Steden COSTA RICA

COSTA RICA   

Getaway Travel reisfoto van het Jaar: stuur je reisfoto in en win 2 tickets Australië

Pre-Columbiaanse periode

De eerste mensen bereikten 40.000 tot 50.000 jaar geleden het Amerikaanse continent vanuit Azië. Beide continenten waren op dat moment nog met elkaar verbonden.
De oudste stenen gebruiksvoorwerpen en etensresten die in Costa Rica gevonden zijn dateren uit ca. 12.000 v.Chr. Er zijn ook mammoettanden gevonden en dat wijst erop dat het jagers zijn geweest die een nomadisch bestaan voerden.
In tegenstelling tot veel andere landen in Midden-Amerika en Zuid-Amerika kent Costa Rica bijna geen grote bouwwerken en een aanzienlijke mate van beschaving dateert van ca. 3.000 v.Chr. Het grondgebied van Costa Rica kan dan ook beschouwd worden als een overgangsgebied tussen Midden- en Zuid-Amerika en de hier wonende volken zijn duidelijk door beide beschavingsgebieden beïnvloed.
Rond deze tijd vestigden zich uit het noorden van Zuid-Amerika en Chibcha (noordelijk Andesgebied) afkomstige Circumcariben aan de Caribische kust, in het zuiden en op de centrale hoogvlakte van Costa Rica. De belangrijkste volken die zich hierna ontwikkelden waren de Huetar en de Boruca. De goudsmeedkunst werd in ongeveer 500 n.Chr. in Costa Rica geïntroduceerd.
Ongeveer 800 n.Chr. kwam vanuit Mexico een volksverhuizing richting Costa Rica op gang. Hierdoor werden de oorspronkelijk uit Zuid-Amerika afkomstige volkeren uit het noordwesten van Costa Rica verdreven of min of meer gedwongen om met de nieuwe bezetters te assimileren. Tot aan de koloniale tijd was de Chorotega de belangrijkste beschaving in dit gedeelte van Costa Rica.

Spaanse overheersing

Tijdens de vierde en tevens laatste reis (1502-1504) van de ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus kwam hij aan bij het rotseilandje La Isla Uvita, gelegen voor de huidige stad Puerto Limón. Het kustgebied werd ‘costa rica’ genoemd, de ‘rijke kust’. Veel kostbaarheden werden er echter niet gevonden en Columbus zeilde al snel door naar Panama.
Vanaf 1519 werden er expedities vanuit met name Panama naar Costa Rica gestuurd en de eerste Spaanse nederzetting werd in 1524 gesticht. Door de felle tegenstand van de inheemse bevolking lukte het de Spanjaarden voorlopig echter niet om het hele gebied te koloniseren. Pas jaren later bereikten ze de goed bewoonbare hoogvlakte in Centraal-Costa Rica en in 1561 werd daar dan ook de eerste hoofdstad gesticht: Garcímuñoz, een stad die enkele jaren later alweer verlegd werd en vanaf die tijd Cartago genoemd werd. Sinds 1540 was het een provincie van het onderkoninkrijk Mexico en deel van het kapitein-generaalschap Guatemala (Audiencia de Guatemala)
De machthebbers daar keken echter nauwelijks om naar het arme Costa Rica, waarvan al snel bekend werd dat er geen goud of kruiden te vinden waren. Vandaar dat de kolonisatie van Costa Rica nauwelijks op gang kwam en Cartago in de Valle Central en de stad Esparza tot ver in de 18e eeuw de enige ‘belangrijke’ nederzettingen bleven. Ook het elders zo succesvolle ‘encomienda’-systeem, in Costa Rica ‘rapartiemento’ genoemd, werkte niet. In het kort hield dit systeem in dat kolonisten land en slaven toegewezen kregen en als tegenprestatie de indianen het christendom moesten bijbrengen. Het aantal indianen was eenvoudigweg te klein (ca. 30.0000) om een op slavernij gebaseerde economie te runnen. Veel indianen stierven gedurende oorlogen of aan besmettelijke ziekten, anderen trokken de bergen in en waren voor de Europeanen niet meer te vinden. De kolonisten die desondanks in het land bleven moesten zelf een moeizaam bestaan opbouwen en zij vestigden zich op een gegeven moment in nieuwe nederzettingen. Toch was begin 19e eeuw nog maar twee procent van het huidige Costa Ricaanse grondgebied gekoloniseerd.

De Verenigde Staten van Centraal-Amerika

In 1821 verklaarde Guatemala zich onafhankelijk en waren er voor de overgangsregering in Costa Rica twee mogelijkheden: aansluiting zoeken bij het Mexicaanse koninkrijk van Iturbide of bij de Verenigde Staten van Centraal-Amerika. De conservatieve en liberale leden van de regering stonden lijnrecht tegenover elkaar en het verschil van mening draaide zelfs uit op een heuse burgeroorlog. Op 5 april 1823 werd de strijd in het voordel van de liberalen beslist, die een voorkeur hadden voor een federatie. Achteraf bleek de hele oorlog niet nodig te zijn geweest omdat het koninkrijk van Iturbide ondertussen al gevallen was.
Op 1 juli 1823 gingen de landen Costa Rica, Honduras, Guatemala, El Salvador en Nicaragua als de Verenigde Staten van Centraal Amerika van start. De federatie was echter verre van een succes en Costa Rica probeerde er in 1824 al uit te treden. Maar ook dit proces ging niet zonder slag of stoot; In 1835 sloten de steden Heredia, Alajuela en Cartago een verbond (liga) tegen San José en in september brak er weer een korte burgeroorlog uit, de zogenaamde ‘La guerra de la Liga’. San José kwam dit keer als grote overwinnar uit de strijd en werd tevens de nieuwe hoofdstad van Costa Rica. In 1838 trad Costa Rica definitief uit de Verenigde Staten van Centraal Amerika en verklaarde zich onafhankelijk; president was op dat moment dictator Braulio Carrillo Colina. Hij ontsloeg de gehele regering, maar Francisco Morazán, ex-president van de Verenigde Staten van Centraal-Amerika, wist hem af te zetten en het land weer terug te brengen in de federatie. Lang duurde dit echter niet want in 1848 viel de federatie uit elkaar en werd tegelijkertijd de República de Costa Rica uitgeroepen.
Economisch werd Costa Rica in de rest van de negentiende eeuw op de wereldkaart gezet door het verbouwen van koffie en het telen van bananen. Onder andere door de toenemende welvaart groeide de bevolking snel en tevens ontstond er een nieuwe klasse: de koffie-aristocratie, die bestond uit politiek machtige koffiehandelaren en plantage-eigenaren. Verder waren er veel gastarbeiders nodig om al het werk op de plantages te doen.
De sociale verhoudingen tussen de grootgrondbezitters en de kleine boeren verscherpte zich in deze tijd en zij waren gedwongen om op zoek te gaan naar onontgonnen gebieden in het noorden en zuiden van het land.
Halverwege de negentiende eeuw bedreigde een burgeroorlog in buurland Nicaragua de gunstige ontwikkelingen in Costa Rica. Ook hier woedde een strijd tussen conservatieven en liberalen, die met behulp van de Amerikaanse vrijbuiter William Walker door de liberalen gewonnen werd. Walker liet er geen gras over groeien en riep zich meteen uit tot president en probeerde vervolgens heel Midden-Amerika te onderwerpen. De Costa Ricanen verzetten zich hier tegen en onder leiding van president Juan Rafael Mora werden de mannen van Walker in april 1856 definitief verslagen.
In 1899 werd door de Amerikaan Minor Keith de United Fruit Company opgericht, op dit moment een grote multinational met veel politieke macht in dit deel van de wereld.

Twintigste eeuw

Internationaal had Costa Rica aan het begin van de 20e eeuw nu en dan grensgeschillen met Nicaragua en Panama (voor 1903 Colombia). Nadat Costa Rica in het geschil met Panama bij arbitrale uitspraak zijn rechten meermalen had erkend gezien, ging het in 1921 over tot bezetting van het betwiste gebied. Het geschil met Nicaragua werd pas in het jaar 1956 bij verdrag geregeld.
De liberale politiek aan de het begin van de 20e eeuw pakte goed uit voor de bevolking. Het onderwijs werd verbeterd, er was persvrijheid en het kiesrecht voor mannen werd verruimd (vrouwen en minderheden kregen pas algemeen kiesrecht in 1948).
Door de scheiding van Kerk en Staat en het beknotten van de machtige landeigenaren volgden er wel veel coups en pogingen daartoe.
Door de wereldwijde economische crisis in de jaren dertig groeide de ontevredenheid onder de bevolking en was president Angel Calderón van de Partido Republicano Nacional (PRN) genoodzaakt rigoureuze sociale hervormingen door te voeren. Met name op het gebied van arbeidsvoorwaarden en landhervormingen werd er veel bereikt. De oppositie bestond op dat moment uit de Partido Social Demócrata (PSD) en de conservatieve Partido Unión Nacional (PUN). In 1948 werden de verkiezingen gewonnen door een gezamenlijke kandidaat van deze beide partijen, Otilio Ulate. Er staken echter meteen verhalen over stembusfraude op en dat was voor de regerende coalitie van communisten en socialisten een mooie aanleiding om de verkiezingen ongeldig te verklaren en gewoon door te regeren.
Dit resulteerde op 10 maart 1948 in een burgeroorlog: La Guerra de Liberación. Aanvoerder van de opstandelingen was José Figueres, voorzitter van de PSD. Het lukte hem om president Calderón weg te jagen naar Nicaragua.

Costa Rica gaat zonder leger verder

Na de burgeroorlog vormde Figueres een voorlopige regering van sociaal-democraten en conservatieven. Er ontstond binnen de regering echter al snel onenigheid over de ingezette hervormingen, die een bedreiging vormden voor de rechtse belangen. Calderón keek hier vanuit Nicaragua met genoegen naar en wachtte zijn kans af. Figueres had dit in de gaten en sloot snel een akkoord met de conservatieven in zijn regering. De oorspronkelijke hervormingen werden doorgevoerd en wat erg belangrijk was, het leger werd vervangen door politie-eenheden. Sinds die tijd zijn er namelijk geen militaire coups meer geweest in Costa Rica, uniek voor geheel Latijns-Amerika. Bovendien werd er een nieuwe grondwet aangenomen die alles nog eens goed regelde en het begin vormde van de Tweede Republiek. Otilio Ulate trad op 1 november 1949 aan als de eerste president.
In 1953 keerde Calderón terug uit ballingschap en zijn PRN besloot te gaan samenwerken met de PUN van Ulate. Uiteindelijk leverde dit zelfs een nieuwe politieke partij op, de Partido Unidad Social Cristiana )PUSC. Figueres transformeerde zijn PSD om tot de Partido de Liberación Nacional (PLN).
De jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw brachten Costa Rica economische voorspoed, waardoor ook de infrastructuur, het onderwijs, landbouw en industrie en de gezondheidszorg goed aangepakt werden. Met name in de periodes dat Figueres aan de macht was ging het goed met Costa Rica. In 1978 kwam een centrum-rechtse coalitie onder leiding van R. Carazo tot stand.
Eind jaren zeventig stortte de Costa Ricaanse economie in, onder andere door financieel wanbeleid. De staatsschuld en het inflatiepercentage schoten omhoog en men dreigde ook betrokken te raken bij de strijd tussen de sandinisten en contra’s in Nicaragua. Na het aan de macht komen van het Sandinistisch Bevrijdingsfront (FSLN) in Nicaragua in juli 1979, verbeterden de relaties tussen beide landen aanvankelijk, maar tijdens de presidentschappen van L.A. Monge (1982-1986) en Oscar Arias Sanchez (1986-1990), beiden van de PLN, verslechterden de betrekkingen met Nicaragua, dat Costa Rica beschuldigde steun te verlenen aan contrarebellen die vanuit Costa Rica opereerden.
Uiteindelijk verklaarde Costa Rica zich in 1983 tot een neutrale, ongewapende staat zonder leger. Kroon op het werk van deze neutraliteitspolitiek was de rol van president Oscar Arias Sanchez in het Nicaraguaanse conflict. Zijn vredesplan, Esquipulas II, werd door vijf Midden-Amerikaanse presidenten (die van El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Costa Rica) ondertekend en hij werd daarvoor in 1987 beloond met de Nobelprijs voor de vrede. De toenemende afhankelijkheid van financiële hulp van de Verenigde Staten stelde echter beperkingen aan de neutraliteitspolitiek van Costa Rica.
In 1990 werd de christen-democraat Rafael Angel Calderón tot president gekozen. Het op bezuinigingen gerichte economisch beleid leidde in 1992 tot demonstraties, waarna een aantal maatregelen weer werd ingetrokken. Een aardbeving in april 1992 richtte grote schade aan en veroorzaakte minstens 90 doden.
In mei 1994 kwam de centrumlinkse José María Figueres aan de macht; hij kerde zich tegen het beleid van de neoliberale Calderón. In maart 1995 werden de presidentiële ambtstermijn en de zittingsperiode van het parlement verlengd van vier naar vijf jaar. Eveneens in 1995 namen de spanningen met buurland Nicaragua toe naar aanleiding van de illegale aanwezigheid van naar schatting 300.000 Nicaraguanen in het noorden van Costa Rica.
De presidentsverkiezingen van februari 1998 werden gewonnen door Miguel Angel Rodríguez van de oppositionele Partido Unidad Social Cristiana (PUSC). Hij versloeg José Miguel Corrales van de PLN, die te lijden had onder de ontevredenheid van de bevolking over het economische beleid van de vetrekkende president Figueres. Ook de parlementsverkiezingen werden gewonnen door de PUSC; 27 zetels tegen 23 van de PLN.

21e eeuw

Eind 20e eeuw ging het economisch weer wat de goede kant op in Costa Rica, vooral door het toenemende toerisme. Toch bepalen bureaucratie, corruptie, inflatie en hoge buitenlandse schulden voor een groot gedeelte de economische en politieke agenda. Negatief was dat de president en de parlementsleden maar voor één termijn gekozen kunnen worden, waardoor er van continuïteit bijna geen sprake is en de hard nodige ingrijpende hervormingen niet of nauwelijks uitgevoerd kunnen worden. Een grondwetswijziging in april 2003 heeft er echter voor gezorgd dat dit nu wel mogelijk is, maar dan moeten er wel acht jaar tussen beide ambtstermijnen zitten. Alle regeringen zijn te bevreesd voor ernstige sociale spanningen. Daardoor switcht de kiezer voortdurend van de ene naar de andere partij (PUSC en PLN), er op hopend dat die haar beloftes kan waarmaken.
De huidige president, Oscar Arias (PLN) heeft geen meerderheid in het op 1 mei 2006 geïnstalleerde parlement: van de 57 zetels heeft de PLN slechts 25 zetels. De twee grootste oppositiepartijen PAC en Movimiento Libertario hebben respectievelijk 17 en 6 zetels, terwijl de PUSC van voormalig President Abel Pacheco is gereduceerd tot 5 zetels.

Inmiddels is al enige kritiek op het beleid van President Arias hoorbaar. Zo zou hij volgens critici meer bezig zijn met het oplossen van de problematiek in het buitenland dan met de problemen die spelen in eigen land. Wel lijkt hij voortvarend te investeren in de infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg. In november 2008 brengt de Chinese president Hu Jintao een bezoek aan Costa Rica, nadat Costa Rica in 2007 de diplomatieke betrekkingen met Taiwan verbrak. In maart 2008 herstelt Arias de betrekkingen met Cuba.

In februari 2010 kreeg Costa Rica voor het eerst in de geschiedenis een vrouwelijk staatshoofd. De 50-jarige sociaal conservatieve politicologe Laura Chinchilla van de Nationale Bevrijdingspartij, bondgenoot en opvolger van president Oscar Arías, kreeg bijna 47% van de stemmen. In mei 2010 wordt de benoeming bekrachtigd. De Verenigde Naties sommeren Nicaragua en Costa Rica hun troepen uit de grensgebieden terug te trekken. In april 2014 wordt Luis Guillermo Solis de nieuwe president. In december 2015 wint Costa Rica een langdurig territoriale ruzie met Nicaragua over een stukje grond bij de San Juan rivier. In februari 2018 staan er verkiezingen gepland in Costa Rica.

COSTA RICA LINKS

Advertenties
• Costa Rica Kras Reizen
• Costa Rica Vliegtickets WTC
• Costa Rica
• Vakantie Costa Rica
• SRC Groene Cultuurvakantie
• Djoser fietsreis - Costa Rica
• Rondreis Costa Rica
• Costa Rica reizen met kinderen
• Autoverhuur Sunny Cars Costa Rica
• Costa Rica Vliegtickets Tix.nl
• HotelsCosta Rica
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Eliza was here

Nuttige links

Costa Rica Reisfoto's
Duiken, reizen, dieren, landschap, jungle, info, foto's Costa Rica (N)
Reisinformatie Costa Rica (N)
Reizendoejezo - Costa Rica (N)
Romans over Costa Rica (N)
Rondreis Costa Rica (N)
Telefoongids Costa Rica
Willgoto Costa Rica (N)
Artikelen en Reisverhalen over COSTA RICA
  Rondreis Costa Rica  Costa Rica Fietsvakantie
  rondreis MH6  Gastcollege in Alajuela
  Costa Rica Fietsvakantie 2  Mijn grote reisliefde Costa Rica
  Costa Rica rondreis  Slimme route in Costa Rica

Bronnen

Daling, T. / Costa Rica : mensen, politiek, economie, cultuur
Koninklijk Instituut voor de Tropen/Novib

Luft, A. / Reishandboek Costa Rica
Elmar

Mays, B. / Costa Rica
Kosmos-Z&K Uitgevers

Müller, B. / Costa Rica
Van Reemst

O´Bryan, L. / Costa Rica
Gottmer/Becht

Te gast in Costa Rica
Informatie Verre Reizen

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt oktober 2018
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems