MYANMAR   

Wil je persoonlijke reistips ontvangen? Klik hier.

Demografische gegevens

Myanmar heeft 55.123.814 inwoners (2017) en is met ca. 81,5 inwoners per km2 een van de dunst bevolkte landen van Zuidoost-Azië. Myanmar heeft een vrij jonge bevolking met een gemiddelde levensverwachting van ongeveer 68,2 jaar (mannen 66,6 jaar; vrouwen 69,59 jaar). (2017) De bevolking groeide in de periode 2000-2014 gemiddeld met 1% per jaar.

Grote steden in 2017:
Rangoon: 5.2157.000 inwoners
Mandalay: 1.374.000 inwoners
Nay Pyi Taw 992.000 inwoners

Verspreiding

Meer dan de helft van de bevolking woont rond Rangoon, op de centrale vlakte rond Mandalay en in de delta van de Ayeyarwady-rivier. De dunst bevolkte deelstaten zijn Chin in het noordwesten en Kachin in het noorden van het land. Iets meer dan 30% van de bevolking woont in de steden, maar dat verandert snel door de grote trek van het platteland naar de stad.
Rangoon is met meer dan vijf miljoen inwoners de grootste stad van Myanmar. Door de trek naar de stad is het inwoneraantal sinds 1980 bijna verdriedubbeld.

Etnische groepen

Er zijn drie hoofdgroepen te onderscheiden in de vrij heterogene bevolking van Myanmar: Mon-Khmer, Tibeto-Birmanen en Sino-Tai. Deze hoofdgroepen zijn weer onder te verdelen in acht rassen: Birmanen, Chin, Kachin, Kayah, Kayin, Mon, Rakhine en Shan. In totaal zijn er meer dan 130 subgroepen geteld. De deelstaat Shan is een etnische lappendeken, met meer dan 4 miljoen mensen verdeeld over dertig etnische groepen.

De Mon-Khmer zijn afkomstig uit Midden-Azië en vestigden zich uiteindelijk in het zuiden van Myanmar. De belangrijkste groep van de Mon-Khmer zijn de ca. 1 miljoen Mon, die beschouwd worden als de oudste inwoners van Myanmar en de grondleggers van de Birmese cultuur en; zo is het Birmese schrift afgeleid van het Mon-schrift. Na de komst van de Tibeto-Birmanen hebben ze zich met de Birmanen vermengd en zijn nu nauwelijks nog te onderscheiden.

De Padaung vormen een kleine minderheid rond Loikaw in de deelstaat Kayah. De oudere vrouwen van deze bevolkingsgroep hebben de gewoonte om een groot aantal zware koperen ringen rond de hals te dragen, en worden daarom ‘longnecks’ of giraffevrouwen genoemd. De schouders van de vrouwen zakken door het grote gewicht van de ringen in en daardoor lijkt het net alsof de nek heel lang is.

De Palaung wonen in het gebied rond Kalaw op het Shan-plateau in het oosten van het land. Ze wonen nog vaak samen met enkele families in ‘long houses’ op palen, maar er worden ook steeds meer stenen huizen gebouwd. Ze hangen een mengvorm van boeddhisme en animisme aan.

De Tibeto-Birmanen werden door de Mon-Khmer verdreven en vestigden zich in het zuiden van Myanmar. De belangrijkste volken zijn:

De boeddhistische Birmanen of Bamar komen oorspronkelijk uit het zuidwesten van China en wonen nu vooral in en rond Rangoon en op de centrale vlakte. Ze zijn de grootste etnische groep met bijna 70% van de bevolking en zijn dominant aanwezig in het leger, het staatsapparaat en proberen hun cultuur op te leggen aan de minderheden in Myanmar. Dit gebeurt vooral via het onderwijs en via de staatsmedia.
Het Bamar is dominant in Myanmar en wordt door bijna alle ander bevolkingsgroepen begrepen.

De Karen (ook Kayin) zijn met 7% van de bevolking de grootste etnische minderheid van Myanmar. Hun afkomst is onzeker, maar er wordt aangenomen dat ze vroeger rond de Gobi-woestijn in Mongolië leefden. Dit volk bestaat uit Zwarte, Witte en Rode Karen, wat verwijst naar de kleur van de kleding die ze dragen. De drie groepen ehbben elk hun eigen taal, die door de andere groepen niet verstaan wordt. De meeste Karen wonen in de deelstaat Kayin, in de delta van de Ayeyarwady rond Pathein en op het schiereiland Tanintharyi. De Rode Karen leven over het algemeen in de deelstaat Kayah op het zuidelijk deel van het Shan-plateau. Ca. 20% van de Karen (van oorsprong animistische, zijn christen en daarmee in Myanmar de grootste christelijke bevolkingsgroep. De Karen zijn al meer dan zestig jaar in gewapend conflict met het Birmese leger via de Karen National Union. Naast de KNU zijn er nog een paar kleine legertjes actief. Als gevolg hiervan zitten tienduizenden Karen in Thaise vluchtelingenkampen.

De voornamelijk boeddhistische Rakhine of Arakanezen leven in de kuststrook achter het de Chin-heuvels. Een kleine minderheid, de Rohingyas, zijn moslims en komen uit Bangladesh. De Birmese regering erkent de Rohingyas echter niet als minderheid en heeft in de jaren negentig van de vorige eeuw geprobeerd om ze te verdrijven naar Bangladesh, maar dat is maar gedeeltelijk gelukt.

De ca. 600.000 Kachin (officieel: Jinghpaw) komen uit het westen van China en wonen nu in het noorden in de bergachtige deelstaat Kachin. Het zijn vooral animisten met een kleine christen-minderheid (ca. 10%) en ze leven van de droge rijstbouw en de jacht. Ook hier lang verzet tegen het militaire regime via de Kachin Independence Organization (KIO), maar sinds een wapenstilstand hebben de Kachin nu een redelijke mate van autonomie.

De vrij geïsoleerd levende Chin leven in de westelijke deelstaat Chin, in het heuvelgebied aan de grens met India en Bangladesh. De in meerderheid christelijke Chin zijn verwant aan etnische groepen in Assam in het noordoosten van India. De vele Chin-stammen onderscheiden zich door hun klederdrachten, dialecten en tradities en zijn bekend door hun kleurrijke katoenen doeken, die op gemeenschappelijke weefgetouwen worden gemaakt.

De Sino-Tai vormden de laatste immigranten die vanuit Indo-China Myanmar binnentrokken en zich op het Shan-plateau vestigden. De belangrijkste groep is de Shan, uit het zuidwesten van China. Zij heersten van de 15e eeuw tot 1959 over het Shan-plateau en zijn verwant aan de Laotianen en de Thai. Ze spreken een Thais dialect. Verschillende Shan-legers verzetten zich tegen de regering, waarvan de belangrijkste het Shan State Army North en het Shan State Army South zijn. Als represaille op dit gewapende verzet worden door het staatsleger dorpen van de Shan platgebrand. Tienduizenden zijn als gevolg hiervan gevlucht naar Thailand en verblijven zonder veel vooruitzichten in vluchtelingen kampen.

Indiërs trokken in de 19e eeuw in groten getale naar Myanmar, dat toen tot Brits-Indië behoorde. Ze waren economisch zeer succesvol, maar dat veranderde snel toen de regering in de jaren zestig van de vorige eeuw besloot om de hele economie te nationaliseren. De Indiërs, over het algemeen islamiet, trokken weer massaal weg en maken nu nog maar 2% van de totale bevolking uit.
Gelijk met de Indiërs kwamen de Chinezen naar Myanmar en vestigden zich voornamelijk in Yangon als koopman of middenstander. Na anti-Chinese rellen in 1967 vertrokken veel Chinezen weer, maar sinds de handelsrelaties weer zijn verbeterd, leven er weer meer dan één miljoen Chinezen in Myanmar. Met name aan de grens met China en in het noordelijke Mandalay zijn de Chinezen vooral economisch zeer actief. Bijna de helft van de inwoners van Mandalay is al Chinees en een geheel uit Chinezen bestaande middenklasse dreigt.

MYANMAR LINKS

Advertenties
• Fox verre reizen van ANWB
• Myanmar Vliegtickts.nl
• Rondreis Myanmar Kras Reizen
• Myanmar Vliegtickets WTC
• Djoser fietsreis - Birma
• Hotels Myanmar
• Mandelay Vliegtickets Tix.nl
• Rondreizen Myanmar
• Baobab Rondreizen Myanmar

Nuttige links

Burma Fotoreportage
Myanmar Reisverslag (N)
Reisinformatie Myanmar (N)
Reizendoejezo – Myanmar (N)
Artikelen en Reisverhalen over MYANMAR
  Veel pagodes en heel veel kloost..  opstand in Birma
  Lekker weer in Myanmar  rondreis MH deel 1c
  rondreis MH deel 2c

Bronnen

Hulst, H. / Birma: (Myanmar)
KIT Publishers/Oxfam Novib

Köllner, H. / Myanmar (Birma)
Het Spectrum

Myat Yin, S. / Burma
Times Books

Peterse, L. / Birma (Myanmar)
Gottmer/Becht

Reid, R. / Myanmar (Burma)
Lonely Planet

Wikipedia

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2020
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems