Landenweb.nl

LETLAND
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Lets
  Hoofdstad  Riga
  Oppervlakte  64.600 km²
  Inwoners  1.913.758
  (mei 2019)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +1 (zomer +2)
  Web  .lv
  Code.  LVA
  Tel.  +371

Steden LETLAND

Riga

Geografie en Landschap

Geografie

advertentie

Letland Satellietfoto foto: NASA

Letland (officieel Republika Latvija) is een van de Baltische republieken, samen met Estland en Litouwen. Ten westen van Letland, aan de overkant van de Baltische Zee, ligt Zweden. In het westen grenst Letland aan de Oostzee en de Golf van Riga, die vanuit het noordwesten diep het land binnendringt. In het noorden grenst Letland aan Estland, in het zuiden aan Litouwen en in het oosten aan Rusland en Belarus (Wit-Rusland).

De hoofdstad Riga ligt aan de Golf van Riga in het midden van het land. De oppervlakte van Letland is 64.600 km2 en het land is daarmee anderhalf keer zo groot als Nederland. Letland is over het algemeen vlak of licht heuvelachtig. Letland is zeer dicht bebost (42% van het land), heeft vele meren en rivieren, een ongerepte kust, veel weiden en landbouwgebieden. Op Riga na zijn er niet echt grote steden. Letland telt ongeveer 1000 rivieren. De langste rivier is de Daugava, 1020 km lang waarvan 370 km door Letland stroomt. Andere grote rivieren zijn de Gauja, de Lielupe, de Venta en de Aiviekste. Ongeveer 10% van het land bestaat uit laagveen, drassige gebieden en moerassen. Letland heeft ongeveer 5000 vrij kleine meren. Het grootste meer is Razna (55 km2). De meeste meren zijn vrij ondiep en in de winter enkele maanden bevroren.

advertentie

Winters landschap in Letland

simka, Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Letland is te verdelen in vier regio's:

Kurzeme in het westen van Letland is zeer landelijk en dun bevolkt. Het noordelijke deel van Kurzeme is zeer dicht bebost, vrij heuvelachtig, en wordt daarom ook wel het"Zwitserland" van Kurzeme genoemd.

Zemgale, centraal gelegen, is vlak en de meest vruchtbare streek van het land. De rivier de Lielupe met zijn vele zijriviertjes loopt kriskras door het landschap.

Latgale in het zuidoosten is nog het meest op Rusland gericht en tevens het armste deel van Letland. De Daugava stroomt door Latgale richting Golf van Riga. Latgale telt vele meren en riviertjes. Latgale wordt nog nauwelijks door toeristen bezocht.

Vizdeme in het noorden is zeer heuvelachtig met als hoogste punt van het land de Gaizinškalns (310 meter). De Gauja stroomt door deze regio en ook Gauja Nationaal Park is hier te vinden.

Klimaat en Weer

Letland heeft milde winters en koele zomers. De gemiddelde minimumtemperaturen in januari variëren van -2,8°C in Liepaja tot -6,6°C in Daugavpils. De minimumtemperatuur kan in de winter dalen tot ca. -24°C in december. De gemiddelde temperaturen in juli, de warmste maand, bedragen 16,7°C in Liepaja en 17,6°C in Daugavpils. De maximumtemperatuur kan in de zomer oplopen tot ca. 30°C. Er valt gemiddeld 500 tot 700 mm neerslag per jaar. De meeste regen valt in augustus en september. Gemiddeld regent het 180 dagen per jaar, is het mistig op 44 dagen per jaar en is het maar op 72 dagen echt zonnig. Sneeuw ligt er gemiddeld bijna drie maanden per jaar en de vorstvrije periode bedraagt ongeveer 177 dagen.

Planten en dieren

Op dit moment is ca. 40% van Letland met bossen bedekt. Tweederde van de bomen bestaat uit grove dennen. Sommige van deze bomen zijn meer dan 500 jaar oud. De bossen in het binnenland zijn wat gevarieerder met beuken en sparren. Andere veel voorkomende bomen zijn de eik, de es, de linde, de jeneverbes en de taxus. Opmerkelijk is dat in de Letse bossen weinig kreupelhout voorkomt. Wel groeien tussen de bomen en aan de randen van de bossen veel blauwe bessenstruiken en frambozenstruiken. De bevolking maakt hier graag gebruik van en het plukken van deze vruchten is een nationale hobby.

In de bossen komen ook veel soorten paddestoelen voor zoals boleet, eekhoorntjesbrood en cantharel. Een kwart van het land bestaat uit weideland dat 's zomers is bedekt met klaver, karwij, duizendblad, timotheegras en vossenstaart. Tien procent van het land is moerasland, veelal bedekt met mos, maar ook heide en rozemarijn komen veel voor.

De bekendste vogel van Letland is de ooievaar, waarvan er op dit moment ongeveer 7000 broedende paartjes voorkomen, en dat is ongeveer zes keer zoveel als in geheel West-Europa. De zwarte ooievaar komt veel minder voor, ongeveer 1000 paartjes. De vele bossen vormen een uitstekende leefomgeving voor zeven soorten spechten. Een bijzondere watervogel is de knobbelzwaan, een beschermde vogel bovendien. Andere watervogels zijn de zeldzame grijze reiger, kraanvogels, roerdompen, futen, scholeksters en verschillende soorten meeuwen. In het binnenland leven buizerds, torenvalken en uilen. In dorpen en steden vinden we veel kraaien en boekvinken, soms met honderden exemplaren bij elkaar. Kemer Nationaal Park trekt veel arenden, arenduilen en regenwulpen aan.

Letland heeft net als de andere Baltische staten veel grote zoogdieren op haar grondgebied zoals herten, wilde zwijnen, wolven, marters, elanden, lynxen, en bruine beren. Veel van deze dieren komen, vergeleken met andere Europese landen, nog in groten getale voor in Letland. Niet bijzonder maar wel veel voorkomend zijn eekhoorns, muizen, konijnen, vossen, wezels, vleermuizen, egels en mollen. Nog niet zo lang geleden de Amerikaanse mink en de Noorse rat ingevoerd. Letland heeft verder nog een grote populatie otters (ca. 4000 exemplaren).

Op het platteland leven veel grasslangen, adders, hagedissen, watersalamanders, kikkers en padden.

Zoetwatervissen zijn er volop zoals brasem, snoek, baars, forel, paling en karper. De bekendste zeevis is de Baltische haring. Veel voorkomend zijn ook kabeljauw, schol en zalm.

Geschiedenis

Van oudheid tot Middeleeuwen

Archeologische vondsten hebben uitgewezen dat de Baltische regio al 9000 jaar voor Chr. bewoond gebied was. De voorouders van de huidige bewoners arriveerden wat later. Twee groepen bewoonden het huidige Letland. De eerste groepen die arriveerden waren Finno-Oegrische stammen en jagers die vanuit het oosten kwamen en zich in Estland en in het noorden van Letland vestigden tussen 3000 en 2000 jaar voor Chr. De stammen bestonden uit Lijflanders en Esten. Rechtstreekse afstammelingen van de Lijflanders leven nu nog in de regio Kurzeme. Een tweede groep stammen kwam rond 2000 voor Chr. vanuit het zuiden het Letse gebied binnen. Het waren o.a. Latgallen, Zemgallen en Koeren, waar de meeste Letten van afstammen.

Sinds deze tijd werd de strategische ligging van de Baltische regio steeds belangrijker, ook voor andere volkeren. Een van de belangrijkste handelsroutes liep van Scandinavië naar Byzantium door de regio Kurzeme. Kurzeme profiteerde hier financieel van en werd daardoor een aantrekkelijke prooi voor andere volkeren. In de 11e eeuw volgde een invasie van Russen uit de buurt van Kiev, die echter niet erg succesvol was. Wat wel bleef was het orthodoxe christendom dat zich met name in Oost-Letland voet aan de grond kreeg.

De grootste verandering in de Middeleeuwen betrof echter de introductie van het katholicisme door missionarissen en kruisvaarders (Kreuzritter) uit Duitsland. Ook economische gronden lagen hieraan ten grondslag. De volken verzetten zich fel, maar de Lijflanders werden in 1207 verslagen en de Latgallen in 1214. De Zemgallen en de Koeren hielden het iets langer vol. De nieuwe Duitse heersers noemden het gebied rond de Golf van Riga vanaf dat moment Lijfland. Daarnaast ontstonden er een aantal kleine stadstaten, vaak geleid door een bisschop. De leidende klasse in de deze stadstaten waren allemaal Duitsers, terwijl de arbeiders en boeren allemaal autochtone Letten waren. Dit gegeven zou eeuwenlang blijven doorwerken. Door deze strikte scheiding bleef de etnische identiteit van de Baltische volken gehandhaafd gedurende tijden van overheersing door vele andere volken.

In 1237, na een verpletterende nederlaag toegebracht door de Litouwers werden de Kreuzritter vervangen door een andere militaire orde, de Duitse Orde ofwel Lijflandse Orde. Ook zij leden aanvankelijk een grote nederlaag op het bevroren Peipusmeer in Estland. De Duitse Orde zette echter door en veroverden Koerland in 1260 en de Zemgale in 1290. Het hoofdkwartier werd gevestigd in Cesis (Duits: Wenden).

zestiende tot en met achttiende eeuw

Aan het begin van de zestiende eeuw waren alle stammen in wat nu Letland is, samengevoegd tot één volk, de Latgallen of Letten. Alleen een kleine groep Lijflanders behield tot de dag van vandaag hun eigen cultuur en taal. Onder de Duitse heerschappij bloeiden de Letse handelssteden op en werden opgenomen in de Hanze, een groep handelssteden die de handel in de Baltische en de Noordzee- regio domineerden. Midden zestiende eeuw verzwakte de macht van de Duitse Orde en van de semi-autonome stadstaten. Tevens bedreigde de Reformatie alle katholieke staten, en dus ook Letland.

In 1554 verklaarde Walter von Plettenberg, hoofd van de Duitse Orde, het protestantisme als officiële staatsgodsdienst. Aangemoedigd door de ontevredenheid onder de boerenbevolking en de afbrokkelende macht van de Duitse Orde vielen legers van Ivan de Verschrikkelijke de oostelijke gebieden van Letland en Estland binnen. Dit was het begin van de Lijflandse oorlog (1558-1583) die 25 jaar duurde en vele levens kostte en het land grotendeels verwoestte. De lokale aristocratie, bang voor de Russische overheersing, zocht steun bij de opkomende macht Polen- Litouwen. Het hertogdom Koerland scheidde zich in 1561 af, zwoer trouw aan Polen, en hield deze status vast tot 1795! Riga was even onafhankelijk van 1561 tot 1582.

Ondertussen was het protestantse Zweden op zoek naar nieuw grondgebied en vanaf 1592 begon het een oorlog tegen het katholieke Polen- Litouwen. Deze strijd werd voornamelijk op Lijflands grondgebied uitgevochten. Zweden won uiteindelijk en heerste bijna honderd jaar over het Lijflandse grondgebied. In 1710 veroverden de Russen het noordelijke deel van Letland. In diezelfde periode ging ‘t het hertogdom Koerland economisch voor de wind. Scheepsindustrie en metallurgische industrie zorgden ervoor dat dit kleine rijk een van de grootste vloten van die tijd had. Men koloniseerde zelfs Tobago in het Caribische gebied en een eilandje voor de kust van Gambia in Afrika! Hierdoor duurde het vrij lang voordat de Russen ook Koerland annexeerden; dit lukte pas onder Catherina II in 1795.

negentiende eeuw

Ondanks de Russische overheersing lukte het de Baltische Duitse notabelen om op bijna alle belangrijke posten te blijven zitten en hadden daardoor niet erg veel te lijden onder de Russische overheersing. Dit in tegenstelling tot de Letse bevolking die door de Baltische Duitsers nog steeds als lijfeigenen beschouwd en behandeld werden. Dit duurde nog tot aan het begin van de 19e eeuw. Pas in het midden van de 19e eeuw kregen de boeren een eigen stuk land en waren vrij om te reizen. Gedurende deze periode bloeide de landbouw op en werd zelfs een commerciële activiteit. Door de verbeterende omstandigheden groeide de plattelandsbevolking en ontstond er een onafhankelijke boerenklasse van Letten. Ook het onderwijs kwam op en de economische kracht van de steden ontwikkelde zich waardoor steeds meer Letten naar de steden trokken. Hierdoor kwam de getalsmatige verhouding tussen Letten en Baltische Duitsers op een wat normaler niveau te liggen.

Door al deze ontwikkelingen ontstonden er sterke nationalistische gevoelens onder de Letse bevolking, die uiteindelijk resulteerden in de oprichting van de Beweging van Nationaal Bewustzijn in 1856. Belangrijkste doel was het versterken van de Letse identiteit o.a. door het bevorderen van de gebruik van de Letse taal. Gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw trok de Letse bevolking meer richting Russische overheersers dan naar de Baltische Duitsers. Deze keuze uit twee kwaden leidde inderdaad tot verzwakte Duitse invloeden. Aan de andere kant maakten de Russen hiervan gebruik door een steeds verdergaande russificatie van de Baltische provincies. Zo werd het schoolsysteem overgenomen door de Russen. En dat was nou net voor de nationalistische Letten de sleutel voor het versterken van de Letse identiteit.

twintigste eeuw

Riga en Liepaja ontwikkelden zich snel als belangrijke industriële havensteden. Riga was op een gegeven moment zelfs de op twee na grootste haven van het gehele Russische rijk. Als gevolg hiervan ontstonden, net als in de rest van Europa, sterke arbeidersbewegingen. In 1905 ontstond er in heel Rusland veel onrust onder de bevolking (stakingen en demonstraties) en dat sloeg ook over op de Letse bevolking. In 1905 volgde een militaire opstand in Daugavpils, stakingen in Riga, Jelgava en Liepaja, en veel onrust op het platteland. Gedurende de revolutie werden ongeveer 600 Duitsers en Russen gedood door de Letten en 184 landhuizen verwoest. Het Russische leger sloeg echter hard terug en met behulp van Baltische Duitsers verloren tussen de 900 en 2000 Letten het leven en meer dan 2000 Letten werden gedeporteerd naar Siberië. Verder vestigden zich ongeveer 20.000 Duitsers en vele Russen zich in Letland om aan alle onrust een einde te maken.

Als onderdeel van het Russische rijk was Letland onmiddellijk in oorlog met Duitsland toen die in augustus 1914 Rusland de oorlog verklaarden. Vele Letten namen dienst in het Russische leger dat echter niet opgewassen was tegen het goed georganiseerde en geëquipeerde Duitse leger. In de lente van 1915 trokken de Duitse troepen Kurzeme binnen. De Letten mochten daarop van de Russen eigen militaire eenheden organiseren. Aanvankelijk lukte het om de Duitsers weer te verdrijven. Hoewel het Duitse front verbroken werd, werd Riga uiteindelijk toch door de Duitsers ingenomen. Daar bleef het echter bij omdat veel Duitse troepen werden teruggeroepen naar het westelijke front in Frankrijk.

Ondertussen volgden de gebeurtenissen in Rusland elkaar in een snel tempo op. In februari 1917 werd tsaar Nicolaas II gedwongen af te treden en Kerensky werd leider van een tijdelijke regering. Hij verving meteen de Lijflandse gouverneur door een Letse gevolmachtigde. De Letse nationalisten maakten van de gelegenheid gebruik om de Baltische Duitsers van hun posten te ontheffen en te vervangen door Letten. Toch was het uiteindelijke doel niet zozeer volledige onafhankelijkheid, als wel autonomie binnen de Russische Federatie. Na de oktober-revolutie in Rusland werden de bolsjewieken (Russische communisten) steeds machtiger in de Baltische landen.

De strenge maatregelen tegen de Baltische Duitsers en alle niet-communistische politici leidde tot een verlangen naar onafhankelijkheid onder de Letse bevolking. In maart 1918 werden de Baltische landen toegewezen aan de Duitsers bij de het Verdrag van Brest-Litovsk. Acht maanden later verloren de Duitsers de oorlog en binnen een week werd er een Letse regering gevormd onder leiding van Kalis Ulmanis. De onafhankelijkheid werd uitgeroepen op 18 november 1918. De Letse onafhankelijkheidsverklaring werd niet geaccepteerd door de bolsjewieken en de overgebleven Baltische Duitsers. Sovjet-troepen vielen Letland binnen en installeerden een regering in Valka voordat ze in januari 1919 Riga veroverden. Er werd een bolsjewiekse regering aangesteld onder leiding van Peteris Stucka. De regering van Ulmanis vluchtte naar Liepaja maar keerde later dat jaar weer terug naar Riga. Alleen Latgale was nu nog bezet door de bolsjewieken. Eind 1919 werden die echter verdreven door de Letten met behulp van Poolse troepen. Latgale werd in 1920 opgenomen door Letland bij het Verdrag van Riga tussen Letland en Rusland.

onafhankelijkheid en Tweede Wereldoorlog

Op 26 januari 1921 werd Letland erkend door veel Europese staten en in september werd Letland opgenomen door de Volkenbond. In 1934 sloten de Baltische staten een verbond tegen Nazi-Duitsland, maar dat verbond had uiteindelijk weinig effect. Zo sloten de Sovjet-Unie en Duitsland het Molotov- Ribbentrop akkoord in 1939 (niet aanvalsverdrag), waar ook Letland natuurlijk aan gebonden was. Het rode leger bezette Letland in juni 1940 en in juli 1940 werd de Letse regering vervangen door Sovjets en locale communisten.

Ulmaris en andere leidende figuren werden gearresteerd en gedeporteerd naar de Sovjet-Unie, waar Ulmaris twee jaar later in een cel overleed. Het jaar daarop werden er tussen de 30.000 en 35.000 Letten vermoord of gedeporteerd. Op 13 en 14 juni alleen al werden er meer dan tienduizend Letten gearresteerd door de Russische geheime dienst en later vermoord of gedeporteerd. Door deze actie van de Sovjets werden de Letten in de handen van de nazi’s gedreven en hielpen zelfs mee bij het vervolgen van de joden. De nazi’s bouwden verschillende concentratiekampen in de Baltische staten waaronder een in Salaspils nabij Riga waar 100.000 mensen uit alle delen van Europa de dood vonden.

Sovjetoverheersing

In 1944 begonnen de Duitsers zich terug te trekken en werden vervangen door het Rode Leger. Het duurde niet lang of Letland werd weer opgenomen in de Sovjet- Unie. Een guerillaorganisatie in Kurzeme verzette zich nog tot 1957 tegen de Sovjet-Unie. De komst van het Rode Leger betekende ook weer veel deportaties naar Siberië, wat vele Letten niet overleefden. Andere Letten, met name intellectuelen, vluchtten naar het westen, met name naar de Verenigde Staten. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er veel arbeiders uit Wit-Rusland en de Oekraïne naar Letland om de industrie weer op poten te zetten. Letland was door de Sovjets uitgekozen als centrum van de lichte industrie zoals de voedingsindustrie en de productie van consumentengoederen.

Al snel werden alle Letse steden gedomineerd door Russisch sprekenden en raakten de Letten in de minderheid. Ondanks sociale en milieuproblemen draaide de economie van Letland beter dan die van de Sovjet-Unie en de mensen leefden in redelijke welvaart. In de jaren ’50 probeerde de latere leider van de Nationale Onafhankelijkheids Partij, Eduards Berklavs, de russificatie te stoppen. Deze poging werd door de toenmalige Russische leider Chroetsjow snel de kop ingedrukt. Actieve oppositie was zeer moeilijk en beperkte zich tot het protest via de literatuur, de kunst, of via de nog steeds moeizaam functionerende kerken.

weer onafhankelijk

Op 14 juni 1987 vond het eerste openlijke protest sinds de oorlog plaats. In de veranderende Sovjet-Unie met zijn perestroika (reconstructie) en glasnost (openheid) onder Gorbatsjov volgden steeds meer protesten. In juni 1988 kwamen de anti-Sovjetgevoelens tot een voorlopig hoogtepunt door de onthullingen betreffende het Molotov-Ribbentrop akkoord van 1939. Bekend werd nu dat de Baltische landen min of meer “verkocht” waren aan de Sovjet-Unie.

Op 11 november 1988 werd voor het eerst de Letse vlag gehesen op het Kasteel van Riga. In de zomer van dat jaar traden verschillende nieuwe politieke organisaties naar voren. Op 31 mei 1989 riep de Volksfront Partij op voor onafhankelijkheid van Letland. Op 23 augustus 1989, tijdens de vijftigjarige herdenking van het Stalin-Hitler pact vormden twee miljoen Letten, Esten en Litouwers een menselijke ketting van Tallinn in Estland naar Vilnius in Litouwen. De roep om onafhankelijkheid werd steeds luider, zowel door de Letten als door de in Letland wonende Russen. De verkiezingen van maart 1990 werden gewonnen door het Volksfront met 124 van de 201 zetels. Gedurende de periode 1987 tot mei 1990 was de sfeer in Letland relatief kalm en waren de protesten geweldloos. Ook de reacties uit Moskou waren wat lauw.

In januari 1991 besloten de Sovjets toch om in te grijpen en vielen de televisietoren in Vilnius, Litouwen aan. Om te voorkomen dat hetzelfde zou gebeuren in Letland wierpen de Letten barricades op om eventuele Sovjet-aanvallen af te weren. Er volgde inderdaad een aanval, en wel op het ministerie van binnenlandse zaken. Deze aanval werd door de Letten afgeslagen. Vijf Letten werden gedood en velen raakten gewond. In maart werd een referendum gehouden waarin 73,7% vóór de onafhankelijkheid stemde. Op 21 augustus stuurde Moskou nogmaals troepen richting Lets parlement. En net toen de soldaten de situatie onder controle leken te krijgen stopten ze, draaiden om en reden weg. Dit gebeurde omdat er op dat moment een (mislukte) coup tegen Gorbatsjov gepleegd werd.

Het Letse parlement verklaarde zich op dezelfde dag nog onafhankelijk van de Sovjet-Unie. Op twee september erkenden de Verenigde Staten de onafhankelijkheid van Letland. De Sovjet-Unie volgde op zes september 1991. Letland consolideerde haar onafhankelijkheid met meer kracht dan iedereen voor mogelijk had gehouden. Voorspellingen over harde confrontaties met Moskou zijn ook niet uitgekomen. Op vijf maart 1993 werd de Letse roebel vervangen door de nationale munt de “Let”. Financieel bleef het land vrij stabiel totdat de grootste commerciële bank, de Banka Baltija, in 1995 niet meer aan zijn geldelijke verplichtingen kon voldoen. Over het algemeen ging het echter met de economie de goede kant op. In juni 1993 werden voor het eerst vrije parlementaire verkiezingen gehouden en werd Gentis Ulmanis de president van Letland. In april 1994 tekende Ulmanis en Jeltsin een verdrag over de terugtrekking van de Russische troepen uit Letland. Dit voltrok zich inderdaad in augustus 1994.

De overgang naar een vrije- markteconomie verliep stroef, waarbij de weerstand tegen buitenlandse investeringen een rol speelde. In januari 1995 trad een vrijhandelsakkoord in werking met de EU, in mei omgezet in een associatie-akkoord. Hierdoor werd de toegang van Letse producten tot de Europese markt aanzienlijk verruimd. In juni 1996 werd een vrijhandelsakkoord getekend voor landbouwproducten van Baltische herkomst.

President Ulmanis werd diezelfde maand door het parlement herkozen voor een tweede termijn van drie jaar. Bij de parlementsverkiezingen van oktober 1995 wonnen links- en rechts-extremisten bijna de helft van de zetels. In 2002 kwam Letland positief in het nieuws doordat het land het Eurovisie-songfestival won met het liedje"I wanna" van Marie N. Op 1 mei 2004 trad Letland toe tot de Europese Unie.

Op 2 december 2004 ving de nieuwe regering o.l.v. premier Kalvitis haar werkzaamheden aan. Deze nieuwe regering is de 12 e regering sinds de onafhankelijkheid in 1991. Het betreft een brede (centrum)rechtse coalitie met de volgende partijen: New Era, People's Party, Latvia's First Party en de Union of Greens and Farmers, samen 70 zetels.

In de regeringsverklaring stelde MP Kalvitis continuering van beleid voorop. Specifiek werden de volgende punten genoemd: de noodzaak om de (financiële) crisis in gezondheidszorg op te lossen, te streven naar gebalanceerde begroting op de middellange termijn, terugdringen inflatie, overstappen op de Euro in 2008, verbeteren concurrentiekracht, maken van concept voor buitenlands beleid in de komende vier jaar, verbeteren van de relaties met Rusland, continueren aanwezigheid in Irak en afronden privatisering.

De gemeenteraadsverkiezingen op 12 maart 2005 betekenden zowel een overwinning voor de regering-Kalvitis (regeringspartijen veroverden de meerderheid in Riga) als vertrouwen in het overgrote deel van de zittende burgemeesters en hun (vaak lokale) partijen. Per saldo hebben de rechtse partijen gewonnen.

Bij de verkiezingen van oktober 2006 is voor het eerst sinds 1991 een zittende minister-president, Aigars Kalvitis, herkozen. Letland kent een parlementaire democratie met als staatshoofd President Valdis Zatlers sinds 2007. De Letse regering wordt gevormd door een coalitie van TP, JL, LPP, LZS en LZP. In december 2007 neemt Kalvitis ontslag, Ivars Godmanis volgt hem op als nieuwe premier van dezelfde coalitie. In februari 2009 valt de coalitie uit een. De centrumrechtse Valdis Dombrovskis wordt in maart 2009 benoemd tot regeringsleider van een nieuwe coalitie die uit zes partijen bestaat. Letland heeft zwaar te lijden onder de kredietcrisis en in november 2009 is 22.3% van de beroepsbevolking werkloos, het hoogste percentage van de hele EU. In maart 2010 verlaat de grootste coalitiepartij de regering. Dombrovskis verliest de meerderheid.

In juli 2011 wordt Andris Berzins de nieuwe president van Letland. Sinds januari 2014 heeft Letland voor de eerste keer in de geschiedenis een vrouw als premier, Laimdota Straujuma. Zij volgde Valdis Dombrovskis op, die in november 2013 opstapte na de instorting van het dak van een supermarkt in de hoofdstad Riga, waarbij 54 mensen om het leven kwamen.

In januari 2014 treedt Letland toe tot de Eurozone. In oktober 2014 wint de centrumrechtse coalitie de parlementsverkiezingen. De verkiezingen worden gedomineerd door de angst voor de Russische interventie in de Oekraine. In juni 2015 wint Raimond Vejonis de presidentsverkiezingen. In december 2015 treedt de regering af na ruzie binnen de coalitie vanwege de migrantencrisis en de begroting over 2016. In februari 2016 wordt Maris Kucinskis premier van min of meer dezelfde coalitie.

Bevolking

In Letland woonden in juli 2017 1.944.643 mensen. Dit betekent dat er ongeveer 30 mensen per km2 wonen. De bevolking bestaat in 2017 voor 62% uit Letten. Op dit moment is 25% van de bevolking van Russische afkomst. Hun aantal loopt sinds de onafhankelijkheid echter terug. Andere groepen zijn Wit-Russen (3,3%), Oekraïners (2,2%), Polen (2,1%) en Litouwers, Esten, Duitsers en Lijflanders. In 2017 woonde 68% van de bevolking in de steden. De belangrijkste steden zijn Riga (ca. 637.000 inwoners), Daugavpils, Liepaja, Jurmala, Jelgava en Ventspils.

Letland kent sinds 1991 een negatieve bevolkingsgroei: in 2017 -1,08%. Het geboorte- en sterftecijfer bedroeg in 2017 9.7 respectievelijk 14,5 op elke 1000 inwoners. De gemiddelde Let wordt in 2017 74,4 jaar oud.

Er wonen ongeveer 200.000 Letten in het buitenland, met name in de Verenigde Staten (ca. 100.000), Groot- Brittannië, Australië, Canada en Duitsland.

Van de 5% joden die er voor de Tweede Wereldoorlog nog leefden, is nog maar een kleine gemeenschap van 5000 zielen over.

Taal

De Letse taal behoort net als het Litouws tot de Baltische tak van de Indo- Europese taalfamilie. Het Lets wordt geschreven in Latijnse letters en is sterk beïnvDe Letse taal behoort net als het Litouws tot de Baltische tak van de Indo- Europese taalfamilie. Het Lets wordt geschreven in Latijnse letters en is sterk beïnvloedt door de Duitse taal. De oudste voorbeelden van het Lets zijn te vinden in catechismussen gepubliceerd in 1585. Door de vele etnische groeperingen (met name Russen) spreekt maar ongeveer de helft van alle Letten de Letse taal. Aan de andere kant spreken de meeste etnische Letten naast het Lets ook Russisch en vaak ook Duits.

Dat het Lets tot dezelfde taalfamilie behoort als het Litouws en sterk verschilt van het tot een andere taalfamilie behorende Estisch blijkt uit onderstaand lijstje telwoorden:

EstischLetsLitouws
1üksviensvienas
2kaksdividu
3kolmtristrys
4nelicetriketuri
5viispiecipenki
6kuussešišeši
7seitseseptiniseptyni
8kaheksaastoniastuoni
9üheksadevinidevyni
10kümmedesmitdešimt

loedt door de Duitse taal. De oudste voorbeelden van het Lets zijn te vinden in catechismussen gepubliceerd in 1585. Door de vele etnische groeperingen (met name Russen) spreekt maar ongeveer de helft van alle Letten de Letse taal. Aan de andere kant spreken de meeste etnische Letten naast het Lets ook Russisch en vaak ook Duits.

Godsdienst

Voor de komst van het christendom hielden de Letten vast aan het animistische geloof. Het animisme is een oergeloof waarbij men gelooft dat alle aardse dingen zoals bomen, dieren of zelfs stenen, een eigen spirituele kracht bezitten. Ten tijde van de eerste periode van onafhankelijkheid (1920-1940) ontstaat de Dievturiba-beweging die zich weer sterk richtte op het animistische geloof. Tijdens de Russische overheersing werd deze sekte vervolgd en de leiders regelmatig gevangen gezet. In 1989 stak deze sekte de kop weer op en riepen hun geloof uit als een officiële religie.

Het orthodoxe christendom werd in de 12e eeuw geïntroduceerd door Russische bezetters. Aan het begin van de 13e eeuw brachten Duitse"Ridders van het zwaard" het katholieke geloof mee. De ridders probeerden met geweld het katholieke geloof aan de bevolking op te leggen.

Het protestantse geloof werd in 1521 geïntroduceerd en kreeg al snel vaste voet aan de grond. Politieke motieven speelde hierin een belangrijke rol. Via het lutherse geloof probeerde men de invloed van de paus en de Duitse ridders te bestrijden. De lutheranen pakten het slimmer aan en probeerden de gewone bevolking te bereiken. In tegenstelling tot de Latijnse missen van de katholieken, werden de missen van de lutheranen in het Lets gehouden. Zij schreven ook de eerste bijbel in het Lets (1689). De lutherse kerk verdrong langzamerhand de katholieke kerk.

Rond de eerste periode van onafhankelijkheid (1920-1940) was 55% van de bevolking luthers, 25% katholiek, 9% Russisch orthodox en 5% joods. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werden de meeste joden vermoord in de concentratiekampen van de Duitsers. Gedurende de Russische overheersing werden vele priesters gedeporteerd, kerken veranderden in musea, sporthallen of warenhuizen. Vele kerken werden ook simpelweg afgebroken. Na de Sovjetoverheersing werden er weer kerken geopend en gerestaureerd. Op dit moment zijn er ongeveer 370.000 lutheranen en 350.000 katholieken in Letland. Kleinere religieuze groeperingen zijn baptisten, Russisch orthodoxen en er is ook weer een joodse synagoge in Riga.

Samenleving

advertentie

Staatsinrichting

De beslissing van het Letse Sovjetbestuur in december 1989 om een einde te maken aan de monopoliepositie van de communistische partij maakte de weg vrij voor de opkomst van onafhankelijke politieke partijen en voor de eerste vrije verkiezingen sinds 1940. Er volgde een politieke overgangsperiode die duurde tot 21 augustus 1991. In 1993 werd de grondwet van 1922 weer van kracht. In juni 1993 werden de eerste verkiezingen gehouden. Na de verkiezingen koos het parlement (de Saeima) Guntis Ulmanis als president. Ulmanis benoemde Valdis Birkavs als minister-president, die op zijn beurt een ministerraad formeerde. De door het parlement voor een ambtstermijn van drie jaar gekozen president draagt geen politieke verantwoordelijkheid en heeft slechts representatieve functies. De uitvoerende macht berust bij de regering, aangevoerd door een minister-president. De regering is verantwoording verschuldigd aan het wetgevende parlement. De Saeima bestaat uit één Kamer met 100 direct voor drie jaar gekozen afgevaardigden. Stemrecht is er sinds 1994 voor alle in Letland levende personen vanaf 18 jaar die afstammen van Letten die op 1940 in Letland woonden. Letse minderheden die daarna in het land zijn komen wonen, zijn daardoor niet langer stemgerechtigd, tenzij ze over een redelijke kennis van het Lets beschikken en hun oude staatsburgerschap opgeven. Vooral de grote groep Russen is hiermee benadeeld.

Een van de eerste problemen die opgelost moesten worden was het “burgerschap”. Besloten werd dat het burgerschap van Letland te verkrijgen was als men vijf jaar onafgebroken in Letland woont, een redelijke kennis heeft van de Letse taal en een legaal verkregen inkomen heeft. Bovendien moet men een eed afleggen waarin men belooft loyaal te blijven aan Letland en geen ander burgerschap aan te houden.

Letland is verdeeld in 26 landelijke districten, 60 steden en 7 grote gemeenten. Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

advertentie

Onderwijs

Alle kinderen van ± 6 jaar en ouder zijn verplicht om minimaal negen jaar basisonderwijs te volgen. Hierna kunnen ze drie jaar voortgezet onderwijs volgen of één tot zes jaar technisch, vak- of kunstonderwijs. In het schooljaar 93/94 gingen 76.000 kinderen naar het basisonderwijs, 242.000 naar het voortgezet onderwijs, 28.000 naar vakonderwijs, 20.000 naar speciale opleidingsinstituten en 7.000 naar scholen voor lichamelijk of geestelijk gehandicapten. Er zijn 18 universiteiten en hogescholen met 37.000 studenten.

Analfabetisme komt bijna niet voor. Na de onafhankelijkheid werd het de etnische groepen weer toegestaan scholen op te richten waar het onderwijs in de eigen taal gegeven wordt. In het schooljaar 93/94 waren er meer dan 200 Russische scholen, vier Poolse, een Estische, een Litouwse, een Oekraïense en een joodse school. Er zijn ook nog ongeveer honderd scholen waar zowel in het Lets als in het Russisch les gegeven wordt. Doordat de etnische groepen veelal in de steden wonen is het percentage studenten uit deze groepen die hoger onderwijs volgen hoger dan bij de autochtone Letten. De meeste onderwijsinstellingen voor hoger onderwijs zitten namelijk in de hoofdstad Riga.

In 1997 werd de eerste rechtenopleiding geopend met financiële hulp van Zweden en de Europese Unie. Er waren op dat moment ongeveer honderd Letse, Estische en Litouwse studenten die daar een opleiding volgden.

Economie

De Letse economie heeft een grote ommekeer gekend, die inmiddels zijn eerste vruchten afwerpt. De staatsgeleide economie, gestuurd vanuit Moskou, is vervangen door een zelfstandige, vrije en op de (wereld)markt gerichte staatshuishouding. De aanvankelijk gierende inflatie is inmiddels enigszins onder controle; het bruto nationaal product (bnp) per inwoner kwam in 1994 al op $2.290 en is inmiddels (2017) $27.700. De verdeling van de werkenden onder de bevolking is als volgt: 68,1% van de bevolking werkt in de dienstverlening, 7,7% in de landbouw en 24,1% in de industrie. (2017) De werkloosheid bedroeg in 2017 8,7%. Een duidelijke groeisector is de bouw. Ondanks deze positieve ontwikkelingen, moet niet uit het oog worden verloren dat Letland nog relatief arm is en te kampen heeft met een zeer hoge werkloosheid op het platteland en in Oost-Letland (tot rond de 25%).

Op dit moment heeft Letland ongeveer 2,5 miljoen ha landbouwgrond, waarvan twee derde voor akkerbouw en de rest voor weilanden. Het aantal hectares is aanzienlijk minder dan in 1935 (-32%). Onder de Sovjetoverheersing werd meer dan 1 miljoen ha landbouwgrond geschikt gemaakt voor bosbouw. Het was de boeren slechts toegestaan een klein stukje voor zichzelf te verbouwen en wat vee te houden. De boeren verdienden hun loon op de gigantische staatsbedrijven en kolchozen. Kolchozen waren collectieve boerenbedrijven, waarvan de grond staatseigendom was en de werktuigen en de oogst de leden van de kolchoz toebehoorde. Ten tijde van de onafhankelijkheid waren er 400 kolchozen met een gemiddelde grootte van ca. 6000 ha en 200 staatsbedrijven van ca. 7300 ha. Toch speelden de opbrengsten van de kleine stukken privé-grond een belangrijke rol als aanvulling op de zeer inefficiënt producerende staatsbedrijven en kolchozen. Zo werden in 1991 bijvoorbeeld 87% van alle schapen en geiten op de kleine stukken privé-grond gehouden. Van 1940 tot 1990 een van de belangrijkste leveranciers van vlees en vleesproducten aan de Sovjet-Unie. Vaak kreeg men hiervoor in ruil hiervoor landbouwmachines, brandstof, voedergraan en kunstmest. Toen het gecentraliseerde Sovjetsysteem instortte ontstond er meteen een tekort aan voedsel voor de dieren en stegen de kosten enorm. In één jaar tijd daalde het aantal dieren op de staatsbedrijven met 23%. Daardoor daalde de productie van vlees- en melkproducten met 6 à 7%.

Ruim 2,5 miljoen hectaren worden gebruikt voor de landbouw, waarvan twee derde voor akkerbouw, de rest voor weilanden. Er worden vooral graan en voedergewassen verbouwd.

Visvangst wordt niet alleen voor de eigen kust, maar ook in de Canadese wateren met succes bedreven.

Een belangrijke economische factor is de bosbouw: 42% van het land bestaat uit wouden en jaarlijks wordt meer dan 8 miljoen m3 hout omgezet.

Aan bodemschatten bezit Letland slechts turf, bouwmateriaal (kalksteen, zand, leem, gips, grind), hout en nog wat barnsteen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de industrie in plaats van de landbouw de belangrijkste sector van de Letse economie. Er werken veel mensen in de bouwindustrie en in de textielindustrie. Andere belangrijke sectoren van de industrie zijn de voedingsindustrie, de hout- en papierindustrie en de chemische industrie. Letland is het meest geïndustrialiseerde land van de Baltische staten. Zo werden alle elektrische en dieseltreinen voor de gehele Sovjet-Unie in Letland gemaakt. Door een groot gebrek aan natuurlijke bronnen is het sterk afhankelijk van de export van brandstoffen, elektriciteit en grondstoffen voor de industrie. De natuurlijke bronnen zijn dolomiet, kalksteen, klei, grind en zand. De industrie, geconcentreerd rond de steden Riga, Liepaja en Daugavpils, produceert vooral elektrotechnische machines en apparatuur, levensmiddelen en automobielen.

Hoewel het land drie waterkracht- en twee warmtekrachtcentrales heeft, moet een groot deel van de energiebehoefte ingevoerd worden.

De handelsbalans is negatief; de import bestaat voor een vijfde uit minerale brandstoffen. Verder voert men veel machines en chemicaliën in. In 2017 werd er voor $15,8 miljard ingevoerd. De belangrijkste importpartners zijn Litouwen, Duitsland, Rusland, en Estland.

Uitgevoerd worden met name hout en houtproducten, textiel, landbouwproducten en elektronica. De belangrijkste exportpartners zijn Litouwen, Duitsland, Engeland, Rusland en Zweden. In 2017 werd er voor $12,8 miljard geëxporteerd.

Het spoorwegnet is 2412 km lang, het wegennet 59.178 km, waarvan 22.843 km verhard is. Riga is de grootste containerhaven van het Balticum, Ventspils komt op de tweede plaats. Het ligt in de bedoeling de voormalige Sovjet-marinebasis Liepaja te veranderen in een koopvaardijhaven. Riga bezit een internationale luchthaven.

Vakantie en bezienswaardigheden

Riga is de hoofdstad van Letland. De stad is al meer dan 800 jaar oud en barst van de interessante bezienswaardigheden. Vooral het historische centrum van de stad is beroemd en behoort zelfs tot de werelderfgoedlijst van UNESCO. Vooral degenen die van art nouveau en jugendstil houden kunnen hun hart ophalen in Riga. Aan de noordkant van het historische centrum van Riga ligt het ‘Stille Centrum’. Hier zijn veel gebouwen te vinden die zijn ontworpen door de art nouveau architect Michail Eisenstein. Hier zijn bovendien ook nog veel traditioneel Letse, houten huizen te vinden. Het Slot van Riga is een echte must-see in Riga. De oudste delen van de burcht stammen uit 1330, maar het kasteel werd vele malen herbouwd. Het gebouw moest de macht van Riga uitstralen en daarom wilde men het steeds aanpassen. Vandaag de dag woont de president van Letland in een deel van het slot. Lees meer op de Riga pagina van landenweb.

Het kasteel van Turaida is een prachtig middeleeuws kasteel. Het ligt aan de oever van de rivier Gauja. Turaida werd gebouwd in de 13e eeuw voor de aartsbisschop van Riga, op de plaats van het vroegere houten kasteel van Liv. Het kasteel was een belangrijke vesting in de middeleeuwen en het is Zweeds, Pools en Russisch bezit geweest. Na de wederopbouw in de 20e eeuw, is Turaida uitgegroeid tot een van de meest populaire bezienswaardigheden in Letland. Het maakt deel uit van het Turaida museum complex, samen met een aantal andere attracties in de omgeving, zoals de oudste houten kerk van Letland.

advertentie
Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

LETLAND LINKS

Advertenties
• Letland Vliegtickets.nl
• Letland Tui Reizen
• Djoser fietsreis - Estland, Letland & Litouwen
• Letland Hotels
• Rondreizen Letland
• Riga Vliegticket Tix.nl
• Autoverhuur Sunny Cars Letland
• Transport Letland - TTS Quality Logistics B.V

Nuttige links

Baltic-Info Toeristische informatie over Letland (N)
Balticum, 3 landentour op de fiets (N)
Campersite Baltische Staten (N)
Letland Reisverhaal (N)
Reisinformatie Letland (N)
Startpagina Letland (N)

Bronnen

Baister, S. / Latvia

Bradt Publications

Estonia, Latvia and Lithuania : country studies

Federal Research Division, Library of Congress,

Williams, N. / Estonia, Latvia & Lithuania

Lonely Planet

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems