Landenweb.nl

LAOS
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Laotiaans
  Hoofdstad  Vientiane
  Oppervlakte  236.800 km²
  Inwoners  7.050.742
  (mei 2019)
  Munteenheid  kip
  (LAK)
  Tijdsverschil  +6
  Web  .la
  Code.  LAO
  Tel.  +856

Geografie en Landschap

Geografie

Laos (officieel: Democratische Volksrepubliek Laos; Sathalanalat Paxathipatai Paxaxon Lao) is een republiek in Zuidoost-Azië en ligt op het schiereiland Achter-Indië.

De oppervlakte van Laos bedraagt 236.800 km2 en is daarmee ca. 5,6 keer zo groot als Nederland. De maximale afstand tussen het noorden en het zuiden bedraagt ca. 1000 km en tussen het oosten en het westen 450 km. Laos meet op z’n smalst maar ca. 100 km.

advertentie

Laos Satellietfoto NASAPhoto: Publiek domein

Laos wordt omringd door andere en grenst in het noorden aan China (423 km) en Myanmar (235 km), in het oosten en noordoosten aan Vietnam (2130 km), in het zuiden aan Cambodja (541 km) en in het westen aan Thailand (1754 km).

advertentie

Landschap

Vrijwel geheel Laos is heuvelachtig met verschillende berggebieden en de helft van het land is bedekt met bossen. Vooral het noorden, met een gemiddelde hoogte van 1500 meter, vormt een sterk door rivieren versneden berglandschap, waarvan de kern wordt gevormd door het Hoogland van Tran Ninh met als hoogste punt de Phu Bia met 2835 meter, daarna de Phu Xao (2690 m) en de Phu Xamxum (2620 m). Naar het zuiden toe wordt de oostelijke grens gevormd door de Cordillere van Annam. Verdeeld over Laos zijn vier bergplateaus te vinden: het Nakai-plateau en het kalkstenen Khammuan-plateau in het noorden, het Xieng Khouang-plateau in het midden en het Boloven-plateau in het zuiden (gemiddeld 1070 meter hoog).

advertentie

Phu Bia, hoogste berg van Laos, gezien vanaf het Nam Ngum meerPhoto: Chaoborus CC BY-SA 3.0 no changes made

De westelijke grens wordt vrijwel geheel gevormd door de rivier de Mekong, waarop de meeste andere rivieren, o.a. de Nam Ou, de Nam Tha en de Nam Ngum, afwateren. De Mekong is in totaal 4350 km lang en stroomt bijna 1900 km binnen Laos.

De Li Phi (Samphamit) waterval en de Khong Phapheng waterval zijn de grootste in Zuidoost-Azië. De Khong Phapheng behoort tot de breedste ter wereld.

Klimaat en Weer

Laos heeft een tropisch moessonklimaat, met noordoostelijke winden van november tot april, de droge tijd, en de Aziatische zuidwestmoesson van mei tot oktober, het regenseizoen. De klimatologische verschillen in het land zijn te verklaren door de hoogteverschillen.

In het tropische laagland valt gemiddeld 1250 mm regen per jaar; in noordelijke berggebieden meer dan 3000 mm per jaar.

Maart en april zijn de warmste maanden met landelijke gemiddelden van boven de 30°C, terwijl het in de Mekongvallei dan gemakkelijk tot boven de 35°C kan oplopen. In de hogere berggebieden kan de temperatuur in de maanden december en januari tot onder het vriespunt dalen.

Planten en Dieren

advertentie

Planten

Meer dan de helft van Laos is bedekt met subtropische wouden. Vanwege economische motieven wordt er jaarlijks ca. 300.000 ha bos gekapt. Teak en ander hardhout zijn de meest gevraagde houtsoorten, evenals Aziatisch rozenhout.

In het noorden treft men wouden aan die enigszins lijken op Europese woudtypen. In de drogere gebieden van Midden- en Zuid-Laos komen Dipterocarpus-wouden voor, en in de provincie Sayaboury, aan de grens met Thailand, waardevolle djatiwouden. Van boven af gezien is het oerwoud bijna ononderbroken. Her en der steken daar nog wat grotere bomen bovenuit, waaronder de tapang, die tot 75 meter hoog kan worden. In het regenwoud groeien verder nog kokospalm, betelpalm en haagbeuk.

Ca. 25% van de oppervlakte van het land is bedekt met savannen, grasland en moerassen.

Bekendste plant van Laos is uiteraard de papaver, waaruit op grote schaal opium wordt gewonnen. De opium wordt gewonnen uit het melksap dat zich in de zaadbol van de papaver bevindt.

Laos telt zeer veel bamboesoorten, op China en Thailand na, de meeste ter wereld.

advertentie

Dieren

In Laos leven nog slecht een stuk of 500 wilde Indische olifanten. Dat is niet veel als men bedenkt dat Laos eens bekend stond als Lane Xang, ‘land van één miljoen olifanten’. Verder leven er nog allerlei grote zoogdieren in de oerbossen van Laos, zoals tijgers, luipaarden, beren (Aziatische zwarte beer), wilde katten, wilde honden, gibbons, kleine panda, Maleisische tapir, plompe lori, antilopen, gemzen, herten en in het zuiden zoetwaterdolfijnen.

Verder valt het grote aantal soorten vleermuizen op, 69 verschillende soorten. Ook komen er 16 soorten eekhoorns voor, waarvan er verschillende met uitsterven bedreigd worden. Het grootste zoogdier na de olifant is de gaur, een in het wild levend rund dat meer dan 1000 kilo weegt en daarmee het grootste rund ter wereld is.

De zeer bedreigde kouprey is een pas in 1937 ontdekte rundersoort, vermoedelijk verwant aan de gaur en de banteng. Dit wilde rund bewoont in kleine kudden een zeer beperkt gebied in Noordoost-Cambodja, Zuid-Laos en West-Vietnam, aan beide zijden van de Mekong-rivier. De goral is een soort geit-antilope.

Bijzonder is de colugo, een grijsgroene lemurensoort. De colugo kan glijvluchten van meer dan 60 meter maken.

De kleine Aziatische linsang behoort tot de familie der genetachtigen.

Bij de reptielen valt het grote aantal hagedissoorten op en verder veel slangen, waaronder een aantal giftige.

Netpython, met negen meter de grootste slang ter wereld, vliegende slang, cobra, koningscobra, Maleisische adder, groene adder en gestreepte krait.

Sinds 1996 is het verboden om op de zeewolf of ‘pha beuk’ te vangen. Met een lengte tot drie meter en een gewicht van 400 kilogram is het een van de grootste zoetwatervissen ter wereld en komt alleen voor in de Mekong-rivier in Laos.

In Laos leven ongeveer 450 soorten vogels, waarvan enkele tientallen soorten met uitsterven worden bedreigd.

Een willekeurige keuze: drongo, nachtegaal, timalia, neushoornvogel, buulbuul, Siamese vuurrugfazant, groene pauw, reuzenibis, Saruskraanvogel, geelbuik-bayawever, geelpootvisuil, de bijna uitgestorven roodkraagspecht.

Over het algemeen is de Zuidoost-Aziatische dierenwereld nog zeer onvolledig bekend, en dat geldt ook voor Laos. Zo ontdekte men enkele jaren geleden de spitshoorn, een kleine reeachtige, en verder een klein soort wrattenzwijn, een tweehoornige neushoorn, diverse soorten ratten, de Annamese haas en een nieuwe eekhoornsoort.In 2006 bleek de uitgestorven gewaande Loatiaanse rotsrat (Laonastes aenigmamus) nog in Laos voor te komen. De Loatiaanse rotsrat is voor zover bekend de enige resterende vertegenwoordiger van zijn soort, de Laonastidae, een knaagdierensoort waarvan wetenschappers dachten dat hij 11 miljoen jaar geleden in het zuiden van Azië en Japan voor het laatst voorkwam.

Jacht, dierenhandel en stroperij hebben ertoe geleid dat vele soorten in hun voortbestaan bedreigd worden. Kaalslag van het woud is echter de grootste bedreiging.

Wetenschappers hebben in 2009 in Laos een kale zangvogel ontdekt. Het vogeltje heeft de naam kaalkop buulbuul gekregen. Volgens de biologen is het voor het eerst in honderd jaar dat in Azië een nieuwe zangvogelsoort is aangetroffen.

De kop van de vogel is niet helemaal kaal, maar heeft een streep haarachtige veren over het midden van zijn hoofd. De huid op de kop is rozig en blauw rond het oog. De vogel leeft in afgelegen gebieden. Dat verklaart volgens de wetenschappers waarom de vogel niet eerder is ontdekt.

Eén van 's werelds zeldzaamste zoogdieren, een saola, is in september 2010 gezien in een Laotiaans dorpje, maar vrijwel direct overleden nadat het dier gevangen was genomen. Geen enkele bioloog had het dier ooit in het wild gezien en er zijn maar een paar foto’s van het dier bekend. De saola werd pas ontdekt in 1992. Het dier lijkt op een antilope, maar DNA-onderzoek heeft aangetoond dat het om een rundergeslacht gaat.

Geschiedenis

advertentie

Vroegste geschiedenis

Over de vroegste geschiedenis van Laos is zeer weinig bekend. De eerste bewoners van het huidige Laos behoorden waarschijnlijk tot het Hmong-volk, dat zich ca. 10.000 jaar geleden in de Mekong-vallei vestigde en afkomstig was uit Zuid-China. Later kwamen daar nog verschillende volkeren uit India en Myanmar (Birma), Cambodja en Thailand bij.

De middeleeuwse geschiedenis van Laos lijkt veel op die van de omringende landen. In de 8e eeuw n.Chr. werd het Chenla rijk gesplitst in twee elkaar bestrijdende koninkrijken: Land Chenla, dat grote delen van het huidige Laos en Thailand besloeg, en Water Chenla.

Beide landen werden aangevallen door Maleisische piraten die een verbond hadden gesloten met een Javaans volk. Twee Chenla prinsen werden vervolgens ontvoerd en naar Java gebracht. Één van hen, Jayavarman II, wist echter te ontsnappen en de indringers te verdrijven. Hij kroonde zichzelf daarna tot koning en regeerde tot 850 over grote delen van het huidige Indochina, waaronder Zuid-Laos. Deze dynastie zou tot halverwege de 14e eeuw standhouden.

Het noorden van het huidige Laos werd in die tijd geregeerd door Thaise koningen, onder andere van het befaamde Noord-Thaise koninkrijk Sukhothai. Deze koningen hadden een grote invloed op twee vorsten in het noorden van Laos: de Lao Chao Khun Ngam Muang en de Thai Chao Mengrai. Later werd de invloed van Thailand nog uitgebreid tot het huidige Luang Prabang en de hoofdstad Vientiane, toen nog Wieng Chan geheten.

advertentie

14e tot en met 16e eeuw

In de eerste helft van de 14e eeuw nam de invloed van Sukhothai sterk af en daarvan profiteerde de Laotiaanse prins en legerleider Cha Fa Ngum. Met steun van Khmer-strijders uit Cambodja veroverde hij Wieng Chan in 1353. Hij kon beschikken over deze Khmer-strijders omdat hij een zeer goede relatie had met de Khmer-koning Nang Kaew Kaeng Nya. Fa Ngum veroverde ook nog grote delen van Laos en een deel van Thailand. Uiteindelijke nam hij ook nog Luang Prabang in, dat geregeerd werd door zijn grootvader. Hierna riep hij zichzelf uit tot koning van het veroverde gebied en gaf het de naam Lane Xang Hom Khao. Al deze gebeurtenissen vonden plaats in het voor Laos cruciale jaar 1353.

Hoewel het veroverde gebied als de eerste Lao-natie wordt beschouwd, was het in die tijd in feite niet meer dan een vazalstaat van de Khmer. Het was dan ook niet vreemd dat onder de druk van Khmer het theravada-boeddhisme tot nationale godsdienst werd uitgeroepen.

Fa Ngum regeerde ondertussen met zeer harde hand over zijn rijk en breidde het steeds verder uit. Zijn ministers waren het echter met de gang van zaken niet eens en verbanden hem in 1373 naar een buitengewest, waar hij in 1378 stierf. Hij werd opgevolgd door zijn 18-jarige zoon Oun Heuan, later noemde hij zichzelf Phaya Samsenthai (vanwege de vele Thai die in Laos woonden op dat moment), die een nieuw administratief systeem invoerde met gouverneurs in de gewesten. Deze gewesten kregen een grote bestuurlijke zelfstandigheid en dit systeem hield het vol tot 1975, het jaar dat de communisten de macht in Laos overnamen.

In 1421 overleed Samsenthai en meteen brak er in de regio onrust uit. De omringende landen probeerden hun kwijtgeraakte stukken land terug te veroveren, maar met behulp van de Khmer wist men dit te voorkomen. Dit veranderde toen de Khmer door de Thai (toen Siamezen) in 1431 verslagen werden en er een einde aan de Khmer-overheersing kwam. Ook de Vietnamezen lieten hun ogen vallen op Laos en vielen het rijk van de toenmalige koning Sao Tiakaphat binnen en veroverden Luang Prabang. Deze bezetting duurde echter maar kort, want de opvolger van Tiakaphat wist de Vietnamezen alweer te verdrijven.

In de 16e eeuw breidde Luang Prabang zich in hoog tempo uit onder het bewind van koning Pothisarat en werd een belangrijke handelsplaats in de regio. Deze Lao trouwde met een Thaise prinses uit Lanna, het tegenwoordige Chang Mai, en hun zoon Setthathirat claimde de Thaise troon na het overlijden van koning Ketklao van Thailand in 1545. Setthathirat werd een van de belangrijkste koningen uit de Xane Lang-dynastie.

In 1556 werd Lanna door de Birmanen veroverd en ook Luang Prabang dreigde dit lot te moeten ondergaan. Setthathirat trok zich daarop terug in het beter verdedigbare Vientiane en riep de stad in 1563 uit tot de nieuwe hoofdstad van Laos. Koning Setthathirat verdween op mysterieuze wijze in 1571 tijdens een militaire expeditie.

Hierna werd Laos enkele decennia een verdeelde staat onder een aantal schertskoningen uit de Lane Xang-dynastie en beleefde zelfs een periode zonder koning. Hier maakten de Birmanen dankbaar gebruik van en Laos werd een aantal jaren bezet door Birma.

Pas in 1591 slaagde koning Nokeo Kumman er in om de Birmanen te verdrijven en een begin te maken met het herstel van de eenheid in Laos. Dit herstel van de eenheid werd voortgezet onder koning Thammikarat en voltooid in 1637 door koning Sulinya Vongsa.

De periode hierna was er een van economische en culturele voorspoed. Zo werden er middels een huwelijk vriendschappelijke banden aangeknoopt met Vietnam en werden de eerst contacten gelegd met Europeanen. De Hollandse koopman Gerrit van Wuysthoff was in 1641 de eerste Europeaan die Laos bezocht. Wat Laos later in de geschiedenis zou opbreken was het feit dat het leger in die voorspoedige tijd erg verwaarloosd werd.

Laos verdeeld in drie koninkrijken

De regeerperiode van Sulinya Vongsa duurde 57 jaar en staat bekend als de 'gouden eeuw' van Laos. Na zijn dood in 1694 kwam er een einde aan ruim 340 jaar Lane Xang-dynastie. Omstreeks 1715 viel zijn rijk uiteen in drie kleine koninkrijken die elkaar fel bestreden. De kleinzoon van Sulinya Vongsa regeerde over Luang Prabang, zijn neef regeerde over Vientiane en een derde rijk ontstond in het zuiden en heette Champassak. Een ander rijkje, Xieng Khouang, was zowel aan Annam als aan Luang Prabang schatplichtig.

Door deze verdeeldheid leek Laos een prooi te worden voor de buurlanden, maar men probeerde dit te voorkomen door bondgenootschappen aan te gaan: Luang Prabang met China, Vientiane met Vietnam en Champassak met Thailand. De Birmanen zagen dit met lede ogen aan en vielen als reactie hierop Thailand binnen. Ze wisten in 1768 de toenmalige hoofdstad Ayuthhaya te veroveren maar werden uiteindelijk in 1776 weer verjaagd door de Siamezen.

Gesterkt door dit grote militaire succes gingen de Siamezen meteen door en probeerden het Vientiane van koning Anouvong in te nemen, wat in 1778 ook daadwerkelijk lukte.

Als koning werd Anourutha door de Siamezen aangesteld en hij begon meteen met de opbouw van het land en trachtte betrekkingen aan te knopen met Luang Prabang. Toen koning Rama II van Siam echter in 1827 overleed, zag Anourutha zijn kans schoon en begon een opstand tegen Siam. Hij sloot hiervoor een verbond met Vietnam maar de aanval op Siam werd geen doorslaand succes. De populariteit van Anourutha was echter enorm gestegen, dit tot ongenoegen van de nieuwe Siamese heerser, Rama III.

Ondertussen waren de Amerikanen Siam binnengetrokken en hadden grote invloed op de politiek in Siam gekregen. Rama III had dan ook toestemming nodig voor zijn plan om Vientiane aan te vallen, maar dat was geen enkel probleem. In 1827 werd Vientiane onder de voet gelopen, geplunderd en bij Siam (nu Thailand) ingelijfd, o.a. Xieng Khouang in 1832. Koning Anourutha werd gevangen genomen en stierf enige tijd later in Bangkok.

In de jaren hierna werden ook de andere Laotiaanse koninkrijken door Thailand bezet. De Thai gingen echter nog veel verder want grote delen van Laos werden ontvolkt en de bewoners werden naar Thailand gedeporteerd. Laos verkeerde op dat moment in een chaotische toestand, en allerlei landen maakten daar handig gebruik van, onder meer Annam dat de noordelijke provincie Xieng Khouang bezette.

Na 1855 verminderde de druk van Annam op Xieng Khouang, omdat de Annamieten met de Fransen rekening moesten houden. Op grond van de verdragen van Hué (1884) kwam Annam onder Frans protectoraat. Thailand zag nu de kans schoon en viel Noord-Laos binnen. In 1886 kwam Bangkok met de Fransen overeen dat de zij een consul in Luang Prabang mochten benoemen.

Laos wordt Franse kolonie

Net als andere Europese grootmachten breidde ook Frankrijk haar invloeden in Zuidoost-Azie steeds meer uit. Vietnam werd door de Fransen ingelijfd, evenals Cambodja. Om te voorkomen dat de Britten te dicht in de buurt van het"Franse" Vietnam zouden komen, wilden de Fransen hun gebied nog verder uitbreiden. De Laotianen in Luang Prabang, onder leiding van koning Chulalongkorn, zagen in de Fransen een mogelijkheid om onder de Thaise bezetting uit te komen. Dit lukte inderdaad en de Thai verdwenen uit Luang Prabang. In 1893 vielen de Fransen Laos binnen en koning Chulalongkorn werd tot aftreden gedwongen. Vanaf die tijd was Laos, dat als land echter nauwelijks iets voorstelde, een Franse kolonie en onderdeel van Indochina.

Vervolgens werd in overleg met de Thai de grenzen van het nieuwe land vastgelegd. Dit werd geregeld tussen 1893 en 1907 en in deze periode werd het als los zand aan elkaar hangende Laos tot een duidelijke staat getransformeerd.

Nadat dit geregeld was lieten de Fransen Laos in feite enigszins aan hun lot over. Economisch was Laos voor Frankrijk totaal niet van belang en het land diende in feite niet meer dan als een buffer tussen de grote mogendheden Frankrijk en Groot-Brittannië. Tekenend was ook dat civiele en administratieve diensten voornamelijk door Vietnamezen werden uitgevoerd.

Laos onafhankelijk

In 1941 viel Japan Indochina binnen en bezette ook Laos. De Laotianen vonden het best want genoten onder de Japanners een behoorlijke vrijheid. In maart 1945 ging de Franse administratie over in Japanse handen en kondigde de regering van de met de Fransen sympathiserende koning Sisavang Vong, onder druk van Japan, de onafhankelijkheid van Laos af. De onderkoning van Laos, eerste minister Phetsarat, vertrouwde het echter niet helemaal en richtte de beweging 'Lao Issara’ op, 'Vrij Laos'. Hij had gelijk, want toen de Fransen na de oorlog weer terugkwamen in Laos ontnamen ze Phetsarat alle bevoegdheden en verklaarde Laos opnieuw als Frans protectoraat. Phetsarat bleef wel leider van de Issara-beweging.

Er werd nu een Comité van het Volk gevormd en een nieuwe grondwet uitgeschreven. Sisavang Vong weigerde aanvankelijk de grondwet te ondertekenen, maar na hevige druk van de Nationale Raad ging hij alsnog overstag en ondertekende het document. In april 1946 werd hij opnieuw tot staatshoofd gekroond zonder dat de hele bevolking daar achter stond. Nog geen twee werd de hoofdstad Vientiane al ingenomen door Frankrijk-gezinde guerrilla's, zowel Fransen als Laotianen. De Issara-getrouwen werden volledig in de pan gehakt en moesten, inclusief Phetsarat, vluchten naar Thailand. Phetsarat vormde in Thailand een regering in ballingschap.

Op initiatief van de Fransen werd er eind 1946 toch weer gepraat over een vorm van zelfbestuur. Ook de Issara-beweging werd erbij gehaald, maar zij waren totaal verdeeld. Phetsarat wilde alleen praten over volledige onafhankelijkheid en een groep onder leiding van de halfbroer van Phesarat, Souvanna Phouma, wilde daar eerst over onderhandelen. Dan was er nog een derde groep onder leiding van een andere halfbroer van Phetsarat: de communistisch gezinde prins Souphanouvong. Hij wilde zich aansluiten bij de Vietminh en daarna de Fransen uit zowel Laos als Vietnam jagen.

De Fransen trokken zich hier weinig van aan en in 1949 werd overeengekomen dat Laos onder Frans oppergezag een zelfstandige natie zou zijn. Uiteindelijk werd Laos in oktober 1953 volledige onafhankelijk verleend door Frankrijk.

Op grond van de verdragen van Genève (1954) kwam na gevechten een regeling tot stand tussen de Laotiaanse regering en de Pathet Lao. Laos werd nu de rol toegedacht van een neutrale staat die los zou moeten staan van de traditionele machtsblokken in de 'Koude Oorlog'.

Pathet Lao

Prins Souphanouvong was ondertussen naar Vietnam gegaan om steun te vergaren voor zijn idee om van Laos een communistische staat te maken. Hij kreeg darbij steun van de latere secretaris-generaal van de communistische partij in Laos, Kaysone Phomvihane. Hij vond veel gehoor voor zijn ideeën in Oost-Laos, onder de bergvolken. Ze waren samen niet bevreesd om hiervoor een guerrillaoorlog te gaan voeren en sloegen de handen ineen door de oprichting van Neo Lao Issara, de burgerlijke afdeling van de militaire organisatie Pathet Lao ('Land van de Lao’). Aanvankelijk werden ze een onderdeel van de Indochinese Communistische Partij (ICP), waarin met name de Vietminh zich sterk maakte voor communistische regeringen in zowel Laos als Cambodja. De partij die dit in Laos zou moeten realiseren werd Lao People’s Party, en de Pathet Lao ondersteunde dat streven natuurlijk van harte. In 1965 werd de naam van de Pathet Lao veranderd in Lao People's Liberation Army (LPLA), maar zou in de hele wereld met de oude naam bekend blijven.

De LPLA groeide als kool, dit tot afgrijzen van de Verenigde Staten, die bang waren dat geheel Zuidoost-Azie onder communistische invloed zou komen te staan. Men probeerde om door een economisch hulpprogramma het tij in Laos te keren, maar dat zou tevergeefs blijken. Er was namelijk nog een populaire communistische ondergrondse partij actief in Laos, het Laotiaans Patriottisch Front (LPF) onder leiding van prins Souphanouvong. De internationale gemeenschap ging zich er nu ook mee bemoeien en tijdens de Geneefse Conventie in 1957 werd afgesproken dat er een coalitie gevormd zou worden tussen de regering in Vientiane onder prins Souvanna Phouma en de LPF. De LPF mocht ook nog in de regering gaan zitten en de strijders van de Pathet Lao zouden in het leger kunnen instromen. Dit alles ging echter zo chaotisch en problematisch dat de Verenigde Staten hun hulp aan Laos staakte. Laos werd hierdoor vrijwel meteen in een diepe economische crisis gestort. Vanuit de regering werd nu besloten om alle LPF-invloeden te weren uit de regering, wat weer als gevolg had dat de Pathet Lao in het verzet gedwongen werd onder leiding van prins Souphanouvong. In eerste instantie werd de crisis bezworen door de Amerikaans-gezinde Phoui Sananikone als eerste minister aan te stellen en prins Souvanna Phouma werd ambassadeur in Frankrijk.

In 1960 volgde er een militaire coup door een zekere Kong Le. Souvanna Phouma werd teruggeroepen uit Frankrijk en als premier aangesteld. De werkelijke macht was echter in handen van generaal Phoumi Novasan, die van harte, ook militair, gesteund werd door de Amerikanen. In ruil daarvoor beslisten de Amerikanen dat de LPF geen deel mocht uitmaken van een nieuwe regering en bereidde de CIA verkiezingen voor. De legers van Kong Le werden ontbonden en zij sloten zich aan bij de troepen van prins Souphanouvong, die op zijn beurt gesteund werd door de Sovjet-Unie. De jaren die hierop volgden, stonden in het teken van vele coups en tegencoups.

Oorlog in Indochina

Tussen 1964 en 1973 had Laos ernstig te lijden onder de oorlog in Indochina, die in feite gevoerd werd door de twee supermachten van dat moment, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. De Pathet Lao had zich in die periode teruggetrokken in de noordelijke bergstreken van Laos en in Vietnam. Vanuit Thailand werd Vietnam voortdurend gebombardeerd, maar ook het oosten en noorden van Laos werden zeer zwaar getroffen. Ook bommen die men niet boven Vietnam kon droppen liet men 'gewoon' los boven Laos. Hierdoor werd Laos een van de zwaarst gebombardeerde landen in de geschiedenis. Vanaf 1971 ging China zich met de oorlog bemoeien en stationeerde troepen in Noord-Laos.

In 1973 kwam er een einde aan de oorlog in Indochina en dat leidde in april 1974 tot een coalitieregering in Laos onder leiding van Souvanna Phouma. De insteek was dat er een Pathet Lao-gedeelte zou komen en een niet Pathet Lao-gedeelte. De populariteit van de Pathet Lao werd echter steeds groter en in 1974 controleerden ze elf van de dertien provincies.

Onder druk van de Lao People’s Party (LPP) traden de zittende ministers af en werd de Lao People’s Democratic Republic (LPDR) gevormd. Op 23 augustus 1975 werd de hoofdstad Vientiane ingenomen, de coalitie ontbonden en Souvanna Phouma trad af.

Vervolgens werd op 2 december 1975 officieel de Democratische Volksrepubliek Laos uitgeroepen. Pathet Lao-leider Prins Souphanouvong werd president, de eigenlijke macht was in handen van de secretaris-generaal van de partij Kaysone Phomvihane en zijn plaatsvervanger Nouhak Phoumsavane.

Dit alles betekende in feite dat er een einde kwam aan de meer dan 600 jaar durende monarchie. De koning van dat moment, Savang Vatthana, werd tot aftreden gedwongen en kreeg een papieren functie als belangrijkste adviseur van de president.

Een groepje anticommunisten en de Meo-bergstammen kwamen hiertegen in opstand, waarna de koning en zijn familie werden verbannen naar Noord-Laos, althans dat is de officiële lezing van de regering. Rondom de afzetting en de verbanning gaan veel verschillende verhalen rond, onder andere dat de hele koninklijke familie is vermoord.

Democratische Volksrepubliek Laos

Hoewel de machtsovername in 1975 zonder bloedvergieten gebeurde, vluchtten vele Laotianen (met name Meo’s), geschat wordt meer dan 300.000, naar het buitenland. Politieke vluchtelingen vertrokken naar de Verenigde Staten en Frankrijk, de rest keerde na 1988 weer terug naar Laos. Mensen die niet samengewerkt hadden met de communisten werden naar heropvoedingskampen gestuurd. Vanaf 1975 werden ook alle banden met buurland Thailand verbroken; het boeddhisme werd verboden en alle Thai werden het land uitgezet. Dit leidde in 1987 tot een drie maanden durend grensconflict waarbij verschillende doden vielen. Daarna werd de relatie met Thailand een stuk beter en in maart 1991 werd het grensconflict vreedzaam geregeld. In de jaren negentig ging Thailand op grote schaal investeren in Laos en alle betrekkingen werden weer genormaliseerd. Dit werd ook mogelijk doordat Laos de Vietnamese troepen en de Sovjet-adviseurs naar huis stuurde.

In de periode 1978/1979 brak er een conflict uit tussen Vietnam en China, waarbij Laos de kant van Vietnam koos. Pas in de loop van de jaren tachtig werd de relatie met China weer beter en in 1987 werden de diplomatieke betrekkingen en de wederzijdse handel weer hervat. Een jaar eerder was president Souphanouvong al wegens ziekte vervangen door Phoumi Vongvichit.

In 1989 werden er voor het eerst parlementsverkiezingen gehouden. Er waren 79 zetels te verdelen maar slechts 30% van die zetels waren gereserveerd voor niet-communisten. Het resultaat was uiteraard dat de volledige macht in handen van de communisten bleef. Opmerkelijk was wel dat vanaf 1990 ook de betrekkingen met de anticommunistische Verenigde Staten verbeterde wat uiteindelijke in 1995 leidde tot de opheffing van het economische embargo door de Verenigde Staten.

In 1992 overleed partijleider Kaysone Phomvihane en hij werd opgevolgd door generaal Khamtay. Vanaf 1994 voerde de regering economische liberaliseringen waardoor het gemakkelijker werd voor buitenlandse bedrijven om te investeren in Laos.

Op 1 januari 1999 werd Laos een volwaardig lid van de Association of South-East Asian Nations (ASEAN) en werd Laos verlost van zijn economische isolement. In februari 1998 ging president Phomsavan met pensioen. Hij werd opgevolgd door generaal Khamtay Siphandon, tot dan toe voorzitter van de LPRP en minister-president. Generaal Sisavat werd minister-president en Oudom Khattigna vice-president.

21e eeuw

In 2000 zorgden enkele bloedige bomaanslagen in Vientiane voor behoorlijk wat politieke onrust. Wie verantwoordelijk was voor de aanslagen bleef onduidelijk, maar men vermoedde dat de noordelijke Hmong erachter zaten, die zich onderdrukt voelden door de regering. Rebellen van het bergvolk, ondersteund door Vietnamese troepen, waren begin 2000, maar ook nog in 2001, in gevecht geraakt met het Laotiaanse regeringsleger. Economisch ging het slecht met Laos; de inflatie steeg naar 167%, waardoor bijvoorbeeld ambtenaren 80% van hun koopkracht verloren. Zodoende bleef de economie in alleen nog enigszins op de been door buitenlandse ontwikkelingshulp. Door bureaucratie en corruptie daalden de buitenlandse investeringen bovendien fors. Opmerkelijk was dat de Wereldbank leningen bleef uitschrijven om in deze schijnbaar bodemloze put te storten, want aangekondigde economische vijfjarenplannen werden bij lange na niet gehaald.

In maart 2001 werd het zevende Partijcongres gehouden. De regerende president Khamtay Siphandone bleef aan de macht en werd ook herkozen als partijleider. Ook premier Sisavath Keobounphanh bleef op zijn post, zodat er van verjonging en daardoor misschien een inhoudelijke vernieuwing, geen enkel uitzicht was.

In 2002 maakte Amnesty International melding van voortdurende schending van de mensenrechten, met name tegen protestantse christenen.

In 2003 werden er door de rebelse Hmong enkele aanslagen gepleegd op reisbussen. In totaal vielen er 26 doden, waaronder drie buitenlanders. Enkele buitenlandse journalisten probeerden een reportage te maken over het verzet van de Hmong-rebellen, maar werden door het regeringsleger gearresteerd. Ze kregen een langdurige celstraf opgelegd, maar werden al snel weer vrijgelaten. Men vermoedde dat de in de Verenigde Staten wonende Hmong achter het verzet tegen de regering en de arrestatie van de journalisten zaten. Ze probeerden hiermee de normalisering van de handelsbetrekkingen tussen Laos en de Verenigde Staten te saboteren.

Ook in 2003 ging het economisch nog niet goed; zo liep het toerisme veel schade op door de voortdurende onrust in het land. Steeds meer donorlanden vroegen zich af of het nog wel zin had om veel geld te steken in Laos.

Laos lijkt zich zeer langzaam te ontwikkelen in de richting van een meer open samenleving. Hoewel politieke hervormingen alleen mogelijk zijn binnen het eenpartijstelsel, valt de laatste jaren enige vooruitgang te bespeuren. De Nationale Assemblee wint geleidelijk aan invloed, en in 2003 heeft een grondwetswijziging een onafhankelijker rechterlijke macht mogelijk gemaakt. Met de ondertekening van twee VN mensenrechtenconvenanten in december 2000 is meer bereidheid ontstaan om mensenrechtenproblemen te bespreken. Corruptie is wijdverspreid en wordt officieel erkend als probleem. De Nationale Assemblee spreekt de regering hier ook openlijk op aan.

In maart 2006 heeft het achtste partijcongres van de LPRP plaatsgevonden. Daarbij werd luitenant-generaal Choummaly Sayasone benoemd tot nieuwe partijleider. Twee maanden later volgde na goedkeuring door de Nationale Assemblee de installatie van Choummaly tot president van Laos. Zoals gebruikelijk heeft het partijcongres van maart ook geleid tot een nieuwe regeringssamenstelling. In juni 2006 traden vijftien nieuwe bewindslieden aan, waaronder premier Bouasone Bouphavanh en minister van Buitenlandse Zaken Thongloun Sisoulith.

In een aantal dunbevolkte provincies doen zich van tijd tot tijd botsingen voor tussen het Laotiaanse leger en anticommunistische Hmong-strijders met onafhankelijkheidsaspiraties. Deze incidenten zijn voor de overheid weliswaar hinderlijk maar vormen geen bedreiging voor de stabiliteit van het land.

In januari 2008 onderneemt Laos stappen om lid te worden van de wereldhandel organisatie. In mei 2008 wordt bekend gemaakt door"Save the Children" dat ongeveer 70% van de kinderen in Laos geen toegang hebben tot basis medische zorg. In maart 2009 woord er een spoorlijn geopend die Thailand en Laos met elkaar verbind

In december 2010 ruimt premier Bouasone Bouphavanh het veld voor Thongsing Thammavong. Choummaly krijgt in juni 2011 een nieuwe termijn als president. Hillary Clinton bezoekt als eerste minister van buitenlandse zaken Laos in juli 2012. In augustus 2013 uit de EU zorgen over de mensenrechten, in het bijzonder in het verdwijnen van dissident Sombath Somphone. In mei 2014 vinden een groot aantal hoogwaardigheidsbekleders de dood bij een vliegtuigongeluk in Noord-Laos. In april 2016 zijn er verkiezingen geweest. De huidige president is Vrachit en de premier is Sisoulit. In september 2017 waarschuwen natuurbechermers Laos dat ze het centrum zijn van de verwerpelijke en veboden handel in ivoor.

Bevolking

Samenstelling

Officieel is vastgesteld dat er 68 verschillende etnische groepen in Laos wonen, die op hun beurt weer behoren tot vier hoofdgroepen:

a. De Lao Thai, maken meer dan 53% van de totale bevolking van Laos uit (2017), zijn gevestigd in de Mekongdelta maar vooral in de valleien van hoger gelegen rivieren. Het zijn voornamelijk agrariërs die zowel natte als droge rijst verbouwen. De Lao Thai hangen het animisme aan, maar dat is veel minder vermengd met andere godsdiensten dan de godsdienst van Lao Loum.

De afzonderlijke Lao Thai-volkeren worden ook benoemd door de plaats te kijken waar ze wonen of naar de kleur van hun kleding. Zo zijn er rode- (Thai Daeng), witte- (Thai Khao), zwarte- (Thai Dam), en blauwe Thai, bos-Thai (Thai Pa), noordelijke-Thai (Thai Neua) en zuidelijke-Thai. Bovendien wordt ook nog de plaatsnaam vaak toegevoegd.

b. De Lao Loum (Laagland-Laotianen) bevolken de lager gelegen delen van Laos en wonen met name in de Mekong-vallei. Ze kwamen vanuit het zuiden de Mekongvallei in en verdreven de daar aanwezige Lao Theung. Invloeden vanuit Cambodjaanse, Indonesische en Thaise culturen zijn nog duidelijk waar te nemen. Belangrijkste middel van bestaan is de verbouw van ‘natte’ rijst. Aanvankelijk beleden ze het animisme, maar gingen geleidelijk over tot het therevada-boeddhisme, waarna beide godsdiensten met elkaar verweven werden.

c. De bergvolken van Chinees/Maleise afkomst in Midden-Laos, de Lao Theung, behoren tot de oudste inwoners van Laos en maken ongeveer een kwart van de bevolking uit. Ze vestigden zich ca. 10.000 jaar in de Mekongvallei totdat ze door de Lao Loum uit die steek verjaagd werden en verhuisden naar hoger geleden streken van Noord- en Zuid-Laos. Kleinere volken zoals de Alak, Laven, Katang, Katu, Khamu, Htin en Lamet behoren tot de Lao Theung.

d. De volken die niet tot de Thai behoren, onder andere Miao (Hmong of Miau of Meo), Jao (Mien, Lu Mien of Man) en Ho, behoren tot de Lao Soung, en maken zo’n tien procent van de bevolking uit. Deze volken, oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-China, Tibet en Myanmar en pas vrij recent geëmigreerd, leven voornamelijk in de bergen vanaf ongeveer 1000 meter. Het zijn landbouwers en ze verbouwen hoofdzakelijk droge rijst, maïs en papavers.

De Miao of Hmong vormen de grootste groep, ze maken ca. tweederde uit van de Lao Soung. Na de revolutie van 1975 vluchtten veel Hmong naar het buitenland. Velen volgden hun leider Vang Pao, die nu leeft in Californië. Geschat wordt dat er ca. 50.000 Hmong in de Verenigde Staten wonen en ca. 8000 in andere landen. Sinds 1991 zijn er nog maar enkele duizenden Hmong teruggekeerd naar Laos.

Andere bergvolken zijn de Akha (Kaw), Lahu (Musor) en Lisu.

In het zuiden wonen enkele zeer kleine volken, waaronder de Lolo, de Katou, de Ngae, de Xouay, de Phu Noi en de Alak.

In de provincie Louang Namtha leeft de grootste concentratie volkeren: 39 volkeren. De provincie Bokeo is een goede tweede met 34 verschillende volkeren.

Minderheden worden gevormd door Chinezen en Vietnamezen. Men schat dat ca. 2 tot 5% van de bevolking uit China of Vietnam komt. Ongeveer de helft van de Chinezen leven en werken in de hoofdstad Vientiane en in Savannakhet.

Sinds het einde van de jaren tachtig van de vorige eeuw komen er steeds meer Thai naar Laos, maar zij blijven meestal maar een korte periode.

In Vientiane leeft een kleine gemeenschap van Noord-Indiërs en Pakistani, en verder nog wat mensen uit Bangladesh en Myanmar.

In Zuid-Laos, met name in de provincie Champasak, leeft een kleine groep Cambodjanen.

Spreiding

Ca. 65% van de mensen in Laos woont op het platteland.

Grootste steden in 2017 zijn:

Vientiane665.000
Savannakhet120.000
Louang Prabang90.000
Pakse80.000

Demografische gegevens

Taal

De officiële taal van Laos is het Laotiaans, dat behoort tot de Thai-subgroep van de Sino-Tibetaanse taalfamilie.

Het Laotiaans is onderverdeeld in vijf grote dialecten, Noord-Laotiaans, Noordoostelijk-Laotiaans, Centraal-Laotiaans en Zuidelijk-Laotiaans.

Het ‘Hoog’-Laotiaans is de taal van de etnische Lao, en daardoor zijn veel mensen van minderheden het Laotiaans niet machtig en spreken en verstaan uitsluitend hun eigen dialect. Het Laotiaanse onderwijssysteem is op dit moment nog niet in staat om deze situatie te doorbreken en onderwijst in een mix van de vijf grote dialecten.

Laotiaans is afkomstig uit het Thais. Pas tijdens de Lane Xang dynastie, vanaf 1353, werd er een geschreven taal ingevoerd, gebaseerd op een Thais alfabet en met duidelijke Khmer- en Indiase invloeden.

Engels en Frans worden vooral als handelstaal nog veel gebruikt. Veel ouderen spreken en verstaan echter nog steeds Frans, en dit is dan ook de tweede officiële taal. Veel Laotianen zijn in Rusland of door Russen getraind en spreken daarom nog Russisch.

Nadat de macht in 1975 was overgenomen door de communistische Pathet Lao, werd de spelling van het Laotiaans genormaliseerd en erg vereenvoudigd. Ook werden woorden uit vreemde talen verwijderd.

Belangrijk voor het verstaan van het Laotiaans is de klank en de toonhoogte waarmee een bepaald woord uitgesproken wordt. Het Laotiaans heeft als typisch tonale taal zes toonhoogtes.

Daarnaast is de klankbuiging belangrijk, dat wil zeggen dat dezelfde klank van laag naar hoog een andere betekenis heeft dan een klank die van hoog naar laag gaat.

Enkele Laotiaanse woorden en uitdrukkingen

Godsdienst

ALGEMEEN

De belangrijkste religieuze stroming in Laos (ca. 60% van de bevolking) is het boeddhisme, waartoe de Lao behoren; de andere volken, met name de kleinere volken in de berggebieden en in het laagland, hangen animistische natuurreligies aan (ca. 38% van de bevolking). Er zijn ca. 30.000 katholieken, 25.000 protestanten en ca. 1,5% van de bevolking hangt een andere, bijvoorbeeld de islam, of geen godsdienst aan.

Na de omwenteling in 1975 zijn de godsdiensten ongemoeid gelaten en in 1991 bestaat er ook officieel weer godsdienstvrijheid. De praktijk is echter ook dat de verspreiding van welke godsdienst dan ook, buiten de daarvoor bestemde gebouwen, verboden is. Religieuze propagandisten worden gearresteerd en kunnen het land uitgezet worden.

BOEDDHISME

Het boeddhisme is in de 6e eeuw v.Chr. in India ontstaan. De grondlegger was Siddharta Gautama (560-480 v.Chr.). Hoewel niet precies bekend is wanneer Boeddha werd geboren, houdt men als geboortejaar 543 voor Christus aan. Het jaar 2004 is 2546 in de boeddhistische jaartelling.

Kern van de leer van Boeddha zijn de vier edele waarheden:

Door zicht te houden aan enkele grondbeginselen kan de mens zijn lot of ‘karma’ beïnvloeden. De Vijf Geboden zijn: niet doden, stelen, overspel plegen, liegen en alcohol, tabak of drugs gebruiken.

Het boeddhisme is eigenlijk geen godsdienst, maar een filosofisch stelsel en een levenshouding. Er zijn geen goden. Het boeddhisme kent wel monniken, maar weer geen kerkelijke organisatie.

De koning is traditioneel de beschermer van alle godsdiensten.

Na de dood van Boeddha viel de religie uiteen in twee richtingen: het mahayana-boeddhisme en het theravada- of hinayana-boeddhisme.

Het mahayana-boeddhisme gaat uit van de universele verlossing van alle levende wezens en wordt daarom het ‘grote voertuig’ genoemd. Deze stroming kent ‘bodhisattwa’s’, stervelingen die de verlichting al hebben bereikt, maar op aarde blijven om de mensen de juiste weg te wijzen. Het mahayana-boeddhisme heeft zich onder andere verspreid over China, Nepal, Japan, Korea en Vietnam.

Het theravada-boeddhisme staat ook bekend als ‘School van de Ouderen’ wordt in Laos, Thailand, Myanmar en Sri Lanka aangehangen. Deze richting binnen het boeddhisme beperkt zich tot de individuele verlossing van de mens, zonder tussenkomst van anderen, en heet daarom het ‘kleine voertuig’. Wie zelfstandig de verlichting bereikt, wordt ‘arhat’. Deze status is echter alleen voorbehouden aan de monniken. Leken kunnen tijdens hun leven op aarde hoogstens iets toevoegen aan hun karma en herboren worden in een hogere positie. Men kan zijn karma verhogen door het doen van goede werken, zoals het geven van aalmoezen aan monniken en donaties aan tempels. Het onbaatzuchtig geven of ‘dana’ is dan ook de belangrijkste vorm van deugdzaamheid die leidt tot een goed karma. Vandaar dat er in Thailand over geofferd wordt.

Volgelingen van het theravada-boeddhisme zien zichzelf als de ware voortzetters van de leer van Boeddha, zoals die is vastgelegd in het heilige schrift, de Tripitaka.

BOEDDHISME IN LAOS

Het theravada-boeddhisme is door de Laotiaanse koning Fa Ngum rond het jaar 1300 als nationale godsdienst van Laos ingesteld. Het duurde toen nog enkele eeuwen voordat de boeddhistische leer over het hele land werd gevolgd. Met name buiten de steden bestond er veel verzet en de volkeren die hun eigen animistische geesten vereerden, weigerden de nieuwe leer in te ruilen voor eigen traditionele godsdienst.

In de 16e eeuw werd Vientiane naast hoofdstad van Laos, ook een boeddhistisch centrum. Pas aan het einde van 17e werd het onderwijs in de boeddhistische leer op de scholen ingevoerd. Na de overname van de macht door een communistisch regime in 1975, mocht er in het openbaar geen uiting meer gegeven worden aan het boeddhisme. In het algemeen is het regeringsbeleid zo, dat zolang de leer niet in strijd is met het marxisme, elke godsdienst vrij beleden kan worden.

Echte kloosters kent men nauwelijks in Laos, de meeste monniken leven achter de muren van tempelcomplexen. Jongens worden al op jonge leeftijd naar een ‘klooster’ gebracht om daar in de leer van boeddha te worden onderwezen en later ingewijd te worden. Om monnik te kunnen worden moet men minstens twintig jaar oud zijn. Naast monniken zijn er ook nonnen.

ANIMISME (Latijn: animus = ziel)

Uitgangspunt voor het animisme is de ziel. Verder huizen er in het lichaam veel geesten of ‘phi’, die voor het functioneren van het lichaam verantwoordelijk zijn. Elke geest kan op een gegeven moment het lichaam ontstijgen, maar zal altijd weer terugkomen. Pas als iemand dood gaat, verlaten de geesten het lichaam definitief en zoeken ergens anders een onderkomen, in principe in alles wat leeft.

Animisten geloven ook dat in natuurverschijnselen de geesten van hun voorouders spreken en dat er goede en kwade geesten bestaan. Het animisme wordt op veel verschillende manieren beleefd en beleden, soms nauw verwant aan het boeddhisme, het christendom of het hindoeïsme. Zeer populair is het animistische baci-ritueel. Het ritueel is bedoeld om te bewerkstelligen dat bij belangrijke gebeurtenissen, zoals geboorte en huwelijk, alle geesten in het lichaam aanwezig zijn om de gebeurtenis op een zo harmonieus mogelijke manier te beleven.

Naast enkele andere rituelen worden er gebeden uitgesproken in het Laotiaans en in Pali (een zeer oude, uit Tibet afkomstige taal), waarbij de afwezige geesten uitgenodigd worden om hun oorspronkelijke plaats in te nemen. Meestal wordt het baci-ritueel door boeddhistische monniken begeleid met eentonige zang en zijn er offergaven voor de geesten. Alle aanwezigen moeten gedurende drie dagen een wit katoenen draadje om de pols houden om de geesten gunstig gestemd te houden.

Nadat de ceremonie is beëindigd vertrekken degenen voor wie de ceremonie werd gehouden. De achterblijvers krijgen kleine glaasjes rijstlikeur en soms wordt er gedanst.

Samenleving

Staatsinrichting

Na de afschaffing van de monarchie werd op 2 december 1975 de Democratische Volksrepubliek Laos uitgeroepen.

Volgens de grondwet van 1991 is de Lao People’s Revolutionary Party (LPRP), gemodeleerd naar de Vietnamese communistische partij, verantwoordelijk voor het beleid in algemene zin. De ministerraad is het hoogste uitvoerende lichaam en de vice-voorzitter van de raad houdt toezicht op het werk van de overige ministers. De president heeft veel bevoegdheden en kan, na goedkeuring door de Nationale Assemblee, de minister-president en de regering benoemen en ontslaan. In feite heeft het Centrale Comité dit dan al voorgekookt.

De Nationale Assemblee, bestaande uit 99 leden, komt twee keer per jaar bij elkaar en wordt gekozen voor een periode van 5 jaar. De Assemblee overziet de werkzaamheden van de regering en de rechterlijke macht en ook de wetgeving is in handen van dit orgaan.

De meeste leden zijn lid van de LPRP, en alle mensen, die zich verkiesbaar willen stellen moeten daarvoor toestemming vragen aan het Lao Front for National Reconstruction (LFNR), een overkoepelende organisatie voor maatschappelijke groeperingen. Het LFNR staat onder toezicht van de LPRP. Ook de rechterlijke macht is nauw verbonden met de LPRP.

Bestuurlijke en politieke organen als het Centraal Comité en het Permanente Secretariaat zijn nauw verbonden met het Politbureau van de LPRP, dat alle beleidsbeslissingen neemt. De secretaris-generaal van het Politbureau is de machtigste man van Laos.

In december 1997 werden voor de Nationale Assemblee verkiezingen gehouden. Deze verliepen redelijk eerlijk en de bevolking stemde zelf niet volgens de door de partij aanbevolen rangvolgorde. De bevolking sprak zich met name uit voor jongere technocraten. De Lao Women’s Union was zeer effectief bezig geweest in het bepleiten van de zaak van vrouwelijke kandidaten, en op dit moment bestaat rond de 21% van het parlement uit vrouwen. Het leger is uiteraard nog zeer sterk vertegenwoordigd. Voor de actuele politieke situatie zie hofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Laos is bestuurlijk ingedeeld in zeventien provincies of ‘khwãeng’. Provincies zijn verdeeld in districten of ‘méuang’, die weer bestaan uit twee of meer dorpen of steden (bâan).

Onderwijs

Pas in de Franse tijd ontstond er een traditie van ‘wereldlijk’ onderwijs. Voor die tijd waren het monniken die in tempelscholen onderwijs verzorgden voor ‘novicen’, maar ook voor ‘gewone’ leerlingen. Onderwijs is sinds 1955 verplicht voor zes jaar.

Sinds 1976 wordt een campagne gevoerd om het analfabetisme te bestrijden. Het analfabetisme onder kinderen is van 75% in 1976 tot 10% in 1985 gedaald. Hoewel het streven is om alle kinderen toegang te geven tot basisonderwijs, is dat nog steeds niet helemaal gelukt. Het analfabetisme onder de volwassen bevolking is nog zeer groot, ca. 35%.

Volgens de wereldbank zou 90% van alle huishoudens in Laos inmiddels een basisschool in hun dorp of stad. Toch zijn er nog zeer veel problemen te overwinnen, zowel op het gebied van de kwaliteit als op de capaciteit. Zo zijn er scholen zonder hogere klassen en is er weinig geld voor leermiddelen en worden onderwijzers onderbetaald. In afgelegen gebieden komen veel éénklassige scholen voor.

Veel kinderen blijven zitten en het aantal uitvallers is erg hoog, met name bij de kinderen van etnische minderheden. Van alle kinderen die recht hebben op onderwijs, maakt maar 70% gebruik. Slechts 30% van de kinderen volgt meer dan drie jaar onderwijs.

Vanaf het zesde jaar kunnen kinderen vijf jaar lang basisonderwijs (pathom) volgen. Daarna volgen drie lager middelbaar onderwijs (mathayom) of drie jaar hoger middelbaar onderwijs (udom).

Na het hoger middelbaar onderwijs kan men naar de universiteit in Vientiane. Middelbaar en beroepsonderwijs wordt ook gegeven in kloosters en tempels en er zijn zelfs enkele privé-scholen. In Vientiane is sinds 1991 ook een internationale school gevestigd. De grootste groepen daar zijn Amerikanen, Lao, Nederlanders, Koreanen en Australiërs, en verder nog meer dan twintig andere nationaliteiten.

Vientiane heeft sinds 1995 één grote universiteit, de National University of Laos (NUOL). Ca. tien scholen voor hoger onderwijs en een hogeschool voor landbouwonderwijs zijn hierin gefuseerd.

Economie

Algemeen

Laos behoort tot de arm landen ter wereld met een BBP van $7.400 (2017) per hoofd van de bevolking. Algemeen wordt aangenomen dat ongeveer een kwart van de bevolking op of onder het bestaansminimum leeft.

Sinds de communistische omwenteling van 1975 is de organisatie van economie in Laos behoorlijk veranderd. Een socialistische economie betekent automatisch veel overheidsbemoeienis. Het verzet bij de bevolking was echter groot en daardoor verslechterde de economische nog meer. Hervormingen waren zeer noodzakelijk en die werden vanaf 1980 ingevoerd.

Zo werd het muntstelsel hervormd, was er weer particulier initiatief mogelijk, werd de collectivisatie van de landbouw weer gedeeltelijk teruggedraaid en kwam er een einde aan het actief ingrijpen van de overheid in het loon- en prijsbeleid. Dit proces van meer openheid en markt in plaats van centrale planning wordt ‘chintanakan mai’ genoemd, het ‘nieuwe denken’.

Door al deze maatregelen ging het al wat beter, alleen werd Laos begin jaren negentig geteisterd door natuurrampen, waardoor de economie weer klappen kreeg. Sinds 1992 ging het weer beter met een gemiddelde groei van 7% per jaar, maar door de Thaise/Aziatische valutacrisis in 1997 verloor de economie opnieuw terrein. Intussen loopt de economische groei langzaam weer op.

De beloofde economische hervormingen komen echter zeer langzaam op gang en laten vooral op zich wachten op fiscaal en monetair gebied, in de bankensector en bij staatsondernemingen. In het licht van het streven naar het lidmaatschap van de ASEAN vrijhandelszone AFTA in 2008 en via de voorbereidingen voor toetreding tot de WTO maakt het land wel voortgang met handelsliberalisatie. Laos laat een gestage economische groei zien. Hiervan profiteert echter voornamelijk de stedelijke bovenlaag van de bevolking. De laatste jaren daalde de inflatie flink. (In 2017 0,8%) De economische groei was 6,9% in datzelfde jaar.Landbouw

Ca. 73% van de beroepsbevolking is werkzaam in de landbouw. In 2017 leverde de landbouw bijna 21% van het bnp. Ongeveer 5% van de grond wordt gebruikt voor agrarische doeleinden en ca. 40% van het land bestaat uit bosgebied. Rijst, zowel in ‘natte’ (kleefrijst) als ‘droge’ vorm, is het belangrijkste landbouwproduct, maar de opbrengst is laag en kan de binnenlandse behoefte vaak niet dekken. Droge rijst wordt door middel van zwerflandbouw vooral verbouwd in de heuvels en de bergen door de Lao Theung en de Lao Sung. Deze manier van verbouwen is de belangrijkste oorzaak van de massale ontbossing, vandaar dat van overheidswege geprobeerd wordt om een einde te maken aan de zwerflandbouw door het bouwrijp maken van lagere landbouwgronden. Maar de bergvolken voelen daar niets voor omdat ze de verbouw van de lucratieve opium wel kunnen vergeten.

Andere landbouw- en bosbouwproducten zijn: maïs, zoete aardappelen, opium, groente, sojabonen, fruit, suikerriet en verschillende houtsoorten (teakhout, notenhout, palisander, ebbenhout). Ook de, vaak illegale, houtkap heeft gezorgd voor het teruglopen van het aantal hectares bos. Ca. 25% van de Laotiaanse export bestaat uit hout en houtproducten.

In de bergen van Noord-Laos wordt veel opium verbouwd, vooral door het Hmong-volk. Laos is na Afghanistan en Thailand de derde opiumproducent ter wereld. De internationale gemeenschap probeert via hulpprogramma’s de Laotiaanse boeren ertoe te bewegen om ander gewassen te verbouwen, maar dat is nog niet erg succesvol.

De kleinschalige veehouderij omvat varkens, runderen en pluimvee. De rivier de Me-kong levert veel vis en in de vele stuwmeren zet men een groot uitheemse vissoorten uit om de visindustrie nieuwe impulsen te geven.

Mijnbouw

Laos bezit veel bodemschatten (tin, zink, kopererts, lood, mangaan, steenkool, kalksteen en aardolie), maar rendabel ontginnen is nog niet mogelijk, op gips en tin na. Er zijn nog geen winstgevende aardolie- of gasvelden gevonden.

Industrie

Maar 6% van de Laotiaanse beroepsbevolking is werkzaam in de industrie die tak levert meer dan 30% van het BNP op (2017). De ontwikkeling van de industrie lijdt erg door een gebrek aan geschoold en leidinggevend personeel en door de te kleine binnenlandse afzetmarkt. Toch wordt de industrie steeds belangrijker voor de Laotiaanse economie. Tussen 1998 en 2003 steeg de bijdrage van de industrie aan het bnp. ‘Belangrijke’ industrieën zijn de houtverwerkende industrie, kleding- en textielindustrie, tin concentraten en elektriciteitsopwekking (Laos exporteert nog altijd een groot deel van zijn elektriciteit naar Thailand).

Verder is er kleinschalige nijverheid, o.a. de productie van sigaretten en drank. De industriële activiteiten concentreren zich in de hoofdstad Vientiane en in mindere mate de steden Savanakhet en Pakse.

Handel

De belangrijkste handelspartners zijn Japan, Thailand, en China. De handelsbalans laat al jaren een tekort zien. Dat zal voorlopig niet anders worden want Laos importeert twee keer zoveel als dat het exporteert.

Ingevoerd worden voornamelijk rijst, brandstof en machines. Belangrijke exportproducten zijn elektriciteit, fabrieksgoederen, hout, koffie en tin.

Verkeer

Laos heeft als een van de weinige landen in de wereld geen spoorwegen en het wegennet is gebrekkig; het is 14.130 km lang, waarvan nog geen 20% het gehele jaar door te berijden is. Veel dorpen, en daardoor een groot gedeelte van de bevolking, is zijn niet via een weg met de buitenwereld verbonden. De kloof tussen het platteland en de steden wordt dan ook steeds groter.

De hoofdscheepvaartweg de Mekong heeft als gevolg van stroomversnellingen slechts enkele bevaarbare trajecten. Laos was even in het nieuws toen de 1240 meter lange ‘Vriendschapsbrug’ over de Mekong, Laos en Thailand met elkaar verbond. Laos beschikt over weinig geschikte rivierhavens en heeft ook een gebrek aan vrachtschepen.

Lao Aviation is de staatsluchtvaartmaatschappij. Wattay is de internationale luchthaven van Vientiane. Verder zijn er nog enkele tientallen kleinere en grotere vliegvelden.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Laos heeft met zijn mooie natuur en culturele achtergronden goede toeristische mogelijkheden. Men probeert echter het massatoerisme buiten de deur te houden en mikt vooral op groepsreizen en toeristen met veel belangstelling voor natuur en cultuur. Eind vorige eeuw nam het aantal buitenlandse toeristen toe van 14.000 tot 500.000. Ca. 80% van alle toeristen komt nog uit andere Aziatische landen.

De hoofdstad Vientiane is de thuisbasis van het belangrijkste nationale monument in Laos, de That Luang (Grote Stupa). Dit is een icoon van het boeddhisme in Laos. Een bezoek aan Wat Sisaket is een must, deze is gebouwd in 1818 een van de oudste tempels in Vientiane. Andere boeddhistische heilige plaatsen zijn Wat Ong Teu Mahavihan, bekend om zijn 16e eeuwse bronzen Boeddha en Wat Si Muang, de beschermgeest van de stad. Hor Pha Keo, aan de overkant van Wat Sisaket heeft een prachtige collectie Boeddhabeelden. Breng een ochtend door in het Lao National Museum, dat een interessante mix van exposities toont. De belangrijkste bezienswaardigheden in Vientiane zijn slechts een korte wandeling of fietstocht van de meeste hotels. Wat Xieng Khouan, beter bekend als het Boeddha Park mag je niet missen: neem een tuk-tuk naar dit unieke park dat naast boeddhistische ook hindoeïstische beelden bevat. je kunt de Talat Sao (ochtendmarkt) bezoeken waar een breed scala aan kleurrijke textiel waaronder zijde, wandbekleding en andere decoratieve stukken te koop is. Hou ook je ogen open voor het traditionele houtsnijwerk, moerbeipapier en een verscheidenheid aan manden gemaakt van bamboe en rotan.

Het Wat Phou Complex ligt op 500 km ten zuiden van Vientiane op de oostelijke oever van de Mekong rivier in de provincie Champasack. Wat Phou is een uitstekend voorbeeld van de vroege klassieke Khmer architectuur, daterend uit de 7e tot 12e eeuw na Christus. De tempel ligt aan de voet van de 1408 meter hoge Phou Khao. Het tempelcomplex meet 1.400 meter van oost naar west. Het is gebouwd op zes verschillende niveaus of terrassen, verbonden door trappen en een centrale loopbrug. De meeste zijn door de mens gemaakt, maar de bovenste verdieping is een natuurlijk terras. Het water van de bron werd zo gekanaliseerd dat het door het belangrijkste heiligdom en over de centrale Shiva linga (de plaats van die nu wordt ingenomen door een standbeeld van de Boeddha) stroomt. Van daar stroomde de heilige rivier stroomde langs de kunstmatig terrasvormige berghelling ten slotte in de Mekong rivier. Overgebleven structuren binnen het tempelcomplex zijn een Nandin Hall, kleine paviljoens, bakstenen torens, trappen en het belangrijkste heiligdom, dat was gewijd aan Shiva.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

LAOS LINKS

Advertenties
• Laos Vliegtickets.nl
• Djoser Rondreis Laos
• Laos verre reizen van ANWB
• Rondreizen Laos
• Travelworld Laos
• Hotels Laos

Nuttige links

Fietsen door de jungle en bergen (N)
Laos Reisstart (N+E)
Laos Startbelgië (N+E)
Laos Startkabel (N)
Reisfoto's Laos
Reisinformatie Laos (N)
Reizendoejezo – Laos (N)
Romans over Laos (N)
Sem op Reis Video's over Laos (N)

Bronnen

Boon, H. / Laos : mensen, politiek, economie, cultuur, milieu

Koninklijk Instituut voor de Tropen

Cummings, J. / Laos

Lonely Planet

Te gast in Laos & Cambodja

Informatie Verre Reizen

Waard, P. de / Laos

Elmar

Zickgraf, R. / Laos

Chelsea House Publishers

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt november 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems