Landenweb.nl

BOSNIE-HERZEGOVINA
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Bosnisch, Servisch, Kroatisch
  Hoofdstad  Sarajevo
  Oppervlakte  51.197 km2
  Inwoners  3.502.824
  (mei 2019)
  Munteenheid  Bosnische convertibele mark
  (BAM)
  Tijdsverschil  +0 (zomer +1)
  Web  .ba
  Code.  BIH
  Tel.  +387

To read about BOSNIA AND HERZEGOVINA in English - click here

Steden BOSNIE-HERZEGOVINA

Sarajevo

Geografie en Landschap

Geografie

Bosnië-Herzegovina (officieel: Republika Bosna i Hercegovina) is een republiek op de westelijke Balkan.

advertentie

Bosnie-Herzegovina Satellietfoto

Foto:Publiek domein

De totale oppervlakte van Bosnië-Herzegovina bedraagt 51.129 km2 en het land is daarmee iets groter dan Nederland. Bosnië-Herzegovina grenst in het westen en het noorden aan Kroatië (932 km) en in het oosten en zuiden aan Servië en Montenegro (527 km). In het zuidwesten grenst Bosnië-Herzegovina nog net aan de Adriatische Zee (20 km).

Landschap

advertentie

Bosnie-Herzegovina Landschap

Foto:Michal Klajban CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Het grootste deel van het land is heuvelachtig en op veel plekken bergachtig. Het grensgebied met Kroatië wordt gevormd door de uit poreuze kalksteen bestaande Dinarische Alpen, die deel uitmaken van het Joegoslavische karstgebied. Dit karstlandschap bestaat uit grillige rotsformaties, die gekenmerkt worden door vele grotten en rivieren. De rivieren zijn een voortzetting van ondergrondse waterlopen.

Het noordelijk deel, tussen de hogere delen en de rivier de Sava is grotendeels met bos bedekt. Het oostelijke landschap wordt bepaald door hoogvlaktes (polje) met ondoorlatende bodems en vele meren, tussen steile bergwanden. De vaak zeer vruchtbare ‘poljes’ kunnen soms honderden vierkante kilometers groot zijn. Enkele voorbeelden van grote poljes zijn het Livansko Polje bij de stad Livno en Popovo Polje bij de stad Trebinje.

De belangrijkste rivieren zijn de Sava (945 km), een zijrivier van de Donau, en de Drina (346 km). De Sava vormt in het noorden de grens met Kroatië en de Drina langs de oostgrens met Servië. De noord-zuid stromende Vrbaš (240 km) en Bosna (245 km) zijn zijrivieren van de Sava. Bijna alle belangrijke rivieren van Bosnië-Herzegovina lopen vanuit de bergen af naar de laagvlakte in het noorden, alwaar ze eindigen in de Sava. Alleen de Neretva (218 km) eindigt richting zuiden in de Adriatische Zee. Europa’s langste ondergrondse rivier, de Trebisnjica, stroomt ondergronds door Bosnië en komt bij Dubrovnik in Kroatië boven de grond.

advertentie

Sutjeska Bosnie-Herzegovina

Foto:xinem Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Sommige meren in Herzegovina zijn er alleen in de loop van de winter; als de sneeuw gaat smelten en de ondergrondse rivieren een weg naar boven zoeken, lopen ze vol. In de droge zomermaanden verdwijnen de meren weer compleet.

In het zuidoosten van Herzegovina bevindt zich het Sutjeska Nationaal Park, het oudste nationale park van Bosnië-Herzegovina. Hier ligt ook de hoogste berg van Bosnië-Herzegovina, de Maglic (2387 m). Ook rond Mostar in het zuiden en rond de hoofdstad Sarajevo bevinden zich toppen van ruim 2000 meter. In het zuidwesten aan de grens met Kroatië liggen de Dinarische Alpen met toppen van gemiddeld 1500 meter.

Bosnië-Herzegovina kent ook regelmatig zwakke aardbevingen die nauwelijks schade aanbrengen. Een uitzondering hierop gebeurde in 1969. Toen verwoestte een aardbeving de meeste gebouwen in de noordelijke stad Banja Luka.

Klimaat en Weer

Bosnië-Herzegovina heeft een continentaal klimaat met warme zomers en koude sneeuwrijke winters. En dat lijkt meer op het klimaat van continentaal Europa dan op het mediterrane klimaat van nabijgelegen landen als Italië of Griekenland. In het voorjaar kunnen er gemakkelijk koude of warme uitschieters voorkomen. Bovendien kan het weer per regio ook behoorlijk verschillen.

advertentie

Banja Luka in de winter Bosnie-Herzegovina

Foto:Rade Nagraisalovic CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

In het noorden is ‘t over het algemeen koeler dan in het zuiden. Zo liggen de temperaturen overdag in januari in het noordelijke Banja Luka rond de 0°C en in Mostar, vlak bij de Adriatische kust, rond de 6°C. ’s Zomers wordt het in Banja Luka maximaal 22°C en in Mostar 38°C.

In de bergen zijn de zomers koeler en de winters langer en strenger. De korte kuststrook kent een milder, mediterraan klimaat.

In het noorden valt de meeste regen in de zomer, in het zuiden gedurende de herfst en de winter. Omdat er meest westelijke winden waaien, valt de meeste regen aan de westelijke kant van de Dinarische Alpen. Hier valt gemiddeld ca. 1500 mm, aan de lijzijde valt in sommige gebieden maar ca. 500 mm.

Klimaattabellen

Bosnië-Herzegovina (landelijke gemiddelden)

janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec
Max. temp. °C351015202426272316106
Min. temp. °C-4-30581213131063-1
Regendagen p/m1614131316141289121515
Luchtvochtigheid807470666766646167747880

Sarajevo ( centraal: 630 meter boven zeeniveau)

janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec
Gem. temp. °C0151015182020151050
Gem.max.temp. °C361115212526272016103
Gem.min.temp. °C-2-3038111313952-3
Regendagen546976456674
Neerslag in mm716770748291807170779485
Sneeuwdagen464200000034
Zonuren p/d234567886532

Banja Luka (noorden: 156 meter boven zeeniveau)

janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec
Gem. temp. °C138131822232320136-1
Gem.max.temp. °C57131822262827241892
Gem.min.temp. °C-1-227111416151371-3
Regendagen447774543232
Sneeuwdagen362000000013

Tuzla (noordoosten: 306 meter boven zeeniveau)

janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec
Gem. temp. °C1391217192122161360
Gem.max.temp. °C891519242628302220115
Gem.min.temp. °C0-13691214141082-4
Regendagen335544324363
Sneeuwdagen321000000023

Planten en dieren

Planten

advertentie

Jasmijn Bosnie-Herzegovina

Foto:Fanghong Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Bosnië-Herzegovina telt ca. 3500 plantensoorten en is zeer bosrijk; ongeveer de helft van het land is met bossen bedekt. Het zijn voornamelijk pijnbomen-, beuken en eikenbossen. In Herzegovina komen ook vijgenbomen en cypressen voor.

Veel voorkomende planten en struiken zijn onder andere jasmijn, oleander en jeneverbes.

De bosgebieden kunnen in drie zones verdeeld worden. Tot 762 meter in het noorden van het land, op de zonnige hellingen, vinden we vooral eikenbossen en op de schaduwrijke hellingen beukenbossen. Verder naar het zuiden (tot 1524 meter), in het midden van het land, worden de eiken vervangen door beuken, olmen, essen, sparren en pijnbomen. De derde zone, tot 1829 meter, wordt gekarakteriseerd door sparren, pijnbomen en andere coniferensoorten. Kastanjes, espen, wilgen, berken, elzen, jeneverbessen en taxusbomen komen in alle drie de zones voor. Lijsterbessen, hazelaars en wilde fruitbomen (o.a. peer en pruim) komen vooral verspreid op de lagere hellingen voor.

Dieren

advertentie

Wild Zwijn Bosnie-Herzegovina

Foto:Valentin Panzirsch CCAttribution-Share Alike 3.0 Austria no changes made

Er is een rijk en gevarieerd dierenleven in Bosnië-Herzegovina. Er zijn wolven, wilde zwijnen, lynxen, wilde katten, otters, vossen, gouden jakhalzen, dassen, valken en hier en daar een zeldzame beer. Verder worden er veel schapen gehouden en is het Lippizaner paard in de 19e eeuw geïmporteerd uit Oostenrijk.

Gevaarlijk zijn de giftige hoornadder en de Europese adder.

Veel voorkomende vogels zijn arenden, haviken, fazanten, wilde eenden en ooievaars.

Geschiedenis

Oudheid en Middeleeuwen

advertentie

Kaart Bosnisch Koningkrijk

Foto:Bratislav Tabaš CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Archeologen hebben bewijzen gevonden dat er al ca. 200.000 jaar geleden in deze streken mensen leefden. Deze mensen leefden in het Paleolithicum en waren jagers en verzamelaars.

Bosnië-Herzegovina en de westelijke Balkan werden in de eeuwen voor het begin van onze jaartelling bewoond door de Illyriërs, een Indo-Europees sprekend volk. Dit volk werd in die tijd vaak aangevallen door Kelten en Grieken.

In 9 n.Chr. werd de laatste grote opstand van de Illyriërs tegen de Romeinen neergeslagen en kwam het huidige gebied in de Romeinse provincies Dalmatië en Pannonië te liggen. De Romeinen zorgden voor een periode van redelijke stabiliteit, maar dat veranderde toen het Romeinse Rijk instortte.

In de zesde eeuw arriveerden de eerste agrarische Slaven op de Balkan, ongeveer tegelijkertijd met het krijgervolk der Avaren. De Avaren werden verjaagd, maar opgevolgd door Serven en Kroaten, waarschijnlijk afkomstig uit Polen en Tsjechië. De Serven vestigden zich in het zuidoosten van de Balkan, de Kroaten in het westelijke deel, waaronder een groot deel van het huidige Bosnië-Herzegovina. Deze volken vermengden zich met de Slaven en werden al snel gekerstend.

In 958 werd Bosnië voor het eerst in schriftelijke bronnen genoemd, en werd in die tijd overheerst door de Serven. Na de Serven werd Bosnië-Herzegovina overheerst door verschillende volken: allereerst een periode door Kroaten en daarna een korte periode door Bulgaren. In de tweede helft van de 12e eeuw werd er over het gezag in Bosnië-Herzegovina getwist door het Byzantijnse Rijk en Hongarije.

In 1180 verklaarde de eerste Bosnische vorst Ban Kulin zich onafhankelijk van Hongarije. Door de toenemende handel met Dubrovnik en Venetië steeg de welvaart in het gebied. Na de dood van Kulin werd Bosnië-Herzegovina een speelbal van adellijke families, waaruit in 1322 het bewind van Ban Stjepan Kotromanic ontstond. Hij was het die het gebied Herzegovina aan Bosnië toevoegde en onder zijn bewind ging het zeer voorspoedig in economische zin, maar ook qua rust en vrede.

De volgende heerser, Tvrtko I Kotromanic, breidde Bosnië uit met Kroatië en grote stukken van de Dalmatische kust. Hij sloot een verdrag met de Servische heerser Lazar en kroonde zich vervolgens tot koning van Bosnië en Servië. Na de dood van Kotromanic in 1391 ontstond er een onduidelijke overgangssituatie, die duurde tot aan de komst van de Turken.

Turkse overheersing

De Ottomaanse Turken hadden al snel grote delen van de Balkan onderworpen, maar het duurde tot 1463 voordat ze Bosnië onder hun bestuur brachten. Indie tijd deed ook de islam zijn intrede in Bosnië-Herzegovina.

De Turken maakten van het strategische gelegen Bosnië-Herzegovina een puur wingewest en eisen bovendien dat veel jongens van tien jaar in Istanbul werden opgeleid voor het Turkse leger (de zogenaamde ‘devsirme’)

Vanaf 1683 raakte het eens zo machtige Ottomaanse rijk langzaam in verval. Ze leden enkele grote nederlagen tegen de Oostenrijkers en ook het beleg van Wenen mislukte volkomen. Pas in 1878 werden de Turken definitief verslagen, na een opstand die in 1875 al begonnen was in Bosnië-Herzegovina en oversloeg naar Servië en Montenegro. Toen de opstand dreigde te worden neergeslagen, greep Rusland in. De Oostenrijk-Hongaarse Habsburgers stonden deze inmenging toe, op voorwaarde dat alleen de oostelijke Balkan binnen de Russische invloedssfeer mocht vallen; Bosnië-Herzegovina zou dan bij Oostenrijk komen. Al deze strijdtonelen zorgden voor ongekende migratiestromen die tot op de dag van vandaag voor problemen zorgen op de Balkan.

Eerste Wereldoorlog

advertentie

Bosnie 1e Wereldoorlog

Foto:Publiek domein

Op het Congres van Berlijn in 1878 werd Bosnië-Herzegovina onder Oostenrijks bestuur geplaatst, maar de moslimbevolking stelde zich nog steeds loyaal op ten opzichte van Turkse sultan. De Serviërs hadden ondertussen veel te lijden onder de Habsburgse overheersing. Toen dan ook in 1908 Bosnië-Herzegovina definitief door Oostenrijk-Hongarije werd geannexeerd, werd de afkeer van de Zuid-Slavische (Joegoslavische) bevolking ten opzichte van haar overheersers steeds groter. In 1914 werd de Habsburgse kroonprins Frans Ferdinand doodgeschoten door de Servische nationalist Gavrilo Princip, en dat bleek later het startsein te zijn voor de Eerste Wereldoorlog. Servie verklaarde de oorlog aan Nederland, waarna het conflict zich als een inktvlek verspreidde. Uiteindelijk zouden er 32 landen aan de oorlog deelnemen, waaronder de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Rusland en Duitsland. Nederland bleef neutraal.

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog kwam het ‘Koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen’ tot stand, maar die samenwerking hield niet lang stand. De Serviërs wilden een centraal geleide staat, de Kroaten en Slovenen wilden een losse federale structuur. Bosnië kwam in dit hoofdstuk helemaal niet voor en werd door de Kroaten en de Serven tot Groot-Kroatië, respectievelijk Groot-Servië gerekend. In 1929 kondigde de Servische koning Alexander de koninklijke dictatuur af en is het jonge parlement alweer exit. De naam werd veranderd in ‘Koninkrijk Joegoslavië’ en de grenzen van Bosnië-Herzegovina komen in deze eenheidsstaat te vervallen. In 1934 werd Alexander vermoord door Kroatische nationalisten.

Tweede Wereldoorlog

advertentie

Vlag van de Cetniks Bosnie-Herzegovina

Foto:Voytek s in het publieke domein

In april 1941 gaf Joegoslavië zich over aan de Duitsers en werd Bosnië-Herzegovina opgenomen in de ‘Onafhankelijke Staat Kroatië’. Dit fascistische Groot-Kroatië werd een nachtmerrie voor de aanwezige Roma, joden en Serviërs, die vermoord, gedeporteerd of gedwongen werden zich te bekeren tot het katholicisme. Deze gruweldaden werden uitgevoerd door de Kroatische fascisten of ‘Ustaša’.

Het verzet tegen de fascisten werd geleid door Servische ‘Cetniks’ en door de partizanen (Serven, Kroaten en moslims) van de op het communistische Sovjet-Unie georiënteerde Josip Broz, beter bekend als Tito. De fascisten maken zeer vele slachtoffers maar ook de verzetsgroepen onderling voeren een hevige strijd om de hegemonie. Tito en zijn partizanen wonnen uiteindelijk de onderlinge strijd, ook al omdat de Cetniks collaboreerden met de Duitsers. Op 6 april 1945 marcheerden de partizanen van Tito Sarajevo binnen en werd Joegoslavië bevrijd.

Periode Tito

Bosnie-Herzegovina Tito

Foto:Publiek domein

Tito werd automatisch de nieuwe politieke leider en rekende bloedig af met de restanten van de Ustaca, Cetniks en Joegoslavische koningsgezinden. Hij wist in vrij korte tijd een socialistische maatschappij in te richten waarin ‘iedereen’ gelijkwaardig was en profiteerde van de snel toenemende welvaart. Bosnië-Herzegovina kreeg binnen de federatie Joegoslavië de status van deelrepubliek en deelde mee in de economische opleving.

Toch werd na de dood van Tito in 1980 en het daaropvolgende machtsvacuüm als snel duidelijk dat het met de Joegoslavische ‘eenheid’ helemaal niet goed zat. In 1984 werden de 14e Olympische Winterspelen in Sarajevo gehouden.

Joegoslavië valt uit elkaar

Bosnie-Herzegovina Serajevo Oorlog

Foto:Mikhail Evstafiev CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Door de liberalisering in de Soviet-Unie van Gorbatsjov en de val van de muur in Berlijn stak ook in Joegoslavië het nationalisme de kop op en werden in de diverse deelrepublieken politieke partijen opgericht met een sterke nationalistische inslag. In Bosnië-Herzegovina waren dit de islamitische SDA (Democratische Actie Partij) van Alija Izetbegovic, de SDS (Servische Democratische Partij) van Radovan Karadžic en de HDZ (Kroatisch Democratische Unie) van Stjepan Kljuic, die in feite rechtstreeks aangestuurd werd dKroatië. De verkiezingen van november 1990 werden een grandioos succes (86% van de stemmen) voor de nationalist Izetbegovic, die vervolgens president werd. In maart 1991 vond er overleg plaats tussen Tudjman en Milosevic over een opdeling van Bosnië-Herzegovina tussen Kroatië en Servië. Karadžic, de leider van de Bosnische Serviërs begon alvast met deze opdeling en riep delen van Bosnië-Herzegovina in het noorden en westen uit tot ‘Servisch Autonome Gebieden’. President Izetbegovic probeerde ondertussen angstvallig de grenzen van zijn land bij elkaar te houden, ook al omdat hij vreesde voor het lot van de moslims.

In 1992 scheidden Slovenië en Kroatië zich, na enkele gevechten, af van Joegoslavië en werden op 15 januari 1992 als onafhankelijke landen door de Europese Unie erkend. Bosnië-Herzegovina stond toen voor de moeilijke keuze om ook de onafhankelijkheid uit te troepen of zich aan te sluiten bij het ‘Groot-Servië’ van Milosevic. De keuze voor onafhankelijkheid betekende ongetwijfeld het kiezen voor een oorlog met Milosevic. Ondanks oproepen tot boycot van de verkiezingen en intimidatiepraktijken stemde de bevolking vrijwel unaniem voor de onafhankelijkheid.

Vanaf de dag waarop de resultaten van het referendum bekend werden gemaakt, 2 maart 1992, stevende Bosnië-Herzegovina, zoals verwacht, rechtstreeks op een burgeroorlog af. Servische paramilitairen namen al snel stellingen in Sarajevo in, en eind maart riep Karadzic in de Servische Autonome Gebieden eenzijdig de Bosnisch Servische Republiek (‘Republika Srpska’) uit. In juni riepen de nationalistische Kroaten van Mate Boban de ‘Kroatische Gemeenschap Herzeg-Bosna’ uit. Servische paramilitairen en Bosnische Serviërs vielen moslims in verschillende steden aan waarbij er doden vielen. Het federale Joegoslavische leger bombardeerde zelfs de stad Zvornik.

Ondanks de zeer gespannen toestand erkende de Europese Unie op 6 april 1992 Bosnië-Herzegovina als een onafhankelijk land. Ondanks de wapenboycot van de Verenigde Naties had het Joegoslavische leger zoveel wapens dat al snel ca. 70% van het Bosnische grondgebied veroverd werd.

De moslims en Bosnische Kroaten vochten aanvankelijk zij aan zij tegen de gemeenschappelijke vijand, maar de Kroaten hadden een dubbele agenda. Ook een opdeling van Bosnië-Herzegovina bij een Groot-Kroatië zou hun ook veel voordelen opleveren. Langzaamaan veranderde hun houding ten opzichte van de moslims en begin 1993 ontstonden er zeer gewelddadige gewapende conflicten tussen de moslims en de Bosnische Kroaten. Deze onderlinge strijd duurde tot 1994; onder druk van de Verenigde Staten besloten de twee vechtende partijen om weer te gaan samenwerken. Ondertussen werd de historische stad Sarajevo door de Serviërs constant aangevallen, wat duizenden mensen het leven kostte. Dit zou uiteindelijke leiden tot militair ingrijpen van de NAVO. In mei en augustus 1995 volgt er een kentering in de strijd toen de Kroaten met Amerikaanse steun de Serviërs uit Kroatië wisten te verdrijven. Tegelijkertijd nam het geweld in de Krajina, de grensstreek tussen Kroatië en Bosnië, enorm toe. Velen vluchtten richting Servië en de Republiek Srpska, achterna gezeten door het Bosnische leger. De Amerikanen vreesden voor enorme vluchtelingenstromen en zetten de Bosniërs onder druk om hun opmars te staken. Ook de val van Srebrenica en de daaropvolgende genocide van de Bosnische Serviërs bracht de strijdende partijen weer aan de onderhandelingstafel en op 21 november 1995 werd het vredesakkoord van Dayton gesloten. Toen pas werd ook goed duidelijk wat de gevolgen waren van de strijd: honderdduizenden doden en gewonden, en meer dan twee miljoen daklozen en vluchtelingen. De hele infrastructuur was verdwenen en elementaire zaken als schoon water, gas en elektriciteit waren bijna niet meer te krijgen.

Na het akkoord in 1995 zorgde de NAVO voor vrede in het gebied. De SFOR-troepenmacht zorgde ervoor dat er eindelijk een vrij stabiele situatie ontstond, en de Verenigde Naties droeg zorg voor een internationale politiemacht (International Police Task Force: IPTF), die de lokale politie weer op de been hielp. De OVSE organiseerde vanaf 1996 de verkiezingen en de UNHCR, de Vluchtelingen organisatie van de VN, kreeg de leiding om de terugkeer van de vele vluchtelingen in goede banen te leiden.

De huidige staat is verdeeld in een deel voor de Serviërs, de Republiek Srpska, en een deel voor de Kroaten en de Bosnjakken (Bosnische moslims), de Federatie van Bosnië en Herzegovina, de zogenaamde entiteiten.

Toch hebben alle burgers de mogelijkheid om te gaan wonen waar ze willen. De zwakke centrale regering wordt geleid door een presidium van drie mensen: een Bosnjak, een Kroaat en een Serviër.

De twee entiteiten hebben ieder hun eigen regering, president, leger en parlement. Verder ligt er in het noordoosten nog een apart district rond de stad Brcko, met zelfbestuur, maar wel vallend onder het centraal presidium.

De parlementsverkiezingen van 14 september 1996 gewonnen door de door moslims gedomineerde Partij voor Democratische Actie (SDA), die vervolgens Alija Izetbegovic als president van het driekoppige presidium mocht leveren. In januari 1997 werd de eerste federale Bosnische regering gevormd, waarbij de scheidslijnen tussen de partijen vooral langs etnische lijnen liepen.

Bij parlementsverkiezingen in 1998 konden in de centrale federatie de drie grootste etnische partijen, de Servische Democratische Partij (SDS), de Kroatische Democratische Gemeenschap (HDZ) en de SDA hun meerderheid niet behouden. De SDA vormde toen een coalitie met partijen die van het etnische principe in de Bosnische politiek afweken en die de ontwikkeling van Bosnië-Herzegovina als soevereine en democratische staat voorstonden.

De economische situatie van het land verbeterde ondertussen nauwelijks. Veel jongeren en beter opgeleiden emigreerden liever en veel vluchtelingen keerden niet terug uit het buitenland.

21e eeuw

Srebrenica Bosnie-Herzegovina

Foto:Michael Büker CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Op 21 juni verlengde de Veiligheidsraad het mandaat van de SFOR-vredesmacht en de 1600 man tellende politiemacht.

In maart 2000 werd er in Brussel een 'donor-conferentie' voor de Balkan gehouden, die de bedenkingen van de internationale wereld over de ontwikkelingen in Bosnië-Herzegovina niet kon wegnemen. Daarvoor verliepen de hervormingen te traag, was er nog veel te veel bureaucratie en werd het land geteisterd door corruptie en smokkelpraktijken op grote schaal. De Hoge Vertegenwoordiger van de EU, Wolfgang Petritsch, onderstreepte herhaaldelijk de noodzaak van staatsvorming. Na de verkiezingen in Kroatië, januari 2000, en de val van Miloseviæ op 5 oktober, leken de kansen op de door de Europese Unie gewenste staatsvorming dichterbij te komen.

Het Joegoslavië-tribunaal deed van zich spreken met veroordelingen van de Kroatische generaal Blaskic en de Bosnische Kroaten Kordic en Cerkez. Ook werd het proces tegen generaal Radislav Krstic, medeverantwoordelijk gehouden voor de massamoord op ruim 7000 moslimmannen, geopend.

In 2000 keerden meer dan 20.000 vluchtelingen terug naar Bosnië-Herzegovina, maar door de slechte economische toestand bleven ruim 300.000 vluchtelingen vooralsnog in het buitenland wonen. Belangrijk voor de vluchtelingen was de uitspraak van het Constitutioneel Hof dat Serviërs, moslims en Kroaten overal in Bosnië-Hercegovina over gelijke rechten beschikten. Tot dan hadden Serviërs in de Republika Srpska en de moslims en Kroaten binnen de Federatie ieder een aparte status.

Op 22 juni 2000 aanvaardde het parlement de nieuwe regering van de partijloze premier Spasoje Tusevljak, die het herstel van de deplorabele economie als zijn belangrijkste taak zag. In april bleek wederom de verdeeldheid langs etnische lijnen bij lokale verkiezingen en ook de parlementsverkiezingen in november bevestigden dit beeld van politieke steun via etnische lijnen. Geen enkele partij behaalde een absolute meerderheid. De OVSE strafte diverse partijen voor het overtreden van de verkiezingsregels.

Op 14 oktober trad staatshoofd Izetbegovic af, en zijn plaats in het driekoppige staatspresidium werd ingenomen door Halid Genjac van de moslimse PDA.

OP bestuurlijk niveau ging het niet goed in Bosnië-Herzegovina. Begin 2001 werd de Kroaat Ante Jelavic uit het regerende driemanschap gezet vanwege vermeende obstructie van het multi-etnische bestuur. Wolfgang Petritsch, de Hoge Vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap, waarschuwde de Bosnische Serviërs dat zij hun obstructie tegen de federale staat Bosnië moesten staken. Politieautoriteiten werden op beschuldiging van corruptie vaak ontslagen.

Zlatko Lagumdzija werd in juli door het regerende driemanschap tot premier gekozen als vervanger van de afgetreden Bozidar Matic. De gematigde Kroaat Jozo Krizanovic trad toe tot het driemanschap ter vervanging van Ante Jelavic.

In november werd voormalig president Milosevic van Joegoslavië beschuldigd van het plegen van genocide begaan tijdens de Bosnische oorlog. Ex-presidente van de Servische Republiek Biljana Plavsic gaf zich vrijwillig aan. In juni werd de van oorlogsmisdaden verdachte Moslim Fikret Abdic gearresteerd.

De Bosnische Serviër Stevan Todorovic werd tot tien jaar celstraf veroordeeld, maar drie Bosnische Kroaten werden in hoger beroep vrijgesproken van de moord op honderden Moslims bij het dorp Ahmici in 1993. De Bosnisch-Servische generaal Radislav Krstic kreeg uiteindelijk 35 jaar gevangenisstraf voor zijn aandeel in de volkerenmoord bij de Moslimenclave Srebrenica. Drie generaals tijdens de oorlog, Hadzihasanovic, Alagic en Kubura, werden naar Den Haag overgebracht.

De sociaal-economische situatie verbeterde in 2001 nauwelijks. Meer dan 80% van de bevolking leefde nog steeds onder de armoedegrens en corruptie en smokkel behoorden tot de belangrijkste economische handelingen. De informele economie omvatte 40 tot 60% van alle economische activiteit. In juni werd de belangrijkste spoorlijn tussen Kroatië en Bosnië heropend.

Meer dan 30.000 vluchtelingen keerden terug naar de Moslim-Kroatische Federatie en 18.000 naar de Servische Republiek.

De VN-Veiligheidsraad verlengde in juli 2002 het mandaat voor de internationale politiemissie. De uit meer dan 1500 man bestaande missie had het trainen van de multi-etnische politie als taak.

Op 12 februari 2002 werd in Den Haag het proces tegen Slobodan Milosevic geopend. Een reeks van vooraanstaande personen werd opgeroepen om tegen de voormalige president van Joegoslavië te getuigen, onder andere Paddy Ashdown en Ibrahim Rugova, president van Kosovo. Ex-presidente van de Republika Srpska Biljana Plavsic wilde echter niet tegen Milosevic getuigen.

Bosnie-Herzegovina Joegoslavie Tribunaal Den Haag Foto:Julian Nitzsche

Foto:Julian Nyca CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

In mei 2002 kwam de voormalige, van oorlogsmisdaden verdachte, vice-premier van Joegoslavië Nikolai Sainovic aan in Den Haag. In juli 2002 werd een nieuw massagraf bij Zvornik ontdekt met waarschijnlijk meer dan 100 Srebrenica- slachtoffers.

De verkiezingen voor het federale parlement werden glansrijk gewonnen door nationalistische partijen als de Servische SDS, de Kroatische HDZ en de SDA van de Moslims. Er was opnieuw duidelijk gestemd langs etnische lijnen, wat uiteraard de staatsvorming niet bevorderde.

Op 2 april trad de voorzitter van het leidende driemanschap in Bosnië-Herzegovina, Mirko Sarovic, af vanwege mogelijke betrokkenheid bij illegale wapenleveranties aan Irak. De benoeming van zijn opvolger, Borislav Paravac, bevestigde de verslechterende verhoudingen tussen de etnische groepen.

In juli vond in Srebrenica werden 282 slachtoffers van het Srebrenica-bloedbad in 1995 herbegraven. De stoffelijke resten van 5000 slachtoffers waren sinds 1995 teruggevonden en 1620 lichamen waren geïdentificeerd.

In november 2003 bezocht de president van Servië en Montenegro, Svetozar Marovic, de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Hij bood in het openbaar zijn excuses aan voor misdaden die in de oorlog in Bosnië (1992-1995) door Serviërs waren begaan. Het bezoek maakte deel uit van pogingen om de betrekkingen tussen beide landen te verbeteren.

In oktober overleed de 78-jarige voormalige moslim-president van Bosnië-Hercegovina, Alija Izetbegovic, een van de ondertekenaars van het Dayton-akkoord.

Biljana Plavsic, ex-presidente van de Servische Republiek in Bosnië, werd in februari 2003 door het Joegoslavië-tribunaal veroordeeld tot 11 jaar cel. De Bosnische Serviër Milomir Stakic werd veroordeeld tot levenslang wegens misdaden tegen de menselijkheid. Het was voor het eerst dat het tribunaal levenslang oplegde.

Voor zijn rol in Srebrenica werd de Bosnische Serviër Momir Nikolic tot 27 jaar gevangenisstraf veroordeeld. De Bosnische Serviër Dragan Nikolic kreeg een gevangenisstraf van 23 jaar opgelegd. Nikolic was de eerste verdachte die door het tribunaal in 1994 werd aangeklaagd.

Nog steeds werden massagraven uit de periode van de burgeroorlog blootgelegd, maar men slaagde er nog steeds niet in de twee hoofdverdachten, Radovan Karadzic en Ratko Mladic, te arresteren.

De economie groeide in 2003 met ruim 3%, een daling ten opzichte van 2002. De noodzakelijke hervormingen werden ook nu door etnische rivaliteit gehinderd.

Op 5 oktober 2002 werden opnieuw algemene verkiezingen gehouden, de eerste die door de BiH autoriteiten zelf werden georganiseerd, in plaats van door de OVSE. Ter vergroting van de slagkracht werd het mandaat van de nieuwe bestuurders, zowel op nationaal als entiteitsniveau, uitgebreid van twee naar vier jaar. Het aantal geregistreerde kiezers bedroeg 2,35 miljoen. Opmerkelijk was de daling van aantal geregistreerde out-of-country voters van 230.000 (in november 2000) naar 58.000. Nederland stuurde 15 korte-termijnwaarnemers.

De opkomst was laag, circa 55%. Met name jongeren lieten de stembus links liggen. De uitslag toonde een grote nederlaag voor de multi-etnische en hervormingspartij SDP, leider van de Alliantie voor Verandering. SDA, SDS en HDZ – de drie grote nationalistische partijen die de eerste vrije verkiezingen in BiH in 1990 wonnen en tot 1998 (SDS) respectievelijk 2000 (SDA en HDZ) de binnenlandse politiek in hoge mate domineerden – keerden samen terug in het staatspresidium.

Pady Ashdown Bosnie-Herzegovina

Foto:Financial Times photos CC Attribution 2.0 Generic no changes made

Toenmalig Hoge Vertegenwoordiger van de VN Paddy Ashdown interpreteerde de uitslag niet als een terugkeer naar het ‘oude’ nationalisme, maar als een protest tegen het gebrek aan verbeteringen die de vorige regering had gerealiseerd. Na een moeizame kabinetsvorming trad in het voorjaar van 2003 een nieuwe regering aan, waarin vooral de drie oude nationalistische partijen SDA, HDZ en SDS de dienst uitmaakten.

In december 2004 zag HV Ashdown zich genoodzaakt een aantal functionarissen in de RS uit hun ambt te verwijderen die niet voldoende met het Joegoslavië -tribunaal samenwerkten. Samenwerking met het tribunaal (opsporing en arrestatie van verdachten van oorlogsmisdaden, het medewerking verlenen aan onderzoek, het bestrijden van de criminele netwerken die de verdachten ondersteunen) is een internationale verplichting voor BiH, waarop ook de NAVO en de EU sterk de nadruk leggen. De prestaties in de RS op dit terrein zijn door de hoge internationale druk en de sancties van de HV wel verbeterd.

HV Schwarz-Schilling heeft bij zijn aantreden in januari 2006 aangegeven zijn ‘Bonn powers’ nog slechts in zeer beperkte gevallen te willen gebruiken. De Bosnische autoriteiten moeten nu zelf verantwoordelijkheid krijgen en nemen voor de verschillende hervormingsprocessen. Politiek wordt in BiH nog steeds voornamelijk op etnische basis bedreven. Belangrijke hervormingen op het gebied van onderwijs, publieke omroep, en politie ondervinden daardoor sterke vertraging of komen zelfs geheel stil te liggen.

De verkiezingen in 2006 en 2008 worden gewonnen door nationalistische partijen en verlopen volgens etnische lijnen. In juli 2008 gaat de bevolking van Sarajevo de straat op bij het nieuws van de arrestatie van Karadzic. In maart 2009 wordt Valentin Inzko de nieuwe Hoge Vertegenwoordiger van de VN. In februari 2010 wordt door de Bosnische Serviërs een wet aangenomen die het gemakkelijker maakt om referendums te houden over nationale kwesties. Dit wordt gezien als een potentiële mogelijkheid om de weg vrij te maken voor een Bosnisch Servische Republiek. De verkiezingen in 2010 leveren geen duidelijke winnaars op. In mei 2011 wordt de Bosnisch-Servische Rtako Mladic in Servië gearresteerd, hij is één van de meest gezochte verdachte van oorlogsmisdaden. Eind 2011 komen de partijen overeen een nieuwe centrale regering te vormen. In januari 2012 wordt de Kroaat Vjekoslav Bevanda premier. In mei 2012 begint het proces tegen Mladic bij het Joegoslaviëtribunaal. In februari 2014 zijn er onlusten vanwege protesten tegen corruptie en hoge werkloosheid. In mei 2014 wordt het land getroffen door de grootste overstroming van de moderne tijd, meer dan een half miljoen mensen moeten hun huis verlaten. In oktober wint de partij van de democratische actie de verkiezingen. Denis Zvizdic wordt in februari 2015 de nieuwe premier. In februari 2016 vraagt Bosnië- Herzegovina officieel om toetreding tot de EU. In maart 2016 wordt de voormalige leider Karadcic schuldig bevonden door het VN-tribunaal in Den Haag aan genocide en oorlogsmisdaden en veroordeeld tot 40 jaar gevangenisstraf. In november 2017 wordt Mladic na een langdurig proces schuldig bevonden aan genocide en misdaden tegen de menselijkheid en veroordeeld tot levenslang.

Bevolking

Samenstelling en spreiding

Bosnische Volksdansen

Foto:Snapshots Of The Past CCAttribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Vóór de burgeroorlog van 1992-1995 bestond 44% van de bevolking uit Bosnische moslims (nu Bosnjakken), 31% uit Serviërs, 17% uit Kroaten, 6% uit 'Joegoslaven' en voor de resterende 2% uit Montenegrijnen, Roma, Albanezen en Oekraïners. Tegenwoordig is de verdeling ruwweg: 50% Bosnjakken (de religie-neutrale benaming van de groep die eerder onder de noemer moslims viel), 31% Serviërs, 15% Kroaten en 4% overigen.

Vóór de oorlog woonden de verschillende bevolkingsgroepen verspreid over het hele land en bestonden vooral in de grotere steden veel gemengde wijken. Tegenwoordig kent het land een sterke segregatie: de Bosnjakken wonen vooral in het noordwesten en in het centrum, de Kroaten in het westen, het uiterste noordoosten en in het centrum, de Serviërs in het noorden en het oosten.

De Roma (vroeger zigeuners genoemd) wonen als sinds de 14e eeuw in Bosnië-Herzegovina. Zij vormen met enkele tienduizenden personen de grootste minderheid in het land.

In 1941 werd het grootste deel van de joodse gemeenschap gedeporteerd en vermoord. Op dit moment leven er in Bosnië nog tussen 500-1000 joden.

Men schat dat als gevolg van het oorlogsgeweld en de politiek van etnische zuivering in de oorlog, ca. 60% van de toenmalige bevolking van huis en haard verdreven werd. Meer dan 250.000 vluchtelingen zijn gedood of worden vermist. Ca. 1,3 miljoen mensen vluchtten binnen Bosnië-Herzegovina en 1,2 mensen vluchtten naar het buitenland.

Na de oorlog keerden velen weer terug, maar stuitten op nieuwe moeilijkheden. Vluchtelingen die terugkeerden naar plaatsen waar hun etnische gemeenschap in de meerderheid was, hadden nog het minste probleem. Mensen die echter terugkeerden naar gebieden die door de oorlog een andere etnische meerderheid hadden gekregen, waren daar nu in de minderheid. Ook van de overheid hadden deze mensen weinig te verwachten.

Jonge gezinnen met kleine kinderen trokken massaal van het platteland naar de stad. Vanaf de ondertekening van het Dayton-akkoord tot eind februari 2002 keerden 834.000 ontheemden en vluchtelingen terug. Men schat dat ca. 700.000 ontheemden nooit meer zullen terugkeren naar Bosnië-Herzegovina.

Veel gezinnen zijn onvolledig doordat de man is omgekomen; vrouwen en kinderen zijn vaak zwaar getraumatiseerd. Hulp voor deze mensen schiet tekort.

Demografische gegevens

In Bosnië-Herzegovina woonden in 2017 3.856.181 miljoen mensen. De bevolkingsdichtheid bedraagt ca. 75 inwoners per km2.

De bevolkingsgroei bedroeg in 2017 -0,16%.

De gemiddelde levensverwachting bedraagt voor mannen 73,9 jaar en voor vrouwen 80,3 jaar.

Bevolkingsopbouw: 0-14 jaar 13,3% , 15-64 jaar 72,3% , 65+ 14,4%. (2017)

Bosnië-Herzegovina heeft een geboortecijfer van 8,8 geboortes per 1000 inwoners en een sterftecijfer van 10 per 1000 inwoners. (2017)

De zuigelingensterfte bedraagt 5,5 kinderen per 1000 levendgeborenen. (2017)

Taal

Bosnische Taal

Foto:Publiek domein

Om elke bevolkingsgroep tevreden te stellen telt Bosnië-Herzegovina sinds 1991 drie officiële talen: Bosnisch, Servisch en Kroatisch, drie varianten van het Servo-Kroatisch, die onderling nauwelijks verschillen, te vergelijken met de verschillen die er zijn tussen het Engels en het Amerikaans.

Het Servo-Kroatisch is een Slavische taal en verwant aan het Sloveens, Macedonisch, Bulgaars, Pools, Tsjechisch, Slowaaks, Oekraïens en Wit-Russisch. Het Servisch (Ekavski) en het Kroatisch (Jekavski) zijn in feite dialecten van elkaar. Het verschil zit in het feit dat veel Kroatische woorden waar een letter ‘j’ of de klank ‘ij’ voorkomt in de eerste lettergreep een Servisch equivalent kennen, maar dan zonder deze letter(s).

Enkele voorbeelden:

NederlandsServischKroatisch
rivierrekarijeka
melkmlekomlijeko
kinddetedijete
linkslevolijevo
mooilepolijepo
presidentpredsednikpredsjednik
DuitslandNemackaNjemacka

Het Bosnisch kent veel Turkse woorden, een overblijfsel uit de Turkse overheersing. Serviërs en Kroaten hebben hun taal meer gezuiverd om zich van de andere te talen te kunnen onderscheiden.

Het Servisch wordt vaak in het cyrillische schrift (het Bosancica) geschreven; Bosnisch en Kroatisch in het Latijnse.

Het cyrillische schrift stamt uit de negende eeuw en werd ontworpen door twee Byzantijnse missionarissen, Sint Cyrillus en Sint Methodius. Het cyrillische schrift is gebaseerd op Griekse en Hebreeuwse letters.

Veel voorkomende namen in Bosnië-Herzegovina

Moslim-meisjes: Azra, Ira

Servische meisjes: Nina, Radmila

Kroatische meisjes: Silvija, Natalia

Moslim-jongens: Aziz, Damir

Servische jongens: Dragan, Milan

Kroatische jongens: Franjo, Danko

Godsdienst

Drie Geloven Bosnie

Foto:Mazbln Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Over het algemeen geldt dat de Bosnjakken de islam (40% van de bevolking) als godsdienst hebben, wat zijn oorsprong heeft in de eeuwenlange overheersing door Ottomanen, de Kroaten rooms-katholiek (15%) zijn en de Serviërs Servisch-Orthodox (31%). Kenmerkend voor Bosnië-Herzegovina is het feit dat het geloof de etnische identiteit benadrukt.

Vier procent van de bevolking is protestant en de overige tien procent is joods, niet religieus of een andere religie.

De religieuze praktijk staat bij alle godsdiensten op een vrij laag pitje, veroorzaakt door het communistische regime, toen religie werd ontmoedigd. Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw kent de religieuze praktijk weer een opleving, met name onder de jonge Kroaten in Herzegovina.

In de oorlog werden honderden moskeeën en andere heilige plaatsen verwoest. Ook ca. 200 katholieke en 30 orthodoxe kerken werden in die periode verwoest. Nog steeds is het zo dat in gebieden waar men een etnische of religieuze minderheid vormt, het belijden van de eigen godsdienst niet altijd gewaardeerd wordt, soms uitlopend op geweld.

Medjugorje is een bergdorp in het zuidwesten van Bosnië-Herzegovina. Het werd wereldberoemd door een reeks verschijningen van Maria die er sinds 1981 zouden hebben plaatsgevonden. Sindsdien is het een bekend bedevaartsoord geworden. De Katholieke Kerk heeft dit bedevaartsoord tot nu toe niet erkend.

Samenleving

Staatsinrichting

Presidentieel Gebouw Serajevo

Foto:Ex13 Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Bosnië-Herzegovina is sinds 1992 een onafhankelijk land. Volgens het vredesakkoord van Dayton (1995) is het een federatieve republiek, bestaande uit twee autonome deelstaten of 'entiteiten': de Moslim-Kroatische Federatie (51% van de oppervlakte) en de Bosnisch-Servische Republiek (Republika Srpska, 49%). Beide deelstaten hebben een eigen president, regering en parlement.

De drie leden van het staatspresidium, een Moslim en een Kroaat uit de Federatie en een Serviër uit de Republika Srpska, worden rechtstreeks gekozen door de leden van de drie grootste etnische groepen. Het presidentschap rouleert elke acht maanden onder de leden van het presidium.

De Europese Unie en de Verenigde Naties houden toezicht op de naleving van het vredesakkoord en hebben de bevoegdheid bestuurders te ontslaan.

De vele duizenden NAVO-manschappen van SFOR moeten nieuwe vijandigheden voorkomen. Hoge Vertegenwoordiger Ashdown paste op 2 april 2003 de grondwetten van de Servische Republiek en de Moslim-Kroatische federatie aan door de controle op de legers van beide entiteiten te verplaatsen naar het staatspresidium.

De centrale regering van Bosnië-Herzegovina bestaat twee kamers met wetgevende macht (de Volkskamer met 15 leden en het Huis van Afgevaardigden met 42 leden), een driekoppig Presidium, een Ministerraad, een Constitutioneel Hof en een Centrale Bank. Al deze organen zijn gebaseerd op het principe van etnische gelijke vertegenwoordiging. De centrale regering is verantwoordelijk voor buitenlands beleid, buitenlandse handel, invoerrechten, immigratiebeleid, monetaire politiek, internationaal recht, luchtvaart, communicatie, de financiering van de regering en het aangaan van overeenkomsten met andere staten of internationale organisaties. Beide entiteiten hebben eigen legers, die echter onder gezag van het Presidium van Bosnië-Herzegovina staan.

De Moslim-Kroatische Federatie heeft een wisselend presidentschap. De wetgevende macht in de Federatie bestaat uit twee kamers: het Huis van Afgevaardigden van de Federatie (140 zetels) en de Volkskamer (30 Moslims, 30 Kroaten en 20 anderen).

De Republika Srpska heeft een president en een vice-president, die direct wordt gekozen voor een termijn van vier jaar. De Nationale Assemblee van de Republika Srpska wordt gekozen op basis van evenredige vertegenwoordiging en telt 83 leden. Voor de huidige politieke situatie, zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

Bosnie-Herzegovina Administratieve Indeling

Foto:Bennet Schulte Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Bosnië-Herzegovina is verdeeld in tien kantons met elk een eigen parlement en bestuur. Alle functies en bevoegdheden die in het Akkoord van Dayton niet expliciet aan de centrale instituties van Bosnië-Herzegovina zijn toegeschreven, vallen toe aan de entiteiten.

Binnen de Moslim-Kroatische Federatie geldt dat functies en bevoegdheden die niet expliciet aan haar zijn toegeschreven vallen onder de kantons.

kantonhoofdstadoppervlakteaantal inwoners
Bosansko-PodriniskiGoražde505 km236.000
HercegbosanskiLivno4.934 km284.000
Hercegovacko-NeretvanskiMostar4.401 km2218.000
PosavskiOrašje325 km244.000
SarajevoSarajevo1.277 km2402.000
SrednjebosanskiTravnik3.189 km2241.000
TuzlanskiTuzla2.649 km2515.000
Unsko-SanskiBihac4.125 km2308.000
Zapadno-HercegovackiLjubuški1.362 km282.000
Zenjcko-DobojskiZenica3.343 km2400.000

Onderwijs

Mostar Universiteit

Foto:Yerevani Axjik CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Kinderen nemen vanaf hun zevende jaar verplicht deel aan het acht jaar durende basisonderwijs. Na het basisonderwijs kunnen ze kiezen voor drie of vier jaar voortgezet onderwijs, eventueel gevolgd door een beroepsopleiding. Het universitair onderwijs duurt 4-6 jaar met eventueel een verdere specialisatie. Bosnië-Herzegovina heeft vier universiteiten. De Universiteit van Sarajevo (1949) is de oudste, die van Mostar, Tuzla en Banja Luka werden allen opgericht in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

De beide entiteiten hebben ieder een eigen ministerie van Onderwijs, terwijl ook in alle kantons Kroatisch en Bosnjaks onderwijs gegeven wordt.

Om het nog ingewikkelder te maken hebben ook alle kantons weer hun eigen wetgeving die het onderwijs regelt. De scholen in de Bosnjakse kantons werekn met federale schoolmaterialen; in de Kroatische kantons worden leermiddelen uit Kroatië gebruikt.

In de Republiek Srpska wordt het onderwijs volledig geregeld door het ministerie van Onderwijs.

In het district Brcko zorgt vernieuwende wetgeving ervoor dat de leerlingen van verschillende nationaliteiten samen les krijgen. Ze moeten dan bijvoorbeeld vaktermen in drie verschillende talen leren en beide alfabetten kunnen gebruiken. De bedoeling is om dit soort onderwijs steeds vaker centraal te regelen en decentraal in te voeren.

In april 2002 werd met de ondertekening van het zgn. Mrakovica-Sarajevo Akkoord een compromis gesloten over een aantal constitutionele amendementen, waarover was onderhandeld naar aanleiding van een uitspraak van het Constitutionele Hof twee jaar eerder. In de grondwet werd het principe opgenomen dat BiH drie constituerende bevolkingsgroepen heeft. Deze nieuwe grondwettelijke bepaling heeft verstrekkende gevolgen, omdat hiermee de politieke vertegenwoordiging wordt geregeld van de drie bevolkingsgroepen in die gebieden waar zij een minderheid vormen (dus bijvoorbeeld een verplichte opname van Moslims in het parlement van de RS en andersom van Serviërs in het parlement van de Federatie). De regeringen die worden gevormd op basis van de verkiezingsuitslag van 5 oktober 2002 zijn de eerste waarop de nieuwe regels van toepassing zijn.

Srebrenica

De oorlog van 1992 tot 1995 op Bosnisch grondgebied kreeg voor Nederland een uiterst onaangename nasleep door de tragische val van de moslimenclave Srebrenica in 1995.

Nederlandse VN-soldaten zouden deze zogenaamde ‘safe area’ beschermen, maar ondanks dat werden ca. 7500 moslims door de Bosnische Serviërs vermoord. In 2002 verscheen het lang verwachte NIOD-rapport, waarvan de conclusies het kabinet van premier Kok dwongen om af te treden. Opperbevelhebber Van Baal trad na zware druk eveneens af.

Economie

Algemeen

Bosnie-Herzogevina Export

Foto:R Haussmann, Cesar Hidalgo, et. al. CC3.0 Unported no changes made

Bosnië-Herzegovina is op economisch gebied lang een achtergebleven gebied geweest. Bosnië-Herzegovina was een land van boeren, met heel veel kleine, nauwelijks levensvatbare bedrijfjes. Bosnië-Herzegovina behoorde samen met Macedonië tot de armste landen van het voormalige Joegoslavië. Pas na de Tweede Wereldoorlog verbeterde de economische situatie door de sterke bevordering van de industrie en de exploitatie van bodemschatten als steenkool, bruinkool, lood, zilver en mangaan.

Door de burgeroorlog werd de moeizaam opgebouwde economie weer volledig verwoest. Ca. 80% van het industriële potentieel werd vernietigd en op het platteland werden grote stukken grond onbruikbaar voor de landbouw door de mijnen. Bovendien was de infrastructuur grotendeels verdwenen en bijna de helft van de bevolking gevlucht.

Meteen na het Dayton-akkoord begon men echter weer met de wederopbouw, flink geholpen door internationale donors. Zij stelden 1,5 miljard dollar beschikbaar voor projecten.

Ondanks deze forse steun bleef het kwakkelen met de economie, niet in het minst door de voortdurende smokkelpraktijken en de corruptie in alle lagen van de maatschappij. De gespannen situatie tussen de diverse bevolkingsgroepen verhindert een succesvolle samenwerking, die nodig is om de economie weer vlot te trekken. Door dit alles is nog bijna de helft van de beroepsbevolking werkloos en een nog groter percentage van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Het enige lichtpuntje in deze situatie is dat veel van de werklozen deel nemen aan de informele economie, waar zeel veel geld in omgaat. De overheid heft nu als taak om al die banen in de formele economie op te nemen, waardoor de economie weer kan aantrekken.

Gastarbeiders

Al vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw zochten veel Bosnische Joegoslaven werk op de Nederlandse en Duitse arbeidsmarkt. Hierdoor nam de werkloosheid in eigen land sterk af, maar had ook een negatief effect op de kwaliteit van de arbeid en de arbeidsproductiviteit in Bosnië zelf.

Het geld dat naar het eigen land werd teruggestuurd zorgde er echter wel voor dat de positie van de gezinnen in Bosnië verbeterd werd en de betalingsbalans op orde gebracht kon worden.

Economische sectoren

Bosnie-Herzegovina Infrastructuur

Foto:Eao-be CCNaamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported no changes made

Ca. 13.000 km2 landbouwgrond (vooral in de Sava- en Drinavalleien) wordt ingenomen door weiden van matige kwaliteit; ongeveer evenveel landbouwgrond is in gebruik voor akker- en tuinbouw, met als voornaamste producten tarwe, maïs, aardappelen, suikerbieten, tabak en druiven. De fruitteelt (vooral pruimen, waarvan de helft wordt omgezet in sterke drank) concentreert zich in Centraal- en Noord-Bosnië, in de poljes wordt tabak verbouwd, wijngaarden liggen overwegend in Herzegovina. De landbouw is overwegend kleinschalig en weinig efficiënt.

Ca. 35% van het land is bedekt met bossen. Vandaar dat de bosbouw een belangrijk deel van het nationaal product levert.

Er is verder nog wat metaal-, textiel-, chemische, suiker- en tabaksindustrie. De belangrijkste voorraden ijzererts bevinden zich in Bosnië, één bij Vares, één bij Ljubija. De metaalindustrie en de mijnbouw hebben door de aanwezigheid van vele grondstoffen in principe veel potentieel, maar dienen snel gemoderniseerd te worden. Samenwerking met buitenlandse bedrijven en het aantrekken van nieuw kapitaal is wel een voorwaarde. De industrie zal echter nooit opbloeien als de transportmogelijkheden niet verbeteren. De meeste wegen zijn zeer slecht en veel vaarwegen zijn nog gevaarlijk vanwege de mijnen.

De belangrijkste handelspartners voor de uitvoer zijn Italië, Kroatië, en Duitsland. De belangrijkste uitvoerproducten zijn industrieproducten (aluminium), grondstoffen, vervoermaterieel en machines.

De belangrijkste handelspartners voor de invoer zijn Kroatië, Slovenië, Duitsland en Italië. De belangrijkste invoerproducten zijn machines en vervoermaterieel, industriële producten, voedingsmiddelen en levende dieren.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Mostar Stari Most Bosnie-Herzegovina

Foto: BáthoryPéter CC Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported no changes made

Bosnië-Herzegovina is nog geen vakantiebestemming waar de toeristen massaal op afkomen, maar het land wordt wel steeds populairder, want heeft op gebied van natuur en cultuur zeer veel te bieden. Ook wintersporters kunnen in Bosnië-Herzegovina terecht, want rond de hoofdstad Sarajevo zijn voldoende moderne wintersportfaciliteiten. Maar ook rafters, kanoërs en bergbeklimmers komen in Bosnië-Herzegovina aan hun trekken.

Ten zuidoosten van Ljubuski liggen de Kravica-watervallen, die zich over een breedte van honderd meter 25 meter diep omlaag storten. De oude binnenstad van Mostar, bestaande uit pre-Ottomaanse, Oost-Ottomaanse, mediterrane en West-Europese architectonische kenmerken, en de brug van Mostar (Stari Most) boven de rivier Neretva, in de oorlog grotendeels vernield maar weer helemaal opgebouwd, staan op de werelderfgoedlijst van de UNESCO sinds 2005. Een andere brug die sinds 2007 is opgenomen op de Werelderfgoedlijst is die in de plaats Visegrad, de Mehmed Paša Sokolovicbrug over de rivier de Drina.

Sarajevo Bosnie-Herzegovina

Foto:Bjoertvedt Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Het meest bijzondere gebied van Sarajevo is het 15e-eeuwse oude stadsdeel Bašcaršija, het historische en culturele centrum van de stad en daarom dé attractie van Sarajevo. Bijzonder is de grote 16e-eeuwse moskee Gazi Husrev Bey, en de oudste orthodox-Servische kerk dateert uit de 14e eeuw. Skiën kan net buiten Sarajevo op de olympische pistes van Jahorina en Bjelasnica; snowboarders kunnen hun hart ophalen in de buurt van Vlasic.

Sutjeska Nationaal Park Bosnie-Herzegovina

Foto:Erwan Martin Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Het nationale park Sutjeska herbergt nog één van twee Europese oerbossen, Perucica genaamd. Andere nationale parken zijn Kozara en het moerasachtige Hutovo Blato. Kraljeva Sutjeska was een van de laatste plaatsen waar de Bosnische koningen zetelden en daarmee één bastion van Bosnische historie, met een middeleeuws fort, een Franciscaner klooster en een van de oudste moskeeën van het land.

Pocitelj Bosnie-Herzegovina

Foto:Mediha Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Pocitelj heeft een verbluffend mooie oriëntaalse architectuur en in de stad hangt nog een Ottomaanse sfeer. Bijzonder is ook dat hier de oudste kunstenaarskolonie van Zuidoost-Europa is gevestigd. Het meest opvallende bouwwerk is de Sahat-kula, een fort dat hoog boven de stad uittorent. Jajce, gelegen in het Servische gedeelte van Bosnië-Herzegovina, was een van de laatste bolwerken van de Bosnische koningen voordat in 1528 de Ottomanen binnenvielen; net buiten het centrum van het stadje stort een 22 meter hoge waterval zich in de rivier Pliva. Niet ver buiten Jajce ligt het Pliva-merengebied, een van de beste plekken ter wereld om te vliegvissen.

Neum is een badplaats aan de Adriatische zee, ideaal gelegen tussen de Kroatische steden Split en Dubrovnik en de beschutte baai van Neum heeft geen last van sterke zeewind. De Una is een prachtige rivier die een harmonieus geheel vormt met mens, vissen, vogels, wilgen, bruggen en oude molens.

Medjugorje Bosnie-Herzegovina

Foto:gnuckx in het publieke domein

Medugorje is een beroemde rooms-katholieke bedevaartplaats sinds er in 1981 een reeks verschijningen van Maria plaatsgevonden hebben. Een van de bekendste bouwwerken van Bosnië-Herzegovina is een oud Turks klooster nabij de stad Blagaj. Tvrdoš is een 15e-eeuws Servisch-Orthodox klooster in de buurt van de stad Trebinje, waar de originele 4e-eeuwse Romeinse funderingen nog te zien zijn. Prusac is de grootste islamitische bedevaartplaats in Europa, al meer dan 500 jaar komen bedevaartgangers naar de heilige plaats Ajvatovica.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

BOSNIE-HERZEGOVINA LINKS

Advertenties
• Bosnie-Herzegovina Vliegtickets.nl
• ANWB vakantie boeken Bosnie-Herzegovina
• Bosnie-Herzegovina Tui Reizen
• Rondreis Balkan
• Sarajevo Vliegtickets Tix.nl
• Djoser Rondreis Balkan
• Bosnië en Herzegovina Hotels
• Autoverhuur Sunny Cars Bosnië-Herzegovina
• Transport Bosnië - TTS Quality Logistics B.V

Nuttige links

Bosnië Reisstart (N)
Reisinformatie Bosnië en Herzegovina (N)
Startpagina Bosnië (N)
Telefoongids Bosnië Herzegovina

Bronnen

Campschreur, W. / Bosnië-Herzegovina : mensen, politiek, economie, cultuur, milieu

Koninklijk Instituut voor de Tropen : Novib

Gabrielpillai, M. / Bosnia and Herzegovina

Gareth Stevens Publishing

Milivojevic, J. / Bosnia and Herzegovina

Children’s Press

Phillips, D. / Bosnia and Herzegovina

Chelsea House Publishers

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt juni 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems