Landenweb.nl

SRI LANKA
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Singalees
  Hoofdstad  Sri Jayewardenapura Kotte
  Oppervlakte  65.610 km²
  Inwoners  21.009.309
  (mei 2019)
  Munteenheid  Sri Lankaanse roepi
  (LKR)
  Tijdsverschil  +4.30
  Web  .lk
  Code.  LKA
  Tel.  +94

Steden SRI LANKA

Colombo

Geografie en Landschap

Geografie

De republiek Sri Lanka (officieel: Democratic Socialist Republic of Sri Lanka; vóór 1972: Ceylon) is een eiland in de Indische Oceaan en ligt ten zuidoosten van de zuidpunt van India. Sri Lanka wordt wel de ‘parel van de Indische Oceaan’ genoemd.

Sri Lanka wordt van India gescheiden door de 48 kilometer brede Palkstraat. Een soort directe verbinding met India wordt gevormd door de zogenaamde Adam’s Bridge, een verzameling zandbanken, koraalriffen en eilandjes, dat zich uitstrekt van het eilandje Mannar tot aan het Indiase vasteland.

De totale oppervlakte van het land bedraagt 65.610 vierkante kilometer en daarmee is Sri Lanka ongeveer 1,5 keer zo groot als Nederland. Van noord naar zuid meet Sri Lanka 445 kilometer en van oost naar west maximaal 225 kilometer. De totale kustlijn van Sri Lanka bedraagt ca. 1340 kilometer en het eiland ligt 650 kilometer ten noorden van de evenaar.

Tot Sri Lanka behoren behalve het hoofdeiland een twintigtal kleinere, die merendeels vlak onder de kust van het noordelijke schiereiland Jaffna zijn gesitueerd, onder andere Kayts, Punkudutiva en Delft.

advertentie

Sri Lanka Satellietfoto

Photo:Publiek Domein

advertentie

Landschap

Geologisch maakt Sri Lanka deel uit van het Indiase Decca-plateau, dat in bepaalde ijstijden zelfs met Voor-Indië verbonden was. Zeer lang geleden was het Decca-plateau een machtig gebergte, dat echter in een daaropvolgende periode van 60 miljoen jaar door erosie en verwering afbrokkelde en afsleet door de vele moessonregens. Langzaam maar zeker kreeg Sri Lanka haar huidige vormen, een landschap met afgeronde vormen en weinig hoogteverschil.

Meer dan driekwart van Sri Lanka ziet er nu zo uit, maar varieert wel van een vruchtbaar laagland in het zuidwesten tot droge vlakten in het noorden, oosten en zuiden, tot zelfs woestijnachtige gebieden aan toe. In 1881 was nog 84% van Sri Lanka met bossen bedekt, in 2002 gedaald tot 19%.

Het centrale gedeelte van het eiland is bergachtig en wordt door diepe valleien doorsneden. Hier liggen een aantal bergtoppen, waaronder de Pidurutalagala of Mount Pedro met 2524 meter de hoogste berg van Sri Lanka. Andere hoge toppen zijn de Kirigalpotta (2394 m), de Totapalakanda (2356 m) en de heilge Sri Pada (Samanalakanda) of Adam’s Peak (2243 m).

advertentie

Pidurutalagala of Mount Pedro, hoogste berg van Sri Lanka

Photo:Rehman Abubakr CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De kuststrook is over het algemeen regelmatig en vlak, maar op sommige plaatsen liggen voor de kust eilandjes, lagunen, koraalriffen en baaien. De kustvlakten zijn in het zuiden smaller (50-60 km) dan in het noorden.

Het uiterste noorden van Sri Lanka wordt gevormd door het schiereiland Jaffna, dat omringd wordt door een aantal eilanden. Het schiereiland wordt door een smalle zandbank, de Elephant Pass, verbonden met de rest van het eiland.

In het zuidoosten en het noordwesten liggen savannes en kleine woestijngebieden. Dit gedeelte van het land wordt gekenmerkt door duizenden kunstmatige meertjes of ‘tanks’ (Singalees, wewa ; Tamil, kulam) die het droge land vaak al sinds de oudheid bevloeien. Een uitgestrekt duinlandschap bij Point Pedro wordt wel aangeduid als de ‘Kleine Sahara’.

De vrijwel boomloze savannes vloeien geleidelijk over in moessonwouden.

De ca. 100 rivieren, die alle in het centrale bergland ontspringen en via vele stroomversnellingen naar de kust stromen, zijn veelal breed en kort. De langste rivier is de 321 km lange Mahaweli Ganga die ten zuiden van Trincomalee een delta vol moerassen en mangrovebossen vormt. Daarna krimpt de brede rivier in tot een klein beekje. Veel korter is de Kelani, die iets ten noorden van de hoofdstad Colombo in zee uitkomt. Deze rivier is als enige tientallen kilometers landinwaarts bevaarbaar. De kortste rivier is de Gal Oya met maar 108 km. ‘Ganga’ noemt men een grote rivier, een ‘oya’ is een kleine rivier.

De beroemdste watervallen zijn de Dunhinda (61 m) en de Diyaluma. De hoogste waterval van Sri Lanka is de Bambarakanda (264 m).

Klimaat en Weer

Door zijn ligging dicht bij de evenaar, kent het eiland een tropisch moessonklimaat. Het klimaat wordt beïnvloed door de bergketens midden op het eiland en door de elk half jaar wisselende moessonwind. De zuidwestmoesson of ‘yala’ waait van half mei tot eind september vanuit het zuidwesten naar het lagedrukgebied ten noordoosten van het eiland. Van oktober tot eind april waait de noordoostmoesson of ‘maha’, precies uit de tegenovergestelde richting, namelijk vanuit het noordoosten. Dit fenomeen wordt veroorzaakt door het verschuiven van de plaats met de laagste luchtdruk rond de evenaar.

In de lage gebieden is de temperatuur het hoogst. Aan de kust is het wat koeler door de zeewind en in de bergen is de temperatuur het aangenaamst. Over het algemeen heeft Sri Lanka echter het hele jaar door gelijkmatige temperaturen die variëren van 26-30°C. Zo is de gemiddelde temperatuur van de hoofdstad Colombo aan de westkust gemiddeld 27°C, met een temperatuurverschil van maar twee graden tussen de koudste en warmste maand.

Aan de (zuid)westzijde brengen de zuidwest- en de noordoostmoesson veel regen (1480-2240 mm; in Colombo valt per jaar gemiddeld 2365 mm regen); de droogste maand is hier februari, de natste maand is mei.

Het laagland in het noorden en oosten, alsmede het oostelijk deel van het centrale hoogland vormen een droge zone: hier wordt de regen hoofdzakelijk door de noordoostmoesson gebracht en gedurende de zuidwestmoesson komt een - vaak ernstige – droogteperiode van mei tot juli voor. In totaal valt er nog geen 1000 mm per jaar, waar door de enorme verdamping niet veel van overblijft. Moessonregens vallen meestal in de vorm van hevige, maar korte buien.

Januari is de koudste maand, april en mei zijn de warmste. Hoog in de bergen kan het in december en januari wel eens licht vriezen.

Planten en dieren

advertentie

Planten

De Sri Lankaanse vegetatie komt sterk overeen met de rest van tropisch Azië, aangevuld met veel endemische soorten. Door de klimaatverschillen varieert ook de begroeiing in verschillende delen van Sri Lanka. Het grootste deel van Sri Lanka is echter in cultuur gebracht met palmgaarden, rijstvelden en theeplantages.

In de bergen groeien veel ook ons bekende soorten: madeliefjes, rozen, chrysanten, anjelieren, rododendrons, lotusbloemen en gladiolen. Prachtig zijn de hibiscussen en de bougainvillea’s.

Bijzondere van kleur zijn frangipani, murates, jacaranda, paltophorus, koraalboom en kanonskogelboom.

Zeer fraai is de amherstia, genoemd naar Lady Amherst, de vrouw van een Engelse gouverneur van Birma. Een bijzondere struik is de ‘nillu’, die elke vijf tot tien jaar bloeit. Zeldzaam is de blauwgele Cynoglossum furcatum, die bloeit tussen februari en september.

De nationale bomen van Sri Lanka zijn de heilige vijg en het Ceylon ijzerhout. Een veel voorkomende boom is de Cassia fistula met zijn opvallende kleine, gele bloemetjes. Indrukwekkend is de grillige baobab of apenbroodboom, die 30 meter hoog kan worden. Andere soorten zijn de regenboom of ‘guango’, de banyanboom, mahonieboom, kapokboom, bananenboom en rubberboom. Sri lanka staat ook bekend om zijn vele palmsoorten: betelpalm, koolpalm, koningspalm, palmyrapalm, taliputpalm, kokospalm en kitulpalm. De taliputpalm is de hoogste inheemse boom; hij bloeit na ongeveer 35 jaar, heeft dan twee jaar tijd nodig om de grote en harde vruchten te vormen en sterft niet lang daarna af.

De kokospalm heeft zeer veel toepassingsmogelijkheden: de stam en de bladeren worden gebruikt als bouwmateriaal voor huizen, de kokosmelk kan gedronken worden en de harde dop van de kokosnoot wordt gebruikt als brandstof. De vezels van de bolster worden verwerkt tot touw, matten, borstels en kleding. De bladstengels worden gebruikt voor het vervaardigen van schuttingen, manden en bezems.

Doornbossen zijn typerend voor de gebieden met minder dan 635 mm regen. Een groot deel van de droge zone heeft wat graslandgebieden, talawa’s geheten. Het ook hier sterk bedreigde tropisch regenwoud is typerend voor de natte zone. Palmen, pandanen en mangroven komen voor langs de kust; op veel plaatsen in het noordwesten groeit de nuceanda, een prachtige groene struik met witte bloemen.

De nationale bloem van Sri Lanka is de blauwe lotus.

advertentie

Dieren

De dierenwereld van Sri Lanka lijkt erg op die van India, hoewel er ook opvallende verschillen zijn. Zo ontbreken typisch Zuidoost-Aziatische zoogdieren als tijger, gestreepte hyena, wolf, neushoorn en (wilde) runderen. Panter of luipaard en lippenbeer zijn de grootste roofdieren, drie kleinere kattensoorten zijn de viskat, de junglekat en de luipaardkat.

De Ceylon-olifant, naast de leeuw het nationale dier van Sri Lanka, is een aparte ondersoort (geschat op nog 2500-3000 stuks) van de Indische olifant, die opvalt omdat vaak de slagtanden bij de bullen ontbreken. Verder komen nog voor de jakhals, de waterbuffel, het paardhert of sambar, het damhert en het axishert. Sri Lanka telt ook nog twee kleinere hertensoorten, de kantjil en de muntjak.

Er leven vier verschillende soorten mangoesten op Sri Lanka, waaronder de zeldzame streepnekmangoest. Op het noordelijke eiland Delft leven wilde paarden, nakomelingen van een kudde die ooit door de Portugezen aan land waren gebracht.

De twee meest voorkomende apensoorten zijn de gewone hoelman en de Ceylon-kroonaap, zeldzaam is de witbaardlangoer.

Bijzondere zoogdieren zijn twee ondersoorten van de reuzeneekhoorn, de vliegende hond en de vliegende eekhoorn. Een dier dat regelmatig zijn lange neus in een termietennest steekt, is de geschubde miereneter.

Sri Lanka telt ca. 400 soorten vogels (150 trekvogels), waaronder 21 endemische. In de steden en tuinen kan men kraaien, baardvogels, buulbuuls, parkieten, mynahs, dayallijsters en spotlijstertimalia’s tegenkomen. De nationale vogel van Sri Lanka is het Ceylonhoen.

Bewoners van de ‘wetlands’ langs de kust en in het binnenland zijn aalscholvers, slangenhalsvogels, plevieren, ijsvogels, lepelaars, waterfazanten, de Indische kiviet en de Indische nimmerzat.

In de bossen leven onder andere blauwe kitta’s, bonte grondlijsters, Malabar-trogons, Ceylon-iora’s, drongo’s, baardvogels, neushoornvogels en minivets.

Sri Lanka kent ook een grote verscheidenheid aan roofvogels, met name havikachtigen en arenden: witbuikzeearend, witstaartvisarend, zwarte arend, ruigpootkuifarend, brahmaanse wouw en slangenarend.

Op Sri Lanka komen een aantal grote reptielen voor, waarvan de zeekrokodil met acht meter de grootste is. Verder nog de rotspython en de Bengaalse varaan. In het dichte oerwoud van Udawattekele leeft de bizarre lierkopagame, een grote kleurige hagedis die alleen op Sri Lanka voorkomt. In het bergachtige deel van Sri Lanka leeft de zeldzame neushoornhagedis, waarvan de naaste verwanten in Afrika voorkomen.

Van de zeven bekende soorten reuzenschildpadden maken vijf soorten nesten op de stranden van de zuidwestkust.

Het kristalheldere water rond riffen is rijk aan haaien, roggen, tonijnen en zeebaarzen, maar ook kleinere soorten als knorvissen, klipvissen, Indische diklippen en vleten.

Slangen zijn er in overvloed te vinden op Sri Lanka. Van de ca. tachtig soorten zijn er echter maar vier giftig, waaronder de cobra, de Ceylon-krait en de Russell-adder. Sri Lanka is een amfibisch paradijs, met bijvoorbeeld meer dan 250 soorten kikkers, ca. 10% van alle kikkersoorten in de wereld.

De natuurbescherming is tamelijk goed georganiseerd; de regering heeft verschillende, over het gehele land verspreide natuurgebieden tot beschermd gebied verklaard door ze de status van nationaal park of reservaat te geven. Het grootste en meest bekende nationale park is Ruhuna, beter bekend als Yala. Dit park ligt in de droge zone en hier zijn de meeste grote zoogdieren van Sri Lanka te zien, waaronder de olifant. Andere belangrijke nationale parken zijn Gal Oya en Wilpattu. Het Nationale Park Mihintale is in feite het oudste wildreservaat ter wereld, want al in de derde eeuw v.Chr. werd door koning Devanampiya Tissa, na zijn overgang tot het boeddhisme, bevolen dat er in dit gebied geen dieren gedood mochten worden.

Het in het zuiden gelegen Sinharaja Rainforest Reserve vormt het leefgebied van de grootste concentratie van dieren die alleen in Sri Lanka voorkomen, de zogeheten endemische soorten.

Geschiedenis

Oudheid

De geschreven geschiedenis van Sri Lanka begint met de ‘Mahavamsa’, een manuscript geschreven in de met het Sanskriet verwante taal Pali. Dit manuscript vertelt de geschiedenis van het eiland vanaf de vijfde eeuw v.Chr. tot 400 n.Chr. De ‘Dipavamsa’ en de ‘Culavamsa’ zijn twee andere manuscripten die vertellen over de periode tot 1815. In dat jaar werd de laatste Singalese koning door de Engelsen onttroond. Voor verdere aanvullingen zorgen inscripties die door oudheidkundigen bij opgravingen nog steeds worden gevonden.

Zo zijn er prehistorische werktuigen gevonden en skeletten uit de jonge steentijd. In de vroegste tijden trokken Dravida’s uit Zuid-India naar Sri Lanka, waar ze zich vermengden met de oorspronkelijke bewoners, de nomadische Vedda's. In 543 v.Chr. kwam de Indiase prins Vijaya met zijn volgelingen vanuit het noordwesten van India naar Sri Lanka. Hij bezette het eiland en stichtte er de eerste Singalese dynastie. Hij vestigde zich aan de westkust bij het huidige Puttalam en bracht de kunst en de godsdienst van de hindoes uit India mee. Hij ontwikkelde de landbouw op het eiland en daardoor nam de welvaart en het bevolkingsaantal snel toe. De eerste hoofdstad van het eilandrijk werd in 380 v.Chr. Anuradhapura en dat bleef zo tot halverwege de 9e eeuw.

In de tijd na de invoering van het boeddhisme werd Sri Lanka bijna letterlijk overspoeld door Tamils, een Dravidisch volk uit Zuid-India. Vooral de vruchtbare grond op het eiland en de aanwezige edelstenen trok de Tamils erg aan. De Tamils namen al snel zonder veel bloedvergieten de troon over van de heersers van Anuradhapura. Er waren bovendien grote gebieden waar de Tamils niets te zeggen hadden, en over het algemeen was het goed toeven op het eiland.

In de 2e eeuw v.Chr. veranderde de situatie. Gamani, regerend over een klein Singalees rijk in de zuidoosthoek van Sri Lanka, nam de wapens op en trok met een enorm leger ten strijde tegen de Tamil-koning Elara. Elara werd gedood en Gamani besteeg de troon van Anuradhapura onder de naam Duttha Gamani, de ‘ongehoorzame’ (161-137 v.Chr.). Na de dood van Gamani wisten nieuwe Tamils zich toch weer op Singalees grondgebied te vestigen.

Middeleeuwen

Van 477 tot 495 n.Chr. regeerde vanuit de nieuwe hoofdstad koning Kasyapa met harde hand. Hij werd verslagen door zijn broer met een in India gevormd leger. In de 9e eeuw verloor Anuradhapura haar status als hoofdstad van het eiland weer, en ook de nieuwe hoofdstad Polonnaruwa onderging dit lot door de voortdurende aanvallen van Tamils en Chola’s uit India. De hoofdstad werd steeds meer naar het zuiden verlegd, totdat het hele eiland in 1001 bij het Zuid-Indiase koninkrijk ingelijfd werd.

In 1070 werd het eiland weer terug veroverd, waarna het onder koning Parakramabahu I de Grote (1153-1186) zijn oude genzen weer terugkreeg en Polonnaruwa werd weer de hoofdstad. In 1187 werd Parakramabahu opgevolgd door de oorspronkelijke Tamil Nissanka Malla die het rijk binnen enkele jaren naar een financiële ondergang voerde. Na zijn dood vielen de Tamils de hoofdstad weer binnen en vanaf 1284 werd Sri Lanka beschermd door Kublai Khan.

In 1294 werd Sri Lanka bezocht door de ontdekkingsreiziger Marco Polo en in de 13e en 14e eeuw vielen delen van Sri Lanka in handen van veroveraars uit Zuid-India, Birma (nu Myanmar), India, Egypte en Maleisië.

Portugese overheersing

In 1505 arriveerden de eerste Portugezen op Sri Lanka, aanvankelijk alleen op zoek naar handelsgebieden. Al snel hadden ze de kustgebieden in bezit genomen en nederzettingen gesticht. Ze profiteerden flink van het uiteenvallen in zeven koninkrijkjes van de oorspronkelijke bevolking.

In 1517 bouwden ze een vesting bij Colombo en er werden verwoede pogingen gedaan om de bewoners van het eiland tot het katholicisme te bekeren. Zonder geweld ging dat niet en vele tempels werden vernietigd. Resultaten werden er al vrij snel geboekt, in 1557 liet koning Dharmapala zich dopen en trouwde zelfs met een Portugese vrouw. In 1587 werd Kandy veroverd en in 1593 de nieuwe hoofdstad Jaffna. De Portugezen vochten in die tijd niet alleen met de Singalese koningen maar ook met de Hollanders, die een oogje op Ceylon hadden (zo heette Sri Lanka op dat moment). De Hollanders landden in 1602 onder Joris van Spilbergen op Ceylon.

In 1638 bezetten de Hollanders wat havenplaatsen en met hulp van de koning van Kandy werd Colombo veroverd en de Portugezen langzaam maar zeker verdreven. Rajasimha II, ook wel bekend als Rajasingha II, was een Singalese koning die regeerde van 1629 - 1687; hij was de derde koning van het Kandy-koninkrijk. Rajasimha deed een beroep op de Hollanders om de Portugezen te verdrijven van Ceylon, succesvol afgerond in 1656. Tegen die tijd werd het Rajasimha duidelijk dat de Hollanders niet alleen de Portugezen wilden verdrijven, maar zich daarna als koloniale mach wildent te vestigen op het eiland. Vanaf die tijd betrok Rajasimha een vijandige houding ten opzichte van de Hollanders. In 1658 verlieten de laatste Portugezen Ceylon. Uit de Portugese tijd zijn alleen forten en veel kerken overgebleven.

Hollandse overheersing

De heerschappij van de Hollanders over Ceylon duurde maar 140 jaar, maar had grote invloed op het eiland. Het was een van de belangrijkste VOC-vestigingen in Azië en de Hollanders bouwden er forten en verschillende protestantse kerken. Ook lieten de Hollanders Tamils uit India overkomen om op de rijstvelden te werken en werden er wegen en kanalen aangelegd. In 1734 kwamen de Hollanders in de problemen toen er een opstand op de kaneelplantages dreigde.

In 1741 kwamen er veel boeddhistische monniken uit Birma naar Ceylon om er het boeddhisme te hervormen. Doordat de Hollanders de boeddhisten min of meer hun gang lieten gaan, ging het boeddhisme op Ceylon een nieuwe bloeiperiode tegemoet. In de tweede helft van de 18e eeuw werd het echter steeds onrustiger op het eiland en er volgden botsingen met de ontevreden bevolking.

In 1766 behaalden de Hollanders een grote overwinning op de koning van Kandy, die echter in het geheim, via de Britse gouverneur van Zuid-India, contacten had met de andere grote wereldmacht Engeland.

Engelse overheersing

In 1782, tijdens de vierde Nederlands-Engelse oorlog, landden Engelse troepen bij de havenstad Trincomalee, die prompt veroverd werd. In 1783 kregen de Hollanders met behulp van de Fransen, de aartsvijand van Engeland, de havenstad weer terug. Dat duurde echter niet lang en in 1796 veroverden de Engelsen een aantal havensteden en waren de Hollanders genoodzaakt om zich terug te trekken van het eiland. Met de vrede van Amiens in 1802 kwam er een definitief einde aan de heerschappij van de Hollanders op Ceylon, dat nu een Engelse kroonkolonie werd.

Engeland had meteen een probleem met de koning van Kandy, Sri Vikrama Rajasingha. Deze weigerde af te treden en er moest een flink Engels leger aan te pas komen om dat te bewerkstelligen. Toen de koning echter zijn eigen volk wreed en onrechtvaardig bejegende, was het pleit snel beslecht. De adel van Kandy spande met de Engelsen samen en in 1815 werd de koning gevangengenomen en naar India verbannen. Dit betekende dat er een eind kwam aan het 2300-jarige tijdperk van de Singalese koningen.

De Engelsen pakten de zaken op economisch gebied zeer voortvarend aan. Er werden spoorlijnen en wegen aangelegd, de landbouw werd versterkt, ziektes bestreden en er werden veel plantages aangelegd. De Singalezen wilden echter niet op de plantages werken, en alweer werden er Tamils uit Zuid-India naar Ceylon gelokt, tot afgrijzen van de Singalezen.

Ceylon (Sri Lanka) zelfstandig

Hoewel de Engelsen goed werk verrichten op Ceylon, werd de roep om zelfstandigheid steeds luider. In 1917 werd de Ceylon Reform League opgericht, die openlijk streefde naar onafhankelijkheid. In 1924 werd er door Engeland wat zelfbestuur toegestaan, maar in 1928 besloot men dat Ceylon nog niet klaar was voor een onafhankelijke status.

In 1945 wees Engeland nog de verlangde dominion-status af, wat heftige protesten opriep. Dit maakte op de Engelsen echter de nodige indruk en op 4 februari 1948 werd Ceylon onafhankelijk, maar bleef wel lid van het Britse Gemenebest. De eerste minister-president werd Don Stephen Senanayake, de ‘vader van de natie’. Na 1948 namen de boeddhistische Singalezen meteen stelling tegen andere bevolkingsgroepen, met name tegen de hindoeïstische Tamils en de christenen, die ook vaak van Tamil-afkomst waren.

De communisten daarentegen werkten goed samen met de boeddhisten en van de weeromstuit bonden ook de christenen in en gingen steeds meer samenwerken met de Singalezen. In die eerste jaren werd Ceylon geregeerd door de United National Party (UNP) en in 1953 werd het land lid van de Verenigde Naties, altijd een mijlpaal in de geschiedenis van een land.

Periode Bandaranaike

Van 1956 tot 1959 was Solomon Bandaranaike, de boeddhistische zoon van een grootgrondbezitter, aan de macht als minister-president. Hij neigde wat naar het communisme, maar zorgde er wel voor dat Ceylon bleef behoren tot de groep van neutrale en ongebonden landen. Op 26 september 1959 werd hij vermoord door een boeddhistische monnik, die vond dat de voorgestelde hervormingen niet in overeenstemming waren met de boeddhistische levensidealen.

Sirimavo Bandaranaike, de vrouw van Solomon, nam meteen de leiding van de SLFP over en deze partij won de verkiezingen van 1960; Sirimavo werd naast minister-president ook nog minister van Defensie en van Buitenlandse Zaken.

Ze voerde een zeer autoritair bewind en kreeg het daarbij ernstig aan de stok met allerlei groeperingen. Zo werd de persvrijheid aan banden gelegd en het Singalees als enige officiële taal uitgeroepen, dit zeer tot ongenoegen van de Tamils. Verder bevoordeelde ze het boeddhisme boven andere godsdiensten; subsidies aan katholieke scholen werden bijvoorbeeld ingetrokken. Er werden nog een reeks maatregelen genomen ten koste van de katholieken, en dit alles omdat ze niet op haar gestemd hadden bij de verkiezingen. Wat het buitenlandse beleid betrof richtte ze zich vooral op communistische landen als China en de Sovjet-Unie.

De verkiezingen van 24 maart 1965 werden door de SLFP van Bandaranaike verloren en oppositieleider Dudley Shelton Senanayake van de United National Party (UNP) behaalde een klinkende overwinning. Hij zocht weer toenadering tot het Westen en wist tevens de boeddhisten te vriend te houden.

De verkiezingen van 1970 werden verloren door Senanayake en Sirimavo Bandaranaike, die op dat moment een combinatiepartij (United Front) leidde, werd weer premier. In 1971 werden opstanden door leger en politie hardhandig neergeslagen en werd de noodtoestand uitgeroepen door Bandaranaike.

1972: de Republiek Sri Lanka wordt uitgeroepen

Op 22 mei 1972 werd Ceylon uitgeroepen tot de onafhankelijke parlementaire republiek Sri Lanka. In 1975 trok de trotskistische Lanka Sama Samaya Party (LSSP) zich terug uit de regering en in 1977 hief Bandaranaike de noodtoestand op en werden er een aantal politieke gevangenen vrijgelaten. Ondanks een aantal linkse maatregelen traden ook de communisten uit de regering en nam de weerstand tegen de regering Bandaranaike toe door de corruptie en de vriendjespolitiek.

De verkiezingen van juli 1977 werden niet alleen door de SLFP verloren, maar zelfs door de uit de regering gestapte LSSP en de Communisten. Nu was de UNP weer aan de beurt, en de partij van Junius Richard Jayewardene won meer dan tweederde van alle parlementszetels. In 1978 werd er een nieuwe, meer liberale grondwet aangenomen, die echter ook veel macht centraliseerde. Positief voor de Tamils was dat hun taal voortaan ook op Singalese scholen mocht worden onderricht. Economisch richtte men zich volledig op het rijke westen en investeerders werden met open armen ontvangen via allerlei gunstige regelingen. Ondanks de toegenomen productie en export bleven veel mensen arm, veel jongeren werkloos en stegen de prijzen van levensmiddelen snel door het opheffen van de prijscontrole.

Jaren tachtig

In 1980 werd de noodtoestand afgekondigd als gevolg van een algemene staking en zeer gewelddadige confrontaties tussen Singalezen en Tamils. Deze confrontaties tussen de twee bevolkingsgroepen zouden het nieuws de komende decennia voortdurend beheersen. Zo werden in juli 1983 dertien Singalese soldaten door Tamils in een hinderlaag gelokt en gedood. Als gevolg daarvan namen de Singalezen wraak op de Tamils en in totaal vielen er ongeveer duizend doden.

In 1985 werd er in Bhutan een bemiddelingspoging gedaan door de Indiase premier Gandhi. De Sri Lankaanse regering stelde voor om een gedeeltelijke autonomie aan de Tamil-gebieden te geven. De Tamils wezen dit voorstel af, zij stelden veel hogere eisen. De regering ging hier uiteraard niet op in, met als gevolg vele terroristische acties in 1985 en 1986.

In 1987 leek de zaak te escaleren toen de Tamils het bestuur van de provincie Jaffna overnamen. De centrale regering riep meteen een economische blokkade uit en de eis van de Tamils om de noordelijke en oostelijke Tamil-provincies te verenigen, werd afgewezen. Uiteindelijk werd het VOC-fort van Jaffna zelfs aangevallen door regeringstroepen, maar verdere escalatie bleef uit.

In 1988 verzetten de Tamil Tijgers zich tegen de aanwezigheid van Indiase troepen op Sri Lankaans grondgebied. Op 2 januari 1989 werd Ranasinghe Premadasa van de United National Party (UNP) als president geïnstalleerd. Maar ook dit jaar werd weer gedomineerd door botsingen tussen radicale Singalezen en Tamil-separatisten. Nieuw was het optreden van het Singalese bevrijdingsfront JVP in het zuiden van Sri Lanka. Zij vonden weer dat de regering teveel concessies deed aan de Tamils en doodden veel aanhangers van de regering en politieke tegenstanders. Opmerkelijk was nog dat de zeer militante Liberation Tigers for Tamil Eelam (LITE) zich omvormde tot een politieke partij.

Jaren negentig

In maart 1990 waren alle Indiase troepen uit Sri Lanka verdwenen en in juni werd er een staakt-het-vuren overeengekomen tussen de regering en de Tamil Tijgers. Niet lang daarna kondigde de regering echter onverwacht een ‘totale oorlog’ af tegen de Tamil Tijgers. In dit jaar werden er ook vele moslims door de Tamil Tijgers gedood, want zij wilden het Tamil-gebied ‘vrij maken van moslims’. Dat de moslims overgingen tot dodelijke vergeldingen zal niet vreemd klinken. Tegen het eind van het jaar werd er door de Tamils eenzijdig een staakt-het-vuren afgeroepen en zij toonden zich bereid om met de regering officiële vredesbesprekingen te beginnen. Toch ging het etnische geweld de jaren daarna gewoon door en werd het schiereiland Jaffna zelfs regelmatig gebombardeerd door de Sri Lankaanse luchtmacht. Becijferd werd dat de burgeroorlog toen al zeker 17.000 mensen het leven had gekost.

De regering richtte zich nu steeds meer op een dialoog tussen gematigde Tamil-groeperingen, want met de Tamil Tijgers was op dat moment niet te praten over vrede. De LTTE werd in India verboden, daar zij verdacht werd van betrokkenheid bij de moord op de Indiase ex-premier Rajiv Gandhi in 1991.

Op 1 mei 1993 werd president Premadasa vermoord door een Tamil Tijger en hij werd opgevolgd door de gematigde Dingiri Banda Wijetunga. Hij werd weer opgevolgd door Mevrouw Bandaranaike van de SLFP.

De verkiezingen van augustus brachten na zeventien jaar UNP-bewind de People's Alliance (PA) onder leiding van Chandrika Bandaranaike Kumaratunga aan de macht. Zij was de dochter van de in 1952 vermoorde premier Kumaratunga en ook haar moeder was in de jaren zestig en zeventig twaalf jaar premier geweest. Nadat Chandrika Kumaratunga in november tot president was gekozen, benoemde zij haar moeder, Sirimavo R.D. Bandaranaike, tot premier.

In oktober 1994 volgde er weer een aanslag op een politiek kopstuk. Presidentskandidaat Gamini Dissanayake en 54 anderen waren het slachtoffer. Om de verhoudingen te verbeteren werd in februari 1995 besloten om de economische blokkade van het schiereiland Jaffna te beëindigen. Dit leidde echter niet tot een oplossing van het conflict en daarop besloot de regering om Jaffna in te nemen. De Tamil Tijgers waren echter niet voor een gat te vangen en trokken zich gewoon terug in de jungle om van daaruit de strijd voort te zetten. In juni 1996 leed het Sri Lankaanse leger een zware nederlaag, toen Tamil Tijgers ca. 1400 soldaten in een kazerne bij de stad Mullaitivu doodden. In 1997 vonden de zwaarste veldslagen uit de geschiedenis van de al 14 jaar durende burgeroorlog plaats. Het regeringsleger probeerde de belangrijkste verbindingsweg tussen het schiereiland Jaffna en Colombo in handen te krijgen, maar slaagde hier maar gedeeltelijk in.

In januari 1998 pleegden Tamil Tijgers een bloedige aanslag op de boeddhistische Tempel van de Tand in Kandy. De regering besloot daarop om de LITE-partij te verbieden, met als gevolg dat er op dat moment dus ook geen officieel vredesoverleg meer mogelijk was.

In 1999 raakte presidente Kumaratunga gewond bij een bomaanslag, maar zij wist de verkiezingen van 21 december 1999 te winnen.

21e eeuw

Op 11 augustus 2000 trad premier Sirimavo Bandaranaike om gezondheidsredenen af en werd door parlementsvoorzitter Wickremanayake opgevolgd. Niet lang daarna overleed de 84-jarige staatsvrouw en moeder van de huidige president.

Op 10 oktober won de Peoples Alliance partij (PA) van president Kumaratunga voor de tweede opeenvolgende keer de parlementaire verkiezingen en behaalde 107 van de 225 zetels in het parlement.

De oppositionele UNP werd tweede met 89 zetels terwijl de JVP met 10 zetels derde werd. Samen met enkele kleine partijen vormde de PA een coalitieregering met opnieuw Wickremanayake als premier.

Ook in 2000 braken er weer gewelddadigheden uit tussen het leger en de Tamil-rebellen. Het regeringsleger leek de zaak echter min of meer onder controle te hebben en in november liet de regering weten bereid te zijn met de rebellen te onderhandelen.

De rebellenleider Velupillai Prabhakaran aanvaardde het aanbod en gaf aan een maand lang een staakt-het-vuren te respecteren, maar eiste wel onvoorwaardelijke onderhandelingen. Hier ging de regering echter niet op in, waarop de Tamil Tijgers in april 2001 aankondigden het door hen eenzijdig afgekondigde staakt-het-vuren te beëindigen. Het Sri Lankaanse leger trok weer meteen ten strijde tegen de rebellen en er vielen weer enkele honderden doden.

Op 24 juli 2001 vielen meer dan 1000 Tamil Tijgers het internationale vliegveld van Colombo aan, maar na een vuurgevecht met het leger wisten de laatste het vliegveld te heroveren. De nationale luchtvaartmaatschappij Sri Lankan Airlines verloor de helft van haar vloot en de totale schade bedroeg meer dan 1 miljard euro.

Na veel interne politieke problemen werd op 10 oktober 2001 het parlement ontbonden en werden voor 5 december nieuwe verkiezingen uitgeschreven. Na een gewelddadige campagne, waarbij 57 mensen de dood vonden, werd aan het eind van de verkiezingsdag een uitgaansverbod afgekondigd. Ondanks beschuldigingen over uitsluiting van tienduizenden kiezers won de oppositiepartij United National Party (UNP) de verkiezingen van de regerende People's Alliance (PA) van president Kumaratunga, die vervolgens haar aartsrivaal, UNP-leider leider Ranil Wickremesinghe, als premier moest beëdigen.

De nieuwe regering startte meteen vredesonderhandelingen met de Tamil Tijgers en dit resulteerde vanaf 19 december 2001 in een staakt-het-vuren. Tevens werd aangekondigd dat de economische blokkade van de gebieden van de Tamil Tijgers op 15 januari 2002 zou worden opgeheven.

In februari 2002 werd in Oslo tussen de Sri Lankaanse regering en de Tamil Tijgers (LTTE) een permanent bestand overeengekomen. Ook onder druk van de Verenigde Staten kwam er op 23 februari officieel een eind aan de bloedige militaire operaties. Afgesproken werd dat in het noorden en oosten van Sri Lanka de Tamil-rebellen de administratieve, politiële en militaire functies bleven vervullen. Internationale waarnemers zagen toe op de uitvoering van het akkoord. Een goed teken was het bezoek dat premier Wickremesinghe in maart aan de Tamil-hoofdstad Jaffna bracht. Ook de strategische weg naar het schiereiland Jaffna werd na dertien jaar weer heropend.

Op 16 september 2002 begonnen in Thailand besprekingen over een akkoord dat een definitief eind moest maken aan het 19 jaar oude conflict. De rebellen, onder leiding van Prabhakaran, lieten voor het eerst hun eis van totale onafhankelijkheid vallen en namen genoegen met 'aanzienlijke regionale autonomie' en een 'thuisland' in het noorden en oosten van het eiland. Als tegemoetkoming werd de LTTE door de overheid van de lijst van verboden organisaties gehaald en werd er een begin gemaakt met de terugkeer van de naar schatting 1,5 miljoen mensen die in de loop der jaren uit hun woongebied waren verjaagd.

Begin december 2002 bereikten de regering en de LTTE in Oslo een overeenkomst over de vorming van een federale staat. De Tamil Tijgers waren tevreden met een politieke oplossing op basis van zelfbeschikking in een verenigd Sri Lanka.

Het jaar 2003 bleef verder vreedzaam. Alleen de People's Alliance van president Kumaratunga en vooral radicale JVP bleven tegen de bereikte akkoorden ageren. Zij vonden nog steeds dat de Tamil Tijgers op het schiereiland Jaffna te veel macht zouden krijgen.

In februari 2003 begon in Berlijn de vierde ronde van de onderhandelingen die zouden moeten leiden tot een definitieve oplossing van het conflict. Na nog een ronde in Tokio, liet de LTTE echter weten niet verder te willen praten omdat de Tamil Tijgers in de besprekingen te weinig aan bod zouden zijn gekomen. Op 17 juli kwam de regering met een aantal voorstellen om het bestuur over de gebieden onder Tamil-bewind te regelen, maar de LTTE kwam op 31 oktober met eigen voorstellen voor een Interim Self-Governing Authority (ISGA) met verregaande bevoegdheden op het gebied van onder andere rechtspraak, politie en belastingen. Door de centrale regering, en zeker door president Kumaratunga, werden deze in hun ogen te radicale eisen verworpen.

Op 5 november 2003 riep president Kumaratunga de noodtoestand uit. Zij vond nog steeds dat de regering te veel concessies deed aan de Tamil Tijgers en dat de rebellen daar veel te weinig tegenover stelden. Door de macht van de regering en het parlement te beknotten hoopte zij meer invloed te krijgen op het vredesproces. Drie belangrijke die betrokken waren bij de oplossing van het conflict met de rebellen, werden op non-actief gesteld. Wel liet de president weten dat de regering het in februari 2002 overeengekomen staakt-het-vuren zou respecteren. Bij de terugkeer van premier Wickremesinghe, twee dagen later, werd de noodtoestand alweer opgeheven.

De parlementsverkiezingen van 2 april 2004 werden gewonnen door de United People's Freedom Alliance (UPFA) van president Chandrika Kumaratunga. De United National Party (UNP) van premier Ranil Wickremesinghe kreeg 37,9% (82 zetels), de Tamil National Alliance 6,6% (22 zetels) en de National Heritage Party 6,1% (9 zetels). De uitslag beloofde weinig goeds voor de vredesonderhandelingen met de Tamil Tijgers, waarvoor premier Wickremesinghe zich krachtig had ingespannen, terwijl president Kumaratunga van mening was dat te veel concessies aan de rebellen waren gedaan. Op 5 april werd Mahinda Rajapakse tot nieuwe premier benoemd.

Op tweede kerstdag in 2004 werden veel landen in het zuiden van Azië getroffen door een enorme natuurramp, waaronder Sri Lanka.

Er deed zich een zeebeving voor die een kracht van 9,0 op de schaal van Richter had. Het epicentrum van de beving lag voor de westkust van Sumatra, ter hoogte van de provincie Atjeh.

De beving veroorzaakte een muur van water die over de kust van Sri Lanka en veel andere landen spoelde. De golven van deze zogenaamde tsunami bereikten op sommige plaatsen een hoogte van tien meter. In totaal vielen er meer dan 125.000 doden, waaronder bijna 40.000 op Sri Lanka. De reddingswerkzaamheden en de hulpverlening werden extra bemoeilijkt door hevige regenval en overstromingen.

De huidige president sinds november 2005 is Mahinda Rajapaksa.

Eind juli 2006 is het conflict tussen de regering van Sri Lanka (GoSL) en de Liberation Tigers of Tamil Eelam (LTTE) een nieuwe fase ingegaan. De hevigste gevechten vinden plaats sinds de Cease Fire Agreement (CFA) uit februari 2002. Een conflict over watertoevoer vormde de aanleiding. De strijd speelt zich vooral af in het noorden (Jaffna) en het oosten (Trincomalee) van Sri Lanka. Internationale waarnemers van de Sri Lanka Monitoring Mission (SLMM) betitelen de gevechten als ‘low intensity war’. Er zijn veel slachtoffers en een groot aantal mensen is op de vlucht geslagen voor de gewelddadigheden. In januari 2007 lopen 25 oppositieleden over naar de regeringspartij van president Mahinda Rajapaksa, die zich zo verzekerd weet van een grote meerderheid in het parlement. In 2007 en 2008 zijn er aanhoudende gevechten met de Tamil Tijgers. In mei 2009 roept de regering de overwinning op de Tamil Tijgers uit nadat de laatste weerstand in het noordoosten is gebroken. De Tamil Tijgers zeggen de wapens neer te leggen. In januari 2010 wint Mahinda Rajapaksa de presidentsverkiezingen. Hij stuurt het parlement naar huis om de weg vrij te maken voor parlementsverkiezingen. In april 2010 wint de regeringscoalitie overtuigend de verkiezingen. De Tamil Nationale Alliantie wint in juli 2011 de regionale verkiezingen in de voormalige oorlogszone. In 2012 en 2013 dringt de VN aan op het beter naleven van de mensenrechten. Sri Lanka is gastheer van de Commenwealth Meeting in november 2013. In januari 2015 wordt Maithripala Sirissena de nieuwe president. In juni 2016 erkent de regering voor het eerst dat er 65.000 mensen vermist zijn ten tijde van de burgeroorlog en in juli kondigt de regering aan dat Sri Lanka in 2018 geheel gedemilitariseerd moet zijn en dat de bemoeienissen van het leger met het leven van de burgers teneinde komt. In februari 2017 keuert het parlement de wet voor het recht van informatie goed. Deze wet moet corruptie tegengaan.

Bevolking

advertentie

Samenstelling

Etnisch en cultureel gezien kan men de Sri Lankaanse bevolking verdelen in vijf duidelijke etnische groepen, met daarbinnen nog wel enkele deelgroepen. Al deze groepen, behalve de Wedda’s, hebben hun voor een groot gedeelte hun eigen sociale en culturele identiteit kunnen bewaren.

VEDDA'S

De oorspronkelijke bewoners van Sri Lanka zijn de Vedda's (Sanskriet: ‘jager met pijl en boog’), die al duizenden jaren op het eiland wonen. Deze vroegste eilandbewoners waren jagers-verzamelaars uit het Stenen Tijdperk die een sterke verwantschap vertonen met de Afrikaanse San of Bosjesmannen en de Australische aboriginals. Ze noemen zichzelf liever ‘mensen van het bos’ of Vanniyalaetto.

Honderden jaren geleden woonden deze oerbewoners van Sri Lanka nog overal op het eiland. Met de opkomst van de Singalese rijken en het latere koninkrijk Jaffna werden ze al snel teruggedrongen naar afgelegen gebieden. Bovendien raakten ze steeds meer vermengd met andere bevolkingsgroepen.

Halverwege de 20e eeuw handhaafden ze zich alleen nog in een paar ontoegankelijke oerwoudgebieden in de Droge Zone en konden daar hun traditionele nomadische bestaan behouden. De laatste decennia is de druk op de Vedda’s door de grootscheepse binnenlandse migratie steeds groter geworden. Ze werden hierdoor gedwongen om in blijvende nederzettingen te gaan wonen, wat de doodsteek betekende voor het volkseigen van deze etnische groep.

Een groep van enkele honderden Vedda’s probeert in een gebied ten oosten van Mahiyangana en in Nilgala, in het district Uva, hardnekkig, maar waarschijnlijk tevergeefs, hun cultuur te behouden.

SINGALEZEN

Ondanks kleine onderlinge verschillen behoort ca. 74,9% van de bevolking tot de Singalezen. Ze stammen grotendeels af van landverhuizers uit Noordwest-India en Bengalen, die al vóór onze jaartelling naar Sri Lanka migreerden.

De sociale structuur van de Singalese bevolkingsgroep bestaat uit een uit veertien groepen bestaand kastenstelsel, echter niet gebaseerd op afkomst, maar op het beroep.

Een andere scheiding binnen de Singalezen was tot voor kort die tussen de zogenaamde laag- en hooglanders (Kandyans). De laaglanders zijn de mensen die in de kustgebieden wonen en wat lager in aanzien staan dan de hooglanders, die zich beschouwen als de meer oorspronkelijke Singalezen. Door de vele binnenlandse migratiebewegingen is het verschil tussen laag- en hooglanders bijna weggevallen.

TAMILS

De grootste minderheid van Sri Lanka vormen de hindoeïstische Tamils; zij maken ca. 11,2% van de totale bevolking uit en zijn oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-India. Ze spreken een Dravidische taal, het Tamil, en zijn verdeeld in de zogenaamde (Sri) Lanka-Tamils, die lang geleden uit Zuid-India emigreerden en vooral op het schiereiland van Jaffna wonen, en in de zogenaamde India-Tamils, die in de 19de eeuw door de Britten als arbeidskrachten op de plantages werden geplaatst.

Ze wijken qua uiterlijk nogal af van de Singalezen, want hebben een minder Europese gelaatsvorm en vaak een wat donkerder huidskleur. De Tamil-bevolkingsgroep is ingedeeld in een strak vijfkastenstelsel, berustend op een godsdienstige grondslag.

De India-Tamils ( 4,2%), die ongeveer eenderde van alle Tamils uitmaken, wonen vooral in het centrale bergland, en werken daar onder andere als arbeiders op de thee- en rubberplantages. Ze leven zelfs vaak op de plantages zelf, ver van dorpen en steden. De India-Tamils, die tot de lagere lasten behoren, worden daarom door de Lanka-Tamils maatschappelijk en politiek vrijwel genegeerd. De bedoeling was eigenlijk ook dat de India-Tamils zouden terugkeren naar India, maar omdat ze voor de Sri Lankaanse economie vrijwel onmisbaar zijn, is van de grootscheepse repatriëring weinig terecht gekomen. Officieel zijn de meeste van hen echter nog steeds stateloos en hebben ze weinig burgerrechten.

De Lanka- of Jaffna-Tamils wonen vooral op en om het Jaffna-schiereiland en langs de oostkust, maar zijn ook vaak werkzaam in de grote steden.

De Lanka-Tamils zijn veel intensiever door het Westen beïnvloed dan de Singalezen. Zij werkten in de koloniale tijd veel gemakkelijker samen met de koloniale overheersers dan de Singalezen.

De Nederlanders en de Engelsen zochten dan ook liever inlandse bestuursambtenaren en handelspartners onder de Lanka-Tamils dan onder de Singalezen. Zo ontwikkelde zich al snel een bestuurlijke en commerciële Lanka-Tamil-elite. Deze ontwikkeling heeft zich zelfs tot nu toe doorgezet, de Lanka-Tamils zijn vaak beter geschoold, organisatorisch capabel en commerciëler dan de Singalezen.

Ze gebruiken vaak het Engels als voertaal, dragen westerse kleding en leven veel minder traditioneel dan de India-Tamils.

BURGHERS

De Burghers (van het Nederlandse ‘vrijburgers’) maken ca. 0,8% van de totale bevolking uit, en zijn de afstammelingen van Portugese, Engelse en Nederlandse kolonisten. Zeer waarschijnlijk de Burghers van veel meer verschillende nationaliteiten afstammen. Op de schepen van bijvoorbeeld de VOC werden mensen uit heel Europa aangenomen.

In tegenstelling tot de koloniale periode hebben de tegenwoordige Burghers zowel naar aantal als naar maatschappelijke invloed een zeer ondergeschikte positie in de Sri Lankaanse samenleving. Ze vallen wel op door hun westerse levenshouding en gebruiken nog steeds het Engels als voertaal. De status van een Burgher hangt onder andere af van het uiterlijk, hoe (blank) Europees men eruit ziet, hoe beter. Een presbyteriaanse of Nederlands hervormde religieuze achtergrond is weer wat beter dan een katholieke achtergrond.

Door de sinds 1956 ingezette singalisering van de samenleving raakte de groep Burghers steeds verder geïsoleerd. Dit leidde er zelfs toe dat veel Burghers in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw emigreerden naar landen als Canada, Nieuw-Zeeland en Australië. Pas sinds het aantreden van de regering-Jayawardene in 1977 werden eerder afgekondigde discriminerende maatregelen weer ingetrokken. Door de zeer hoge gemiddelde leeftijd van de overgebleven Burghers is het nog maar de vraag of deze groep over een aantal decennia nog zal bestaan.

MOSLEMS of MOREN

Andere bevolkingsgroepen zijn de islamitische ‘Moren’ van Arabisch-Singalese herkomst, onderverdeeld in Ceylon-Moren en Indiase Moren. Deze islamieten maken ca. 7% van de Sri Lankaanse bevolking uit en stammen onder meer af van Arabische, Voor-Indische en Afghaanse handelaren, die al in de 8e eeuw met de Sri Lankanen handel dreven. Ook in de 17e, 18e en 19e eeuw kwamen er groepen islamitische emigranten naar Sri Lanka, onder andere Maleiers die met de Hollanders meekwamen vanuit Java.

De voertaal van de Moslems is over het algemeen het Tamil en ze hebben in de loop der eeuwen een vooraanstaande positie weten te verwerven in bestuur en bedrijfsleven. De Moslems houden in het algemeen streng vast aan de traditioneel maatschappelijke normen binnen hun groep en vormen ook door de islam als gemeenschappelijke godsdienst een eenheidsgroep.

De meeste Moren wonen in het oosten, rond de steden Trincomalee, Batticaloa en Amparai. Afhankelijk van waar ze wonen spreken ze Singalees of Tamil.

ZIGEUNERS

De zigeuners die op Sri Lanka rondtrekken stammen uit India en zijn enkele millennia geleden al naar het eiland getrokken.

Er zijn verschillende groepen, maar de belangrijkste zijn: de Ahikuntakaya ofwel slangenbezweerders, de Maddilya ofwel apentrainers en de groepen die zich specialiseren in het aanbrengen van tatoeages. De zigeuners trekken in kleine groepjes het hele eiland rond.

advertentie

Spreiding

De bevolking is ongelijk verdeeld over het land. In de natte zone en het hoogland is het platteland dichtbevolkt en bovendien bevinden zich hier de meeste stedelijke gebieden; de droge zone is dunbevolkt, ondanks verschillende pogingen tot kolonisatie.

Van de bevolking woont 18,5% in de steden.

De grootste stad van Sri Lankais de hoofdstad Colombo met in 2017 600.000 inwoners.

advertentie

Demografische gegevens

Op Sri Lanka woonden in 2017 22.409.381 mensen. De bevolkingsdichtheid bedraagt ca. 342 inwoners per km2 en Sri Lanka is daarmee een van de dichtst bevolkte landen van Azië.

De bevolkingsgroei bedroeg voor 2017 0,76%, niet veel voor een ontwikkelingsland en aanzienlijk geringer dan in de buurlanden. Een voorlichtingscampagne voor geboortebeperking en gezinsplanning slaagde dankzij de positieve houding van de diverse religies en de redelijke voorzieningen op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg.

Verder trouwen vrouwen pas op latere leeftijd en heeft een hoog percentage zich laten steriliseren.

De gemiddelde levensverwachting bedraagt voor mannen 73,5 jaar en voor vrouwen 80,6 jaar.

Sri Lanka heeft een redelijk jonge bevolking; 24,1% is tussen de 0 en 14 jaar . 66,2 van de bevolking is tussen de 15 en 65 jaar; 9,7% is 65 jaar of ouder.

Sri Lanka heeft een geboortecijfer van 15.2 per 1000 inwoners en een sterftecijfer van 6.2 per 1000 inwoners. De kindersterfte bedraagt 8.4 per 1000 levendgeborenen en is daarmee relatief gering in vergelijking met omringende landen.

Taal

Het Singalees of Sinhala is sinds 1956 de officiële taal van Sri Lanka, maar ook het Tamil en het Engels gelden tegenwoordig als gelijkwaardige officiële talen.

Het Singalees is een Indo-Europese taal, verwant aan het Sanskriet en van oorsprong een Arabisch dialect. Het Singalees kent een eigen schrift met 58 letters voor bepaalde klanken en lettergrepen. Bijna driekwart van de bevolking spreekt Singalees en de taal kent nogal wat woorden van Hollandse en Portugese herkomst. De uitspraak van het Singalees is regionaal verschillend.

De tweede taal is het uit India stammende Tamil, dat beschermd wordt door de Tamil Language Act van 1958. Het Tamil is een Dravidische taal.

Daarnaast spreken veel mensen Engels, ook op het platteland. Opschriften zijn vaak in drie talen geschreven, in ieder geval bij overheidsinstellingen.

Alle kleine minderheden spreken ook nog hun eigen taal, bijvoorbeeld een sterk

verbasterde vorm van Maleis door de Maleise bevolkingsgroep in het zuiden van het land. Moslems spreken onderling soms nog het Pakistaanse Urdu of het Afghaanse Pushtu.

Woordenlijst

NederlandsEngelsSingaleesTamil
alstublieftpleasekarunakaratajavu sadu
dank uthanksestutinandri
etenfoodkaamasappidu
jayesouaam
neenonaaillai
eenoneekaonru
tweetwodekairandu
driethreetunamoonru
honderdhundredsiiyanooru
mijn naam is...my name is...mage nama...ennudaya payar...
de rekeningthe billkarunakara bilabill kondu varungai

Enkele woorden van Nederlandse oorsprong:

äskisiya = executie

advakat = advocaat

administrasi = administratie

aktaya = acte

artappel = aardappel

bankolot = bankroet

boontje = boontje

budalaya = boedel

kamare = kamer

kantoruva = kantoor

keldere = kelder

komasaris = commissaris

kontrattuva = contract

kuvitansiya = kwitantie

lampuwa = lamp

lotaräyya = loterij

mahestrat = magistraat

notaris = notaris

notisiya = notitie

orlosuwa = horloge

pistolaya = pistool

polmah = volmacht

sekarataris = secretaris

sipiri = cipier

sukiri = suiker

tarappuwa = trap

soldere = zolder

baas = vakman

Sri Lanka kent drie officiële talen:

Engels - Democratic Socialist Republic of Sri Lanka

Singalees - Sri Lanka Prajathanthrika Samajavadi Janarajaya

Tamil - Llangai Janarajaya Socilalisa Kudiarasu

Godsdienst

advertentie

Sri Lankaans boeddhisme

Volgens de overlevering zou Sri Lanka in de 3de eeuw v.C. bekeerd zijn tot het boeddhisme, dat zich sinds die tijd tot de grootste godsdienst van het land heeft ontwikkeld en o.a. gekenmerkt wordt door een invloedrijk monnikendom. Op dit moment is ca. 69% van de bevolking, met name de Singalezen, boeddhist. Het boeddhisme is niet alleen een geloof of levensleer, maar speelt ook een grote rol in het maatschappelijke en politieke leven.

Bijzonder is dat het hinajana-boeddhisme in Sri Lanka veel kenmerken van het mahajana-boeddhisme en door de gedeeltelijke vermenging met het hindoeïsme noemt men het boeddhisme op Sri Lanka ook wel eens het sinhale-boeddhisme. Kenmerkend is dat er steeds meer staande boeddha’s verschijnen, typisch voor het mahajana-boeddhisme.

Meest opvallende boeddhistische bouwwerken in Sri Lanka zijn de ‘dagoba’s’ (ook wel: stoepa, thoepa of chetiya), koepelvormige heiligdommen met een lange kegel, waarin een relikwie van Boeddha bewaard wordt. Veel tempels hebben een monnikenklooster en bijna ale tempels bezitten een heilige Bo-boom (ook wel bodhi-boom of Ficus religiosa). De monniken of ‘bikkus’ mogen niet getrouwd zijn, hebben een kaalgeschoren hoofd en dragen een oranje-geel gewaad.

Aan de voet van de trap naar een tempel staan twee wachters, waar tussenin een voor het boeddhisme van Sri Lanka typerende maansteen ligt, die de toegang vormt tot de trap.

De stad Anuradhapura is een heilige stad voor de boeddhisten, te vergelijken met Jeruzalem voor de joden en Mekka voor de moslims. In deze stad bevindt zich een van de meest aanbeden relikwieën van Sri Lanka, de Sri Maha Bodhi. Het is een stek van de heilige Bo-boom uit de Indiase stad Bodh Gaya, waaronder Boeddha zijn verlichting ontving. Elke dag komen er pelgrims uit de hele wereld naar Anuradhapura om de heilige boom te aanschouwen, die voor zover bekend, met zijn 22 eeuwen de oudste boom ter wereld is.

Sinds 1774 houdt de stad Kandy ieder jaar in juli en augustus (de boeddhistische Esala-maand) twee weken lang de beroemde Perahera, die tot de grootste en kleurrijkste boeddhistische feesten ter wereld gerekend wordt. De Perahera bestaat uit een aantal avondlijke processies, verdeeld over tien dagen. Op de voorlaatste avond (Randoli Perahera) wordt de Tand van Boeddha op de rug van een tempelolifant in een gouden reliekschrijn rondgedragen. De linkerbovenhoektand wordt bewaard in de Dalada Maligawa, de ‘Tempel van de Tand’.

advertentie

Boeddhisme

Het boeddhisme is in de 6e eeuw v.Chr. in India ontstaan. De grondlegger was Siddharta Gautama (560-480 v.Chr.). In Thailand houdt men onze jaartelling aan, maar ook de boeddhistische telling wordt wel gebruikt. Hoewel niet precies bekend is wanneer Boeddha werd geboren, houdt men als geboortejaar 543 voor Christus aan. Het jaar 2004 is 2546 in de boeddhistische jaartelling.

Kern van de leer van Boeddha zijn de vier edele waarheden:

-Het leven is lijden.

-De oorzaak van dit lijden is de begeerte en het hechten aan het leven. Daardoor zit de mens gevangen in een heilloze kringloop van geboorte, sterfte en wedergeboorte.

-Door de begeerte los te laten en zich te onthechten kan de mens het lijden opheffen.

-Het achtvoudige pad (juist inzicht, leven, streven, mediteren, denken, doel, woord en daad) is de enige uitweg uit de heilloze kringloop van reïncarnatie en leidt naar nirvana, de toestand van gelukzaligheid.

Door zicht te houden aan enkele grondbeginselen kan de mens zijn lot of ‘karma’ beïnvloeden. De Vijf Geboden zijn: niet doden, stelen, overspel plegen, liegen en alcohol, tabak of drugs gebruiken.

Het boeddhisme is eigenlijk geen godsdienst, maar een filosofisch stelsel en een levenshouding. Er zijn geen goden. Het boeddhisme kent wel monniken, maar weer geen kerkelijke organisatie.

De koning is traditioneel de beschermer van alle godsdiensten.

Na de dood van Boeddha viel de religie uiteen in twee richtingen: het mahayana-boeddhisme en het hinayana-boeddhisme.

Het mahayana-boeddhisme gaat uit van de universele verlossing van alle levende wezens en wordt daarom het ‘grote voertuig’ genoemd. Deze stroming kent ‘bodhisattwa’s’, stervelingen die de verlichting al hebben bereikt, maar op aarde blijven om de mensen de juiste weg te wijzen. Het mahayana-boeddhisme heeft zich onder andere verspreid over China, Nepal, Japan, Korea en Vietnam.

Het hinayana- of theravada-boeddhisme staat ook bekend als ‘School van de Ouderen’ en komt vooral voor in Sri Lanka, Myanmar, Thailand, Kampuchea, Indonesië, Maleisië en Zuid-India. Deze richting binnen het boeddhisme beperkt zich tot de individuele verlossing van de mens, zonder tussenkomst van anderen, en heet daarom het ‘kleine voertuig’. Wie zelfstandig de verlichting bereikt, wordt ‘arhat’. Deze status is echter alleen voorbehouden aan de monniken. Leken kunnen tijdens hun leven op aarde hoogstens iets toevoegen aan hun karma en herboren worden in een hogere positie. Men kan zijn karma verhogen door het doen van goede werken, zoals het geven van aalmoezen aan monniken en donaties aan tempels. Het onbaatzuchtig geven of ‘dana’ is dan ook de belangrijkste vorm van deugdzaamheid die leidt tot een goed karma.

Sri Lankaans hindoeïsme

De Tamils hebben het hindoeïsme vanuit India op Sri Lanka geïntroduceerd. Ca. 15,5% van de totale bevolking is op dit moment hindoe. De hindoes wonen vooral in het oostelijke en noordelijke deel van het eiland, maar ook in het zuiden en in de hoofdstad Colombo. Opmerkelijk is dat het hindoeïsme zich enigszins heeft vermengd met het boeddhisme.

Sri Lanka telt ca. 12.000 monniken, die in ongeveer 3000 kloosters en kluizenaarsverblijven wonen. Er bestaat ook een nonnenorde, ca. 2000 vrouwen, maar die spelen geen grote rol in het boeddhisme.

Hindoeïsme

Het raamwerk voor het hindoeïsme zijn de vier veda’s, in het Sanskriet opgestelde religieuze teksten. Deze veda’s werden ca. 1000 v.Chr. geïntroduceerd. Het hindoeïsme is een zeer tolerante religie zonder dogma’s, heeft geen kerkelijke organisatie en kent ook geen stichter. Hindoes houden wel sterk vast aan bepaalde regels en gebruiken. Zo worden de rigide kastenregels nog vaak toegepast en zijn tempels alleen voor de eigen aanhangers toegankelijk.

De belangrijkste grondgedachte in het hindoeïsme is het geloof in ‘samsara’, de kringloop van geboorte, leven, sterven en wedergeboorte of reïncarnatie. De wet van ‘karma’ bepaalt dan hoe je in een volgend leven terugkeert. Als je je leven positief afgesloten hebt, kom je in een hogere sociale rang op aarde terug. Het einddoel (‘moksha’) is bevrijding uit de cyclus van wedergeboorten. Uiterlijk op zijn vijfde verjaardag wordt men in de geloofsgemeenschap opgenomen door middel van het scheren van het hoofdhaar of ‘churakarma’. Het leven wordt afgesloten met de crematie of 'antyeshtikarma'.

Het hindoeïsme kent vele goden, maar het zijn allen manifestaties van de drie hoofdgoden, Brahma, Vishnoe en Shiva. Deze drie goden zijn weer terug te voeren tot één principe: Brahman, symbool voor de in balans zijnde kosmos, het Al.

Brahma is de oergod en de schepper van het heelal en het wezen der dingen. Hij heeft vier armen en vier hoofden. Uit de vier monden zouden de vier veda’s voor het eerst gekomen zijn. De bekendste Brahmatempel staat in Pushkar.

Vishnoe is de god die het leven beschermt en de kosmos in stand houdt. Hij heeft de aarde in verschillende, vaak dierlijke, gedaantes bezochten zijn symbolen zijn de schelp en de discus en zijn voertuig is de ‘garuda’, de mythische adelaar. Een populaire verschijningsvorm van Vishnoe is Krishna, een fluit spelende jongeling.

Shiva is zowel schepper als vernietiger. Hij heeft vijf gezichten, vier armen en drie ogen en kent evenals Vishnoe verschillende verschijningsvormen. De levensgezellin van Shiva is Parvati, de godin van de levenskracht. De symbolen van Shiva zijn de drietand en de fallus of ‘lingam’, het symbool van vruchtbaarheid. De volgelingen van deze god zijn de heilige mannen of ‘sadhu’s’.

Ganesh, de god van wijsheid en voorspoed, is de zoon van Shiva en Parvati. Ganesh heeft een olifantskop en het voertuig van hem is een muis.

Op Sri Lanka wordt ook Skanda (ook wel Murugan, Kartikeia en Subramanya genoemd), de andere zoon van Shiva en Parvati, op grote schaal in vrijwel elke tempel vereerd. Skanda wordt voorgesteld met een pauw naast zich en met in de rechterhand de heilige lans of 'vel'.

Het hindoeïsme heeft veel heilige boeken, die in twee groepen worden onderverdeeld. De eerste groep bestaat uit de ‘shruti’ of openbaringen, teksten van een bovenmenselijke, dus goddelijke oorsprong. Tot deze groep behoren de veda’s, hymnen, gezangen, spreuken en filosofische verhandelingen, die waarschijnlijk tussen 1500 v.Chr. en 1500 n.Chr. zijn geschreven.

De tweede groep geschriften bestaan de ‘smriti’, door mensen geschreven. Tot de smriti behoren de bekende heldendichten Mahabarata en Ramayana, ontstaan tussen 1000 v.Chr. en het begin van onze jaartelling.

Bijzonder is de verbreiding onder de Singalezen van het geloof in demonen en magische krachten, en het belang dat men aan de astrologie hecht. Bij bijna alle belangrijke gebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld huwelijk en geboortes, wordt vaak een astroloog geconsulteerd.

Hij voorspelt ook de vroege levensloop van een kind door rekening te houden met het tijdschip van de geboorte en de stand van sterren en planeten.

Islam en Christendom

Ca. 7,5% van de Sri Lankaanse bevolking is christen, waarvan het merendeel behoort tot de Rooms-Katholieke Kerk, die in Sri Lanka bestuurlijk georganiseerd is in één aartsbisdom met zes bisdommen. De kuststreek rond Negombo, in het noordwesten van Sri Lanka, staat bekend om de vele katholieke kerken uit de Portugese tijd. Hier is ca. 80% van de bevolking katholiek.

Protestantse denominaties zijn onder andere anglicanen, methodisten, baptisten en presbyterianen. In de hoofdstad Colombo staat de monumentale Wolvendaalkerk, de grootste en indrukwekkendste Nederlands Hervormde kerk van Sri Lanka. De kerk werd vanaf 1749 gebouwd op de fundamenten van een Portugees godshuis. De meeste Burghers zijn christenen.

Ca. 7,5% van de bevolking van Sri Lanka is moslim. Ze wonen voornamelijk in het oostelijke en zuidoostelijke deel van Sri Lanka en bestaan onder andere uit afstammelingen van Arabische, Voorindische en Afghaanse handelaren. Hambantota is de grootste stad aan de zuidkust en hier leeft de grootste groep Maleise moslims van Sri Lanka.

De Sri Lankaanse moslims houden in het algemeen streng vast aan de traditionele normen.

Samenleving

Staatsinrichting

Sri Lanka is sinds 1972 een republiek. De grondwet, voor het laatst gewijzigd in 1987, dateert van september 1978, waardoor het land een presidentiële republiek werd. Een nieuwe grondwet, waarin een eind gemaakt moet zijn aan de centralistische bestuursstructuur en tegemoet moet worden gekomen aan de wens tot zelfbestuur van de Tamils in het noorden en oosten, is in voorbereiding.

Er is een presidentieel stelsel, waarin de president, die veel bevoegdheden heeft, door het volk wordt gekozen voor een periode van zes jaar. Hij heeft onder andere de bevoegdheid om de premier te benoemen, maar mag hem, en ook zijn ministers, ontslaan. Tevens is hij opperbevelhebber van het leger.

Het kabinet wordt voorgezeten door de premier en is verantwoording schuldig aan het parlement.

Het parlement van Sri Lanka bestaat uit 225 leden, die om de zes jaar door de Sri Lankanen boven de 18 jaar worden gekozen. Het parlement de bevoegdheid om het presidentiële beleid goed of af te keuren, maar kan de president vervolgens niet controleren of ter verantwoording roepen. Al in 1931 werd algemeen kiesrecht ingevoerd.

Om de onafhankelijkheid van verschillende overheidsorganen te vergroten is in september 2001 besloten een ‘constitutionele raad’ in te stellen die de vier ‘onafhankelijke commissies’, namelijk overheidsdienst, rechterlijke macht, politie en verkiezingen, zal benoemen. Voor de huidige politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Bestuurlijk is Sri Lanka ingedeeld in 9 provincies en 25 districten. De Noord- en Oost-provincie, waar veel Tamils wonen, hebben sinds 1987 een zekere autonomie.

Een heet hangijzer is de samenvoeging van deze twee provincies, want in de noordelijke provincie wonen voornamelijk Tamils, in de oostelijke provincie is de bevolking gemengd.

provincieSingalese naam
CentralMadhyama
EasternNegenahira
North CentralUturumeda
NorthernUturu
North WesternWayamba
SabaragamuwaSabaragamuwa
SouthernDakunu
UvaUva
WesternBasnahira
districtoppervlakteaantal inwoners (2001)
Amparai4.415 km2589.500
Anuradhapura7.179 km2750.000
Badulla2.861 km2775.000
Batticaloa2.854 km2490.000
Colombo699 km22.240.000
Galle1.652 km2992.000
Gampaha1.387 km22.070.000
Hambantota2.609 km2530.000
Jaffna1.025 km2495.000
Kalutara1.598 km21.070.000
Kandy1.940 km21.280.000
Kegalla1.693 km2780.000
Kilinochchi1.279 km2130.000
Kurunegala4.816 km21.460.000
Mannar1.996 km2155.000
Matale1.993 km2445.000
Matara1.283 km2770.000
Moneragala5.639 km2400.000
Mullaitivu2.617 km2125.000
Nuwara Eliya1.741 km2702.000
Polonnaruwa3.293 km2365.000
Puttalam3.072 km2710.000
Ratnapura3.275 km21.010.000
Trincomalee2.727 km2345.000
Vayuniya1.967 km2150.000

Onderwijs

Sri Lanka heeft een goed georganiseerd onderwijssysteem en daardoor een van de laagste percentages analfabeten van Azië.

Na 1975 zijn alle scholen genationaliseerd en het gratis onderwijs is verplicht voor kinderen van 5 tot 14 jaar. De vroegere plantage-scholen, waar veel Tamil-kinderen les krijgen, staan niet erg hoog aangeschreven. Het analfabetisme onder de India-Tamils ligt dan ook fors hoger.

Naast de normale basisscholen zijn er ook nog enkele honderden boeddhistische Pirvena-scholen, waar boeddhistische monniken opgeleid worden. Afhankelijk waar de school ligt, wordt er in het basisonderwijs les gegeven in het Singalees of in het Tamil.

De eerste universiteit werd in 1942 geopend in Peradeniya, in de buurt van Kandy. Op dit moment telt Sri Lanka twaalf universiteiten en een open universiteit. Op bijna alle universiteiten wordt les gegeven in de Engelse taal. Veel studenten van bemiddelde ouders laten hun kinderen studeren in Australië, Canada en de Verenigde Staten.

Typisch Sri Lanka

CEYLON-THEE

Thee werd in de 19e eeuw bij toeval het belangrijkste exportproduct van Sri Lanka. De koffieplantages waren rond 1860 door een ziekte verwoest en het bleek dat uit India geïmporteerde theestruiken het prima deden in het klimaat van de Sri Lankaanse bergen. De eerste Sri Lankaanse thee werd in 1867 verbouwd op de Loolecondera Estate, gelegen ten zuidoosten van Kandy.

Arbeiders voor de theeplantages haalden de Britten in de 19e eeuw uit Zuid-India. In vijftien jaar tijd trokken bijna een miljoen mannen, vrouwen en kinderen, de zogenaamde India Tamils naar Sri Lanka, op zoek naar werk. De theebladeren worden ook nu nog geplukt door India Tamil-vrouwen, die per dag ca. 12 kilo theeblaadjes plukken. Op de plantage leven de India Tamils volledig afgescheiden van de Singalese bevolking. Ze voelen zich daardoor tweederangsburgers, maar gelukkig hebben vakbonden van theeplukkers via onderhandelingen met de overheid en de plantagewerkgevers een CAO voor theearbeiders kunnen afsluiten. Er werken driekwart miljoen mensen op de theeplantages en in de theeverwerkende industrie.

De theestruiken worden eenmaal per week geplukt; men beperkt zich dan tot de jonge, lichtgroene bladeren, die het meest geschikt zijn voor de thee. De theebladeren worden vervolgens naar fabrieken gebracht en daar volgt een proces van verflensen, rollen en fermenteren. Smaakexperts classificeren de thee vervolgens als malty, pointy, bakey, thick, coppery, dull of bright, afhankelijk van de sterkte, smaak en kleur. Daarna worden de thee geveild en geëxporteerd.

Een theestruik kan ca. 100 jaar oud worden en wordt, door hem regelmatig te snoeien, op een hoogte van 60-70 cm gehouden. Op 1 ha staan ongeveer 7500 tot 10.000 struiken. De beste thee groeit boven een hoogte van 1500 meter. De gebieden beneden de 700 m leveren de Low Grown Tea; tussen de 700 en 1350 meter groeit de Mid Grown Tea en tussen de 1350 en 2000 meter de High Grown Tea. De beste theesoorten komen van de hoogvlakten tussen Nuwara Eliya en Uva.

KASTENSTELSEL

Volgens het hindoeïsme bestaat de hele kosmos uit een geordend geheel en een uitvloeisel daarvan is het kastensysteem. Dit verdelen van de maatschappij in klassen dateert al van voor Christus en heeft naast een religieuze functie dus ook een maatschappelijke functie.

Uit de hoofdindeling is in de loop der eeuwen een ingewikkeld systeem ontstaan van meer dan 3000 kasten en onderkasten. Tot welke kaste men behoort is erfelijke kwestie. Een kind komt in dezelfde kaste ter wereld als die waartoe de ouders behoren. Hoe hoger de kaste, hoe meer verplichtingen men heeft; hoe lager de kaste hoe meer vrijheden. Huwelijken vinden bij voorkeur binnen de eigen kaste plaats.

Het kastenstelsel wordt in Sri Lanka zowel door de Singalezen als de Tamils aangehangen, maar de betekenis ervan is minder groot dan in het buurland India.

Politici horen uiteraard bijna altijd tot een hogere kaste. Zeer opmerkelijk was dan ook Ranasinghe Premadasa, die president werd ondanks het feit dat hij tot een van de laagste kasten behoorde, de wassers of ‘hena’.

Kasten in Sri Lanka

Hoge kasten

Brahman – priester

Vellala – landeigenaar

Chettiya – handelaar

Middelste kasten

Acari – houtsnijder

Kollar – smid

Kusayar – pottenbakker

Thachchar – timmerman

Mukkiyar – visser

Thimilar – visser

Karaiyar – koopman

Koviar – bediende

Nattuvar – muzikant

Thattar – goudsmid

Lage kasten

Ampattar – kapper

Pallar/Nalavar – palmwijntapper, dagarbeider

Paraiyar – veger, drummer bij begrafenissen

Vannar – dhobi of wasser

Economie

Algemeen

Sri Lanka is een ontwikkelingsland waar bijna 7% van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Dit geldt vooral voor het platteland waar meer dan de helft van de bevolking onder de armoedegrens leeft.

Het BNP bedraagt desondanks $12.900 per jaar per hoofd van de bevolking (2017) en daarmee is Sri Lanka een van ‘middenmoters’ in Zuidoost-Azië. Ondanks de zwakke economie van het land heerst er geen honger en zijn ook de sociale voorzieningen redelijk te noemen.

De binnenlandse oorlog deed een aanslag op de jaarlijkse begroting en veroorzaakte in de jaren negentig van de vorige eeuw een afname van het toerisme met 30%, terwijl buitenlandse investeerders Sri Lanka links lieten liggen.

Het economische beleid is gericht op liberalisering, privatisering en is sterk exportgericht. Buitenlandse bedrijven werden gelokt met gunstige belastingmaatregelen en gratis infrastructuur in bepaalde vastgestelde zones. De werkloosheid is vrij laag met 4,4%% van de beroepsbevolking. Dit alles leverde een groei van het bnp op van 3,3% (2017).

Sri Lanka is steeds minder agrarisch: 27% van de beroepsbevolking (2017) is in deze sector werkzaam. In de industriesector werkt 26% van de beroepsbevolking, het aandeel in het bnp is 30,5%.

De handelssector is 'gemengd': de overheid beheerst de import, de particuliere sector de export. Belangrijk voor economie zijn ook de inkomsten uit overmakingen van Sri Lankanen die werkzaam zijn in de Arabische regio.

Landbouw, veeteelt, visserij

Voor binnenlands verbruik wordt vooral rijst verbouwd; van het totale landbouwareaal wordt een derde in beslag genomen door de natte rijstbouw. Import van rijst blijft echter noodzakelijk. De verbouw van rijst is erg kleinschalig: 70% van de ca. 1,8 miljoen rijstboeren bezit minder dan een halve hectare rijstland. De overheid probeert door sanering schaalvergroting teweeg te brengen, maar voor de arme boeren zijn er nauwelijks alternatieven.

De plantagesector is van zeer grote betekenis: een flink deel van Sri Lanka's bnp is afkomstig van de verbouw en export van thee, rubber en kokosnoten. De kokosnoot wordt vooral door kleine bedrijven verbouwd. Sri Lanka is nog steeds de grootste thee-exporteur ter wereld.

Andere exportproducten zijn: arecanoten, kaneel, koffie en cacao; maïs wordt geproduceerd voor de binnenlandse markt.

De veestapel omvat koeien, buffels, varkens, geiten, schapen en pluimvee. Runderen en buffels worden vooral als trekdier gebruikt.

De visserij wordt op zee en in de binnenwateren beoefend; er wordt ook op parels gevist.

Mijnbouw en energievoorziening

Sri Lanka bezit weinig minerale hulpbronnen. Verspreid over diverse plaatsen bevindt zich naar schatting 2,5 miljoen ton exploiteerbare ijzererts; verder levert het strandzand een aantal non-ferrometalen op.

Sri Lanka is 's werelds grootste producent van grafiet en er worden ook edelstenen gewonnen.

Er wordt zout gewonnen door zeewaterverdamping. Met de exploitatie van kalksteen, klei en porseleinaarde wordt een begin gemaakt. Waterkracht is voor het eiland de belangrijkste energiebron. Er zijn drie projecten voor elektriciteitsopwekking en irrigatie, waaronder een in de Mahaweli Ganga. Samen zullen zij de hoeveelheid geïrrigeerd land verdubbelen.

Industrie

De omgeving van de hoofdstad Colombo is de enige streek in Sri Lanka met industrie van enige betekenis.

Belangrijkste producten zijn grafietproducten, geneesmiddelen, textiel, keramische producten, cement, kunstmest, papier, leer, plantaardige oliën zoals citronella, suiker en rubberproducten. De overheid streeft naar importbeperking en nationaliseerde vele industrieën tussen 1971 en 1977; daarna werden particuliere bedrijven echter sterk aangemoedigd, o.a. door de instelling van een vrijhandelszone nabij Colombo en door gunstige belastingfaciliteiten.

Vooral de kleding- en textielindustrie profiteerde hiervan, en is nu een van de belangrijkste deviezenverdieners. Deze tak van industrie is op dit moment goed voor meer dan de helft van alle exporten en 70% van de industriële exporten en exporteert vooral naar de Verenigde Staten en naar de Europese Unie. De productie van kleding en textiel vindt alleen plaats in drie vrijhandelszones.

Dienstmeisjes

Belangrijk voor de deviezeninkomsten zijn de ca. 850.000 Sri Lankanen die overzees werken, en dan vooral in het Midden-Oosten. Het betreft vooral vrouwen die als dienstmeisje werken in landen als Saoedi-Arabië, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten. Ze verdienen hiermee zoveel geld dat ze hun hele familie thuis kunnen onderhouden.

Handel

Ingevoerd worden voedingsmiddelen, consumptiegoederen, kapitaalgoederen en aardolie, vooral uit India, de Verenigde Staten, China, Iran, Singapore en de Verenigde Arabische Emiraten.

Uitgevoerd worden thee, textiel, rubber, kokosproducten, edelstenen en industrieproducten, vooral naar Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Singapore, India en Italië.

De betalingsbalans vertoont altijd een tekort als gevolg van prijsstijging van de import (b.v. aardolie) en prijsstagnatie en -daling van de exportproducten. De regering stimuleert de export en bevordert het toerisme om buitenlandse valuta te verwerven. De totale waarde van de import bedroeg in 2017 $ 21 miljard en de totale waarde van de export was $ 11 miljard.

Verkeer

Het spoorwegnet omvat 1400 km breedspoor en 60 km smalspoor; de meeste lijnen zijn enkelsporig. De meest gebruikte spoorlijnen lopen van de hoofdstad Colombo naar Kandy, van Colombo naar Nuwara Eliya, van Colombo naar Galle en Matara en van Colombo naar Anuradhapura.

Het wegennet van ca. 30.000 km is redelijk goed, vooral in het zuidwesten; de rest van het land is moeilijk bereikbaar.

De belangrijkste havens zijn Colombo, Trincomalee, Galle en Talaimannar. Galle was de belangrijkste haven van het eiland totdat Colombo, 116 km naar het noorden, zijn kunstmatige haven kreeg. De Sri Lanka Shipping Corporation is het overkoepelend staatsbedrijf voor de scheepvaart.

Voor de binnenscheepvaart bestaat een kanalensysteem (153 km) dat uit de Hollandse koloniale tijd dateert.

Air Lanka verzorgt binnenlandse en internationale luchtverbindingen. De internationale luchthaven van Sri Lanka is Katunayake, 30 km ten noorden van Colombo.

Toerisme

Populair zijn de stranden aan de westkust, de ruïnes van oude hoofdsteden en de theeplantages.

Door de burgeroorlog in de jaren tachtig stortte de hele sector van tijd tot tijd in elkaar. Gelukkig herstelde de toestroom van toeristen weer snel.

Vervelend is wel dat veel inkomsten uit het toerisme wegvloeien naar buitenlandse hotelketens en investeerders.

Vakantie en bezienswaardigheden

Sri Lanka is nog niet zo lang een populair vakantieland. Pas sinds 1977 groeit het aantal westerse vakantiegangers tot ca. 400.000 in de jaren negentig van de vorige eeuw.

Populair zijn de stranden aan de westkust, de ruïnes van oude hoofdsteden en de theeplantages.

Door de burgeroorlog in de jaren tachtig stortte de hele sector van tijd tot tijd in elkaar. Gelukkig herstelde de toestroom van toeristen na de wapenstilstand weer snel.

Vervelend is wel dat veel inkomsten uit het toerisme wegvloeien naar buitenlandse hotelketens en investeerders.

Anuradhapura is een van de oude hoofdsteden van Sri Lanka, beroemd om de goed bewaarde ruïnes van de oude beschaving. Anuradhapura was de hoofdstad van Sri Lanka vanaf de 4e eeuw voor Christus tot het begin van de 11e eeuw na Christus. De oude stad wordt als heilig beschouwd in de boeddhistische wereld en wordt vandaag de dag omgeven door kloosters met een oppervlakte van meer dan 40 km². Anuradhapura is ook bekend uit de hindoe-legende als de legendarische hoofdstad van de Asura koning Ravana in de Ramayana.

Kandy is de laatste hoofdstad van het Sinhala koninkrijk. Door de hoogte(500 m) heeft Kandy een gemiddelde temperatuur van 26 °C. Het ligt 116 km van Colombo. Kandy City is een internationale religieus centrum en sinds 1988 staat Kandy op de UNESCO werelderfgoedlijst. Sri Dalada Maligawa (De Tempel van de Tand) is de bekendste bezienswaardigheid. Het bevat een echte tand van de Heer Gauthama Boeddha in zeven gouden koffertjes en kistjes en ligt aan de noordelijke oever van het meer van Kandy. Tijdens de jaarlijkse Esala Perahera (in juli volle maan)wordt de gouden Kist door de stad gedragen door musici, dansers, hoogwaardigheidsbekleders op prachtig gedecoreerde olifanten.

Colombo is de hoofdstad van Sri Lanka. De twee torens van het World Trade Center worden gezien als de meest herkenbare oriëntatiepunten van de stad. In het tijdperk voor de wolkenkrabbers sprongen het oude parlementsgebouw en de vuurtoren het meest in het oog. Nog van voor die periode is de Jami-Ul Alfar Moskee De Moskee werd het symbool van Colombo en herkend door zeilers die de haven naderen. De moskee is nog steeds een van de meest bezochte toeristische attracties in Colombo. Lees meer op de Colombo pagina van landenweb.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

SRI LANKA LINKS

Advertenties
• Fox verre reizen van ANWB
• Sri Lanka Tui Reizen
• Sri Lanka Vliegtickets.nl
• Djoser Rondreizen Sri Lanka
• Rondreis Sri Lanka
• Vakantie Sri Lanka
• Rondreizen Sri Lanka
• Travelworld Sri Lanka
• Autoverhuur Sunny Cars Sri Lanka
• Sri Lanka rondreizen met kinderen
• Hotels Sri Lanka
• Colombo Vliegtickets Tix.nl

Nuttige links

Dieren in Sri Lanka (N)
Reisfoto's Sri Lanka
Reisinformatie Sri Lanka (N)
Reisverhaal van Sri Lanka, safari, vele foto's en informatie (N)
Reizendoejezo – Sri Lanka (N)
Rondreis Sri Lanka (N)
Sri Lanka Foto-en Reisverslag (N)
Sri Lanka Foto's (N)
Sri Lanka Reisstart (N+E)

Bronnen

Bradnock, R.W. / Sri Lanka handbook : the travel guide

Footprint Handbooks

Geetha Kumari, W.M. / Reishandboek Sri Lanka

Elmar,

Laet, R. de / Sri Lanka en de Malediven

Kosmos-Z&K

Plunkett, R. / Sri Lanka

Lonely Planet

Rokebrand, R. / Sri Lanka

Gottmer/Becht

Schiller, B. / Sri Lanka

Van Reemst

Sprang, U. / Sri Lanka : mensen, politiek, economie, cultuur, milieu

Koninklijk Instituut voor de Tropen

Sri Lanka

Cambium

Te gast in Sri Lanka

Informatie Verre Reizen

Wanasundera, N.P. / Sri Lanka

Benchmark Books

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems