Steden INDIA

Populaire bestemmingen INDIA

INDIA   

Getaway Travel reisfoto van het Jaar: stuur je reisfoto in en win 2 tickets Australië

Indus-cultuur en de komst van de Ariërs

Sporen van menselijk leven op het Indische subcontinent gaan zo’n 40.000 jaren terug. Er zijn overblijfselen gevonden uit het Pleistoceen en het Laat-Paleolithicum (tot 30.000 jaar geleden). Schilderingen bij Bhimbetka in de buurt van Bhopal zijn tussen de 10.000 en 40.000 jaar oud.
Het Indus-dal was tussen 3000 en 1500 v.Chr. de plaats waar de Indus-cultuur (ook wel Harappa-cultuur) opbloeide. Het was een stedelijke beschaving met als belangrijkste centra Lothal in Gujarat en Mohenjodaro en Harappa in het hedendaagse Pakistan.
De steden waren ontworpen volgens een systeem met rechte straten en huizen van baksteen, en verder hadden ze een riolering- en waterleidingsysteem. De Indus-beschaving kende een schrijftaal met pictogrammen en er werd druk gehandeld met de buurlanden.
Vanaf 1500 v.Chr. werd de Indus-cultuur aangevallen door Indo-arische groeperingen en werd het gebied vanuit het noordwesten gekoloniseerd. Men vermoedt dat deze groepen afkomstig waren uit Zuid-Rusland of uit Afghanistan. Ook het midden en oosten van India werden ingenomen en steden als Delhi en Benares ontstonden in deze periode. Deze volkeren vermengden zich met de autochtone bevolkingen onder hun bewind ontstond het voor India zo typerende kastesysteem. Ook werden in deze tijd de in het Sanskriet geschreven Veda’s opgesteld, de heilige schriften waar het hindoeïsme op gebaseerd is.
De arische koninkrijken werden tussen 327 en 324 v.Chr. aangevallen door Alexander de Grote. Hij trok zich echter plotseling terug, waar Candragupta, de stichter van de Maurya-dynastie, van profiteerde. Met een enorm leger veroverde hij het noorden van India en delen van Afghanistan en Pakistan; alleen het zuiden van India wist hem te weerstaan. Pas in 274 v.Chr. lukte het Ashoka, de kleinzoon van Candragupta, om het zuiden te veroveren. Deze strijd ging tegen de Kalinga’s en kostte vele tienduizenden burgers en soldaten het leven. Geschokt door deze massaslachting bekeerde Ashoka zich tot het boeddhisme en zorgde tevens voor de verspreiding van deze godsdienst naar de buurlanden.
Na zijn dood raakte het cultureel hoogstaande rijk van Ashoka in verval. In 185 v.Chr. werd de laatste heerser van de Maurya-dynastie gedood en viel het rijk uiteen in elkaar bestrijdende koninkrijkjes.
India’s tweede belangrijke koninkrijk was Kushana, dat zijn bloeiperiode had van de 1e eeuw v.Chr. tot de 3e eeuw n.Chr. Het omvatte Centraal-Azië en Noord-India en strekte zich uit tot Varanasi en Vaishali bij Bhopal. De hoofdsteden waren Peshawar (nu in Pakistan) en Mathura. De grootste leider was de boeddhistische bekeerling Kanishka.

Gupta’s, Pallawa’s en Chola’s : de klassieke periode

In de periode 320-544 werd Noord-India een politieke eenheid en bloeide de cultuur op. Tijdens deze zogenaamde Gupta-periode leefde het hindoeïsme op ten koste van het boeddhisme. Het Gupta-rijk stortte na 470 in door invallen van Hunnen uit Perzië en Turkije en viel weer uiteen in verschillende rijken. In het zuiden ging de strijd tussen verschillende Dravidische dynastieën. De Pallawa’s beheersten grote delen van het zuiden vanuit de hoofdstad Kanchipuram, en in de 7e eeuw en 8e eeuw stond het rijk van de Pallawa’s op haar hoogtepunt.
Rond 850 werd het rijk veroverd door de Chola’s, waarvan Raja Raja I in 985 de troon besteeg. Onder zijn bewind, en dat van Kulottunga I, breidde het gebied van de Chola’s zich uit tot in het noorden van Ceylon, Maleisië en delen van Sumatra. Vanaf ca. 1150 trad het verval in en rond 1250 werd het Chola-rijk door de Pandya’s geannexeerd.

Islamieten vallen het noorden van India aan

Het noorden werd vanaf het begin van de 11e eeuw aangevallen door islamieten uit Afghanistan en in 1192 waren de vele koninkrijkjes in de islamitische handen van Mohammed Ghur gevallen.
Na zijn dood werd hij opgevolgd door de generaal en ex-slaaf Qutb-ud-din, de sultan van Delhi. Deze slavendynastie zou tot 1526 het sultanaat Delhi besturen, dat het grootste deel van Noord-India besloeg. Onder de Tughluq-dynastie zette het verval van het sultanaat Delhi in, en het gebied werd in 1398 veroverd door de meedogenloze veroveraar Timoer de Kreupele (Timoer-Lenk), de ‘gesel gods’.
In het zuiden kreeg de islam niet echt grond onder de voeten en het hindoekoninkrijk Vijayanagar kende een uitzonderlijke bloeiperiode van 1350-1550.

Het rijk van de mogols

Het sultanaat Delhi werd in 1526 veroverd door de uit Turkestan afkomstige Baboer. In de slag bij Panipat werd de laatste sultan van Delhi, Ibrahim Lodi, verslagen, en ook het zich verzettende krijgersvolk van de Rajpoeten werd verslagen door Baboer. Op dat moment was Baboer de stichter en eerste keizer van het mogolrijk. Dit rijk werd tot 1707 steeds machtiger, bracht India meer politieke eenheid, en zorgde voor een geweldige opleving van allerlei kunstuitingen.
Baboer’s zoon Hoemayoen werd in 1540 nog verslagen door de Afghaanse heerser Sjer Shah, maar na diens dood in 1554 keerde Hoemayoen weer terug. Hoemayoen werd opgevolgd door zijn 13-jarige zoon Akbar, die het verbazend goed deed, en naast een goed militair ook een liefhebber van kunst was. Begin 17e eeuw beheerste hij geheel Noord-India, onder leiding van zijn regent Bairam Khan. Zijn rijk werd bestuurd door overheidsdienaren en lokale vorsten die, als ze zich onderwierpen, hun rechten behielden en soms zelfs hogere functies kregen. Zo zorgde Akbar voor eenheid in zijn rijk en zelfs religieuze verschillen werden getolereerd. Hij stichtte zelfs een nieuwe religie: het Goddelijk Geloof, min of meer een mix van alle essentiële elementen uit hindoeïsme, islam en christendom.
Akbar werd opgevolgd door zijn zoon Jehangir die tot 1627 zou regeren. Jehangir werd in dat jaar opgevold door Shah Jahan, die het rijk verder uitbreidde en de handel en economie stimuleerde. Verder bouwde hij ter ere van zijn overleden vrouw de prachtige Taj Mahal.
In 1658 werd Shah Jahan door zijn zoon Aurengzeb afgezet. Onder deze vorst bereikte het mogolrijk zijn grootste omvang, want ook grote delen van het zuiden van India werden veroverd. De religieuze vrijheid werd onder Aurengzeb echter een halt toegeroepen en er volgde een periode van islamisering met het vervolgen van ongelovigen en het afbreken van hindoetempels. Rajpoeten en Marathen, beiden hindoevolken, verzetten zich hevig, en samen met uitbreken van een opvolgingsstrijd en de toenemende invloed van Europa, stortte het mogolrijk langzaam in elkaar.

Europese invloeden breiden zich uit

De zeeweg naar India via Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika was ondertussen in 1498 gevonden door de ontdekkingsreiziger Vasco da Gama. In datzelfde jaar landde hij op de zuidwestkust van India in Calicut, in Kerala. Nadat Goa in 1510 veroverd werd, wisten de Portugezen tot en met de 17e eeuw een handelsmonopolie te behouden in deze regio.
Ook de andere grote zeevarende naties lieten hun ogen op India vallen. De Hollanders stichtten handelsposten in Zuid-India en de Fransen bezaten vanaf 1672 verschillende handelskolonies in Pondicherry. De meeste macht en invloed kreeg de Engelse Oost Indische Compagnie, met handelsposten in Surat (1612), Chennai (1640), Mumbai (1688) en Calcutta (1690). Zowel de Franse als de Engelse compagnieën hielden zich allen bezig met de handel en bemoeiden zich niet met binnenlandse aangelegenheden.
Door de problemen tussen de grootmachten Frankrijk en Engeland in Europa veranderde rond 1750 de situatie in India grondig. Eigenbelang stond nu voorop en de strijd tussen Frankrijk en Groot-Brittannië bereikte het hoogtepunt in de Slag bij Plassey in Bengalen (1757). De Britten versloegen een enorm Bengaals leger dat gesteund werd door de Fransen.

Britse suprematie

Honderd jaar later stond ca. 60% van het Indiase grondgebied onder directe Britse controle. De rest van het land werd bestuurd door lokale vorsten en maharadja’s die echte wel de soevereiniteit moesten erkennen van de Engelsen.
In 1857 brak de Sepoy-opstand uit, de ‘Mutiny’, de eerste grote opstand tegen de Britse machthebbers. De Sepoys, soldaten uit de Indiase regimenten van het Britse koloniale leger, waren niet tevreden over het Britse bestuur en werden daarin gesteund door afgezette hindoevorsten en leden van de mogoldynastie. De opstand werd zeer hardhandig neergeslagen en de regering in Groot-Brittannië reageerde door in 1858 het bestuur in handen te geven van een gouverneur-generaal, die als titel onderkoning of ‘Raj’ kreeg. Koningin Victoria werd toen keizerin van India en de East India Company was volledig uitgespeeld. In datzelfde jaar werd de laatste mogolkoning afgezet, Bahadur Shah II, en daarmee kwam er een definitief eind aan het mogolrijk.
India maakte nu deel uit van het Britse rijk, met een onderkoning als belangrijkste bestuurder; de Indiërs waren onderdanen van koningin Victoria. Van 1840 tot 1914 was India de belangrijkste handelspartner van de Britten en het land kreeg een vrij grote mate van autonomie. In 1877 werd koningin Victoria uitgeroepen tot keizerin van India.

Nationalistische gevoelens

De Indiase elite ontwikkelde in de tweede helft van de 19e eeuw een politiek bewustzijn en begon zich af te zetten tegen de Britse koloniale overheersers. Ook eisten zij meer invloed op in het landsbestuur. Dit alles kreeg in 1885 een vervolg met de oprichting van het India National Congres, dat aandrong op meer invloed van de bevolking op het bestuur van het land, voor zowel hindoes als moslims. Al snel ontstond er een radicale stroming in het congres die ook niet voor geweld terugdeinsden. In 1906 scheidden de moslims zich af en werd de All India Muslim League of Moslim Liga opgericht. Het uit elkaar drijven van de hindoes en de moslims leek een goede ontwikkeling voor de Britse koloniale politiek.
Door de Britten te steunen tijdens de Eerste Wereldoorlog hoopten de Indiërs na de oorlog een onafhankelijk Gemenebestland te worden. Dit streven werd wreed onderdrukt op 13 april 1919, toen tijdens een demonstratie in Amritsar (deelstaat Punjab) de Britten zonder aanleiding 379 demonstranten doodden en verder vielen er meer dan 1200 gewonden.

Gandhi en Nehru

Door deze ongelukkige actie van de Britten wakkerde het nationalisme verder aan, onder leiding van de charismatische Mohandas Karamchand (Mahatma) Gandhi. Na een rechtenstudie in Engeland en een verblijf in Zuid-Afrika keerde hij in 1915 terug naar India.
Hij kreeg al snel een vooraanstaande positie in de onafhankelijkheidsbeweging en begon in 1920 met een grote campagne voor ’svaraj’ of zelfbestuur. De campagne kenmerkte zich door geweldloze acties, die daardoor zeer lastig te bestrijden waren door de Britten. Ze besloten toch om Gandhi te arresteren en hij werd veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, maar vanwege zijn slechte gezondheid werd hij al in 1924 weer vrijgelaten.
In 1930 werd Gandhi door Pandit Jawaharlal Nehru, de voorzitter van het Congres, aangesteld als leider van een nieuwe campagne tegen het zoutmonopolie van de regering. In 1931 nam Gandhi namens het Congres deel aan een rondetafelconferentie in Londen over de toekomst van zijn land. Deze conferentie leverde de ‘Government of India Act’ op, eigenlijk niet meer dan een doekje voor het bloeden.
In de Tweede Wereldoorlog wilde een meerderheid van het Congres de Britten steunen in ruil voor onafhankelijkheid na de oorlog. De Britten weigerden hierop in te gaan waarna het Congres de actie ‘Verlaat India’ startte, die echter alleen maar resulteerde in de arrestatie van de leider van deze actie.

India onafhankelijk, Pakistan scheidt zich af

Na de oorlog kwamen de Britten toch tot de conclusie dat koloniale status van India niet meer te handhaven was. De soevereiniteitsoverdracht ging echter niet zo soepel door de tegenstellingen tussen hindoes en moslims. Het Congres werd op dat moment gedomineerd door hindoes die voor een onafhankelijke staat voor alle Indiërs waren. De Moslim-liga onder leiding van Jinnah wilde een eigen moslimstaat, Pakistan. In 1946 werd het land verdeeld in twee staten, India en Pakistan. De soevereiniteitsoverdracht vond plaats op 15 augustus 1947 (Indian Independence Act), en vanaf dat moment waren het hindoeïstische India en het islamitische Pakistan twee onafhankelijke staten. Ze bleven beide wel bij het Gemenebest en Lord Mountbatten trad als gouverneur-generaal namens Groot-Brittannië op. Minister-president van India werd Congresleider Nehru. De onafhankelijkheid was wel het sein voor grote volksverhuizingen. Pakistan werd overspoeld door islamitische vluchtelingen uit India en door hindoes uit Pakistan. Problemen deden zich vooral voor in de Indiase deelstaat Punjab en de het Pakistaanse Bengalen. Uiteindelijk botsten miljoenen vluchtelingen op elkaar en over en weer werden ca. een half miljoen doden geteld.
Op dat moment waren er in India ongeveer 500 vorstendommen die zich aansloten bij India of bij Pakistan en een grote mate van zelfstandigheid behielden. Een probleem ontstond door weifelende houding van de hindoevorst van het overwegend islamitische Kasjmir. Pakistan greep militair in en door de Indiase reactie hierop ontstond er in 1948 een Indiaas-Pakistaanse oorlog. De Verenigde Naties intervenieerde en zorgde voor een wapenstilstand, maar de kwestie Kasjmir zou tot op de dag van vandaag de relatie tussen India en Pakistan beheersen. Op 10 januari 1948 ging er een schok door de wereld toen Gandhi vermoord werd. Op 21 juni 1948 legde Mountbatten zijn functie neer. Op 26 januari 1950 werd in New Delhi de republiek uitgeroepen en de grondwet aangenomen.
In de jaren vijftig kon Nehru's India een bemiddelaarsrol in het Korea-conflict en de eerste Vietnamese oorlog (Conferentie van Genève, 1954) spelen. Nehru weigerde een 'derde neutraal blok' te vormen, maar in de Verenigde Naties had India tussen 1950 en 1960 een belangrijke stem.

Periode Indira Gandhi

Begin jaren zestig van de vorige eeuw raakte India ernstig gebrouilleerd met buurland China. Zowel China als India maakten namelijk aanspraken op delen van Ladakh en uiteindelijk volgde er in 1962 een Chinese invasie.
Wat de binnenlandse politiek betreft waren er voor Nehru veel problemen op te lossen met verschillende deelstaten en met de precaire economische situatie. In 1961 had India de Portugese gebieden Goa, Daman en Diu blijvend bezet (in 1974 door Portugal erkend).
Nehru overleed in 1964 en werd opgevolgd door Lal Bahadur Shastri, die meteen in een oorlog verzeild raakte met Pakistan over de moerasprovincie Rann van Kutsch en de kwestie Kasjmir. In 1965 brak een tweede Pakistaans-Indiase oorlog uit, waarbij opnieuw de status van Kasjmir in het geding was. De bemiddeling door de Sovjet-Unie leidde in januari 1966 tot de wapenstilstand van Tasjkent. Shastri overleed op 11 januari 1966 en de nieuwe premier werd Indira Gandhi, de enige dochter van Nehru en trouwens geen familie van Mahatma Gandhi. Ze werd echter wel de leider van een land dat in grote economische en sociale problemen verkeerde. Bovendien brak er onder haar bewind een grote hongersnood uit.
In 1971 brak er voor de derde keer een oorlog uit tussen India en Pakistan om de kwestie Kasjmir. De verkiezingen van 1971 werden door de Congrespartij van Gandhi gewonnen dankzij haar belofte om een einde te maken aan de armoede. Extra populair werd ze door het ingrijpen van India in Oost-Pakistan, waar de onafhankelijke staat Bangladesh in december werd uitgeroepen. Door alle conflicten met Pakistan en China werd India in de richting van de Sovjet-Unie gedreven, zeker na steun van China en de Verenigde Staten aan Pakistan. In 1971 sloot India een vriendschapsverdrag met de Sovjet-Unie.
Begin jaren zeventig daalde de populariteit van Indira Gandhi snel door haar autoritaire regeringsstijl en door gevallen van corruptie, onder andere tijdens de verkiezingen van 1971. Ook het uitblijven van door Indira Gandhi beloofde landhervormingen leidde tot groeiende spanningen in de deelstaten en ondergroef het vertrouwen in haar partij. In 1973-1974 werd een vijftal deelstaten onder presidentieel bewind geplaatst. Om het prestige van India te vergroten werd in 1974 de eerste ondergrondse kernbom tot ontploffing gebracht. In mei 1975 werd Sikkim geannexeerd en tot bondsstaat verklaard. Om meer steun te krijgen riep Gandhi vol vertrouwen in 1977 nieuwe verkiezingen uit, die echter desastreus verliepen voor haar Congrespartij. Een regeringsoproep voor gedwongen sterilisatie om de explosieve bevolkingsgroei te stoppen was ook debet aan de verkiezingsnederlaag.
De Janata-partij onder leiding van Morarji Desai kwam nu aan de macht (premier werd Charan Singh), een coalitie van oppositiepartijen. Zonder een goed politiek programma nam de chaotische toestand in India snel toe en het was dan ook niet vreemd dat de verkiezingen van 1980 weer een overwinning voor Indira Gandhi opleverde en zij voor de tweede keer premier werd. In deze nieuwe regeringsperiode staken weer diverse etnische conflicten de kop op, vooral in Noord- en Centraal-India.

Met name in de Punjab, het thuisland van de Sikhs, deden zich ernstige ongeregeldheden voor. De Sikh-meerderheid voelde zich achtergesteld en economisch leeggezogen door de centrale overheid, zonder daar iets voor terug te krijgen. De gematigde Sikh-partij eiste zelfbestuur, meer geld en een aantal zaken van religieuze aard. Radicale Sikhs eisten zelfs een onafhankelijke staat, Khalistan genaamd. Ze zetten hun eis kracht bij door middel van terreuracties tegen de hindoe-middenklasse en later tegen alle hindoes en zelfs tegen de gematigde Sikhs. De Gouden Tempel in Amritsar was het bolwerk van de extremisten en deze tempel werd op 6 juni 1984 bestormd door het Indiase leger, op bevel van Indira Gandhi. Ongeveer 1500 mensen, waaronder zeer veel Sikhs, werden tijdens de gevechten gedood. Deze actie kostte Indira Gandhi indirect haar leven: op 31 oktober 1984 werd ze vermoord door twee van haar eigen Sikh-lijfwachten.
Als reactie hierop richtte zich de woede van de bevolking op de Sikhs en alleen al in New Delhi werden drieduizend Sikhs vermoord. Op 13 november. 1984 kondigde de nieuwe premier algemene verkiezingen aan voor 24 december. De overwinning van Rajivs Congrespartij was overweldigend (80% van de zetels).

Periode Rajiv Gandhi

Indira Gandhi werd als premier opgevolgd door haar zoon Rajiv Gandhi. Hij werd een geliefd leider maar ook hij wist geen verzoening met de Sikhs te bereiken, ondanks zijn bereidheid tot flexibiliteit tegenover separatisten. Er werd nog wel een akkoord gesloten met de Akali Dal-partij –Akkoord van Punjab-, maar de onrust en de aanslagen bleven doorgaan en in 1986 ontsnapte Rajiv nog net aan een aanslag.
Bij de verkiezingen van november 1989 leed de Congrespartij van Rajiv Gandhi een desastreuze nederlaag als gevolg van een corruptieschandaal. Gandhi werd opgevolgd door V.P. Singh als premier van een minderheidsregering die bestond uit de Janata-partij, de rechtse hindoepartij Bharatiya Janata (BJP) en de communisten. Ook Singh werd echter voortdurend geconfronteerd met etnisch geweld in de Punjab, in Uttar Pradesh en natuurlijk Kasjmir. Eind 1989 volgde er in Kasjmir een gewapende opstand door militante moslims, die afscheiding van India eisten. Na slechts één regeringsjaar viel de regering-Singh in november 1990 over de bouw van een omstreden hindoetempel in Ayodhya, en de BJP bracht de regering uiteindelijk ten val.
Het geweld tijdens de nieuwe verkiezingen bereikte een dieptepunt met de moordaanslag op Rajiv Gandhi. De dader was een vrouwelijk lid van de militante Tamil Tijgers, die Gandhi beschouwden als een verrader vanwege zijn bemoeienissen met de burgeroorlog op Sri Lanka.

Periode Rao

De verkiezingen werden gewonnen door de Congrespartij, echter zonder een meerderheid te behalen. Ook nu was men weer gedwongen om een minderheidsbeweging te vormen door de nieuwe premier P.V. Narasimha Rao. Onder Rao volgde een snelle economische groei door liberalisering en protectionistische maatregelen die afgeschat werden. Hierdoor namen de buitenlandse investeringen flink toe. Voor het arme deel van de bevolking werd de situatie echter nauwelijks beter doordat subsidies werden afgeschaft en de inflatie steeds hoger werd.
Ondertussen werd het wat rustiger in de Punjab, maar Kasjmir bleef een kruidvat. Eind 1992 speelde de kwestie rond de Rama-tempel op. Hindoe-fundamentalisten bestormden de Babar-moskee, die compleet vernield werd en vervangen door een hindoetempel. Daarop escaleerde de zaak volkomen en kwamen duizenden hindoes en moslims in heel India om het leven. Een aardbeving in september 1993 kostte meer dan 20.000 mensen het leven.

Periode Vajpayee

De grote verliezer van de verkiezingen van mei 1996 werd de regerende Congrespartij. De partij eindigde na de BJP en het Verenigd Front op de derde plaats, de zwaarste nederlaag in het bestaan van de partij. Ook nu was er weer een corruptieschandaal die de Congrespartij de das omdeed er er de oorzaak van was dat ex-premier Rao aftrad als voorzitter van de Congrespartij. Ook armen en kastelozen die niet profiteerden van de economische bloeiperiode stemden vooral niet op de Congrespartij. Het Verenigd Front, met premier Deve Gowda, vormde weer een minderheidsregering met gedoogsteun van de Congrespartij. Iets meer dan een jaar later bracht diezelfde Congrespartij de regering ten val. In maart 1998 vroeg president Narayanan, de eerste 'onaanraakbare' president, de leider van de nationalistische hindoepartij BJP, Atal Behari Vajpayee, een nieuw kabinet te vormen.
Kesri trad in maart 1998 af als leider van de Congrespartij ten gunste van Sonia Gandhi, de weduwe van Rajiv Gandhi. Ook in maart 1998 riep de Pakistaanse premier Nawaz Shamir zijn Indiase collega Vajpayee op de dialoog tussen beide landen te hervatten. Herhaaldelijk beloofde de regering het liberaliseringsbeleid voort te zetten, maar de meeste wetten en privatiseringen werden door de sterke linkervleugel in het parlement tegengehouden.
Op 11 en 13 mei 1998 voerde India in de woestijn in Rajasthan vijf ondergrondse kernproeven uit. De kernproeven werden vooraf gegaan door militante taal ten opzichte van China en Pakistan. De jubelstemming bij de aanhangers van de regering duurde niet lang. Pakistaanse kernproeven enkele weken later maakten een einde aan de Indiase superioriteit en de door de westerse landen afgekondigde sancties brachten eind 1998 India ertoe aan te kondigen het kernstopverdrag te zullen ondertekenen.
Na de atoomproeven verslechterden de verhoudingen tussen India en Pakistan verder, ondanks overleg om de betrekkingen te verbeteren. Het eerste bezoek van een Indiase premier aan Pakistan in tien jaar werd tevens het begin van de eerste directe busverbinding tussen beide landen, toen premier Vajpayee met zijn gevolg als erepassagiers de eerste busrit van Delhi naar Lahore meemaakten. Tijdens de daarop volgende topontmoeting met de Pakistaanse premier Nawaz Sharif werd afgesproken maatregelen te nemen om de kans op ongelukken met kernwapens te verkleinen.
De verkiezingen van september/oktober 1999 werden gewonnen door de Nationale Democratische Alliantie (NDA), een nieuwe coalitie van veertien regionale, hindoeïstische en seculiere partijen onder leiding van de BJP.

21e eeuw

Op 26 januari 2001 werd West-India getroffen door een aardbeving met een kracht van 7,7 op de schaal van Richter. Het epicentrum lag bij Bhuj, een stad in Gujarat. Meer dan 300 dorpen in de omgeving werden met de grond gelijk gemaakt en de hele staat werd zwaar getroffen. Meer dan 20.000 mensen kwamen om en nog meer mensen werden dakloos.
In 2001 werd de regering Vajpayee achtervolgd door een aantal financiële en
corruptieschandalen en in de eerste maanden van 2002 leed de BJP tijdens vier deelstaatverkiezingen forse verliezen. In de deelstaat Gujarat vonden in februari-april 2002 ernstige religieuze onlusten plaats tussen hindoes en moslims, waarbij ca. 2000 personen, veelal moslims, de dood vonden en 140.000 personen ontheemd raakten.
In de deelstaat Jammu & Kasjmir vonden eind september/begin oktober in vier fases deelstaatverkiezingen plaats. De periode daaraan voorafgaand ging met veel geweld gepaard, waaronder ca. 400 doden. De zittende regering van vader en zoon Abdullah, de National Conference, verloor zwaar, maar bleef de grootste partij in het parlement. De Congrespartij en de People’s Democratic Party vormden een coalitieregring.
Begin juli werden vervolgens enkele belangrijke wijzigingen in het nationale kabinet doorgevoerd om de positie van de BJP te versterken. Op 15 juli 2002 werd de moslim A.P.J. Abdul Kalam gekozen tot nieuwe president van India.

De parlementsverkiezingen van mei 2004 werden verrassend gewonnen door de Congrespartij van Sonia Gandhi, de weduwe van de vermoorde oud-premier Rajiv Gandhi. Premier Vajpayee van de regeringscoalitie trad af en zijn besluit om de verkiezingen met een half jaar te vervroegen bleek achteraf funest.
De Congrespartij (145 zetels) en haar bondgenoten (72 zetels) haalden samen met de linkse partijen (61 zetels) 278 van de 543 parlementszetels. De Bharatiya Janata Party van Vajpayee haalde 183 zetels en andere kleine partijen en onafhankelijken kwamen uit op 69 zetels. In totaal brachten 380 miljoen mensen hun stem uit.
Tot grote verrassing en verbijstering van iedereen liet Sonia Gandhi al snel weten het premierschap niet te accepteren. Uit protest tegen Gandhi’s weigering legden alle leden van het centrale comité van de partij hun functie neer. Gandhi hield echter voet bij stuk, naar verluidt hadden angst voor een aanslag op haar leven en over haar Italiaanse afkomst haar ervan weerhouden de functie te aanvaarden.
Daarop schoof de Congrespartij de 71-jarige technocraat Manhoman Singh naar voren, die de functie aanvaardde en de nieuwe premier van India werd, terwijl Sonia Gandhi aanbleef als partijleider.
Singh beloofde onder andere dat hij de bestaande economische hervormingen zou handhaven en riep investeerders op het land niet in de steek te laten. Ook beloofde hij vrede met buurland Pakistan prioriteit te geven en gaf daarmee aan de ingezette weg van zijn voorganger Vajpayee en de Pakistaanse president Musharaff te willen volgen.
Op tweede kerstdag in 2004 werden veel landen, waaronder India (met name de provincie Tamil Nadu), in het zuiden van Azië getroffen door een enorme natuurramp.
Er deed zich een zeebeving voor die een kracht van 9,0 op de schaal van Richter had. Het epicentrum van de beving lag voor de westkust van Sumatra, ter hoogte van de provincie Atjeh.
De beving veroorzaakte een muur van water die over de kust van India en veel andere landen spoelde. De golven van deze zogenaamde tsunami bereikten op sommige plaatsen een hoogte van tien meter. In totaal vielen er meer dan 125.000 doden, waaronder meer dan 15.000 In India.

In juli 2007 is Pratibha Patil de eerste vrouw die als president van India wordt gekozen. De periode 2005 tot en met 2008 kenmerkt zich door veel geweld en bomaanslagen door extremisten. In november 2008 vinden er aanslagen plaats bij Mumbai met meer dan 200 doden. In mei 2009 wint de Congrespartij van premier Manmohan Singh de verkiezingen en haalt bijna de absolute meerderheid.

In mei 2010 wordt de enige overlevende aanslagpleger van Mumbai veroordeeld. In juli 2012 wordt Pranab Mukherdee gekozen als 13e president van India. In december 2012 wordt India opgeschrikt door een brute verkrachtingszaak die de dood veroorzaakte van het slachtoffer. Er vind relatief veel seksueel geweld plaats in India. De regering is bang dat er minder vrouwelijke toeristen India bezoeken. In september 2013 worden de daders veroordeeld tot de doodstraf. In mei 2014 wint Narendra Modi van de Hindoe nationalistische Bharatiya Janata Party met overmacht de parlementsverkiezingen. In de jaren 2015 en 2016 is India negatief in het nieuws door een aantal groepsverkrachtingen. In juli 2017 wordt Ram Nath Kovind president, het is bijzonder omdat hij van een lage kaste is.

INDIA LINKS

Advertenties
• KRAS India aanbiedingen
• India Vliegtickets WTC
• Vakantie India
• India Kras Reizen
• Rondreis India
• Travelworld India
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• India
• SRC Cultuurvakanties India
• India Hotels
• India Vliegtickets Tix.nl
• Eliza was here

Nuttige links

Alles over Dehli:Startpagina (N)
Alles over treinreizen India (N+E)
Fietsen door Noord- en Zuid-India (N)
India Foto's
India Reisfoto's
India Reisstart (N+E)
India Startkabel (N)
Indiase restaurants in Nederland
Indiaweb (N)
Reisfoto's India
Reisinformatie India (N)
Reizendoejezo – India (N)
Romans over India (N)
Rondreis door India (N)
Rondreis India (N)
Startpagina India (N)
Vakantiebestemming.info Noord-India (N)
Artikelen en Reisverhalen over INDIA
  rondreis MH deel 2g  Visum voor India aanvragen
  In Mysore hebben we genoten van ..  Delhi Churu Bikaner
  Goa en Kerala  Veranasi
  rondreis MH deel 3b  Bharatpur en de Tai Mahal in Agr..
  Udaipur

Bronnen

Boon, H. / India : mensen, politiek, economie, cultuur
Koninklijk Instituut voor de Tropen/Novib

Caldwell, J.C. / India
Chelsea House

Chatterjee, M. / India
Dorling Kindersley

Dunlop, F. / India
Van Reemst

Nicholson, L. / India
Kosmos-Z&K

Peterse, L. / India
Gottmer/Becht

Srinivasan, T. / India
Times Books

Te gast in India
Informatie Verre reizen

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt oktober 2018
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems