Steden BOSNIE-HERZEGOVINA

BOSNIE-HERZEGOVINA   

Oudheid en Middeleeuwen

Kaart Bosnisch Koningkrijk Foto:Bratislav Tabaš

Archeologen hebben bewijzen gevonden dat er al ca. 200.000 jaar geleden in deze streken mensen leefden. Deze mensen leefden in het Paleolithicum en waren jagers en verzamelaars.
Bosnië-Herzegovina en de westelijke Balkan werden in de eeuwen voor het begin van onze jaartelling bewoond door de Illyriërs, een Indo-Europees sprekend volk. Dit volk werd in die tijd vaak aangevallen door Kelten en Grieken.
In 9 n.Chr. werd de laatste grote opstand van de Illyriërs tegen de Romeinen neergeslagen en kwam het huidige gebied in de Romeinse provincies Dalmatië en Pannonië te liggen. De Romeinen zorgden voor een periode van redelijke stabiliteit, maar dat veranderde toen het Romeinse Rijk instortte.
In de zesde eeuw arriveerden de eerste agrarische Slaven op de Balkan, ongeveer tegelijkertijd met het krijgervolk der Avaren. De Avaren werden verjaagd, maar opgevolgd door Serven en Kroaten, waarschijnlijk afkomstig uit Polen en Tsjechië. De Serven vestigden zich in het zuidoosten van de Balkan, de Kroaten in het westelijke deel, waaronder een groot deel van het huidige Bosnië-Herzegovina. Deze volken vermengden zich met de Slaven en werden al snel gekerstend.
In 958 werd Bosnië voor het eerst in schriftelijke bronnen genoemd, en werd in die tijd overheerst door de Serven. Na de Serven werd Bosnië-Herzegovina overheerst door verschillende volken: allereerst een periode door Kroaten en daarna een korte periode door Bulgaren. In de tweede helft van de 12e eeuw werd er over het gezag in Bosnië-Herzegovina getwist door het Byzantijnse Rijk en Hongarije.
In 1180 verklaarde de eerste Bosnische vorst Ban Kulin zich onafhankelijk van Hongarije. Door de toenemende handel met Dubrovnik en Venetië steeg de welvaart in het gebied. Na de dood van Kulin werd Bosnië-Herzegovina een speelbal van adellijke families, waaruit in 1322 het bewind van Ban Stjepan Kotromanic ontstond. Hij was het die het gebied Herzegovina aan Bosnië toevoegde en onder zijn bewind ging het zeer voorspoedig in economische zin, maar ook qua rust en vrede.
De volgende heerser, Tvrtko I Kotromanic, breidde Bosnië uit met Kroatië en grote stukken van de Dalmatische kust. Hij sloot een verdrag met de Servische heerser Lazar en kroonde zich vervolgens tot koning van Bosnië en Servië. Na de dood van Kotromanic in 1391 ontstond er een onduidelijke overgangssituatie, die duurde tot aan de komst van de Turken.

Turkse overheersing

De Ottomaanse Turken hadden al snel grote delen van de Balkan onderworpen, maar het duurde tot 1463 voordat ze Bosnië onder hun bestuur brachten. Indie tijd deed ook de islam zijn intrede in Bosnië-Herzegovina.
De Turken maakten van het strategische gelegen Bosnië-Herzegovina een puur wingewest en eisen bovendien dat veel jongens van tien jaar in Istanbul werden opgeleid voor het Turkse leger (de zogenaamde ‘devsirme’)
Vanaf 1683 raakte het eens zo machtige Ottomaanse rijk langzaam in verval. Ze leden enkele grote nederlagen tegen de Oostenrijkers en ook het beleg van Wenen mislukte volkomen. Pas in 1878 werden de Turken definitief verslagen, na een opstand die in 1875 al begonnen was in Bosnië-Herzegovina en oversloeg naar Servië en Montenegro. Toen de opstand dreigde te worden neergeslagen, greep Rusland in. De Oostenrijk-Hongaarse Habsburgers stonden deze inmenging toe, op voorwaarde dat alleen de oostelijke Balkan binnen de Russische invloedssfeer mocht vallen; Bosnië-Herzegovina zou dan bij Oostenrijk komen. Al deze strijdtonelen zorgden voor ongekende migratiestromen die tot op de dag van vandaag voor problemen zorgen op de Balkan.

Eerste Wereldoorlog

Bosnie 1e Wereldoorlog Foto:Publiek domein

Op het Congres van Berlijn in 1878 werd Bosnië-Herzegovina onder Oostenrijks bestuur geplaatst, maar de moslimbevolking stelde zich nog steeds loyaal op ten opzichte van Turkse sultan. De Serviërs hadden ondertussen veel te lijden onder de Habsburgse overheersing. Toen dan ook in 1908 Bosnië-Herzegovina definitief door Oostenrijk-Hongarije werd geannexeerd, werd de afkeer van de Zuid-Slavische (Joegoslavische) bevolking ten opzichte van haar overheersers steeds groter. In 1914 werd de Habsburgse kroonprins Frans Ferdinand doodgeschoten door de Servische nationalist Gavrilo Princip, en dat bleek later het startsein te zijn voor de Eerste Wereldoorlog. Servie verklaarde de oorlog aan Nederland, waarna het conflict zich als een inktvlek verspreidde. Uiteindelijk zouden er 32 landen aan de oorlog deelnemen, waaronder de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Rusland en Duitsland. Nederland bleef neutraal.
Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog kwam het ‘Koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen’ tot stand, maar die samenwerking hield niet lang stand. De Serviërs wilden een centraal geleide staat, de Kroaten en Slovenen wilden een losse federale structuur. Bosnië kwam in dit hoofdstuk helemaal niet voor en werd door de Kroaten en de Serven tot Groot-Kroatië, respectievelijk Groot-Servië gerekend. In 1929 kondigde de Servische koning Alexander de koninklijke dictatuur af en is het jonge parlement alweer exit. De naam werd veranderd in ‘Koninkrijk Joegoslavië’ en de grenzen van Bosnië-Herzegovina komen in deze eenheidsstaat te vervallen. In 1934 werd Alexander vermoord door Kroatische nationalisten.

Tweede Wereldoorlog

Vlag van de Cetniks Bosnie-Herzegovina Foto:Voytek s

In april 1941 gaf Joegoslavië zich over aan de Duitsers en werd Bosnië-Herzegovina opgenomen in de ‘Onafhankelijke Staat Kroatië’. Dit fascistische Groot-Kroatië werd een nachtmerrie voor de aanwezige Roma, joden en Serviërs, die vermoord, gedeporteerd of gedwongen werden zich te bekeren tot het katholicisme. Deze gruweldaden werden uitgevoerd door de Kroatische fascisten of ‘Ustaša’.
Het verzet tegen de fascisten werd geleid door Servische ‘Cetniks’ en door de partizanen (Serven, Kroaten en moslims) van de op het communistische Sovjet-Unie georiënteerde Josip Broz, beter bekend als Tito. De fascisten maken zeer vele slachtoffers maar ook de verzetsgroepen onderling voeren een hevige strijd om de hegemonie. Tito en zijn partizanen wonnen uiteindelijk de onderlinge strijd, ook al omdat de Cetniks collaboreerden met de Duitsers. Op 6 april 1945 marcheerden de partizanen van Tito Sarajevo binnen en werd Joegoslavië bevrijd.

Periode Tito

Bosnie-Herzegovina Tito Foto:Schumaker, Byron E.

Tito werd automatisch de nieuwe politieke leider en rekende bloedig af met de restanten van de Ustaca, Cetniks en Joegoslavische koningsgezinden. Hij wist in vrij korte tijd een socialistische maatschappij in te richten waarin ‘iedereen’ gelijkwaardig was en profiteerde van de snel toenemende welvaart. Bosnië-Herzegovina kreeg binnen de federatie Joegoslavië de status van deelrepubliek en deelde mee in de economische opleving.
Toch werd na de dood van Tito in 1980 en het daaropvolgende machtsvacuüm als snel duidelijk dat het met de Joegoslavische ‘eenheid’ helemaal niet goed zat. In 1984 werden de 14e Olympische Winterspelen in Sarajevo gehouden.

Joegoslavië valt uit elkaar

Bosnie-Herzegovina Serajevo Oorlog Foto:Mikhail Evstafiev

Door de liberalisering in de Soviet-Unie van Gorbatsjov en de val van de muur in Berlijn stak ook in Joegoslavië het nationalisme de kop op en werden in de diverse deelrepublieken politieke partijen opgericht met een sterke nationalistische inslag. In Bosnië-Herzegovina waren dit de islamitische SDA (Democratische Actie Partij) van Alija Izetbegovic, de SDS (Servische Democratische Partij) van Radovan Karadžic en de HDZ (Kroatisch Democratische Unie) van Stjepan Kljuic, die in feite rechtstreeks aangestuurd werd dKroatië. De verkiezingen van november 1990 werden een grandioos succes (86% van de stemmen) voor de nationalist Izetbegovic, die vervolgens president werd. In maart 1991 vond er overleg plaats tussen Tudjman en Milosevic over een opdeling van Bosnië-Herzegovina tussen Kroatië en Servië. Karadžic, de leider van de Bosnische Serviërs begon alvast met deze opdeling en riep delen van Bosnië-Herzegovina in het noorden en westen uit tot ‘Servisch Autonome Gebieden’. President Izetbegovic probeerde ondertussen angstvallig de grenzen van zijn land bij elkaar te houden, ook al omdat hij vreesde voor het lot van de moslims.
In 1992 scheidden Slovenië en Kroatië zich, na enkele gevechten, af van Joegoslavië en werden op 15 januari 1992 als onafhankelijke landen door de Europese Unie erkend. Bosnië-Herzegovina stond toen voor de moeilijke keuze om ook de onafhankelijkheid uit te troepen of zich aan te sluiten bij het ‘Groot-Servië’ van Milosevic. De keuze voor onafhankelijkheid betekende ongetwijfeld het kiezen voor een oorlog met Milosevic. Ondanks oproepen tot boycot van de verkiezingen en intimidatiepraktijken stemde de bevolking vrijwel unaniem voor de onafhankelijkheid.
Vanaf de dag waarop de resultaten van het referendum bekend werden gemaakt, 2 maart 1992, stevende Bosnië-Herzegovina, zoals verwacht, rechtstreeks op een burgeroorlog af. Servische paramilitairen namen al snel stellingen in Sarajevo in, en eind maart riep Karadzic in de Servische Autonome Gebieden eenzijdig de Bosnisch Servische Republiek (‘Republika Srpska’) uit. In juni riepen de nationalistische Kroaten van Mate Boban de ‘Kroatische Gemeenschap Herzeg-Bosna’ uit. Servische paramilitairen en Bosnische Serviërs vielen moslims in verschillende steden aan waarbij er doden vielen. Het federale Joegoslavische leger bombardeerde zelfs de stad Zvornik.
Ondanks de zeer gespannen toestand erkende de Europese Unie op 6 april 1992 Bosnië-Herzegovina als een onafhankelijk land. Ondanks de wapenboycot van de Verenigde Naties had het Joegoslavische leger zoveel wapens dat al snel ca. 70% van het Bosnische grondgebied veroverd werd.
De moslims en Bosnische Kroaten vochten aanvankelijk zij aan zij tegen de gemeenschappelijke vijand, maar de Kroaten hadden een dubbele agenda. Ook een opdeling van Bosnië-Herzegovina bij een Groot-Kroatië zou hun ook veel voordelen opleveren. Langzaamaan veranderde hun houding ten opzichte van de moslims en begin 1993 ontstonden er zeer gewelddadige gewapende conflicten tussen de moslims en de Bosnische Kroaten. Deze onderlinge strijd duurde tot 1994; onder druk van de Verenigde Staten besloten de twee vechtende partijen om weer te gaan samenwerken. Ondertussen werd de historische stad Sarajevo door de Serviërs constant aangevallen, wat duizenden mensen het leven kostte. Dit zou uiteindelijke leiden tot militair ingrijpen van de NAVO. In mei en augustus 1995 volgt er een kentering in de strijd toen de Kroaten met Amerikaanse steun de Serviërs uit Kroatië wisten te verdrijven. Tegelijkertijd nam het geweld in de Krajina, de grensstreek tussen Kroatië en Bosnië, enorm toe. Velen vluchtten richting Servië en de Republiek Srpska, achterna gezeten door het Bosnische leger. De Amerikanen vreesden voor enorme vluchtelingenstromen en zetten de Bosniërs onder druk om hun opmars te staken. Ook de val van Srebrenica en de daaropvolgende genocide van de Bosnische Serviërs bracht de strijdende partijen weer aan de onderhandelingstafel en op 21 november 1995 werd het vredesakkoord van Dayton gesloten. Toen pas werd ook goed duidelijk wat de gevolgen waren van de strijd: honderdduizenden doden en gewonden, en meer dan twee miljoen daklozen en vluchtelingen. De hele infrastructuur was verdwenen en elementaire zaken als schoon water, gas en elektriciteit waren bijna niet meer te krijgen.
Na het akkoord in 1995 zorgde de NAVO voor vrede in het gebied. De SFOR-troepenmacht zorgde ervoor dat er eindelijk een vrij stabiele situatie ontstond, en de Verenigde Naties droeg zorg voor een internationale politiemacht (International Police Task Force: IPTF), die de lokale politie weer op de been hielp. De OVSE organiseerde vanaf 1996 de verkiezingen en de UNHCR, de Vluchtelingen organisatie van de VN, kreeg de leiding om de terugkeer van de vele vluchtelingen in goede banen te leiden.
De huidige staat is verdeeld in een deel voor de Serviërs, de Republiek Srpska, en een deel voor de Kroaten en de Bosnjakken (Bosnische moslims), de Federatie van Bosnië en Herzegovina, de zogenaamde entiteiten.
Toch hebben alle burgers de mogelijkheid om te gaan wonen waar ze willen. De zwakke centrale regering wordt geleid door een presidium van drie mensen: een Bosnjak, een Kroaat en een Serviër.
De twee entiteiten hebben ieder hun eigen regering, president, leger en parlement. Verder ligt er in het noordoosten nog een apart district rond de stad Brcko, met zelfbestuur, maar wel vallend onder het centraal presidium.
De parlementsverkiezingen van 14 september 1996 gewonnen door de door moslims gedomineerde Partij voor Democratische Actie (SDA), die vervolgens Alija Izetbegovic als president van het driekoppige presidium mocht leveren. In januari 1997 werd de eerste federale Bosnische regering gevormd, waarbij de scheidslijnen tussen de partijen vooral langs etnische lijnen liepen.
Bij parlementsverkiezingen in 1998 konden in de centrale federatie de drie grootste etnische partijen, de Servische Democratische Partij (SDS), de Kroatische Democratische Gemeenschap (HDZ) en de SDA hun meerderheid niet behouden. De SDA vormde toen een coalitie met partijen die van het etnische principe in de Bosnische politiek afweken en die de ontwikkeling van Bosnië-Herzegovina als soevereine en democratische staat voorstonden.
De economische situatie van het land verbeterde ondertussen nauwelijks. Veel jongeren en beter opgeleiden emigreerden liever en veel vluchtelingen keerden niet terug uit het buitenland.

2000 tot heden

Srebrenica Bosnie-Herzegovina Foto:Michael Büker

Op 21 juni verlengde de Veiligheidsraad het mandaat van de SFOR-vredesmacht en de 1600 man tellende politiemacht.
In maart 2000 werd er in Brussel een 'donor-conferentie' voor de Balkan gehouden, die de bedenkingen van de internationale wereld over de ontwikkelingen in Bosnië-Herzegovina niet kon wegnemen. Daarvoor verliepen de hervormingen te traag, was er nog veel te veel bureaucratie en werd het land geteisterd door corruptie en smokkelpraktijken op grote schaal. De Hoge Vertegenwoordiger van de EU, Wolfgang Petritsch, onderstreepte herhaaldelijk de noodzaak van staatsvorming. Na de verkiezingen in Kroatië, januari 2000, en de val van Miloseviæ op 5 oktober, leken de kansen op de door de Europese Unie gewenste staatsvorming dichterbij te komen.
Het Joegoslavië-tribunaal deed van zich spreken met veroordelingen van de Kroatische generaal Blaskic en de Bosnische Kroaten Kordic en Cerkez. Ook werd het proces tegen generaal Radislav Krstic, medeverantwoordelijk gehouden voor de massamoord op ruim 7000 moslimmannen, geopend.
In 2000 keerden meer dan 20.000 vluchtelingen terug naar Bosnië-Herzegovina, maar door de slechte economische toestand bleven ruim 300.000 vluchtelingen vooralsnog in het buitenland wonen. Belangrijk voor de vluchtelingen was de uitspraak van het Constitutioneel Hof dat Serviërs, moslims en Kroaten overal in Bosnië-Hercegovina over gelijke rechten beschikten. Tot dan hadden Serviërs in de Republika Srpska en de moslims en Kroaten binnen de Federatie ieder een aparte status.
Op 22 juni 2000 aanvaardde het parlement de nieuwe regering van de partijloze premier Spasoje Tusevljak, die het herstel van de deplorabele economie als zijn belangrijkste taak zag. In april bleek wederom de verdeeldheid langs etnische lijnen bij lokale verkiezingen en ook de parlementsverkiezingen in november bevestigden dit beeld van politieke steun via etnische lijnen. Geen enkele partij behaalde een absolute meerderheid. De OVSE strafte diverse partijen voor het overtreden van de verkiezingsregels.
Op 14 oktober trad staatshoofd Izetbegovic af, en zijn plaats in het driekoppige staatspresidium werd ingenomen door Halid Genjac van de moslimse PDA.

OP bestuurlijk niveau ging het niet goed in Bosnië-Herzegovina. Begin 2001 werd de Kroaat Ante Jelavic uit het regerende driemanschap gezet vanwege vermeende obstructie van het multi-etnische bestuur. Wolfgang Petritsch, de Hoge Vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap, waarschuwde de Bosnische Serviërs dat zij hun obstructie tegen de federale staat Bosnië moesten staken. Politieautoriteiten werden op beschuldiging van corruptie vaak ontslagen.
Zlatko Lagumdzija werd in juli door het regerende driemanschap tot premier gekozen als vervanger van de afgetreden Bozidar Matic. De gematigde Kroaat Jozo Krizanovic trad toe tot het driemanschap ter vervanging van Ante Jelavic.
In november werd voormalig president Milosevic van Joegoslavië beschuldigd van het plegen van genocide begaan tijdens de Bosnische oorlog. Ex-presidente van de Servische Republiek Biljana Plavsic gaf zich vrijwillig aan. In juni werd de van oorlogsmisdaden verdachte Moslim Fikret Abdic gearresteerd.
De Bosnische Serviër Stevan Todorovic werd tot tien jaar celstraf veroordeeld, maar drie Bosnische Kroaten werden in hoger beroep vrijgesproken van de moord op honderden Moslims bij het dorp Ahmici in 1993. De Bosnisch-Servische generaal Radislav Krstic kreeg uiteindelijk 35 jaar gevangenisstraf voor zijn aandeel in de volkerenmoord bij de Moslimenclave Srebrenica. Drie generaals tijdens de oorlog, Hadzihasanovic, Alagic en Kubura, werden naar Den Haag overgebracht.
De sociaal-economische situatie verbeterde in 2001 nauwelijks. Meer dan 80% van de bevolking leefde nog steeds onder de armoedegrens en corruptie en smokkel behoorden tot de belangrijkste economische handelingen. De informele economie omvatte 40 tot 60% van alle economische activiteit. In juni werd de belangrijkste spoorlijn tussen Kroatië en Bosnië heropend.
Meer dan 30.000 vluchtelingen keerden terug naar de Moslim-Kroatische Federatie en 18.000 naar de Servische Republiek.

De VN-Veiligheidsraad verlengde in juli 2002 het mandaat voor de internationale politiemissie. De uit meer dan 1500 man bestaande missie had het trainen van de multi-etnische politie als taak.
Op 12 februari 2002 werd in Den Haag het proces tegen Slobodan Milosevic geopend. Een reeks van vooraanstaande personen werd opgeroepen om tegen de voormalige president van Joegoslavië te getuigen, onder andere Paddy Ashdown en Ibrahim Rugova, president van Kosovo. Ex-presidente van de Republika Srpska Biljana Plavsic wilde echter niet tegen Milosevic getuigen.

Bosnie-Herzegovina Joegoslavie Tribunaal Den Haag Foto:Julian Nitzsche

In mei 2002 kwam de voormalige, van oorlogsmisdaden verdachte, vice-premier van Joegoslavië Nikolai Sainovic aan in Den Haag. In juli 2002 werd een nieuw massagraf bij Zvornik ontdekt met waarschijnlijk meer dan 100 Srebrenica- slachtoffers.
De verkiezingen voor het federale parlement werden glansrijk gewonnen door nationalistische partijen als de Servische SDS, de Kroatische HDZ en de SDA van de Moslims. Er was opnieuw duidelijk gestemd langs etnische lijnen, wat uiteraard de staatsvorming niet bevorderde.

Op 2 april trad de voorzitter van het leidende driemanschap in Bosnië-Herzegovina, Mirko Sarovic, af vanwege mogelijke betrokkenheid bij illegale wapenleveranties aan Irak. De benoeming van zijn opvolger, Borislav Paravac, bevestigde de verslechterende verhoudingen tussen de etnische groepen.
In juli vond in Srebrenica werden 282 slachtoffers van het Srebrenica-bloedbad in 1995 herbegraven. De stoffelijke resten van 5000 slachtoffers waren sinds 1995 teruggevonden en 1620 lichamen waren geïdentificeerd.
In november 2003 bezocht de president van Servië en Montenegro, Svetozar Marovic, de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Hij bood in het openbaar zijn excuses aan voor misdaden die in de oorlog in Bosnië (1992-1995) door Serviërs waren begaan. Het bezoek maakte deel uit van pogingen om de betrekkingen tussen beide landen te verbeteren.
In oktober overleed de 78-jarige voormalige moslim-president van Bosnië-Hercegovina, Alija Izetbegovic, een van de ondertekenaars van het Dayton-akkoord.
Biljana Plavsic, ex-presidente van de Servische Republiek in Bosnië, werd in februari 2003 door het Joegoslavië-tribunaal veroordeeld tot 11 jaar cel. De Bosnische Serviër Milomir Stakic werd veroordeeld tot levenslang wegens misdaden tegen de menselijkheid. Het was voor het eerst dat het tribunaal levenslang oplegde.
Voor zijn rol in Srebrenica werd de Bosnische Serviër Momir Nikolic tot 27 jaar gevangenisstraf veroordeeld. De Bosnische Serviër Dragan Nikolic kreeg een gevangenisstraf van 23 jaar opgelegd. Nikolic was de eerste verdachte die door het tribunaal in 1994 werd aangeklaagd.
Nog steeds werden massagraven uit de periode van de burgeroorlog blootgelegd, maar men slaagde er nog steeds niet in de twee hoofdverdachten, Radovan Karadzic en Ratko Mladic, te arresteren.
De economie groeide in 2003 met ruim 3%, een daling ten opzichte van 2002. De noodzakelijke hervormingen werden ook nu door etnische rivaliteit gehinderd.
Op 5 oktober 2002 werden opnieuw algemene verkiezingen gehouden, de eerste die door de BiH autoriteiten zelf werden georganiseerd, in plaats van door de OVSE. Ter vergroting van de slagkracht werd het mandaat van de nieuwe bestuurders, zowel op nationaal als entiteitsniveau, uitgebreid van twee naar vier jaar. Het aantal geregistreerde kiezers bedroeg 2,35 miljoen. Opmerkelijk was de daling van aantal geregistreerde out-of-country voters van 230.000 (in november 2000) naar 58.000. Nederland stuurde 15 korte-termijnwaarnemers.

De opkomst was laag, circa 55%. Met name jongeren lieten de stembus links liggen. De uitslag toonde een grote nederlaag voor de multi-etnische en hervormingspartij SDP, leider van de Alliantie voor Verandering. SDA, SDS en HDZ – de drie grote nationalistische partijen die de eerste vrije verkiezingen in BiH in 1990 wonnen en tot 1998 (SDS) respectievelijk 2000 (SDA en HDZ) de binnenlandse politiek in hoge mate domineerden – keerden samen terug in het staatspresidium.

Pady Ashdown Bosnie-Herzegovina Foto:Financial Times photos

Toenmalig Hoge Vertegenwoordiger van de VN Paddy Ashdown interpreteerde de uitslag niet als een terugkeer naar het ‘oude’ nationalisme, maar als een protest tegen het gebrek aan verbeteringen die de vorige regering had gerealiseerd. Na een moeizame kabinetsvorming trad in het voorjaar van 2003 een nieuwe regering aan, waarin vooral de drie oude nationalistische partijen SDA, HDZ en SDS de dienst uitmaakten.

In december 2004 zag HV Ashdown zich genoodzaakt een aantal functionarissen in de RS uit hun ambt te verwijderen die niet voldoende met het Joegoslavië -tribunaal samenwerkten. Samenwerking met het tribunaal (opsporing en arrestatie van verdachten van oorlogsmisdaden, het medewerking verlenen aan onderzoek, het bestrijden van de criminele netwerken die de verdachten ondersteunen) is een internationale verplichting voor BiH, waarop ook de NAVO en de EU sterk de nadruk leggen. De prestaties in de RS op dit terrein zijn door de hoge internationale druk en de sancties van de HV wel verbeterd.
HV Schwarz-Schilling heeft bij zijn aantreden in januari 2006 aangegeven zijn ‘Bonn powers’ nog slechts in zeer beperkte gevallen te willen gebruiken. De Bosnische autoriteiten moeten nu zelf verantwoordelijkheid krijgen en nemen voor de verschillende hervormingsprocessen. Politiek wordt in BiH nog steeds voornamelijk op etnische basis bedreven. Belangrijke hervormingen op het gebied van onderwijs, publieke omroep, en politie ondervinden daardoor sterke vertraging of komen zelfs geheel stil te liggen.
De verkiezingen in 2006 en 2008 worden gewonnen door nationalistische partijen en verlopen volgens etnische lijnen. In juli 2008 gaat de bevolking van Sarajevo de straat op bij het nieuws van de arrestatie van Karadzic. In maart 2009 wordt Valentin Inzko de nieuwe Hoge Vertegenwoordiger van de VN. In februari 2010 wordt door de Bosnische Serviërs een wet aangenomen die het gemakkelijker maakt om referendums te houden over nationale kwesties. Dit wordt gezien als een potentiële mogelijkheid om de weg vrij te maken voor een Bosnisch Servische Republiek. De verkiezingen in 2010 leveren geen duidelijke winnaars op. In mei 2011 wordt de Bosnisch-Servische Rtako Mladic in Servië gearresteerd, hij is één van de meest gezochte verdachte van oorlogsmisdaden. Eind 2011 komen de partijen overeen een nieuwe centrale regering te vormen. In januari 2012 wordt de Kroaat Vjekoslav Bevanda premier. In mei 2012 begint het proces tegen Mladic bij het Joegoslaviëtribunaal. In februari 2014 zijn er onlusten vanwege protesten tegen corruptie en hoge werkloosheid. In mei 2014 wordt het land getroffen door de grootste overstroming van de moderne tijd, meer dan een half miljoen mensen moeten hun huis verlaten. In oktober wint de partij van de democratische actie de verkiezingen. Denis Zvizdic wordt in februari 2015 de nieuwe premier. In februari 2016 vraagt Bosnië- Herzegovina officieel om toetreding tot de EU. In maart 2016 wordt de voormalige leider Karadcic schuldig bevonden door het VN-tribunaal in Den Haag aan genocide en oorlogsmisdaden en veroordeeld tot 40 jaar gevangenisstraf.


BOSNIE-HERZEGOVINA LINKS

Advertenties
• Cheaptickets Bosnië-Herzegovina
• Bosnië en Herzegovina Hotels
• Bosnie-Herzegovina WTC
• SRC Cultuurvakanties Bosnie-Herzegovina
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Transport Bosnië - TTS Quality Logistics B.V
• Sarajevo Vliegtickets Tix.nl
• Autoverhuur Sunny Cars Bosnië-Herzegovina
• Eliza was here

Nuttige links

Bosnië Herzegovina Middeneuropa (N)
Bosnië Reisstart (N)
Bosnië Verzamelgids (N+E)
Reisinformatie Bosnië en Herzegovina (N)
Romans over Bosnië-Herzegovina (N)
Startpagina Bosnië (N)
Telefoongids Bosnië Herzegovina
Schrijf uw artikel over BOSNIE-HERZEGOVINA

Bronnen

Campschreur, W. / Bosnië-Herzegovina : mensen, politiek, economie, cultuur, milieu
Koninklijk Instituut voor de Tropen : Novib

Gabrielpillai, M. / Bosnia and Herzegovina
Gareth Stevens Publishing

Milivojevic, J. / Bosnia and Herzegovina
Children’s Press

Phillips, D. / Bosnia and Herzegovina
Chelsea House Publishers

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt October 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems