Landenweb.nl

SUMATRA
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Maleis
  Hoofdstad  Medan (grootste stad)
  Oppervlakte  473.481 km²
  Inwoners  50.365.538
  (2010, laatst bekend)
  Munteenheid  roepia
  (IDR)
  Tijdsverschil  +6
  Web  .id
  Code.  IDN
  Tel.  +62

Populaire bestemmingen INDONESIE

BaliJavaSumatra

Geografie en Landschap

Geografie

Sumatra (of Sumatera) is het op vijf na grootste eiland van de wereld (met een oppervlakte van ongeveer 470.000 km²) en behoort bij Indonesië.

De provincies van Sumatra (en enkele kleine eilanden) zijn:

Atjeh - hoofdstad: Banda Atjeh

Bangka-Belitung - hoofdstad: Pangkal Pinang

Bengkulu - hoofdstad: Bengkulu

Jambi - hoofdstad: Jambi

Lampung - hoofdstad Bandar Lampung

Riau - hoofdstad: Pekanbaru

de Riau-archipel (Kepulauan Riau) - hoofdstad: Tanjung Pinang

West-Sumatra (Sumatra Barat) - hoofdstad: Padang

Zuid-Sumatra (Sumatra Selatan) - hoofdstad: Palembang

Noord-Sumatra (Sumatra Utara) - hoofdstad: Medan

advertentie

Photo:Publiek Domein

advertentie

Landschap

De langste as van het eiland loopt ruwweg van het noordwesten naar het zuidoosten en kruist de equator (of evenaar) ongeveer in het midden. De binnenlanden van het eiland worden gedomineerd door twee geografische regio's: het Barisangebergte in het westen en moerasvlakten in het oosten.

Ten zuidoosten van Sumatra ligt, gescheiden door de Straat Soenda, het eiland Java. Ten noorden ligt het Maleisisch schiereiland, gescheiden van Sumatra door de Straat van Malakka. Ten oosten ligt Kalimantan (het Indonesische deel van Borneo), aan de overkant van de Straat Karimata.

Ten westen ligt de Indische Oceaan. Het Barisan-gebergte vormt de ruggengraat van het eiland. Deze regio dankt haar vruchtbare bodem en prachtige natuur aan de vulkanische activiteit, bijvoorbeeld rond het Tobameer. Er kan tevens goud en steenkool gevonden worden.

Naar het oosten voeren grote rivieren afzettingen van de bergen mee, en vormen zo de moerasgebieden in het laagland.

De Kerinci is de hoogste vulkaan van Indonesië en de hoogste top van Sumatra.

advertentie

Photo:WahyuS Creative Commons Attribution 2.0 Genericno changes made

Klimaat en Weer

Sumatra ligt op de evenaar, zodat het klimaat erg warm is. In het algemeen is de temperatuur tussen de 26 en 28 graden Celsius. Sumatra heeft eeen tropisch regenwoudklimaat, vooral in de maanden april, mei en juni is het ook langs de kust erg warm. De gemiddelde regenval is hoog van 2,43 meter in het oosten tot 3,12 meter in het westen vooral in de hooglanden van Minangkabau.

Planten en dieren

advertentie

Planten

Sumatra was vroeger voor het grootste gedeelte tropisch regenwoud, met enkele unieke plantesoorten als de rafflesia. Rafflesia arnoldii is de grootste bloem ter wereld. De plant zelf bestaat uit dunne draden die in een speciaal soort liaan zitten. Met deze draden haalt hij zijn voedsel uit de liaan. De bloem heeft een doorsnede van bijna een meter.

Hij werd in 1818 tijdens een onderzoektocht in de binnenlanden van Sumatra gevonden door de Engelsman Stamford Raffles en diens metgezellen. Aangezien zijn metgezel Arnold de bloem als eerst zag kreeg de bloem de bijpasselijke naam “Rafflesia arnoldii” van Robert Brown die de bloem voor het eerst beschreef in 1821.

advertentie

Dieren

Er kwamen onder andere orang oetangs, tapirs en Sumatraanse tijgers voor op Sumatra. De Orang Oetan is het bekendste dier van Sumatra. Orang-oetangs (Pongo) zijn een geslacht van de mensapen met lange armen en roodachtig, soms bruin, haar dat voorkomt op Borneo en Sumatra. Op Sumatra leeft de Sumatraanse orang-oetan (Pongo abelii). De naam Orang-oetan is afkomstig van het Maleise Orang Hutan hetgeen bosmens betekent. Orang-oetangs klimmen van alle mensapen het meest in bomen. Ze zijn erg intelligent. De leefomgeving van de orang-oetangs is de afgelopen jaren sterk afgenomen door houtkap, mijnbouw en bosbranden. Ook worden illegaal baby's gevangen om als huisdier te worden verkocht. Meestal schieten de jagers de moeder dood om het jong te kunnen vangen. Hierdoor is de Sumatraanse orang-oetang met uitsterven bedreigd.

Geschiedenis

Een oude naam voor Sumatra was"Swarna Dwipa" (Sanskriet voor"Eiland van Goud"), waarschijnlijk door de zeer vroege export van goud uit de mijnen van de Sumatraanse hooglanden.

Door haar ligging in de Indiaas-Chinese handelsroutes ontstonden vooral aan de oostkust verschillende handelssteden. Hierdoor werden ook invloeden van Indiase religies meegenomen naar Sumatra. Het meest bekend is Srivijaya, een Boeddhistische monarchie met het huidige Palembang als centrum. Door handel en veroveringen domineerde dit koninkrijk de regio in de 7de-9e eeuw en bevorderde de verspreiding van de Maleise cultuur op Sumatra, het Maleis Schiereiland en west-Borneo (Kalimantan). De invloeden van het koninkrijk strekten zich echter niet veel verder uit dan de kust-gebieden.

De invloed van het Srivijaya koninkrijk nam af in de 11e eeuw. Het eiland werd herhaaldelijk binnengevallen vanuit Java, door Javaanse koninkrijken. Eerst Singhasari en later Majapahit. Tijdens deze periode deed ook de islam zijn intrede, verspreid door handelscontacten met Arabische en Indiase handelaren.

In de late 13e eeuw bekeerde de monarch van het Samudra koninkrijk (nu Aceh). De naam"Samudra" werd door Ibn Battuta uitgesproken als"Sumatra", vandaar de naam van het eiland. Samudra werd opgevolgd door het machtige Aceh Sultanaat, dat tot in de 20e eeuw bestaan heeft. Met de komst van de Nederlanders werden de vele Sumatraanse prinsdommen geleidelijk onder Nederlands gezag ondergebracht. Aceh was het belangrijkste obstakel, gezien de lange en dure Aceh oorlog (1870-1905).

Sumatra haalde op 26 december 2004 op een trieste manier de krantenkoppen toen de noordelijke provincie Atjeh extreem zwaar getroffen werd door metershoge tsunamigolven. Op 19 november 2005 werden de eilandbewoners opnieuw opgeschrikt door een aardbeving met een kracht van 6.5 op de schaal van Richter.

Zie verder ook de geschiedenis van Indonesië op Landenweb.

Bevolking

Sumatra is niet erg dichtbevolkt (meer dan 50 miljoen inwoners (2017) in een gebied ter grootte van Duitsland. De dichtstbevolkte regio's zijn het grootste deel van Noord-Sumatra en de centrale hooglanden van West-Sumatra. De grootste urbane centra zijn Medan en Palembang. De bevolking is grotendeels Maleis, De hooglanden in Noord-Sumatra worden bewoond door de Batak en de meest noordelijke kust door Acehers. In de stedelijke centra vind men ook minderheden van etnische Chinezen.

Taal

De overheersende taal is het Maleis met ongeveer 52 verschillende talen. Veel van de groepen delen inmiddels echter bepaalde tradities en de talen zijn sterk aan elkaar verwant (alhoewel meestal niet onderling verstaanbaar). Maleisisch-sprekende volkeren domineren de oostkust van Sumatra, terwijl de westkust vooral gedomineerd wordt door volken met aan het Maleisisch verwante talen, als Lampung en Minangkabau.

Godsdienst

De meerderheid van de Sumatranen is Moslim. De Batak zijn over het algemeen Protestantse Christenen, vooral door Nederlandse en Duitse invloed. Een minderheid van de bevolking is Hindoe, Boeddhist of Katholiek.

Samenleving

Staatsinrichting

Indonesië vormde bij het begon van zijn onafhankelijkheid een federatie, maar deze staatsvorm werd al snel omgezet in een eenheidsstaat, de ‘Republik Indonesia’.

De grondwet van 1945 werd in 1949 vervangen door een federale grondwet. In 1950 maakte deze federale grondwet plaats voor een voorlopige unitaire constitutie, waarna in 1959 de grondwet van 1945 weer van kracht werd en men over ging op het systeem van de ‘geleide democratie’. De basis van deze grondwet is de door president Soeharto ingestelde officiële staatsfilosofie Pantjasila, die vijf grondbeginselen van de Indonesische eenheidsstaat omvat: het geloof in één God, een eenheidsstaat, menselijkheid, sociale rechtvaardigheid en ‘een democratie geleid door de wijsheid van overleg (mushawara) en vertegenwoordiging.

Indonesië is een republiek met een presidentieel stelsel, waarbij de uitvoerende macht berust bij de president en bij de ministers. De ministers worden door de president benoemd en zijn alleen aan hem verantwoording schuldig. De president en de vice-president worden voor vijf jaar gekozen, vanaf 2004 via directe verkiezingen, en zijn daarna weer herkiesbaar (president Soeharto heeft bijvoorbeeld vijf volle termijnen geregeerd). Hij of zij beschikt over het vetorecht inzake wetsvoorstellen (‘Keputusan Presiden’) en heeft verder grote volmachten, met name omdat hij de noodtoestand in het hele land kan uitroepen en tevens opperbevelhebber van het leger is.

De wetgevende macht berust bij het 500 leden tellende parlement (Dewan Perwakilan Rakyat of DPR). Van deze parlementsleden worden er 400 direct door het volk worden gekozen en 100 worden door de president benoemd. Na 2004 zullen deze benoemde zetels voor politie en militairen opgeheven worden.

Het hoogste orgaan is het gekozen Raadgevend Volkscongres (Malejis Permusyawaratan Rakyat), dat sinds 1999 uit 700 leden bestaat en is samengesteld uit de leden van het parlement en uit vertegenwoordigers van regionale en beroepsgroepen; het komt ten minste eens in de vijf jaar bijeen, stelt de politieke richtlijnen vast en kiest de president. Na 2004 zal de raad alleen nog bestaan uit leden van het Huis van Volksvertegenwoordigers en de Regionale Vertegenwoordigers Council, die in de algemene verkiezingen van 2004 zullen worden gekozen. De verwachting is dan dat er door de MPR vakere vergaderd zal worden en een actievere rol zal gaan spelen bij het economische en politieke beleid van de regering. Voor de huidige politieke situatie in Indonesië zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Het land is verdeeld in 24 provincies (propinsi) en drie zogenaamde bijzondere gebieden (daerah's): Jakarta Raya,Yogyakartaen Aceh (Atjeh). Deze drie gebieden hebben allen een speciale vorm van bestuur hebben. De voormalige provincie Oost-Timor verklaarde zich in 1999 onafhankelijk.

De provincies worden bestuurd door gouverneurs (‘gubernur’) die door de president benoemd worden en aan hem of haar verantwoording verschuldigd zijn. De gouverneur heeft een zekere speelruimte op het gebied van onderwijs, religie en ‘adat’ of gewoonterecht.

Elke provincie is in districten (‘kabupaten’ met aan het hoofd een ‘bupati’ of regent)) of gemeenten (‘kotamadya’ die worden bestuurd door een ‘walikota’ of burgemeester). Er zijn meer dan 300 districten en 55 gemeenten. De districten en gemeenten zijn weer onderverdeeld in meer dan 3000 subdistricten (‘kecamatan’ met een ‘camat’ aan het hoofd)), die elk een aantal dorpen (‘desa’) en ‘keluharan’ omvatten. Een desa wordt bestuurd door een ‘kepala desa’, een keluharan door een ‘lurah’.

provinciehoofdstadinwonersoppervlakte
BaliDenpasar3.300.0005.633 km2
BengkuluBengkulu1.600.00019.789 km2
Irian JayaJavapura2.300.000421.981 km2
JambiJambi2.500.00053.436 km2
Jawa BaratBandung45.000.00043.177 km2
Jawa TengahSemarang32.000.00032.549 km2
Jawa TimurSurabaya35.000.00047.923 km2
Kalimantan BaratPontianak4.500.000146.807 km2
Kalimantan SelatanBaniarmasin3.000.00036.535 km2
Kalimantan TengahPalangkarava1.900.000153.564 km2
Kalimantan TimurSamarinda2.500.000210.985 km2
LampungTanjungkarang7.000.00035.385 km2
MalukuAmbon2.000.00077.781 km2
Nusa Tenggara BaratMataram4.200.00020.153 km2
Nusa Tenggara TimurKupang4.000.00047.349 km2
RiauPekanbaru5.100.00094.561 km2
Sulawesi SelatanUjungpandang8.200.00072.781 km2
Sulawesi TengahPalu2.500.00069.726 km2
Sulawesi TenggaraKendari2.000.00027.686 km2
Sulawesi UtaraManado3.000.00019.023 km2
Sumatera BaratPadang4.500.00042.898 km2
Sumatera SelatanPalembang8.000.000109.254 km2
Sumatera UtaraMedan12.000.00071.680 km2
Bijzondere gebiedenhoofdstadinwonersoppervlakte
AcehBanda Aceh4.000.00055.390 km2
JakartaJakarta8.500.000664 km2
YogyakartaYogyakarta3.200.0003.186 km2

Onderwijs

Het Indonesische onderwijsstelsel is vrij eenvoudig van opzet. Belangrijk is dat de Japanse bezetter een einde maakte aan het naast elkaar bestaan van uiteenlopende schooltypen voor verschillende etnische groepen. In plaats daarvan werd de zesklassige basisschool ingevoerd.

De basisschool (‘sekolah dasar’) vormt nog steeds de basis van het Indonesische onderwijsstelsel. Het basisonderwijs is in principe verplicht, vrij toegankelijk en gratis. In 1987 werd de leerplicht ingevoerd voor alle kinderen tussen 7 en 12 jaar. In 1989 ging 98% van de leerplichtige kinderen naar het basisonderwijs. In 1998 werd het basisonderwijs gevolgd door ca. 75% van de kinderen. In stedelijke gebieden lag dit percentage op bijna 90% en op het platteland op bijna 65%. In 1968 was het gemiddelde nog maar 41%.

Daarna volgen er scholen voor het driejarig lager voortgezet onderwijs ( ‘sekolah lanjutan tahap pertama’) en driejarig hoger voortgezet onderwijs (‘sekolah lanjutan tahap atas’). De meeste kinderen die naar de middelbare school gaan, bezoeken de algemeen vormende lagere middelbare school (‘sekolah menengab pertama’), te vergelijken met de vroegere Nederlandse MAVO. Leerlingen die nog verder willen leren, kunnen terecht bij de voortgezette middelbare school (‘sekolah menengab atas’). Een minpunt in het Indonesische onderwijsstelsel is het geringe aantal lagere scholen voor beroepsonderwijs. Binnen het voortgezet middelbaar onderwijs bestaat wat meer variatie. In 2000 volgde gemiddeld meer dan de helft van de kinderen middelbaar onderwijs (1968 13%).

Indonesië heeft voor het hoger onderwijs een zeer divers aanbod, dat wel geconcentreerd is op Java. Er zijn veel beroeps- en technische opleidingen, lerarenopleidingen en universiteiten. Er zijn op dit moment 76 staatsuniversiteiten en bijna 1600 particuliere universiteiten en hogescholen. De kwaliteit van veel particuliere universiteiten is echter niet best. Goede particuliere universiteiten zijn de protestants-christelijke Satya Wacana Universiteit in Salatiga en de katholieke Parahyangan Universiteit in Bandung.

In 1968 volgde slechts 1,6% van de jongeren een of andere vorm van hoger onderwijs. In 2003 bedroeg dit percentage rond de 10% of bijna 3 miljoen studenten.

Gezondheidszorg

De gezondheidszorg in Indonesië is de laatste decennia behoorlijk verbeterd, maar nog steeds niet op een adequaat niveau. Zo waren er in 1999 maar 0,6 bedden op duizend inwoners en niet meer dan 0,2 artsen per duizend inwoners.

De vooruitgang is vooral te zien in de gedaalde kindersterfte en de hogere gemiddelde levensverwachting. De kindersterfte daalde van 89,5 per duizend levend geborenen naar 38 in 2002. De gemiddelde levensverwachting liep vanaf 1967 op van 46 jaar naar 69 jaar in 2003, 66,5 jaar voor mannen en 71,5 jaar voor vrouwen.

Veel aandacht is besteed aan het uitbouwen van de ziekenhuiscapaciteit op het platteland. Het aantal openbare gezondheidscentra steeg vanaf begin jaren zeventig van 1250 naar meer dan 7000. Eerste hulpposten en mobiele gezondheidscentra zijn er nu bijna 30.000. Verder wordt zeer de nadruk gelegd op preventie en aan het verbeteren van voeding en drinkwater.

Typisch Indonesisch

GAMELANMUZIEK

In de muziekwereld wordt de gamelan als een van de hoogst ontwikkelde muzikale kunstvormen ter wereld beschouwd. Gamelanorkesten zorgen vaak voor de muzikale begeleiding van dans- en theatervoorstellingen.

De naam gamelan is afgeleid van ‘gamel’, een Oud-Javaans woord voor handgreep of hamer, omdat de meeste instrumenten van een gamelanorkest slaginstrumenten zijn. De Indonesische term ‘karawitan’ is de verzamelnaam voor zowel de Javaanse als de Balinese gamelanmuziek. Een gamelanorkest kan bestaan uit vijf tot veertig instrumenten, waaronder ‘rebab’ (tweesnarige luit), ‘suling’ (bamboefluit), ‘kendhang’ (houten trommel), ‘bonang’, ‘gender’ en ‘gambang’ (xylofoon).

Bronzen, koperen en ijzeren slaginstrumenten dateren al van de prehistorie, wanneer het eerste gamelanorkest is ontstaan, is niet duidelijk. Het hart van de gamelanmuziek wordt gevormd door de grote bronzen gongs, die tot op kilometers afstand te horen zijn.

Sinds de 19e eeuw komen er ook, vooral vrouwelijke (‘pesinden’), zangpartijen voor in de gamelan. De teksten van de gezangen zijn in een archaïsche of literaire taal geschreven en daardoor zelfs voor de Indonesiërs moeilijk te begrijpen. Er wordt geen bladmuziek gebruikt, maar de meeste composities of ‘gendhing’ zijn nauwkeurig vastgelegd.

De Balinese gamelanmuziek verschilt sterk van de Javaanse. De Balinese vorm kent schrille tonen en levendige ritmes, de Javaanse vorm daarentegen heeft langzame, afgemeten klanken.

BATIK

Batik (betekend: ‘met was tekenen’) is een uitsparings- en versieringstechniek voor textiel die hoogstwaarschijnlijk uit de hindoe-Javaanse periode stamt, maar pas in de 16e eeuw grote bloei bereikte. Iedere streek heeft zijn eigen motieven, zijn eigen kleurengamma en zijn eigen stijl.

De werkwijze is als volgt: met vloeibare was worden patronen op een witte doek of ‘mori’ aangebracht, waarna de stof ondergedompeld wordt in koude verfbaden. Het weefsel neemt dan de kleur van het bad aan op die plaatsen waar geen was is aangebracht. De stof wordt door en door geverfd en na de bewerking is het patroon zowel aan de voor- als aan de achterkant zichtbaar. De oudste kleuren die gebruikt worden zijn indigoblauw en ‘soga, een bruine kleur, die tot 1700 de meest geliefde hofkleur was. Tegenwoordig zijn deze kleuren niet meer plantaardig maar chemisch samengesteld.

OpJavawordt er nog onderscheid gemaakt tussen ‘batik tulis’ en ‘batik cap’ (spreek uit: tjap). Bij het arbeidsintensieve en daardoor dure batik tulis schrijft men als het ware de was, met behulp van een koperen houder met tuitje of ‘canting’, op de stof. Een enkel kleed kan honderden verschillende patronen dragen. Bij batik cap worden de motieven met een houten of koperen stempel aangebracht. Bij batik cap wordt het patroon steeds herhaald en het is de meest gebruikte methode. De komst van de batik cap blies aan het einde van de 19e eeuw de batikindustrie nieuw leven in. Door de massaproductie kon iedereen zich gebatikte stoffen veroorloven en kwam de export van batik van Java naar de buitengewesten op gang. Batik tulis wordt door vrouwen gedaan, de techniek van de batik cap vereist veel meer kracht, en wordt daarom vooral door mannen gedaan.

Tegenwoordig zijn er ook veel machinaal bedrukte batikstoffen (‘batik cetak’) te koop, die massaal door toeristen gekocht worden. Pekalongan op Java staat plaatselijk bekend als Kota Batik ( ‘Batikstad’) en is een belangrijk textielcentrum voor de kleurrijke met de hand vervaardigde batik die voorzien is van streekgebonden patronen. Na Yogyakarta en Solo wordt hier de meeste batik vervaardigd. Pekalongan heeft zelfs een batikmuseum.

Solo is een hoog in aanzien staand centrum van de batikproductie. De batikmotieven in Solonese stijl met hun sombere klassieke kleuren zijn traditioneler en verschillen aanzienlijk van die van Yogyakarta.

Een uitgesproken stijl heeft Cirebon met zijn door Chinese voorbeelden geïnspireerde wolkenmotieven in helder blauw of rood, of de rotstuinen met olifanten en herten van de lusthof Suniaragi. De Sundanese batiks vertonen grote randmotieven van vogels met lange staartveren tussen riet of bamboe, tegen een effen achtergrond. De batik van de noordkust is sterk beïnvloed geweest door de smaak van Chinese en Europese dames.

WAJANG

In engere zin is een wajang (betekent ‘schaduw’ of ‘geest’) een platte of ronde pop, die op Java voor een toneelvoorstelling of een poppenspel wordt gebruikt. In bredere zin wordt onder wajang verstaan al die toneeluitvoeringen waarbij figuren of verhalen uit het wajangrepertoire worden uitgebeeld. Dat kan gebeuren door middel van ongemaskerde acteurs (wajang orang of wajang wong), door middel van menselijke acteurs met maskers op (wajang topèng), met platte buffelleren poppen (wajang kulit) of met ronde houten poppen (wajang golèk). De teksten zijn meestal in het Javaans of Sundanees, soms in het Indonesisch. De liederen worden gezongen in het Kawi of Oud-Javaans.

Wajangpoppen zijn schitterende uitingen van Javaanse kunst. Het zijn geen echte afbeeldingen van mensen, maar schaduwpoppen die de menselijke figuur zo goed mogelijk laten uitkomen in het platte vlak. De grootste pop is soms een meter lang, de kleinste nooit minder dan 23 centimeter.

Wajangvoorstellingen worden gegeven ter gelegenheid of naar aanleiding van ceremoniële en feestelijke aangelegenheden en belangrijke maatschappelijke of huiselijke gebeurtenissen, onder andere om het kwaad af te weren. De filosofie is dat wanneer op het toneel het onheil wordt bezworen, de harmonie in de wereld daarbuiten weer een tijdje is gewaarborgd.

Wajang komt oorspronkelijk alleen voor op Java enBali, maar is ook daar waar Javanen zich in kolonies hebben gevestigd, zoals in Zuid-Sumatra, Zuid-Borneo enSurinamete vinden. Het schaduwspel met de leren poppen heeft zich verder verbreid naar Noord-Maleisië en Zuid-Thailand. Balinese poppen zijn grover en natuurlijker, en staan dichter bij de oude wajangpoppen. De Javaanse poppen zijn gedurende de laatste twee eeuwen steeds verfijnder geworden.

Op Java is de belangrijkste soort wajang de ‘wajang kulit’, het schimmenspel met platte, uit leer gesneden poppen. Deze vorm put haar materiaal uit het ‘purwa’-toneelrepertoire, dat zijn materiaal weer ontleent aan de twee grote, oorspronkelijk uit Voor-Indië stammende heldendichten Ramayana en Mahabharata. De stof is vaak zo uitgebreid, dat ze is opgedeeld in tientallen episoden die men ‘lakon’ noemt. Iedere lakon is een zelfstandig verhaal en per opvoering wordt één lakon vertoond. Bij een wajang kulit-voorstelling vallen de schaduwen van de poppen op een scherm van wit doek, gespannen in een houten raam. Boven het hoofd van de poppenspeler, de ‘dalang’, hangt een speciale lamp (blèncong), vaak in de vorm van de mythische zonnevogel Garuda. Vroeger was dit een koperen olielamp, nu meestal een elektrische peer. De dalang wordt begeleid door een gamelanorkest. Elke melodie die door het orkest gespeeld wordt, heeft een symbolische betekenis. Een doorsnee-dalang beschikt zeker over zo’n honderd poppen, vaak zelfs veel meer. De dalang is zowel tekstschrijver, producent, belangrijkste verteller, dirigent en regisseur.

Een wajang-voorstelling begint meestal vroeg in de avond en duurt dan tot de volgende ochtend. Een lakon heeft drie bedrijven: van 21.00 uur tot 24.00 uur, van middernacht tot 03.00 uur en van 03.00 uur tot zonsopgang.

In West-Java geniet de ‘wajang golèk’ grote populariteit. Deze vorm wordt gespeeld met ronde, aangeklede stokpoppen, die over draaibare koppen en beweegbare ledematen beschikken. In vergelijking met het schimmenspel uit Midden- en Oost-Java is het mystieke element in de wajang golèk vrijwel afwezig, terwijl de nadruk op de humor ligt. Het repertoire van het wajang golèk –theater werd sterk door de islam beïnvloed. Wajang golèk wordt meestal overdag opgevoerd zodat men de prachtige kleuren goed kan zien.

‘Wajang krucil’ wordt met platte, beschilderde houten poppen gespeeld, en is een soort armeluisuitvoering van het schimmenspel. De poppen zijn kleiner en het gamelanorkest is beperkt tot een paar spelers.

Bij ‘wajang beber’ wordt een heel verhaal op een beschilderde rol uitgebeeld. De dalang draait de met een wajangverhaal beschilderde rol langzaam voor het publiek af, en vertelt daarbij het verhaal.

Bij ‘wajang kelitek’ wordt gebruikgemaakt van platte houten poppen en er komt geen scherm aan te pas. De verhalen zijn op Java ontstaan en spelen zich af in de Oost-Javaanse periode. Ze staan bekend onder de naam Panjicyclus en Damar Wulancyclus.

Ook zijn er nog twee vormen waarbij menselijke acteurs een verhaal uit de Panji-cyclus op. In het geval van ‘wajang topeng’ gebeurt dat door gemaskerde dansers en treedt de dalang op als verteller. Bij ‘wajang orang’, ook wel ‘wajang wong’ genoemd, voeren de dansers wajang purwa verhalen op. De acteurs zijn niet gemaskerd maar alleen geschminkt en declameren of zingen zelf hun tekst.

Een relatief nieuwe vorm is het in Jakarta veel gespeelde ‘wajang karya’, met een groot toneel voor de poppen.

Economie

Sumatra is van economisch belang voor Indonesië. Van oudsher zijn er plantages en worden er als sinds de koloniale tijd diverse producten verbouwd.

Belangrijke producten zijn koffie, nootmuskaat, peper, palmolie, tabak en rubber. Ook zijn er belangrijke grondstoffen aanwezig zoals olie en tin.

Sumatra heeft een ernstige economische terugslag gekregen door aanhoudende onlusten op Atjeh, maar nog meer door de Tsunami die Sumatra trof in 2005.

Vakantie en bezienswaardigheden

Sumatra is een belangrijke toeristische bestemming van Indonesië. Het eiland heeft zonnige stranden, een rijke flora en fauna. Het staat bekend als het"Afrika van Azië". Er zijn tropische regenwouden en als je van wilde dieren houdt dan is Sumatra is de ideale plek voor je. Trekking is een andere optie die je kunt kiezen. Sumatra trekt minder toeristen dan haar buren, Java en Bali. Dus als je op zoek bent naar een rustige vakantie weg van de drukte vervolgens dan is Sumatra een perfecte keuze.

Medan is de hoofdstad van Sumatra en een ideale toegangspoort voor diegenen die het eiland willen verkennen. De architectuur van de stad vertoont een sterke Nederlandse invloed. Enkele van de meer bekende attracties in de stad zijn Istana Maimoen, Masjid Raya, het gebouw van de bank van Indonesië, het gerechtshof, het Bukit Barisan Militair Museum en het Museum van Noord-Sumatra.

Het Tobameer ligt op een hoogte van ongeveer 1000 meter boven de zeespiegel, dit pittoreske meer ligt op een afstand van 175 km van Medan. In het meer ligt het dichtbevolkte eiland Samsoir en er zijn tabak, rubber en palmolieplantages.

De prachtige stad Berastagi ligt in de hooglanden van Karo ongeveer 70 km van Medan. De stad wordt gedomineerd door twee vulkanen de Gunung Sinabung en Gunung Sibayak. Er zijn tal van wandelmogelijkheden en mogelijkheden om wilde dieren te spotten in Berastagi. De stad is bekend om haar fruit, groenten en bloemen.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

SUMATRA LINKS

Advertenties
• Sumatra Vliegtickets.nl
• Rondreis Sumatra
• Droomvakanties naar Sumatra vergelijken
• Azie.nl - Indonesie & Bali aanbiedingen - Rondreizen, strandvakanties en groepsreizen
• Hotels Sumatra

Nuttige links

Fietsen door bergen en de kust van Sumatra(N)
Reisinformatie Sumatra (N)
Sumatra Startnederland (N)
Willgoto Indonesië (N)

Bronnen

www.landenweb.nl/indonesie

Wikipedia

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems