MYANMAR   

Wil je persoonlijke reistips ontvangen? Klik hier.

Prehistorie

Over de oudste bewoners van het stroomgebied van de Ayeyarwady is niet erg veel bekend. Archeologische vondsten wijzen uit dat er al ca. 3000 v.Chr. jagers en voedselverzamelaars gewoond moeten hebben. Waarschijnlijk waren het negrito’s (Negrito's behoren tot de semi-nomadische volkeren die tegenwoordig alleen nog maar in Zuidoost-Azië), die tot de proto-Maleiers behoorden. Vanuit het noorden werden deze vroegste bewoners van Myanmar enkele eeuwen v.Chr. weggejaagd door met name de Mon en de Pyu.

Oudheid

Naast de delta van de Ayeyarwady vestigden de Mon zich aan de monding van de Thanlwin en de Sittoung. De Mon waren rijstverbouwers en noemden hun koninkrijk, met als hoofdstad Thaton, Savannabhumi, het Gouden Land. Vanuit Thaton dreven de Mon handel met volkeren op het Indiase subcontinent en kwamen op die manier in aanraking met het boeddhisme.

De Pyu kwamen uit Tibet of het noordoosten van India en vestigden zich rond het jaar nul in Opper-Birma met als hoofdstad Sri Ksetra. Ook dit koninkrijk handelde op uitgebreide schaal via de zee met landen als Maleisië, India, Sri Lanka en het eilandenrijk Indonesië. De hoofdstad van de Pyu werd in de 8e eeuw n.Chr. verplaatst naar Halin in het noorden. De reden hiervoor was de verzanding van de Ayeyarwady waardoor de handelscontacten wegvielen. De Pyu, die al een eigen schrift en muntstelsel hadden, hingen het boeddhisme aan, vermengd wat hindoeïstische elementen uit India. In 832 werd de hoofdstad Halin door legers van het Thaise koninkrijk Nan Chao verwoest. Alle Pyu werden als slaven meegenomen naar China.

Eerste Birmaanse Koninkrijk: de Bagan-dynastie (1044-1287)

Het machtsvacuüm dat door de ondergang van het Pyu-koninkrijk ontstond, werd ingenomen door de Birmanen. Zij kwamen uit het noordwesten van China en werden door de Chinezen naar het zuiden verdreven. Ze vestigden in Nan Chao, in de Zuid-Chinese provincie Yunnan, en trokken na de val van de Pyu verder naar het zuiden. Ze verdreven de Mon en stichtten in 849 de hoofdstad van het Birmaanse Rijk, Bagan.
In 1044 besteeg koning Anawrahta de troon en dat was het begin van het Eerste Birmaanse Koninkrijk. Vanuit Bagan veroverde hij grote stukken land, wat uitgroeide tot het huidige Birmaanse grondgebied, dat vanaf die tijd onder één centraal gezag zou staan. De regeerperiode van koning Kyanzittha (1084-1112) staat bekend als de Gouden eeuw van het Eerste Birmaanse Koninkrijk, waarin Bagan bezaaid was met duizenden kloosters, pagoden en tempels. Tijdens de regeerperiode van de laatste koning van de Bagan-dynastie, Narathihapati (1254-1287), raakte het Eerste Birmaanse Koninkrijk in verval. De gigantische inspanningen die werden gestoken in de vele bouwwerken putten de schatkist uit. Bovendien was Narathihapati een tirannieke leider, met als gevolg opstanden door het hele land.
In 1283 vielen de Mongolen van Kublai Khan het noorden van Birma binnen na de weigering van Narathihapati om verschuldigde schattingen te betalen. Narathihapati vluchtte en wilde zich aan Kublai Khan overgeven. Door deze actie verspeelde hij het laatste restje respect bij zijn volk en werd nota bene vermoord door zijn eigen zoon. Hierop bezetten de Mongolen de hoofdstad en kwam er een einde aan het Eerste Birmaanse Koninkrijk.

Verdeeldheid troef

Na de val van Bagan volgde een zeer onrustige periode, met name in het noorden van het land. De Mongolen trokken zich al snel terug en er vormden zich meteen allerlei kleine staatjes die voortdurend in oorlog met elkaar waren. De Shan bezetten grote gebieden van het laagland en heersten over een groot deel van Opper-Birmam met sinds 1364 als hoofdstad Ava. Ook in het rijk van de Shan was de eenheid echter ver te zoeken en het centrale gezag lukte het niet om strijdende partijen voortdurend uit elkaar te houden. Ook opstanden tegen het centrale gezag kwamen regelmatig voor.
De Mon, met als grondlegger Wareru (1287-1296) stichtten in het zuiden het koninkrijk Hanthawady, met als bekendste koning Dhammazedi (1472-1492). Tijdens zijn regeringsperiode beleefde het boeddhisme een heropleving. Tussen de twee nieuwe koninkrijken lag een kleine Birmaanse staat, met als hoofdstad Toungoo en gesticht door de Birmaanse leider Thinhakaba (1347-1358). Hier leefden voornamelijk vluchtelingen die het voortdurende oorlogsgeweld in het noorden ontvlucht waren. Toungoo zou in de 16e eeuw een belangrijke rol gaan spelen in de geschiedenis van Birma en uitgroeien tot het Tweede Birmaanse Rijk.

De Toungoo-dynastie (1531-1752)

De grondlegger van de Toungoo-dynastie was koning Tabinshwehti (1531-1551), die slim wist te prifieteren van de twisten tussen de Shan en de Mon. In 1539 nam hij Bago in, de hoofdstad van het Mon-koninkrijk Hanthawady, en riep die stad uit tot hoofdstad van zijn eigen rijk. Niet lang daarna nam hij in het zuiden Tanintharyi en Pyay in het midden van het land in. In 1546 riep hij zich uit tot koning van geheel Birma, hoewel het noorden in handen bleef van de Shan.
De echte stichter van hetv Tweede Birmaanse Koninkrijk was koning Bayinnaung (1551-1581), die het lukte om de Shan te verslaan en Opper- en Neder-Birma weer samen te voegen tot één koninkrijk. Na een geschil om een witte olifant veroverde hij in 1555 de Siamese (nu Thailand) hoofdstad Ayutthaya.
Na het overlijden van Bayinnaung raakte het Tweede Birmaanse Koninkrijk langzaam in verval. In 1635 werd de hoofdstad Bago verplaatst naar Ava om de toenemende invloed van westerse zeevaartmogendheden te stoppen, een zelfgekozen isolement.
In 1740 werden de Birmanen uit het zuiden verdreven door de Mon en in 1752 veroverden ze Ava en daarmee kwam er een einde aan het Tweede Birmaanse Koninkrijk. Ava werd de nieuwe hoofdstad.

Konbaung-dynastie (1752-1885)

In 1753 was het alweer afgelopen met de heerschappij van de Mon. Alaungpaya (1752-1760) van het Birmaanse staatje Shwebo veroverde Ava, kroonde zichzelf tot koning en werd de stichter van de Konbaung-dynastie. Hij veroverde alle gebieden van de Mon en stichtte zo het Derde Birmaanse Koninkrijk. In 1755 veroverde Alaungpaya de stad Dagon in de delta van de Ayeyarwady en hernoemde de stad Yangon.
De Kobaung-dynastie stelde zich zeer agressief op tegen de buurlanden, met name Siam (het latere Thailand). Dit kostte Alaungpaya echter wel het leven, toen hij in 1760 gewond raakte bij het beleg van de Siamese hoofdstad Ayutthaya. Alaungpaya werd opgevolgd door zijn zoon Hsinbyushin (1763-1776), die het beleid van zijn vader voortzette en in 1767 Ayutthaya innam en daarna totaal verwoestte.
Onder het langdurige bewind van koning Bodawpaya (1782-1819) bereikte het Derde Birmaanse Koninkrijk het hoogtepunt van zijn macht met als hoofdstad Amarapura. In 1784 veroverde Bodawpaya het koninkrijk Arakan (nu Rakhine). Het Birmaanse rijk grensde hierdoor aan het Britse Indiase subcontinent en dat zou uiteindelijk leiden tot een voor Birma fataal aantal Anglo-Birmese oorlogen.

Oorlogen tussen Birma en Groot-Brittannië

De veroevering van Arakan door de Birmanen bracht veel vluchtelingen op de been. Velen vluchtten naar het door de Britten bezette Bengalen (nu Bangladesh), van waaruit ze aanvallen uitvoerden op het Birmaanse leger in Arakan. In antwoord daarop achtervolgde het Birmaanse leger de opstandelingen tot in Bengalen toe, wat de Britten op zijn zachtst gezegd niet erg leuk vonden. Onder koning Bagyidaw (1819-1837) escaleerde de zaak en dat leidde in1824 tot de eerste Anglo-Birmaanse Oorlog, die kansloos verloren ging voor Birma. Bovendien moesten ze bij het Verdrag van Yandabi in 1826 Arakan en Tenasserim afstaan aan de Britten, die daarmee de controle over de Golf van Bengalen in handen kregen.
Na koning Bagyidaw waren de vorsten Tharawaddy Min (1837-1846) en Pagan Min (1846-1853) voornamelijk bezig met het uit de weg ruimen van vele duizenden tegenstanders. De arrestatie van twee Britse scheepskapiteins door de Birmanen werd door de Britten aangegrepen om in 1852 de Tweede Anglo-Birmaanse Oorlog te beginnen. In werkelijkheid wilde de Britten niets meer en niets minder dan hum macht in Azië verder uitbreiden. Eerst werden belangrijke havensteden bezet en daarna werd heel Neder-Birma veroverd en als een provincie aan het Brits-Indische wereldrijk toegevoegd. Pagan Min werd door de Britten afgezet en opgevolgd door Mindon (1853-1878), die ervoor zorgde dat de relatie met de Britten weer genormaliseerd werd en zich inzette op de ontwikkeling van het land. De hoofdstad werd op dat moment Mandalay.
Onder de zwakke opvolger van Mindon, Thibaw (1878-1885), brak de Derde Anglo-Birmaanse Oorlog uit. Een van de redenen hiervoor waren de toenaderingen van Thibaw tot de Fransen, wat gevaarlijk zou kunnen worden voor Brits-Indië. Mandalay werd zonder veel problemen ingenomen en op 1 januari 1886 stond Birma volledig onder het koloniale bestuur van de Britten.

Birma onder Brits bestuur (1886-1948)

Onder het koloniaal bestuur van de Britten maakte de economie grote stappen voorwaarts: wegen, spoorwegen en fabrieken werden in snel tempo aangelegd en gebouwd. De mankracht hiervoor werd uit India overgebracht naar Birma, en dan voornamelijk naar Yangon, sinds 1886 de hoofdstad van Birma. Geldhandelaren (chettyars) uit India kregen veel landbouwgrond in handen door de Birmaanse bevolking niet terug te betalen leningen te verstrekken. De Britten bestuurden Birma ook via de succesvolle verdeel- en heerspolitiek. Dit hield in dat in gebieden waar de Birmanen de meerderheid vormden, de Britten het bestuur vormden. In minderheidsgebieden stond de bevolking onder het gezag van Brits-getrouwe Birmaanse leiders. Deze politiek verhevigde uiteraard de nationalistische gevoelens onder de Birmanen, wat in 1906 leidde tot de oprichting van de nationalistische beweging Young Men Buddhist Association (YMBA), die zich vooral richtte op het respectloze gedrag van de Britten ten opzichte van het boeddhisme. In de jaren dertig onttonden er veel meer protestbewegingen en braken er zowel in de steden als op het platteland opstanden uit. Een boerenopstand in 1930 werd door de Britten met veel geld neergeslagen. Ook de studenten, met name in Yangon, lieten flink van zich horen. Zij richtten onder andere de associatie Dobama (‘Wij Birmanen’), waar de latere Birmaanse leiders Aung San en U Nu uit voorkwamen. De Britten kwamen nu wel enigszins over de brug en gaven de Birmanen een beperkte vorm van zelfbestuur middels de afkondiging in 1935 van de ‘Government of Burma Act’. Darrna ging het snel: in 1936 werden de eerste verkiezingen voor een Birmaans parlement gehouden en in 1937 volgde de bestuurlijke scheiding van Brits-Indië. De eerste regering stond onder leiding van dr. Ba Maw. Van volledige onafhankelijkheid was echter nog geen sprake; de Britten trad tegen voorstanders daarvan nog steeds keihard op.

In januari 1942 vielen Japanse troepen vanuit Thailand Birma binnen en werd het land de Tweede Wereldoorlog ingezogen. De Japanners kregen hulp van het Burmese Independence Army (BIA) dat onder leiding stond van de nationalist Aug San. Het voornaamste doel van de Japanners was het sluiten van de Birma-weg, waarover de Chinese troepen in Zuid-China werden bevoorraad. In mei 1942 lukte deze opzet en niet lang daarna trok het Brits-Indische leger zich terug uit Birma naar India.
Birmaanse nationalisten steunden in eerste instantie de Japanse bezettingsmacht. Ze zagen onafhankelijkheid dichterbij komen nu de Britten de aftocht hadden geblazen. In augustus 1943 was het inderdaad zover: de Japanners verklaarden Birma onafhankelijk met een kabinet onder leiding van Ba Maw en Aug San als minister van defensie. Het bleek echter al snel een marionettenregering; de werkelijke macht berustte nog steeds bij de Japanners, die zich bovendien steeds meedogenlozer en wreder tegen de Birmaanse bevolking opstelden.
Nationalistische elementen keerden zich nu tegen de Japanse bezetters en richtten de verzetsbeweging ‘Antifascistische Liga voor de Bevrijding van het Volk’ op. In maart 1945 sloten bovendien Aug San en de BIA zich aan bij de geallieerden en samen veroverden zij Yangon. In juli 1945 gaven de Japanners zich over.

Na de overgave van de Japanners was de Liga de belangrijkste politieke beweging. Zij maakten van het momentum natuurlijk gebruik door meteen onafhankelijkheid te eisen van de Britten. Die bleven aanvankelijk nog dwars liggen, maar na een algemene staking in september 1946 gaven zij eindelijk toe. In januari 1947 spraken Aung San en de Britse premier Atlee af dat er datzelfde jaar nog een grondwethoudende vergadering zou worden gehouden en dat Birma binnen een jaar volledig onafhankelijk zou zijn. In februari vond er in Panglong overleg plaats tussen Aung San en de leiders van etnische minderheden. Iedereen stemde voor een verenigd Birma, maar wel met autonomie voor de minderheden en het recht om zich na tien jaar te kunnen afscheiden. In april volgden, zoals afgesproken, verkiezingen voor de grondwetgevende vergadering. Die werden gewonnen door de Liga en er kwam een voorlopige regering onder leiding van Aung San. Deze regering moest het land naar de onafhankelijkheid voeren, maar kreeg eerst nog een flinke tegenvaller te verwerken. Op 17 juli 1947 werden Aug San en zes ministers vermoord, maar in het proces naar onafhankelijkheid was er geen weg meer terug.

Birma onafhankelijk onder de regering U Nu (1948-1962)

Op 4 januari 1948 werd Birma officieel onafhankelijk en de eerste premier werd de voorzitter van de AFPFL, U Nu. De eerste officiële regering had het meteen moeilijk. Communistische rebellen en opstandige minderheden bedreigden de nieuwe regering. De opstandelingen waren echter zó verdeeld, dat de regering in 1951 de situatie weer enigszins in de hand had. Een ander probleem was de wel zeer beroerde situatie van de economie. De Tweede Wereldoorlog en de strijd tegen de rebellen had zoveel geld gekost, dat Birma aan de rand van een faillissement stond.
De politieke situatie bleef tot 1958 vrij stabiel, totdat er een scheuring in de AFPFL ontstond. Omdat er pas in 1960 verkiezingen gepland waren, vroeg U Nu aan generaal Ne Win, de opperbevelhebber van het leger, om een interim-regering te vormen. Deze militaire interim-regering wist het land redelijk te besturen tot de verkiezingen in februari 1960. De verkiezingen werden gewonnen door U Nu, die opnieuw premier werd. De economie stortte echter weer in en ook de etnische minderheden dreigden weer zich af te scheiden. De situatie werd zo ernstig dat generaal Ne Win het niet langer kon aanzien en op 2 maart 1962 een militaire staatsgreep pleegde.

Birma onder Ne Win (1962-1988)

Generaal Ne Win nam geen halve maatregelen: de grondwet van 1947 werd afgeschaft, het parlement ontbonden en U Nu en een aantal minister gearresteerd. Zelf werd Ne Win voorzitter van de Revolutionaire Raad, die de macht in handen nam. De enige partij die getolereerd werd was de Burma Socialist Programme Party (BSPP). Ook kreeg de Raad alles te vertellen over de economie, maar dat pakte faliekant verkeerd uit.
De nieuwe economische politiek stortte het land in een diepe depressie. Hulp van buitenaf werd niet geaccepteerd, de grenzen gingen dicht en Birma isoleerde zich hierdoor van de rest van wereld. In de nieuwe grondwet van 1974 werd de Revolutionaire Raad afgeschaft en vervangen door een Staatsraad, die weer onder voorzitterschap van Ne Win stond, die tevens president van Birma werd. De naam van het land werd veranderd in ‘Socialistische Republiek van de Unie van Birma’.
Van 1974 tot 1981 werd Birma, als reactie op de desastreuze economische politiek, geteisterd door stakingen en studentendemonstraties. Naar aanleiding hiervan trok Ne Win zich verrassend terug als voorzitter van de Staatsraad, maar hij bleef wel voorzitter van de BSPP en trok achter de schermen in feite nog aan alle touwtjes.
Monetaire maatregelen om de uit de hand lopende inflatie te beteugelen leidden echter tot grote onlusten, die in 1988 volledig uit de hand liepen. De dood van enkele studenten, veroorzaakte door het leger, leidde tot talloze demonstraties die door het leger met zeer harde hand neergeslagen werden. Om de zaak niet verder te laten escaleren legde Ne Win in juli al zijn functies neer, maar dat hielp niet veel. Als zijn opvolger werd namelijk Sein Lwin, het hoofd van de gehate oproerpolitie, benoemd tot voorzitter van de Staatsraad.
Op 8 augustus 1988 escaleerde de situatie toch volledig. Demonstraties in diverse steden eindigden in een bloedbad toen het leger onverwacht het vuur opende op de demonstranten. Er volgden weken van totale chaos, totdat op 18 september 1988 generaal Saw Maung een staatsgreep pleegde, al dan niet met medeweten van Ne Win. De nieuwe militaire junta noemde zich ‘State Law and Order Restoration’ (SLORC) en veranderde de naam Birma vrijwel meteen in ‘Unie van Myanmar’.

Periode SLORC (1988-1997)

Maatregelen die de SLORC meteen trof waren het verbod op demonstraties, een samenscholingsverbod en er werd een avondklok ingesteld. Ook beloofde de junta dat er snel verkiezingen zouden worden gehouden. De demonstraties gingen in de eerste dagen na de machtsgreep van de militairen onverminderd door en er vielen nog honderden doden. De oppositie verenigde zich in de National League for Democracy (NLD) onder leiding van de generaals Aung Gyi en Tin U. Belangrijkste spreekbuis van de oppositie werd Aung San Suu Kyi, dochter van Aung San, de grondlegger van het onafhankelijke Birma. In 1991 werd aan Aung San Suu Kyi de Nobelprijs voor de Vrede toegekend.
In september 1988 liet de NLD zich inschrijven als politieke partij, met de bedoeling om mee te doen aan de verkiezingen van 1990. De populariteit van Aung San Suu Kyi nam al snel grote vormen aan, voor de junta reden om haar in juli 1989 voor het eerst onder huisarrest te plaatsen. De eerste vrije verkiezingen sinds 30 jaar werden op 27 mei 1990 gewonnen door de NLD met 82% van de stemmen, maar voorlopig veranderde er weinig. Volgens de SLORC waren de verkiezingen alleen bedoeld voor het bij elkaar roepen van een Nationale Conventie die een nieuwe grondwet moest opstellen.
De macht zou tot de afkondiging van de nieuwe grondwet in handen blijven van de SLORC en dat werd al snel duidelijk. Honderden gekozen oppositieleden werden in de gevangenis gegooid en vele anderen vluchtten naar Thailand en zetten daar een tegenregering op. In april 1992 trad Saw Maung af als premier en werd opgevolgd door Than Shwe, die de teugels wat liet vieren.
In januari 1993 kwam de 700 leden tellende Nationale Conventie dan eindelijk bij elkaar. Probleem was echter dat de meerderheid van de leden door SLORC was aangewezen terwijl de leden van de NLD sterk in de minderheid waren. De taak van de conventie was dan ook dat het leger de bepalende factor zou blijven in de politieke constitutie van het land. Een bijzondere eis was dat de toekomstige president niet getrouwd mocht zijn (geweest) met een buitenlander. Deze bepaling was duidelijk in het leven geroepen om de wind uit de zeilen te nemen van Aung San Suu Kyi, die getrouwd was geweest met een Brit.
Tussen 1989 en 1994 werd er met verschillende verzetsgroepen een staakt-het-vuren overeengekomen, waarvoor ze in ruil een beperkte mate van autonomie kregen en wat andere kleine gunsten. Door de verdeeldheid die er tussen de vele verzetsgroepen heerste, was het verzet niet echt een grote bedreiging voor de regering. In 1995 was de Nationale Unie van Karen (KNU) de belangrijkste gewapende verzetsgroep, maar in januari van dat jaar werd in de stad Manerplaw het hoofdkwartier van deze verzetsgroep door het regeringsleger ingenomen.

Periode SPDC (1997-nu)

In november 1997 stelde de SLORC intern enigszins orde op zaken. De SLORC werd ontbonden en vervangen door een negentien leden tellende ‘State Peace and Development Council’ (SPDC). Qua beleid veranderde er echter bitter weinig en werd bijvoorbeeld Aung San Suu Kyi op alle mogelijke manieren geboycot en beperkt in haar bewegingsvrijheid, onder meer via diverse keren huisarrest.
In maart 2002 werden er een aantal familieleden van Ne Win gearresteerd op beschuldiging van hoogverraad. Het hoe en waarom van deze actie is nooit duidelijk geworden, maar het betekende in ieder geval wel dat de rol van Ne Win in het zittende regime was uitgespeeld. Tot mei 2003 was het vrij rustig in Myanmar. Het huisarrest van Aung San Suu Kyi werd weer eens opgeven veel oppositieleden werd ontslagen uit gevangenschap. Op 30 mei van dat jaar werd er na een botsing tussen de oppositie en de regering Aung San Suu Kyi gevangen genomen en alle kantoren van de NLD gesloten.
In augustus 2003 werd het hoofd van de militaire inlichtingendienst, Khin Nyunt, tot premier benoemd. Ook hij beloofde de bevolking democratische veranderingen, maar ook daar kwam weinig van terecht. In oktober 2004 werd hij, na spanningen in de junta over democratische hervormingen, ontslagen als premier en in 2005 veroordeeld tot 44 jaar voorwaardelijke gevangenisstraf, wat in feite levenslang huisarrest betekende. Hij werd opgevolgd door Soe Win, militair en vertrouweling van Than Shwe, de feitelijke baas in Myanmar. In november 2004 werd het huisarrest van Aung San Suu Kyi met een jaar verlengd, maar er werden wel duizenden ten onrechte vastgezette oppositieleden vrijgelaten. In diezelfde tijd verhuisde de regering naar de nieuwe hoofdstad Pyinmama, die ca. 400 km ten noorden van Yangon ligt. Vlak daarbij liet de junta een nieuwe regeringsstad met een eigen vliegveld aanleggen, Naypyidaw. Op 27 maart 2006 werd daar voor het eerst de ‘Dag der Strijdkrachten’ gehouden, waarbij generaal Than Shwe nog eens benadrukte dat alleen het leger voor democratie in Myanmar kan zorgen.
Eind september 2007 kwam er een protestbeweging van een groeiend aantal boeddhistische monniken op gang. Met geweldloze optochten gaven zij uiting aan het verlangen naar een democratisch bestuurd land. Na een aantal dagen voegden vele burgers zich bij hen, niet alleen om hun oproep te ondersteunen maar ook om hen te beschermen tegen mogelijk militair geweld door de junta. Aan de protesten namen soms naar schatting 25.000 tot 50.000 mensen deel in verschillende grote steden.
Dit plaatste de regering voor een groot dilemma. De monniken hebben in Myanmar een zeer hoge, bijna heilige status en groot gezag waar het morele waarden betreft. Zonder ingrijpen zou hun actie tot grote, wellicht onbeheersbare onlusten in het gehele land kunnen leiden. Het (gewelddadig) neerslaan van de beweging zou echter tot hetzelfde kunnen leiden. Op 26 september greep het leger toch in als de protesterende menigte probeert de Sule Pagode in Yangon te bereiken. Volgens berichten vielen daarbij vijf doden en eerder op die dag werden in Yangon ongeveer 200 monniken en burgers opgepakt. Op 27 september bestormden veiligheidstroepen in Myanmar zeker twee kloosters in Yangon. Naar schatting tweehonderd monniken werden gearresteerd en later in de middag vielen er 9 doden. Op 1 oktober kwamen berichten naar buiten over duizenden doden en massale executies door het leger. Volgens ooggetuigen zijn honderden monniken 'verdwenen'. Volgens gevluchte overgelopen officieren zijn veel monniken in vrachtwagens gedwongen om in de jungle te worden geëxecuteerd. Vele andere zaten vast in hun kloosters en in de universiteit van Yangon, dat omgebouwd was tot een gevangeniscomplex.
In oktober 2007 keert de rust, gadegeslagen door zeer veel militairen, weer enigszins terug in Yangon. In januari 2008 ontploffen er diverse bommen in het hele land. De staatsmedia geeft de schuld aan de Karen National Union (KNU), een groep die vecht voor een grotere autonomie voor de etnische Karen. In april publiceerde de regering een nieuwe grondwet, waarin een kwart van de zetels in het parlement aan de militairen toegezegd werd.

In mei 2008 werd Myanmar getroffen door een cycloon waarbij meer dan 100.000 doden vielen. De hulpverlening verliep moeizaam, de machthebbers stonden hulp onder veel voorwaarden mondjesmaat toe. Ondanks de noodtoestand in het land werd er een referendum gehouden over de nieuwe grondwet. Volgens de regering zou 92% van de bevolking vóór de nieuwe grondwet gestemd hebben. Het huisarrest van Aung San Suu Kyi wordt in augustus 2009 weer verlengd, na beschuldigingen dat zij de regels van het huisarrest heeft geschonden vanwege een onuitgenodigd bezoek van een Amerikaan. In oktober 2009 spreekt Aung San Suu Kyi met de militaire leiders en wordt haar toegestaan westerse diplomaten te ontmoeten. In maart 2010 wordt bekend gemaakt door de autoriteiten dat de kieswet is aangenomen. In november 2010 wordt de Birmese oppositieleidster Aung San Suu Kyi vrijgelaten na vijftien jaar afwisselend in de gevangenis te hebben gezeten en onder huisarrest te hebben gestaan. Maart 2011 wordt Thein Sein president van Myanmar. In december 2011 ontmoet Hillary Clinton, de minister van buitenlandse zaken van de Verenigde Staten, zowel Aung San Suu Kyi als president Thein Sein. In november 2012 bezoekt Obama Myanmar. In juli 2013 zegt president Thein Sein dat alle politieke gevangenen op korte termijn vrij zullen komen. In april 2014 zijn er gevechten met Kachin rebellen in het noorden. In mei 2014 verlengen de VS enkele sancties omdat ondanks vooruitgang de invloed van het leger te groot blijft. In november 2015 wint de oppositiepartij van Aung San Suu Kyi de parlementsverkiezingen. In maart 2016 wordt Htin Kyaw de nieuwe president en komt er een einde aan meer dan vijftig jaar van militaire dominantie. Het jaar 2017 staat in het teken van de Rohyngia crisis, deze moslimminderheid wordt vervolgd door het leger en meer dan een miljoen Rohyngia' s vluchten naar het naburige Bangladesh waar ze in erbarmelijke omstandigheden in kampen leven. In november 2017 bezoekt paus Franciscus Myanmar maar hij stelt de Rohyngia teleur door het niet over hen te hebben.

MYANMAR LINKS

Advertenties
• Fox verre reizen van ANWB
• Myanmar Vliegtickts.nl
• Rondreis Myanmar Kras Reizen
• Myanmar Vliegtickets WTC
• Rondreizen Myanmar
• Hotels Myanmar
• Mandelay Vliegtickets Tix.nl
• Djoser fietsreis - Birma
• Baobab Rondreizen Myanmar

Nuttige links

Burma Fotoreportage
Myanmar Reisverslag (N)
Reisinformatie Myanmar (N)
Reizendoejezo – Myanmar (N)
Romans over Myanmar (N)
Artikelen en Reisverhalen over MYANMAR
  Veel pagodes en heel veel kloost..  opstand in Birma
  Lekker weer in Myanmar  rondreis MH deel 2c
  rondreis MH deel 1c

Bronnen

Hulst, H. / Birma: (Myanmar)
KIT Publishers/Oxfam Novib

Köllner, H. / Myanmar (Birma)
Het Spectrum

Myat Yin, S. / Burma
Times Books

Peterse, L. / Birma (Myanmar)
Gottmer/Becht

Reid, R. / Myanmar (Burma)
Lonely Planet

Wikipedia

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt november 2019
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems