Steden ROEMENIE

ROEMENIE   

Oudheid en Middeleeuwen

Het hedendaagse Roemeense grondgebied werd in de eerste eeuw v.Chr. bewoond door de Daciërs, een Indo-Europees Thracisch volk. Dit volk was een naaste buur van de Romeinen die zich in de tweede eeuw n.Chr. bedreigd voelden door de steeds machtiger Daciërs, met name onder koning Decebalus. Keizer Trajanus had er twee veldtochten voor nodig om Decebalus uit te schakelen en de Daciërs te onderwerpen.
Hierna werd Roemenië overspoeld met kolonisten die zich vermengden met de autochtone bevolking. Tegen het einde van de derde eeuw vertrokken de Romeinen weer vanwege de steeds verder opdringende barbaren.

Nadat de Romeinen zich hadden teruggetrokken werd Roemenië bevolkt door verschillende nomadische volken als de Hunnen en de Visigoten, en vanaf de 7e eeuw door Slaven die vanuit het noorden het Roemeense grondgebied binnenvielen en zich vermengden met de Daco-Romeinen en de Magyaren die zich in de 9e eeuw vestigden in de Pannonische vlakte. In de 11e eeuw maakten zij het gebied ten noordwesten van de Karpaten tot een deel van het Hongaarse koninkrijk. Dit gebied zou later Transsylvanië gaan heten. Halverwege de 14e eeuw vormden zich de eerste Roemeense vorstendommen: Walachije (Roemeens: Tara Româneasca) en Moldavië (Moldova).

Ottomaanse overheersing

Vanuit het zuiden werden de jonge Roemeense staatjes aangevallen door een zeer machtige vijand, de Osmanen of Ottomanen (Turken) die in 1453 Constantinopel veroverden. Constantinopel werd de hoofdstad van het Osmaanse Rijk en centrum van de islam. Alleen door heel veel geld te betalen wisten de Roemenen te voorkomen dat hun grondgebied bezet werd. Verder werd de soevereiniteit van de sultan door de Roemeense vorsten geaccepteerd, waardoor ze hun eigen wetten, sociale instellingen en politieke organen mochten behouden. Dit is de belangrijkste reden dat er in Roemenië praktisch geen moskeeën te vinden zijn.

De economische druk op de Roemenen werd echter steeds groter, en het was dan ook niet vreemd dat de Roemenen zich telkens weer van de Turken probeerden te bevrijden. Dit lukte echter nauwelijks en duurde vaak maar een korte periode. Zo wist Stefan cel Mare in de 15e eeuw 48 jaar over Moldavië te regeren en tientallen veldslagen van de Turken te winnen. Michaël de Dappere (Roemeens: Mihai Viteazul) was de vorst van Walachije, en hij wist in 1600 de drie latere provincies van Roemenië, Transsylvanië, Walachije en Moldavië, onder zijn gezag te verenigen.

De Ottomanen bereikten het hoogtepunt van hun macht in de achttiende eeuw en verder zaten de Roemenen klem tussen het Habsburgse en Russische Rijk. De macht over Walachije en Moldavië werd nog eens bevestigd door de benoeming van een aantal Grieken als heersers over de genoemde koninkrijken. Deze Grieken waren afkomstig van de wijk Fanar of Fener in Istanbul en heetten daarom Fanarioten. Deze Fanarioten regeerden vanaf 1711 in Moldavië en vanaf 1716 in Walachije. Positief was de culturele bloeiperiode die door de Griekse invloeden ontstond. Ook werd de lijfeigenschap halverwege de achttiende eeuw afgeschaft en werden er belangrijke wettelijke en bestuurlijke hervormingen doorgevoerd.
In de loop van de achttiende eeuw verminderde de invloed van de Osmanen, maar nam de Russische invloed weer toe. In 1774 werd er een verdrag gesloten in Küçük Kaynarca, waardoor de Russen beschermheer werden van de orthodoxe christenen in het Osmaanse rijk. De Russen maakten van deze gelegenheid gebruik om het oostelijke deel van Moldavië (Bessarabië), te annexeren. Ondertussen stond Transsylvanië onder het bewind van de Habsburgers en werden de vele Roemenen gedomineerd door de Hongaarse aristocratie en Duitse burgers.
Rond 1700 gingen veel Roemeens-orthodoxe geestelijken een unie aan met de katholieke Kerk van Rome waardoor de Roemeense geestelijken dezelfde status hadden als de rooms-katholieken. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond er een beweging die streefde naar erkenning van de Roemenen als gelijkwaardige bevolkingsgroep. Deze beweging werd geleid door bisschop Inochentie Micu-Klein en stond bekend als de “Scoala Ardeleana” ofwel de Transsylvanische School. Een petitie, aangeboden in 1791 aan de Oostenrijke keizerin Maria Theresia, leverde echter niets op.

Russisch-Turkse overheersing

In 1821 startte vanuit Moldavië de Griekse strijd voor de onafhankelijkheid van het Osmaanse Rijk. Hierdoor geïnspireerd begon de militair Tudor Vladimirescu aan een opstand tegen de Griekse landsheren van de vorstendommen. Deze opstand leidde echter tot een Russisch-Turkse bezetting van geheel Roemenië, maar had wel als resultaat dat Walachije en Moldavië sinds 1821 weer werden bestuurd door inheemse vorsten.

Door het Verdrag van Adrianopolis in 1829 werd de Russische invloed steeds sterker en werden de Roemeense vorstendommen in feite Russische protectoraten en was de rol van de Turken uitgespeeld. De bevelhebber van de Russische troepen, Pavel Kiseleff, voerde begin jaren dertig van de 19e eeuw het “Regulament Organic” in, een soort grondwet. De Roemeense bevolking richtte zich in deze tijd steeds meer tot het westen en de revoluties die zich in 1848 in Europa voordeden, hadden ook invloed op de Roemeense vorstendommen.
De leiders van de revolutie in Roemenië heetten “pasoptisti” (achtenveertigers), en wilden een liberale grondwet en vergaande sociale hervormingen. De revolutie in Moldavië werd snel onderdrukt, maar in de Walachijse hoofdstad Boekarest bleef gedurende enkele maanden een revolutionaire regering aan de macht. Hierna werd Boekarest door een Turks expeditieleger bezet en de rest van Walachije door de Russen werd bezet. In Transsylvanië liep de revolutie uit op een etnisch conflict tussen de Hongaren, die onder leiding van Lajos Kossuth een onafhankelijke Hongaarse staat uitriepen, en de Roemeen Avram Iancu, die hier uiteraard fel tegen was.

Er ontstond een strijd tussen deze twee groepen waar alleen de Oostenrijkse overheersers van profiteerden. In 1849 dolven de revolutionairen het onderspit.

Roemenië onafhankelijk

De jaren daarna stonden in het teken van de strijd om eenwording van Moldavië en Walachije. Rusland verloor de Krim-oorlog en daardoor kwamen de Roemeense vorstendommen onder bescherming van de westerse mogendheden. De bedoeling was dat elk vorstendom een afzonderlijk land zou blijven en zo kon dienen als bufferstaatjes tussen Oostenrijk, Turkije en Rusland. De Roemenen waren hier echter fel op tegen en kozen in 1859 kolonel Alexandru Ioan Cuza tot heerser van zowel Walachije als Moldavië.

Hiermee werd de eenwording van de vorstendommen onder de naam Roemenië een feit. Cuza was een groot voorstander van sociale en politieke vernieuwingen maar kreeg nauwelijks tijd om zijn ideeën te verwezenlijken. In 1866 werd hij afgezet door een verbond van een groot aantal tegenstanders. Na Cuza kreeg Roemenië een buitenlands staatshoofd: vorst Carol I van Hohenzollern-Sigmarinen, die tot 1914 zou regeren en positieve invloed zou hebben op de ontwikkeling en modernisering van Roemenië.
In 1866 werd er ook een nieuwe grondwet aangenomen die tot 1923 van kracht zou blijven. Tijdens de Russisch-Turkse oorlog van 1877-1878 verklaarde Roemenië zich volledig onafhankelijk van Turkije en in 1881 erkenden ook de grote mogendheden de onafhankelijkheid van Roemenië. Hierna werd Carol tot koning gekroond. Transsylvanië had ondertussen zijn autonome status verloren door de vorming van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie in 1867.
Het officiële beleid in Hongarije was dat alle inwoners van het gebied als Hongaren beschouwd werden, dus ook de vele Roemenen die hier woonden. Ondanks deze situatie sloot men een zogenaamde “Triple Alliantie” met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, waardoor men hoopte tegenwicht te kunnen bieden tegen de Russische expansiedrift. Dat de relatie met Oostenrijk-Hongarije niet soepeltjes verliep mag duidelijk zijn. Het verbond werd dan ook angstvallig verborgen gehouden voor de gewone pro-Franse bevolking. De politieke verhoudingen zorgden in die periode voor een afwisseling van conservatieve en liberale regeringen.

Eerste en Tweede Wereldoorlog

De periode tot 1914 was er een van grote stabiliteit en vooruitgang, ondanks de vaak grote armoede waarin de boerenbevolking leefde. In 1907 brak er een grote boerenopstand uit die vele duizenden boeren het leven kostte. In de Eerste Balkanoorlog (1912-1913) bleef Roemenië neutraal, maar in de Tweede Balkanoorlog sloot men zich aan bij de coalitie tegen Bulgarije.
Roemenië verwierf na de Vrede van Boekarest in 1913 een aantal Bulgaarse districten, die echter bij het begin van de Tweede Wereldoorlog in 1940 weer moesten worden teruggegeven. In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit en Roemenië bleef aanvankelijk neutraal. In 1916 sloot men zich toch bij de geallieerden aan, waarbij men hoopte op de hereniging met Transsylvanië. De hoofdstad Boekarest werd door de Duitsers bezet, maar met behulp van Russische eenheden kon voorkomen worden dat het hele land werd bezet. Na de revolutie in hun land trokken de Russen zich terug uit de strijd, waarna Roemenië in mei 1918 gedwongen werd vrede te sluiten met de zogenaamde As-mogendheden Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Turkije. Toen de geallieerden de strijd leken te gaan winnen sloot men zich echter weer aan bij de geallieerden.

Na de oorlog verwierf Roemenië een groot aantal gebieden: Transsylvanië, de Banaat van Hongarije, Bucovina, en Bessarabië. Het grondgebied verdubbelde en heette vanaf toen Groot-Roemenië. De bevolking nam toe tot zestien miljoen personen die echter voor een derde uit niet-Roemenen bestond. In het Interbellum werd de macht afgewisseld tussen de Liberale Partij en de Boerenpartij. De industrialisatie kwam goed op gang waardoor industriële productie tussen 1923 en 1938 verdubbelde.
In 1923 werd er een nieuwe grondwet ingevoerd die vooral de belangen beschermde van de industriële en economische middenklasse. Verder vond er een grote landbouwhervorming plaats waardoor veel landbouwgrond overging van grootgrondbezitters naar kleine boeren. In de jaren dertig had ook de Roemeense economie veel te lijden van de wereldwijde economische crisis en ook de opkomst van dictatoriale regimes elders in Europa liet zijn sporen in Roemenië na. Koning Carol II stelde in 1938 een koninklijke dictatuur in en verbood alle politieke partijen. Pas ca. vijftig jaar later zou de parlementaire democratie in ere worden hersteld.

In de Tweede Wereldoorlog nam Roemenië aanvankelijk een neutrale positie in maar werd na het pact tussen Hitler en Stalin en de nederlaag van Frankrijk gedwongen grote delen van het land af te staan. Het noordoosten van Transsylvanië kwam bij Hongarije en Bessarabië en Noord-Bucovina werden de Sovjet-Unie ingelijfd. Als gevolg hiervan trad Carol II af en werd opgevolgd door zijn zoon Mihai, terwijl de feitelijke regeringsmacht in handen kwam van de militaire dictator Ion Antonescu.

Hij schaarde zich aan de kant van nazi-Duitsland en nam deel aan de oorlog met de Sovjet-Unie om zodoende de verloren gebiedsdelen terug te veroveren. Dit mislukte compleet en van het Roemeense leger bleef na de Slag om Stalingrad niet veel over. Om bezetting door de legers van de Sovjet-Unie te voorkomen probeerde de democratische oppositie tevergeefs vrede te sluiten met de geallieerden.
Op 23 augustus 1944 liet koning Mihai Antonescu arresteren en sloot Roemenië zich aan bij de geallieerden. Na de oorlog werd Roemenië niet tot mede-overwinnaar uitgeroepen en alleen Transsylvanië kwam weer bij Roemenië. Bessarabië en Bucovina bleven Sovjet-grondgebied. Het hele land was nu bezet door het Rode Leger en de communisten hadden de macht overgenomen. Alle democratische partijen werden verboden en de partijleiders belandden in de gevangenis. Op 30 december 1947 werd koning Mihai gedwongen om af te treden en op diezelfde dag werd de Volksrepubliek Roemenië uitgeroepen. Dictator Antonescu werd in 1948 geëxecuteerd door de communistische machthebbers van dat moment.

Volksrepubliek Roemenië

Door het communistische bewind raakte Roemenië volkomen geïsoleerd van het Westen. Het totalitaire regime werd een kloon van het Sovjet-model en in 1948 nam men een grondwet aan waarin alle macht in handen viel van de communistische partij. Banken en industriële ondernemingen werden genationaliseerd en alle particuliere initiatief werd afgewezen, ook op religieus en cultureel gebied.
De nadruk werd gelegd op de ontwikkeling van de (zware) industrie en dat maakte Roemenië op een gegeven moment tot een van de grootste staalproducenten ter wereld. Dat daarvoor kolen en ijzererts moesten worden ingevoerd, werd als volstrekt normaal ervaren. De landbouwgrond werd onder dwang onteigend en gecollectiviseerd.
Eind jaren veertig en in de jaren vijftig raakte Roemenië definitief verstrikt in het Sovjet-web. Honderdduizenden democraten werden gevangengezet of in werkkampen opgeborgen. En verzet daartegen werd met harde hand door de Securitate, de geheime dienst, de kop in gedrukt. De bevolking bleef al die tijd pro-westers gezind maar anti-communistische partizanen moesten hun strijd begin jaren zestig opgeven. De eerste naoorlogse leiders waren lid van de zogenaamde Moskou-groep: communisten, vaak niet eens etnische Roemenen, die lang in de Sovjet-Unie hadden gewoond en pas terugkeerden na de communistische machtsgreep.
Pas in 1952 kwamen de autochtone communisten aan de macht en werd de Moskou-groep op een zijspoor gezet door de partijleider Gheorghe Gheorghiu-Dej. In de jaren zestig brak er een periode van ontspanning aan. De levensstandaard ging wat omhoog, er kwamen meer consumptiegoederen op de markt, en op cultureel gebied was er zelfs contact mogelijk met het Westen. Op politiek gebied was er echter nog geen sprake van echte liberalisering, hoewel niet alle Sovjet-modellen meer werden nagestreefd. Ook ontstond weer een gespannen situatie tussen Gheorghiu-Dej en de Sovjetpartijleider Chroesjtjsov.

De Sovjets wilden dat Roemenië zich meer geen toeleggen op het produceren van landbouwproducten en grondstoffen aan de andere leden van het Oostblok. Gheorghiu-Dej weigerde dit plan door te voeren en nam zelfs afstand van de Sovjet-Unie. Hierna verlieten het Sovjetleger Roemenië en in 1964 nam de Roemeense communistische partij een officiële verklaring van onafhankelijkheid aan ten opzichte van de Sovjet-Unie.

Periode Ceausescu: het Duivelsrijk

In 1965 overleed partijleider Gheorghiu-Dej en hij werd opgevolgd door Nicolae Ceausescu. Eveneens in 1965 werd een nieuwe grondwet aangenomen waarin Roemenië werd uitgeroepen tot een socialistische republiek. Ceausescu’s beleid was om steeds zelfstandiger van de Sovjet-Unie te opereren; zo weigerde hij om troepen beschikbaar te stellen die in augustus 1968 een einde moesten maken aan de “Praagse lente”. Hierdoor werd hij populair bij de westerse mogendheden en ook de relatie met de Sovjet-Unie had nauwelijks te lijden van het beleid van Ceausescu. Men had goed door dat de communistische partij de machtigste zou blijven en dat Roemenië altijd lid van het Warschaupact zou blijven.

De periode van relatieve politieke dooi veranderde vanaf 1971 compleet na de bekendmaking van de zogenaamde “juli-thesen” van Ceausescu. Hierin werd een terugkeer naar de orthodox-communistische ideologie geëist en werd de functie “president voor het leven” in het leven geroepen. Ceaucescu liet zich hierna inderdaad tot president benoemen en in de jaren zeventig en tachtig kwam de Roemeense samenleving steeds meer onder de wurgende greep van de partij te staan en verstevigde Ceaucescu zijn greep op de partij. Hij kreeg zijn adviezen nog maar van een klein aantal getrouwen en steeds meer van zijn eigen familie.
Economisch ging de meeste aandacht uit naar de zware industrie en er werd veel geld gestoken in gigantisch dure projecten die niet ten goede kwamen aan het volk maar voornamelijk ter meerdere eer en glorie van hemzelf gerealiseerd werden. Ook besloot hij om de grote buitenlandse schuld versneld af te lossen. Alle invoer werd gestopt en alles werd gezet op de export van allerlei producten. Hierdoor stortte de economie totaal in en brak een donkere periode aan voor de Roemeense bevolking, een periode die ook wel bekend stond onder de drie f’s: Frica, foame, frig – angst, honger, kou.
Ondertussen werden er in de Sovjet-Unie onder Michail Gorbatsjov aanzienlijke hervormingen doorgevoerd die echter vooralsnog geen effect hadden in Roemenië. In de meeste andere socialistische landen kwam er een einde aan de alleenheerschappij van de communistische partijen, maar nog in november 1989 liet Ceaucescu zich weer tot partijleider kiezen. Het was echter duidelijk dat het nog maar een kwestie van tijd zou zijn dat de hele bevolking in opstand zou komen tegen de gehate dictator.

Op 15 december 1989 probeerde de geheime dienst van Roemenië, de Securitate, de gereformeerde etnisch-Hongaarse dominee László Tókës onder dwang over te plaatsen van zijn woonplaats Timisoara naar een provinciedorp. Hij werd echter beschermd door zijn parochianen en deze gebeurtenis groeide uit tot een rel die weer uitliep op een massale anti-communistische volksopstand in Timisoara.
Het leger en de veiligheidsdienst probeerden de opstand neer te slaan wat honderden mensen het leven kostte. Op 21 december sloeg de opstand over naar Boekarest en naar andere steden in Roemenië. Ceausescu en zijn vrouw probeerden het land te ontvluchten, maar werden door het leger, dat de zijde van het volk had gekozen, aangehouden en na een ‘proces’ ter dood veroordeeld en op 25 december geëxecuteerd.

Men denkt ook dat er tegelijkertijd een samenzwering in het paleis van de dictator heeft plaatsgevonden waar revolutionairen, partijbazen en dissidenten in verenigd waren (Front voor Nationale redding = FSN). Doordat snelle politieke hervormingen uitbleven, verlieten de dissidenten de FSN al snel en bleef het een partij van ex-commmunisten onder leiding van Ion Iliescu. In de eerste tijd na de revolutie was er veel sociale onrust. Zo verweet de democratische oppositie het FSN alle macht naar zich te hebben toegetrokken en daarop volgden verschillende demonstraties.

Jaren negentig

In Târgu Mures, een stad met veel Roemenen en Hongaren vonden in maart 1990 ernstige etnische rellen plaats waarbij ook doden vielen. Studenten demonstreerden tegen de deelname van de communisten aan de verkiezingen.
Op 20 mei 1990 werden de eerste vrije verkiezingen gemakkelijk gewonnen door de FSN onder leiding van Ion Iliescu, die daarna met een overweldigende meerderheid tot president gekozen werd. De studenten in Boekarest legden zich echter niet zomaar neer bij de overwinning van de FSN en demonstreerden gewoon verder. Het lukte de politie niet om het Universiteitsplein te ontzetten en Iliescu riep daarop de hulp van mijnwerkers uit het dal van de rivier de Jiu in. Deze grepen zeer hard in ten koste van zes doden en honderden gewonden, waardoor Roemenië in het buitenland een slecht imago kreeg.

Op 8 december 1991 werd er een referendum onder de bevolking gehouden waarin de nieuwe grondwet werd goedgekeurd. Toch waren er nog volop problemen om op te lossen. Zo bleven in Transsylvanië de etnische tegenstellingen het beeld beheersen en de economische problemen in Roemenië werden steeds groter, o.a. doordat de handel met de andere voormalige Oostbloklanden grotendeels was weggevallen. Ook waren er problemen ontstaan tussen president Iliescu en premier Petre Roman over het tempo van de hervormingen.
Dit leidde in 1992 tot een splitsing binnen het FSN. De Iliescu-aanhangers vormden het Democratisch Front van Nationale Redding 9FDSN), later de Partij van de Sociale Democratie in Roemenië (PDSR). De verkiezingen in 1992 werden gewonnen door de PDSR van Iliescu en hij werd voor de tweede keer tot president gekozen. De kandidaat van de verzamelde oppositiepartijen, Democratische Conventie van Roemenië (CDR), Emil Constantinescu, viste nu achter het net maar versloeg Iliescu wel in de verkiezingen van 1996.

De CDR werd de grootste partij en vakbondsleider Victor Ciorbea werd premier. Het volk had hier lang op gewacht, een overwinning van de democratische oppositie op de ex-communisten en hun nationalistische bondgenoten. Op 15 september 1996 werd er een verdrag tussen Roemenië en Hongarije gesloten waardoor er een betere verstandhouding ontstond tussen Hongarije en Roemenië en tussen de Hongaarse en Roemeense bevolkingsgroepen. De economische problemen bleven echter voortduren onder het bewind van premier Ciorbea. Hij werd dan ook al gauw vervangen door Radu Vasile die het echter ook niet lang volhield en opgevolgd werd door de partijloze Mugur Isarescu, de gouverneur van de Roemeense Nationale Bank.

21e eeuw

Veel Roemeense keizers wezen president Constantinescu aan als schuldige voor de economische ontwikkeling, maar het was toch een verrassing dat hij zich in het voorjaar van 2000 niet beschikbaar stelde voor een tweede termijn als president van Roemenië. In de opiniepeilingen had hij echter al een grote achterstand op zijn aloude rivaal Ion Iliescu.
Vanaf 1989 was het voor de Roemenen duidelijk dat ze lid wilden worden van zowel de Europese Unie als de NAVO. In 1995 werd het streven om lid te worden van de EU vastgelegd in de “Verklaring van Snagov”, die ondertekend werd door alle politieke partijen. In december 1999 volgden de eerste officiële onderhandelingen met de EU en Roemenië stelde zich ten doel om op 1 januari 2007 lid te zijn van de EU.
Wat de NAVO betreft was Roemenië in 1994 het eerste land dat de zogenaamde Partnership for Peace tekende onder groot enthousiasme van de bevolking. Roemenië verwachtte dan ook tijdens een top in Madrid in 1997 een uitnodiging om NAVO-lid te worden. Dit gebeurde echter niet en dat was een zware teleurstelling voor de Roemenen, te meer daar Hongarije, Polen en Tsjechië wel ter zijner tijd mogen toetreden.
De parlements- en presidentsverkiezingen van 26 november 2000 leverden een grote nederlaag op voor de zittende regering van Iliescu. De samenwerkende partijen onder de naam CDR 2000 haalden niet eens de kiesdrempel waardoor de regerende christen-democratische partij niet meer terug kwam in het parlement. De PDSR, de grootste oppositiepartij, behaalde 40% van de stemmen en vormde een minderheidsregering onder leiding van Adrian Nastase. Tweede partij werd de extreemrechtse partij Groot-Roemenië (PRM). De andere partijen die de kiesdrempel haalden waren de sociaal-democratische PD, de partij van etnische Hongaren UDMR, en de liberale PNL.

In de strijd om het presidentschap ging het tussen de zittende president Iliescu en de extreem-rechtse Corneliu Vadim Tudor. Pas na een noodzakelijke tweede ronde op 10 december 2000 wist Iliescu een ruime meerderheid te scoren (65%). De kiezers hadden wel sterk het idee dat ze tussen twee kwaden moesten kiezen, maar het gevaar om internationaal geïsoleerd te raken zorgde ervoor dat Tudor de verkiezingen niet kon winnen. Te hopen voor Iliescu valt dat de economische toestand van Roemenië onder zijn bewind behoorlijk zal verbeteren. President Iliescu benoemd in januari 2001 Adrian Nastase tot premier, die een minderheidsregering vormd met de gedoogsteun van de centrum-rechtse partijen. In mei 2001 werd koning Mihai ontvangen door Iliescu en hij woont thans weer in Roemenië.

De tweede ronde van de presidentsverkiezingen van 12 december 2004, werden gewonnen door de burgemeester van Boekarest, Traian Basescu (Alliantie voor Gerechtigheid en Waarheid, DA). De linkse premier Adrian Nastase van de Sociaal Democratische Partij (PSD) had de eerste ronde van de verkiezingen op 28 november gewonnen, maar had minder dan de vereiste 50% van de stemmen.

De nieuwe president benoemde de leider van het liberale deel van de Alliantie, Calin Popescu Tariceanu, als formateur. Het lukte Tariceanu een meerderheidsregering te vormen en op 29 december werd deze regering, bestaande uit de D.A. Alliantie, de UMDR en de PUR, geïnaugureerd. De regering heeft de steun van de 18 parlementariërs in het huis van afgevaardigden die andere minderheden dan de Hongaarse vertegenwoordigen. Spanningen binnen de coalitie uitten zich gedurende de zomer van 2005.

In augustus 2005 heeft premier Tariceanu een herschikking van zijn regering doorgevoerd. Vijf ministers werden vervangen, te weten de minister van Europese Integratie, de minister van Financiën, de minister van Gezondheidszorg, de minister van Staat en de vicepremier voor Economische Aangelegenheden. De nu ruim een jaar regerende coalitie is ondertussen in rustiger vaarwater gekomen.

Na de verkiezingen van november 2008 wordt Napoca Emil Boc de nieuwe regeringsleider. In 2009 slaat de kredietcrisis hard toe in Roemenië en schiet het IMF te hulp. In oktober 2009 verlaten de sociaaldemocraten de coalitie. Na verkiezingen in december wordt Traian Basescu en vormt Boc een nieuwe coalitie.

Premier van Roemenië is sinds 12 december 2012 Victor-Viorel Ponta. In maart 2014 vormt hij een nieuwe coalitie omdat de Nationale Liberale partij uit de coalitie stapte. In november 2014 Wint Klaus Iohannis de presidentsverkiezingen en verslaat Ponta. In november 2015 treedt Ponta af als premier na maandenlange verdachtmakingen van belastingontduiking en witwassen, uiteindelijk vanwege gebrekkige veiligheidsvoorzieningen bij een brand in een nachtclub waarbij 32 menden om het leven kwamen. Ciolos is tussenpaus als hoofd van een technocratische regering tot de parlementsverkiezingen van eind 2016.


ROEMENIE LINKS

Advertenties
• Cheaptickets Roemenië
• SRC Cultuurvakanties Roemenie
• Roemenie Vliegtickets WTC
• Roemenie Sawadee Reizen
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Boekarest Hotels
• Boekarest Vliegtickets Tix.nl
• Transport Roemenië - TTS Quality Logistics B.V
• Autoverhuur Sunny Cars Roemenië
• Eliza was here

Nuttige links

Dieren in Oost Europa (N)
Reisinformatie Roemenië (N)
Roemenië Middeneuropa (N)
Roemenië Reisbijbel (N)
Roemenië Reisforum (N)
Roemenië Reisstart (N)
Roemenië Startbelgië (N)
Roemenië Startkabel (N)
Romans over Roemenië (N)
Startpagina Roemenië-Vakantie (N)
Artikelen en Reisverhalen over ROEMENIE
  Roemeense Grammatica  Iasi Moldava Roemenië
  Reis via het zuiden van Polen Sl..

Bronnen

Bos, J.W. / Roemenië : mensen, politiek, economie, cultuur, milieu
Koninklijk Instituut voor de Tropen

Democratisering aan de Donau : Roemenië na de revolutie van 1989
Instituut voor Publiek en Politiek

Roemenië
Steunpunt Oost-Europa Projecten

Versteegen, J. / Roemenië
Gottmer

Williams, N. / Romania & Moldova
Lonely Planet

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt August 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems