Steden POLEN

POLEN   

Oudheid en vroege Middeleeuwen

In het neolithicum (4000-2000 v.Chr.) vestigden zich de eerste agrarische samenlevingen op het hedendaagse Poolse grondgebied en ontstonden er handelsroutes dwars door het dicht beboste land. In het laatste millennium voor, en enkele eeuwen n.Chr., bezetten diverse groepen zoals de Kelten, Skythen, Balten, Goten, Hunnen en vele Germaanse stammen het Poolse grondgebied, trokken meestal weer verder, maar en af en toe vestigden ze zich in deze streken. Het is vrijwel zeker dat ook de Slaven, de etnische groepering waartoe de Polen behoren, bij deze groepen zaten.
Diverse Slavonische stammen vestigden zich uiteindelijk tussen de Baltische Zee en de bergen van de Karpaten. Midden negende eeuw werden de Polanen (letterlijk: de mensen van het veld), die zich gevestigd hadden aan de oevers van de rivier de Warta bij het tegenwoordige Poznan, de dominante stam in deze regio. Hun legendarische hoofdman Piast slaagde erin om de verschillende stammen samen te brengen in een politieke eenheid en noemde de streek Polska, of Polen, naar de naam van de stam. De regio werd later bekend onder de naam Wielkopolska of Groot Polen. De vroegst bekende heerser was een afstammeling van Piast, graaf Mieszko I, die in 966 bekeerd werd tot het christendom.

Middeleeuwen

Deze dag wordt beschouwd als het formele begin van de Poolse staat. Tijdens het bewind van Mieszko werd ook de rest van de bevolking gekerstend en maakte hij gebruik van de kerk en van de adel om zijn gebied fors te vergroten. Zijn zoon Boleslaw I slaagde erin om nog grotere gebieden te annexeren. In 1000 werd het eerste aartsbisdom gesticht en in 1025 werd Boleslaw tot de eerste koning van Polen gekroond.

De belangrijkste nederzettingen in het noorden waren Gniezno, Poznan en Kalisz, die samen Groot-Polen genoemd. Klein-Polen of Malopolska omvatte Krakow, Lublin, Sandomierz en Kielce. Beiden vormden zij het hart van het Poolse rijk. Tot dit rijk behoorden ook nog Pommeren, Silezië en Mazovië.
Na de dood van Boleslaw I viel het rijk uit elkaar maar zijn opvolger Kazimierz I wist de eenheid weer te herstellen en hij verplaatste de hoofdstad in 1040 naar Kraków. Boleslaw II raakte in conflict met de bisschop van Kraków en liet hem terechtstellen. Hij werd hierna verbannen en na zijn dood in 1138 werd het Poolse grondgebied verdeeld tussen zijn vier zonen.
Ze voerden elk een onafhankelijke politiek en verdeelden hun land weer onder talloze erfgenamen waardoor het rijk werd opgedeeld in steeds kleinere hertogdommen. Het gevolg hiervan was dat de adel en geestelijkheid steeds meer macht kregen. Het gebrek aan samenwerking zorgde ervoor dat het zuiden werd binnengevallen door Tartaren die in 1241 Legnica veroverden.

Het noorden had te lijden onder een immigratiegolf vanuit Pruisen. In 1225 deed de hertog van Mazovië een beroep op de kruisridders van de Duitse Orde (Teutoonse ridders) om de Pruisen te verdrijven uit het Poolse gebied. In 1275 hadden de ridders hun taak volbracht, maar vervelend voor de Polen was dat deze ridders zelf het noorden bezetten en niet van plan waren om te vertrekken. Integendeel, door deel te gaan nemen aan de handel van de Hanze wisten ze een machtige positie op te bouwen.
De Polen hadden hierdoor geen vrije toegang meer tot de Oostzee en werden bovendien bedreigd door Bohemen vanuit het zuiden en Litouwen vanuit het oosten. Ook intern ging het slecht door de onafhankelijke positie en verdeeldheid van de adel en de steden. Pas onder koning Wladislaw I en zijn zoon en opvolger Kazimierz III Wielki (de Grote) werd Polen weer enigszins een eenheid en wist men het verzet van de machtige steden te breken. Polen roerde zich nu ook weer in het buitenland want delen van de Oekraine werden veroverd. Daarentegen verloor men Silezië aan de koning van Bohemen. Kazimierz bouwde ook overal kastelen voor de verdediging van Polen en bevorderde de ontwikkeling van handel, economie en cultuur. Gevluchte joden uit Midden-Europa werden zonder problemen toegelaten tot Polen en kregen zelfs een geringe mate van zelfbestuur. De adel werd verder verenigd door ze eigen rechten en meer belangrijke ambtelijke functies te gven. Hier werd de grondslag gelegd voor de latere adelsrepubliek.

In 1370 overleed Kazimierz en viel de troon ten deel aan Ludwik Wegierski (Lodewijk van Hongarije) van het geslacht Anjou. In 1384 werd zijn 11-jarige dochter Jadwiga tot koningin gekroond (zij werd in 1997 door de paus heilig verklaard) en een jaar later gedwongen om te trouwen met Jagiello, de groothertog van Litouwen. Na het huwelijk werden Polen en Litouwen samengevoegd tot een zogenaamde personele unie. Jagiello wist de kruisridders in het noorden te verslaan en het grondgebied van Polen aanzienlijk uit te breiden van de Oostzee tot de Zwarte Zee. Polen was op dat moment economisch, politiek en cultureel het middelpunt van deze staat met Kraków als machtig centrum.
Jagiello werd in 1434 opgevolgd door zijn zoon Wladyslaw III, die in 1444 in de Slag bij Varna tegen de Turken sneuvelde. Hij werd opgevolgd door zijn broer Kazimierz IV die de Duitse Orde definitief versloeg en in 1466 bij de vrede van Torun West-Pruisen naar zich toe wist te trekken en Oost-Pruisen moest Polen als leenhoogheid erkennen. Gelukkige bijkomstigheid was dat Polen weer onbelemmerd toegang had tot de Oostzee. Eind 15e eeuw vonden er op vele gebieden grote veranderingen plaats in Polen. Zo werd de adel of “szlachta” steeds machtiger en ze kregen steeds meer openbare functies toebedeeld. In deze eeuw ontstond ook de Poolse Landdag of “Sejim”. De Sejim werd gevormd door een kamer van afgevaardigden van de szlachta en de senaat, waarin ministers, magnaten, bisschoppen en legeraanvoerders zitting hadden. Deze zittingen waren dermate belangrijk dat de koning ze zelfs bijwoonde. Dit gremium werd gekenmerkt door het “Liberum Veto” waardoor elk besluit tot wetgeving of belastingheffing unaniem genomen moest worden.

Zestiende ”gouden” eeuw

De 16e eeuw zou de “Gouden eeuw” voor Polen worden en het land was tevens de grootste staat in Europa. De Jagiellonen hadden het voor het zeggen in Polen zelf, maar ook in Litouwen, Letland, Wit-Rusland, Ruthenië, Oekraïne, Bohemen en Hongarije. Land- en mijnbouw en handel bloeiden op en belangrijke handelsroutes liepen dwars door Pools grondgebied. Met name de Hanzesteden in het noorden speelden een grote rol in de economische ontwikkeling van Polen. Onder koning Zygmunt I floreerde ook de cultuur, mede door de nauwe connecties met Italië na het huwelijk met een Italiaanse dochter van een Milanese hertog.

Zygmunt werd opgevolgd door zijn zoon Zygmunt II. Ondanks drie huwelijken bleef hij kinderloos en dreigde het gevaar dat de personele unie uit elkaar zou vallen.
In deze tijd ontwikkelde zich ten koste van de adel een nieuwe klasse van machtige families, de zogenaamde “magnaten”. Deze families bezaten enorme gebieden, vele dorpen, steden, kastelen en vaak zelfs een groot leger. In feite maakten zij de dienst uit in het toenmalige Polen dat als centraal geleid koninkrijk niet zo veel meer voorstelde.
In 1569 werd door de verzamelde adel de Unie van Lublin gesloten. Hierin werden Polen en Litouwen samengevoegd tot een adelsrepubliek met een gezamenlijk parlement en een gekozen koning. In 1572 stierf Zygmunt II en begon de periode van de kieskoningen. Dit hield onder andere in dat het koningschap aanvaard werd onder voorbehoud van een aantal garanties en voorwaarden. Ondanks de sterke positie van de adel was Polen op dat moment in Europa het meest democratisch geregeerde land. De eerste gekozen koning was Henryk Walezy (van Valois) de latere koning Hendrik III van Frankrijk, die echter al snel opgevolgd werd door Stefan Bathory, de prins van Transsylvanië.

Zeventiende eeuw

Intussen was de Contra-Reformatie in heel Europa op gang gekomen en ook in Polen deed men er alles aan om de hervormers dwars te zitten. Men name onder Zygmunt III Wasa leek de Poolse contrareformatie gezegevierd te hebben. In 1592 werd Zygmunt ook koning van Zweden, maar in 1604 werd hij alweer van zijn troon gestoten. In 1605 viel Zweden het Poolse grondgebied aan maar werd verslagen. De relatie met Zweden bleef nadien zeer gespannen en leidde na een periode van vele conflicten zelfs tot de Dertigjarige Oorlog.
In 1609 werd de residentie van Zygmunt III verplaatst van Kraków naar Warschau.

In 1632 werd Zygmunt opgevolgd door zijn zoon Wladyslaw IV Waza, die oorlog voerde tegen de Russen en de Turken. Hij initieerde ook de contrareformatie tegen de veelal protestants geworden adel. De Dertigjarige Oorlog werd afgesloten met de Vrede van Torun in 1648. Onder het bewind van Jan II Kazimierz Waza trokken zich echter alweer donkere wolken samen boven Polen. In 1654 volgde er een kozakkenopstand in de Oekraïne en dat betekende het verlies van een groot deel van de Oekraïne aan Rusland. Tegelijkertijd ontstonden er grote financiële problemen als gevolg van de vele oorlogen die er gevoerd waren.
In 1655 haalde Janus Radziwill de Zweden naar Polen vanwege interne problemen. Deze actie pakte echter helemaal verkeerd uit, want door de “Zweedse zondvloed” werd Polen onherstelbaar beschadigd. Grote delen van Polen werden gedwongen afgestaan aan Zweden, Rusland en Pruisen en op economisch gebied zat Polen totaal aan de grond; ontvolking, verwoeste steden, vernielde oogsten en geen enkele handelsactiviteit meer. Tot overmaat van ramp verklaarde Turkije in 1672 de oorlog aan Polen, maar de Polen onder leiding van Jan Sobieski wisten het Turkse leger te verslaan. Hierna werd Sobieski tot koning Jan III Sobieski uitgeroepen. In 1683 verrichtte Sobieski weer een goede daad door de Turken te verslaan die Wenen belegerden. Hiermee voorkwam hij dat de islam zich over geheel Europa kon verspreiden.

Macht Polen brokkelt af

Onder het bewind van Sobieski beleefde Polen als grootste land van Europa nog een keer een periode van politiek herstel en bloei. Na de dood van Sobieski brokkelde de staat Polen steeds verder af en namen vreemde mogendheden en magnaten de macht over. Zo beslisten de magnaten voortaan over de koningskeuze en werd de “Liberum Veto” orgaan zonder militaire macht en zonder financiële middelen waardoor Polen in een toestand van anarchie belandde, iets wat door de buren van Polen zeker niet tegengehouden werd.
In deze tijd kwam de Saksen met de zwakke koning August II aan de macht en na August volgde in 1704 Stanislaw Leszczynski die weer door Frankrijk en de machtige familie Potocki aan de macht gekomen was. In 1709 kwam August II weer op de troon, nu met behulp van de Russische tsaar Peter de Grote. Na diens dood volgde er een successieoorlog tussen de door Rusland gesteunde August III en de Poolse tegenkandidaat Stanislaw Leszczynski. Polen geraakte ondertussen steeds verder in een crisis en de roep om hervormingsplannen werd steeds groter.

Die roep werd beantwoord door de familie Czartoryski, die uiteindelijk ook de macht overnam. In 1764 werd er door deze familie een beroep gedaan op Catherina de Grote van Rusland om een neef van de familie op de troon te zetten. Dit lukte, maar Stanislaw August Poniatowski zou wel de laatste Poolse koning worden. Het lukte hem nog wel om enkele ingrijpende hervormingen door te voeren. Hij wist het leger te versterken en het Liberum Veto werd afgeschaft waardoor buitenlanders en magnaten hun greep op de politieke toestand in Polen kwijtraakten. Dit viel niet in goede aarde bij met name de Pruisen en de Russen, die afdwongen dat alle privileges voor de adel, de Landdag, de vrije koningskeuze en het Liberum Veto in ere werden hersteld.
Ze werden daarbij geholpen door een aantal Poolse edelen die een verbond sloten, de “Confederatie van Bar”. Hierop brak er een heuse burgeroorlog uit die echter niet kon voorkomen dat Polen in 1772 letterlijk verdeeld werd door de Pruisische koning Frederik de Grote, de Russische keizerin Catharina de Grote en Maria Theresia van Oostenrijk. Van Polen bleef alleen nog een klein protectoraat over.
Onder invloed van de Verlichting en een opkomend nationalistisch gevoel werd er op 3 mei 1791 een nieuwe grondwet aangenomen die voor die tijd zeer modern was. Onder invloed van de Franse Revolutie werd er een constitutionele monarchie gevestigd die echter door een aantal magnaten niet geaccepteerd werd en een door de Russen gesteunde “Confederatie van Targowica” gesloten werd (1792). Hervormingsgezinde Polen kwamen in datzelfde jaar in opstand die echter in 1793 neergeslagen werd door Rusland en samen met Pruisen werd Polen nog verder verdeeld tussen de drie grote mogendheden van dat moment. Op 27 november 1795 werd Stanislaw August gedwongen om af te treden en was er van een Poolse staat eigenlijk geen sprake meer.

Koninkrijk Polen en Russische onderdrukking

De drie bezetters begonnen meteen het land te koloniseren en veel Polen vluchtten naar Frankrijk. Ze namen daar dienst in het leger en hoopten zo het land ooit te kunnen bevrijden. In 1797 werden er daadwerkelijk veldtochten gehouden en ook Napoleon gebruikte deze Poolse troepen. Na de overwinning van Napoleon op Pruisen verloor Pruisen een deel van zijn Poolse gebieden en stichtte Napoleon het Groothertogdom Warschau. Hierna werd er nog een poging gedaan om samen met Frankrijk de Russen te verdrijven maar dit liep op niets uit door de val van Napoleon. Bij het Congres van Wenen in 1815 werd het Koninkrijk Polen gevormd in een personele unie met Rusland. Er kwam een constitutie naar Frans model maar de structuur van de Poolse maatschappij bleef grotendeels hetzelfde, met de macht bij de adel, en boeren die onderworpen bleven aan de adellijke grootgrondbezitters.

Constantijn Pavlovitsj van Rusland, de broer van de Russische tsaar kreeg de macht in handen en ook de hoogste ambtelijke functies werden door Russen bekleed. In deze tijd hadden met name de joden het zeer zwaar te verduren. De meeste joden hadden altijd goede posities ingenomen in de Poolse maatschappij, maar dat veranderde na de Zweedse oorlogen en Kozakkenovervallen in de 19e eeuw. Polen kreeg bovendien nog te maken met grote aantallen joodse vluchtelingen uit Rusland. Zij vestigden zich in Oost-Polen maar werden ook daar achtervolgd door de pogroms van de tsaristische politie die hierdoor gedwongen werden om te assimileren in de oorspronkelijke bevolking. In deze tijd werd Krakau een vrije stadsrepubliek en behield Oostenrijk Galicië, een van de armste streken van het toenmalige Oostenrijkse keizerrijk. In 1830 ontsnapte koning Constantijn in Warschau net aan een aanslag op zijn leven, maar uiteindelijk overleed hij al in 1831.

Wel volgde er meteen een opstand van de Polen die echter met harde hand door de Russen werd onderdrukt en met veel beperkende maatregelen werd gehandhaafd. In datzelfde jaar brak er een opstand uit in het Pruisische deel van Polen. En ook hier werden strenge maatregelen genomen. De verdere Duitse kolonisering van het gebied werd doorgezet en het Duits werd de belangrijkste taal. In 1846 brak er een opstand uit in Krakau, dat werd gebruikt door Oostenrijk om de stadsrepubliek te annexeren.
Naar aanleiding van de Italiaanse eenwording steeg ook de onrust in Polen, en dat leidde tot enkel schuchtere hervormingen, zoals het heropenen van de universiteit van Warschau en de vervanging van wat Russische ambtenaren door Polen. In 1861 volgde er weer een betoging voor de eenwording van Polen en wat later weer een heuse opstand. Deze opstand mislukte doordat de boeren niet meededen en was voor de Russen aanleiding om de touwtjes weer zeer strak aan te trekken.
Over het algemeen kan men zeggen dat zowel Rusland als Pruisen ernaar streefden om alles wat Pools was af te schaffen. Sinds 1871 maakte het Pruisische deel van Polen deel uit van het Duitse Rijk onder leiding van kanselier Bismarck. Bismarck voerde een harde germanisatiepolitiek om daarmee de Poolse adel, de taal en de katholieke kerk uit te schakelen.

Eerste Wereldoorlog en Interbellum

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak mocht de Poolse maarschalk Józef Pilsudski met een groot leger de Russische grens overtrekken. Toen de Duitsers echter aan de verliezende hand waren, liet Pilsudski zich uitroepen tot president van de Poolse republiek, die ook nog door de geallieerden werd erkend. In het Verdrag van Versailles in 1918 werd de grens met de verliezer Duitsland slechts gedeeltelijk vastgelegd. Pas na volksstemmingen in Oost-Pruisen en Opper-Silezië zou er definitief over deze gebieden beslist worden. Pilsudski wilde een federatie met de Litouwse, Oekraïense en Wit-Russische gebieden. Dit alles leidde tot de Pools-Russische oorlog waarbij zelfs Warschau in de handen van de Russen leek te gaan vallen. Op miraculeuze wijze wist Pilsudski dit te voorkomen. In 1921 werd de definitieve grens door de geallieerden vastgelegd en die liep ten oosten van de zogenaamde Curzon-lijn.

Politiek en economisch ging het in die tijd niet zo best in het nog vooral agrarische Polen. Er werd wel geprobeerd om bijvoorbeeld via landbouwhervormingen de toestand te verbeteren en ook de Amerikanen staken veel geld in het land, maar dit alles was voor niets toen de wereldwijde crisis in 1929 uitbrak. In de grondwet werden twee kamers met volksvertegenwoordigers ingevoerd, maar ook dit pakte niet goed uit. De Sejm, het Poolse parlement, bracht verschillende kabinetten ten val zodat er van regeren niet veel terecht kwam. Dit was de aanleiding voor Pilsudski om in 1926 een staatsgreep te plegen en Polen als dictator verder te leiden.

Tweede Wereldoorlog en communistisch bewind

Op 1 september 1939 vielen meer dan een miljoen Duitse soldaten Polen binnen, terwijl de Russen vanuit het oosten het land binnenvielen. Warschau capituleerde na een ongelijke strijd op 17 september en hierna werd Polen onder de twee agressors verdeeld. Ook in Polen werden vele joden gedeporteerd en naar concentratiekampen gebracht, o.a. Auschwitz, Treblinka, Majdanek en Sobibor.

In 1943 brak er een grote opstand uit in het getto van Warschau. En Warschau zelf kwam in 1944 in opstand.

Uiteindelijk zijn er zes miljoen Polen omgekomen in de Tweede Wereldoorlog en 70% van het cultuurbezit werd verwoest. Op 17 januari 1945 werd Polen van de Duitsers bevrijd.

Bij de Conferentie van Jalta werden de nieuwe grenzen van Polen vastgelegd; de Oder-Neisse-linie en de Curzon-lijn. Bijna de helft van het Poolse grondgebied moest echter afgegeven worden aan de toenmalige Sovjet-Unie en in ruil daarvoor werd Polen als het ware naar het westen geschoven. De communistische partij nam, in nauwe samenwerking met het Sovjetleger, de macht al snel in handen, mede door frauduleuze verkiezingen in 1947. Bovendien namen zij alle belangrijke posities in en werd het land onder controle gehouden door een uitgebreid politieapparaat. De communisten wilden een maatschappij naar Russisch voorbeeld en na de grondwetswijziging in 1952 werd alle macht geconcentreerd in de communistische partij. De bevolking heeft zich altijd verzet tegen deze situatie die nog verergerd werd door de economische situatie met lage lonen en slechte werkomstandigheden.
Dit leidde onvermijdelijk tot stakingen die echter met veel geweld werden onderdrukt. De situatie werd pas wat beter na de dood van Bierut, de eerste communistische president. En na de beroemde anti-Stalin toespraak van president Chroetsjow van de Sovjet-Unie. Bierut werd opgevolgd door Wladislaw Gomulka, de nieuwe secretaris-generaal van de communistische partij. In 1959 lukte het hem om de stalinisten uit de regering en de partij te stoten, maar bleef toch volledig gebonden aan het beleid en de beslissingen uit Moskou.

Economische crisis

Economisch ging het rond 1970 zeer slecht en in december 1970 werden ook nog eens de voedselprijzen drastisch verhoogd. Er volgden stakingen die echter met zeer harde hand de kop werden ingedrukt. Enkele dagen later werd Gomulka opgevolgd door Gierek, die enkele liberaliseringen doorvoerde en daardoor de levensstandaard iets wist te verhogen en de ontevredenheid onder de bevolking wist te temperen. Dit duurde echter niet lang en langzaam maar zeker kwam de bevolking erachter dat Polen in een diepe economische crisis beland was en dat radicale hervormingen noodzakelijk waren om het tij te keren. De ontevredenheid werd gesteund door de kerk, die weer wat rechten gekregen had. Bovendien werd voor het eerst in de geschiedenis een Pool tot paus gekozen in 1978.

In 1980 leidde de ontevredenheid tot een serie stakingen. Met name de stakingen bij de Lenin-werf in Gdansk trokken internationaal de volle aandacht. Lech Walesa was leider van een landelijk stakingscomité, dat uiteindelijk door de regering erkend werd en verder ging als de vakbond “Solidarnosc” (Solidariteit). Hoewel de chaos door de vele stakingen toenam, bleef deze vakbond grote druk uitoefenen op de regering om het sociaal-economische beleid grondig te hervormen.
Als reactie op deze ontwikkelingen werd in februari 1981 generaal Jaruzelski premier en in oktober partijleider. Op 13 december nam hij alle macht in handen en werd de staat van beleg afgekondigd en duizenden mensen gearresteerd. Januari 1982 had Jaruzelski de gespannen situatie weer onder controle waardoor eind 1982 de staat van beleg opheffen.
In 1985 was alles weer redelijk normaal en liet Jaruzelski zich tot president van Polen kiezen. Economisch ging het echter nog steeds erg slecht en in 1988 braken er weer stakingen uit.

Polen als eerste los van de Sovjet-Unie

In juni 1989 werden de eerste vrije verkiezingen gehouden voor de nieuwe Senaat. De communisten werden weggevaagd en de oppositie won alle beschikbare zetels. In de Sejm kreeg de oppositie in totaal 35% van de zetels toegewezen. De voormalige bondgenoten van de communisten, de Democratische Partij en de Boerenpartij, kozen echter al snel de zijde van de oppositie. In juli trad Jaruzelski af als partijleider en hij werd opgevolgd door demissionair premier Rakowski. Jaruzelski werd nog wel met veel moeite tot president gekozen. Op 19 augustus werd Tadeusz Mazowiecki op voordracht van Walesa tot premier benoemd. Op het elfde partijcongres in januari 1990 hief de communistische partij (PZPR) zichzelf op en werd opgevolgd door de Sociaal-Democratie van de Republiek Polen (SdRP), die tezamen met de linkse vakbond OPZZ de Alliantie van Democratisch Links (SLD) ging vormen. Tussen 1990 en 1993 zou het met 45.000 man aanwezige Sovjetleger in Polen zich terugtrekken.

Begin 1990 maakte minister van Financiën, Leszek Balcerowicz, een begin met radicale economische hervormingen ter bestrijding van de hyperinflatie, die in 1989 tot boven de 1000% was opgelopen. De scherpe daling van de inflatie ging gepaard met een sterke daling van de levensstandaard, massale werkloosheid en een recessie. Na een breuk in de vakbond Solidariteit stelden Mazowiecki en Walesa zich beiden kandidaat voor de presidentsverkiezingen van eind 1990. In de tweede ronde op 9 december triomfeerde Walesa met ruim 74% en op 22 december werd hij als president beëdigd. In januari 1991 trad een nieuw kabinet onder leiding van Jan Krzysztof Bielecki aan. Met Duitsland werd op 14 nov. 1990 een verdrag met betrekking tot de vaststelling van de Oder-Neisse-grens getekend, gevolgd door een vriendschapsverdrag tussen beide landen op 17 juni 1991. Het Warschaupact werd op 1 juli in Praag door de zes overgebleven leden formeel opgeheven.

In juni leed president Walesa een persoonlijke nederlaag, toen de Sejm – ondanks twee maal een presidentieel veto – met het oog op de eerste democratische verkiezingen op 27 oktober 1991 een nieuwe kieswet aannam. Die verkiezingen leverden een versplinterd parlement op. Achtereenvolgens formeerden Jan Olszewski (dec. 1991 – juni 1992), Waldemar Pawlak (juni–juli 1992) en Hanna Suchocka (juli 1992 – mei 1993) een regering. Suchocka bleef aan tot de nieuwe verkiezingen onder een nieuwe kieswet in september 1993. Deze verkiezingen leverden een overwinning op voor de ex-communisten en de Poolse Boerenpartij (PSL) eindigde als tweede. Samen kregen zij tweederde van de zetels in de Sejm en driekwart van de zetels in de Senaat, en dat was ruim voldoende voor de vorming van een nieuwe regering. De coalitie beloofde het beleid van privatiseringen en andere hervormingen voort te zetten. Economisch waren de jaren negentig gunstige jaren met een groei van rond de 6%. In september 1993 verlieten de laatste Russische troepen Polen.

Bij de presidentsverkiezingen van november 1995 versloeg SLD-voorman Aleksander Kwasniewski met een klein verschil Lech Walesa. In hetzelfde jaar kwam een geldhervorming tot stand (opwaardering van de zloty) en werd een begin gemaakt met de privatisering van kleine en middelgrote staatsbedrijven. In de zomer van 1996 keurde het parlement een hervormingsplan goed om het centrale bestuur af te slanken en de rol van de overheid in de economie te beperken. In dezelfde periode trad Polen als derde voormalig communistisch land toe tot de OESO.

In 1997 werd een nieuwe grondwet, waaraan jaren was gewerkt, door beide kamers aanvaard en van kracht. Hij legde het land vast als een parlementaire democratie met een vrijemarkteconomie. In september 1997 leverden de parlementsverkiezingen een grote overwinning op voor de oppositionele Kiesactie Solidariteit (AWS), een coalitie van ruim 20 conservatieve, katholieke en nationalistische organisaties rondom de vakbond Solidariteit. Jerzy Buzek werd in oktober premier van een coalitie tussen AWS en de liberale Vrijheidsunie.

In 1997 besloot de Europese Unie dat Polen op termijn zou kunnen toetreden tot de EU. In datzelfde jaar nodigde de NAVO Polen uit lid te worden van het bondgenootschap, hetgeen in maart 1999 zijn beslag kreeg.

Eind mei 2000 trok de liberale Vrijheidsunie (UW) van vice-premier en minister van Financiën Leszek Balcerowicz zich terug uit de regeringscoalitie met de rechtse Kiesactie Solidariteit (AWS). Op de achtergrond speelde het landelijke conflict over het economische hervormingsbeleid, dat volgens de UW door een deel van de AWS werd tegengewerkt. Na een mislukte lijmpoging ging de regering-Buzek begin juni door als minderheidskabinet.

Bij de in oktober 2000 gehouden presidentsverkiezingen wist de zittende president Aleksander Kwasniewski (SLD) al in de eerste ronde met 54% de absolute meerderheid te behalen. De AWS-kandidaat Marian Krzaklewski kreeg 16%, terwijl ex-president Lech Walesa maar 1% van de stemmen kreeg. Kwasniewski werd herkozen voor een periode van vijf jaar. De opkomst was 61%.

Op 1 mei 2004 trad Polen toe tot de Europese Unie.

De parlementsverkiezingen van september 2005 werden gewonnen door de conservatieve Wet- en Rechtvaardigheidspartij (PiS), met 28% van de stemmen. Haar bondgenoot, het liberaal-conservatieve Burgerplatform (PO), kwam uit op 26%. Grote verliezer was de regerende Alliantie van Democratisch Links (SLD), de sociaal-democratische opvolger van de communistische partij met slecht 11% van de stemmen (in 2001 nog 41%!!).

De presidentsverkiezingen van oktober 2005 werden gewonnen door de conservatief Lech Kaczynski met 54% van de stemmen. Iets meer dan 50% van de keizers kwam opdagen om een keuze te maken tussen Kaczynski van de Orde- en Rechtvaardigheidspartij (PiS) en diens rivaal Donald Tusk van het liberale Burgerplatform.

Op 31 oktober 2005 is een regering o.l.v. Kazimierz Marcinkiewicz geïnstalleerd waarvan alleen PiS deel uitmaakt. Op 10 november 2005 heeft de nieuwe regering het vertrouwen van het parlement gekregen. PiS heeft hiervoor steun van het zeer populistische Samoobrona (Zelfverdediging), de ultra-conservatieve " League of Polish Families" (LPR) en de Boerenpartij PSL gekregen. Sinds 16 november 2007 is Donald Tusk premier van Polen nadat het Burgerplatform de verkiezingen won.

In mei 2009 kreeg Polen een lening van het IMF om de gevolgen van de kredietcrisis te bestrijden. In april 2010 verongelukte president Lech Kaczynski bij een vliegtuigcrash.

In juli 2010 wint Bronislaw Komorowski van het centrumrechtse Burgerplatform in de tweede ronde de presidentsverkiezingen van Jaroslaw Kaczynski, de tweelingbroer van Lech Kaczynski. In juli 2011 neemt Polen voor het eerst het roulerende voorzitterschap van de EU op. De parlementsverkiezingen van oktober 2011 worden gewonnen door het Burgerplatform onder leiding van Donald Tusk. In februari 2014 is Donald Tusk nog steeds de premier en in maart 2014 veroordeelt hij de Russische bezetting van de Krim in scherpe bewoordingen. In juni 2014 overleeft de regering net een motie van afkeuring na een afluisterschandaal. In september 2014 treedt Tusk af om voorzitter van de Europese raad te worden, Ewa Kopazc wordt premier. In mei 2015 wint Andrzej Duda van de rechtse Recht en Rechtvaardigheids partij de presidentsverkiezingen. In oktober 2015 wint die partij de absolute meerderheid bij de parlementsverkiezingen. Beate Szydlo wordt de nieuwe premier in november 2015. In 2016 is er een controverse met de EU over een nieuwe mediawet waarbij de Poolse staat meer invloed krijgt op de benoemingen bij radio en Televisie. De EU noemt dat besluit in strijd met de Europese waarden.


POLEN LINKS

Advertenties
• Polen
• Cheaptickets Polen
• Polen Hotels
• Autoverhuur Sunny Cars Polen
• Polen met de Trein
• Polen Vliegtickets WTC
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• SRC Cultuurvakanties Polen
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Polen campings
• Polen Vliegtickets Tix.nl
• Eliza was here
• Transport Polen - TTS Quality Logistics B.V

Nuttige links

Dieren in Polen (N)
Lies & Teije's Reiswebsite (N+E)
Polen Middeneuropa (N)
Polen Reisbijbel (N)
Polen Reisforum (N)
Polen Reisfotografie
Polen Reisstart (N)
Polen Startnederland (N+E)
Reisinformatie Polen (N)
Reisverslag Polen (N)
Reizendoejezo – Polen (N)
Romans over Polen (N)
Schrijf uw artikel over POLEN

Bronnen

Dydynski, K. / Poland
Lonely Planet

Hus, M. / Polen
ANWB media,

Wijnands, S. / Polen
Gottmer,

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt August 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems