zorgen voor een sterk verminderde productie die de economische groei weer afzwakt.

In de East African Development Strategy zijn Tanzania, Kenia en Uganda overeengekomen dat een douane-unie en een gemeenschappelijke markt zal worden gerealiseerd.

Ondanks alles is Tanzania momenteel één van de armste landen ter wereld, waar een vijfde van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Het grootste deel van de arme bevolking woont op het platteland, maar ook het aantal armen in de steden groeit snel.

Naar schatting heeft maar ca. de helft van de bevolking schoon drinkwater en ziekten als malaria, tuberculose, diarree en infecties komen veelvuldig voor. Het hoge sterftecijfer wordt bovendien nog negatief beïnvloed door aids; naar schatting is bijna 10% van de bevolking seropositief, vooral de leeftijdsgroep tussen 15 en 49 jaar. de laatste jaren trekt de economische groei aan met gemiddeld 6-7% per jaar (2017). Het BNP per hoofd van de bevolking bedraagt $ 3.200 (2017).

Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij

Rijstoogst Tanzania

Foto:Michaelgoima CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De agrarische sector draagt voor ca. 23,4% bij aan het bnp (2017) en biedt aan 66,9%van de beroepsbevolking werkgelegenheid. Naast zelfvoorziening draagt deze sector voor een groot deel bij aan de exportinkomsten. De meeste boeren hebben een stukje land van maximaal 2 ha. Belangrijke landbouwgebieden zijn de kustvlakte, de gebieden met vulkanische bodem in het noorden rond Tanga, Moshi en Arusha. Verder nog het gebied rond het Victoriameer en het zuidwesten.

De belangrijkste agrarische exportproducten zijn koffie, katoen, thee en cashewnoten. De eens bloeiende sisalproductie in de provincie Morogoro stortte in de jaren tachtig ineen. De bloementeelt is een relatief nieuwe commerciële markt, zowel voor de productie van zaad als voor de export van snijbloemen naar Europa. Onder andere op de hellingen van de Ngorongoro-hooglanden wordt tarwe verbouwd, terwijl in de drogere gebieden veel maïs wordt geproduceerd. In de kustgebieden wordt op de commerciële kokosplantages kopra geoogst, waaruit kokosolie, kokoskoek voor vee en andere bijproducten worden gewonnen.

De omgeving van Moshi en dan met name het lagergelegen gebied rond de Kilimanjaro, is wereldberoemd door de Arabica koffie, de beste koffie die in Tanzania verbouwd wordt. De meeste plantages zijn eigendom van leden van de Chagga-stam.

Op Zanzibar en met name Pemba worden kruidnagelen verbouwd, ca 80% van de wereldproductie. Op Pemba worden ook nog op vrij grote schaal vanille, gember, nootmuskaat en citroengras verbouwd.

De veehouderij komt voornamelijk in het noorden en het centrale hoogland voor en wordt door nomaden, voornamelijk voor eigen gebruik, bedreven.

Ca. 45% van het land is met bos bedekt, dat slechts voor een klein deel op commercieel verantwoorde wijze geëxploiteerd kan worden. Van belang voor de export zijn ebbe-, mahonie- en sandelhout; bijproducten zijn bijenwas, hars en gummi. Omdat steeds meer land wordt vrijgemaakt voor landbouw en de productie van brandhout en houtskool, vormt de ontbossing een steeds groter probleem.

Tanzania heeft voldoende visrijke wateren, maar een tekort aan moderne schepen en verwerkingscapaciteit. Van de visserij is de binnenvisserij op het Victoriameer en het Tanganyikameer van belang. In Kibirizi en Kigoma langs het Victoriameer is de sardinevisserij de belangrijkste bedrijfstak. Hoewel tilapia het meest wordt gegeten, is nijlbaars, die pas in 1956 in het Victoriameer werd uitgezet, goed voor 75% van de totale vangst.

De zeevisserij is nog weinig ontwikkeld. Langs de kust is een levendige binnenlandse handel in diepzeevis ontstaan, waaronder marlijn en tonijn, maar ook octopus, krab en snapper.

Mijnbouw

Natuurlijke hulpbronnen Tanzania

Foto:Shakki Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De winning van delfstoffen is in handen van de State Mining Corporation, maar draagt nog niet veel bij aan het bnp, hoewel het een van de snelst groeiende sectoren in de Tanzaniaanse economie is. De bodem van Tanzania bevat vele delfstoffen, waaronder steenkool, ijzererts, diamant, goud, tanzaniet, zout, gipsnikkel en kobalt. Bedrijven uit westerse landen hebben recent grote investeringen in de mijnbouwsector gedaan. Zo is de grote goudmijn van Bulyanhulu in Canadese handen en verdwijnt een groot deel van de winst naar het buitenland. De plaatselijke gemeenschappen profiteren dus maar bar weinig en dat leidde al regelmatig tot relletjes en zelfs bloedige confrontaties.

Het grote aantal mijnen in Tanzania produceert voornamelijk goud. Tanzania beschikt over de op twee na grootste goudmijn van Afrika, met een opbrengst van ruim 10.000 kilo per jaar.

Tanzaniet is een lichtbruine halfedelsteen, die pas in 1967 ontdekt werd. Na verwarming verandert de steen in een prachtige paars-blauwe kleur. In Mererani staat de enige mijn ter wereld die tanzaniet produceert. De Verenigde Staten is met 80% de grootste afnemer.

Industrie

Sisal produkten Tanzania

Foto:Achim Rachka Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De industriële sector was in 2017 goed voor 28.6% van het bnp. De industrie houdt zich voornamelijk bezig met de verwerking van de agrarische producten en is geconcentreerd in Dar es Salaam, Moshi, Tanga, Arusha, Mwanza, Morogoro en Dodoma. Daarnaast zijn er een aardolie- en petrochemische raffinaderij, cement-, kunstmest-, tabaks-, papier- en textielfabrieken.

Groeisectoren zijn voedselproductie, dranken, textiel, verven en sisaltouwen.

Energievoorziening

Logo Tanesco

Foto:Publiek domein

De energieopwekking en -distributie worden verzorgd door de Tanganyika Electricity Supply Company (Tanesco). Elektriciteit wordt voornamelijk (ca. 75%) door waterkrachtcentrales geleverd. Andere belangrijke bronnen van energie zijn geïmporteerde aardolie en kolen. Van wind- en zonne-energie wordt nog maar weinig gebruik gemaakt.

In de regio Tanga wordt in 2004 een sisalbiogasfabriek in gebruik genomen. Tanzania wordt hiermee het eerste Oost-Afrikaanse land dat elektriciteit gaat opwekken uit sisalafval.

Handel

Tanzania Export

Foto:R. Haussmann, Cesar Hidalgo, et.al CC 3.0 Unported no changes made

De overheid heeft grote bemoeienis met de buitenlandse handel. Zo is er pas sinds 1996 sprake van een totale opheffing van de tot dan toe geldende import- en exportbeperkingen. Hoewel het handelstekort geleidelijk aan steeds kleiner wordt, bedroeg het in 2017 nog altijd bijna 3 miljard dollar.

Uitgevoerd worden: koffie, katoen, kruidnagels, thee, tabak, cashewnoten, goud, diamant, sisal en producten uit de verwerkende industrie. Belangrijkste afnemers zijn India (met name cashewnoten) Kenia, China, Zuid-Afrika en de EU-landen, De totale waarde van de export bedoeg $ 5 miljard.

Geïmporteerd worden machinerieën, voertuigen, halfproducten (aardolie) en levensmiddelen. Belangrijkste leveranciers zijn China, India, de VAE en Zuid-Afrika. De totale waarde van de import bedoeg $ 7,9 miljard.

Verkeer

Tanzania spoorwegen

Foto:Erasmus Kamugisha CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes

Het Tanzaniaanse wegennet is wijdvertakt, maar slechts een klein deel van het totale wegennet, in totaal ca. 100.000 km, is geasfalteerd. Met het Integrated Roads Programme investeert de Tanzaniaanse regering flink in het wegennet. Op dit moment zijn de belangrijkste steden via de weg goed te bereiken, hoewel de staat van onderhoud niet altijd even goed is.

De Tanzam Highway loopt van Dar es Salaam via Morogoro en Iringa naar de Zambiaanse hoofdstad Lusaka. De Tanzam Highway loopt dwars door het Mikumi National Park.

De Tanzania Railways Corporation is de staatsspoorwegmaatschappij en de baas over de 3000 km spoorwegen. De belangrijkste spoorlijnen zijn de lijn van Dar es Salaam naar Kigoma, de lijn van Tanga naar Arusha en de lijn tussen Dar es Salaam en de Zambiaanse stad Kapiri Mposhi, die het land een spoorverbinding met het gehele zuiden van Afrika geeft. De spoorlijn wordt geëxploiteerd door de Tanzania-Zambia Railway Authority.

Sinds 1970 loopt de Tazara-spoorlijn door Tanzania en Zambia, 1860 km lang, die begint in Dar es Salaam en eindigt in Kapiri Mposhi in Zambia. Door het ineenstorten van de Zambiaanse koperindustrie staat de toekomst van deze spoorlijn op het spel.

De haven van Dar es Salaam heeft grote betekenis voor de economie van Tanzania, maar ook voor de buurlanden Zambia, Uganda, Rwanda en Burundi. Andere grote havens zijn die van Tanga en Mtwara. Kleinere havens aan de Indische Oceaan zijn Kwale, Kilwa, Lindi, Mafia, Bagamoyo en Pangani.

De nationale luchtvaartmaatschappij is het sinds 2002 geprivatiseerde Air Tanzania. Door de liberalisering van de markt zijn er enkele nieuwe luchtvaartmaatschappijen opgericht die op de binnenlandse vluchten concurreren met Air Tanzania.

Dar es Salaam, Zanzibar, Mwanza en Arusha (vanwege de toeristische trekpleister Kilimanjaro) hebben internationale luchthavens. Verder zijn er nog een groot aantal kleinere vliegvelden en landingsstrips bij veel nationale parken.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Zanzibar

Foto:Avishai Winiwarter CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het toerisme is een potentiële groeisector. Gemiddeld stijgt de toeristische markt de laatste jaren met 7 procent. De inkomsten zijn in de afgelopen tien jaar vertienvoudigd en het aantal toeristen verviervoudigd.

De meeste toeristen komen uit Italië, Spanje, Duitsland, Zwitserland en Israël. Zanzibar trekt jaarlijks meer dan 100.000 toeristen per jaar en het toerisme is na de productie van kruidnagelen de grootste inkomstenbron.

Tanzania heeft een aantal wereldberoemde natuurlijke attracties.

Belangrijk zijn de Kilimanjaro, de hoogste berg van Afrika. De Kilomanjaro is een bergmassief dat bestaat uit drie vulkanen. Jaarlijks beklimmen vele toeristen deze berg. Het is op zich geen heel moeilijke klim maar hoogteziekte kan een probleem vormen vanwege de ijle lucht op deze hoogte.

Serengeti nationaal Park Tanzania

Foto:Michelle Maria Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Het Serengeti National Park is de grote toeristische attractie en de top safaribestemming van Tanzania, Het is vooral bekend vanwege de grote trek waarbij miljoenen dieren het park doorkruisen op zoek naar water en voedsel elders. Het park wordt uitgebreider beschreven in het hoofdstuk planten en dieren.

In het Ngorongoro gebied vind je de grootste ingestorte vulkaankrater ter wereld. Een dergelijke krater wordt ook wel Caldera genoemd. Ngorongoro ligt op een hoogte van 2200 meter in de buurt van Arusha. Dit is het leefgebied van de kleurrijke Massaai stam. Door de afgelegen ligging zie je hier onderaan de krater veel wilde dieren. Vooral de leeuwenpopulatie is een trekpleister.

Minder beroemd maar zeker een bezoek waard zijn parken in de westelijke en zuidelijke delen van het land, zoals het Selous Game Reserve.

Kairikoo markt Tanzania

Foto:Prof.Chen Hualin CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Bijzonder is ook de Kairakoo-markt in Dar es Salaam, de grootste overdekte markt van Afrika.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

TANZANIA LINKS

Advertenties
• Tanzania verre reizen van ANWB
• Tanzania Vliegtickets.nl
• Tanzania Tui Reizen
• Djoser Rondreizen Tanzania
• Tanzania Travelworld
• Rondreizen Tanzania
• Vakantie Tanzania
• Tanzania Vliegtickets Tix.nl
• Tanzania Tui Reizen
• Rondreis Tanzania
• Hotels Tanzania

Nuttige links

Dieren in Tanzania (N)
Reisinformatie Tanzania (N)
Reisverslag Tanzania (N+E)
Rondreis Tanzania (N)
Tanzania Foto's
Tanzania informatie - Reizendoejezo (N)
Tanzania Reisstart (N+E)
Vakantiebestemming.info Tanzania (N)

Bronnen

Heale, J. / Tanzania

Marshall Cavendish

Tanzania

Cambium

Vlugt, B. / Kenia, Tanzania, Zanzibar

Gottmer/Becht

Waard, P. de / Reishandboek Tanzania

Elmar

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt mei 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems