Steden HONGARIJE

HONGARIJE   

Prehistorie en oudheid

De huidige republiek Hongarije maakt deel uit van een groot laagland, het Karpatenbekken of Hongaarse of Pannonische laagvlakte. Op deze Hongaarse laagvlakte begint de bewoningsgeschiedenis van het Hongaarse volk. De eerste sporen van menselijke aanwezigheid in dit gebied dateren al van 400.000 à 500.000 jaar geleden, en werden gevonden langs de moerassige oevers van de Donau en de Tisza.
Rond 100.000 v.Chr. jaagden hier de Neanderthalers, die echter naar het noorden vertrokken toen door klimatologische omstandigheden hun prooidieren uit deze gebieden verdwenen. Hierna volgden vele stammen, voornamelijk vanuit de Balkan, waarvan de meeste verder trokken. Verschillende stammen vestigden zich echter in deze streken en vermengden zich bovendien, waarna de koper-, brons-, en ijzertijd zich geruisloos voltrok.
Pas toen de Kelten van de la Tène-cultuur zich ten westen van de Donau vestigden, was er enigszins sprake van een stammenverband. Zij onderhielden ook contacten met de Romeinen, die ca. 10 v.Chr. de laagvlakte begonnen te veroveren. Het veroverde gebied werd opgenomen in twee provincies: Pannonia Superior of Boven-Pannonië en Pannonia Inferior of Beneden-Pannonië. De hoofdsteden waren Savaria (nu: Szombathely) en Aquincum (nu: Óbuda, een deel van de huidige hoofdstad Boedapest).
De Romeinen veroverden dit gebied om de voortdurende invallen vanuit Europees Rusland tegen te gaan en om belangrijke handelsroutes te beschermen. In de 4e eeuw werd Pannonië overspoeld door Gotische en andere stammen, die op de vlucht waren voor de Hunnen onder leiding van Attila, die vanuit Azië naar Europa oprukten. De Romeinen waren hier ook niet tegen bestand en verlieten Pannonië. In 453 stierf Attila en de Hunnen trokken zich terug uit de laagvlakte.
Ze werden opgevolgd door Ostrogoten, Gepiden, Longobarden en Avaren, die nog steeds contacten onderhielden met de Byzantijnen, de erfgenamen van het Romeinse Rijk. Enkele verdreven Slavische stammen vestigden zich rond het Balatonmeer, dat zij als leengoed ontvingen van de heerser van het Oost-Frankische rijk.

Middeleeuwen

In de 8e eeuw trokken de Hongaren, een groep ruitervolken, vanuit het oosten naar het huidige Hongaarse grondgebied en noemden het Etelköz. In 895 trokken ze Transsylvanië binnen en een jaar later bereikten ze onder leiding van ene Árpád. de laagvlakte waar ze voortaan zouden blijven wonen. Deze Árpád was aanvoerder van de Magyaren, een stam die dit gebied militair overheerste. In de 10e eeuw verspreidden de Hongaren zich over de laagvlakte en over het Transsylvanische Hoogland en velen vestigden zich daar als boeren. Andere groepen verhuurden zich aan naburige legers of trokken rovend en plunderend het Duitse Rijk binnen. Grote nederlagen leidden er echter toe dat ook deze groep koos voor een vast bestaan. De kerstening van de Hongaren was toen al begonnen en men wilde al een eigen bisdom stichten.
De Duitse keizer Otto I was hier echter tegen omdat hij liever zelf de macht over de Hongaren wilde behouden. Prins Géza wilde eind 10e eeuw wel een kerkelijke hiërarchie stichten en tevens de Hongaren onder één vorst te verenigen. Geza werd in 997 opgevolgd door zijn zoon Vajk, die bij zijn doop István genoemd werd. Hij trouwde met de Beierse prinses Gisela waardoor de staat Hongarije door zowel de paus als de keizer erkend werd. István zette het zendingswerk voort, wat hem de beroemde Stephanuskroon opleverde en tevens Hongarije op de Europese landkaart zette als een onafhankelijk, christelijk koninkrijk.
De eerste daad van István was het tot zijn eigendom verklaren van alle grond, die daarop geleend werd aan stamhoofden en aan de kerk. Het was echter het Hongaarse koningshuis dat hiervan het meeste profiteerde en dat zette kwaad bloed. Na de dood van de koning in 1038 zochten de stamhoofden steun bij de Duitse keizer. De oppositie op haar beurt zocht steun bij Byzantium en er werd een tegenkoning aangesteld, Aba Sámuel. Hongarije raakte hierdoor verzeild in een machtsstrijd tussen Duitsland en Byzantium. Pas onder het bewind van Béla I, die regeerde van 1060 tot 1063, wist het Hongaarse koningshuis weer iets van zijn macht te herstellen.
Onder László I en Kálmán I voerde Hongarije een expansiepolitiek en werd bijvoorbeeld een deel van Kroatië veroverd waardoor een vrije doorgang naar de Middellandse Zee werd gecreëerd. Ook Bosnië en Dalmatië werden veroverd ten koste van Byzantium. Hierdoor werd Hongarije langzaam aan een grootmacht waar men in Europa niet meer omheen kon.

Onder Béla III versterkte Hongarije haar positie en stelde het de grenzen open voor westerse invloeden die het feodale karakter nog meer versterkten. Het Hongaarse hof en ook de adel vestigden zich in fraaie kastelen en de ruilhandel werd vervangen door een geleide geldeconomie. Onder András II kreeg steeds meer landadel het bestuur in handen van de landgoederen en in 1222 stemde hij zelfs in met een ‘Gouden Bul’, waarin werd vastgelegd dat men het recht had om gewapend verzet tegen de vorst te plegen. Onder de zoon van András, Béla IV, dreigden vijandige stammen uit het oosten Hongarije binnen te vallen.
Béla verstevigde de grenzen maar in 1241 vielen de Mongolen zonder veel problemen Hongarije binnen. Een jaar lang werd Hongarije leeggeplunderd en daarna vertrokken de Mongolen weer om nooit meer terug te komen. Andere Europese machten sprongen niet voor Hongarije in de bres maar dachten van een verzwakt Hongarije te kunnen profiteren. Toen alles achter de rug was liet Béla een aantal vestingen bouwen waaronder Buda op de rechteroever van de Donau.
In 1301 kwam er een einde aan de heerschappij van de Arpaden; er was geen opvolging in mannelijke lijn voorhanden en daarmee stierf de dynastie der Arpaden geruisloos uit. De Hongaarse adel koos daarop eerste een Boheemse koning, daarna een Beierse koning en ten slotte besteeg de door de paus gesteunde koning van Napels, Charles Robert III, de troon. In de rest van de 14e eeuw werden de machtsverhoudingen in Hongarije stabieler en richtte men zich weer meer op de internationale politiek, min of meer gedwongen door de expansiepolitiek van de Turken. De pogingen om buitengebieden als Dalmatië, Slavonië, Moldavië, Kroatië en Walachije te versterken stuitte op fel verzet van de lokale machthebbers.
Ondertussen was Lajos de Grote aan de macht gekomen die eind 14e eeuw werd opgevolgd door schoonzoon Sigismund (Zsigmond) van Luxemburg, die later koning van Bohemen en keizer van het Heilige Roomse rijk werd. Zsigmond probeerde de Hongaarse belangen angstvallig te beschermen en zelfs uit te breiden. Een veldtocht tegen de Turken ging in 1396 bij Nikopolis ging echter grandioos verloren, ondanks hulp van de Bourgondiërs. In 1417 braken de Turken door de Hongaarse grenzen heen en binnenlands voltrok zich een massale boerenopstand, die echter neergeslagen werd.

Vijftiende en zestiende eeuw

Halverwege de 15e eeuw kwam er een beroemd Hongaars geslacht van grootgrondbezitters op, de Hunyaden. De eerste grote landheer was János Hunyadi, die tevens regent werd over de jonge László, de zoon van Albert van Habsburg. Albert was de eerste koning van een nieuwe dynastie die over Hongarije zou gaan regeren. In 1456 stierf János aan de pest en er ontstond een machtsstrijd tussen de hoge adel en de steden en de lage adel. De hoge adel benoemde hierop Mátyás Hunyadi tot koning waardoor de Hunyadi-familie op het hoogtepunt van haar macht kwam.
In een verbond met keizer Friedrich III wist Mátyás Moravië, Siliezië en Neder-Oostenrijk aan het Hongaarse rijk toe te voegen en vrede met de Turken te sluiten. De periode Mályátas zorgde voor binnenlandse rust en een behoorlijke economische vooruitgang, en hij stond dan ook bekend als de ‘rechtvaardige koning’. Na de dood van Mátyás kozen kerk en adel de Boheemse prins Wladislaw als opvolger, die later koning zou worden. Ook werd besloten om het koninklijke leger te ontmantelen en daarvoor in de plaats huurlingen aan te nemen. Hierdoor kon men beter alle macht in eigen handen houden.
In 1514 werd de Gouden Bul vervangen door het “tripartitum”, waarin de rechten van de adel werden vastgelegd. In datzelfde jaar vormden franciscaner monniken een boerenleger om op kruisvaart te gaan. De adel zag dit als een serieuze bedreiging en verbood het leger. Vervolgens keerde dit leger zich tegen de adel, maar deze opstand werd wreed onderdrukt.door de landheren van Transsylvanië en Temesvár. In 1521 werd deze ontwikkeling doorkruist door de Turken, die na de verovering van Belgrado doorstootten naar de Hongaarse laagvlakte. Toen bleek dat het pas ontbonden leger goed van pas zou zijn gekomen. Een inderhaast in elkaar geflanst legertje werd in de Slag bij Mohács op 15 augustus 1526 in de pan gehakt door de Turkse legers van Süleyman.
Door deze situatie zou Hongarije tot aan het einde van de 17e eeuw een verdeeld land blijven. Er volgde namelijk een binnenlandse machtsstrijd tussen János Zápolya, die door de Rijksdag gekozen was, en de Habsburgse aartshertog Ferdinánd, die door de adel op de troon gezet werd. De bedoeling van beide partijen was om zo buitenlandse militaire steun te verwerven want János was de schoonzoon van de koning van Polen en Ferdinánd was de broer van Karel V. Zapolya dolf het onderspit maar ging een verbintenis aan met de Turken, waardoor de sultan Transsylvanië enige autonomie verleende.
In 1541 werd Buda door de Turken veroverd en bestond Hongarije in feite uit drie verschillende delen. De Turken heersten in de driehoek Pécs-Esztergom-Szeged. Ten westen hiervan lag het kleine onafhankelijke Habsburgse koninkrijk Hongarije met als hoofdstad Pozsony (nu: Bratislava in Slowakije). In het oosten bleef Transsylvanië autonoom onder de Turkse vazal János Zsigmond. De Turken probeerden door te stoten naar Wenen, maar kwamen niet voorbij een aantal Hongaarse vestigingen.
In 1568 werd er een status-quo bereikt middels een verdrag tussen de sultan en Maximiliaan, de keizer van Oostenrijk. Transsylvanië beleefde een bloeiperiode en de meest uiteenlopende bevolkingsgroepen leefden vreedzaam naast elkaar. De stad Debrecen werd een bolwerk van protestantisme. De Turken verzetten zich hier nauwelijks tegen omdat hierdoor de invloed van de katholieke Habsburgers zou verminderen.

Zeventiende eeuw

De horige boeren waren eigenlijk de enige bevolkingsgroep die het veel minder hadden dan de rest van de bevolking. Legeraanvoerder István Bocskay kon dan ook zonder veel moeite een voornamelijk uit boeren bestaand huurlingenleger inzetten in de strijd tegen de agressieve Habsburgse troepen.
In de periode 1604-1606 werden de Habsburgers verdreven uit de Grote Laagvlakte van Hongarije en de boeren namen hun plaats is. Bocskay veroverde en passant ook nog het Habsburgse deel van Hongarije dat onder zijn opvolger Gábor Bethlen werd samengevoegd met de Grote Laagvlakte. De Habsburgers herstelden zich weer maar werden bij het Verdrag van Münster in 1648 teruggefloten, waardoor de onafhankelijkheid van Transsylvanië bevestigd werd.
Het geslacht Rákóczi ging nu een belangrijke rol spelen. Een poging van György Rákóczi om Polen te veroveren mislukte, waardoor keizer Leopold I (Lipót) de kans kreeg ten strijde te trekken tegen de Turken en een overwinning behaald bij Szentgotthárd in 1664. Door het betalen van een afkoopsom werd geprobeerd te voorkomen dat de Turken doorgingen met het verwoesten van het land (Verdrag van Vásvár). Strafexpedities tegen Rákóczi bleven echter voorduren en Transsylvanië had daaronder veel te lijden. Duidelijk werd dat Oostenrijk zich weinig gelegen liet aan de Hongaarse wens weer onafhankelijk te worden.
Opstandige adel werd onthoofd of gevangen gezet en het leger kwam onder het bevel van Leopold I. Ontslagen soldaten hergroepeerden zich echter weer en onder leiding van Imre Thököly uit Slowakije en gesteund door de Rákóczi’s, werden de pro-Habsburgers in de periode 1678-1682 verdreven uit grote delen van Hongarije. De weg naar Wenen leek voor de Turken nu open te liggen, maar de “Mars naar Wenen” van de Turken in 1683 liep op een pijnlijke nederlaag uit voor de Turkse sultan.
Hierop besloot Leopold om een coalitieleger (Oostenrijk, de Habsburgse bufferstaat, Polen en Venetië, ofwel de Heilige Liga) op de been te brengen. In 1686 werd Buda heroverd en in 1688 volgde de bevrijding van Belgrado. Na onderhandelingen in Karlovice in 1699 was praktisch geheel Hongarije op de vijand heroverd.

Achttiende eeuw

Hoewel Hongarije zijn grondgebied heroverd had, was de politieke vrijheid nog lang geen feit. Door de personele unie met Oostenrijk bleven de Habsburgers de feitelijke machthebbers en het land werd verdeeld onder officieren en leden van de Duitse Ridderorde. De Hongaarse laagvlakte werd vervolgens bezet door Zwabische en Servische immigranten en de steden ‘verduitsten’ helemaal. Het was duidelijk dat men streefde naar de totale opheffing van de Hongaarse staat en de bevolking werd tot assimilatie gedwongen.
Dat deze situatie onvermijdelijk tot een opstand moest leiden, mag duidelijk zijn. Onder prins Ferenc Rákóczi II begon in 1703 vanuit Transsylvanië de vrijheidsoorlog. Dit werd echter geen succes en in 1711 werd er een vredesverdrag getekend met de Oostenrijkse keizer. Toch leverde deze mislukte opstand wat op: het keizerrijk erkende de soevereiniteit en de grondwet van het koninkrijk Hongarije. Op dat moment ging de herbevolking van het Hongaarse grondgebied (Hongarije, Slowakije, Slavonië en Kroatië) gewoon door en er vestigden zich Kroaten, Duitsers, Serviërs, Slowaken en Roemenen. Dit leidde ertoe dat de autochtone Hongaren na 1700 nog maar ongeveer 40% van de bevolking vormden. Transsylvanië was ondertussen overwegend Roemeens geworden, kreeg ook meer autonomie en werd van de rest van Hongarije gescheiden door een militaire zone.
Nadat het Hongaarse parlement erfopvolging in vrouwelijke lijn goedkeurde, kwam keizerin-koningin Maria Theresia in 1740 aan de macht. Ze was vrij populair bij de Hongaren door een vrij mild bewind en vrij geruisloos werd Hongarije in 1768 opgenomen in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie en werd vanaf die tijd per decreet geregeerd. Maria Theresia werd opgevolgd door József II, die meer een despoot was hoewel hij wel de religieuze vrijheden herstelde, een einde maakte aan het lijfeigenschap en de macht van de adel en de kerk beknotte. Onder de zeer conservatieve Ferenc I nam het verzet tegen de Habsburgers weer toe en bepaalde groeperingen, met name progressieve burgers en edelen, wilden weer een onafhankelijk Hongarije. Een opstand in 1795 werd bloedig onderdrukt, maar een oproep van Napoleon om in opstand te komen tegen het Habsburgse gezag werd genegeerd. Wel werden er economische hervormingen in gang gezet onder invloed van de op dat moment in gang gezette industriële revolutie.

Negentiende eeuw

In 1848 stond bijna geheel Europa in het teken van revoluties en ook steden als Wenen en Pest ontkwamen er niet aan. Revolutionairen kwamen met een heel pakket van eisen die erop neerkwamen dat de feodale staatsvorm moest worden opgeheven. Dit had in zoverre succes dat graaf Batthyány premier werd van een autonome regering en dat nieuwe wetten die het parlement zou aannemen, door koning Ferdinánd zouden worden ondertekend. De opstand liep uit op een totale chaos van elkaar wantrouwende bevolkingsgroepen en de toezeggingen vanuit Wenen werden al helemaal niet vertrouwd.
Terecht, want het duurde niet lang voordat de eerste (gehuurde) Oostenrijkse troepen o.a. Buda, Pest en Kolozsvár (nu: Cluj in Roemenië) bezetten. De revolutionaire regering vluchtte naar Debrecen om van daaruit een tegenaanval te organiseren, waarbij het in eerste instantie de bedoeling was om Transsylvanië te heroveren. Dit lukte en op 14 april 1849 riep Lajos Kossuth de onafhankelijke republiek Hongarije uit met Szemere als hoofd van de nieuwe regering. Kossuth werd president maar had geen uitvoerende macht. Oostenrijk onder leiding van keizer Franz Josef reageerde meteen en riep Rusland te hulp. Dat was een goede zet want op 13 augustus kwam er al een einde de onafhankelijke republiek Hongarije en president Kossuth vluchtte in ballingschap.
De Oostenrijkers stelden nu een schrikbewind aan en verhoogden o.a. de belastingen en de ambtelijke taal werd verplicht Duits. In 1859 leden de Oostenrijkers echter een nederlaag tegen Italië en Frankrijk en de keizer ging ten opzichte van Hongarije over tot een stabilisatiepolitiek, onder invloed van keizerin Elisabeth of “Sissi”. Er werden verschillende compromissen gesloten en in 1867 kondigde Franz Josef de “Ausgleich” af. Dit betekende dat Hongarije weer een autonoom koninkrijk werd, en voortaan volledig gelijk behandeld zou worden als Oostenrijk. Het nieuwe onafhankelijke parlement vestigde zich in Buda en de regering werd geleid door Gyula Andrássy.
De vroegere president Kossuth stond vrijwel alleen in zijn kritiek op de dubbelstaat Oostenrijk-Hongarije, het volk was over het algemeen zeer enthousiast. Alleen de onderste lagen van de bevolking kregen het niet beter in deze tijd van industrialisering en landbouwhervormingen. Aan de top bleven de strubbelingen tussen Habsburg-aanhangers en Kossuth-revolutionairen voortduren.
Vanaf deze tijd werd de socialistische beweging in heel Europa steeds sterker en ook de nationalistische gevoelens werden steeds sterker, ook in Hongarije. Een voorbode van de volledige onafhankelijkheid was het weer invoeren van het Hongaars als officiële taal.

Twintigste eeuw

De moord op de opvolger van Franz Josef, Franz Ferdinand, was de directe aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog en Hongarije kon zich hier uiteraard niet aan onttrekken als partner van Oostenrijk. Het verloop van de oorlog bood Hongarije een kans om verder het pad van de onafhankelijkheid te bewandelen en onder leiding van graaf Mihály Károlyi eiste men onder andere afscheiding, hervormingen, tegemoetkomingen aan etnische minderheden en vrede, maar dat laatste zou nog een paar jaar duren.
Na de oorlog was het een chaos in Hongarije, maar het was Károlyi die een Nationale Raad in het leven riep. Na de oorlog werden er ook afspraken gemaakt omtrent de nieuwe grenzen van Hongarije maar deze afspraken waren zo vaag dat de dubbelmonarchie daardoor uiteenviel en er gebieden werden geannexeerd door etnische minderheden. Op 16 november 1918 riep het parlement de republiek uit en werd Károlyi aangewezen als president. De voorlopige regering van Károlyi werd al snel ten val gebracht en de communisten verstevigden hun greep op de binnenlandse politiek en riepen op 22 maart 1919 een “radenrepubliek” uit, die leek op de staatsvorm van de Sovjet-Unie.
De commissaris voor buitenlandse zaken Béla Kun nam de macht volledig in handen en toonde zich een ware communist door het land te verdelen onder boerencoöperaties, en banken en bedrijven te nationaliseren. De rechtse oppositie kwam in opstand en de Tsjechen en de Roemenen boden militaire hulp aan. De Roemenen vielen zelfs Boedapest binnen en de communisten werden in de pan gehakt. Hierna werden er min of meer vrije verkiezingen gehouden in januari 1920, die een overwinning opleverden voor de christen-nationalisten en kleine boeren.
Op 4 juni 1920 werd door de grote Europese mogendheden beslist wat er met Oostenrijk en Hongarije zou gaan gebeuren (Verdrag van Trianon). Voor beiden werd het een pijnlijke gebeurtenis omdat ze gedwongen werden afstand te doen van grote gebiedsdelen. Oostenrijk raakte onder andere Zuid-Tirol, Bohemen, Galicië, Slovenië en Bosnië kwijt; Hongarije verloor onder andere Slowakije, Transsylvanië en Kroatië. Voor de grensstrook tussen de twee landen werd een volksstemming uitgeschreven waarbij de bewoners van dat gebied zelf mochten kiezen waar ze bij wilden horen.
Het grondgebied van Hongarije slonk van 325.411 km2 naar 92.963 km2 en het inwoneraantal daalde van 21 tot 7,5 miljoen. Meer dan 3 miljoen Hongaren raakten onder vreemd bestuur. Hoewel de monarchie formeel in ere hersteld werd, stelde vlootvoogd Horthy zichzelf aan als regent en werd koning Károly IV verbannen naar Madeira.
Onder de conservatieve Horthy functioneerde het land redelijk hoewel communisten en in mindere mate socialisten het zwaar te verduren hadden. Internationaal probeerde men via de grote mogendheden om de oude grenzen van Hongarije weer terug te krijgen. Met name Duitsland, Oostenrijk en Italië stonden hier niet afwijzend tegenover, en het was dan ook geen wonder dat het opkomend nationaal-socialisme in die landen ook aansloeg in Hongarije. Een aantal conservatieve officieren namen de macht over van de zogenaamde ‘pijlkruizers’ (nyilasok), een nazistische, antisemitische organisatie. Hoewel deze partij verschillende malen werd verboden kon zij zich dankzij druk vanuit Duitsland steeds herstellen.

Tweede Wereldoorlog

In 1938 werd de Hongaarse opstelling beloond door de as-mogendheden met het toewijzen van een strook land in Slowakije waar een Hongaarse minderheid sterk vertegenwoordigd was. Hongarije zelf lijfde Karpatho-Oekraïne of Roethenië in en wilde nog meer ex-Hongaarse gebieden heroveren. Hierdoor leverde Hongarije zich steeds meer uit aan de Duitsers en er volgde onder andere een oorlogsverklaring aan de Sovjet-Unie. Hongarije slaagde er wel in om grotendeels buiten de echte oorlogshandelingen te blijven. Uiteindelijk vertrouwde Hitler de Hongaren toch niet helemaal en op 19 maart 1944 werd Hongarije door de Duitsers bezet en belangrijke politici werden gearresteerd. Joden ondergingen hetzelfde vreselijke lot als in andere bezette landen. Horthy gaf toen aan over te willen lopen naar de geallieerden en werd onmiddellijk vervangen door de pro-Duitse Ferenc Szálasi en zijn pijlkruisers. Het uiteindelijke resultaat hiervan was dat het hele land geplunderd werd door zowel Russische als Duitse soldaten en honderdduizenden Hongaarse burgers in Russische dwangarbeiderskampen verdwenen.
In oktober gaven de Hongaarse militaire eenheden zich over aan de oppermachtige Russische divisies en er werd een voorlopige, uit communistische ballingen bestaande regering geïnstalleerd. In november 1945 werden de eerste naoorlogse verkiezingen gehouden, die onverwacht door de kleine boerenpartij gewonnen werd. Op zich stelde deze overwinning niet veel voor want de communisten bleven de belangrijkste regeringsposten bezetten en langzaam maar zeker namen de communisten (lees: Sovjet-Unie) het heft op alle fronten in handen.
Op 1 februari 1946 werd de monarchie formeel vervangen door een republiek en Hongarije werd gedwongen toe te treden tot het Warschau-pact (tegenhanger van de Navo) en de COMECON (tegenhanger van de EEG). Verder moest Hongarije afzien van buitenlandse hulp, werden banken en grote bedrijven genationaliseerd en weigerde de Sovjet-Unie om haar troepen terug te trekken uit het land.
De politiek zeer actieve kardinaal Mindszenty en verklaard tegenstander van de communisten werd tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Vanaf 1948 werd Hongarije tot volksrepubliek uitgeroepen en nog maar door één partij geregeerd: de communistische MDP onder leiding van Mátyás Rákosi. Hongarije werd al snel een Sovjet-kloon met onteigening van privé-eigendom, collectivisering van de landbouw en nadruk op de zware industrie. Verder voerden de partij en de (veiligheids)politie een schrikbewind uit dat vele slachtoffers eiste.

Hongaarse opstand

Na de dood van de Sovjet-leider Stalin in 1953 werd Rákosi opgevolgd door Imre Nagy, die door zijn te liberale houding al na anderhalf jaar werd afgezet. Na een korte periode Rákosi werd hij in 1956 vervangen door Erno Gero. Op 23 oktober 1956 escaleerde een vrij onschuldige demonstratie van studenten en arbeiders. De demonstratie werd met veel geweld uiteengeslagen en op 25 oktober brak er een ware volksopstand uit die zich over het hele land uitbreidde.
Symbolen van het stalinisme werden vernield, kardinal Mindszenty werd bevrijd en Imre Nagy werd tot leider van de opstand uitgeroepen. Ook grote delen van het leger onder leiding van generaal Pál Maléter kozen de kant van de opstandelingen. Men eiste o.a. vrije verkiezingen en de terugtrekking van de Russische troepen uit Hongaars grondgebied. Generaal Paléter en enkele andere opstandelingenleiders werden daarop uitgenodigd om in Moskou te komen praten over de ontstane situatie. Dit was echter een valstrik en de hele groep werd gearresteerd. Vervolgens werden er tanks naar Boedapest gestuurd die in vier dagen tijd het verzet van de Hongaren braken, ten kost van ca. 3000 doden.
Op 4 november 1956 werd er onder Russisch toezicht een nieuwe regering gevormd onder leiding van János Kádár. De MDP werd vervangen door de MSzMP, de Hongaarse Socialistische Arbeiderspartij. Dit was het sein voor ca. 200.000 Hongaren om naar het buitenland te vluchten en voor degene die bleven om een algemene staking uit te roepen. De regering greep zeer hard in: tienduizenden Hongaren werden gevangen genomen en figuren als Nagy en Maléter werden geëxecuteerd.

Terug naar de democratie

In de jaren zestig verslechterde de economische toestand in Hongarije en in 1968 werden een serie hervormingen doorgevoerd. Er was weer wat meer ruimte voor particulier initiatief en de welvaart steeg licht. Kádár, die Hongarije leidde van 1956 tot 1988, voerde een zuinig en slim beleid waardoor Hongarije een vrij stabiel land werd met een van de best geleide economieën van het Oostblok.
De tweede helft van de jaren tachtig stonden in het teken van de ingrijpende hervormingen (perestrojka) in de Sovjet-Unie door Michael Gorbatsjov. Hongarije liep meteen voorop wat de eigen hervormingen betrof. Er kwam meer persvrijheid en de vrijheid om te reizen nam toe, doordat de grensversperringen met Oostenrijk gedeeltelijk verwijderd werden. In mei 1988 werden er belangrijke stappen op weg naar de democratie gezet, alleen de strijd tussen de hervormers van Imre Pozsgay en de conservatieven duurde nog voort.
In oktober 1989 kwam Rezsö Nyers aan het hoofd te staan van een nieuwe partij. Hij was een van de leidende figuren achter de voorzichtige hervormingen in de jaren zestig en zeventig. De communistische partij werd nu voor de tweede keer formeel ontbonden en vervangen door de Hongaarse Socialistische Partij (MSzMP). En zo werd de Hongaarse Volksrepubliek weer een “normale” republiek. Moskou liet de andere Oostbloklanden steeds verder los, waardoor een echt gewapend conflict dit keer uitbleef. Integendeel, Hongarije beleefde een ‘fluwelen” revolutie met al in 1989 de eerste vrije regionale verkiezingen.
Op 25 maart en 8 april 1990 werd er voor het eerst sinds 1947 een democratisch parlement gekozen. Dertig partijen deden aan de verkiezingen mee, waarvan er maar zes in het parlement kwamen. De Hongaarse Democratische Partij (MDF) leverde de eerste premier en de eerste aangestelde president werd Árpád Göncz van de Alliantie van Vrije Democraten (SzDSz). De verkiezingen van 1994 werden gewonnen door de vroegere socialisten en kreeg de absolute meerderheid in het parlement. De linkse coalitieregering onder leiding van Gyulá Horn introduceerde een stringent bezuinigingsprogramma, gericht op het verkrijgen van macro-economische stabilisatie. Dit leidde aanvankelijk tot vermindering van de economische groei en het loonpeil. Vanaf 1997 vertoonde de economie echter weer tekenen van opleving.
Op 8 juli 1997 werd Hongarije lid van de Navo. Met de verkiezingen van mei 1998 kwam er een einde aan de MSzMP-regering. De rechts-liberale Fidesz partij (Federatie van Jonge Socialisten) van de controversiële Victor Orbán won de verkiezingen en vormde een coalitie met de Conservatievene en de Christen-Democraten.

21e eeuw

De tweede ronde van de parlementsverkiezingen in april 2002, leidden tot een wisseling van de macht. De regerende conservatieven van premier Orbán werden nipt verslagen door een coalitie van socialisten en liberalen. Orbáns partij kreeg weliswaar de meeste zetels in het nieuwe parlement, maar slaagde er niet in de meerderheid van de kiezers achter zich te krijgen. De socialisten (MSzP) en de Liberalen (SzDSz) behaalden met 198 van de 386 zetels een krappe meerderheid.
Sinds augustus 2000 is Ferenc Mádl president van Hongarije. Op 1 mei 2004 trad Hongarije toe tot de Europese Unie. Enkele maanden na de historische toetreding tot de EU, trachtte premier Medgyessy zijn kabinet te herschikken. Medgyessy verloor echter het vertrouwen van de coalitiepartners en bood vervolgens zijn ontslag aan. Op voordracht van de MSzP benoemde president Mádl de voormalige minister van Jeugd en Sport Ferenc Gyurcsány tot premier. Gyurcsány werd op 30 september 2004 ingezworen. Het regeringsprogramma van Premier Gyurcsány, betiteld ‘New dynamism for Hungary’, kondigt de voornemens van de regering aan om de economische groei te bevorderen.
Het staatshoofd is de President, momenteel László Sólyum, gekozen door het parlement op 7 juli 2005 (aangetreden op 5 augustus).

Na de parlementsverkiezingen van april 2006 is de regering Gyurcsány-II op 9 juni 2006 officieel geïnstalleerd. Deze regering staat onder leiding van de (herkozen) socialistische premier Gyurcsány (aangetreden in 2004). De regering wordt gevormd door een, sinds 2002 voortgezette, coalitie tussen de (oud-communistische) Socialistische Partij (MSzP) en de Links Liberalen (SzDSz). Het was de eerste keer sinds de val van de muur dat er na de verkiezingen geen regeringswisseling plaatsvond. In april 2008 verlaat de alliantie van vrije democraten de coalitie en herschikt Gyurcsány de regering. In maart 2009 kondigt Gyurcsány aan af te treden om plaats te maken voor een nieuwe leider die op brede steun kan rekenen om de economische problemen aan te pakken. Gordon Bajnai, de minister van economische zaken wordt in april 2009 de nieuwe premier van Hongarije.

In april 2010 wint de conservatieve oppositiepartij Fidesz de verkiezingen, haar leider Viktor Orban wordt de nieuwe premier. De extreem rechtse Jobbik partij komt met 47 zetels in het parlement. Hongarije is vanaf 01-01-2011 voor een half jaar de nieuwe EU-voorzitter. Er is veel kritiek van andere Europese landen op de omstreden mediawet die het land op 20 december aannam. De nieuwe mediawet stelt een door de regering benoemde media-autoriteit aan die oordeelt of journalisten ‘moreel’ en ‘objectief’ berichten. Ook mogen nieuwsprogramma’s maximaal 20 procent van hun zendtijd aan misdaad besteden, om zo het volk niet bang te maken. In mei 2012 wordt Janos Adler president van Hongarije. In de jaren 2013 en 2014 zijn er kritische opmerkingen over en weer tussen de EU en Hongarije over het vijfde amendement dat onder meer de burgerrechten gestalte moet geven. In april 2014 wint Fidesz voor de tweede keer de parlementsverkiezingen. In 2015 en 2016 heeft Hongarije een sterk remmende rol bij de opname van vluchtelingen, eigenlijk wil premier Orban van Hongarije helemaal geen immigranten opnemen, de EU dreigt met sancties voor landen die zich niet aan de verdeelsleutel houden.


HONGARIJE LINKS

Advertenties
• Cheaptickets Hongarije
• Hongarije
• Hongarije Hotels
• Hongarije Vliegtickets WTC
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Autohuur Hongarije
• Autoverhuur Sunny Cars Hongarije
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Hongarije Campings
• Boedapest Vliegtickets Tix.nl
• Hongarije Sawadee Reizen
• Transport Hongarije - TTS Quality Logistics B.V
• Eliza was here

Nuttige links

Campersite Hongarije (N)
Dieren in Oost Europa (N)
Hongarije 2 LinkBelgië (N)
Hongarije Middeneuropa (N)
Hongarije Reisbijbel (N)
Hongarije Reisforum (N)
Hongarije Reisfoto's
Hongarije Reisstart (N)
Hongarije Verzamelgids (N)
Lies & Teije's Reiswebsite (N+E)
Reisinformatie Hongarije (N)
Reizendoejezo – Hongarije (N)
Romans over Hongarije (N)
Startpagina Hongarije (N+E)
Vakantie Hongarije Jouwpagina (N+E)
Artikelen en Reisverhalen over HONGARIJE
  Hongarije voor de echte fijnproe..  Advent en Kerst in Boedapest
  rondreis MH  Warm onthaal voor kunstenaars in..
  Wijnen uit Szekszàrd meer dan al..  In de voetsporen van Liszt
  Pecs European Cultural Capital 2..  Wijnen uit Villány
  Hongaarse wijn palenka en folklo..

Bronnen

Boedapest en Hongarije
Michelin Reisuitgaven

Fallon, S. / Hungary
Lonely Planet

Hongarije
Lannoo

Hoogendoorn, H. / Hongarije
ANWB

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt August 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems