Populaire bestemmingen TANZANIA

TANZANIA   

Planten

Ecologisch kan Tanzania ingedeeld worden in een aantal zones:

Het acacia-savannebos heeft met ca. 2500 plantensoorten een zeer gevarieerde flora. De bossen liggen op het centraal plateau en de noordelijke graslandgebieden. De Serengeti-steppen zijn vooral begroeid met rode oot en diverse cypergrassen. Het uitgestrekte savanne-bos wordt door acaciabomen gedomineerd; Tanzania telt 40 inheemse soorten. Een bijzondere acaciasoort is de geelkleurige Acacia xanthopholoea of koortsboom, die veel voorkomt langs wateroppervlakten.

Het zuiden van Tanzania bestaat voor een groot gedeelte uit beboste savanne of Miombot, met ca. 15 soorten Brachystegia en lange grassoorten. De zeer opmerkelijke solitaire grillig gevormde baobab-bomen komen in heel Tanzania voor, met name onder de 1300-metergrens.

Het laaglandregenwoud is te vinden op de lagergelegen hellingen van het in het oosten gelegen Usambaragebergte. Dit gebergte beschikt over een onafgebroken bosgebied met de grootste hoogteverschillen van Oost-Afrika. Dit is een van rijkste biologische leefgebieden van Afrika met 276 geregistreerde bomen waarvan er 50 inheems zijn. In totaal is Tanzania slechts voor 1,5% bedekt met dichte wouden.

De rivierbossen en de altijdgroene bossen staan langs de grote rivieren en langs de hellingen bij het Manyarameer. De bossen bestaan uit hoge bomen als Trichilea emetica, Bridelia micrantha en Ficus sycamorus. Andere bekende verschijningen zijn de borassus en de dadelpalm.

Bergbossen groeien tussen een hoogte van 1200 meter en de boomgrens van 3000 meter. Door de gevarieerde regenval komen er op sommige plaatsen meer soorten voor dan op andere plaatsen. Op de hellingen van de Kilimanjaro komt vooral de Macaranga kilimandscharica voor. Op de regenarmere noordelijke en westelijke hellingen overheersen jeneverbes, olijfbomen, Nuxia congesta, klimop, kamferboom en de 30 meter hoge conifeer Podocarpus milanjianus.
Onder de bomen is een dichte begroeiing te vinden van struiken en wilde bloemen, waaronder vlijtig liesje, begonia, grote boomvarens, balsemien en Kaapse viooltjes.
Iets hoger op de hellingen staat onder andere de drie meter hoge veerachtige heideboom Erica excelsa en het kruiskruid Senecio johnstonii. Ook de begroeiing tussen 2800 en 4000 meter hoogte is zeer divers te noemen met Erica arborea, Erica exelsa, Hypericum revolutum, Helichrysum, gele protea, een vuurpijlsoort en verschillende soorten lobelia. De Lobelia deckenii en de Senecio kilimanjari groeien alleen op de Kilimanjaro. De nationale boom van Tanzania is de Afrikaanse grenadille.

Ook op een hoogte van 4000-5000 meter komen nog verschillende plantensoorten voor. In deze hooglandse woestenij groeien nog ongeveer 55 soorten, waaronder gekleurde lichenen en planten als de Haplocarpa rueppelii en de Haplosciadium abyssinicum.

Aan de kust van de Indische Oceaan komen mangrovebossen voor, meestal in de vorm van struiken en lagere bomen. Direct achter het mangrovegebied bevinden zich iets hoge kustbossen.

De 25 miljoen jaar oude Eastern Arcs, 13 beboste massieven, zijn van grote ecologische betekenis. Deze bossen behoren tot de gebieden met de grootste biodiversiteit ter wereld en zijn de oudste en meest stabiele van Afrika. Dankzij de voortdurende vochtige lucht die vanuit de Indische Oceaan binnendrijft, bestaan deze bossen al 30 miljoen jaar. De bossen herbergen 16 plantengeslachten, 75 gewervelde diersoorten en ca. 1000 inheemse ongewervelde diersoorten. In de afgelopen eeuw hebben echter vijf van de Eastern Arc-bossen meer dan driekwart van hun bebossing verloren door menselijk ingrijpen.

Tropisch regenwoud is beperkt tot delen van hoge bergen. Op Zanzibar is de natuurlijke plantengroei vrijwel geheel verdrongen door aangeplante, dichte kokospalmbossen.

Bijzondere bomen

In steden en dorpen is de flamboyant met zijn rood-oranje bloemen een opvallende en veel voorkomende verschijning.
Verwant aan de flamboyant is de jacaranda, die een dichte baderkruin heeft en in veel verschillende vormen voorkomt.
In de omgeving van veel huizen worden mangobomen geplant, met de bekende zeer eetbare vruchten.
Zeer opvallend zijn de bloeiende flame tree en de coral tree met zijn stekelige stam en leerachtige bladeren.
De candelabra lijkt op een cactus en de 18 meter hoge worstboom heeft typische vruchten die wel een meter lang en kilo’s zwaar kunnen worden.
De meest opvallende boom van Tanzania is de Adansonia digitata of baobab, bekend door grillige vormen en de vreemde takken. De vruchten zijn een lekkernij voor apen, en de boom wordt dan ook wel apenbroodboom genoemd. De baobab kan enkele tientallen meters hoog en zeer oud worden.
De meeste herkenbare acacia is de Acacia tortilis of parapluboom, die wel twintig meter hoog kan worden en centimeters lange doornen heeft.
De sycamore fig is een wilde vijg die een hoogte kan bereiken van 20 meter. De ronde vruchten worden door veel dieren gegeten, terwijl de bladeren een lekkernij zijn voor olifanten.

Dieren: algemeen

De dierenwereld van Tanzania is in de eerste plaats die van de savanne, en wordt gekenmerkt door talrijke antilopen (waarvan de blauwe of gestreepte gnoe verreweg de algemeenste is), buffels, wrattenzwijnen, giraffen, nijlpaarden, zebra's, zeldzame puntlipneushoorns, olifanten, leeuwen, panters, gevlekte hyena's, hyenahonden, enzovoort. Dat er zoveel verschillende diersoorten te vinden zijn in Tanzania is een gevolg van de vegetatie van het land en de hoogteverschillen.
De fauna van de bossen omvat o.a. verscheidene apensoorten en in het westen de chimpansee; de dierenwereld van de kustbossen verschilt enigszins van die van de wouden van het binnenland. Op de hoge bergtoppen heeft de fauna een alpien karakter.
De vogelwereld is zeer gevarieerd met meer dan 1000 soorten.
Reptielen en amfibieën omvatten honderden soorten.
De visfauna van de rivieren is vrij arm, maar de meren (Victoria- en Tanganyikameer) bevatten grote aantallen soorten, vooral onder de muilbroeders en verwanten.
De overige diergroepen zijn zeer rijk aan soorten maar nog weinig bekend. Voor de kust liggen koraalriffen met een typisch tropisch Indopacifische fauna.
Het eiland Zanzibar sluit wat de dierenwereld betreft aan bij het vasteland, zij het dat er enkele endemische elementen voorkomen, zoals o.a. een duiker (antiloop) en een franjeaap.
Tanzania omvat een groot aantal nationale parken en reservaten, waarvan sommige tot de belangrijkste en beroemdste ter wereld gerekend worden (Serengeti National Park, Ngorongorokrater). De natuurbescherming is na de onafhankelijkheid consequent voortgezet, ondanks stroperij en de slechte economische toestand.

Zoogdieren

In Tanzania komen veel grote zoogdieren voor, meer dan 80 soorten. Ook de beroemde ‘big five’ komen allemaal voor in Tanzania, namelijk olifant, leeuw, luipaard, nijlpaard en buffel.

Korte beschrijvingen:

De Afrikaanse olifant is het grootste landzoogdier ter wereld, kan 3,5 meter hoog worden en mannetjes kunnen meer dan 6000 kg wegen. De slurf kan een lengte van 1,7 meter bereiken, de slagtanden kunnen bijna twee meter worden. Een groep olifanten bestaat uit vrouwtjes met jongen en staat onder leiding van het oudste vrouwtje. Olifantenstieren leven solitair. Een olifantenjong weegt bij de geboorte al ca. 130 kilogram en is een meter hoog. Olifanten worden gemiddeld 60 tot 70 jaar oud. In Tanzania leven twee soorten olifanten, de savanneolifant en de bosolifant. Volwassen dieren eten bladeren, takken, schors en vruchten.

Het nijlpaard leeft in kudden in de meeste grote rivieren en meren van Tanzania en weegt tot 2500 kg, varieert in lengte van 3 tot 4 meter en wordt ongeveer 1,5 meter hoog. Het grootste deel van hun leven brengen ze in het water door, maar ook op het land kunnen ze goed uit de voeten. Volwassen dieren hebben geen natuurlijke vijanden.

De zwarte of puntlipneushoorn wordt nog steeds met uitsterven bedreigd; witte neushoorns zijn uitgestorven in Tanzania.
Een volwassen zwarte neushoorn kan 2500 kg zwaar worden, wordt gemiddeld 1,75 meter hoog en ruim drie meter lang. Neushoorns hebben geen natuurlijke vijanden, alleen jonge dieren vallen wel eens ten prooi aan leeuwen of een groep hyena’s. Het slechte gezichtsvermogen van de neushoorn wordt gecompenseerd door een uitstekend gehoor.

De leeuw is de grootste katachtige van Afrika. Troepen bestaan uit zes tot twaalf leeuwinnen en hun welpen en één of meer mannetjes. Ze kunnen tot twee meter lang worden en tot 200 kg wegen. Over het algemeen jagen de vrouwtjes, en ze voeden zich met antilopes en ander kleinwild, maar ook giraffes worden aangevallen. De leeuwen in het Lake Manyara National Park hebben een opvallende eigenschap: ze klimmen in bomen!
De luipaard leeft solitair en jaagt meestal ’s nachts. De luipaard is zo sterk dat hij een volwassen impala een boom in kan dragen. Ze houden zich zowel op vlakten als in bossen op.
De cheeta of jachtluipaard is een van de snelste zoogdieren ter wereld. Over korte afstanden kan hij meer dan 100 km per uur halen. Jonge jachtluipaarden vallen vaak ten prooi aan leeuwen, luipaarden en gevlekte hyena’s.
Caracals leven in Tanzania’s drogere gebieden en lijken qua uiterlijk veel op lynxen.
De serval is wat kleiner dan de cheetah en leeft in lang gras en in rietkragen.
De Afrikaanse wilde kat is een van de voorouders van de huiskat. Hij komt in geheel Afrika voor, tot in de buitenwijken van steden.

De gevlekte hyena is een aaseter maar jaagt ook in groepen op antilopen, zebra’s en zelfs de gevaarlijke buffels. De gestreepte hyena is wat kleiner dan de gevlekte en wordt soms in Noord-Tanzania gezien.

De zwartrugjakhals en de gestreepte jakhals jagen op kleine zoogdieren, maar zijn ook aaseters. De zwartrug leeft op de open savanne, de gestreepte jakhals heeft een voorkeur voor een bosrijke omgeving.

De Afrikaanse wilde hond heeft een in het dierenrijk unieke tekening. Het zijn zeer goede jagers die in groepjes van 10-15 exemplaren samenwerken. Dit dier wordt met uitsterven bedreigd.

In Tanzania komt de Maasai- of Kenia-giraffe voor, die opvalt door zijn onregelmatige vlekkenpatroon. Een mannetje kan 5,5 meter groot worden en zelfs een pasgeboren giraffe is al 1,75 groot. Giraffes leven van bladeren, vruchten, bloemen en boomschors, maar hebben een grote voorkeur voor de doornige acacia. Ze leven in groepen van 10 tot 25 dieren.

In Tanzania komt alleen de gewone of burchellzebra voor. Een zebrakudde bestaat uit één hengst en een aantal merries met veulens. Gedurende de trek groeien de kleine kudden uit tot grote kudden van duizenden exemplaren. De zebra wordt ca. 1,5 meter hoog en voedt zich voornamelijk met gras.

De Afrikaanse buffel is zeer zwaargebouwd en heeft een schofthoogte tot 150 cm. De hoorns kunnen tot 1,5 meter lang worden. Ze leven in kuddes van enkele tientallen tot enkele duizenden exemplaren.

De (witbaard)gnoe of wildebeest komt het meest voor in Afrika. Gnoes leven normaal gesproken in groepen van ca. 30 dieren, maar tijdens de jaarlijkse migratie tussen Serengeti Masai-Mara verzamelen zich tienduizenden gnoes.
De elandantilope is de grootste antilope van Afrika, leeft op de uitgestrekte grasvlakten en trekken rond in kuddes van ca. 20 dieren. De schroefvormige hoorns van het mannetje kunnen 1.25 meter lang worden.
Andere antiloopsoorten zijn onder meer het hartebeest (twee soorten: Coke’s hartebeest en topi), de sabelantilope, paardantilope, oryx of spiesbok, gewone waterbok, grote koedoe, kleine koedoe, bosbok, rietbok, grijze duiker, dikdik en oribi.

De Grantgazelle heeft sierlijke lange hoorns en leeft in kuddes van ongeveer 30 dieren.
De Thomsongazelle is de meest voorkomende gazelle in Tanzania; in geheel Oost-Afrika zijn er ca. 1 miljoen in aantal.
Andere gazellesoorten zijn de impala en de girafgazelle of gerenoek.

Het wrattenzwijn is het enige Afrikaanse wilde zwijn. De wratachtige uitwassen op zijn kop (vier bij de vrouwtjes en zes bij de mannetjes) zijn zeer kenmerkend.
Het penseelzwijn is vooral ’s nachts actief en komt nog maar sporadisch voor in Tanzania.

De grootoorvos is zilvergrijs van kleur en ze eten voornamelijk termieten. Ze leven vooral op grasvlakten en licht bebost terrein.

De witstaartmangoest is zeer groot en komt in heel Tanzania voor. Het dier leeft solitair en jaagt op ongewervelde dieren, kleine zoogdieren, maar eet ook vruchten.
Andere mangoesten zijn de dwergmangoest en de zebramangoest.

De tijgergenetkat is een nachtdier, leeft solitair en jaagt op grote ongewervelde dieren en kleine zoogdieren.
Andere kleine roofdieren zijn de gewone genetkat, de Afrikaanse civetkat en de ratel of honingdas.

De chimpansee is een mensaap, ongeveer 120 cm groot en leeft in beboste gebieden in groepen tot wel 100 dieren.
De baviaan is de grootste aap van Afrika en leeft zowel in bomen als op de grond. Ze leven in groepen van wel 100 dieren, en eten plantensoorten, insecten, eieren en zelfs kleine zoogdieren.
Andere apen zijn de groene meerkat, de blauwe meerkat, colobusaap of franjeaap (zwartwitte franjeaap, rode franjeaap, Uhehe-rode franjeaap) en de zeer zeldzame en pas in 1979 ontdekte Sanje-kuifmangabey. Kirk’s rode franjeaap leeft alleen nog op Zanzibar.

De springhaas is een knaagdier, maar uitdrukkelijk geen lid van de hazenfamilie. Hij is ongeveer 80 cm lang, leeft in tunnels en voedt zich met wortels, gras en andere planten.

De grote galago is een kleine primaatsoort en verre familie van de maki’s van Madagaskar. Galago’s eten alles , maar het liefst vruchten, met name vijgen. In Tanzania komt ook nog de Senegal-galago voor.

Klipdassen zijn, hoe ongelooflijk het ook lijkt, familie van de olifant. Ze eten bladeren, bloemen en vruchten. De boomdas is verwant aan de klipdas, maar leeft ‘s nachts.

Het stekelvarken kan inclusief stekels wel drie meter lang worden. In Tanzania komen twee soorten voor die, behalve in dichte bebossing, overal in Tanzania voorkomen.

Het aardvarken lijkt enigszins op een varken, is solitair en alleen ’s nachts actief. Met zijn lange kleverige tong vangt hij termieten, mieren en larven.

Vogels

Tanzania telt meer dan 1000 vogelsoorten, waaronder een aantal zeer zeldzame soorten, zoals de Udzungwa-patrijs (pas in 1991 ontdekt), de Abbotts duiker en de groene Pemba-duif. De grote variëteit in vogelsoorten wordt vooral veroorzaakt door de vele klimaten die Tanzania kent en de verschillende vegetatievormen.

De in groepen levende struisvogel is de grootste en zwaarste vogel ter wereld. Het is een loopvogel die snelheden tot 50 km per uur kan bereiken.

De secretarisvogel is een roofvogel die jaagt op knaagdieren, insecten en reptielen. Hij jaagt op de grond, maar kan ook vliegen en slaapt ’s nachts in een doornboom.

De koritrap is de zwaarste vliegende vogel van Afrika, Een mannetjesexemplaar kan 1.20 meter groot worden en 18 kg zwaar. Ze jagen op insecten, reptielen en kleine knaagdieren.

De aasetende maraboe is een grote ooievaarsoort die in kolonies leeft. Ze eten verder ook nog sprinkhanen en kikkers. Andere ooievaarsoorten zijn de zadelbekooievaar, de witte ooievaar, de Afrikaanse gaper, de Abdimooievaar en de Afrikaanse nimmerzat.

De meest voorkomende gieren in Tanzania zijn de witruggier en Rüppels-gier. Andere gieren zijn de Egyptische gier, de lammergier, de kapgier en de oorgier.

De heilige ibis, een waadvogel, valt vooral op door zijn kale zwarte kop en nek. Hij komt voor aan rivieroevers, stranden en in moerassen. In de modder zoeken ze naar slakken en schaaldieren. De hadada-ibis leeft in paren of kleine groepen.

De Afrikaanse slangenhalsvogel lijkt op een aalscholver en leeft onder andere in binnenwateren en bij voorkeur rond traag stromende rivieren. Hij vangt zijn voedsel onder water, waarbij hij de vissen met zijn dolkachtige snavel doorboort.

De witborstaalscholver is de grootste aalscholversoort van Afrika en komt ook het meest voor. De kleinere Afrikaanse dwergaalscholver komt ook in Tanzania voor.
Andere veel voorkomende watervogels zijn de kleine en grote flamingo, de witte pelikaan, de roze pelikaan, de hamerkop, de reuzenreiger (grootste reigersoort ter wereld), de koereiger, de blauwe reiger, de zwartkopreiger, de purperreiger, de spoorwiekgans, de kroonkieviet en de Afrikaanse jaçana of lelieloper.

De Afrikaanse zeearend is nauw verwant aan de Amerikaanse zeearend. In Oost-Afrika leven verder nog verschillende andere arenden, zoals de vechtarend, de kroonarend, de zwarte arend, de bateleur (soort slangenarend) en de steppearend. Een bijzondere uilensoort is de Verreaux’ oehoe en verder nog de Afrikaanse oehoe, de geparelde dwerguil en de kerkuil.

De witbuiktoerako is een slechte vlieger en leeft in bosrijke gebieden. In Zuid-Tanzania komt de grijze toerako veel voor.

Honingzuigers leven altijd in de buurt van bloeiende planten, want ze zijn afhankelijk van de honing, hun belangrijkste voedingsmiddel. In Tanzania komen veel soorten voor, onder meer de emerald-, roodborst-, groenkeel-, olijfkleurige- en amethisthoningzuiger.

De roodsnaveltok is één van de twintig toksoorten die in Tanzania voorkomen. Ze eten insecten, kleine reptielen, zaden en vruchten en nestelen in boomholtes. Andere toksoorten zijn de Ethiopische geelsnaveltok, de kuiftok en de grijze tok.

De gespikkelde muisvogel heeft net als andere muisvogelsoorten zachte, vachtachtige veren. Ze eten vruchten en leven in kolonies van 10-30 vogels.

Fischers dwergpapegaai is genoemd naar de 19-euwse ontdekkingsreiziger G.A. Fischer. De vogel is inheems in Tanzania en komt alleen in het noorden van het land voor op open grasvlaktes en landbouwgebieden.

De dwergbijeneter is de kleinste van de bijenetersfamilie en wordt maar 15 centimeter voor. Ze eten niet allen bijen, maar ook cicaden, horzels, wespen en libellen. Andere soorten zijn de witkapbijeneter en de bergbijeneter.

De roodsnavelossenpikker is een lid van de spreeuwenfamilie en eet teken en bloedzuigende vliegen uit de ruggen van vee en grote wilde zoogdieren. Zeldzaam is de geelsnavelossenpikker.

Het helmparelhoen komt veel voor in Tanzania. De vogel leeft vooral op de grond maar overnacht hoog in bomen. Ze eten insecten, slakken, vruchten en zaden. Een andere soort is het gierparelhoen.

De gekuifde frankolijn is een van de zestien soorten van de frankolijn. Ze lijken wat op patrijzen, leven ook voornamelijk op de grond en nestelen in ondiepe holtes. De gekuifde variant leeft vooral in droge beboste gebieden.

De zaadetende donkerrode vuurvink nestelt vaak in de buurt van mensen. Ze leven in kolonies van 20-40 vogels.

Wevers zijn grote vinken, die ingewikkelde holle nesten van gras weven. Elke soort maakt zijn eigen typische nest. De zwartkopwever maakt een nest in de vorm van een ui.
De roodbekwever is een van de meest voorkomende vogels op aarde en een plaag voor de landbouw. Andere soorten zijn de brilwever, de maskerwever en de Speke’s wever.

Spoorkoekoeken voelen zich vooral op de grond erg thuis en jagen daar op insecten, reptielen, en kleine knaagdieren. In Tanzania komen onder andere de wenkbrauwspoorkoekoek en de blauwkopspoorkoekoek voor.

De schildraaf is de meest voorkomende ravensoort van Afrika. Ze eten aas, vogels, insecten, kleine knaagdieren en eieren. Een grotere soort is de witnekraaf.

Er zijn uiteraard nog veel meer vogels, waaronder berghaan, driekleurige glansspreeuw, Hildebrandtglansspreeuw, groenstaartglansspreeuw, blauwe langstaartglansspreeuw, kroonkraanvogel, neushoornvogel, Nijlgans,
Verschillende kleine vogels met extreem lange staarten zijn de Afrikaanse paradijsmonarch, eksterklauwier, roodkeelwidavink, hanenstaartwidavink, breedstaartparadijswida en Fischer’s agapornis of ‘lovebird’.

Reptielen en amfibieën

De meeste van de ca. 500 reptielensoorten in Tanzania zijn ongevaarlijk, maar opletten is het voor enkele giftige slangensoorten en natuurlijk voor krokodillen. Veel amfibieën hebben zich aangepast aan de langdurige droge periodes, en verdwijnen eenvoudig voor enkele maanden onder de grond, wachtend op de nieuwe regenperiode.

De Nijlkrokodil wordt 5-7 meter lang en kan 900 kg zwaar worden. Ook op het land kunnen ze een hoge snelheid bereiken. Ze eten vooral vis en verder zoogdieren als bavianen, antilopen, gnoes en af en toe mensen.

De Nijlvaraan is de grootste hagedis van Afrika en kan twee meter groot worden. Ze eten het liefst eieren, maar ook vogels en kleine zoogdieren. Ze klimmen in bomen maar kunnen ook lange tijd onder water blijven.
De savannevaraan is met een lengte van hooguit 130 cm een stuk kleiner dan de Nijlvaraan.

Er zijn meer dan 80 soorten skinken, een soort hagedissen. Een aantal komt voor in Oost-Afrika, waarvan de Afrikaanse gestreepte skink de meest voorkomende in Tanzania is.

De drieklauwschildpad wordt maximaal 90 cm groot en kan zo’n 45 kg wegen. Hij is groenbruin van kleur en komt voor in grotere rivieren, meren en soms zelfs in de zee. Deze schildpad eet vooral vis en weekdieren, maar ook wel vruchten en insecten.
Andere schildpadden in Tanzania zijn de panterschildpad, de Afrikaanse moerasschildpad, de pannenkoekschildpad en de groene schildpad, de grootste van de zeeschildpadden.

De zwarte mamba kan bijna 2,5 meter lang worden en hij voedt zich met vogels en kleine zoogdieren. De zwarte mamma is zeer giftig, evenals de pofadder, die maar één meter lang wordt. In tegenstelling tot andere slangen is de pofadder levendbarend.
Andere slangen zijn de Mozambikaanse spuugcobra, de meest voorkomende slang in Afrika, de boomslang en de Afrikaanse rotspython, de grootste slang van Afrika.

De Afrikaanse stierkikker kan wel 20 cm lang worden, en dat is voor een kikker erg groot. Naast wormen en insecten eten ze af en toe zelfs kleine zoogdieren.

De tuimelaar is een zeezoogdier want behoort tot de dolfijnenfamilie. Het dier kan vier meter lang worden en 650 kg zwaar worden. Ze zwemmen in scholen van enkele tientallen exemplaren rond het eiland Zanzibar.
De zeldzame Chumbe-kokoskrab is de grootste nog levende landkrab ter wereld. Hij klimt in palmbomen en kan met zijn klauwen een kokosnoot kraken.

In oktober 2009 werd bekend dat de Kihansi Spray Toad of Kihansi vaporisator pad, een pad die alleen voorkomt in de omgeving van de Kihansi watervallen in Tanzania, op het punt van uitsterven staat door de aanleg van een dam. De hoeveelheid water in zijn leefgebied is daardoor met 90% afgenomen.

Ongewervelde dieren

Er leven enkele tienduizenden soorten ongewervelde dieren in Tanzania. Sommige kunnen gevaarlijk zijn voor de mens, zoals giftige spinnen, malariamuskieten, schorpioenen en tseetseevliegen.

Wandelende takken kunnen tot 20 cm groot worden. Ze eten vrijwel alleen bladeren. Sommige soorten hebben vleugels, maar alleen mannetjes kunnen vliegen.

Wereldwijd leven er zo’n 2000 soorten bidsprinkhanen. Ze vangen kleine insecten met hun voorpoten. Een Tanzaniaanse soort kan wel 15 cm groot worden.

De mestkever komt ook in alle soorten en maten voor; ze worden bijvoorbeeld tussen de 0,5 en 4 cm lang. Ze voeden zich met dierlijke uitwerpselen en worden zelf veel gegeten door mangoesten en grootoorvossen.

De achaatslak heeft een huisje dat 10 cm groot kan worden en eet alle soorten vegetatie. In sommige gebieden is de slak erg schadelijk voor de landbouw.

De mopaneworm is in feite een larve of rups van de grote nachtpauwoog. Hij eet uitsluitend bladeren van de mopaneboom en wordt op zijn beurt weer gegeten door de lokale bevolking, voor wie het een proteïnerijke lekkernij is.

De gouden wielspin, waarvan het vrouwtje wel 5 cm groot wordt, maken zeer sterke webben, waarin zelfs kleine vogels verstrikt raken. De spin is giftig, maar niet dodelijk voor de mens.

Er zijn meer dan 1000 soorten duizendpoten (in werkelijkheid enkele honderden poten), waarvan er veel in Tanzania voorkomen. De grote soorten kunnen wel 30 cm lang worden. Ze eten dode en rottende planten.

Van de meer dan 2500 soorten muskieten komen er veel voor in Oost-Afrika en dus ook in Tanzania. De vrouwelijke Anopheles houden erg van menselijk bloed en zijn de dragers van de parasieten die malaria veroorzaken.

Ook de tseetseevlieg is zeer gevaarlijk voor de mens. Sommige soorten dragen parasieten met zich mee, die de slaapziekte kunnen veroorzaken.

Goliathkevers kunnen 10 cm groot worden en wegen ongeveer 100 gram. In Tanzania komen twee soorten voor, de Goliathus goliatus en Goliathus orientalis, die beiden uitstekend kunnen vliegen.

De trekmier is de grootste mier ter wereld; werkmieren zijn 33 mm groot, de koningin wordt 52 mm groot. De koningin legt in een jaar tijd tientallen miljoenen eieren. De trekmier leeft in bosrijke gebieden.

De Tanzaniaanse langklauwschorpioen is niet erg giftig en ook niet agressief.Hij is zwart met bruine poten en volwassen exemplaren worden ongeveer 8 cm lang.

Vissen

In de poelen, beken, rivieren en meren van Tanzania komen vele vissoorten voor. Ook de warme Golfstroom van de Indische Oceaan voor de kust en rond Zanzibar, telt vele vissoorten.

De Nijlbaars is de grootste zoetwatervis ter wereld en kan bijna 2 meter lang en 140 kg zwaar worden. Deze roofvis komt voor in de grote rivieren en meren, waaronder uiteraard het Victoriameer.

De Nijltilapia is een stuk kleiner dan de Nijlbaars en kan 2 kg zwaar worden. Deze vis wordt zeer veel gegeten in Oost-Afrika en wordt daar ook gekweekt.

De tijgervis is en roofvis, die jaagt op kleinere vissen en schaaldieren zoals garnalen. Hij kan 75 cm groot worden en meer dan 18 kg wegen.

De familie der cichliden bestaat uit vele honderden soorten, waarvan er in de grote Afrikaanse meren veel voorkomen. De meeste cichliden zijn niet groter dan 20 cm.

De grote tandbaars is één van de grootste koraalvissen ter wereld en kan tientallen jaren oud worden. Ze leven vaak in ondiep water en eten schaaldieren, vis, kleine schildpadden en zelfs kleine haaien.

De zwarte marlijn kan tot drie meter lang worden weegt ongeveer 180 kg. Ze jagen op tonijn, zwaardvis, pijlinktvis en zelfs dolfijnen.

De grote barracuda kan bijna twee meter lang worden en voedt zich met kleine vissen als harder, papegaaivis en ansjovis.

SERENGETI NATIONAL PARK
Het Serengeti National Park (vanaf 1951) is een van de beroemdste wildreservaten ter wereld en staat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Serengeti beslaat 14.763 km2, ongeveer een derde van de oppervlakte van Nederland. Het volledige Serengeti-scosysteem omvat de Maasi Mara in Kenia en het Ngorongoro Conservation Area, een gebied van ca. 25.000 km2. Eenderde van het park bestaat uit grasvlakten (‘Siringit’ is Maasi voor ‘daar waar het land geen einde kent’), en verder vallen zogenaamde ‘kopjes’ op: bergen grote kiezelstenen die door de erosie tevoorschijn zijn gekomen. In de buurt van de kopjes is vaak wat meer begroeiing en daardoor wat meer wild en gevogelte.
In het midden van het park ligt het Seronera-dal, één van de rijkste wildgebieden in de omgeving. Heel bekend is de seizoenstrek van gnoes en zebra’s tussen Serengeti en Masai Mara, waarbij miljoenen dieren twee keer per jaar zijn betrokken. Geschatte populaties: o.a. 150.000 zebra’s, 25.000 buffels, 200.000 Thomson-gazelles, 8.000 giraffes.

In 2010 werd in het zuidwesten van Tanzania een nieuwe slangensoort ontdekt, wat begin 2012 bevestigd werd in het wetenschappelijke tijdschrift Zootaxa. De slang is vernoemd naar een 7-jarig meisje en heeft de soortnaam Matilda's hoornadder (Atheris matildae) gekregen. Matilda's hoornadder is geel-zwart van kleur, heeft groene ogen en twee puntige hoorntjes op zijn kop.


TANZANIA LINKS

Advertenties
• Cheaptickets Tanzania
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Vakantie Tanzania
• Tanzania
• Rondreis Tanzania
• Tanzania Zonvakanties Zanzibar WTC
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Tanzania Sawadee Reizen
• Tanzania Vliegtickets Tix.nl
• Hotels Tanzania
• Eliza was here

Nuttige links

Reisinformatie Tanzania (N)
Reisverslag Tanzania (N+E)
Romans over Tanzania (N)
Startpagina Tanzania (N)
Tanzania Foto's
Tanzania Foto's (2)
Tanzania informatie - Reizendoejezo (N)
Tanzania Reisbijbel (N)
Tanzania Reisforum (N)
Tanzania Reisfoto's
Tanzania Reisstart (N+E)
Vakantiebestemming.info Tanzania (N)
Artikelen en Reisverhalen over TANZANIA
  Rondreis door het ons onbekende ..  Migratie in Serengeti National P..
  Met de trein van Kenia naar Tanz..  Serengeti eindeloos beestig
  2009

Bronnen

Heale, J. / Tanzania
Marshall Cavendish

Tanzania
Cambium

Vlugt, B. / Kenia, Tanzania, Zanzibar
Gottmer/Becht

Waard, P. de / Reishandboek Tanzania
Elmar

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt mei 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems