Landenweb.nl

MYANMAR
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Birmaans
  Hoofdstad  Naypyidaw
  Oppervlakte  676.578 km²
  Inwoners  54.271.488
  (mei 2019)
  Munteenheid  kyat
  (MMK)
  Tijdsverschil  +5.30
  Web  .mm
  Code.  MMR
  Tel.  +95

Geografie en Landschap

Geografie

Myanmar (Birma) ligt in Zuidoost-Azië. De oppervlakte van Myanmar is 657.500 km2 en Myanmar is daarmee het grootste land op het vasteland van Zuidoost-Azië. Myanmar is ongeveer zestien keer zo groot als Nederland en iets groter dan Groot-Brittannië en Frankrijk samen. De afstand tussen het uiterste noorden en zuiden bedraagt 2090 km; de maximale breedte is 925 km.

advertentie

Myanmar op de wereldkaart

Photo:Addicted 04 Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Myanmar grenst in het westen aan Bangladesh (193 km), in het westen/noordwesten aan India (1463 km), in het noorden/oosten aan China (2185 km), in het oosten aan Laos (235 km) en in het oosten/zuiden aan Thailand (1800). De kustlijn van Myanmar is 1930 km lang en loopt vanaf de grens met Bangladesh in het westen tot aan de stad Kawthoung in het uiterste zuiden van het land. De kust van Myanmar grenst van noord naar zuid aan de Golf van Bengalen, de Golf van Martaban en de Andamanse Zee.

Birma, Burma of Myanmar (myan=snel, mar=sterk)?

In 1989 besloot de regering de officiële naam van Birma (Engels; Burma) te veraderen in Unie van Myanmar (Pyidaungse Myanma Naigngandaw). Een van de redenen voor de verandering was dat de naam Birma een te nare koloniale bijsmaak had en men zou bovendien kunnen denken dat er alleen maar Birmanen in het land wonen in plaats van vele etnische groepen. Bovendien werd er al in de tijd van de eerste Birmese koningen van Myanma gesproken. Tegenstanders van het militaire regime gebruiken nog steeds de naam Birma of Burma. De Verenigde Naties hanteren de naam Myanmar. De inwoners van Myanmar heten Birmezen, de grootste bevolkingsgroep zijn de Birmanen. Ook dit levert vaak misverstanden op.

Landschap

Myanmar heeft een gevarieerd landschap met bergen, kustvlakten, koraaleilanden en veel rivieren. Het noorden van Myanmar wordt landschappelijk gedomineerd door uitlopers van de oostelijke Himalaya. In dit gebied, aan de grens met Tiber, ligt ook de hoogste berg van Myanmar en Zuidoost-Azië, de 5883 m hoge Hkakabo Razi.

Twee van noord naar zuid lopende bergketens omarmen Myanmar: de Chin-heuvels en Rakhine Yoma in het westen en het Shan-plateau (gemiddeld 1000 m hoog) en zijn zuidelijke uitloper Bilauktaing Yoma in het oosten. De westelijke bergketen vormt tevens de grens tussen Myanmar en het Indiase subcontinent; de oostelijke keten vormt de grens met Thailand en Laos. Tussen deze twee bergketens ligt het vulkanische Bago Yoma-gebergte.

advertentie

Tempel boven op de berg Taung Kalat

Photo:Brian Snelson, Creative Commons Attribution 2.0 Genericno changes made

De ruim 2000 km lange rivier Ayeyarwady (ook Irrawaddy) is de belangrijkste rivier van het land. Evenals andere belangrijke rivieren ontspringt deze rivier in het bergachtige noorden van Myanmar en mondt uit in de Golf van Martaban. De Ayeyarwady is door haar goede bevaarbaarheid en het gebruik van het water voor de rijstbouw zeer belangrijk voor Myanmar. De rivier vertakt zich uiteindelijk en vormt dan een vruchtbare delta van ca. 50.000 km2, een van de grootste delta’s van geheel Azië. Andere belangrijke rivieren zijn de Chindwin (ca. 1000 km), de Sittoung (560 km) en de Thanlwin, de langste rivier van Myanmar. De wereldberoemde Mekong-rivier vormt in het noordoosten de grens tussen Myanmar en Laos.

Myanmar kent maar weinig meren; een aantal kleine en twee grote, Indawgyi in Kachin State en Inle in Shan State (ca. 242 km2).

De grootste kustvlakten liggen in de deelstaat Rakhine en in het district Tanintharyi. De Mergui- of Myeik Archipel ligt voor de uiterste zuidkust van Myanmar in de Andamanse Zee. De archipel bestaat uit meer dan 800 eilanden, variërend in grootte van zeer klein tot enkele honderden vierkante kilometers. De meeste eilanden zijn onbewoond, op sommige eilanden leven zeezigeuners, de Salon (ze noemen zichzelf Moken of Maw Ken).

Klimaat en Weer

Myanmar heeft een tropisch moessonklimaat en in het noorden een woestijnklimaat. Myanmar kent drie seizoenen: een regenseizoen (juni-oktober), een koel seizoen (november-februari) en een heet seizoen (maart-mei). In de Delta en aan de kust valt de meeste neerslag.

In het warme regenseizoen zorgt de natte zuidwestmoesson, vanuit de Golf van Bengalen, voor zware regenval. Het regent in deze periode bijna elke dag, vooral in de namiddag en ’s avonds, maar de hoeveelheden per streek kunnen nogal verschillen. Zo valt er in Yangon, aan de Golf van Martaban, jaarlijks ca. 2600 mm. De centrale vlakte van Myanmar ligt in de regenschaduw van het Rakhine Yoma-gebergte en daar valt ongeveer net zoveel neerslag als in Nederland, ca. 760 mm (Mandalay: 871 mm per jaar). Dit geldt ook voor het Shan-plateau. De meeste regen valt in het noordelijke heuvelland met ca. 3500 mm. Uitschieters tot 5000 mm komen voor in de kuststroken van Tanintharyi en Rakhine, en worden veroorzaakt door stijgingsregens. Tussen november en mei waait vanuit China een droge noordoostmoesson, die voor een droge periode zorgt. Het wordt dan elke maand heter en pas in mei brengen de eerste regenbuien wat verkoeling. In het koele seizoen kan men het beste Myanmar bezoeken. In de heuvels en bergen is het dan zelfs behoorlijk fris met temperaturen rond de 15°C.

In het hete droge seizoen is het in Yangon gemiddeld 31°C en op de centrale vlakte rond Bagan kan de temperatuur gemakkelijk oplopen tot 40°C. Ook nu kan men zich dan het beste in de heuvels en de bergen bevinden, waar de temperaturen niet hoger dan 25°C uitkomen.

Planten en dieren

Planten

Ca. de helft van Myanmar bestaat nog uit bossen, met naast het tropische regenwoud ook mangrove-, moesson- en omvangrijke bamboebossen. In de meer gematigde klimaatzones vindt je ook loofbossen, dennenwouden en grassteppen. In het koele klimaat op de hoogvlakte van de Shan-staat groeien de eik, hazelnoot en rododendron. De bossen hebben ernstig te lijden onder de voortdurende houtkap, vooral de harthoutsoorten als teak en Birmaans ijzerhout van de pyinkado. Teakbomen komen in het wild alleen voor in landen als India, Thailand, Laos en Myanmar. Door illegaal kappen en geen herbebossing toe te passen verdwijnt het aantal teakbossen in Myanmar heel snel. Uit de bast van de kinaboom wordt kinine gewonnen, een middel tegen malaria.

De droge zone in het centrale deel van Myanmar heeft een savannelandschap met her en der wat acacia’s, doornstruiken, cactussen en de palmyrapalm, waarvan het sap gebruikt wordt om palmwijn te maken. Op de lagere hellingen van de bergen in het noorden groeien subtropische bomen (cassiabomen, flamboyanten, Afrikaanse tulpenbomen en koraalbomen) en planten. Daarboven groeit vooral gemengd woud en boven de 3000 meter met name coniferen, rododendron en naaldbomen. De natte kustgebieden van Rakhine en Tanintharyi zijn bedekt met tropisch regenwoud en aan de mondingen van rivieren, in lagunes en aan moerassige kusten vindt men getijdenbossen met mangroven. Kokospalmen groeien vooral aan de kust en aan de arecapalm groeit de betelnoot, die tot de pepergewassen behoort. Gewikkeld in betelblad wordt er vervolgens op gekauwd en dit man men als de nationale drug van Myanmar beschouwen.

Er komen meer dan 1000 verschillende soorten orchideeën voor in Myanmar. Bamboe wordt nog op veel plaatsen verbouwd en gebruikt voor de traditionele woningbouw. Bovedien groien er in de bossen nog veel wilde soorten bamboe.

Dieren

Over de toestand van de fauna in Myanmar is op dit moment niet erg veel bekend door de ontoegankelijkheid van het land, ook voor wetenschappers. De fauna in het noorden van Myanmar lijkt veel op die van het noordoostelijke deel van het Indiase subcontinent en van Indo-China. In het zuiden lijkt de fauna op die van Maleisië en het Indonesische eilandenrijk. Net als de flora heeft ook de fauna zwaar te lijden onder het illegaal massaal kappen van bossen en de illegale jacht op dieren. Nationale parken en reservaten kent men eigenlijk niet

Ondanks de bedreiging van hun natuurlijke omgeving zijn er olifanten, luipaarden, zwarte beer, Himalaya-beer, de zeldzame Maleise zonnebeer, vliegende eekhoorns en honden, herten (sambar, muntjak, muishertje), krokodillen en gibbons in Myanmar te vinden.

Zeldzaam zijn de in het geïsoleerde noordwesten voorkomende tapirs en de Javaanse en Sumatraanse neushoorns, sneeuwluipaarden en tijgers. Inheems zijn de mungo, een marterachtige en de pangolin, een miereneter. Myanmar heeft ook veel slangen, 52 giftige soorten waaronder de koningscobra, de krait en de groene adder, maar ook wurgslangen zoals de python.

Myanmar kent een zeer rijke vogelwereld met meer dan 1200 soorten, zowel inheemse soorten als trekvogels.

In de zee rond Myanmar komen zeeschildpadden, dugongs (zeekoeien) en Irrawaddy-dolfijnen voor.

In 2015 werd bekend dat er in Myanmar een zangvogeltje ontdekt was, waarvan al zeventig jaar werd aangenomen dat het was uitgestorven. Het gaat om de Jerdon's timalie, dat leeft in de graslanden van Myanmar.

Geschiedenis

Prehistorie

Over de oudste bewoners van het stroomgebied van de Ayeyarwady is niet erg veel bekend. Archeologische vondsten wijzen uit dat er al ca. 3000 v.Chr. jagers en voedselverzamelaars gewoond moeten hebben. Waarschijnlijk waren het negrito’s (Negrito's behoren tot de semi-nomadische volkeren die tegenwoordig alleen nog maar in Zuidoost-Azië), die tot de proto-Maleiers behoorden. Vanuit het noorden werden deze vroegste bewoners van Myanmar enkele eeuwen v.Chr. weggejaagd door met name de Mon en de Pyu.

Oudheid

Naast de delta van de Ayeyarwady vestigden de Mon zich aan de monding van de Thanlwin en de Sittoung. De Mon waren rijstverbouwers en noemden hun koninkrijk, met als hoofdstad Thaton, Savannabhumi, het Gouden Land. Vanuit Thaton dreven de Mon handel met volkeren op het Indiase subcontinent en kwamen op die manier in aanraking met het boeddhisme.

De Pyu kwamen uit Tibet of het noordoosten van India en vestigden zich rond het jaar nul in Opper-Birma met als hoofdstad Sri Ksetra. Ook dit koninkrijk handelde op uitgebreide schaal via de zee met landen als Maleisië, India, Sri Lanka en het eilandenrijk Indonesië. De hoofdstad van de Pyu werd in de 8e eeuw n.Chr. verplaatst naar Halin in het noorden. De reden hiervoor was de verzanding van de Ayeyarwady waardoor de handelscontacten wegvielen. De Pyu, die al een eigen schrift en muntstelsel hadden, hingen het boeddhisme aan, vermengd wat hindoeïstische elementen uit India. In 832 werd de hoofdstad Halin door legers van het Thaise koninkrijk Nan Chao verwoest. Alle Pyu werden als slaven meegenomen naar China.

Eerste Birmaanse Koninkrijk: de Bagan-dynastie (1044-1287)

Het machtsvacuüm dat door de ondergang van het Pyu-koninkrijk ontstond, werd ingenomen door de Birmanen. Zij kwamen uit het noordwesten van China en werden door de Chinezen naar het zuiden verdreven. Ze vestigden in Nan Chao, in de Zuid-Chinese provincie Yunnan, en trokken na de val van de Pyu verder naar het zuiden. Ze verdreven de Mon en stichtten in 849 de hoofdstad van het Birmaanse Rijk, Bagan.

In 1044 besteeg koning Anawrahta de troon en dat was het begin van het Eerste Birmaanse Koninkrijk. Vanuit Bagan veroverde hij grote stukken land, wat uitgroeide tot het huidige Birmaanse grondgebied, dat vanaf die tijd onder één centraal gezag zou staan. De regeerperiode van koning Kyanzittha (1084-1112) staat bekend als de Gouden eeuw van het Eerste Birmaanse Koninkrijk, waarin Bagan bezaaid was met duizenden kloosters, pagoden en tempels. Tijdens de regeerperiode van de laatste koning van de Bagan-dynastie, Narathihapati (1254-1287), raakte het Eerste Birmaanse Koninkrijk in verval. De gigantische inspanningen die werden gestoken in de vele bouwwerken putten de schatkist uit. Bovendien was Narathihapati een tirannieke leider, met als gevolg opstanden door het hele land.

In 1283 vielen de Mongolen van Kublai Khan het noorden van Birma binnen na de weigering van Narathihapati om verschuldigde schattingen te betalen. Narathihapati vluchtte en wilde zich aan Kublai Khan overgeven. Door deze actie verspeelde hij het laatste restje respect bij zijn volk en werd nota bene vermoord door zijn eigen zoon. Hierop bezetten de Mongolen de hoofdstad en kwam er een einde aan het Eerste Birmaanse Koninkrijk.

Verdeeldheid troef

Na de val van Bagan volgde een zeer onrustige periode, met name in het noorden van het land. De Mongolen trokken zich al snel terug en er vormden zich meteen allerlei kleine staatjes die voortdurend in oorlog met elkaar waren. De Shan bezetten grote gebieden van het laagland en heersten over een groot deel van Opper-Birmam met sinds 1364 als hoofdstad Ava. Ook in het rijk van de Shan was de eenheid echter ver te zoeken en het centrale gezag lukte het niet om strijdende partijen voortdurend uit elkaar te houden. Ook opstanden tegen het centrale gezag kwamen regelmatig voor.

De Mon, met als grondlegger Wareru (1287-1296) stichtten in het zuiden het koninkrijk Hanthawady, met als bekendste koning Dhammazedi (1472-1492). Tijdens zijn regeringsperiode beleefde het boeddhisme een heropleving. Tussen de twee nieuwe koninkrijken lag een kleine Birmaanse staat, met als hoofdstad Toungoo en gesticht door de Birmaanse leider Thinhakaba (1347-1358). Hier leefden voornamelijk vluchtelingen die het voortdurende oorlogsgeweld in het noorden ontvlucht waren. Toungoo zou in de 16e eeuw een belangrijke rol gaan spelen in de geschiedenis van Birma en uitgroeien tot het Tweede Birmaanse Rijk.

De Toungoo-dynastie (1531-1752)

De grondlegger van de Toungoo-dynastie was koning Tabinshwehti (1531-1551), die slim wist te prifieteren van de twisten tussen de Shan en de Mon. In 1539 nam hij Bago in, de hoofdstad van het Mon-koninkrijk Hanthawady, en riep die stad uit tot hoofdstad van zijn eigen rijk. Niet lang daarna nam hij in het zuiden Tanintharyi en Pyay in het midden van het land in. In 1546 riep hij zich uit tot koning van geheel Birma, hoewel het noorden in handen bleef van de Shan.

De echte stichter van hetv Tweede Birmaanse Koninkrijk was koning Bayinnaung (1551-1581), die het lukte om de Shan te verslaan en Opper- en Neder-Birma weer samen te voegen tot één koninkrijk. Na een geschil om een witte olifant veroverde hij in 1555 de Siamese (nu Thailand) hoofdstad Ayutthaya.

Na het overlijden van Bayinnaung raakte het Tweede Birmaanse Koninkrijk langzaam in verval. In 1635 werd de hoofdstad Bago verplaatst naar Ava om de toenemende invloed van westerse zeevaartmogendheden te stoppen, een zelfgekozen isolement.

In 1740 werden de Birmanen uit het zuiden verdreven door de Mon en in 1752 veroverden ze Ava en daarmee kwam er een einde aan het Tweede Birmaanse Koninkrijk. Ava werd de nieuwe hoofdstad.

Konbaung-dynastie (1752-1885)

In 1753 was het alweer afgelopen met de heerschappij van de Mon. Alaungpaya (1752-1760) van het Birmaanse staatje Shwebo veroverde Ava, kroonde zichzelf tot koning en werd de stichter van de Konbaung-dynastie. Hij veroverde alle gebieden van de Mon en stichtte zo het Derde Birmaanse Koninkrijk. In 1755 veroverde Alaungpaya de stad Dagon in de delta van de Ayeyarwady en hernoemde de stad Yangon.

De Kobaung-dynastie stelde zich zeer agressief op tegen de buurlanden, met name Siam (het latere Thailand). Dit kostte Alaungpaya echter wel het leven, toen hij in 1760 gewond raakte bij het beleg van de Siamese hoofdstad Ayutthaya. Alaungpaya werd opgevolgd door zijn zoon Hsinbyushin (1763-1776), die het beleid van zijn vader voortzette en in 1767 Ayutthaya innam en daarna totaal verwoestte.

Onder het langdurige bewind van koning Bodawpaya (1782-1819) bereikte het Derde Birmaanse Koninkrijk het hoogtepunt van zijn macht met als hoofdstad Amarapura. In 1784 veroverde Bodawpaya het koninkrijk Arakan (nu Rakhine). Het Birmaanse rijk grensde hierdoor aan het Britse Indiase subcontinent en dat zou uiteindelijk leiden tot een voor Birma fataal aantal Anglo-Birmese oorlogen.

Oorlogen tussen Birma en Groot-Brittannië

De veroevering van Arakan door de Birmanen bracht veel vluchtelingen op de been. Velen vluchtten naar het door de Britten bezette Bengalen (nu Bangladesh), van waaruit ze aanvallen uitvoerden op het Birmaanse leger in Arakan. In antwoord daarop achtervolgde het Birmaanse leger de opstandelingen tot in Bengalen toe, wat de Britten op zijn zachtst gezegd niet erg leuk vonden. Onder koning Bagyidaw (1819-1837) escaleerde de zaak en dat leidde in1824 tot de eerste Anglo-Birmaanse Oorlog, die kansloos verloren ging voor Birma. Bovendien moesten ze bij het Verdrag van Yandabi in 1826 Arakan en Tenasserim afstaan aan de Britten, die daarmee de controle over de Golf van Bengalen in handen kregen.

Na koning Bagyidaw waren de vorsten Tharawaddy Min (1837-1846) en Pagan Min (1846-1853) voornamelijk bezig met het uit de weg ruimen van vele duizenden tegenstanders. De arrestatie van twee Britse scheepskapiteins door de Birmanen werd door de Britten aangegrepen om in 1852 de Tweede Anglo-Birmaanse Oorlog te beginnen. In werkelijkheid wilde de Britten niets meer en niets minder dan hum macht in Azië verder uitbreiden. Eerst werden belangrijke havensteden bezet en daarna werd heel Neder-Birma veroverd en als een provincie aan het Brits-Indische wereldrijk toegevoegd. Pagan Min werd door de Britten afgezet en opgevolgd door Mindon (1853-1878), die ervoor zorgde dat de relatie met de Britten weer genormaliseerd werd en zich inzette op de ontwikkeling van het land. De hoofdstad werd op dat moment Mandalay.

Onder de zwakke opvolger van Mindon, Thibaw (1878-1885), brak de Derde Anglo-Birmaanse Oorlog uit. Een van de redenen hiervoor waren de toenaderingen van Thibaw tot de Fransen, wat gevaarlijk zou kunnen worden voor Brits-Indië. Mandalay werd zonder veel problemen ingenomen en op 1 januari 1886 stond Birma volledig onder het koloniale bestuur van de Britten.

Birma onder Brits bestuur (1886-1948)

Onder het koloniaal bestuur van de Britten maakte de economie grote stappen voorwaarts: wegen, spoorwegen en fabrieken werden in snel tempo aangelegd en gebouwd. De mankracht hiervoor werd uit India overgebracht naar Birma, en dan voornamelijk naar Yangon, sinds 1886 de hoofdstad van Birma. Geldhandelaren (chettyars) uit India kregen veel landbouwgrond in handen door de Birmaanse bevolking niet terug te betalen leningen te verstrekken. De Britten bestuurden Birma ook via de succesvolle verdeel- en heerspolitiek. Dit hield in dat in gebieden waar de Birmanen de meerderheid vormden, de Britten het bestuur vormden. In minderheidsgebieden stond de bevolking onder het gezag van Brits-getrouwe Birmaanse leiders. Deze politiek verhevigde uiteraard de nationalistische gevoelens onder de Birmanen, wat in 1906 leidde tot de oprichting van de nationalistische beweging Young Men Buddhist Association (YMBA), die zich vooral richtte op het respectloze gedrag van de Britten ten opzichte van het boeddhisme. In de jaren dertig onttonden er veel meer protestbewegingen en braken er zowel in de steden als op het platteland opstanden uit. Een boerenopstand in 1930 werd door de Britten met veel geld neergeslagen. Ook de studenten, met name in Yangon, lieten flink van zich horen. Zij richtten onder andere de associatie Dobama (‘Wij Birmanen’), waar de latere Birmaanse leiders Aung San en U Nu uit voorkwamen. De Britten kwamen nu wel enigszins over de brug en gaven de Birmanen een beperkte vorm van zelfbestuur middels de afkondiging in 1935 van de ‘Government of Burma Act’. Darrna ging het snel: in 1936 werden de eerste verkiezingen voor een Birmaans parlement gehouden en in 1937 volgde de bestuurlijke scheiding van Brits-Indië. De eerste regering stond onder leiding van dr. Ba Maw. Van volledige onafhankelijkheid was echter nog geen sprake; de Britten trad tegen voorstanders daarvan nog steeds keihard op.

In januari 1942 vielen Japanse troepen vanuit Thailand Birma binnen en werd het land de Tweede Wereldoorlog ingezogen. De Japanners kregen hulp van het Burmese Independence Army (BIA) dat onder leiding stond van de nationalist Aug San. Het voornaamste doel van de Japanners was het sluiten van de Birma-weg, waarover de Chinese troepen in Zuid-China werden bevoorraad. In mei 1942 lukte deze opzet en niet lang daarna trok het Brits-Indische leger zich terug uit Birma naar India.

Birmaanse nationalisten steunden in eerste instantie de Japanse bezettingsmacht. Ze zagen onafhankelijkheid dichterbij komen nu de Britten de aftocht hadden geblazen. In augustus 1943 was het inderdaad zover: de Japanners verklaarden Birma onafhankelijk met een kabinet onder leiding van Ba Maw en Aug San als minister van defensie. Het bleek echter al snel een marionettenregering; de werkelijke macht berustte nog steeds bij de Japanners, die zich bovendien steeds meedogenlozer en wreder tegen de Birmaanse bevolking opstelden.

Nationalistische elementen keerden zich nu tegen de Japanse bezetters en richtten de verzetsbeweging ‘Antifascistische Liga voor de Bevrijding van het Volk’ op. In maart 1945 sloten bovendien Aug San en de BIA zich aan bij de geallieerden en samen veroverden zij Yangon. In juli 1945 gaven de Japanners zich over.

Na de overgave van de Japanners was de Liga de belangrijkste politieke beweging. Zij maakten van het momentum natuurlijk gebruik door meteen onafhankelijkheid te eisen van de Britten. Die bleven aanvankelijk nog dwars liggen, maar na een algemene staking in september 1946 gaven zij eindelijk toe. In januari 1947 spraken Aung San en de Britse premier Atlee af dat er datzelfde jaar nog een grondwethoudende vergadering zou worden gehouden en dat Birma binnen een jaar volledig onafhankelijk zou zijn. In februari vond er in Panglong overleg plaats tussen Aung San en de leiders van etnische minderheden. Iedereen stemde voor een verenigd Birma, maar wel met autonomie voor de minderheden en het recht om zich na tien jaar te kunnen afscheiden. In april volgden, zoals afgesproken, verkiezingen voor de grondwetgevende vergadering. Die werden gewonnen door de Liga en er kwam een voorlopige regering onder leiding van Aung San. Deze regering moest het land naar de onafhankelijkheid voeren, maar kreeg eerst nog een flinke tegenvaller te verwerken. Op 17 juli 1947 werden Aug San en zes ministers vermoord, maar in het proces naar onafhankelijkheid was er geen weg meer terug.

Birma onafhankelijk onder de regering U Nu (1948-1962)

Op 4 januari 1948 werd Birma officieel onafhankelijk en de eerste premier werd de voorzitter van de AFPFL, U Nu. De eerste officiële regering had het meteen moeilijk. Communistische rebellen en opstandige minderheden bedreigden de nieuwe regering. De opstandelingen waren echter zó verdeeld, dat de regering in 1951 de situatie weer enigszins in de hand had. Een ander probleem was de wel zeer beroerde situatie van de economie. De Tweede Wereldoorlog en de strijd tegen de rebellen had zoveel geld gekost, dat Birma aan de rand van een faillissement stond.

De politieke situatie bleef tot 1958 vrij stabiel, totdat er een scheuring in de AFPFL ontstond. Omdat er pas in 1960 verkiezingen gepland waren, vroeg U Nu aan generaal Ne Win, de opperbevelhebber van het leger, om een interim-regering te vormen. Deze militaire interim-regering wist het land redelijk te besturen tot de verkiezingen in februari 1960. De verkiezingen werden gewonnen door U Nu, die opnieuw premier werd. De economie stortte echter weer in en ook de etnische minderheden dreigden weer zich af te scheiden. De situatie werd zo ernstig dat generaal Ne Win het niet langer kon aanzien en op 2 maart 1962 een militaire staatsgreep pleegde.

Birma onder Ne Win (1962-1988)

Generaal Ne Win nam geen halve maatregelen: de grondwet van 1947 werd afgeschaft, het parlement ontbonden en U Nu en een aantal minister gearresteerd. Zelf werd Ne Win voorzitter van de Revolutionaire Raad, die de macht in handen nam. De enige partij die getolereerd werd was de Burma Socialist Programme Party (BSPP). Ook kreeg de Raad alles te vertellen over de economie, maar dat pakte faliekant verkeerd uit.

De nieuwe economische politiek stortte het land in een diepe depressie. Hulp van buitenaf werd niet geaccepteerd, de grenzen gingen dicht en Birma isoleerde zich hierdoor van de rest van wereld. In de nieuwe grondwet van 1974 werd de Revolutionaire Raad afgeschaft en vervangen door een Staatsraad, die weer onder voorzitterschap van Ne Win stond, die tevens president van Birma werd. De naam van het land werd veranderd in ‘Socialistische Republiek van de Unie van Birma’.

Van 1974 tot 1981 werd Birma, als reactie op de desastreuze economische politiek, geteisterd door stakingen en studentendemonstraties. Naar aanleiding hiervan trok Ne Win zich verrassend terug als voorzitter van de Staatsraad, maar hij bleef wel voorzitter van de BSPP en trok achter de schermen in feite nog aan alle touwtjes.

Monetaire maatregelen om de uit de hand lopende inflatie te beteugelen leidden echter tot grote onlusten, die in 1988 volledig uit de hand liepen. De dood van enkele studenten, veroorzaakte door het leger, leidde tot talloze demonstraties die door het leger met zeer harde hand neergeslagen werden. Om de zaak niet verder te laten escaleren legde Ne Win in juli al zijn functies neer, maar dat hielp niet veel. Als zijn opvolger werd namelijk Sein Lwin, het hoofd van de gehate oproerpolitie, benoemd tot voorzitter van de Staatsraad.

Op 8 augustus 1988 escaleerde de situatie toch volledig. Demonstraties in diverse steden eindigden in een bloedbad toen het leger onverwacht het vuur opende op de demonstranten. Er volgden weken van totale chaos, totdat op 18 september 1988 generaal Saw Maung een staatsgreep pleegde, al dan niet met medeweten van Ne Win. De nieuwe militaire junta noemde zich ‘State Law and Order Restoration’ (SLORC) en veranderde de naam Birma vrijwel meteen in ‘Unie van Myanmar’.

Periode SLORC (1988-1997)

Maatregelen die de SLORC meteen trof waren het verbod op demonstraties, een samenscholingsverbod en er werd een avondklok ingesteld. Ook beloofde de junta dat er snel verkiezingen zouden worden gehouden. De demonstraties gingen in de eerste dagen na de machtsgreep van de militairen onverminderd door en er vielen nog honderden doden. De oppositie verenigde zich in de National League for Democracy (NLD) onder leiding van de generaals Aung Gyi en Tin U. Belangrijkste spreekbuis van de oppositie werd Aung San Suu Kyi, dochter van Aung San, de grondlegger van het onafhankelijke Birma. In 1991 werd aan Aung San Suu Kyi de Nobelprijs voor de Vrede toegekend.

In september 1988 liet de NLD zich inschrijven als politieke partij, met de bedoeling om mee te doen aan de verkiezingen van 1990. De populariteit van Aung San Suu Kyi nam al snel grote vormen aan, voor de junta reden om haar in juli 1989 voor het eerst onder huisarrest te plaatsen. De eerste vrije verkiezingen sinds 30 jaar werden op 27 mei 1990 gewonnen door de NLD met 82% van de stemmen, maar voorlopig veranderde er weinig. Volgens de SLORC waren de verkiezingen alleen bedoeld voor het bij elkaar roepen van een Nationale Conventie die een nieuwe grondwet moest opstellen.

De macht zou tot de afkondiging van de nieuwe grondwet in handen blijven van de SLORC en dat werd al snel duidelijk. Honderden gekozen oppositieleden werden in de gevangenis gegooid en vele anderen vluchtten naar Thailand en zetten daar een tegenregering op. In april 1992 trad Saw Maung af als premier en werd opgevolgd door Than Shwe, die de teugels wat liet vieren.

In januari 1993 kwam de 700 leden tellende Nationale Conventie dan eindelijk bij elkaar. Probleem was echter dat de meerderheid van de leden door SLORC was aangewezen terwijl de leden van de NLD sterk in de minderheid waren. De taak van de conventie was dan ook dat het leger de bepalende factor zou blijven in de politieke constitutie van het land. Een bijzondere eis was dat de toekomstige president niet getrouwd mocht zijn (geweest) met een buitenlander. Deze bepaling was duidelijk in het leven geroepen om de wind uit de zeilen te nemen van Aung San Suu Kyi, die getrouwd was geweest met een Brit.

Tussen 1989 en 1994 werd er met verschillende verzetsgroepen een staakt-het-vuren overeengekomen, waarvoor ze in ruil een beperkte mate van autonomie kregen en wat andere kleine gunsten. Door de verdeeldheid die er tussen de vele verzetsgroepen heerste, was het verzet niet echt een grote bedreiging voor de regering. In 1995 was de Nationale Unie van Karen (KNU) de belangrijkste gewapende verzetsgroep, maar in januari van dat jaar werd in de stad Manerplaw het hoofdkwartier van deze verzetsgroep door het regeringsleger ingenomen.

Periode SPDC (1997-nu)

In november 1997 stelde de SLORC intern enigszins orde op zaken. De SLORC werd ontbonden en vervangen door een negentien leden tellende ‘State Peace and Development Council’ (SPDC). Qua beleid veranderde er echter bitter weinig en werd bijvoorbeeld Aung San Suu Kyi op alle mogelijke manieren geboycot en beperkt in haar bewegingsvrijheid, onder meer via diverse keren huisarrest.

In maart 2002 werden er een aantal familieleden van Ne Win gearresteerd op beschuldiging van hoogverraad. Het hoe en waarom van deze actie is nooit duidelijk geworden, maar het betekende in ieder geval wel dat de rol van Ne Win in het zittende regime was uitgespeeld. Tot mei 2003 was het vrij rustig in Myanmar. Het huisarrest van Aung San Suu Kyi werd weer eens opgeven veel oppositieleden werd ontslagen uit gevangenschap. Op 30 mei van dat jaar werd er na een botsing tussen de oppositie en de regering Aung San Suu Kyi gevangen genomen en alle kantoren van de NLD gesloten.

In augustus 2003 werd het hoofd van de militaire inlichtingendienst, Khin Nyunt, tot premier benoemd. Ook hij beloofde de bevolking democratische veranderingen, maar ook daar kwam weinig van terecht. In oktober 2004 werd hij, na spanningen in de junta over democratische hervormingen, ontslagen als premier en in 2005 veroordeeld tot 44 jaar voorwaardelijke gevangenisstraf, wat in feite levenslang huisarrest betekende. Hij werd opgevolgd door Soe Win, militair en vertrouweling van Than Shwe, de feitelijke baas in Myanmar. In november 2004 werd het huisarrest van Aung San Suu Kyi met een jaar verlengd, maar er werden wel duizenden ten onrechte vastgezette oppositieleden vrijgelaten. In diezelfde tijd verhuisde de regering naar de nieuwe hoofdstad Pyinmama, die ca. 400 km ten noorden van Yangon ligt. Vlak daarbij liet de junta een nieuwe regeringsstad met een eigen vliegveld aanleggen, Naypyidaw. Op 27 maart 2006 werd daar voor het eerst de ‘Dag der Strijdkrachten’ gehouden, waarbij generaal Than Shwe nog eens benadrukte dat alleen het leger voor democratie in Myanmar kan zorgen.

Eind september 2007 kwam er een protestbeweging van een groeiend aantal boeddhistische monniken op gang. Met geweldloze optochten gaven zij uiting aan het verlangen naar een democratisch bestuurd land. Na een aantal dagen voegden vele burgers zich bij hen, niet alleen om hun oproep te ondersteunen maar ook om hen te beschermen tegen mogelijk militair geweld door de junta. Aan de protesten namen soms naar schatting 25.000 tot 50.000 mensen deel in verschillende grote steden.

Dit plaatste de regering voor een groot dilemma. De monniken hebben in Myanmar een zeer hoge, bijna heilige status en groot gezag waar het morele waarden betreft. Zonder ingrijpen zou hun actie tot grote, wellicht onbeheersbare onlusten in het gehele land kunnen leiden. Het (gewelddadig) neerslaan van de beweging zou echter tot hetzelfde kunnen leiden. Op 26 september greep het leger toch in als de protesterende menigte probeert de Sule Pagode in Yangon te bereiken. Volgens berichten vielen daarbij vijf doden en eerder op die dag werden in Yangon ongeveer 200 monniken en burgers opgepakt. Op 27 september bestormden veiligheidstroepen in Myanmar zeker twee kloosters in Yangon. Naar schatting tweehonderd monniken werden gearresteerd en later in de middag vielen er 9 doden. Op 1 oktober kwamen berichten naar buiten over duizenden doden en massale executies door het leger. Volgens ooggetuigen zijn honderden monniken 'verdwenen'. Volgens gevluchte overgelopen officieren zijn veel monniken in vrachtwagens gedwongen om in de jungle te worden geëxecuteerd. Vele andere zaten vast in hun kloosters en in de universiteit van Yangon, dat omgebouwd was tot een gevangeniscomplex.

In oktober 2007 keert de rust, gadegeslagen door zeer veel militairen, weer enigszins terug in Yangon. In januari 2008 ontploffen er diverse bommen in het hele land. De staatsmedia geeft de schuld aan de Karen National Union (KNU), een groep die vecht voor een grotere autonomie voor de etnische Karen. In april publiceerde de regering een nieuwe grondwet, waarin een kwart van de zetels in het parlement aan de militairen toegezegd werd.

In mei 2008 werd Myanmar getroffen door een cycloon waarbij meer dan 100.000 doden vielen. De hulpverlening verliep moeizaam, de machthebbers stonden hulp onder veel voorwaarden mondjesmaat toe. Ondanks de noodtoestand in het land werd er een referendum gehouden over de nieuwe grondwet. Volgens de regering zou 92% van de bevolking vóór de nieuwe grondwet gestemd hebben. Het huisarrest van Aung San Suu Kyi wordt in augustus 2009 weer verlengd, na beschuldigingen dat zij de regels van het huisarrest heeft geschonden vanwege een onuitgenodigd bezoek van een Amerikaan. In oktober 2009 spreekt Aung San Suu Kyi met de militaire leiders en wordt haar toegestaan westerse diplomaten te ontmoeten. In maart 2010 wordt bekend gemaakt door de autoriteiten dat de kieswet is aangenomen. In november 2010 wordt de Birmese oppositieleidster Aung San Suu Kyi vrijgelaten na vijftien jaar afwisselend in de gevangenis te hebben gezeten en onder huisarrest te hebben gestaan. Maart 2011 wordt Thein Sein president van Myanmar. In december 2011 ontmoet Hillary Clinton, de minister van buitenlandse zaken van de Verenigde Staten, zowel Aung San Suu Kyi als president Thein Sein. In november 2012 bezoekt Obama Myanmar. In juli 2013 zegt president Thein Sein dat alle politieke gevangenen op korte termijn vrij zullen komen. In april 2014 zijn er gevechten met Kachin rebellen in het noorden. In mei 2014 verlengen de VS enkele sancties omdat ondanks vooruitgang de invloed van het leger te groot blijft. In november 2015 wint de oppositiepartij van Aung San Suu Kyi de parlementsverkiezingen. In maart 2016 wordt Htin Kyaw de nieuwe president en komt er een einde aan meer dan vijftig jaar van militaire dominantie. Het jaar 2017 staat in het teken van de Rohyngia crisis, deze moslimminderheid wordt vervolgd door het leger en meer dan een miljoen Rohyngia' s vluchten naar het naburige Bangladesh waar ze in erbarmelijke omstandigheden in kampen leven. In november 2017 bezoekt paus Franciscus Myanmar maar hij stelt de Rohyngia teleur door het niet over hen te hebben.

Bevolking

Demografische gegevens

Myanmar heeft 55.123.814 inwoners (2017) en is met ca. 81,5 inwoners per km2 een van de dunst bevolkte landen van Zuidoost-Azië. Myanmar heeft een vrij jonge bevolking met een gemiddelde levensverwachting van ongeveer 68,2 jaar (mannen 66,6 jaar; vrouwen 69,59 jaar). (2017) De bevolking groeide in de periode 2000-2014 gemiddeld met 1% per jaar.

Grote steden in 2017:

Rangoon: 5.2157.000 inwoners

Mandalay: 1.374.000 inwoners

Nay Pyi Taw 992.000 inwoners

Verspreiding

Meer dan de helft van de bevolking woont rond Rangoon, op de centrale vlakte rond Mandalay en in de delta van de Ayeyarwady-rivier. De dunst bevolkte deelstaten zijn Chin in het noordwesten en Kachin in het noorden van het land. Iets meer dan 30% van de bevolking woont in de steden, maar dat verandert snel door de grote trek van het platteland naar de stad.

Rangoon is met meer dan vijf miljoen inwoners de grootste stad van Myanmar. Door de trek naar de stad is het inwoneraantal sinds 1980 bijna verdriedubbeld.

Etnische groepen

Er zijn drie hoofdgroepen te onderscheiden in de vrij heterogene bevolking van Myanmar: Mon-Khmer, Tibeto-Birmanen en Sino-Tai. Deze hoofdgroepen zijn weer onder te verdelen in acht rassen: Birmanen, Chin, Kachin, Kayah, Kayin, Mon, Rakhine en Shan. In totaal zijn er meer dan 130 subgroepen geteld. De deelstaat Shan is een etnische lappendeken, met meer dan 4 miljoen mensen verdeeld over dertig etnische groepen.

De Mon-Khmer zijn afkomstig uit Midden-Azië en vestigden zich uiteindelijk in het zuiden van Myanmar. De belangrijkste groep van de Mon-Khmer zijn de ca. 1 miljoen Mon, die beschouwd worden als de oudste inwoners van Myanmar en de grondleggers van de Birmese cultuur en; zo is het Birmese schrift afgeleid van het Mon-schrift. Na de komst van de Tibeto-Birmanen hebben ze zich met de Birmanen vermengd en zijn nu nauwelijks nog te onderscheiden.

De Padaung vormen een kleine minderheid rond Loikaw in de deelstaat Kayah. De oudere vrouwen van deze bevolkingsgroep hebben de gewoonte om een groot aantal zware koperen ringen rond de hals te dragen, en worden daarom ‘longnecks’ of giraffevrouwen genoemd. De schouders van de vrouwen zakken door het grote gewicht van de ringen in en daardoor lijkt het net alsof de nek heel lang is.

De Palaung wonen in het gebied rond Kalaw op het Shan-plateau in het oosten van het land. Ze wonen nog vaak samen met enkele families in ‘long houses’ op palen, maar er worden ook steeds meer stenen huizen gebouwd. Ze hangen een mengvorm van boeddhisme en animisme aan.

De Tibeto-Birmanen werden door de Mon-Khmer verdreven en vestigden zich in het zuiden van Myanmar. De belangrijkste volken zijn:

De boeddhistische Birmanen of Bamar komen oorspronkelijk uit het zuidwesten van China en wonen nu vooral in en rond Rangoon en op de centrale vlakte. Ze zijn de grootste etnische groep met bijna 70% van de bevolking en zijn dominant aanwezig in het leger, het staatsapparaat en proberen hun cultuur op te leggen aan de minderheden in Myanmar. Dit gebeurt vooral via het onderwijs en via de staatsmedia.

Het Bamar is dominant in Myanmar en wordt door bijna alle ander bevolkingsgroepen begrepen.

De Karen (ook Kayin) zijn met 7% van de bevolking de grootste etnische minderheid van Myanmar. Hun afkomst is onzeker, maar er wordt aangenomen dat ze vroeger rond de Gobi-woestijn in Mongolië leefden. Dit volk bestaat uit Zwarte, Witte en Rode Karen, wat verwijst naar de kleur van de kleding die ze dragen. De drie groepen ehbben elk hun eigen taal, die door de andere groepen niet verstaan wordt. De meeste Karen wonen in de deelstaat Kayin, in de delta van de Ayeyarwady rond Pathein en op het schiereiland Tanintharyi. De Rode Karen leven over het algemeen in de deelstaat Kayah op het zuidelijk deel van het Shan-plateau. Ca. 20% van de Karen (van oorsprong animistische, zijn christen en daarmee in Myanmar de grootste christelijke bevolkingsgroep. De Karen zijn al meer dan zestig jaar in gewapend conflict met het Birmese leger via de Karen National Union. Naast de KNU zijn er nog een paar kleine legertjes actief. Als gevolg hiervan zitten tienduizenden Karen in Thaise vluchtelingenkampen.

De voornamelijk boeddhistische Rakhine of Arakanezen leven in de kuststrook achter het de Chin-heuvels. Een kleine minderheid, de Rohingyas, zijn moslims en komen uit Bangladesh. De Birmese regering erkent de Rohingyas echter niet als minderheid en heeft in de jaren negentig van de vorige eeuw geprobeerd om ze te verdrijven naar Bangladesh, maar dat is maar gedeeltelijk gelukt.

De ca. 600.000 Kachin (officieel: Jinghpaw) komen uit het westen van China en wonen nu in het noorden in de bergachtige deelstaat Kachin. Het zijn vooral animisten met een kleine christen-minderheid (ca. 10%) en ze leven van de droge rijstbouw en de jacht. Ook hier lang verzet tegen het militaire regime via de Kachin Independence Organization (KIO), maar sinds een wapenstilstand hebben de Kachin nu een redelijke mate van autonomie.

De vrij geïsoleerd levende Chin leven in de westelijke deelstaat Chin, in het heuvelgebied aan de grens met India en Bangladesh. De in meerderheid christelijke Chin zijn verwant aan etnische groepen in Assam in het noordoosten van India. De vele Chin-stammen onderscheiden zich door hun klederdrachten, dialecten en tradities en zijn bekend door hun kleurrijke katoenen doeken, die op gemeenschappelijke weefgetouwen worden gemaakt.

De Sino-Tai vormden de laatste immigranten die vanuit Indo-China Myanmar binnentrokken en zich op het Shan-plateau vestigden. De belangrijkste groep is de Shan, uit het zuidwesten van China. Zij heersten van de 15e eeuw tot 1959 over het Shan-plateau en zijn verwant aan de Laotianen en de Thai. Ze spreken een Thais dialect. Verschillende Shan-legers verzetten zich tegen de regering, waarvan de belangrijkste het Shan State Army North en het Shan State Army South zijn. Als represaille op dit gewapende verzet worden door het staatsleger dorpen van de Shan platgebrand. Tienduizenden zijn als gevolg hiervan gevlucht naar Thailand en verblijven zonder veel vooruitzichten in vluchtelingen kampen.

Indiërs trokken in de 19e eeuw in groten getale naar Myanmar, dat toen tot Brits-Indië behoorde. Ze waren economisch zeer succesvol, maar dat veranderde snel toen de regering in de jaren zestig van de vorige eeuw besloot om de hele economie te nationaliseren. De Indiërs, over het algemeen islamiet, trokken weer massaal weg en maken nu nog maar 2% van de totale bevolking uit.

Gelijk met de Indiërs kwamen de Chinezen naar Myanmar en vestigden zich voornamelijk in Yangon als koopman of middenstander. Na anti-Chinese rellen in 1967 vertrokken veel Chinezen weer, maar sinds de handelsrelaties weer zijn verbeterd, leven er weer meer dan één miljoen Chinezen in Myanmar. Met name aan de grens met China en in het noordelijke Mandalay zijn de Chinezen vooral economisch zeer actief. Bijna de helft van de inwoners van Mandalay is al Chinees en een geheel uit Chinezen bestaande middenklasse dreigt.

Taal

De officiële taal van Myanmar is het Birmees en daarnaast worden er erg veel verschillende etnische dialecten of talen gesproken, ca. 200. Het Birmees behoort tot de Tibeto-Birmese taalgroep en is verwant aan talen als Kachin, Chin en Kayin. Het Birmees wordt door ca. 75% van de Birmanen gesproken, ook door veel minderheden.

De spreektaal van het Birmees is oorspronkelijk van het Chinees-Tibetaans afkomstig, terwijl het alfabet is afgeleid van het Pali, een Brahmaans schrift uit Zuid-India en dateert uit de 7e eeuw na Christus.

Het Birmees heeft een vrij eenvoudige grammatica. De taal heeft geen lidwoorden, zelfstandige naamwoorden kennen geen meervoudsvorm en werkwoorden worden niet vervoegd en staan altijd aan het end van de zin. Alle woorden bestaan uit één lettergreep en door lettergrepen samen te voegen ontstaan langere woordconstructies. Het Birmaanse alfabet bestaat uit 32 medeklinkers en 8 klinkers. De medeklinkers staan altijd aan het begin van een lettergreep.

Vooral de uitspraak is erg ingewikkeld. Het Birmees is een toontaal waarbij iedere lettergreep op drie verschillende toonhoogten, die nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, kan worden uitgesproken. Door de toonhoogte te variëren worden verschillende betekenissen van woorden aangeduid. Vaak worden woorden zelfs op dezelfde manier uitgesproken als geschreven, en moet men maar uit de context opmaken wat er bedoeld wordt.

Naast het Birmees worden nog ca. 200 andere talen en dialecten gesproken. De Padaung, Palaung en de Mon spreken en Mon-Khmertaal die tot de Austro-Aziatische taalfamilie behoort. Het Shan maakt deel uit van de Sino-Tai-taalgroep en is verwant aan het Thai en het Laotiaans.

Woordenlijst

Een – ti

Twee – hni

Drie – thoun

Honderd – ya

Maandag – taninlanei

Zondag – taninganweinei

Brood – paunmoun

Fruit – thithi

Groente – hindhihinywe

Water – yei

Koffie – kahpi

Thee – lapet yei

Hoe gaat het? – nee gaung-je-la

Goed, dank u – nee gaung-ba-de

Tot ziens – sswaa-bi

Dank u wel – tsjee-szoeoe tin-ba-de

Ja – hoo-ke

Nee – ma-hoo-poe

Godsdienst

In Myanmar is in principe sprake van godsdienstvrijheid, maar boeddhisten hebben het over het algemeen veel gemakkelijker, bijvoorbeeld bij het vinden van een baan bij de overheid. Religieuze minderheden, vooral islamieten en christenen, hebben het moeilijk onder het militaire regime. De Verenigde Staten hanteren de International Religious Freedom Act, in 2005 stond Myanmar bovenaan deze lijst als een Country of Particular Concern.

Ca. 87% van de bevolking hangt het hinayana-boeddhisme aan. Het hinayana- of theravada-boeddhisme wordt de ‘leer van de ouderen’ genoemd. De aanhangers van het hinayana-boeddhisme beschouwen zich als zuiverder en orthodoxer dan de volgelingen van het mahayana-boeddhisme, de andere stroming in het boeddhisme. De hinayana-boeddhisten erkennen alleen de oorspronkelijke geloofsartikelen uit de Tripitaka (de ‘Drie Manden’, waarin de leer van Boeddha is vastgelegd). Verder streeft iedere mens naar individuele verlossing, zonder tussenkomst van bodhisattva’s (stervelingen die de verlichting bereikt hebben, maar toch op aarde blijven om hun medemensen de juiste weg te wijzen). Het hinayana-boeddhisme wordt, naast Myanmar, vooral aangehangen in Cambodja, Laos, Sri Lanka en Thailand.

In het leven de Birmanen spelen geesten of ‘nats’ een zeer belangrijke rol. Nats komen voor in het animisme en stammen uit de tijd vóór het boeddhisme. Volgens animisten schuilen er in alle mensen, dieren en voorwerpen geesten. Verder heeft iedereen een persoonlijke beschermgeest (ko-saung nat). Elke huis en huisgeest en elk dorp haar eigen dorpsgeest. Er zijn 37 officiële nats, zowel goede als kwade.

Hoewel geesten en bijgeloof niet thuishoren in het hinayana-boeddhisme vormen ze voor heel veel Birmanen een waardevolle aanvulling op het boeddhisme. Om nats gunstig te stemmen, brengt men ze offers. Het centrum van de nat-verering is Mount Popa, ten oosten van Bagan. Hier zouden volgens de overlevering de 37 nats wonen. Op verschillende plaatsen in Myanmar worden elk jaar grote feesten (nat pwe) ter ere van een bepaalde nat gehouden.

Ook bijgeloof vormt een belangrijk aspect in het dagelijkse leven van de Birmanen. Hierin zijn helderzienden, waarzeggers en astrologen van groot belang.

Van elke Birmaanse man wordt verwacht dat hij minstens twee keer in zijn leven een periode toetreedt tot de Sangha, de boeddhistische kloosterorde in Myanmar. De eerste keer dat men toetreedt is rond het 10e jaar, de tweede keer net na de 20e verjaardag.

Er wonen ca. 2 miljoen christenen in Myanmar, voornamelijk protestanten. Baptisten vormen de grootste groep, daarnaast zijn er lutheranen, methodisten en presbyterianen. De katholieke gemeenschap in Myanmar bestaat uit ca. 500.000 personen. De twee aartsbisdommen zijn Yangon en Mandalay.

De ca. 2 miljoen moslims wonen vooral in de westelijke deelstaat Rakhine en worden daar door het regime voortdurend dwarsgezeten. Zo wordt moslims de Birmese nationaliteit onthouden, mogen er maar drie huwelijken per dorp plaatsvinden en wordt er regelmatig land onteigend.

De meer dan een half miljoen hindoes zijn met name afstammelingen van Indiërs die in de koloniale periode naar Myanmar trokken.

Onder de bergvolken komt nog animisme voor en de Chinese minderheid hangt een combinatie van mahayana-boeddhisme, confucianisme en taoïsme aan.

Religies:

Boeddhistisch 89%

Christelijk 4%

Moslim 4%

Animistisch 1%

Overig 2%

Samenleving

Staatsinrichting en bestuur

Na de machtsovername door de SLORC werd de grondwet uit 1974 buiten werking gesteld. Alle staatsorganen werden afgeschaft, waaronder het parlement. De feitelijke machtsuitoefening ligt vanaf die tijd volledig in handen van de militairen. Staatshoofd is de voorzitter van de SPDC, die tevens premier is en leden van het parlement benoemd. Het 485 leden tellende parlement werd in 1990 weer gekozen.

Er is in Myanmar geen sprake van een onafhankelijke rechterlijke macht. Rechters worden door de SPDC benoemd en dienen aanwijzingen van overheidszijde op te volgen. Door de afwezigheid van een behoorlijke rechtsgang en"Rule of Law" is machtsuitoefening door de Birmaanse overheid in essentie willekeurig.

De junta beloofde nieuwe verkiezingen te houden na voltooiing van de nieuwe grondwet. Daaraan wordt sinds 1993 onder leiding van het militaire bewind gewerkt in de Nationale Conventie, bestaande voor 15% uit gekozen vertegenwoordigers en voor de rest uit door de junta aangewezen leden. De NLD heeft zich in november 1995 uit deze Conventie teruggetrokken, omdat zij geen legitimiteit wil verlenen aan een grondwet waarin een dominante rol voor de militairen zal worden gegarandeerd en omdat men niet vrij was te zeggen wat men wilde. De Conventie kwam van oktober tot december 2006 voor het laatst bijeen. Voor de huidige politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Myanmar is bestuurlijk ingedeeld in zeven districten (tain) en zeven deelstaten (pyi). In de districten zijn de Birmanen in de meerderheid, in de deelstaten de etnische minderheden. Deze bestuurlijke eenheden zijn weer onderverdeeld in regio’s, steden en dorpen.

DistrictenHoofdstadAantal inwoners (grove schatting)
SagaingSagaing6.000.000
MandalayMandalay7.000.000
MagwayMagway5.000.000
BagoBago5.500.000
AyeyarwadyPathein7.000.000
YangonYangon6.000.000
TanintharyiDawei1.500.000
DeelstatenHoofdstadAantal inwoners (grove schatting)
KachinMyitkyina1.500.000
ShanTaunggyi5.000.000
KayahLoikaw300.000
ChinHakha550.000
RakhineSittwe3.000.000
KayinPa-an1.750.000
MonMawlamyine3.000.000

Onderwijs

Het basisonderwijs in Myanmar beslaat acht klassen, waarna er een soort examen moet worden afgelegd. Op de middelbare school worden de leerlingen op basis van hun prestaties in het basisonderwijs ingedeeld in twee stromingen: ‘arts en sciences’. De beste leerlingen van de middelbare scholen kunnen naar de universiteit. In verband met de studentenprotesten zijn deze universiteiten de laatste decennia wel vaak gesloten door het militaire bewind. De Dagon University werd om deze redenen zelfs naar een locatie buiten de hoofdstad verplaatst.

Analfabetisme valt nogal mee in een van de armste landen ter wereld. De meeste mensen kunnen wel lezen en schrijven, maar het algehele opleidingsniveau van het onderwijs ligt erg laag.

Typisch Myanmar

LONGYI

advertentie

Myanmar Man draagt een Longyi

Niet alleen de vrouwen, maar ook de meeste mannen in Myanmar dragen de traditionele wikkeldoek of longyi, een dichtgenaaide lap stof die rond de heupen vastgeknoopt wordt en de benen en het onderlichaam bedekt. De longyi die vrouwen dragen heet ‘htamain’, de mannen dragen een ‘paso’.

THANAKA

advertentie

Myanmar Thanaka

Thanaka is een lichtgele verfstof die vrouwen en meisjes, soms in figuren, op hun gezicht aanbrengen. De verfstof wordt gemaakt van de bast van de Murraya paniculata. De lichtgele pasta beschermt de huid tegen de zon, voorkomt uitdroging en zorgt voor verkoeling. Daarnaast lijkt het alsof de huid lichter wordt en dat is weer een schoonheidsideaal voor de vouwen uit Myanmar.

CHEROOTS

advertentie

Myanmar Cheroot

Cheroots zijn traditionele Birmese sigaren die zowel door mannen als vrouwen gerookt worden. De puur handgemaakte sigaren worden gemaakt van de cordiaplant. De sigaren met de lekkerste smaak komen uit de omgeving van Kalaw en rond het Inle-meer in de deelstaat Shan.

JADE

advertentie

Myanmar Jade

Jade is de gemeenschappelijke naam voor twee mineralen die als edelstenen worden gebruikt: jadeïet en nefriet. Jade kent veel verschillende kleuren: groen, bruin, zwart of wolkenwit, avn zeer licht tot zeer donker.

PAGODE

advertentie

Myanmar Pagodes

Myanmar is hét land van de pagodes. Pagodes kennen twwe varianten: de massieve belvormige ‘zedi’ en de holle, vierkante of rechthoekige ‘patha’. De belngrijkste pagode is de bijna 100 m hoge Shwedagon Pagoda in Yangon.

Vooral in Bagan zijn vele pagodes te vinden. Dit is mede te danken aan een reeks koningen die elkaar probeerden te overtreffen met nog mooiere gebouwen. In 1287 veroverde de Mongoolse heerser Koeblai Khan Pagan. Zijn leger plunderde de tempels. Tegenwoordig is men volop bezig met de restauratie van de gebouwen. De twaalfde eeuw was voor Bagan de Gouden Eeuw. In een gebied van ruim 40 km² stonden 13.000 pagodes en tempels, waar er nu nog enkele duizenden van over zijn. Alle religieuze bouwwerken zijn opgetrokken uit steen en dankzij het droge klimaat zijn vele van deze gebouwen door de eeuwen heen goed bewaard gebleven. Bagan staat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco.

BIRMAWEG

Myanmar Burma Weg

De Birmaweg is een weg die Myanmar (toen Birma) verbindt met China. De eindpunten liggen in Kunming en Lashio, Birma. Toen de weg werd gebouwd, was Birma een Britse kolonie. De weg is ongeveer 1.130 kilometer lang en loopt door een ruw berglandschap. Het gedeelte van Kunming tot aan de Birmaanse grens werd aangelegd door 200.000 Chinese arbeiders tijdens de Tweede Chinees-Japanse Oorlog in 1937 en werd voltooid tegen 1938. Ze speelde een belangrijke strategische rol in de Tweede Wereldoorlog toen de Britten de Birmaweg gebruikten om oorlogsmateriaal naar China te vervoeren voordat Japan met de Britten in oorlog was. De voorraden werden in Rangoon aangevoerd en werden per spoor naar Lashio gebracht, waar de weg door Birma begon. Nadat de Japanners Birma in 1942 onder de voet liepen begonnen de geallieerden voorraden in te vliegen over het oostelijke uiteind van het Himalayagebergte en onder het bevel van Generaal Stillwell legde men de Ledo-weg aan om Assam in India met de Birmaweg te verbinden.

Economie

Algemeen

Myanmar is een van de armere landen van Azië, meer dan een kwart van de bevolking leeft onder de armoedegrens. (2017) Toch heeft Myanmar voldoende potentieel: de bodem is rijk aan delfstoffen en de vruchtbare delta van de Ayeyarwady is uitermate geschikt voor rijstbouw. De hoofdstad Yangon is het economische en industriële hart van Myanmar, met vooral voedingsmiddelenindustrie, textielnijverheid, scheepsbouw en olieraffinaderijen. Verder heeft Yangon een zeehaven en een internationale luchthaven.

Myanmar kwam zwaar gehavend uit de Tweede Wereldoorlog en had bovendien een zeer eenzijdige economie, die vrijwel volledig steunde op de rijstbouw. Maar bovenal bleek het strak gevoerde centrale economische beleid in de periode 1962-1988, desastreus. De staat besliste alles op economisch gebied via centrale plannen, nationalisatie van bedrijven en het isoleren van Myanmar van de rest van de wereld. Het resultaat hiervan was dat de rijstproductie zodanig afnam dat er nauwelijks genoeg was voor de eigen bevolking, laat staan voor de export. De economie kwam bijna geheel tot stilstand en veel mensen werden werkloos.

Na de staatsgreep van 1988 werden veel slechte maatregelen teruggedraaid en werd het voor buitenlanders weer interessant om in Myanmar te investeren. Grote investeerders zijn Thailand, Singapore en Maleisië en aanvankelijk ook westerse landen als Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Frankrijk en ook Nederland. Deze landen haken echter steeds meer af door de onzekere politieke situatie in het land.

Myanmar heeft ook een zeer grote zwarte markt, en drugs, edelstenen en teak worden op grote schaal naar het buitenland geëxporteerd. Veel consumptiegoederen die via via het land binnenkomen, worden niet in de importcijfers verwerkt.

Landbouw en visserij

Myanmar is nog steeds een agrarisch land en landbouw en visserij dragen voor een relaltief groor gedeelte bij aan het nationaal inkomen (ca. 24% in 2017) van het land. Deze sectoren zorgen ook voor de meeste werkgelegenheid (ca. 70%).

Rijst is het voornaamste gewas en de vruchtbare delta van de Ayeyarwady is meest geschikte plaats voor de rijstbouw. Door irrigatie zijn er ook akkers aangelegd in het centrale laagland. De laatste jaren wordt er weer rijst naar het buitenland geëxporteerd. Andere voedings- en handelsgewassen zijn peulvruchten, suiker, maïs, tabak, katoen en jute.

Vis is voor de bevolking van Myanmar een belangrijk voedingsbestanddeel. Er wordt elk jaar ca. 800.000 ton vis gevangen waarvan het grootste gedeelte zeevis. Myanmar verdient veel geld door het verlenen van concessies aan buitenlandse bedrijven om in de territoriale wateren van Myanmar te mogen vissen.

Myanmar behoort met Thailand en Laos tot de grootste producenten van ruwe opium, de basisstof voor heroïne, ter wereld en het gebied als geheel wordt niet voor niets de ‘Gouden Driehoek’ genoemd. Het belangrijkste productiegebied voor de papavers ligt in het noordoosten van Myanmar, op het Shan-plateau.

Industrie en mijnbouw

Industrie en mijnbouw zijn voor het nationaal inkomen en de werkgelegenheid nog niet van heel groot belang, ondanks de grote economische waarde van alle bodemschatten. De meeste kleine bedrijven zijn in handen van Chinezen en veel grote bedrijven zijn staatseigendom en natuurlijk ook sectoren als spoorwegen, olie- en vooral gaswinning. Het zeer grote aardgasveld voor de kust van Arakan State wordt vanaf 2009 geëxploiteerd door het Koreaanse Daewoo Exploration.

Belangrijke andere delfstoffen zijn nikkel, koper, goud, zink en zilver. Ook het delven van edelstenen en mineralen is een belangrijke bedrijfstak, met name van robijnen, saffieren, peridot, spinel, en vooral het mineraal jade.

In Myanmar werd rond 1960 voor het eerst de oranjerode tot bruinkleurige painite ontdekt. Tot nu zijn er slechts enkele tientallen van deze edelsteen gevonden, de meeste in Myanmar.

Handel, dienstverlening en toerisme

In deze sectoren werkt een kwart van de beroepsbevolking en samen leveren ze een aandeel van 40% in het nationale inkomen. Myanmar exporteert onder andere Olie, groente, teakhout, rijst, edelstenen, vis en rubber. Het land importeert vooral machines, transportmiddelen, bouwmateriaal en voedingsproducten.

Belangrijke handelspartners zijn China, Singapore, Thailand, Japan, India en Taiwan in Azië en Engeland en Duitsland uit Europa.

Vakantie en bezienswaardigheden

In de jaren negentig van de vorige zette het militaire bewind alles op alles om meer toeristen naar Myanmar te lokken. Men vergat echter dat de infrastructuur veel te slecht was om veel meer toeristen te ontvangen. Uiteindelijk kwamen er maximaal 200.000 toeristen naar Myanmar in plaats van de verwachte 500.000.In 1994 trok Myanmar 62.000 toeristen, in 2004 202.000. De meeste bezoekers (ca. 60%) komen uit Azie: China, Thailand, Maleisië, Singapore en Japan. Uit Europa komen vooral Fransen, Duitsers, Britten en Italianen.

Hoewel Myanmar zeer veel mogelijkheden heeft (bezienswaardigheden, stranden), belemmert de politiek onrustige situatie de ontwikkeling van het toerisme.

De Shwedagon Pagoda is waarschijnlijk de meest bekende toeristische attractie in Myanmar, Shwedagon staat synoniem met Myanmar. Het is de oudste pagode op aarde en het centrum van het boeddhisme in Myanmar. De pagode zou met 30 ton goud (sommigen zeggen 60 ton) bedekt zijn, maar niemand weet het exacte aantal. Er zij ook een groot aantal juwelen begraven in de pagode. De meeste heiligdommen hebben prachtige sculpturen en houtsnijwerk.

Mandalay was de laatste hoofdstad van de Birmese koningen en is de culturele hoofdstad van Myanmar. Het werd gebouwd door koning Mindon van de Konboun dynastie en werd geregeerd door twee koningen tot het onder Britse heerschappij kwam 1885 (officieel op de 01 januari 1886). Ondanks het feit dat het aantal afneemt zijn er nog steeds honderden traditionele kunstenaars, beeldhouwers, bronsbewerkers en tapijt kunstenaars actief. Het meest heilige Boeddha beeld in Myanmar staat in Mandalay, evenals de beroemde stenen inscriptie van Tri-Pitaka aan de voet van Mandalay Heuvel.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

MYANMAR LINKS

Advertenties
• Fox verre reizen van ANWB
• Myanmar Vliegtickts.nl
• Rondreizen Myanmar
• Djoser fietsreis - Birma
• Mandelay Vliegtickets Tix.nl
• Hotels Myanmar

Nuttige links

Burma Fotoreportage
Myanmar Reisverslag (N)
Reisinformatie Myanmar (N)
Reizendoejezo – Myanmar (N)

Bronnen

Hulst, H. / Birma: (Myanmar)

KIT Publishers/Oxfam Novib

Köllner, H. / Myanmar (Birma)

Het Spectrum

Myat Yin, S. / Burma

Times Books

Peterse, L. / Birma (Myanmar)

Gottmer/Becht

Reid, R. / Myanmar (Burma)

Lonely Planet

Wikipedia

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems