Steden NOORWEGEN

NOORWEGEN   

Prehistorie en oudheid

Pas na de laatste ijstijd vestigden zich allerlei stammen in de bossen en aan de kusten van het huidige Noorwegen. De oudste vondsten stammen van rond 10.000 voor Christus. Ongeveer 500 jaar voor Christus begon de ijzertijd. De welvaart steeg doordat men gebruik ging maken van metalen gereedschappen en wapens. Bovendien kon men grotere boten maken zodat er verder gereisd kon worden. 500 na Christus daalde het bevolkingsaantal zeer snel, waarschijnlijk als gevolg van besmettelijke ziekte of een verslechtering van het klimaat. 800 na Christus groeide de bevolking weer zo snel dat er overbevolking dreigde. De vikingtijd kon beginnen.

Vikingtijd

Als begin van de vikingtijd wordt de overval door vikingen op het Noord-Engelse Lindisfarne in 793 aangehouden. Na de aanval op Lindisfarne volgde een serie succesvolle plundertochten langs de kusten van de Britse eilanden tot zelfs aan de Middelandse Zee toe. Noorwegen veranderde in de vikingtijd langzaam in een centraal bestuurd land en werd eeuwenlang bestuurd door verschillende koningen. Na de verloren slag bij Stiklestad werd Noorwegen samen met Engeland veroverd door Knut De Grote van Denemarken. Met de dood van koning Knut van Denemarken (1035) viel Denemarken voorlopig weg als machtsfactor in Noorwegen.

Magnus werd koning in heel Noorwegen, dat nu overal erkend werd als een onafhankelijk, soeverein koninkrijk. Onder de regering van Harald Hardhrádi kwam een kerkelijke indeling tot stand en werden wetten opgetekend; Oslo en Bergen ontwikkelden zich in de buurt en onder de bescherming van koninklijke kastelen. Aan het begin van 14e eeuw was het rijk machtiger dan ooit; de koloniën, gesticht op de Orkaden, Shetland, de Faeroer, IJsland en Groenland, hadden de heerschappij van het moederland erkend. Toch was een culturele en economische achteruitgang toen al, en in de 14de en 15de eeuw ook in politiek opzicht, duidelijk merkbaar. Vermindering van het aantal handels- en oorlogsschepen bemoeilijkte de verbindingen tussen de rijksdelen, de betekenis van de Hanze voor de in- en uitvoer nam toe. En de pestepidemie in de 14de eeuw halveerde de bevolking en hield nog ernstiger huis onder de adellijke families die werden gereduceerd van 300 tot 60. Ook de geestelijkheid, belangrijk voor onderwijs en cultuur, werd gedecimeerd.

Na het uitsterven van de dynastie was Noorwegen in de Unie van Kalmar verenigd met Zweden (1319-1380) en vervolgens met steeds hechtere banden met Denemarken (tot 1814). In 1533 probeerde de naar de Nederlanden uitgeweken Deense koning Christiaan II zijn heerschappij over de Noordse rijken te heroveren. Ook waagde de aartsbisschop Engelbrechtsson een poging de Noorse autonomie te herstellen. Maar na Engelbrechtsson's vlucht legde de zegevierende Christiaan II het land de Deense kerkordening op en benoemde hij in Noorwegen Deense geestelijken. Denen verdrongen Noren in de Rijksraad en Deense ambtenaren regeerden het land.

In het kroningscharter van 1536 hield Noorwegen op een zelfstandig koninkrijk te zijn. Vanaf de 16de eeuw was er een vooruitgang merkbaar in economisch en cultureel opzicht. De eigen scheepvaart groeide. De Republiek der Verenigde Nederlanden ging een belangrijke plaats innemen: daar leerden de Noren moderne scheepsbouwtechnieken kennen en de Republiek nam veel vis en hout af. Ook de mijnbouw kwam op, met in 't voetspoor een verwerkende industrie (vooral gieterijen). In 1660 werd het koningschap erfelijk en absoluut. Door de Napoleontische oorlogen koos Kopenhagen in 1807 de Franse kant. Dit leidde tot reen Britse blokkade van Denemarken en Noorwegen, met zeer negatieve gevolgen voor handel en export. Ook de verbindingen met Denemarken werden steeds moeilijker. Maar dat isolement versterkte wel het nationale gevoel. Om het verlangen naar zelfstandigheid in Noorwegen een halt toe te roepen, zond koning Frederik VI zijn neef en kroonprins Christiaan Frederik in 1813 als stadhouder naar Noorwegen om te redden wat er te redden viel. Maar al in 1814 moest Frederik VI bij de Vrede van Kiel Noorwegen aan Zweden afstaan. De oorspronkelijke Noorse koloniën IJsland, de Faeröer en Groenland bleven bij Denemarken.

Unie met Zweden

De Noren waren het er echter lang niet mee eens wat er in Kiel over hen was beslist. Christiaan Frederik weigerde zijn functies over te dragen aan de door de Zweedse koning benoemde gouverneur-generaal. In februari 1814 belegde hij in Eidsvoll een bijeenkomst met Noorse notabelen; de vergadering verzocht de prins het ambt van regent waar te nemen tot een grondwetgevende vergadering had kunnen overleggen over de toekomstige regeringsvorm. De grondwetgevende vergadering kwam in april bij elkaar en op 17 mei werd een grondwet aangenomen en door de inmiddels tot koning uitgeroepen Christiaan Frederik bekrachtigd. De grondwet maakte een einde aan de absolute macht van de koning. De ministers waren voortaan verantwoordelijk. De ministers waren juridisch (niet politiek) verantwoording verschuldigd aan de gekozen volksvertegenwoordiging, het Storting. Inmiddels bedreigde de nieuwe staat een nieuw gevaar: de Zweedse kroonprins, de vroegere Franse maarschalk Bernadotte, wilde met het Congres in Wenen in het vooruitzicht, de bepalingen van het vredesverdrag van Kiel effectueren en begon met vijandelijkheden tegen Noorwegen. Een buitengewone vergadering van het Storting aanvaardde de koning van Zweden als soeverein, als Noorwegen tenminste de grondwet mocht houden. Daarop kwam een wapenstilstand tot stand. De Zweedse koning Karel XIII benoemde een commissie die met gedelegeerden uit het Storting overlegde over in de Noorse grondwet aan te brengen wijzigingen. Toen de wijzigingen door het Storting waren goedgekeurd, werd Karel XIII op 4 november 1814 tot koning van Noorwegen gekozen. In het jaar daarop werd een Rijksakte opgesteld en goedgekeurd door de Zweedse Rijksdag en het Noorse Storting. De twee rijken zouden één koning hebben en als er een oorlog uitbrak als een eenheid optreden. Verder zouden ze onafhankelijk zijn en op voet van gelijkheid staan. In de praktijk was Zweden echter de machtigste partij, al was het alleen maar omdat Zweden de buitenlandse betrekkingen behartigde. In het midden van de 19e eeuw ging het economisch beter, toen ook Noorwegen zich ging mechaniseren en industrialiseren. Op staatkundig gebied ontstonden er herhaaldelijk conflicten tussen koning en Storting; de post van stadhouder werd ten slotte in 1873 door koning Oscar II opgeheven. Opheffing van de bepalingen die de ministers beletten lid te zijn van het Storting, wilde de koning alleen bekrachtigen op voorwaarde dat hem absoluut veto- en ontbindingsrecht werd toegestaan. Pas in 1884 stond Oscar II een wijziging toe van de grondwet en hij kon nu Johan Sverdrup, de leider van de liberalen, belasten met de vorming van een parlementair kabinet. Zijn partij viel echter korte tijd later uit elkaar. Nu het parlementaire stelsel een feit was geworden, verschenen ook de politieke partijen op de voorgrond. De interne tegenstellingen raakten wat op de achtergrond door de steeds slechter wordende betrekkingen met Zweden. In 1844 had Oscar I de Noren o.m. toegestaan een eigen vlag te voeren. Het was echter moeilijk te verterenr voor hen dat ze niets te zeggen hadden over hun eigen consulaten, wat van groot belang was voor de Noorse scheepvaart en visserij. Een in 1905 gevormde coalitieregering bood Oscar II een wetsontwerp aan, dat het consulaatwezen op een voor Noorwegen acceptabele manier regelde.

De koning weigerde het te bekrachtigen, waarop de regering ontslag vroeg. De koning vond niet één Noorse staatsman bereid een nieuwe regering te vormen. Op 7 juni 1905 besliste het Storting met algemene stemmen dat het uitvoerend gezag niet in staat was zijn functie uit te oefenen en het verzocht de ministers tijdelijk de constitutionele plichten van de koning te vervullen. Deze beslissing werd korte tijd later door een referendum goedgekeurd. De ruziënde partijen knoopten in Karlstad onderhandelingen aan. Zweden stemde toe in de opheffing van de Unie, mits de grensvestingen werden gesloopt. En nadat bij volksstemming de republiek als staatsvorm was verworpen, koos het Storting de Deense prins Karel tot koning. Hij nam de naam Haakon VII aan en koos als lijfspreuk Alt for Norge (Alles voor Noorwegen). De vele conflicten met Zweden waren zo overheersend dat zij de aandacht afleidden van andere zaken. Op cultureel gebied werden de banden met Denemarken geleidelijk losser zonder dat daar banden met Zweden voor in de plaats kwamen. Zo ontwikkelde de schrijftaal zich steeds meer in Noorse richting. Daarnaast kreeg Noorwegen in het midden van de eeuw een tweede - eigen - schrijftaal, het 'landsmål' (l'nynorsk') gereconstrueerd op basis van vooral Westnoorse dialecten. De twee talen werden volledig gelijkwaardig in 1885. Het parlement, dat vanaf 1814 slechts eenmaal per drie jaar kon vergaderen, kon vanaf 1869 zijn rol als volksvertegenwoordiging beter gaan spelen doordat het jaarlijks bijeen mocht komen. Hoewel scheepvaart, visserij, industrie en mijnbouw vooral in de tweede helft van de 19de eeuw de welvaart deden toenemen, werd het toch nog overwegend agrarische land te klein om al zijn onderdanen goede bestaansmogelijkheden te bieden. Er kwam een omvangrijke emigratie op gang, vooral naar de Verenigde Staten: van 1866 tot 1915 emigreerden ruim 700.000 Noren. De infrastructuur van het land veranderde enorm door de aanleg van wegen en spoorlijnen en het instellen van bootverbindingen.

Noorwegen onafhankelijke staat

In de eerste jaren van de onafhankelijkheid bleef de verhouding tot Zweden koel. Het verdrag van november 1907 met Engeland, Frankrijk, Rusland en het Duitse Rijk, waarbij Noorwegen beloofde niets van zijn grondgebied te zullen afstaan, terwijl de grote mogendheden zich verplichtten diezelfde territoriale integriteit en zelfstandigheid te zullen beschermen, werd in Zweden als een uiting van wantrouwen beschouwd en wekte daar grote wrevel. Na de verkiezingen van 1906 werd de Arbeiderspartij een factor van betekenis. In 1907 werd het vrouwenkiesrecht ingevoerd. De verkoop van alcoholische dranken werd in 1919 volledig verboden. De Eerste Wereldoorlog bracht een toenadering tussen de Scandinavische landen. Omdat ze neutraal waren hadden zij in veel opzichten dezelfde politieke en economische belangen. Economisch was de oorlog voor de reders, de industriëlen en de boeren een zeer voordelige tijd. De consumenten droegen de lasten doordat de eerste levensbehoeften sterk in prijs stegen. De buitengewone volmachten van de regering wekten grote ontevredenheid. Min of meer samenhangend met de vredesbesprekingen in Versailles verwierf Noorwegen in 1925 de soevereiniteit over Svalbard (Spitsbergen). In 1919 werd het districtenstelsel afgezwakt en het algemeen kiesrecht ingevoerd. Een grote staking in 1921 tegen de plannen tot loonsverlaging, geleid door de revolutionaire krachten in de arbeidersbeweging die toen de boventoon voerden, leidde tot een nederlaag voor de vakbeweging. De conservatieve krachten in de maatschappij werden versterkt. In deze tijd viel de Arbeiderspartij uit elkaar. In 1927 werd de nu gematigde Arbeiderspartij weer de grootste partij. Na een socialistisch regeringsintermezzo in 1928 kwam er in 1935 met het kabinet-Nygaardsvold een einde aan de jarenlange afwisseling van liberale en conservatieve kabinetten. De sociaal-democraten behielden de macht tot 1963. Voornaamste taak van de regering was de economie uit het slop te halen en de werkgelegenheid te herstellen.

Tweede Wereldoorlog

Na het uitbreken van de oorlog wist Noorwegen tot april 1940 neutraal te blijven. Op 8 april kondigden de geallieerden aan, door het leggen van mijnen binnen de driemijlszone, een einde te zullen maken aan de vaart van Duitse schepen onder de Noorse kust. De dag daarop volgde de Duitse invasie. Duitse troepen gingen aan land in Oslo, Bergen, Trondheim en Narvik. Koning en regering weken uit naar Londen, vanwaar de strijd werd voortgezet. Ondanks slechte organisatie wisten Noorse troepen ongeveer zes weken tegenstand te bieden, in Narvik geholpen door Engelsen en Fransen. Op 1 febr. 1942 werd een nieuwe regering gevormd, met de Duitse vazal Quisling als minister-president. In het land ontwikkelde zich een actieve verzetsbeweging. In oktober 1944 drongen Sovjettroepen op Noors gebied door en bezetten Kirkenes. Een groot deel van Finnmark viel al snel in hun handen. De Duitsers trokken zich uit het noorden terug onder het aanrichten van zware vernielingen. De Duitsers capituleerden op 8 mei 1945 en Noorwegen herwon zijn vrijheid.

Eg ja of nee?

Onmiddellijk na de oorlog vormde de sociaal-democraat Einar Gerhardsen een nationale regering, die in functie bleef tot de verkiezingen in het najaar. De sociaal-democraten behielden de meerderheid tot 1961. In 1965 kwam een burgerlijke coalitieregering op het pluche. In 1971 bezweek deze coalitie aan interne verdeeldheid over de toetreding tot de EG. De Arbeiderspartij vormde een minderheidsregering en maakte het voortbestaan ervan afhankelijk van de uitslag van het EG-referendum. Noorwegen sprak zich uit tegen de EG. In 1981 werd Nordli opgevolgd door mevr. Brundtland, de eerste vrouwelijke minister-president van Noorwegen. In 1989 verloor de Arbeiderspartij de verkiezingen en gedurende een jaar werd het land geleid door een centrumrechts minderheidskabinet. Die regering viel in oktober 1990 op het vraagstuk van Noorwegen's eventuele toetreding tot de Europese Gemeenschap, een probleem waarover al sinds 1970 grote verdeeldheid in Noorwegen heerst. Brundtland wilde een nauwere band met de EG.

Op 17 jan. 1991 overleed koning Olaf V. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Harald V. In oktober 1992 werd met de overige landen van de Europese vrijhandelsassociatie (EVA) en de twaalf EG-lidstaten een akkoord bereikt over de Europese Economische Ruimte. In 1993 werden de onderhandelingen met de EG weer heropend. Grote verliezers bij de parlementsverkiezingen van september 1993 waren de conservatieven en de kleine rechtse Vooruitgangspartij. De verkiezingswinst was voor premier Brundtland voldoende om haar minderheidsregering te kunnen voortzetten. Herhaaldelijk hadden de Noren het lidmaatschap van de EG afgewezen en ook het eind november 1994 gehouden referendum was hierop geen uitzondering: meer dan de helft stemde tegen.

Economisch ontwikkelde Noorwegen zich in de eerste helft van de jaren negentig bijzonder goed. De aanhoudende groei was vooral te danken aan de inkomsten uit olie en aardgas, wat tevens de eenzijdigheid en kwetsbaarheid van de economie onderstreepte. Eind 1996 trad premier Brundtland af. Zij was in de voorbije 15 jaar 10 jaar regeringsleider geweest.

Noorwegen is de laatste dertig jaar geregeerd door minderheidsregeringen. In september 2005 kwam hier echter verandering in. De centrumrechtse minderheidsregering o.l.v. de christendemocratische premier Kjell Magne Bondevik moest het veld ruimen voor de huidige Rood-Groene Alliantie o.l.v. de sociaaldemocratische premier Jens Stoltenberg van de Arbeiderspartij ( Arbeidersparti). De Arbeiderspartij, die in september 2001 de grootste nederlaag in haar geschiedenis had geleden, kwam in september 2005 als grote winnaar uit de bus en heeft een meerderheidscoalitie gevormd met de Socialistische partij - vergelijkbaar met SP plus Groen Links - ( Sosialistisk Venstre) en de Centrumpartij ( Senterparti). Bij de parlementsverkiezingen van september 2009 wint Stoltenberg met een krappe meerderheid. Op 19 juni 2010 trouwt kroonprinses Victoria met de sportschoolhouder Daniel Westling. In juli 2011 pleegt Anders Behring Breivik de grootste massamoord in de geschiedenis van het moderne Noorwegen. De rechts extremist richt een bloedbad aan op het eiland Utoya.

In september 2013 zijn er verkiezingen die gewonnen worden door een centrumrechts blok onder leiding van Erna Solberg. Bij de verkiezingen van september 2017 krijgt ze een nieuw mandaat.

NOORWEGEN LINKS

Advertenties
• Noorwegen Vliegtickets.nl
• Noorwegen Kras Reizen
• Scandic Booking Noorwegen Specialist
• Vakantiehuizen in Noorwegen
• Autohuur Noorwegen
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Noorwegen Tui Reizen
• Accommodaties Noorwegen
• Oslo Hotels
• Sundowner wildlife & natuur reizen
• Autoverhuur Sunny Cars Noorwegen
• Noorwegen Vliegtickets WTC
• Ferry overtochten van en naar Noorwegen
• Oslo Vliegtickets Tix.nl
• Noorwegen Campings
• Eliza was here

Nuttige links

Dieren in Noorwegen (N)
Lies & Teije's Reiswebsite (N+E)
Noorwegen 2Link België (N)
Noorwegen Reisstart (N)
Noorwegen Reisverslag (N)
Reisinformatie Noorwegen (N)
Reizendoejezo – Noorwegen (N)
Romans over Noorwegen (N)
Rondreis Noorwegen (N)
Takemenorth Noorwegen (E)
Uitgebreid foto- en reisverslag Noorwegen
Vakantiebestemming.info Noorwegen (N)
Worldphotos Norwegen
Artikelen en Reisverhalen over NOORWEGEN
  De Hedmark  In en rond de natuurparken
  Fjordengebied  Rond het Mjosameer

Bronnen

Dominicus, J. / Noorwegen
Gottmer

Hoogendoorn, H. / Noorwegen
ANWB

Meesters, G. / Zuid-Noorwegen
ANWB media

Schagen, K. / Noorwegen
Kosmos-Z&K

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt september 2019
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems