Landenweb.nl

HONGARIJE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Hongaars
  Hoofdstad  Boedapest
  Oppervlakte  93.032 km²
  Inwoners  9.659.911
  (mei 2019)
  Munteenheid  forint
  (HUF)
  Tijdsverschil  +0 (zomer +1)
  Web  .hu
  Code.  HUN
  Tel.  +36

To read about HUNGARY in English - click here

Steden HONGARIJE

Boedapest

Geografie en Landschap

Geografie

Hongarije (officieel: Magyar Köztársaság = Hongaarse Republiek) is een republiek in Midden-Europa, ligt midden in het Donau-bekken en wordt omringd door de Karpaten. Hongarije is gemiddeld 530 kilometer lang, 270 kilometer breed en de totale oppervlakte bedraagt 93.032 km2. Daarmee is Hongarije ruim twee maal zo groot als Nederland.

Hongarije is helemaal omringd door andere landen en heeft dus geen kustlijn. Hongarije grenst in het noorden aan Slowakije (677 kilometer), in het noordoosten aan Oekraïne (103 km), in het oosten aan Roemenië (443 km), in het zuiden aan Servië (151 km) en Kroatië (329 km), in het zuidwesten aan Slovenië (102 km) en in het westen aan Oostenrijk (366 km).

advertentie

Hongarije Satellietfoto NASAPhoto: Publiek domein

Natuurlijke grenzen worden gevormd door vier rivieren: de Donau en de Ipoly in het noorden, de Drava en de Mura in het zuiden.

Landschap

Hongarije bestaat grotendeels uit een laagvlakte, het zogenaamde Pannonische Bekken, dat te verdelen is in de Nagy Alföld (Grote Laagvlakte) ten oosten van de Donau, Dunántúl (Transdanubië) ten westen van de Donau en de Kis Alföld (Kleine Laagvlakte) in het noordwesten van Hongarije. Het landschap wordt doorkruist door een lange heuvelrug, die van het zuidwesten loopt via het Bakony-woud, het Vértes-, Börzsöny- en Mátra- en Bükkgebergte naar de Zemplénheuvels in het noordoosten.

advertentie

Hongarije PoestaPhoto: Publiek domein

De Nagy Alföld of Grote Laagvlakte wordt begrensd door de Donau en de noordelijke massieven en bedekt meer dan de helft van het land. Het hoogste punt (182 meter) ligt in het noordoosten bij Debrecen. Het laagste punt (76 meter) ligt in het zuiden bij Szeged.

Van het noorden naar het zuiden wordt de vlakte doorsneden door de tweede rivier van Hongarije, de Tisza. De Nagy Alföld was in vroegere tijden één uitgestrekte steppe of “poesta” (Hongaars: puszta), zandige heidevelden met vele moerassen en zoutpannen. Daar zijn nu nog maar twee gebieden van over: het Nationaal Park Hortobágy (80.000 ha) en het Nationaal Park van Bugac (16.000 ha). Hortobágy bevat de meest uitgestrekte poesta van Midden-Europa.

Door de grootscheepse regulering van de Donau en de Tisza is het landschap van de Nagy Alföld ingrijpend veranderd. Vanwege de economische behoeften en de agrarische ontwikkeling zijn grote delen van het gebied ontgonnen.

Het zuiden van de Nagy Alföld wordt ook wel de “boomgaard” van Hongarije genoemd. Het is een van de vruchtbaarste streken van Hongarije met onder

andere lössgrond waarop veel graangewassen verbouwd worden.

Dunántúl of Transdanubië strekt zich uit vanaf de uitlopers van de Alpen tot aan de Donau, en wordt gekenmerkt door vele laagvlaktes en heuvels. Midden in dit gebied ligt het Balatonmeer, de grootste ‘binnenzee’ van Europa met 598 km2. Ten noorden van het Balatonmeer liggen opeenvolgende gebergten: het Pilis-Gerecse massief, het Vértes-massief en de Bakony-heuvels. De Felföld of Noordelijk Middelgebergte (Északi Kozéphegység) bestaat uit kleine beboste berggroepen die door diepe dalen van elkaar gescheiden worden. De hoogste top, en tevens hoogste berg van Hongarije, ligt op 1014 meter: de Kékes-teto.

advertentie

Kékes, hoogste berg van HongarijePhoto: Susulyka CC 4.0 International no changes made

De zuidoever van het Balatonmeer is minder steil met enkele kunstmatige stranden. In het zuidoosten ligt het moerasgebied Kis-Balaton (Klein-Balaton) met veel rietvelden. De stad Pécs ligt tegen het karstmassief van Mecsek aan en door deze beschutte ligging heeft de stad een zeer prettig klimaat.

De Kis Alföld of Kleine Laagvlakte ligt ten noordwesten van de Bakony-heuvels is een waterrijk gebied. Het wordt doorsneden door de Rába en enkele kleinere rivieren die ter hoogste van de stad Györ uitkomen in een arm van de Donau. De Donau wijzigt hier haar loop enkele malen waardoor er twee grote eilanden ontstaan zijn met op Hongaars grondgebied de eilanden Szentendrei-sziget en Csepel-sziget. Verder is dit een afwisselend gebied met kreken, vennen, dode rivierarmen en grindbanken.

Ten westen van de Kis Alföld ligt een groot, gedeeltelijk al drooggelegd moerasgebied. Eén van de moerasmeren is het op de grens met Oostenrijk liggende Ferto-meer (Neusiedler See), waar van de 322 km2 maar 23 km2 tot Hongarije behoort.

De Kis Alföld is een van de groenste gebieden van Hongarije met veelal kleine boerenbedrijven die het landschap nog niet zo aangetast hebben als op de Nagy Alföld gebeurd is.

Rivieren en meren

advertentie

Donau ter hoogte van Boedapest, HongarijePhoto: Dennis Jarvis CC 2.0 Generic no changes made

De belangrijkste rivieren voor Hongarije zijn de Donau (Hongaars: Duna) en de sterk meanderende Tisza (Theiss), die respectievelijk 410 en 600 km over Hongaars grondgebied stromen. De Tisza, die in de Roemeens-Oekraïense grensstreek ontspringt, heeft in het verleden talloze overstromingen veroorzaakt. Na de bouw van een stuw in de Tisza in de jaren vijftig wordt een deel van het water door het 98 km lange Keleti-fócsatorna (Oostelijk hoofdkanaal) van deze rivier afgetapt voor irrigatiedoeleinden.

In het zuidoosten van het land is alleen artesisch water aanwezig, waarbij ondergrondse wateraders worden aangeboord om het water naar boven te krijgen.

De meren van Hongarije zijn zeer ondiep: het Balatonmeer of Platten See (596 km2) gemiddeld 3 tot 4 meter, het Velencemeer (Velencei-tó, 26 km2) 1 tot 2 meter. Het Ferto-meer (Neusiedler See, 337 km2), waarvan maar een klein gedeelte op Hongaars gebied, is meer een moeras; het water bevat alkalische zouten. Tussen de duinen van de Nagy Alföld bevinden zich eveneens vele zouthoudende meertjes.

Balatonmeer

advertentie

Balaton meer HongarijePhoto: Susulyka CC 4.0 International no changes made

Na de hoofdstad Boedapest is het Balatonmeer, de “Hongaarse zee”, de grootste toeristische trekpleister van Hongarije. Het meer, gelegen in het hart van Transdanubië, is ontstaan in het Tertiair. Ca. 22.000 jaar geleden kreeg het meer zijn huidige vorm. Het meer wordt gevoed met water van veel bergriviertjes en door één grotere rivier, de Zala.

Het Balatonmeer heeft een oppervlakte van 596 km2 en is daarmee het grootste meer van Midden- en West-Europa. Alleen in Zweden en Rusland liggen nog grotere meren. Het meer is 77 kilometer lang en gemiddeld 8 km breed. De diepte varieert van enkele meters tot een geul van 12 meter diepte ter hoogte van de Tihany. Door deze geringe diepte warmt het water ’s zomers vrij snel op en bevriest het ’s winters vrij snel.

Het meer heeft geen natuurlijke afwatering meer sinds het riviertje Sío is gekanaliseerd. De afwatering gebeurt nu door een sluis bij de plaats Siófok die het waterpeil op 104 meter boven zeeniveau handhaaft. In de zuidwesthoek van het meer ligt het afgesloten Kis-Balaton (Klein-Balaton), een natuurreservaat dichtbegroeid met riet.

Aan de oevers van het Balatonmeer liggen alleen wat kleine dorpen, van stedenvorming is nooit sprake geweest. De wat grotere plaatsen zijn Siófok (22.000 inw.), de officieuze hoofdstad van het Balaton-district, Keszthely (22.000 inw.) en Balatonfüred (14.000 inw.). De toeristencentra liggen aan de zuidkant van het meer omdat het water daar warmer (’s zomers ca. 25°C) is en de stranden breder. De zuidelijke oever loopt ook zachter af; men kan 600 meter het water ingaan voordat men geen grond meer onder de voeten voelt. De noordelijke oever is veel steiler en onregelmatiger, maar qua natuurschoon aantrekkelijker om te zien. In totaal telt het Balatonmeer ca. 130 stranden.

Grotten

advertentie

Baradla grot, HongarijePhoto: Horvabe CC 3.0 Unported no changes made

In vijf nationale parken, Aggtelek-Jósvafo, Bükk, Boedapest, de Balaton Hooglanden en Zuid-Transdanubië, zijn grotten opengesteld voor publiek. In totaal telt Hongarije ca. 3000 beschermde grotten, waarvan 26 met een lengte van meer dan één kilometer. De grootste grotten zijn de Baradia-grot bij Aggtalek met een lengte van 17 kilometer (8 kilometer in Slowakije) en de Pál volgyi grot in Boedapest onder de wijk Rószadomb met een lengte van 11 kilometer.

Boedapest is de enige hoofdstad met meer dan 30 kilometer aan grotten. Daarvan zijn er negen opengesteld voor publiek en vijf voor speleologen.

Grootste grotten

naamlengtediepteplaats
Baradla24,0 km116 mAggtelek (8 km in Slowakije)
Pálvolgyi12,4 km104 mBoedapest
Béke6,4 km59 mAggtelek
István-lápa6,0 km253 mBükk
József-hegyi5,5 km103 mBoedapest
Mátyás-hegyi5,1 km108 mBoedapest
Bolhás-Jávorkút4,7 km130 mBükk
Csodabogyós3,7 km111 mKeszthelyi

Klimaat en Weer

advertentie

Winter in BoedapestPhoto: Nagy David CC 2.0 Generic no changes made

Hongarije heeft een gematigd landklimaat met sterke Atlantische en mediterrane (vanuit de Adriatische Zee) invloeden in het vochtige voor- en najaar. In de hoogste delen van het Transdanubisch Midelgebergte en het Noordelijk Middelgebergte (Felföld) heerst een subalpien klimaat. De Nagy Alföld of Grote Laagvlakte heeft een echt landklimaat met hete zomers en zeer koud winters, weinig neerslag en grote temperatuursverschillen tussen zomer en winter.

Hongarije wordt tegen polaire en Siberische koude beschermd door de Karpaten. Het land heeft over het algemeen koude, natte winters en warme zomers. De gemiddelde januaritemperatuur, die in het westen en zuidwesten ca. 0°C bedraagt, verloopt regelmatig naar het noordoosten tot -4°C. In sommige jaren kan de temperatuur oplopen tot -20°C en dan voert de Donau ijsschotsen mee. De gemiddelde julitemperatuur ligt tussen 18°C in het noordwesten en 22°C in het zuidoosten. Hongarije heeft Europees gezien vrij veel zonne-uren, namelijk gemiddeld 2000 uur per jaar.

De jaarlijkse gemiddelde neerslag (500 mm per jaar) is vrij laag, maar varieert onder invloed van de Atlantische Oceaan. De neerslag is het hoogst in het zuidoosten en het Bakony Woud (800-980 mm) en het laagst ten oosten van de Tisza (beneden 600 mm). De droogste maand is september met een gemiddelde neerslag van 33mm, en daarom de beste maand om het land te bezoeken. De natste maand is mei met een neerslag van gemiddeld 72 mm. In de winter is het land vaak bedekt met een dik sneeuwtapijt.

Planten en Dieren

Planten

advertentie

Bakony woud HongarijePhoto: Christo CC 4.0 International no changes made

Vroeger was Hongarije een dicht bebost gebied met een gevarieerde vegetatie, met name in het Transdanubische middelgebergte en het Alpenvoorland. Het waren voornamelijk eikenbossen (zomereik, donseik en moseik), aangevuld met hopbeuken, pluimessen en haagbeuken. Het grootste bosgebied vormt het Bakony-woud, en ook de bergruggen Börzsöny, Bükk, en Mátra zijn met bossen bedekt. De gevarieerdheid van deze gebieden bestaat nog steeds, alleen het totaal aan bossen is in de loop der jaren gedaald naar 15% van de oppervlakte van het land. Met name de laagvlaktes zijn bijna volledig ontbost.

De zoutsteppen zijn de afgelopen twee eeuwen bijna volledig in cultuur gebracht (nog ca. 8% bossen) en dat heeft uiteraard grote invloed gehad op de vegetatie. Wat nog vrij veel voorkomt is strandmelde en nog wat andere halofytensoorten (plantensoorten die op sterk zouthoudende grond kunnen leven). Verder staan er her en der nog eiken en berken zijn er veel acacia’s geplant om de funeste verstuivingen tegen te gaan. Struikgewas bestaat uit witte abelen (populierensoort) en jeneverbessen en verder grassoorten als dravik (soort zwenkgras), duinriet en gewoon fakkelgras.

De tulp is de nationale bloem van HongarijePhoto: Takkk CC 3.0 Unported no changes made

De nationale Bloem van Hongarije is de tulp. Het Alpenvoorland of Alpokalja is ook vooral begroeid met eikenbossen, sommige hellingen met naaldwouden, en verder witte beuken, olmen, esdoorns en populieren.

Het Transdanubisch heuvelland en het Mecsekgebergte hebben een gevarieerde, naar het mediterrane neigende flora. Deze hellingen zijn begroeid met de bekende donseiken, pluimessen, haagbeuken en moseiken, maar ook veldesdoorns, Hongaarse linden, rode beuken en aangeplante naaldwouden. In het natuurreservaat Zselic komen oerbossen voor van loofbomen en naaldbomen. In maart en april groeit hier al o.a. nieskruid en Hongaarse herfsttijloos. Daarna volgen nog aapjesorchis, Kaukasische zonnebloemen, pioenen en bedstro en in de zomer goudkervel en vingerhoedskruid.

Dieren

Mangaliza varken HongarijePhoto: Nienetwiler CC 3.0 Unported no changes made

Ook voor de dierenwereld is er veel veranderd door de grote veranderingen in de laaggelegen gedeeltes van Hongarije. Alleen in de reservaten komen nog bijzondere inheemse soorten voor als het Hongaarse grijze rund, buffel, het Szalonta-varken, het Mangaliza-varken, herdershond en verschillende soorten bijzonder pluimvee. In het struikgewas leven kleine zoogdieren als vossen, otters, hamsters, wilde zwijnen en de bijzondere bisamratten. Oorspronkelijk uit Azië afkomstige dieren zijn de siezel, de blinde muis en de kleine trap.

Trekvogels komen nog veelvuldig voor, o.a. reigers, ibissen en trapganzen. Zoetwatervissen als karpers, voorns en baarzen hebben erg te lijden van overbevissing, vervuiling en overbevissing, maar de rivieren Tisza en Körös zitten nog redelijk vol. De visstand in het middelgebergte, het Balatonmeer en rivieren in het Alpenvoorland is wat meer op peil, met o.a. barbelen, karpers, snoekbaarzen, snoeken, meervallen en kopvoorns.

In de bossen van de Kis Alföld leven met name knaagdieren, reeën, damherten, fazanten en patrijzen.

Bijzondere diersoorten zijn een zeldzame, levendbarende hagedis in het Nyírség en de “blinde kreeft van Abaliget” in het Mecsekgebergte.

Zilverreiger HongarijePhoto: Pellinger Attila CC 3.0 Unported no changes made

Het Kis Balaton (klein Balaton), ooit een deel van het grote Balatonmeer, is nu een afgesloten baai die grotendeels verzand is en in feite een met riet bedekt moeras is. Het is een beschermd broedterrein voor vele soorten trekvogels en inheemse soorten, o.a. zilverreigers, grauwe ganzen, buidelmezen, kokmeeuwen en futen.

Hongarije telt op dit moment vier grote nationale parken, (28 beschermde natuurgebieden en natuurreservaten en vele honderden regionale en plaatselijke beschermde natuurgebieden.

Hongarije kent een aantal bijzondere hondenrassen:

Erdelyi Kopo

Erdelyi Kopo, HongarijePhoto: Publiek domein

De Erdelyi is een Hongaarse variant van de Centraal-Europese drijvende rassen. Het ras kent een hoogbenige en laagbenige variëteit, beiden uitermate eschikt voor de jacht. Het ras komt in Hongarije nog maar weinig voor, en buiten Hongarije helemaal niet.

Kuvasz

De Kuvasz is een zeer oud herdersras en waarschijnlijk ca. 800 jaar geleden vanuit Azië naar Midden-Europa gekomen. Hij werd vooral gebruikt voor het beschermen van kuddes tegen wilde dieren en stropers. Tegenwoordig is het vooral een waakhond.

Komondor

Komondor HongarijePhoto: David Blaine CC 2.0 Generic no changes made

De Komondor komt al eeuwenlang in Hongarije voor en is ook afkomstig uit Azië. Dit tamelijk kleine ras wordt vooral als waakhond gebruikt.

Mudi

De Mudi is aan het eind van de negentiende eeuw spontaan ontstaan uit Hongaarse herdershonden. Hij wordt als jacht- en waakhond gebruikt.

Andere bijzondere rassen zijn de Puli, de Pumi en de draad- en kortharige Vizsla.

Geschiedenis

Prehistorie en oudheid

Bronzen armband uit de La Tène periode, HongarijePhoto: Publiek domein

De huidige republiek Hongarije maakt deel uit van een groot laagland, het Karpatenbekken of Hongaarse of Pannonische laagvlakte. Op deze Hongaarse laagvlakte begint de bewoningsgeschiedenis van het Hongaarse volk. De eerste sporen van menselijke aanwezigheid in dit gebied dateren al van 400.000 à 500.000 jaar geleden, en werden gevonden langs de moerassige oevers van de Donau en de Tisza.

Rond 100.000 v.Chr. jaagden hier de Neanderthalers, die echter naar het noorden vertrokken toen door klimatologische omstandigheden hun prooidieren uit deze gebieden verdwenen. Hierna volgden vele stammen, voornamelijk vanuit de Balkan, waarvan de meeste verder trokken. Verschillende stammen vestigden zich echter in deze streken en vermengden zich bovendien, waarna de koper-, brons-, en ijzertijd zich geruisloos voltrok.

Pas toen de Kelten van de la Tène-cultuur zich ten westen van de Donau vestigden, was er enigszins sprake van een stammenverband. Zij onderhielden ook contacten met de Romeinen, die ca. 10 v.Chr. de laagvlakte begonnen te veroveren. Het veroverde gebied werd opgenomen in twee provincies: Pannonia Superior of Boven-Pannonië en Pannonia Inferior of Beneden-Pannonië. De hoofdsteden waren Savaria (nu: Szombathely) en Aquincum (nu: Óbuda, een deel van de huidige hoofdstad Boedapest).

De Romeinen veroverden dit gebied om de voortdurende invallen vanuit Europees Rusland tegen te gaan en om belangrijke handelsroutes te beschermen. In de 4e eeuw werd Pannonië overspoeld door Gotische en andere stammen, die op de vlucht waren voor de Hunnen onder leiding van Attila, die vanuit Azië naar Europa oprukten. De Romeinen waren hier ook niet tegen bestand en verlieten Pannonië. In 453 stierf Attila en de Hunnen trokken zich terug uit de laagvlakte.

Ze werden opgevolgd door Ostrogoten, Gepiden, Longobarden en Avaren, die nog steeds contacten onderhielden met de Byzantijnen, de erfgenamen van het Romeinse Rijk. Enkele verdreven Slavische stammen vestigden zich rond het Balatonmeer, dat zij als leengoed ontvingen van de heerser van het Oost-Frankische rijk.

Middeleeuwen

De komst van de Magyaren in HongarijePhoto: Publiek domein

In de 8e eeuw trokken de Hongaren, een groep ruitervolken, vanuit het oosten naar het huidige Hongaarse grondgebied en noemden het Etelköz. In 895 trokken ze Transsylvanië binnen en een jaar later bereikten ze onder leiding van ene Árpád de laagvlakte waar ze voortaan zouden blijven wonen. Deze Árpád was aanvoerder van de Magyaren, een stam die dit gebied militair overheerste. In de 10e eeuw verspreidden de Hongaren zich over de laagvlakte en over het Transsylvanische Hoogland en velen vestigden zich daar als boeren. Andere groepen verhuurden zich aan naburige legers of trokken rovend en plunderend het Duitse Rijk binnen. Grote nederlagen leidden er echter toe dat ook deze groep koos voor een vast bestaan. De kerstening van de Hongaren was toen al begonnen en men wilde al een eigen bisdom stichten.

De Duitse keizer Otto I was hier echter tegen omdat hij liever zelf de macht over de Hongaren wilde behouden. Prins Géza wilde eind 10e eeuw wel een kerkelijke hiërarchie stichten en tevens de Hongaren onder één vorst te verenigen. Geza werd in 997 opgevolgd door zijn zoon Vajk, die bij zijn doop István genoemd werd. Hij trouwde met de Beierse prinses Gisela waardoor de staat Hongarije door zowel de paus als de keizer erkend werd. István zette het zendingswerk voort, wat hem de beroemde Stephanuskroon opleverde en tevens Hongarije op de Europese landkaart zette als een onafhankelijk, christelijk koninkrijk.

De eerste daad van István was het tot zijn eigendom verklaren van alle grond, die daarop geleend werd aan stamhoofden en aan de kerk. Het was echter het Hongaarse koningshuis dat hiervan het meeste profiteerde en dat zette kwaad bloed. Na de dood van de koning in 1038 zochten de stamhoofden steun bij de Duitse keizer. De oppositie op haar beurt zocht steun bij Byzantium en er werd een tegenkoning aangesteld, Aba Sámuel. Hongarije raakte hierdoor verzeild in een machtsstrijd tussen Duitsland en Byzantium. Pas onder het bewind van Béla I, die regeerde van 1060 tot 1063, wist het Hongaarse koningshuis weer iets van zijn macht te herstellen.

Onder László I en Kálmán I voerde Hongarije een expansiepolitiek en werd bijvoorbeeld een deel van Kroatië veroverd waardoor een vrije doorgang naar de Middellandse Zee werd gecreëerd. Ook Bosnië en Dalmatië werden veroverd ten koste van Byzantium. Hierdoor werd Hongarije langzaam aan een grootmacht waar men in Europa niet meer omheen kon.

Béla III van HongarijePhoto: Publiek domein

Onder Béla III versterkte Hongarije haar positie en stelde het de grenzen open voor westerse invloeden die het feodale karakter nog meer versterkten. Het Hongaarse hof en ook de adel vestigden zich in fraaie kastelen en de ruilhandel werd vervangen door een geleide geldeconomie. Onder András II kreeg steeds meer landadel het bestuur in handen van de landgoederen en in 1222 stemde hij zelfs in met een ‘Gouden Bul’, waarin werd vastgelegd dat men het recht had om gewapend verzet tegen de vorst te plegen. Onder de zoon van András, Béla IV, dreigden vijandige stammen uit het oosten Hongarije binnen te vallen.

Béla verstevigde de grenzen maar in 1241 vielen de Mongolen zonder veel problemen Hongarije binnen. Een jaar lang werd Hongarije leeggeplunderd en daarna vertrokken de Mongolen weer om nooit meer terug te komen. Andere Europese machten sprongen niet voor Hongarije in de bres maar dachten van een verzwakt Hongarije te kunnen profiteren. Toen alles achter de rug was liet Béla een aantal vestingen bouwen waaronder Buda op de rechteroever van de Donau.

In 1301 kwam er een einde aan de heerschappij van de Arpaden; er was geen opvolging in mannelijke lijn voorhanden en daarmee stierf de dynastie der Arpaden geruisloos uit. De Hongaarse adel koos daarop eerste een Boheemse koning, daarna een Beierse koning en ten slotte besteeg de door de paus gesteunde koning van Napels, Charles Robert III, de troon. In de rest van de 14e eeuw werden de machtsverhoudingen in Hongarije stabieler en richtte men zich weer meer op de internationale politiek, min of meer gedwongen door de expansiepolitiek van de Turken. De pogingen om buitengebieden als Dalmatië, Slavonië, Moldavië, Kroatië en Walachije te versterken stuitte op fel verzet van de lokale machthebbers.

Ondertussen was Lajos de Grote aan de macht gekomen die eind 14e eeuw werd opgevolgd door schoonzoon Sigismund (Zsigmond) van Luxemburg, die later koning van Bohemen en keizer van het Heilige Roomse rijk werd. Zsigmond probeerde de Hongaarse belangen angstvallig te beschermen en zelfs uit te breiden. Een veldtocht tegen de Turken ging in 1396 bij Nikopolis ging echter grandioos verloren, ondanks hulp van de Bourgondiërs. In 1417 braken de Turken door de Hongaarse grenzen heen en binnenlands voltrok zich een massale boerenopstand, die echter neergeslagen werd.

15e en 16e eeuw

Kaart van Centraal Europa 1572Photo: PANONIAN in het publieke domein

Halverwege de 15e eeuw kwam er een beroemd Hongaars geslacht van grootgrondbezitters op, de Hunyaden. De eerste grote landheer was János Hunyadi, die tevens regent werd over de jonge László, de zoon van Albert van Habsburg. Albert was de eerste koning van een nieuwe dynastie die over Hongarije zou gaan regeren. In 1456 stierf János aan de pest en er ontstond een machtsstrijd tussen de hoge adel en de steden en de lage adel. De hoge adel benoemde hierop Mátyás Hunyadi tot koning waardoor de Hunyadi-familie op het hoogtepunt van haar macht kwam.

In een verbond met keizer Friedrich III wist Mátyás Moravië, Siliezië en Neder-Oostenrijk aan het Hongaarse rijk toe te voegen en vrede met de Turken te sluiten. De periode Mályátas zorgde voor binnenlandse rust en een behoorlijke economische vooruitgang, en hij stond dan ook bekend als de ‘rechtvaardige koning’. Na de dood van Mátyás kozen kerk en adel de Boheemse prins Wladislaw als opvolger, die later koning zou worden. Ook werd besloten om het koninklijke leger te ontmantelen en daarvoor in de plaats huurlingen aan te nemen. Hierdoor kon men beter alle macht in eigen handen houden.

In 1514 werd de Gouden Bul vervangen door het “tripartitum”, waarin de rechten van de adel werden vastgelegd. In datzelfde jaar vormden franciscaner monniken een boerenleger om op kruisvaart te gaan. De adel zag dit als een serieuze bedreiging en verbood het leger. Vervolgens keerde dit leger zich tegen de adel, maar deze opstand werd wreed onderdrukt.door de landheren van Transsylvanië en Temesvár. In 1521 werd deze ontwikkeling doorkruist door de Turken, die na de verovering van Belgrado doorstootten naar de Hongaarse laagvlakte. Toen bleek dat het pas ontbonden leger goed van pas zou zijn gekomen. Een inderhaast in elkaar geflanst legertje werd in de Slag bij Mohács op 15 augustus 1526 in de pan gehakt door de Turkse legers van Süleyman.

Door deze situatie zou Hongarije tot aan het einde van de 17e eeuw een verdeeld land blijven. Er volgde namelijk een binnenlandse machtsstrijd tussen János Zápolya, die door de Rijksdag gekozen was, en de Habsburgse aartshertog Ferdinánd, die door de adel op de troon gezet werd. De bedoeling van beide partijen was om zo buitenlandse militaire steun te verwerven want János was de schoonzoon van de koning van Polen en Ferdinánd was de broer van Karel V. Zapolya dolf het onderspit maar ging een verbintenis aan met de Turken, waardoor de sultan Transsylvanië enige autonomie verleende.

In 1541 werd Buda door de Turken veroverd en bestond Hongarije in feite uit drie verschillende delen. De Turken heersten in de driehoek Pécs-Esztergom-Szeged. Ten westen hiervan lag het kleine onafhankelijke Habsburgse koninkrijk Hongarije met als hoofdstad Pozsony (nu: Bratislava in Slowakije). In het oosten bleef Transsylvanië autonoom onder de Turkse vazal János Zsigmond. De Turken probeerden door te stoten naar Wenen, maar kwamen niet voorbij een aantal Hongaarse vestigingen.

In 1568 werd er een status-quo bereikt middels een verdrag tussen de sultan en Maximiliaan, de keizer van Oostenrijk. Transsylvanië beleefde een bloeiperiode en de meest uiteenlopende bevolkingsgroepen leefden vreedzaam naast elkaar. De stad Debrecen werd een bolwerk van protestantisme. De Turken verzetten zich hier nauwelijks tegen omdat hierdoor de invloed van de katholieke Habsburgers zou verminderen.

17e eeuw

Leopold I, HongarijePhoto: Publiek domein

De horige boeren waren eigenlijk de enige bevolkingsgroep die het veel minder hadden dan de rest van de bevolking. Legeraanvoerder István Bocskay kon dan ook zonder veel moeite een voornamelijk uit boeren bestaand huurlingenleger inzetten in de strijd tegen de agressieve Habsburgse troepen.

In de periode 1604-1606 werden de Habsburgers verdreven uit de Grote Laagvlakte van Hongarije en de boeren namen hun plaats is. Bocskay veroverde en passant ook nog het Habsburgse deel van Hongarije dat onder zijn opvolger Gábor Bethlen werd samengevoegd met de Grote Laagvlakte. De Habsburgers herstelden zich weer maar werden bij het Verdrag van Münster in 1648 teruggefloten, waardoor de onafhankelijkheid van Transsylvanië bevestigd werd.

Het geslacht Rákóczi ging nu een belangrijke rol spelen. Een poging van György Rákóczi om Polen te veroveren mislukte, waardoor keizer Leopold I (Lipót) de kans kreeg ten strijde te trekken tegen de Turken en een overwinning behaald bij Szentgotthárd in 1664. Door het betalen van een afkoopsom werd geprobeerd te voorkomen dat de Turken doorgingen met het verwoesten van het land (Verdrag van Vásvár). Strafexpedities tegen Rákóczi bleven echter voorduren en Transsylvanië had daaronder veel te lijden. Duidelijk werd dat Oostenrijk zich weinig gelegen liet aan de Hongaarse wens weer onafhankelijk te worden.

Opstandige adel werd onthoofd of gevangen gezet en het leger kwam onder het bevel van Leopold I. Ontslagen soldaten hergroepeerden zich echter weer en onder leiding van Imre Thököly uit Slowakije en gesteund door de Rákóczi’s, werden de pro-Habsburgers in de periode 1678-1682 verdreven uit grote delen van Hongarije. De weg naar Wenen leek voor de Turken nu open te liggen, maar de “Mars naar Wenen” van de Turken in 1683 liep op een pijnlijke nederlaag uit voor de Turkse sultan.

Hierop besloot Leopold om een coalitieleger (Oostenrijk, de Habsburgse bufferstaat, Polen en Venetië, ofwel de Heilige Liga) op de been te brengen. In 1686 werd Buda heroverd en in 1688 volgde de bevrijding van Belgrado. Na onderhandelingen in Karlovice in 1699 was praktisch geheel Hongarije op de vijand heroverd.

18e eeuw

Keizerin Maria Theresia, HongarijePhoto: Publiek domein

Hoewel Hongarije zijn grondgebied heroverd had, was de politieke vrijheid nog lang geen feit. Door de personele unie met Oostenrijk bleven de Habsburgers de feitelijke machthebbers en het land werd verdeeld onder officieren en leden van de Duitse Ridderorde. De Hongaarse laagvlakte werd vervolgens bezet door Zwabische en Servische immigranten en de steden ‘verduitsten’ helemaal. Het was duidelijk dat men streefde naar de totale opheffing van de Hongaarse staat en de bevolking werd tot assimilatie gedwongen.

Dat deze situatie onvermijdelijk tot een opstand moest leiden, mag duidelijk zijn. Onder prins Ferenc Rákóczi II begon in 1703 vanuit Transsylvanië de vrijheidsoorlog. Dit werd echter geen succes en in 1711 werd er een vredesverdrag getekend met de Oostenrijkse keizer. Toch leverde deze mislukte opstand wat op: het keizerrijk erkende de soevereiniteit en de grondwet van het koninkrijk Hongarije. Op dat moment ging de herbevolking van het Hongaarse grondgebied (Hongarije, Slowakije, Slavonië en Kroatië) gewoon door en er vestigden zich Kroaten, Duitsers, Serviërs, Slowaken en Roemenen. Dit leidde ertoe dat de autochtone Hongaren na 1700 nog maar ongeveer 40% van de bevolking vormden. Transsylvanië was ondertussen overwegend Roemeens geworden, kreeg ook meer autonomie en werd van de rest van Hongarije gescheiden door een militaire zone.

Nadat het Hongaarse parlement erfopvolging in vrouwelijke lijn goedkeurde, kwam keizerin-koningin Maria Theresia in 1740 aan de macht. Ze was vrij populair bij de Hongaren door een vrij mild bewind en vrij geruisloos werd Hongarije in 1768 opgenomen in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie en werd vanaf die tijd per decreet geregeerd. Maria Theresia werd opgevolgd door József II, die meer een despoot was hoewel hij wel de religieuze vrijheden herstelde, een einde maakte aan het lijfeigenschap en de macht van de adel en de kerk beknotte. Onder de zeer conservatieve Ferenc I nam het verzet tegen de Habsburgers weer toe en bepaalde groeperingen, met name progressieve burgers en edelen, wilden weer een onafhankelijk Hongarije. Een opstand in 1795 werd bloedig onderdrukt, maar een oproep van Napoleon om in opstand te komen tegen het Habsburgse gezag werd genegeerd. Wel werden er economische hervormingen in gang gezet onder invloed van de op dat moment in gang gezette industriële revolutie.

19e eeuw

Lajos Kossuth, HongarijePhoto: Publiek domein

In 1848 stond bijna geheel Europa in het teken van revoluties en ook steden als Wenen en Pest ontkwamen er niet aan. Revolutionairen kwamen met een heel pakket van eisen die erop neerkwamen dat de feodale staatsvorm moest worden opgeheven. Dit had in zoverre succes dat graaf Batthyány premier werd van een autonome regering en dat nieuwe wetten die het parlement zou aannemen, door koning Ferdinánd zouden worden ondertekend. De opstand liep uit op een totale chaos van elkaar wantrouwende bevolkingsgroepen en de toezeggingen vanuit Wenen werden al helemaal niet vertrouwd.

Terecht, want het duurde niet lang voordat de eerste (gehuurde) Oostenrijkse troepen o.a. Buda, Pest en Kolozsvár (nu: Cluj in Roemenië) bezetten. De revolutionaire regering vluchtte naar Debrecen om van daaruit een tegenaanval te organiseren, waarbij het in eerste instantie de bedoeling was om Transsylvanië te heroveren. Dit lukte en op 14 april 1849 riep Lajos Kossuth de onafhankelijke republiek Hongarije uit met Szemere als hoofd van de nieuwe regering. Kossuth werd president maar had geen uitvoerende macht. Oostenrijk onder leiding van keizer Franz Josef reageerde meteen en riep Rusland te hulp. Dat was een goede zet want op 13 augustus kwam er al een einde de onafhankelijke republiek Hongarije en president Kossuth vluchtte in ballingschap.

De Oostenrijkers stelden nu een schrikbewind aan en verhoogden o.a. de belastingen en de ambtelijke taal werd verplicht Duits. In 1859 leden de Oostenrijkers echter een nederlaag tegen Italië en Frankrijk en de keizer ging ten opzichte van Hongarije over tot een stabilisatiepolitiek, onder invloed van keizerin Elisabeth of “Sissi”. Er werden verschillende compromissen gesloten en in 1867 kondigde Franz Josef de “Ausgleich” af. Dit betekende dat Hongarije weer een autonoom koninkrijk werd, en voortaan volledig gelijk behandeld zou worden als Oostenrijk. Het nieuwe onafhankelijke parlement vestigde zich in Buda en de regering werd geleid door Gyula Andrássy.

De vroegere president Kossuth stond vrijwel alleen in zijn kritiek op de dubbelstaat Oostenrijk-Hongarije, het volk was over het algemeen zeer enthousiast. Alleen de onderste lagen van de bevolking kregen het niet beter in deze tijd van industrialisering en landbouwhervormingen. Aan de top bleven de strubbelingen tussen Habsburg-aanhangers en Kossuth-revolutionairen voortduren.

Vanaf deze tijd werd de socialistische beweging in heel Europa steeds sterker en ook de nationalistische gevoelens werden steeds sterker, ook in Hongarije. Een voorbode van de volledige onafhankelijkheid was het weer invoeren van het Hongaars als officiële taal.

20e eeuw

Károlyi, HongarijePhoto: Veres in het publieke domein

De moord op de opvolger van Franz Josef, Franz Ferdinand, was de directe aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog en Hongarije kon zich hier uiteraard niet aan onttrekken als partner van Oostenrijk. Het verloop van de oorlog bood Hongarije een kans om verder het pad van de onafhankelijkheid te bewandelen en onder leiding van graaf Mihály Károlyi eiste men onder andere afscheiding, hervormingen, tegemoetkomingen aan etnische minderheden en vrede, maar dat laatste zou nog een paar jaar duren.

Na de oorlog was het een chaos in Hongarije, maar het was Károlyi die een Nationale Raad in het leven riep. Na de oorlog werden er ook afspraken gemaakt omtrent de nieuwe grenzen van Hongarije maar deze afspraken waren zo vaag dat de dubbelmonarchie daardoor uiteenviel en er gebieden werden geannexeerd door etnische minderheden. Op 16 november 1918 riep het parlement de republiek uit en werd Károlyi aangewezen als president. De voorlopige regering van Károlyi werd al snel ten val gebracht en de communisten verstevigden hun greep op de binnenlandse politiek en riepen op 22 maart 1919 een “radenrepubliek” uit, die leek op de staatsvorm van de Sovjet-Unie.

De commissaris voor buitenlandse zaken Béla Kun nam de macht volledig in handen en toonde zich een ware communist door het land te verdelen onder boerencoöperaties, en banken en bedrijven te nationaliseren. De rechtse oppositie kwam in opstand en de Tsjechen en de Roemenen boden militaire hulp aan. De Roemenen vielen zelfs Boedapest binnen en de communisten werden in de pan gehakt. Hierna werden er min of meer vrije verkiezingen gehouden in januari 1920, die een overwinning opleverden voor de christen-nationalisten en kleine boeren.

Op 4 juni 1920 werd door de grote Europese mogendheden beslist wat er met Oostenrijk en Hongarije zou gaan gebeuren (Verdrag van Trianon). Voor beiden werd het een pijnlijke gebeurtenis omdat ze gedwongen werden afstand te doen van grote gebiedsdelen. Oostenrijk raakte onder andere Zuid-Tirol, Bohemen, Galicië, Slovenië en Bosnië kwijt; Hongarije verloor onder andere Slowakije, Transsylvanië en Kroatië. Voor de grensstrook tussen de twee landen werd een volksstemming uitgeschreven waarbij de bewoners van dat gebied zelf mochten kiezen waar ze bij wilden horen.

Het grondgebied van Hongarije slonk van 325.411 km2 naar 92.963 km2 en het inwoneraantal daalde van 21 tot 7,5 miljoen. Meer dan 3 miljoen Hongaren raakten onder vreemd bestuur. Hoewel de monarchie formeel in ere hersteld werd, stelde vlootvoogd Horthy zichzelf aan als regent en werd koning Károly IV verbannen naar Madeira.

Onder de conservatieve Horthy functioneerde het land redelijk hoewel communisten en in mindere mate socialisten het zwaar te verduren hadden. Internationaal probeerde men via de grote mogendheden om de oude grenzen van Hongarije weer terug te krijgen. Met name Duitsland, Oostenrijk en Italië stonden hier niet afwijzend tegenover, en het was dan ook geen wonder dat het opkomend nationaal-socialisme in die landen ook aansloeg in Hongarije. Een aantal conservatieve officieren namen de macht over van de zogenaamde ‘pijlkruizers’ (nyilasok), een nazistische, antisemitische organisatie. Hoewel deze partij verschillende malen werd verboden kon zij zich dankzij druk vanuit Duitsland steeds herstellen.

Tweede Wereldoorlog

Horthy en Hitler, HongarijePhoto: Publiek domein

In 1938 werd de Hongaarse opstelling beloond door de as-mogendheden met het toewijzen van een strook land in Slowakije waar een Hongaarse minderheid sterk vertegenwoordigd was. Hongarije zelf lijfde Karpatho-Oekraïne of Roethenië in en wilde nog meer ex-Hongaarse gebieden heroveren. Hierdoor leverde Hongarije zich steeds meer uit aan de Duitsers en er volgde onder andere een oorlogsverklaring aan de Sovjet-Unie. Hongarije slaagde er wel in om grotendeels buiten de echte oorlogshandelingen te blijven. Uiteindelijk vertrouwde Hitler de Hongaren toch niet helemaal en op 19 maart 1944 werd Hongarije door de Duitsers bezet en belangrijke politici werden gearresteerd. Joden ondergingen hetzelfde vreselijke lot als in andere bezette landen. Horthy gaf toen aan over te willen lopen naar de geallieerden en werd onmiddellijk vervangen door de pro-Duitse Ferenc Szálasi en zijn pijlkruisers. Het uiteindelijke resultaat hiervan was dat het hele land geplunderd werd door zowel Russische als Duitse soldaten en honderdduizenden Hongaarse burgers in Russische dwangarbeiderskampen verdwenen.

In oktober gaven de Hongaarse militaire eenheden zich over aan de oppermachtige Russische divisies en er werd een voorlopige, uit communistische ballingen bestaande regering geïnstalleerd. In november 1945 werden de eerste naoorlogse verkiezingen gehouden, die onverwacht door de kleine boerenpartij gewonnen werd. Op zich stelde deze overwinning niet veel voor want de communisten bleven de belangrijkste regeringsposten bezetten en langzaam maar zeker namen de communisten (lees: Sovjet-Unie) het heft op alle fronten in handen.

Op 1 februari 1946 werd de monarchie formeel vervangen door een republiek en Hongarije werd gedwongen toe te treden tot het Warschau-pact (tegenhanger van de Navo) en de COMECON (tegenhanger van de EEG). Verder moest Hongarije afzien van buitenlandse hulp, werden banken en grote bedrijven genationaliseerd en weigerde de Sovjet-Unie om haar troepen terug te trekken uit het land.

De politiek zeer actieve kardinaal Mindszenty en verklaard tegenstander van de communisten werd tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Vanaf 1948 werd Hongarije tot volksrepubliek uitgeroepen en nog maar door één partij geregeerd: de communistische MDP onder leiding van Mátyás Rákosi. Hongarije werd al snel een Sovjet-kloon met onteigening van privé-eigendom, collectivisering van de landbouw en nadruk op de zware industrie. Verder voerden de partij en de (veiligheids)politie een schrikbewind uit dat vele slachtoffers eiste.

Hongaarse opstand

Hongaarse opstandPhoto: Házy Zsolt CC 3.0 Unported no changes made

Na de dood van de Sovjet-leider Stalin in 1953 werd Rákosi opgevolgd door Imre Nagy, die door zijn te liberale houding al na anderhalf jaar werd afgezet. Na een korte periode Rákosi werd hij in 1956 vervangen door Erno Gero. Op 23 oktober 1956 escaleerde een vrij onschuldige demonstratie van studenten en arbeiders. De demonstratie werd met veel geweld uiteengeslagen en op 25 oktober brak er een ware volksopstand uit die zich over het hele land uitbreidde.

Symbolen van het stalinisme werden vernield, kardinal Mindszenty werd bevrijd en Imre Nagy werd tot leider van de opstand uitgeroepen. Ook grote delen van het leger onder leiding van generaal Pál Maléter kozen de kant van de opstandelingen. Men eiste o.a. vrije verkiezingen en de terugtrekking van de Russische troepen uit Hongaars grondgebied. Generaal Paléter en enkele andere opstandelingenleiders werden daarop uitgenodigd om in Moskou te komen praten over de ontstane situatie. Dit was echter een valstrik en de hele groep werd gearresteerd. Vervolgens werden er tanks naar Boedapest gestuurd die in vier dagen tijd het verzet van de Hongaren braken, ten kost van ca. 3000 doden.

Op 4 november 1956 werd er onder Russisch toezicht een nieuwe regering gevormd onder leiding van János Kádár. De MDP werd vervangen door de MSzMP, de Hongaarse Socialistische Arbeiderspartij. Dit was het sein voor ca. 200.000 Hongaren om naar het buitenland te vluchten en voor degene die bleven om een algemene staking uit te roepen. De regering greep zeer hard in: tienduizenden Hongaren werden gevangen genomen en figuren als Nagy en Maléter werden geëxecuteerd.

Terug naar de democratie

árpád göncz, hongarijePhoto: SZDSZ CC 3.0 Unported no changes made

In de jaren zestig verslechterde de economische toestand in Hongarije en in 1968 werden een serie hervormingen doorgevoerd. Er was weer wat meer ruimte voor particulier initiatief en de welvaart steeg licht. Kádár, die Hongarije leidde van 1956 tot 1988, voerde een zuinig en slim beleid waardoor Hongarije een vrij stabiel land werd met een van de best geleide economieën van het Oostblok.

De tweede helft van de jaren tachtig stonden in het teken van de ingrijpende hervormingen (perestrojka) in de Sovjet-Unie door Michael Gorbatsjov. Hongarije liep meteen voorop wat de eigen hervormingen betrof. Er kwam meer persvrijheid en de vrijheid om te reizen nam toe, doordat de grensversperringen met Oostenrijk gedeeltelijk verwijderd werden. In mei 1988 werden er belangrijke stappen op weg naar de democratie gezet, alleen de strijd tussen de hervormers van Imre Pozsgay en de conservatieven duurde nog voort.

In oktober 1989 kwam Rezsö Nyers aan het hoofd te staan van een nieuwe partij. Hij was een van de leidende figuren achter de voorzichtige hervormingen in de jaren zestig en zeventig. De communistische partij werd nu voor de tweede keer formeel ontbonden en vervangen door de Hongaarse Socialistische Partij (MSzMP). En zo werd de Hongaarse Volksrepubliek weer een “normale” republiek. Moskou liet de andere Oostbloklanden steeds verder los, waardoor een echt gewapend conflict dit keer uitbleef. Integendeel, Hongarije beleefde een ‘fluwelen” revolutie met al in 1989 de eerste vrije regionale verkiezingen.

Op 25 maart en 8 april 1990 werd er voor het eerst sinds 1947 een democratisch parlement gekozen. Dertig partijen deden aan de verkiezingen mee, waarvan er maar zes in het parlement kwamen. De Hongaarse Democratische Partij (MDF) leverde de eerste premier en de eerste aangestelde president werd Árpád Göncz van de Alliantie van Vrije Democraten (SzDSz). De verkiezingen van 1994 werden gewonnen door de vroegere socialisten en kreeg de absolute meerderheid in het parlement. De linkse coalitieregering onder leiding van Gyulá Horn introduceerde een stringent bezuinigingsprogramma, gericht op het verkrijgen van macro-economische stabilisatie. Dit leidde aanvankelijk tot vermindering van de economische groei en het loonpeil. Vanaf 1997 vertoonde de economie echter weer tekenen van opleving.

Op 8 juli 1997 werd Hongarije lid van de Navo. Met de verkiezingen van mei 1998 kwam er een einde aan de MSzMP-regering. De rechts-liberale Fidesz partij (Federatie van Jonge Socialisten) van de controversiële Victor Orbán won de verkiezingen en vormde een coalitie met de Conservatievene en de Christen-Democraten.

21e eeuw

Ferenc Mádl, HongarijePhoto: Onbekend CC 3.0 Unported no changes made

De tweede ronde van de parlementsverkiezingen in april 2002, leidden tot een wisseling van de macht. De regerende conservatieven van premier Orbán werden nipt verslagen door een coalitie van socialisten en liberalen. Orbáns partij kreeg weliswaar de meeste zetels in het nieuwe parlement, maar slaagde er niet in de meerderheid van de kiezers achter zich te krijgen. De socialisten (MSzP) en de Liberalen (SzDSz) behaalden met 198 van de 386 zetels een krappe meerderheid.

Sinds augustus 2000 is Ferenc Mádl president van Hongarije. Op 1 mei 2004 trad Hongarije toe tot de Europese Unie. Enkele maanden na de historische toetreding tot de EU, trachtte premier Medgyessy zijn kabinet te herschikken. Medgyessy verloor echter het vertrouwen van de coalitiepartners en bood vervolgens zijn ontslag aan. Op voordracht van de MSzP benoemde president Mádl de voormalige minister van Jeugd en Sport Ferenc Gyurcsány tot premier. Gyurcsány werd op 30 september 2004 ingezworen. Het regeringsprogramma van Premier Gyurcsány, betiteld ‘New dynamism for Hungary’, kondigt de voornemens van de regering aan om de economische groei te bevorderen.

Het staatshoofd is de President, momenteel László Sólyum, gekozen door het parlement op 7 juli 2005 (aangetreden op 5 augustus).

Na de parlementsverkiezingen van april 2006 is de regering Gyurcsány-II op 9 juni 2006 officieel geïnstalleerd. Deze regering staat onder leiding van de (herkozen) socialistische premier Gyurcsány (aangetreden in 2004). De regering wordt gevormd door een, sinds 2002 voortgezette, coalitie tussen de (oud-communistische) Socialistische Partij (MSzP) en de Links Liberalen (SzDSz). Het was de eerste keer sinds de val van de muur dat er na de verkiezingen geen regeringswisseling plaatsvond. In april 2008 verlaat de alliantie van vrije democraten de coalitie en herschikt Gyurcsány de regering. In maart 2009 kondigt Gyurcsány aan af te treden om plaats te maken voor een nieuwe leider die op brede steun kan rekenen om de economische problemen aan te pakken. Gordon Bajnai, de minister van economische zaken wordt in april 2009 de nieuwe premier van Hongarije.

Victor Orban HongarijePhoto: European Peoples's Party CC 2.0 Generic no changes made

In april 2010 wint de conservatieve oppositiepartij Fidesz de verkiezingen, haar leider Viktor Orban wordt de nieuwe premier. De extreem rechtse Jobbik partij komt met 47 zetels in het parlement. Hongarije is vanaf 01-01-2011 voor een half jaar de nieuwe EU-voorzitter. Er is veel kritiek van andere Europese landen op de omstreden mediawet die het land op 20 december aannam. De nieuwe mediawet stelt een door de regering benoemde media-autoriteit aan die oordeelt of journalisten ‘moreel’ en ‘objectief’ berichten. Ook mogen nieuwsprogramma’s maximaal 20 procent van hun zendtijd aan misdaad besteden, om zo het volk niet bang te maken. In mei 2012 wordt Janos Adler president van Hongarije. In de jaren 2013 en 2014 zijn er kritische opmerkingen over en weer tussen de EU en Hongarije over het vijfde amendement dat onder meer de burgerrechten gestalte moet geven. In april 2014 wint Fidesz voor de tweede keer de parlementsverkiezingen. In 2015 en 2016 heeft Hongarije een sterk remmende rol bij de opname van vluchtelingen, eigenlijk wil premier Orban van Hongarije helemaal geen immigranten opnemen, de EU dreigt met sancties voor landen die zich niet aan de verdeelsleutel houden. In oktober 2016 steunt de bevolking het immigratiestandpunt van de regering tijdens een referendum. Ook in 2017 is de EU kritisch ten opzichte van Hongarije onder andere vanwege de pogingen van de regering om de liberale centrale universiteit van Boedapest te sluiten. In de jaren hierna blijft het beleid van Orban de EU zorgen baren. Uitholling van de rechtsstaat en het gebrek aan persvrijheid zijn de grootste struikelblokken. In december 2020 dreigt Hongarije samen met Polen tegen de EU begroting te stemmen omdat ontvangers van EU-geld kunnen worden afgerekend op hun omgang met de rechtstaat.

Bevolking

Samenstelling en spreiding

Beroemde Hongaren, van boven naar beneden en van link naar rechts:Stephen I of Hungary, St. Elizabeth of Hungary, Matthias Corvinus, Gábor Bethlen, Ferenc Rákóczi, János Bolyai, István Széchenyi, János Arany, Róza Laborfalvi, József Eötvös, Loránd Eötvös, Vilma Hugonnai, Tivadar Kosztka, Béla Bartók, Miklós Horthy, Zoltán Kodály, Emma Orczy, János Kádár, Zsa Zsa Gabor, Péter EsterházyPhoto: Fakirbakir CC 3.0 Unported no changes made

In totaal leven er in 2017 9.850.845 mensen in Hongarije, wat neerkomt op ongeveer 106 per km2.

De bevolking bestaat voor 85,6% uit Hongaren of Magyaren. De voornaamste minderheidsgroepen zijn Duitsers, Slowaken, Serven, Kroaten, Roemenen en Roma.

De bevolking neemt langzaam af door een laag geboortecijfer, een hoog sterftecijfer en een emigratieoverschot. Het groiepercentage was in 2017 -0,25%. Positief zijn de kleine daling van het sterftecijfer in de laatste jaren en de zeer snelle afname van de zuigelingensterfte. Jaarlijks neemt de bevolking nog steeds met enkele tienduizenden mensen af, ook al omdat er nauwelijks mensen naar Hongarije immigreren.

De levensverwachting bij geboorte bedraagt voor vrouwen 80 jaar en voor mannen 72,4 jaar. De samenstelling van de bevolking is als volgt:

0-14 jaar 14,7%

15-64 jaar 66,3%

65+ 19%

72% van de bevolking woont in de steden en 28% op het platteland. Een groot gedeelte vande bevolking (ca. 1,7 miljoen inw.) woont in de hoofdstad Boedapest, en daar wonen ca. 4000 mensen per km2!.

Het dichtst bevolkt zijn de provincies Komárom en Pest (rond Boedapest), Borsod-Abauj-Zemplén in het noorden en Csongrád in het zuidoosten. Het dunst bevolkt zijn de provincies Somogy, en Bács-Kiskun met respectievelijk 58 en 67 inwoners per km2.

Door grenswijzigingen na de Eerste Wereldoorlog, bij het verdrag van Trianon, verloor Hongarije 70% van het oorspronkelijke grondgebied en tweederde van de toenmalige bevolking. Daardoor wonen er in de buurstaten van Hongarije veel Hongaren: in Roemenië zijn meer dan 2 miljoen mensen van Hongaarse afkomst, in Slowakije ca. 700.000, in Servië ca. 400.000, in Oekraïne ca. 200.000 en in Kroatië en Slovenië enkele tienduizenden. Bovendien is Hongarije, samen met Rusland, het Europese land met de meeste staatsburgers die buiten hun land verblijven, ongeveer 1,5 miljoen in Europa en in Noord- en Zuid-Amerika.

Minderheden

Minderheden in HongarijePhoto: Szabi237 CC 4.0 International no changes made

De ca. 100.000 Slowaken en Wenden vormen de oudste minderheid. Ze wonen vooral in het grensgebied met Slowakije en verder nog in de streek Orség tussen de rivieren Rába en Múra.

De ca. 220.000 Duitsers zijn voornamelijk in de 13e en 18e eeuw naar Hongarije gekomen.

De ca. 25.000 Roemenen wonen in een buitenwijk van Gyula en het nabijgelegen dorp Méhkerék.

Er wonen ca. 100.000 Serviërs en Kroaten in Hongarije. De Serviërs wonen in steden aan de Donau, zoals Szentendre, Buda, Baja en Ráckeve.

De Kroaten leven in Mohács en in dorpen langs de Dráva.

De ca. 300.000 Roma (zigeuners) leven verspreid over het land, maar vooral in het noordoosten. Bijna 90% van hen heeft inmiddels een vaste woonplaats.

Ze worden zoals zo vaak niet als een apart volk beschouwd en komen daarom niet in Hongaarse statistieken voor.

De eerste Roma vestigden zich in de 15e eeuw vanuit het noorden van India in Hongarije en bestaan uit drie groepen: de merendeels Hongaarstalige Romungro’s (70%), de uit Walachije stammende en aanvankelijk alleen Romanesch (zigeunertaal) sprekende Walach-zigeuners (20%) en de Roemeens sprekende Beázs-zigeuners (10%).

De maatschappelijke status van de Roma, velen hebben geen werk en worden door de Hongaren met de nek aangekeken. Toch hebben ook velen al een goede maatschappelijke positie opgebouwd en proberende anderen te helpen dat ook te bereiken. Ze wonen vooral aan de rand van grote steden. In steden als Miskolc, Debrecen en Nyíregyháza vertegenwoordigen ze ca. 15% van de bevolking.

Taal

Hongaars VerkeersbordPhoto: Madura Máté CC 4.0 International no changes made

De Hongaarse of Magyaarse taal, is een taal die behoort tot de Oegrische tak van de Fins-Oegrische taalgroep. Het Hongaars lijkt in geen enkel opzicht op het Frans, Duits, Engels of de meeste andere Europese talen. Verwante talen zijn onder andere het Fins, Samisch (taal van de Samen of Lappen), Estisch en Karelisch, in totaal zo’n vijftien talen die allemaal in noordelijke streken worden gesproken van West-Siberië tot Noorwegen. Het Hongaars is geografisch dus de enige vreemde eend in de bijt.

Het Hongaars heeft al in de prehistorie Turkse, Iraanse en Germaanse woorden opgenomen en vanaf ca. 900 zeer veel Slavische en Duitse woorden. Verder is er in de loop der eeuwen veel ontleend aan het Latijn, het Italiaans, het Frans en het Engels (kempingek = campings).

Het “A magyar nyelv értelmezö szótára” (= Verklarend woordenboek der Hongaarse taal, 1959-1962) bevat ca. 53.000 woorden. De klemtoon valt steeds op de eerste lettergreep van een woord of eerste woord van een zin. Daardoor klinkt het Hongaars wat monotoon. Veel woorden zijn door buurvolken aan het Hongaars ontleend en enkele zijn internationaal geworden, zoals koets, huzaar, dolman en zigeuner. Met vele Hongaarse voorwerpen zijn ook hun namen overgenomen, zoals paprika en goelasj.

De Hongaarse streektalen wijken niet erg veel van elkaar af. Wel zijn er duidelijke uitspraakverschillen; morfologische en lexicologische verschillen zijn marginaal. Het grootste verschil met de standaardtaal vertoont het dialect van de Szeklers, oorspronkelijk Hongaren, maar nu wonend in Transsylvanië, Roemenië. Opvallende morfologische (wijze waarop in een taal woorden gevormd worden) afwijkingen heeft het dialect van de Palotzen in Noordwest-Hongarije. Verder wordt er nog Hongaars gesproken in Slowakije, Oekraïne (Roethenië), Servië (Vojvodina) en door veel emigranten in Australië en Noord-Amerika (meer dan één miljoen!!).

Er worden in Hongarije ook nog ander talen gesproken door de in het land wonende minderheden, zoals Duitsers, Slowaken, Wenden, joden, Serviërs, Kroaten, Roemenen en zigeuners. Deze bevolkingsgroepen zijn vrijwel allemaal tweetalig.

Detail van Hongaars ToetsenbordPhoto: Liggliluff CC 4.0 International no changes made

Het Hongaarse alfabet kent dezelfde letters als in het Nederlands, behalve de q, w en x, die heel af en toe nog wel opduiken in leenwoorden en familienamen. Het Hongaars kent wel een aantal letters met bijzondere klanken, cs, dzs, gy, ly, ny, ö, sz, ty, ü, en zs. Deze combinaties van letters gelden echter wel als één letter en hebben dan ook een eigen plaats in het Hongaarse alfabet. Van alle klinkers bestaat ook nog een lange vorm: á, é, í, ó, o, ú, en u.

Het Hongaars kent geen grammaticaal geslacht, maar wel een groot aantal naamvallen in de vorm van suffixen (achtervoegsels), die ook in de plaats komen van voorzetsels.

Voor de Grote Hongaarse Laagvlakte is de uitspraak van de ö voor de e kenmerkend (Szeged wordt daar als Söged uitgesproken).

Enkele woorden en uitdrukkingen:

Godsdienst

Saint Stephen of Hungary Church PusztacsóPhoto: Nrx-at CC 4.0 International no changes made

Tot 1600 was Hongarije voor 90% protestant. Tijdens en na de Contra-Reformatie keerden velen terug naar de Katholieke Kerk door de ernstige discriminatie van de protestantse gemeenschap. Onder het communistische regime, van 1948 tot 1988, hadden alle christelijke kerken en godsdienstige activiteiten te lijden onder intimidatie en discriminatie.

Ca. 64% van de Hongaarse bevolking is op dit moment rooms-katholiek. Er zijn vier aartsbisdommen (Eger, Esztergom, Kalocsa en het in 1993 ingestelde Veszprém) en 12 bisdommen. De aartsbisschop van Esztergom is tevens primaat van Hongarije. De grondwet van 1949 bracht (naast formele vrijheid van religie) een volledige scheiding van kerk en staat, maar pas in de jaren zestig kwam er enige ontspanning in de relatie tussen kerk en staat, die heel lang zeer moeizaam is geweest.

In 1964 kwam een overeenkomst met het Vaticaan tot stand, de eerste op dit niveau tussen de Heilige Stoel en een communistisch land. In 1971 volgde een herziening van het sinds 1950 bestaande verdrag tussen staat en kerk, waarbij de rooms-katholieke geestelijken meer ruimte kregen op het terrein van de zielzorg en binnen hun eigen organisatie.

Ook in financieel opzicht werd de positie van de Rooms-Katholieke Kerk verbeterd en in 1990 werden de diplomatieke betrekkingen met de Heilige Stoel volledig hersteld.

De andere geloofsgemeenschappen in Hongarije leiden al sinds jaar en dag een rustig bestaan. De grootste gemeenschap is de protestantse met 2,5 miljoen leden. En verder zijn er nog Russisch-orthodoxe, Servisch-orthodoxe, baptistische, methodistische en unitarische geloofsgemeenschappen.

Raoul Wallenberg, HongarijePhoto: Publiek domein

De Joodse Gemeente telt op dit moment ongeveer 100.000 leden. Al in de 13e eeuw vestigde zich een belangrijke joodse gemeenschap in Hongarije. Ze kregen vrijheid van godsdienst en integreerden goed in de Hongaarse samenleving. Zoals bijna overal in Europa ging het in de Tweede Wereldoorlog helemaal mis met de joden. In 1944 werd in Pest een getto ingericht en begon de deportatie van duizenden joden naar concentratiekampen.

De Zweedse diplomaat Raoul Wallenberg wist veel Hongaarse joden te redden uit de klauwen van de Duitsers door een netwerk van veilige huizen en valse paspoorten op te zetten. Boedapest was ook de geboorteplaats van de vader van het zionisme, Theodore Herzl. Andere bekende joden van Hongaarse afkomst zijn de acteur Tony Curtis en cosmetica-grootheid Estée Lauder.

Overzicht godsdienstige gemeenschappen:

Kerkgenootschap aantal gemeentes aantal doopleden

Samenleving

Staatsinrichting

Parlementsgebouw HongarijePhoto: Jakub Halun CCA 4.0 International no changes made

Van 1949 tot en met oktober 1989 was Hongarije een socialistische volksrepubliek, Daarna werd Hongarije werd een onafhankelijke, democratische staat gebaseerd op een meerpartijenstelsel (30 partijen bij de eerste verkiezingen), waarin de waarden van een burgerdemocratie en een democratisch socialisme gelijk vertegenwoordigd zijn. Hongarije is politiek gezien een vrij stabiel land. Er is nog nooit een democratisch gekozen regering voortijdig naar huis gestuurd.

De 21 leden tellende presidentiële raad werd vervangen door een staatspresident, die voor een ambtstermijn van vier jaar door het parlement wordt gekozen, eenmalig te verlengen met nog eens vier jaar. De president heeft in feite alleen een ceremoniële functie.

De hoogste wetgevende macht ligt bij de Nationale Vergadering of Országgyülé, waarvan de 386 leden direct en voor een periode van vijf jaar gekozen worden. De uitvoerende macht ligt bij het kabinet, dat gecontroleerd wordt door het parlement. De premier kiest de overige regeringsleden. Alle Hongaren hebben vanaf achttien jaar kiesrecht en de kiesdrempel voor politieke partijen ligt op 5%. Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Provincies HongarijePhoto: Bordakm CC 4.0 International no changes made

Hongarije is ingedeeld in 19 provincies of komitaten (megyék), 128 districten en 3199 gemeenten. Ze worden bestuurd door gekozen raden die worden gekozen voor een periode van vier jaar; het dagelijks bestuur is in handen van uitvoerende comités, die door de besturende raden worden gekozen en gecontroleerd.

Daarnaast zijn er vijf stadsgewesten, tevens provinciehoofdsteden, op het bestuurlijk niveau van de megyék. Boedapest met 22 megyék-raden en een centrale stadsraad neemt een aparte positie in.

Provincie hoofdstad aantal inwoners

Economie

Algemeen

Beursgebouw BoedapestPhoto: Isibacsi at Hungarian Wikipedia CC 3.0 Unported no changes made

Na 1989 is het herstructureringsproces van de Hongaarse economie naar een markteconomie opgepakt en op dit moment vrijwel afgerond. Dat het over de hele linie nog niet zo goed gaat komt door de geringe binnenlandse vraag en de trage bloei van de traditionele afzetlanden. Een grote overheidsschuld en hoge inflatie beperken houden een snelle expansie van de economie ook tegen.

In maart 1995 werd er door de overheid een beleid van economische hervormingen in gang gezet. Dit zogenaamde ‘Bokros-pakket’ was gericht op stabilisatie van de economie en het terugdringen van de tekorten op de overheidsbegroting en de lopende rekening. De burgers hadden het in deze tijd zwaar te verduren onder dit harde, maar noodzakelijke pakket maatregelen. Hierdoor daalde onvermijdelijk de binnenlandse vraag, wat grote gevolgen had voor het midden- en kleinbedrijf.

Na 1997 wierpen de maatregelen hun vruchten af steeg het bnp met jaarlijks bijna vijf procent en daalden de inflatie en de werkloosheid. De Hongaarse economie is de laatste vijf jaar dus aanzienlijk gegroeid en de komende jaren zal er veel geïnvesteerd worden in woningbouw, uitbreiding van het snelwegennet, innovatie en toerisme.

Boedapest is de grote motor achter de Hongaarse economie, maar ook het noordwesten, door de gunstige ligging, kent een sterke economische groei. De economische groei in het oosten van het land blijft achter. Het privatiseren van het Hongaarse bedrijfsleven was het afgelopen decennium een taak voor de Hongaarse privatiseringsmaatschappij ÁPV. De meeste bedrijven werden in het begin van de jaren negentig geprivatiseerd en is ondertussen bijna afgerond. Begon 2001 waren 1770 van de oorspronkelijke 2000 staatsbedrijven geprivatiseerd. De Hongaarse elektriciteitsmarkt is vanaf 2003 geprivatiseerd en is volledig geliberaliseerd na het toetreden tot de Europese Unie.

Het BNP wordt in 2017 voor 3,9% in de landbouw, voor 31,3% in de industrie en voor 64,8% in de dienstverlening gerealiseerd.

Van de economisch actieve bevolking werkte in 2017 4,9% in de landbouw, 30,3% in de industrie en 64,5% in de dienstensector. In 2017 bedroeg de werkloosheid 4,2%.

Door de invloed van de kredietcrisis was er na de recessie vaan 2008 nagenoeg geen economisch groei In respectievelijk 2011,2012 en 2013 waren de percentages 1,5, -1,7 en 0,2. In 2017 is de groei weer aangetrokken tot 4%.

De hoge groei van de investeringen komt vrijwel geheel voor rekening van Hongaarse bedrijven die geheel of gedeeltelijk werden overgenomen door buitenlandse bedrijven. Ook waren er veel buitenlandse bedrijven die investeerden in nieuwe fabrieken. Hongarije stelde ook als eerste land in Oost-Europa ‘gevoelige’ sectoren als financiële dienstverlening en energievoorziening open voor buitenlandse bedrijven.

Landbouw en veeteelt

Tokaj wijngaard, hongarijePhoto: Jerzy Kociatkiewicz CC 2.0 Generic no changes made

Rond 1960 werd de kleinschalige landbouw omgevormd tot het Sovjet-model met grote staatsboerderijen en grote coöperaties. Bijna 90% van het land werd staatseigendom en 94% van de landbouwers werkte voor de staat. Dit werkte echter niet goed en de structuur werd behoorlijk veranderd. De meeste productie werd overgelaten aan het inzicht van de lokale besturen. Zo werden de collectieve boerderijen weer gedeeltelijk autonoom en bleef er in de provincies een soort van vrij ondernemerschap bestaan.

De samenwerking tussen de coöperaties en de privé-productie bleek goed te werken. De overstap naar de vrije markteconomie, begin jaren negentig, was voor de kleinschalige landbouwbedrijven niet zo groot. Voor de grootschalige staatsbedrijven brak echter een moeilijke tijd aan. Door de jarenlange subsidiëring van deze bedrijven was mismanagement, kapitaalvernietiging en gebrek aan efficiëntie schering en inslag. De omschakeling leidde hier dan ook tot een groot verlies aan arbeidsplaatsen.

Door het gunstige klimaat en de vruchtbare landbouwgronden is de landbouw nog steeds een belangrijke economische sector. Opmerkelijk is daarbij dat Hongarije zelfvoorzienend is in bijna alle gewassen. De belangrijkste producten zijn granen, maïs, rijst, groenten, wijn en fruit. Daarnaast wordt op grote schaal suikerbieten en zonnebloemen geteeld.

Van de 4,7 miljoen ha landbouwgrond wordt ca. 50% effectief gebruikt. De landbouw heeft de laatste jaren ernstig te lijden gehad onder grote droogte, gevolgd door overstromingen, en duizenden kleine boerenbedrijven zijn toen failliet gegaan.

In de veeteelt heeft Hongarije zich op het fokken en mesten van slachtrunderen toegelegd, voornamelijk voor de export naar landen van de Europese Unie.

Het economische transformatieproces leidde onder meer tot een sterke prijsstijging van het veevoeder. Het Hongaarse vlees werd daardoor duurder wat weer een terugval veroorzaakte in de internationale vleesafzet.

Mijnbouw en energievoorziening

Matraz Energiecentrale HongarijePhoto: Civertan CC 3.0 Unported no changes made

Hongarije is arm aan grondstoffen en de mijnbouwsector is dan ook van beperkte betekenis. In 1986 werd de laatste ijzerertsmijn gesloten, waardoor alle ijzererts ingevoerd moet worden. Steenkool wordt gedolven bij Pécs (tevens de vindplaats van uraan) en Komló, bruinkolen bij Ajka (Bakonywoud), Tatabánya (Vértesgebergte), Dorog, Tokod en in de provincie Borsod-Abaúj-Zemplén. De steenkool moet op grote diepte gedolven worden en dat maakt de steenkool duur. De kolenproductie vertoont dan ook al jaren een dalende lijn, tot minder dan 70% van de productie van 1989.

Aardolie wordt gewonnen in de provincie Zala en in de Mátra- en Bükkheuvels, aardgas in Oost-Hongarije en Zala. De belangrijkste delfstof is echter bauxiet, bij Gánt in het Vértesgebergte, Iszkaszentgyörgy en in het Bakonywoud.

Ook de bauxietmijnen verkeren in een ernstige crisis. Bruinkool wordt voornamelijk als brandstof gebruikt in energiecentrales; er bevinden zich stuwdammen in de Raab, Donau, Hernád en Tisza. Bij Paks is een kerncentrale.

Door het gebrek aan natuurlijke grondstoffen wordt ca. 50% van de totale hoeveelheid benodigde energie geïmporteerd. Hongarije voorziet voor ca. 25% in de eigen oliebehoefte. Om minder afhankelijk te zijn van de olie worden bijvoorbeeld olie gestookte elektriciteitscentrales om gebouwd naar kolengestookte centrales.

Kernenergie voorziet ook voor ca. 25% van de totale Hongaarse elektriciteitsopwekking. De productie uit de huidige vier verouderde centrales loopt echter steeds verder terug en nieuwe centrales zullen niet meer gebouwd worden. Ook het probleem van de nucleaire afval is nog steeds niet opgelost.

De totale voorraad aan steenkoolreserves wordt geschat op 700 miljoen ton; 100 miljoen ton daarvan is economisch winbaar. De voorraden bruinkool zijn nog vele malen groter: ca. 700 miljoen ton in bestaande mijnen en 3,7 miljard ton aan reserves die te exploiteren zijn.

De Hongaarse olie- en gasreserves liggen in de Alföld-regio. De oliereserves worden geschat op 58 miljoen ton en de gasreserves op 113 miljard m3. Driekwart van de benodigde olie wordt geïmporteerd, met name uit Rusland.

Industrie algemeen

Borsodchemie, HongarijePhoto: Jávori István CC 3.0 Unported no changes made

De Hongaarse industrie richt zich steeds meer op de export. Ook veel buitenlandse investeerders zetten fabrieken op om van daaruit te exporteren. De industriële sector groeit op dit moment veel sneller dan de landbouw of de dienstensector en is in feite de motor achter de economische groei. De consumentenelektronica en de auto-industrie zijn de hardst groeiende sectoren.

Dat de industriële productie zo hard groeit, komt o.a. door de gunstige geografische ligging in Europa en de goed geschoolde arbeidsmarkt.

De meeste industrie is geconcentreerd in en om Boedapest. Enkele andere industriegebieden zijn:

Bouwindustrie, chemie, kunststoffen en transportmiddelenindustrie

Audifabriek in Györ, HongarijePhoto: Lemon3 CC 3.0 Germany no changes made

Na industrie, landbouw en handel is de bouw een belangrijke sector in Hongarije. Ongeveer 5% van de beroepsbevolking werkt in de veelal particuliere bedrijven. De grote Hongaarse bouwondernemingen richten zich door een gebrek aan groet binnenlandse opdrachten, op het buitenland.

De weg- en waterbouw kent de laatste jaren geen spectaculaire groei, maar door grote projecten die op stapel staan, zal dit de komende jaren zeer waarschijnlijk gaan veranderen. Er is ook een grote vraag naar nieuwe opslagruimten en distributie hallen door het streven van Hongarije om zich te ontwikkelen tot hét regionale transportcentrum met een distributiefunctie.

De Hongaarse export geschiedt voornamelijk door multinationals en is vooral gericht op de Europese Unie.

De Nederlandse export naar Hongarije betreft voornamelijk kunststoffen. Ongeveer een derde van alle grondstoffen voor de kunststofindustrie in Hongarije wordt geïmporteerd.

Kleine goedkope auto’s worden het meest gekocht maar door de stijging van de inkomens wordt de markt voor grotere en luxe auto’s interessanter. Het grootste deel van de productie van de autofabrieken in Hongarije wordt geëxporteerd.

Ook de auto-onderdelenmarkt stijgt explosief. De meest verkochte onderdelen zijn: carosserie-onderdelen, veiligheidsgordels, koppelingen, bumpers en versnellingsbakken. De belangrijkste toeleverende landen voor onderdelen zijn Duitsland, Japan, Italië, Spanje en Frankrijk.

Ca. 80% van de automobielindustrie is in handen van grote, meest Duitse, buitenlandse multinationals.

Handel

Export HongarijePhoto: R. Haussmann, Cesar Hidalgo, et.al CC 3.0 no changes made

De buitenlandse handel ontwikkelt zich in Hongarije voorspoedig door twee belangrijke factoren: Hongarije bezit weinig of geen grondstoffen en er zijn heel veel buitenlandse bedrijven die Hongarije als productielocatie gebruiken voor goederen die voornamelijk op de West-Europese markt worden afgezet.

De uitvoer bereikte in 2017 een recordbedrag van $98,7 miljard en de invoer bedroeg 96,3,5 miljard euro. Het overschot op de handelsbalans is goed voor de Hongaarse economie.

De laatste jaren worden er vooral fabricaten, machines en transportuitrustingen geëxporteerd. Voedingsmiddelen, drank en tabak vielen daarentegen sterk terug en vormen nu nog maar een klein gedeelte van het totaal.

De Hongaarse invoer bestond in 2017 vooral uit machines, transportmaterieel, energie en fabrieksuitrustingen.

De voormalige Oostbloklanden waren in 2017 nog maar verantwoordelijk voor 10% van de Hongaarse uitvoer en 16% van de invoer. De landen van de Europese Unie nemen nu driekwart van de Hongaarse export voor hun rekening en 70% van de import. Duitsland is veruit de belangrijkste handelspartner van Hongarije.

De export vanuit Nederland naar Hongarije groeit explosief. Nederland staat hoog op de lijst van handelspartners van Hongarije.

Bankensector, ICT-sector en e-business

Nationale Bank, HongarijePhoto: Cserlajos CC 3.0 Unported no changes made

Het Hongaarse bankwezen werd al in 1987 enigszins hervormd. Toen werd het monopolie van de Nationale Bank van Hongarije opgeheven en drie nieuwe banken opgericht: de Hongaarse Kredietbank, de Handels- en Kredietbank en de Boedapest Bank. Vanaf 1989 mochten zij vrijwel alle financiële dienstverlening aan hun klanten aanbieden. Halverwege de jaren negentig werd er voor 1,8 miljard euro aan slechte leningen weggesaneerd, waardoor de banken in een financieel gezonde positie terechtkwamen. Het voortgaande privatiseringsproces richt zich nu vooral op de kleinere banken.

Door de verminderde staatsbemoeienis steeg de invloed van buitenlandse banken in het Hongaarse bankwezen. Hongaarse banken werden geheel of gedeeltelijk overgenomen, onder andere door de ABN-Amro, en een aantal buitenlandse banken vestigde zich in Hongarije.

De telecommunicatie ontwikkelt zich, net als in de rest van de wereld, bijzonder snel. Dit is mede te danken aan buitenlandse investeerders in de telecommunicatie sector. Sinds januari 2002 is de telecommunicatiemarkt in Hongarije geliberaliseerd.

Verkeer en infrastructuur

Megyeribrug, HongarijePhoto: Civertan CC 3.0 Unported no changes made

De gebrekkige infrastructuur heeft nooit veel aandacht gekregen van de Hongaarse overheid, met als gevolg dat spoorwegen, wegen en telefoonverbindingen sterk verwaarloosd zijn. Speerpunt van beleid is nu herstel en uitbreiding van het wegen- en spoorwegennet omdat Hongarije voor zichzelf graag een rol ziet als transport- en distributiecentrum van Midden- en Oosteuropa. Er worden op dit moment nieuwe snelwegen aangelegd en spoortrajecten gemoderniseerd. Men is zelfs van plan om het snelwegennet in vijf jaar tijd met 600 kilometer uit te breiden en aan te sluiten op het Europese snelwegennet.

Hongarije bezit ca. 30.000 km wegen (waarvan ruim 270 km autosnelweg), bijna 8000 km spoorweg (waarvan 2184 km geëlektrificeerd), ruim 1600 km bevaarbare waterwegen en bijna 7000 km pijpleiding (twee aardolieleidingen en een gasleiding zorgen voor een verbinding met Rusland). Goederentransport vindt steeds meer over de weg plaats door een groot aantal kleine transportbedrijfjes.

In het personenverkeer nemen de spoorwegen de belangrijkste plaats in, gevolgd door streekbussen. Door het achterblijven van uitbreiding en modernisering, zijn de spoorwegen op dit moment het minst efficiënte transportmiddel en vindt het vrachtvervoer steeds meer over de weg plaats. Sinds 1970 is er binnenlandse luchtvaart. De Hongaarse luchtvaartmaatschappij Malév heeft als thuishaven het onlangs gerenoveerde vliegveld Ferihegy, een van de modernste in Midden-Europa, maar wel de enige internationale luchthaven van Hongarije.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Hévíz thermaal meer in HongarijePhoto: HTME CC 3.0 Unported no changes made

Het toerisme wordt steeds belangrijker voor de Hongaarse economie en vormt ook en speerpunt binnen het economisch programma voor de komende tien jaar. De opbrengsten stijgen echter nog steeds, waardoor de conclusie getrokken kan worden dat er steeds meer kapitaalkrachtige toeristen Hongarije bezoeken. Het toerisme draagt ca. 10% bij aan het bnp en er werken bijna 300.000 personen in deze sector. Nieuw te bouwen hotelvoorzieningen trekken veel buitenlandse investeerders. In het hele land, maar met name in Boedapest, worden hotels gebouwd. Nederlanders investeren vooral in de ontwikkeling van vakantieparken en ook de ontwikkeling van conferentieoorden en warmwaterbronnen wordt opgepakt. Toeristen komen wat Hongarije betreft vooral voor cultuur, thermale baden, zakelijk toerisme (congressen), vakantiedorpen en actieve vakanties.

Boedapest, HongarijePhoto: Thomas Depenbusch CC 2.0 Generic no changes made

De stad Boedapest heeft veel indrukwekkende gebouwen vooral aan de rechteroever van de Donau. Daar ligt de Burchtwijk met veel kronkelende steegjes, oude bouwwerken en verschillende kerken. Een belangrijke kerk in de wijk is de 13e eeuwse Matthiaskerk. Een bijzondere natuurlijke bezienswaardigheid in de omgeving van Boedapest is de Pálvölgy-grot onder de heuvels van Boeda. De grot werd ontdekt in 1904 en is met een lengte van ruim 7 kilometer één van de langste grotten van Hongarije. Je vindt er vooral veel indrukwekkende stalactieten. Een dagje winkelen in Boedapest zal niet tegenvallen. Bezoek de Váci straat, het hart van de stad waar de leukste winkels te vinden zijn. Je vindt er niet alleen kledingwinkels, maar ook veel juweliers en winkels waar streekproducten zoals marsepein en wijnen worden verkocht. Tijdens zo'n dagje winkelen proef je de echte sfeer van Boedapest.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

HONGARIJE LINKS

Advertenties
• Hongarije Vliegtickets.nl
• Hongarije Tui Reizen
• ANWB vakantie boeken Hongarije
• Djoser Rondreis Hongarije
• Autohuur Hongarije
• Autoverhuur Sunny Cars Hongarije
• Hongarije Hotels
• Hongarije Campings
• Boedapest Vliegtickets Tix.nl
• Transport Hongarije - TTS Quality Logistics B.V

Nuttige links

Campersite Hongarije (N)
Dieren in Oost Europa (N)
Hongarije Reisstart (N)
Hongarije Verzamelgids (N)
Lies & Teije's Reiswebsite (N+E)
Reisinformatie Hongarije (N)
Reizendoejezo – Hongarije (N)
Vakantie Hongarije Jouwpagina (N+E)

Bronnen

Boedapest en Hongarije

Michelin Reisuitgaven

Fallon, S. / Hungary

Lonely Planet

Hongarije

Lannoo

Hoogendoorn, H. / Hongarije

ANWB

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems