Landenweb.nl

ZWEDEN
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Zweeds
  Hoofdstad  Stockholm
  Oppervlakte  449.964 km²
  Inwoners  10.043.585
  (mei 2019)
  Munteenheid  Zweedse kroon
  (SEK)
  Tijdsverschil  +0
  Web  .se
  Code.  SWE
  Tel.  +46

To read about SWEDEN in English - click here

Steden ZWEDEN

Stockholm

Geografie en Landschap

Geografie

Het koninkrijk Zweden (officieel: Konungariket Sverige) is het grootste land van het Scandinavisch schiereiland en is ongeveer 11x zo groot als Nederland. In het westen en noorden grenst Zweden aan Noorwegen. In het noordoosten grenst Zweden aan Finland. In het zuidwesten heeft Zweden een kustlijn van meer dan 14.000 kilometer langs de Botnische Golf, de Oostzee, de Sont, het Kattegat en het Skagerrak. Tot Zweden horen verder de grotere eilanden Gotland en Öland. Zweden is een zeer langgerekt land. Het noordelijkste punt is Frederiksröset, dat boven de poolcirkel ligt: het meest zuidelijke punt is Smygehuk tegenover de Duitse Oostzeekust.

advertentie

Foto:Publiek Domein

De oppervlakte aan woeste grond in Zweden is 31% met inbegrip van de meer dan 96.000 meren. 58% van de bodem is bedekt met bossen en de cultuurgrond beslaat 11%. De langste rivier is de Klarälv-Götaälv, 720 km lang. De hoogste berg van Zweden, de Kebnekaise, ligt in Norrland en is ruim 2100 meter hoog.

advertentie

Foto:Alexander Vujadinovic CCAttribution-Share Alike 4.0 Internationano changes made

Landschap

De uiteindelijke vormgeving van het landschap van Zweden kwam tot stand door de ijstijden. De landijsbedekking had een dikte van 2000 tot 4000 m en bedekte het hele land. Door het schuivende ijs werd de bodem gepolijst, het land werd afgevlakt, enkele hardere knobbels werden afgeslepen tot zgn. bultrotsen. Daarnaast vond afzetting van morenemateriaal plaats. Onder het ijs werden kilometers lange en soms 100 m hoge, uit zand en grind bestaande heuvelruggen gevormd. Na het wegvallen van de grote druk van het landijs volgde een langzame opheffing van het land. Hierdoor werden oude kustlijnen sterk opgetilt. Ook nu nog vindt er opheffing plaats, welke in het noorden 100 cm per eeuw bedraagt en bij Stockholm 45 cm, terwijl aan de zuidkust geen opheffing meer meetbaar is. De Zweedse kust bestaat daardoor uit duizenden kleine eilandjes en rotspunten, die net boven water uitsteken. Deze scheren zijn aan de westkust vrijwel geheel kaal, maar langs de oostkust meestal bebost.

Zweden wordt in drie grote landschappen verdeeld: Norrland in het noorden, Svealand in het midden en Götaland in het zuiden.

Norrland is bergachtig met eindeloze wouden en vele rivieren en meren. Norrland beslaat bijna tweederde van de totale oppervlakte van Zweden.

Svealand in het midden van Zweden heeft een wat opener en vriendelijker landschap. Aan de oostkust ligt achter een scherengordel de hoofdstad Stockholm. Rondom Stockholm is het begroeid met dichte wouden. Verder landinwaarts liggen open vlakten waar de Zweden zich al duizenden jaren op de akkerbouw toeleggen. De vruchtbare akkers worden echter ook weer afgewisseld door dichte bossen en moerassige hoogvlakten.

Götaland in het zuiden heeft een zeer gevarieerd landschap met o.a in de zuidelijkste provincie Skåne bloeiende landbouwgebieden en beukenbossen. Verder vindt men er uitgestrekte wouden op stenige grond, nauwelijks geschikt voor landbouw. De westkust is vlak met soms lange zandstranden. Verder een scherenkust met veel eilandjes en inhammen. Hier liggen ook de grote meren Vänern en Vättern. Vänern is het op twee na grootste meer van Europa.

Klimaat en Weer

Zweden heeft net als buurland Noorwegen te maken met de invloed van de Warme Golfstroom. Zo ligt de gemiddelde jaartemperatuur aanzienlijk hoger in streken zoals Noord-Rusland, Alaska en Groenland die op dezelfde breedte liggen. Midden-Zweden heeft een landklimaat met warme droge zomers en koude winters. Oorzaak is de bergketen in Noorwegen waar de wolkenvelden snel stijgen en het dus vaak regent. Gevolg is dat het achter die bergketen veel droger en zonniger is. In het noorden (Lapland) en de oostelijke gebieden langs de Botnische Golf kan het erg koud worden. De Botnische Golf kan zelfs helemaal dichtvriezen. In Lapland komen temperaturen van ± -35°C voor.

advertentie

Foto:Holger.Ellgaard Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In de noordelijke berggebieden ligt gemiddeld zo'n twee meter sneeuw die wel tot zeven maanden kan blijven liggen. In Stockholm blijft de sneeuw ongeveer drie maanden liggen.

Het zuiden heeft een uitgesproken zeeklimaat als gevolg van de Warme Golfstroom en er valt dan ook wat meer regen dan in de rest van Zweden. Als er sneeuw valt, blijft die niet vaak liggen. Ook de havens blijven ijsvrij. Het zuiden heeft vier tot vijf zomermaanden, het midden drie tot vier en het noorden een tot drie. Van noord naar zuid zijn er met name in de winter grote verschillen in de gemiddelde temperatuur. In januari b.v. is de gemiddelde temperatuur in Lapland -14°C en kan dalen tot meer dan -35°C. Aan de zuidkust is het dan gemiddeld -1°C. De neerslag is ongelijk verdeeld over het land. De westkust tussen Malmo en de Noorse grens krijgt de meeste regen, ± 700 mm per jaar. Het oosten van Zweden heeft maar 300-400 mm per jaar.

Evenals in Noorwegen en Finland zijn er in Zweden twee bijzondere fenomenen waar te nemen: de middernachtzon en het noorderlicht.

advertentie

Foto:Pavel.shyshkouski CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De middernachtzon staat voor veel reizigers hoog op het lijstje van bezienswaardigheden. Hoe verder men 's-zomers in de richting van de Noordpool gaat, hoe hoger en langer de zon achter elkaar blijft schijnen. De poolcirkel, die door het noorden van Zweden loopt, is de breedtegraad waarop de zon in de nacht van 21 op 22 juni net boven de horizon blijft staan. De middernachtzon is zelfs in zuidelijker delen van Zweden zichtbaar. Hartje zomer kan men dan zonder veel problemen 's-nachts op straat de krant nog lezen. Omgekeerd blijft de zon in de winter op de poolcirkel natuurlijk onder de horizon staan en op de Noordpool heerst dan de poolnacht. Bij zware bewolking is er natuurlijk veel minder van dit natuurverschijnsel te zien.

advertentie

Foto:US embassy Sweden Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Het noorderlicht of poollicht is in heldere, koude winternachten te zien. Uit zonnevlekken worden richting aarde elektrische deeltjes weggeschoten die door het magnetischveld om de aarde naar de hogere luchtlagen gestuwd worden, en daar beginnen te gloeien. Er onstaan dan schitterende kleurschakeringen, in bogen en stralen. Het allermooiste is de noorderlichtkroon, als al die bogen en stralen als een kroon boven de pool lijken te hangen.

Planten en dieren

Planten

advertentie

Foto:Arto Kemppainen inhet publieke domein

Zweden is voor ongeveer de helft bedekt met bossen, voornamelijk dennen, sparren en lariksen. In het zuiden overheerst in de bossen de beuk. De eik komt nog tot Midden-Zweden voor. Verder noordelijk nog de berk en in de noordelijkste streken de dwergberk. De boomgrens daalt van 900 à 1000 m boven zeeniveau in Dalarna tot ca. 500 m boven zeeniveau aan de grens tussen Zweeds en Noors Lapland.

Foto:Per Olav Wiberg Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

In de zomer is praktisch het hele land bedekt met bloemen, vooral klaprozen, korenbloemen, margrieten en allerlei soorten veldbloemen. In Zweden komen ongeveer 2000 plantensoorten voor. Op veel plaatsen is het smullen geblazen; bosbessen en frambozen komen veel in het wild voor. Op de eilanden Öland en Gotland treft men bijzondere vegeatatie aan. Dit komt door de kalksteengrond die de zonnewarmte goed vasthoudt. Zo groeien op beschutte plaatsen perzik, moerbij en walnoot. Ook zo'n dertig soorten orchideeën zijn zeer bijzonder.

Dieren

Foto:Dickelbers Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In moerassige, bosrijke gebieden komt de eland in groten getale voor. In Lapland zwerven grote kudden rendieren die behoren aan Lappenfamilies. Zeldzame dieren zijn de bruine beer, de wolf, de lynx en de veelvraat. In Midden- en Zuid-Zweden leeft vrij veel klein wild als marters, wezels en vossen. In het noorden leven sneeuwhazen, poolvossen en lemmingen. Zweden kent meer dan 300 vogelsoorten. Aan de zeekust leven allerlei soorten meeuwen, eenden en sterns. Bij de meren leven kiekendieven, futen en talingen. In de bossen komen auerhoen, korhoen, spechten en uilen voor. Veel voorkomende roofvogels zijn arenden, valken, uilen, buizerds en sperwers. In de naaldwouden leven spechten, goudvinken, raven en bonte kraaien.

Foto:Harry geurts Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Zweden is zeer belangrijk als broedgebied van talrijke vogelsoorten van het noorden; hiervan is de Europese kraanvogel ongetwijfeld de meest opvallende. Zweedse rivieren en meren zitten barstensvol met vis. In de noordelijke wateren veel baars, snoek, zalm en forel. Langs de kusten tonijn, haring, makreel, kabeljauw en strömming (Oostzeeharing). Verder komen er drie soorten slangen (waaronder de adder), en drie soorten hagedissen in Zweden voor.

Een groot aantal nationale parken en reservaten liggen verspreid over het land; het bekendste is het in Lapland gelegen Abisko Nationale Park.

Geschiedenis

Prehistorie

Foto:Olof Ekström Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Ongeveer 9000 v. C. verschenen er voor het eerst mensen in Zuid-Zweden, jagers-verzamelaars, behorende tot cultuurgroepen uit Denemarken. Er zijn onder andere bijlen en ander gereedschap uit vnl. rendiergewei, gedetailleerd bewerkte harpoenen en spitsen van rendiergewei of been gevonden. Daarna werd Noord-Zweden zowel vanuit het oosten (Finland) als vanuit het westen (de Noorse kust) gekoloniseerd. Omstreeks 4000 v. C. werden deze culturen verdrongen door de opkomst van de vroegste boerencultuur, een onderdeel van de West-Europese trechterbekercultuur. Onder invloed hiervan werden in Zuid- en Oost-Zweden megalithische grafkelders gebouwd. Tijdens o.a. de vroege bronstijd (ca. 1800 v. C.) werden in Centraal- en Zuid-Zweden zeer veel reliëfs en rotsschilderingen aangebracht. De afbeeldingen bestaan meestal uit mannen, dieren, schepen, landbouwgereedschap, bijlen en andere wapens. De bronstijd begint in Zweden met de import van bronzen voorwerpen uit Centraal-Europa. Al snel ontwikkelde zich een eigen bronsindustrie. In de overgang van brons- naar ijzertijd kwam langs de Baltische kust het begraven onder bootvormige monumenten veel voor.

Middeleeuwen

Foto:Bogdangiusca Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In de Vikingtijd (800-1050) trokken de bewoners van het zuidelijke deel van het huidige Zweden samen met de Denen en Noren naar het westen. De bewoners van Oost-Zweden trokken langs de grote rivieren in Rusland zuidwaarts tot aan de Zwarte en de Kaspische Zee. Gotland en de stad Birka waren belangrijke handelsposten in Zweden. In 900 veroverden de Zweedse vikingen het Deense handelscentrum in Sleeswijk, Hedeby. De kerstening van Zweden verliep langzaam. Pas in 1103 maakt Zweden officieel deel uit van de Rooms-Katholieke Kerk. Erik IX de Heilige stichtte ca. 1150 een nieuwe dynastie. Deze dynastie werd opgevolgd door de Folkunger. Hun macht belette geruime tijd verzet van adel en geestelijkheid. Een van hen, Magnus, werd 1364 van de troon vervallen verklaard en de Mecklenburger Albert werd tot koning verkozen. Toen ook hij veel invloed leek te krijgen, werd de Deens-Noorse koningin Margaretha te hulp geroepen, die in 1389 Albert versloeg en op strenge voorwaarden tot vorstin werd verheven. Bij de Unie van Kalmar (1397) werd haar opvolging geregeld en werden Noorwegen, Zweden en Denemarken ook wettelijk onder één koning gebracht.

Aan het einde van de middeleeuwen verzetten de lagere standen, vooral de boeren, zich tegen de unie en de koning, Erik van Pommeren. De hogere standen volgden soms aarzelend. Een Rijksdag in 1435 riep de volksleider Engelbrechtsson tot rijksbestuurder uit, die in het volgend jaar door Magnus werd gedood. Een aantal standgenoten verhief nu Karel Knutsson Bonde tot rijksbestuurder, later tot koning Karel VIII, die drie korte perioden regeerde. Toen zijn macht te groot dreigde te worden, wendden de adel en de geestelijkheid zich tot Christiaan I van Denemarken. Na de dood van Karel VIII (1470) traden achtereenvolgens als rijksbestuurders op Sten Sture en zijn verwanten. De oudere Sten versloeg de Deense koning Christiaan I in 1471, de jongere Sten Sture sneuvelde in 1520 tegen Christiaan II. Deze was nu in Zweden oppermachtig en met hem een meerderheid van adel en geestelijkheid. De executie, op 8 nov. 1520 te Stockholm, op bevel van Christiaan II, van een honderdtal geestelijken en edelen en hun dienaren (het zgn. bloedbad van Stockholm) was aanleiding tot een opstand. Deze werd geleid door Gustaaf Wasa, een jonge edelman die werd gesteund door de boeren uit Dalecarlië. De Rijksdag riep hem in 1523 tot koning uit.

Nieuwe Geschiedenis

Foto:Holger.Ellgaard Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Gustaaf heeft ondanks veel tegenstand, Zweden tot een goed bestuurd en goed verdedigbaar land gemaakt. Het scheppen van een kundige bureaucratie en een paraat leger kostte veel geld en de schuldeisers, vooral de Hanze, drongen aan op afbetaling. De nood werd voor een groot deel beëindigd door een besluit van de Rijksdag te Västerås in 1527, dat het bezit van de kerk seculariseerde en inkomsten en vermogen van de Kroon aanzienlijk vergrootte. Gustaaf Wasa regeerde tot 1560; de expansieneigingen van Zweden ten aanzien van de landen om de Oostzee dreigden toen al te leiden tot een verbond van Denemarken en Polen. Door het Deense bezit in Schonen was Zweden vrijwel van de open zee afgesloten. Een betrekkelijke stilstand trad in onder het bewind van Gustaafs zoons Erik XIV (1560-1568) en Johan III (1569-1592). Deze laatste trachtte het katholicisme weer te herstellen. Onder Karel IX (1604-1611) werden de eerste pogingen gedaan de Oostzeelanden te veroveren, maar deze mislukten. Onder het bestuur van zijn zoon, Gustaaf II Adolf, nam de grote machtsuitbreiding van Zweden een aanvang. Hij veroverde het land tussen Riga en de Finse Golf en viel de Duitse landen binnen. Bij de Vrede van Westfalen in 1648 verwierf Zweden de bisdommen Bremen en Verden en Voor-Pommeren. Bij de vrede in 1658, met Denemarken, behalve de vier kustlandschappen ook Trondheim en Bornholm. Toen stond Zweden voor korte tijd op het toppunt van zijn macht.

De belangrijkste binnenlandse gebeurtenissen gedurende de 'Grootheidstijd' (1611-1718) waren de totstandkoming van de 'regeringsvorm' van 1634 en de troonsafstand van Gustaaf II Adolfs dochter en opvolgster Christina ten behoeve van Karel X Gustaaf. Die regeringsvorm was reeds tijdens het leven van Gustaaf II beraamd, maar werd pas na diens dood door Oxenstierna ten uitvoer gelegd: de voornaamste departementen zouden worden beheerd door colleges, waarvan de chefs in de door de koning benoemde Rijksraad zitting hadden. Ook is van grote betekenis geweest de door de Rijksdag op voorstel van Karel XI in 1680 aanvaarde 'reductie': inkomsten en vermogen van de Kroon, omvangrijk sinds de verwereldlijking, waren én door de oorlogskosten én door de spilzucht van koningin Christina verminderd en in het bezit gekomen van vooral de adel. Een commissie had tot taak gehad de edelen te dwingen, na desbetreffend onderzoek, de goederen terug te geven die de Kroon van rechtswege toekwamen, een maatregel die vooral in Polen en de overzeese gebiedsdelen verbittering wekte. De grote Noordse Oorlog (1700-1718), ten tijde van Karel XII, maakte een einde aan de positie van Zweden als grote mogendheid. Na zijn dood en de debacles van 1720 en 1721 beperkte de Rijksdag de macht van de koning, vergrootte hij de invloed van het parlement, dat in het vervolg de Rijksraad zou samenstellen. Karels opvolgers waren geen vorsten van formaat. Een poging van Adolf Frederik het koninklijk gezag te versterken, mislukte roemloos. Twee partijen, de Hoeden en Mutsen genoemd, hadden afwisselend de leiding tijdens deze 'vrijheidsstrijd' (1719-1772).

Foto:Publiek domein

Omstreeks 1770 scheen het gevaar te dreigen dat Rusland, evenals in Poolse, ook in Zweedse interne aangelegenheden zou kunnen ingrijpen en de zelfstandigheid van het land zou willen aantasten. De nieuwe koning Gustaaf III waagde in overleg met de Franse regering op 12 aug. 1772 een 'coup d'état', versterkte het vorstelijk gezag en tevens de goede betrekkingen met de traditionele bondgenoot. Gedurende zijn verdere bestuur had de koning te kampen met oppositie, vooral onder de adel, die tijdens een kort conflict met Rusland (1788-1790) verraad pleegde en in 1792, onder leiding van Anckarström, een samenzwering smeedde en op het gemaskerd bal in de Stockholmse opera op de vorst een dodelijke aanslag pleegde. Tijdens de coalitieoorlogen bleef Gustaaf IV Engelsgezind; na de Vrede van Tilsit maakten de Engelsen zich meester van de Deense vloot, maar zij stelden geen pogingen in het werk de Zweden bij het afslaan van een te verwachten aanval van Frankrijks geallieerden, Denemarken en Rusland, te steunen. Finland werd in 1808 bezet. Dit had tot gevolg dat, wederom, de adel een samenzwering smeedde tegen de onbekwame Gustaaf IV. Adlersparre rukte naar Stockholm op. Adlercreutz nam de koning gevangen. De Rijksdag verklaarde hem vervallen van de troon en riep zijn oom Karel XIII tot koning uit, stelde tevens een nieuwe 'regeringsvorm' op, die de vorstelijke macht aanzienlijk beperkte ten bate van die van het parlement. Toen de Augustenburgse hertog Christiaan August, als opvolger aangewezen van de kinderloze koning Karel XIII, in 1810 plotseling overleed, vond men in Parijs een opvolger in de persoon van Jean-Baptiste Bernadotte, maréchal de France, voor wiens in de laatste oorlog gebleken kundigheden óók als administrator men in Zweden grote bewondering koesterde. De nieuwe troonopvolger, tevens regent voor zijn adoptiefvader, koos in 1812 partij voor Rusland en de anti-Franse coalitie. Hem werd toegezegd dat hij bij de komende vrede Noorwegen zou verkrijgen in ruil voor Finland. Dit werd geëffectueerd, toen het Noorse Storting in 1814 de Zweedse koning Karel XIII tot koning van Noorwegen verkoos. Bij het Congres van Wenen verloor Zweden Zweeds Pommeren aan Pruisen. Daarmee waren de in de 17de eeuw veroverde gebieden goeddeels verloren.

Huis Bernadotte

Foto:Publiek domein

In 1818 kwam het Huis Bernadotte op de Zweedse troon met Karel XIV Johan. Onder de vorsten uit dit Huis had de geschiedenis van Zweden een rustig verloop. Voor conflicten met Rusland was Zwedens macht niet meer toereikend. Tot Denemarken werd de verhouding in de 19de eeuw steeds vriendschappelijker. Tijdens de Krimoorlog bleven Zweden en Noorwegen neutraal. In het binnenland vereisten in het algemeen dezelfde vraagstukken oplossingen als in andere landen, in het bijzonder op politiek terrein de kwestie of de toenmalige samenstelling van de Rijksdag in vier standen gewijzigd zou behoren te worden. De liberale minister De Geer bracht in 1865 een 'Reform' tot stand, krachtens welke het Zweedse parlement zoals elders in het vervolg zou bestaan uit twee Kamers, gekozen deels direct door de kiezers uit het gehele volk, deels indirect door de vertegenwoordigers van de afzonderlijke gewesten.

Onder de regering van Oscar II (1872-1907) radicaliseerden zich de politieke verhoudingen in Zweden. Sedert 1889 begon ook de sociaal-democratie naar voren te komen, die met de radicalen samenwerkte in de strijd voor het algemeen kiesrecht. Het invoeren van een beschermend stelsel in 1887 deed de verhouding tot Noorwegen verslechteren. Dit leidde uiteindelijk tot de afscheiding in 1905, die onder invloed van vredelievende stromingen in Zweden vreedzaam verliep. Onder Gustaaf V (1907-1950) bracht men het algemeen kiesrecht voor de Tweede Kamer tot stand. In 1914 ontstond een conflict tussen de koning en het liberale kabinet over de landsverdediging, waarbij het ministerie moest wijken als gevolg van een boerenopmars naar Stockholm. In de Eerste Wereldoorlog bleef Zweden neutraal; koning Gustaaf bracht een samenwerking met de andere, eveneens neutrale Scandinavische landen tot stand. Nadat al in 1917 socialisten tot de regering waren toegetreden, kreeg Zweden in 1920 zijn eerste socialistische kabinet onder K.H. Branting. De sociaal-democratische partij was van nu af aan de sterkste partij en sinds 1932 bijna onafgebroken aan de regering.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Zweden weer neutraal. Na de Russische overval op Finland wilden velen Finland te hulp komen. Toen Noorwegen door de Duitsers was bezet, zag Zweden zich genoodzaakt de doortocht van Duitse verlofgangers over Zweeds gebied toe te staan. Aan deze met de neutraliteit strijdige toestand kwam pas midden 1943 een eind. Na de oorlog nam Tage Erlander de leiding over. Onder zijn bewind werd Zweden lid van de Verenigde Naties, van de Raad van Europa, en van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (de latere OESO). Zweden sloot zich niet aan bij de Europese Gemeenschappen, wel bij de Europese Vrijhandels Associatie. In zijn neutraliteitspolitiek paste ook geen lidmaatschap van de NAVO.

Nieuwste tijd

Foto:Rob Bogaerts / Anefo in het publieke domein

Op binnenlands gebied streefde de sociaal-democratische regering, sinds 1969 geleid door Olof Palme, steeds meer naar sociale gelijkheid en vooruitgang. In september 1973 overleed koning Gustaaf VI Adolf.

Hij werd opgevolgd door zijn kleinzoon Karel XVI Gustaaf, die door een grondwetswijziging geen enkele macht meer had en een louter representatieve functie vervulde. In datzelfde jaar kwam er een einde aan 44 jaar sociaal-democratisch bewind. De Centrumpartij, de liberale volkspartij en de Conservatieven vormden een nieuwe regering. In oktober 1978 viel de regering op het vraagstuk van de kernenergie. Na een brede maatschappelijke discussie werd op 23 maart 1980 een volksreferendum over het kernenergiebeleid gehouden. De tegenstanders van kernenergie verloren het van de voorstanders. In 1981 verlieten de Conservatieven de regeringscoalitie wegens onenigheid over een belastinghervorming. Na de verkiezingen van september 1982 herwonnen de sociaal-democraten onder leiding van Olof Palme hun oude positie. Palme stelde zich internationaal op als advocaat van Derde-Wereldlanden en als een van de belangrijkste pleitbezorgers van een wereldwijde ontwapening. Na de moord op Palme (18 febr. 1986) werd er een pragmatischer koers gevolgd. Ook kwam er een verandering in Zwedens traditionele buitenlandse neutraliteitspolitiek. In juli 1991 vroeg Zweden namelijk het lidmaatschap van de EG aan, waarmee het land duidelijk maakte deel te willen nemen aan de opbouw van een politieke Europese Unie.

Parlementsverkiezingen in 1991 brachten een overwinning voor de Conservatieven. Carl Bildt werd minister-president van een burgerlijk-conservatief coalitiekabinet. Hij voerde een rigoreus bezuiningsbeleid om de in het slop geraakte Zweedse economie weer op gang te helpen. Ook werd de privatisering van staatsbedrijven aangekondigd. Op 1 jan. 1995 trad Zweden toe tot de EU.

Het BNP groeide in 1995 dankzij een stijgende export met bijna 4%. De werkloosheid bleef hoog: officieel lag die rond de 7%, maar inclusief de deelnemers aan werkverschaffings- en omscholingsprojecten was meer dan 13% van de beroepsbevolking zonder werk.

Persson, die Carlsson opvolgde als leider van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, had als minister van Financiën het begrotingstekort drastisch teruggebracht door o.a. te korten op de uitkeringen en de belastingen te verhogen.

Eugene de Kock, een voormalig leider van een Zuid-Afrikaans doodseskader, beweerde tijdens een rechtszaak in Zuid-Afrika dat een onderdeel van de Zuid-Afrikaanse inlichtingendienst verantwoordelijk was voor de moord op de Zweedse oud-premier Olaf Palme in febr.1986.

21 eeuw

Foto:Vesa Lindqvist/Matti Hurme - Norden.org CC2.5 Denmark no changes made

De Sociaal-Democratische Partij is, alleen of in coalitievorm, aan de macht geweest gedurende de perioden 1932-1976 en 1982-1991 en vanaf 1994. In september 2002 hebben weer parlementaire verkiezingen plaats gevonden, waarbij de Sociaal-Democratische Partij de belangrijkste winnaar was met 40% van de stemm en. Net als tijdens de vorige regeringsperiode steunt de partij op twee gedoogpartners ter linkerzijde, te weten de Groenen en de Linkerpartij. De oppositie bestaat uit de Moderaten (Conservatieven), Liberalen, Centristen en Christen-Democraten. Op 14 september 2003 werd het referendum gehouden over de vraag of Zweden de Euro als wettelijk betaalmiddel zou moeten invoeren. De bevolking stemde uiteindelijk met 56% tegen de afschaffing van de kroon.

Het referendum werd overschaduwd door de brute moord op de Minister van Buitenlandse Zaken, Anna Lindh. Zij was, net als Premier Persson, een verklaard voorstander van de invoering van de Euro en leidde de campagne. De moord op Anna Lindh was een schok voor het meestal ontspannen politieke klimaat van Zweden. Maar ook bracht het de herinnering weer boven aan 1986 toen de toenmalige Premier Olof Palme wandelend op straat werd doorgeschoten. Anna Lindh werd opgevolgd door de in Letland geboren oud minister van Justitie Laila Freivalds.

Begin 2005 is Zweden getroffen door twee nare gebeurtenissen. De tsunami op tweede kerstdag in Zuidoost-Azië trof Zweden zeer hard. Op een bevolking van 9 miljoen waren er in januari 52 doden en 637 vermisten. De minister van buitenlandse zaken, Laila Freivalds, wordt verweten te laat te hebben gereageerd. Zij heeft publiekelijk haar excuses aangeboden en aangegeven dat het ministerie zich beter moet gaan toerusten voor dit soort calamiteiten. Er wordt een nationale crisiscommissie opgericht. In januari werd het zuiden van Zweden bovendien ernstig getroffen door een zeer zware storm. Vele omgewaaide bomen (hele bossen zijn weggevaagd) hebben geleid tot grootschalige en langdurige uitval van elektriciteit.

Op zondag 17 september 2006 vonden parlementsverkiezingen in Zweden plaats. De verkiezingscampagne was kort en werd beheerst door discussies over de werkloosheid (voor Zweedse begrippen hoog, maar voor Europese begrippen gemiddeld), belastingen, de gezondheidszorg en het onderwijs. Uit de peilingen bleek dat het een nek-aan-nek race zou worden tussen het linkse blok (sociaaldemocraten, milieupartij en socialisten) en de rechtse alliantie (conservatieven (moderaten), liberalen, christendemocraten en de centrumpartij). Het werd een nipte overwinning voor laatstgenoemde. Dit is een opmerkelijke uitslag, aangezien het sinds 1932 maar twee keer eerder voorkwam dat de sociaaldemocraten de verkiezingen verloren (in 1976 en 1991). Bovendien zijn de rechtse partijen nooit eerder in een periode van economische voorspoed aan de macht gekomen. In november 2008 ratificeert Zweden het verdrag van Lissabon. In februari 2009 breekt de regering met het beleid om geen kernencentrales te bouwen. In juli 2009 wordt Zweden voorzitter van de EU. Bij parlementsverkiezingen in september 2010 krijgt de centrumrechtse coalitie van premier Fredrik Rheinfeldt net geen meerderheid. In oktober vormt hij een brede minderheidsregering. In december wordt autofabrikant Saab, een icoon van de Zweedse industrie failliet verklaard. In februari 2012 bevalt kroonprinses Victoria van een dochter. Prinses Estelle is de tweede in de lijn van troonopvolging. In juni 2013 trouwt prinses Madeleine, de jongste dochter van de Zweedse koning, onder grote belangstelling in Stockholm. In april 2014 kondigt Zweden een verhoging van het defensiebudget aan vanwege de onrust in Oekraïne en de ontwikkelingen in Rusland.

Foto:Robvissers 1966 CCs Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

In oktober 2014 wordt Stefan Lofven de nieuwe premier en vormt een centrumlinkse minderheidsregering. In de jaren 2015 tot 2017 krijgt Zweden te maken met de vluchtelingencrisis en de opkomst van rechtse anti-immigratiepartijen. Bij verkiezingen in 2018 is de uitslag niet eenduidig maar in januari 2019 wordt Lofven weer premier. In 2020 krijgt Zweden te maken met de Covid-19 pandemie. In tegenstelling tot de meeste Europese landen kiest Zweden niet voor een totale lockdown.

Bevolking

Foto:Bent Nyman Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Zweden heeft in 2017 9.960.487 miljoen inwoners.

De Zweedse bevolking behoort tot de meest karakteristieke vertegenwoordigers van het Noordse ras, met als kenmerken: lange slanke gestalte, smalle schedel, blond haar en blauwe ogen. Vermenging met andere subrassen is in Zweden verhoudingsgewijs zeer weinig opgetreden. Het aantal buitenlanders is tijdens en na de Tweede Wereldoorlog sterk toegenomen en bedroeg in 2014 bijna 2 miljoen. Finnen zijn historisch gezien de grootste groep. Er zijn in Zweden relatief veel vluchtelingen uit oorlogsgebieden opgenomen.

Zweden is een van de dunst bevolkte landen van Europa, maar er bestaan regionaal grote verschillen in bevolkingsdichtheid. De gemiddelde bevolkingsdichtheid per km2 is ongeveer 22, maar in het uiterste noorden van het land is de dichtheid 3 inwoners per km2 en in het stedelijk gebied rondom Stockholm meer dan 250 inwoners per km2. In de stedelijke gebieden van Stockholm, Göteborg en Malmö woont ruim een derde van de totale bevolking. Ongeveer 87% van de bevolking woont in een verstedelijkt gebied. Steden in het noorden hebben vrijwel nooit meer dan 20.000 inwoners.

De gemiddelde levensverwachting is 82,1 jaar, mannen 80,2 en vrouwen 84,2 jaar. (2017)

De enige autochtone minderheid van betekenis wordt gevormd door de ongeveer 15.000 Samen (Lappen) in het noorden, die zowel naar lichaamskenmerken als naar taal en cultuur van de overige Zweden verschillen.

De Samen (Lappen) leven sinds de prehistorie in het noorden van Zweden. Slechts 10-15% van de Samen leeft nog op de traditionele manier. Sommige samen zijn nog rendierhouders. De meesten leven echter van de bosbouw, landbouw en visserij.

Taal

Photo:StuartBrady Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Het Zweeds behoort tot de Noordgermaanse taaltak en wordt door bijna alle Zweden gesproken. In Noord-Zweden is Fins de voertaal, en ook de Samen hebben hun eigen taal. In de 16e en 17e eeuw werd het Duits en Fins op grote schaal gebruikt. Halverwege de 17e eeuw kwam daar als gevolg van immigratiestromen ook Franse uitdrukkingen bij. Na de Tweede Wereldoorlog heeft het Engels deze talen verdrongen als tweede taal. Toeristen kunnen daarom met Engels en ook wel Duits goed terecht in Zweden. Het Zweedse alfabet kent behalve de gewone letters ook nog de å, ä en ö. In woordenboek of taalgids komen deze letters na de z. De puntjes zijn van belang bij de uitspraak. Zo wordt de gewone o uitgesproken als oe in zoet, terwijl de ö wordt uitgesproken als eu in reuk.

Godsdienst

Foto:Szilas in het publieke domein

Rond het jaar 1000 werd het Zweedse volk gekerstend. De Rooms-Katholieke kerk vestigde in 1164 een aartsbisdom in Uppsala en zes bisdommen in andere plaatsen. De Rijksdag verbrak in 1527 de contacten met Rome en sindsdien is de Evangelish-Lutherse Kerk de staatskerk in Zweden. Wanneer één van de ouders kerklid is, woorden alle nieuwgeboren Zweden automatisch lid van de Zweedse staatskerk. Tot 1781 was het katholicisme ten strengste verboden; vanaf 1783 benoemde de paus er vicarissen, totdat in 1953 het vicariaat Zweden werd omgezet in het bisdom Stockholm. De lutherse predikanten zijn tevens ambtenaar van de burgerlijke stand; zij sluiten huwelijken, registreren geboorten en sterfgevallen. In 1958 is besloten ook de vrouw tot het priesterschap toe te laten. De kerk omvat het aartsbisdom Uppsala en twaalf bisdommen, met in totaal 2565 parochies. De bisschoppen worden door de regering benoemd.

De Zweden zijn voor ongeveer 89% luthers (daarvan is ca. 30% niet-praktiserend), voor 2% rooms-katholiek, 1% is lid van een of andere Pinkstergroepering en 3% is vrijkerkelijk. Verder vormen de Russisch-Orthodoxe kerk en de moslims grote gemeenschappen. Dubbel lidmaatschap, van de Kerk van Zweden en van een van de kleine kerkgenootschappen, komt regelmatig voor. Hoewel het wekelijkse kerkbezoek laag is, werd in 1980 ruim driekwart van alle kinderen nog gedoopt; 94% van alle begrafenissen was kerkelijk. In 1993 woonden in Zweden ongeveer 16.000 joden.

Samenleving

Staatsinrichting

Foto:Trolvag Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Zweden is een constitutionele monarchie. De grondwet van 1809, voor het laatst gewijzigd in 1975, bepaalt dat het kabinet en het parlement (Riksdagen) de verantwoording dragen voor 's lands bestuur. De premier wordt door het parlement benoemd. De koning bezit geen politieke bevoegdheid en heeft een symbolische, representatieve functie. De wetgevende macht berust bij de Rijksdag.

De ministeries zijn over het algemeen klein en bestaan uit niet meer dan 100 man. Zij houden zich slechts bezig met het opstellen van de algemene beleidslijnen. Het eigenlijke uitvoerende en besturende werk wordt gedaan door de administratieve organen (ämbetsverk), met een voor zes jaar benoemde directeur-generaal aan het hoofd, bijgestaan door een raad van bestuur waarin vertegenwoordigers van allerlei maatschappelijke groeperingen zitting hebben. Deze organen nemen een zelfstandige positie in ten opzichte van de ministeries en de leden van het kabinet en kunnen ook zelf (wets)voorstellen bij het kabinet indienen. De Rijksdag bestaat uit één kamer met 349 leden, die om de vier jaar worden gekozen. Er is algemeen kiesrecht voor Zweedse staatsburgers van 18 jaar en ouder. Er is een kiesdrempel van 4% voor de aan de verkiezingen deelnemende partijen. Sinds 1976 hebben immigranten kiesrecht voor gemeenteraden en provinciale staten als ze drie jaar in het bevolkingsregister ingeschreven hebben gestaan.

Sinds 1922 kent Zweden het consultatieve referendum voor belangrijke algemene onderwerpen. Het land is ingedeeld in 21 districten (län), met aan het hoofd een gouverneur (landshövding), die door het Kabinet wordt benoemd en die voorzitter is van het districtsbestuur. Het land is ingedeeld in 286 gemeenten. De gemeenteraad wordt gekozen voor drie jaar. Burgemeesters kent men niet in Zweden. In plaats daarvan wordt er een voorzitter gekozen voor de termijn van één jaar. Voor de huidige politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Onderwijs

Foto:Medullaoblongata Projekt CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Sinds 1842 kent Zweden leerplicht. Het basisonderwijs duurt tegenwoordig negen jaar, van ongeveer 7 tot 16 jaar. In 1962 werd de negenjarige basisschool definitief ingevoerd. Bijna alle scholen worden bestuurd door de plaatselijke overheid, hoewel er ook privéscholen zijn. Opmerkelijk is dat leerlingen pas vanaf groep acht rapportcijfers krijgen. Verder wordt er in het derde of vierde jaar al gestart met het onderwijzen van Engels als vreemde taal. Na het basisonderwijs volgen bijna alle Zweden een of andere vorm van voortgezet onderwijs. Sommigen bereiden zich dan voor op een universitaire studie, anderen combineren theorie en praktijk om een beroep te leren. De leertrajecten op universiteit en hogeschool duren ongeveer vier jaar.

Alle vormen van openbaar onderwijs, ook het hoger onderwijs, zijn kosteloos. Zweden heeft zes universiteiten; daarnaast drie met beperkte opleidingsmogelijkheden. De oudste universiteit is die van Uppsala (1477).

Zweden kent vele vormen van volwassenenonderwijs die in Zweden een lange traditie hebben. De oudste is de volkshogeschool (sinds 1865). Verder zijn er op vrijwillige basis georganiseerde avond- en dagcursussen, om- en bijscholingscursussen voor werklozen, schriftelijk onderwijs en voor wat de universiteiten betreft het afstandsonderwijs in de dunbevolkte gebieden.

Nobelprijs

Foto:Erik Lindberg Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 no changes made

Zweedse wetenschapsinstituten kennen sinds 1901 aan wetenschappers over de hele wereld Nobelprijzen toe. De prijzen zijn genoemd naar de Zweed Alfred Nobel, die aan het eind van de negentiende eeuw een enorm vermogen opbouwde met de vervaardiging van ontplofbare stoffen. In 1867 vond Nobel het dynamiet uit. Uit de rente van dit kapitaal worden de prijzen betaald.

Economie

Foto:Brorsson Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Zweden heeft zich de laatste honderd jaar ontwikkeld van een betrekkelijk arm agrarisch land tot een moderne geïndustrialiseerde samenleving. Zweden is nu een van de welvarendste landen ter wereld, met hoge inkomens en goede sociale zekerheden.

Zweden heeft een vrijemarkteconomie waarin het particuliere bedrijfsleven de grootste rol speelt. Bijna 90% van de bedrijven is in particuliere handen. De staat neemt door middel van enkele staatsbedrijven en deelname in het kapitaal van een aantal particuliere ondernemingen aan het economisch leven deel. Met name na de Tweede Wereldoorlog, waaruit Zweden door zijn neutraliteit met een ongeschonden productieapparaat te voorschijn kwam, heeft de economie een snelle groei doorgemaakt. Dit betekende tegelijkertijd een ingrijpende verandering van de sociale structuur. Zo moesten om aan de grote vraag naar arbeidskrachten te voldoen op grote schaal buitenlanders worden aangetrokken.

De economische crisis trof in de jaren tachtig ook Zweden. Het leidde tot een stijgende inflatie, een groeiend begrotingstekort, devaluaties van de Kroon en een groeiende arbeidsonrust ondanks een laag werkloosheidscijfer (gemiddeld tussen de 1 en 3%). Een ander probleem was de voortdurende groei van de overheidsuitgaven, vooral voor sociale voorzieningen. De regering stelde een fiks bezuinigingsbeleid met belastingverlagingen en inkrimping van overheidsuitgaven voor om uit de problemen te komen.

In de 21e eeuw is Zweden nog steeds een zeer welvarend land. In september 2003 wezen de Zweedse kiezers toetreding tot de Euro af vanwege angst voor het inleveren van de soevereiniteit van het beleid. De economie is steeds meer gericht op de buitenlandse handel. Particuliere bedrijven zorgen voor het overgrote deel van de industriële productie, waarbij de technische sector goed is voor ongeveer 50% van de productie en de export. Ondanks de sterke financiën en de onderliggende goed structuur gleed de Zweedse economie in een recessie in het derde kwartaal van 2008 en de krimp zette door in 2009 als gevolg van verslechterende omstandigheden in de wereld en verminderde vraag en export. Door de stijging van de export van grondstoffen en een herstel van de winstgevendheid van de banksector leefde de economie op in 2010, maar de groei zwakte af in 2013 (0,9%), als gevolg van de voortdurende economische zwakte in de EU, de grootste exportmarkt van Zweden. In 2017 bedroeg de groei 2,1% en het BNP per hoofd van de bevolking was $ 51. 200.

Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij

Foto:W carter in het publieke domein

De landbouw wordt zeer beïnvloed door natuurlijke factoren. De noordelijke ligging is van invloed op de lengte van het groeiseizoen en bodem en reliëf zijn van invloed op het oppervlak dat voor de landbouw gebruikt kan worden. In de 19de eeuw was driekwart van de beroepsbevolking nog in de landbouw werkzaam; in 2017 minder dan 2% (visserij en bosbouw meegerekend). Ook is het aantal agrarische bedrijven gedaald. De overgebleven bedrijven zijn over het algemeen wel veel groter geworden. De Zweedse boerenbedrijven zijn voornamelijk familiebedrijven en het land is eigendom van degenen die het bewerken. Het coöperatiewezen, zowel voor afzet, inkoop, als kredietverschaffing, is sterk ontwikkeld. Driekwart van de agrarische productie wordt via coöperatieve organisaties verder verwerkt of afgezet. Ongeveer 7,5% van het land is economisch te benutten. Men slaagt er echter in om daarmee 80% van de binnenlandse behoefte te voorzien. In het zuiden worden vele gewassen verbouwd, zoals allerlei soorten granen, suikerbieten en bonen. In Midden-Zweden wordt met name graan verbouwd en meer naar het noorden worden voedergewassen geteeld.

Veeteelt vindt plaats in het zuiden, de smalle kustvlakte langs de Botnische Golf en langs de rivierdalen. De veehouderij richt zich voornamelijk op het houden van rundvee, voor de slacht en de zuivelproductie; daarnaast worden varkens, pluimvee en schapen gehouden.

Ongeveer 62% van het oppervlak is met bos bedekt; het hout vormt de basis voor de belangrijke hout-, celstof- en papierindustrie. Bijna de helft van het voor exploitatie geschikte bestand bestaat uit sparren. Vooral in het noorden is het de enige economische activiteit. Zweden is de grootste houtproducent van West-Europa. Enkele grote bedrijven bezitten samen ongeveer de helft van het bosgebied.

Het belang van de visserij voor de economie is sinds de jaren zestig voortdurend minder geworden. Er zijn nog ongeveer 3000 professionele vissers De helft van de visvangst bestaat uit kabeljauw en haring. De meeste vissersbedrijven zijn klein en leggen zich toe op de kustvisserij. Vanaf de westkust wordt ook de grote visserij op de Atlantische Oceaan bedreven. Op de binnenwateren is het vrijetijdsvissen van belang.

Industrie

Foto:Bulver in het publieke domein

Sinds het begin van de 20ste eeuw is de industrie als economische sector steeds belangrijker geworden. Zij geeft aan 12% van de werkende bevolking werk en draagt voor 33% bij aan het Bruto Nationaal Product (2017). De metaalverwerkende en elektrotechnische industrie is de belangrijkste sector, daarbij inbegrepen de automobiel- en scheepsbouwindustrie en de vervaardiging van huishoudelijke apparaten. De tweede belangrijke industriële sector is de houtverwerkings- en papierindustrie (20% van de industriële bijdrage aan het bnp), gevolgd door de staal- en ijzerindustrie. De petrochemische industrie is van toenemende betekenis. De belangrijkste industriële centra liggen in Midden-Zweden en aan de zuidkust.

Mijnbouw en Energievoorziening

Foto:Publiek domein

Zweden is rijk aan bodemschatten. Het belangrijkste mijnbouwproduct is ijzererts, dat in het noorden in Lapland gewonnen wordt. De mijn van Kiruna is de belangrijkste, met name door het hoge gehalte ijzer dat in het erts zit. Zweden beschikt over ca. 1% van de wereldijzererts voorraad.

Verder worden nog koper, lood, zink en kleine hoeveelheden goud en zilver gedolven. Arsenicum wordt ook in grote hoeveelheden aangetroffen en de grootste loodreserves bevinden zich in Zweden. Er bevinden zich belangrijke uraniumvoorraden in Västergötland (Zuid-Zweden), waar zich ongeveer 80% van de totale Europese voorraden bevindt. Er is een kleine kolenvoorraad, die op kleine schaal wordt geëxploiteerd.

Het energieverbruik in Zweden is zeer groot door het klimaat, de hoge levensstandaard, de grote afstanden en de relatief lage energieprijzen.

De belangrijkste binnenlandse bron voor de energievoorziening is de waterkracht, die 44% van de energiebehoefte dekt. Daarnaast is kernenergie een belangrijke energiebron (30%). De rest (26%) van de energie wordt door olie- en kolengestookte centrales geleverd. Er is een uitgebreide discussie in de tweede helfft van de jaren zeventig en na de kernramp van Tsjernobyl in 1986 van de grond gekomen met betrekking tot de uitbreiding van het aantal kerncentrales. Dit heeft ertoe geleid dat men besloten heeft vanaf het begin van de 21ste eeuw het aandeel van de kernenergie te verminderen en uiteindelijk afschaffing daarvan binnen Zweden te komen.

Handel

Foto:R. Haussmann, Cesar Hidalgo, et.al. CC 3.0 Unported no changes made

De Zweedse economie is grotendeels afhankelijk van de handel met het buitenland, zowel wat de import als de export betreft. De handelsbalans is sinds 1983 positief. Na de Tweede Wereldoorlog heeft zich een belangrijke verschuiving voorgedaan van de uitvoer van ruwe grondstoffen naar die van technisch hoogwaardige producten. De belangrijkste uitvoerproducten zijn: elektrotechnische apparatuur, transportmiddelen, telecommunicatiemiddelen, papierpulp, hout, papier, textiel, aardewerk en meubelen. De belangrijkste afnemers zijn: Duitsland, Engeland, de Verenigde Staten, Denemarken, Finland, Nederland en Noorwegen. De totale waarde van de export bedroeg in 2017 $ 165,5 miljard.

Ingevoerd worden: voedingsmiddelen, aardolie, ijzer en staal. De belangrijkste leveranciers zijn: Duitsland, Nederland de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Finland, Denemarken, Rusland en Noorwegen. De totale waarde van de import bedroeg in 2017 $ 153,2 miljard.

Belangrijk voor de Zweedse economie waren het lidmaatschap van de EG en het akkoord tussen de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA).

Verkeer

Foto:Brorsson Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Zweden beschikt met name in het zuiden en midden over een goed onderhouden en uitgebreid wegennet. De belangrijkste verbindingen met het dunbevolkte noorden worden gevormd door twee spoorlijnen en een autoweg. Het autotransport is het belangrijkste middel voor personen- en goederenvervoer. Ondanks sluiting van onrendabele lijnen heeft Zweden nog steeds een van de grootste spoorwegnetten van Europa (totale lengte 9930 km). De spoorlijnen zijn vooral belangrijk voor het goederenvervoer.

De elektrificatie van het net wordt voortgezet, vooral om aansluiting te krijgen bij het Europese spoorwegennet. In het binnenland rijdend flitstreinen. Voor de binnenscheepvaart, van belang voor het vervoer van ertsen, olie en steenkool, is een uitgebreid net van kanalen aangelegd. In de zeescheepvaart is Zweden een belangrijk land. Göteborg, Hälsingborg, Malmö en Stockholm zijn de belangrijkste zeehavens.

Zweden neemt met Noorwegen en Denemarken deel aan het Scandinavian Airlines System (SAS), dat ook het binnenlands luchtverkeer in Zweden voor zijn rekening neemt. Internationale vliegvelden liggen bij Stockholm, Göteborg en Malmö.

Vakantie en bezienswaardigheden

Foto:Benoît Derrier Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Het cultuurcentrum van Zweden is natuurlijk Stockholm, met in de omgeving kasteel Drottningholm met een 18de-eeuws theater. Bezienswaardige steden zijn o.m. Malmö, Göteborg, Hälsingborg en Visby, met een goed bewaard gebleven stadsmuur met dertien torens.

Foto:Arild Vågen https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/deed.en no changes made

Västeräs en Nyköping hebben middeleeuwse kastelen. Uit de Wasatijd (16de en begin 17de eeuw) dateren de veelal in (Hollandse) renaissancestijl opgetrokken kastelen van Norrköping, Halmstad en Kristianstad. Mölndal bezit een houten slot, in de huidige vorm daterend uit 1796. Skokloster bij Sigtuna werd verbouwd tot wat nu het grootste particuliere slot in Zweden is, met een bekende wapenverzameling en gobelincollectie. Linköping bezit de grootste kathedraal van Zweden, Uppsala een gotische dom met Koninklijke grafkamers, Lund een bekende romaanse kathedraal, Södertälje een kerk uit de 11de eeuw en Visby een 13de-eeuwse kerk en zestien kerkruïnes. In Ludvika en Kiruna zijn houten kerken, de laatste in de vorm van een Laplandse boerderij. In Kristianstad bevindt zich een kerk in Hollandse renaissancestijl. Tot de bewaard gebleven delen van middeleeuwse kloosters behoort de 12de-eeuwse kerk te Varnhem. Oude houtbouw is nog te vinden in Linköping (stadhuis, 17de eeuw), Skara en Eskilstuna. In de streek Dalarna - Zwedens kunsthandwerkcentrum - zijn veel houten, rood geschilderde boerderijen.

Foto:Netha Hussain in het publieke domein

Ook in Hälsingland wordt nog volkskunst beoefend, o.a. spinnen, weven, vlechtwerk, hout- en beensnijwerk. Bekend is de Hälsinge-Hambo, een grote volksdansgroep (maximaal 1000 paren), die in juli in vele plaatsen optreedt. Bij Tanum zijn de meeste prehistorische overblijfselen, o.a. rotstekeningen en kamergraven, te vinden. Jokkmokk is het centrum van de Lappen. Bij het wintersportcentrum Abisko begint de 393 km lange 'Kungsleden' (Koningspad), een wandelroute dwars door Lapland. Bekend is de Abiskojokk-canyon, in het gelijknamige nationale park. In verschillende plaatsen zijn aan de Lappen gewijde musea, o.a. in Jokkmokk, Luleå en Umeå. In Orrefors is een glasmuseum en in Jönköping een houtmuseum. Behalve in Stockholm zijn er musea betreffende geschiedenis, cultuur en/of natuur in o.a. Göteborg, Hälsingborg, Kalmar, Kärlskrona en Malmö. Een bekend vogelreservaat ligt bij Kalmar, terwijl Borås een mooi aangelegde dierentuin heeft. Ystad en Båstad zijn bekende badplaatsen. De Oostzee-eilanden Gotland en Öland zijn toeristisch populair door hun milde klimaat en subtropische plantengroei.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

ZWEDEN LINKS

Advertenties
• Zweden Vliegtickets.nl
• Zweden Tui Reizen
• Autohuur Zweden
• Fiets- Wandel- en Rondreizen
• Stockholm Hotels
• Zweden Vliegtickets Tix.nl
• Autoverhuur Sunny Cars Zweden

Nuttige links

Dieren in Zweden (N)
Lies & Teije's Reiswebsite (N+E)
Reisinformatie Zweden (N)
Reizendoejezo – Zweden (N)
Rondreis Zweden (N)
Vakantiebestemming.info Zweden (N)
Vakantie-Zweden (N)
Zweden 2 Link Belgie (N)
Zweden Reisstart (N)

Bronnen

Best, J. / Zweden

Gottmer

Carlsson, B. / Zweden

Corona

Danse, W. / Zweden

ANWB

Europese Unie

Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs

Meesters, G. / Zweden

ANWB

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems