Landenweb.nl

FAEROER
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Faeröers, Deens
  Hoofdstad  Tórshavn
  Oppervlakte  1.399 km²
  Inwoners  49.692
  (mei 2019)
  Munteenheid  Faeröerse kroon
  (FOK)
  Tijdsverschil  +1
  Web  .fo
  Code.  FO
  Tel.  +298

Steden FAEROER

Tórshavn

Geografie en Landschap

Geografie

De Faeröer of Färöer (Faeröes: Föroyar; Deens: Færøerne, = letterlijk: schapeneilanden; Engels: Faroe Islands), is een tot Denemarken behorende eilandengroep in de Atlantische Oceaan. De Faeröer liggen ca. 300 km ten noorden van Schotland en ca. 450 km ten zuidoosten van IJsland en bestaan uit 21 eilanden met een totale oppervlakte van 1399 km2.

advertentie

Photo:Redgegraphics CCAttribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De hoofdstad is Tórshavn (Deens: Thorshavn), op het eiland Streymoy. De grootste eilanden zijn Streymoy (Deens: Strømø, 392 km2), Eysturoy (Østerø; 286 km2), Vágar (Vågø; 188 km2), Suðuroy (Syderø; 167 km2) en Sandoy (Sandø; 125 km2). De eilanden kunnen grofweg verdeeld worden in vier geografische gebieden. In het midden van de eilandengroep liggen Streymoy en Eysturoy, de twee dichtst bevolkte eilanden. Ten westen van Streymoy liggen Vágar en het schitterende Mykines, het meest westelijk gelegen eiland bekend om zijn gevarieerde vogelpopulatie.

Ten noordoosten van Eysturoy liggen de ruige eilanden Kalsoy, Kunoy, Borðoy, Viðoy, Svínoy en Fugloy. Op Borðoy ligt de tweede stad van de Faeröer, Klaksvík. De zuidelijke groep eilanden bestaat uit Suðuroy, Sandoy, Skúvoy, Stóra, Dímun en Lítla Dímun. Lítla Dímun is het enige onbewoonde eiland van de Faeröer. Gedurende de ijstijd waren de Faeröer bedekt met ijs. Tegen het einde van de ijstijd, nadat het ijs begon te smelten, ontstonden de keteldalen, zeeëngtes en fjorden, die het landschap zo karakteristiek maken.

De noord- en westkust wordt gekarakteriseerd door steile kliffen tot 750 meter hoogte bij Enniberg op het eiland Viðoy. De oost- en zuidkust hebben een wat meer glooiend landschap. Het hoogste punt van de Faeröer is de Slættaratindur met 882 meter. De bodem bestaat uit basalt en tuflagen en heeft door het sterke afschuren van de bodem door o.a. verwering, ijs en wind een zeer wisselend reliëf (tot 862 m hoog) gekregen. De eilanden zijn hier en daar slechts door nauwe zeestraten gescheiden en staan onder invloed van een sterke getijdenwerking. Er is zeer weinig bos, voor een deel te wijten aan de eeuwenoude schapenteelt.

advertentie

Photo:Mulder1982 in het publieke domein

Klimaat en Weer

Het klimaat is relatief zacht en regenrijk onder invloed van de maritieme ligging. Het klimaat van de Faeröer is te vergelijken met dat van IJsland; het is er over het algemeen iets warmer en het stormt er nog vaker. Neerslag in wat voor vorm dan ook, motregen, mist, sneeuw en regen, valt er op gemiddeld 280 dagen per jaar. Het weer kan op hetzelfde moment plaatselijk zeer verschillen. Dankzij de warme golfstroom, die langs de eilanden stroomt, is de temperatuur van het zeewater het gehele jaar door ca. 10°C en tempert daardoor de kou een beetje. De gemiddelde temperatuur is in januari 3°C en in juli 11°C.

Planten en dieren

Ondanks het praktisch ontbreken van bossen ziet de Faeröer er toch zeer groen uit. Dat komt door de meer dan 1600 soorten planten, grassen, zegge, mossen, korstmossen en paddestoelen. Bloemen en varens groeien over het algemeen op beschutte plaatsen zoals ravijnen, waar de schapen niet bij kunnen. Bomen groeien niet door de zilte lucht, de sterke winden en de grazende schapen.

Het vogelleven op de Faeröer is het meest opvallende aspect van het dierenleven. Door de planktonrijke zee en daardoor veel vis komen er zeer veel vogelsoorten voor. De Faeröer is het gebied met de dichtst bevolkte vogelpopulatie ter wereld. Ongeveer 49 soorten broeden regelmatig op de Faeröer en 30 soorten af en toe. Daaronder de komische papegaaiduikers die ook veel gegeten worden. Andere veel voorkomende soorten zijn zeekoeten, noordse stormvogels, grote jagers, alken, jan-van-genten, aalscholvers en drieteenmeeuwen. De meeste van deze vogels jagen op haringen, rivierkreeften en kleine palingen.

Meer landinwaarts vindt men eidereenden, goudpluvieren, snippen, rotsduiven en de nationale vogel van de Faeröer, de scholekster of"tjaldur". Meer dan 200 soorten vogels bezoeken de eilanden tijdens hun trek naar het zuiden. De enige roofvogel is de dwergvalk. De beste tijd om vogels te observeren is de zomer, van april tot en met augustus en alle soorten zijn beschermd. In de zee rond de eilanden zwemmen grote scholen grienden. Jaarlijks worden er tussen de 1500 en 2000 exemplaren door de lokale bevolking gedood tijdens de"grindadráp", de jacht met motorboten. Andere walvissoorten zijn vinvissen, orca's, dolfijnen en bruinvisssen. De enige vinpotige die zich voortplant aan de Faeröerse kust is de grijze zeehond. Er komen maar vijf soorten zoetwatervissen voor op de Faeröer, de bergforel, zalm, aal, rivierforel en stekelbaarsje. Zoutwatervissen en schelpdieren, vaak afnemend in aantal door overbevissing, zijn o.a. Atlantische heilbot, smelt, schelvis, scharretong, blauwe wijting, kreeften en kammossels. Ook kabeljauw komt langs de kust voor maar niet zoveel als op volle zee. Verder ratten, muizen, konijnen, koeien en schapen...heel veel schapen, waarschijnlijk zijn er twee keer zoveel schapen als mensen op de Faeröer.

Geschiedenis

Monniken en Scandinaviërs

Net als IJsland waren de Faeröer onbewoond toen de eerste Europeanen arriveerden. De Faeröer waren mogelijk al ontdekt in de zesde eeuw toen Sint Brandaen en zijn monniken deze regio verkenden op hun zeven jaar durende reis. Er zijn daarvoor echter geen harde bewijzen voorhanden. Het enige wat bekend is, is dat ze op twee eilanden zijn geweest. Het ene noemde men"island of sheep" en het andere eiland"paradise of birds". Het"island of sheep" zou iets te maken kunnen hebben met het Føroyar (Faeröer) dat is afgeleid van faar oy, dat ook"schapeneiland" betekent."Paradise of birds" zou het meest westelijke eiland Mykines geweest kunnen zijn dat inderdaad een zeer grote vogelpopulatie heeft. De eerste echte kolonisten waren Ierse monniken die zich eind zevende eeuw op de Faeröer vestigden. Verder is er weinig bekend over het verblijf van deze monniken op de eilanden. De eerste Scandinaviërs arriveerden begin negende eeuw en kwamen van Zuid- Noorwegen en de Orkney-eilanden. Het waren geen echte vikingen, maar boeren en herders die op zoek waren naar een rustig leven, ver weg van de piraten en tirannen op het vasteland. Ook over deze periode is weinig bekend doordat er tot de 14e eeuw niets op papier werd gezet door de eilandbewoners. Het meest betrouwbare werk voor informatie over de eilanden is de Færinga Saga, geschreven in IJsland in de 13e eeuw. Hoewel niet alles geloofwaardig is, zou het feit dat de Faeröer rond het jaar 1000 gekerstend zijn, kunnen kloppen. Verder zouden de Faeröer in 1035 een constitutioneel onderdeel van het koninkrijk Noorwegen geweest kunnen zijn. Het bestuur van de eilanden was al zeer vroeg in handen van de Alting of de"vergadering van het volk", het equivalent van de IJslandse Alþing. Men kwam samen te Tinganes, een schiereilandje van Tórshavn en was de door iedereen geaccepteerde autoriteit op de eilanden tot 1035. Na dit jaar had de Alting tot 1380 nog maar beperkte macht.

Deense overheersing

Onder de Unie van Kalmar, waarin Noorwegen aan het koninkrijk van Denemarken werd toegevoegd, veranderden de Faeröer langzaam van een Noorse in een Deense provincie. Zo werd het Deense systeem van wetten en rechtspraak overgenomen die weer gebaseerd waren op het Noorse wettenstelsel van koning Magnus. Na 1380 was het Alting niet meer dan een koninklijk hof en werd nu Løgting genoemd. In die tijd was de werkelijke macht in handen van de schout van de koning, die alleen diens belangen in de gaten hield. Jammer genoeg is er over de vroegste christelijke kerk ook weinig bekend. Het oecumenisch centrum van de eilanden was gevestigd in Kirkjubøur, het Faeröerse bisdom. Van begin 12e eeuw tot 1535, het begin van de Reformatie, werd de zetel bezet door 33 bisschoppen. Eind 13e eeuw was de invloed van de kerk op de eilanden op haar hoogtepunt, en bezat de kerk ca. 40% van het hele grondgebied van de Faeröer. Handelsovereenkomsten bepaalden dat de handel tussen het Europese vasteland en de Faeröer via Bergen in Noorwegen moest lopen, waar vervolgens belasting betaald moest worden. Vanaf midden 13e eeuw nam de Hanze, een groep van Noord- Duitse handelssteden, de commerciële activiteiten in de hele regio over. Aanvankelijk verbood men de Hanze-steden om te handelen in Scandinavië en de Faeröer, maar in 1361 gaf Noorwegen het verzet op en ontstond er een lucratieve, levendige handel die ca. twee eeuwen zou duren. De burgeroorlog in Denemarken tussen Christian II en Christian III begin 16e eeuw, kozen de steden van de Hanze de kant van de verliezer en werden verbannen van de Scandinavische handelswereld. In 1535 verleende koning Christian III van Denemarken de exclusieve rechten om met de Faeröer handel te drijven aan Thomas Köppen uit Hamburg. Dit monopolie-akkoord zou bijna 300 jaar blijven bestaan. In 1535 gingen de Denen qua godsdienst over op het protestantse Lutherse kerk en het rooms-katholicisme aan de kant geschoven. In het vijf jaar durende reformatieproces kwam al het kerkelijk grondbezit in handen van de staat en werd het Latijns in kerkelijke zaken vervangen door het Deens. De grip op de overzeese gebiedsdelen door Denemarken werd door deze gebeurtenissen steeds sterker. Na de periode Köppen ging het handelsmonopolie in verschillende handen over maar dat had weinig negatieve effecten voor de Faeröer. Een slechte tijd was wel de oorlog tussen Denemarken en Zweden halverwege de 17e eeuw. De restricties voor Köppen en zijn opvolgers waren dat ze alleen mochten handelen in kwaliteitsgoederen waar daadwerkelijk vraag naar was. Verder moesten de prijzen van de goederen de werkelijke marktwaarde vertegenwoordigen en er moest op een eerlijke manier gehandeld worden. De meeste koopwaar zoals wollen sokken, vlees, schapenwol en vis werd merendeels naar Holland geëxporteerd. De handelaren waren weer gebonden aan de regels van het monopolie dat hen verplichtte zoveel af te nemen als de Faeröer kon produceren. Dit leek een faire deal maar het kwam er in de praktijk vaak op neer dat er tekorten waren en er vertragingen optraden waardoor men genoodzaakt was om inferieure goederen te accepteren. Soms zakte de markt voor goederen van de Faeröer in en verloren de monopolisten veel geld. Smokkelarij en piraterij namen hand over hand toe en het systeem stortte in. In 1655 werden de Faeröer als een feodale staat door de Deense regering aangeboden aan Christoffer von Gabel en zijn zoon Frederik. Hun onderdrukkende regime maakte het leven zeer moeilijk voor de eilandbewoners die in feite geëxploiteerd werden door deze opperheren. In 1709 werd de Von Gabel-dynastie in de knop gebroken door de Deense regering, die de controle weer overnam over zowel de Faeröer als het handelsmonopolie. Men had echter weinig kaas gegeten van de markteconomie. Gedurende de 18e eeuw leden de handelaren en de Deense regering grote verliezen en op 1 januari 1856 werd het monopolie opgegeven. In de 19e eeuw werd de relatie met Denemarken gekenmerkt door een toenemende overheersing van Deense kant en daardoor steeds minder autonomie voor de Faeröer. De eerste decennia van deze eeuw was er alleen nog maar de psychologische link tussen het Løgting en een onafhankelijke verleden. In 1816 werd het Løgting officieel afgeschaft en vervangen door een Deense rechterlijke macht. Zelfs het gebruik van de Faeröerse taal werd ontmoedigd en alle officiële stukken werden in het Deens opgesteld. In 1849 werden de Faeröer officieel ingelijfd door Denemarken. De eilanden mochten als een soort goedmakertje twee zetels in de Deense Rigsdag mocht innemen. In 1852 riepen de koppige Faeröerders hun Løgting uit als een graafschapsraad, aanvankelijk alleen als een adviesorgaan, maar in het achterhoofd steeds het verlangen naar onafhankelijkheid.

Streven naar onafhankelijkheid

De volgende stap werd genomen in het laatste decennium van de 19e eeuw. Door de economische voorspoed laaide het verlangen onder de gewone bevolking naar zelfbestuur weer op. Begin 20e eeuw polariseerde de Faeröerse politiek. De Unionisten waren voorstanders van het volledig opgaan in Denemarken en de Partij voor Zelfbestuur stond geleidelijke onafhankelijkheid voor onder leiding van Jóannes Patursson. De Faeröerse economie realiseerde in deze tijd weer een groeispurt, met name door de opkomst van de visserij in de periode tussen 1872 en 1939. Het werd de vissers namelijk toegestaan in de Deense wateren te vissen en hun schepen werden steeds moderner. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werden de Faeröer bezet door de Britten om zo de strategische Noord-Atlantische zeeroutes veilig te stellen en om de eilanden te verdedigen tegen eventuele Duitse aanvallen. Deze politieke scheiding van Denemarken resulteerde in het opwaarderen van het Løgting tot een wetgevend lichaam. De Deense prefect behield echter de uitvoerende macht. Er waren natuurlijk meteen groeperingen die aanstuurden op volledige onafhankelijkheid, maar anderen hielden hun voorbehoud.

Faeröer krijgt zelfbestuur

Op 23 maart 1948 passeerde de Wet op Faeröers Zelfbestuur het Deense parlement. De officiële status van de Faeröer veranderde van een graafschap van Denemarken in een staat met zelfbestuur binnen het Koninkrijk Denemarken. Enkele gevolgen hiervan waren: toen Denemarken toetrad tot de Europese Gemeenschap weigerden de Faeröer te volgen. De Faeröer hebben ook een eigen vlag en hun eigen postzegels. Faeröerse bankbiljetten worden uitgegeven door de Nationale Bank van Denemarken. De Faeröer behartigen hun eigen belangen zolang Denemarken er maar geen nadelen van ondervindt. Het Føroyskt is de officiële taal tijdens bijeenkomsten van het Landsstýri, maar de kinderen krijgen les in het Deens. Denemarken houdt controle over verzekeringswezen, bankwezen, defensie en buitenlandse zaken en rechtspraak. De Landsstýri is volledig verantwoordelijk voor communicatie en economische en culturele zaken. Men beheert ook zelf de uitgaven voor gezondheidszorg, onderwijs en sociale programma's. Denemarken zorgt voor de financiering van al deze zaken en jaarlijks meer dan een miljard Deense kronen in de Faeröer. Eind jaren tachtig resulteerden buitensporige overheidsuitgaven in 's werelds hoogste levensstandaard per hoofd van de bevolking. Lage belastingen en ongelimiteerde kredieten leidden tot consumptieve uitgaven die tien keer zo lagen als in Denemarken zelf. De bevolking genoot natuurlijk van deze"successtory" en de roep om onafhankelijkheid stak weer de kop op.

Economische problemen

Maar lang duurde deze euforie niet. Begin jaren negentig zorgde de overbevissing voor een steeds geringere visvoorraad. Van 150.000 ton gevangen vis in 1990 zakte men naar 110.000 ton in 1994. De Faeröer, voor 96% afhankelijk van de visexport, raakte hierdoor in een economische crisis. De regering moest uiteindelijk 1,8 miljard Deense kronen lenen van Denemarken om enigszins uit de crisis te geraken. Een voorwaarde was wel dat Deense nationale bank over de nationale bank van de Faeröer, de Sjóvinnubankin, overnam tot de lening zou zijn terugbetaald. Andere draconische maatregelen waren sterk verminderde overheiduitgaven, hogere belastingen en een 10% loonsverlaging voor ambtenaren. Er was ook sprake van dat de vissersvloot gehalveerd zou worden en dat er van de 22 visverwerkende fabrieken er maar zes over zouden blijven. De werkloosheid nam snel toe en 6% van de bevolking emigreerde naar met name Denemarken om daar weer werk te vinden. Eind 1993 was 20% van de bevolking in de hoofdstad Tórshavn werkloos en bijna alle visverwerkende fabrieken en trawlers weer failliet of onder curatele gesteld. In september 1993 reisde er een delegatie van de Faeröer naar Kopenhagen om voor de vierde keer dat jaar te vragen om financiële hulp omdat de banken dreigden te sluiten en het begrotingstekort weer verder opliep. Men vroeg ca. 3,5 miljard Deense kronen maar men kreeg er maar 1,3 miljard, echter met de mededeling om nog verder op de overheidsuitgaven te bezuinigen. De Faeröer werden ook nog getroffen door een buitenlandse boycot van hun producten naar aanleiding van de"grindadráp", de jacht op grienden met motorboten door de lokale bevolking; een wreed schouwspel, maar voor de bevolking van de Faeröer een uiting van cultuur en traditie.

Economisch herstel

Ondanks al deze problemen werkte het bezuinigingsprogramma wel. En het bleek niet nodig om de vissersvloot te halveren, integendeel, de vloot bleef vrijwel intact. De werkloosheid piekte in 1994 met 26% van de beroepsbevolking en viel daarna terug tot ca. 10% halverwege 1996 en 5% in 2000. Rond 1995 herstelde de economie zich definitief. Halverwege 1996 heropenden zes visverwerkingsbedrijven hun poorten. Ook de uittocht van bewoners stopte en de bevolking groeide weer vanaf 1996. Ook in 1996 werd er olie gevonden tussen de Faeröer en de Shetlandeilanden. Vastgesteld moet nog worden of de olievelden op Brits dan wel Faeröers grondgebied liggen. Het exploiteren van de olievelden kan nog wel enkele jaren duren en het nog maar de vraag of er ooit winst gemaakt kan worden. De relatie met de Europese Unie is wat ondergesneeuwd door de economische en demografische problematiek. Denemarken ziet de Europese Unie als een potentieel bron van inkomsten om de Faeröerse economie op te peppen en daardoor de Deense belastingbetaler wat te ontzien, die voor een groot gedeelte opdraait voor de financiële hulp aan de Faeröer. De Faeröer willen hun onafhankelijke positie in verband met de visrechten echter niet opgeven of hun territoriale wateren openen voor potentiële concurrenten. Traditionele grootmachten als Duitsland en Groot-Brittannië zijn verplicht om vis af te nemen van andere EG-leden, waardoor de Faeröer buitenspel gezet kunnen worden. Misschien dat de sterk stijgende vraag naar visproducten in de EU de redding is voor de vissersvloot van de Faeröer.

Bevolking

In 2017 leefden er ca. 50.730 mensen op de eilanden, waarvan 40% in de hoofdstad Tórhavn (ca. 21.000). Tórhavn is tevens het economisch, verkeers-, bestuurlijk en onderwijscentrum. De tweede stad, Klaksvík, telt ca. 5000 inwoners. Verder zijn er nog ongeveer 100 stadjes, dorpen en gehuchten. Van de eilanden zijn er 17 bewoond en het dichtstbevolkte eiland is Streymoy met ca. 50 inwoners per km2. Gemiddeld leven er op de Faeröer ca. 33 inwoners per km2. In de periode tussen 1990 en 1995 zorgde economische migratie naar Denemarken en andere EU-landen voor een inwonersverlies van meer dan 14.000. Dit heeft zich ondertussen weer bijna hersteld door immigratie, een vrij hoog geboortecijfer en een natuurlijke aanwas van 0,55% (2017) een van de hoogste van West-Europa. De bevolkingsopbouw is in 2017 als volgt: 0-14 jaar 20%; 15-64 jaar 68% en 65+ 12%. Het geboorte- en sterftecijfer per 1000 inwoners waren in 2017 respectievelijk 14.3 en 8.8. De gemiddelde levensverwachting voor vrouwen is 83,2 jaar en voor mannen 78 jaar. (2017)

Taal

De verschillen en overeenkomsten tussen het Faerörsk, het IJslands en het Deens zijn soms opmerkelijk:

Goedemorgen – Góðan morgun – Góðan daginn - Godmorgen

Dank u – Takk fyri – Takk fyrir - tak

Pardon – Orsaka – afsakið - undskyld

Bus – bussur – rúta - bussen

Vliegtuig – flogfar – flugvél - flyet

Restaurant – matstova – veitingahús - restaurant

Strand – strond – strönd - strand

Brood – breyð – brauð - brød

Suiker – sukur – sykur - sukker

Vlees – kjøt – kjót – kød

Zaterdag – leygardagur – laugardagur - lørdag

Zondag – sunnudagur – sunnudagur - søndag

Een – eitt – einn - en

Twee – tvey – tveir - to

Drie- trý – þrír - tre

Honderd – hundrað – hundrað - hundred

Duizend – túsund – þúsund - tusind

Godsdienst

Volgens de Færeyingar Saga, in de 13e eeuw geschreven in IJsland, bekeerden de inwoners van Faeröer zich rond het jaar 1000 tot het christendom. Het eerste bisdom was dat van Kirkjubøur op het eiland Streymoy. Op dit moment is ongeveer 75% van de bevolking luthers en 20% behoort tot de Plymouthbroeders. Verder bestaan kleine groepen rooms-katholieken en baptisten, adventisten, Jehova's getuigen en aanhangers van het báhai.

Samenleving

advertentie

Staatsinrichting

Hoewel de Denen de Faeröer net zo Deens vinden als Kopenhagen, vinden de Faeröerders zelf dat ze een onafhankelijk land zijn onder de bescherming van Denemarken. De waarheid ligt in het midden, de Faeröer bevinden zich in een soort spagaat tussen Deense overheersing en onafhankelijkheid. Hoewel ze het meeste geld krijgen van de regering in Denemarken, worden sommige zaken uit eigen zak (via belastingen) betaald. De Faeröer hebben een eigen vlag, postzegels, en een nationaal voetbalelftal, maar de defensie en buitenlandse zaken worden geregeld door Denemarken. De Faeröers betalen geen belasting aan Denemarken en weigeren deel te nemen aan de Europese Unie. Tot 1948 waren de Faeröer een soort provincie van Denemarken, net als Groenland. Tijdens een referendum in 1946 stemden de eilanden voor onafhankelijk zelfbestuur binnen het koninkrijk Denemarken. Het zelfbestuur of"Landsstýri" wordt voorgezeten door een"Løgmaður" met drie tot zes ondergeschikten en een bureaucratische warboel aan commissies, besturen en raden. De Deense belangen worden in de gaten gehouden door een zogenaamde"rigsombudsmand". De Faeröer worden door twee afgevaardigden in het Deense parlement (Folketing) vertegenwoordigd. De wetgevende werkzaamheden worden verricht door een 32 leden tellend parlement, het"Løgting". Verkiezingen voor het Løgting vinden elke vier jaar plaats. Staatshoofd is koningin Margrethe II van Denemarken.

Onderwijs en gezondheidszorg

In het schooljaar 1994/1995 waren er bijna 5000 basisschool leerlingen en iets meer dan 3000 leerlingen op het voortgezet onderwijs. Deze kinderen werden onderwezen door ca. 550 leerkrachten.

In 1994 waren er 90 dokters, 38 tandartsen, 10 apothekers, 17 verloskundigen en 35 verpleegkundigen. Er waren toen drie ziekenhuizen met 297 bedden

Economie

De economie van de Faeröer ontwikkelde zich uitstekend sinds 1994, met name door een sterke toename van de visvangst en hoge en stabiele prijzen. De werkloosheid daalde sterk en in bepaalde sectoren wordt het steeds moeilijker om personeel te vinden. Deze positieve economische groei zorgde voor een begrotingsoverschot waarmee de schulden aan Denemarken verminderd werden. De bijna totale afhankelijkheid van de visserij maakt de economie ook zeer kwetsbaar als bijvoorbeeld de prijzen sterk zouden zakken. Olievondsten in de buurt van de Faeröer zouden voor extra inkomsten kunnen gaan zorgen en de basis keggen voor een wat gediversifieerde economie, waardoor men minder afhankelijk is van de Denemarken en de Deense economische steun. Geholpen door de financiële steun van Denemarken (15% van het bruto nationaal product), benadert de levensstandaard van de Faeröerders die van de Denen en andere Scandinaviërs.

Visserij

Het belangrijkste middel van bestaan is de visserij, en dan met name tot stokvis verwerkte kabeljauw en haring. Aanvankelijk viste men vooral in de buurt van Groenland, Canada, Spitsbergen en IJsland. Hier viste men vooral op garnalen en kabeljauw; op de Noordzee vooral op makreel en wijting. Nadat in 1977 de territoriale wateren uitgebreid werden, bleven de Faeröerse vissers dichter bij huis. Ook de technologische hulpmiddelen en de schepen werden steeds beter. Tot 1990 werd 58% van alle vis gevangen in de wateren rond de Faeröer. Gedroogde, gekoelde, bevroren en gezouten vis zorgden voor een groot gedeelte van de export en 20% van beroepsbevolking was werkzaam in de vissector. Een vrij nieuwe activiteit zijn de viskwekerijen (o.a. zalm en forel).

Overige economische activiteiten

Slechts 6% van het landoppervlak is in cultuur gebracht. De akkerbouw levert aardappelen, gerst, knolgewassen en groenten op, voornamelijk voor eigen gebruik. Belangrijker is echter de veeteelt, die vooral uit schapenhouderij bestaat.

De industrie is sterk aan de visserij gebonden (conservering, verwerking, zeep- en margarinefabricage) en verder zijn er enkele zuivelfabrieken en wolspinnerijen, samenhangend met de schapenhouderij. Tien procent van de beroepsbevolking werkt in bedrijven die benodigdheden maken voor de visindustrie.

De export, grotendeels vis en visproducten, is vooral gericht op Denemarken, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Noorwegen en Duitsland. In 2013 werd er voor 824 miljoen dollar geëxporteerd en de belangrijkste exportpartners zijn Denemarken, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, IJsland, en de Verenigde Staten. In 2013 wed voor 776 miljoen dollar geïmporteerd en de belangrijkste importpartners zijn Denemarken, Noorwegen, Duitsland, Groot-Brittannië, Zweden, IJsland en de Verenigde Staten.

Het binnenlands verkeer is sterk aangewezen op de scheepvaart. Vanaf het vliegveld Vagø vertrekken regelmatig vluchten van Atlantic Airways en Maersk Air naar Kopenhagen, Bergen, Reykjavik en Kirkwall (Orkney-eilanden). Het vliegveld ligt op het eiland Vágoy. De belangrijkste haven is die van de hoofdstad Tórshavn. Kleinere havens zijn te vinden in Klaksvik, Vestmanna, Skálafjørður, Tvøroyri, Vágur en Fuglafjørður.

Vakantie en bezienswaardigheden

Er wordt een serieuze poging gedaan om meer toeristen naar de Faeröer te krijgen. Samen met IJsland en Groenland is de"West Nordic Tourist Board" opgericht, die de regio als geheel wil promoten. Voor de wandelaars zijn er diverse routes beschikbaar. Met de auto kun je langs de vele kleine vissersplaatsjes rijden en op de manier in een rustig tempo het eiland verkennen. Ook zijn er bootexcursies te maken onder meer naar broedplaatsen van zeevogels op de kliffen.

De kathedraal van Tórshavn is de op één na oudste kerk van de eilandengroep. De kerk ligt in het oude centrum van de stad in het noorden van Tinganes. Het is een Lutherse kathedraal die sinds 1990 de zetel vormt van de bisschop van Faeröer. De geschiedenis van de kerk gaat ver terug in de tijd, In eerste instantie was er tijdens de middeleeuwen sprake van een gebedshuis op de plaats waar de kerk nu te vinden is. In 1609 werd er een echte kerk gebouwd op de plek in opdracht van Koning Christian IV. In 1788 werd de kerk herbouwd en in 1865 kreeg de kathedraal opnieuw een geheel nieuw uiterlijk. De huidige kerk is een waar stenen meesterwerk. Het Skansin Fort ligt op een heuvel naast de haven van Tórshavn. Het werd gebouwd in 1580 om de stad tegen piraten te beschermen. In 1780 werd het fort uitgebreid. Tijdens de Tweede Wereldoorlog deed het fort dienst als militaire basis voor de Engelsen. Er zijn verschillende kanonnen te bekijken zowel uit de periode van de Britse bezetting als uit de Deense tijd. Het fort biedt een sprookjesachtige aanblik op de haven, het omringende landschap en het eiland Nolsoy. Lees meer op de Tórshavn pagina van Landenweb.

advertentie
Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

FAEROER LINKS

Advertenties
• Fearoer Vliegtickets.nl
• Faeröer Hotels
• Traderracker plaats advertenties en verdien geld
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals

Nuttige links

Faeroer Startnederland (N+E)
Reisinformatie Faeröer Eilanden (N)
Telefoongids Faeroer
Willgoto Faeroer (N)

Bronnen

Cornwallis, G. / Iceland, Greenland & the Faroe Islands

Lonely Planet

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems