Steden BRAZILIE

BRAZILIE   

Indianen oudste bewoners van Brazilië

Brazilie Marajoara Cultuur Foto:Daderot

De oudste sporen van menselijke bewoning dateren van ca. 11.000 jaar geleden. Zowel in het binnenland als aan de kust woonden toen mensen. Deze indiaanse bevolking woonde in kleine groepen en leefde van wat landbouw, maar voornamelijk van de jacht, de visvangst en het verzamelen van eetbare zaken. Men schat dat er maximaal tussen de 2 en 5 miljoen indianen in Brazilië geleefd hebben. Ten tijde van de komst van de Europeanen woonden er vier stammenfamilies die qua gewoontes, regels, cultuur en taal bij elkaar horen. In Minas Gerais de Nambikwara-stam, langs de kust de Sambaquis, op het eiland in de monding van de Amazone de Marajoara-cultuur en stroomopwaarts in de Amazone bij Santarém een cultuur die overeenkomst vertoond met de grafheuvelbouwers op het eiland Marajó. Van de geschiedenis voor de komst van de Europeanen is verder weinig bekend door het uiteraard volledig ontbreken van geschreven bronnen.

Portugese overheersing

Brazilie Pedro Alvares Cabral Foto:Publiek domein

De Portugese zeevaarder Pedro Alvares Cabral ontdekte op 22 april 1500 Brazilië en volgens het in 1494 gesloten Verdrag van Tordesillas met Spanje viel het gebied toe aan de Portugese Kroon. Het land kreeg zijn naam van het "pau brasil" of brazielhout, dat een belangrijk koloniaal product zou worden. De kolonisatie van Brazilië verliep maar moeizaam, doordat er behalve het hout maar weinig kostbare grondstoffen werden gevonden.
Toch kregen Portugese edellieden (donatários) van de koning de opdracht om het land winstgevend te maken. Daartoe werd de kuststrook in vijftien gebieden, "capitanias", verdeeld waarvoor ze verantwoordelijk waren. Het land heette toen Terra da Santa Cruz (Land van het Heilige Kruis). Om de kolonisatie te bespoedigen koos koning Joâo III voor een sterk centraal bestuur en riep in 1549 de strategisch gelegen nederzetting Salvador uit tot hoofdstad. Bijkomend voordeel was dat Salvador ook strategisch lag ten opzichte van scheepvaartroutes naar Afrika en India.
Voor de zeer winstgevende suikerplantages in de regio Pernambuco waren al sinds 1532 zwarte slaven uit Afrika gehaald, met name uit Angola en Guinee. In totaal zijn er tot 1855 ca. 3,5 miljoen Afrikaanse slaven naar Brazilië verscheept. In de zestiende eeuw werden de Portugezen aangevallen door de Fransen op de plaats waar nu Rio de Janeiro ligt. Nadat de Franse troepen zich hadden overgegeven, stichtten de Portugezen de nederzetting São Sebastão do Rio de Janeiro.

Hollandse overheersing duurt maar kort

Brazilie Piet Hein Foto:Publiek domein

Nadat Portugal in 1580 in Spaanse handen was gekomen, beschouwde Nederland Brazilië als vijandig gebied. Herhaaldelijk werden Braziliaanse kustplaatsen door Nederlanders en Engelsen geplunderd.
De Hollanders lukte het wel om voet aan grond te krijgen in Brazilië. In 1624 namen ze Salvador in onder leiding van Piet Hein. Deze bezetting zou door een slechte organisatie echter maar één jaar duren. Vijf jaar later veroverde hij het kustgebied van Pernambuco en deze bezetting zou een kwart eeuw duren onder het bestuur van Johan Maurits van Nassau. Het dorpje Recife werd steeds verder uitgebouwd en in 1641 strekte Nieuw-Holland zich uit over het hele noordoosthoek van Brazilië.
In dat jaar werd ook een vredesverdrag getekend tussen de Republiek der Verenigde Nederlanden (Holland en Zeeland) en dat was voor het bestuur van de West Indische Compagnie (WIC), de Heren Negentien, een sein om de uitgaven die Johan Maurits deed, te verminderen. Johan Maurits werd korte tijd later gesommeerd naar Holland terug te keren en in 1654 namen de Portugezen zonder een schot te lossen de stad Recife over en in 1661 werden de Nederlandse rechten voor ƒ8 miljoen aan Portugal verkocht.

Goudvondsten veranderen alles

Brazilie Goudmijn Foto:Paulo Maziero

De ontdekkingstochten naar het binnenland van Brazilië begonnen in de 17e eeuw. Deze expedities, "bandeiras" genaamd, gingen voornamelijk op zoek naar edelmetaal en slaven. Eind 17e eeuw werd er in het bergachtige Minas Gerais eindelijk goud gevonden. Duizenden goudzoekers trokken daarop het binnenland in. In de 18e eeuw emigreerden meer dan 300.000 Portugezen naar Brazilië en tevens werden er nog steeds grote aantallen slaven uit Afrika aangevoerd om het werk in de mijnen te doen.
Door de goudwinning werd het zuidoosten van Brazilië steeds belangrijker en in 1763 werd Rio de Janeiro dan ook de nieuwe hoofdstad van het Brazilië. Ook de indianen werden in die tijd opgejaagd door de slavendrijvers om als plantagearbeiders dienst te doen. Portugese geestelijken en met name de Jezuïeten probeerden de inheemse bevolking te beschermen en kwamen dan ook regelmatig in conflict met de Portugese bestuurders. Rond 1750 speelde weer zo'n conflict, maar nu werden de Jezuïeten verbannen en verloren de indianen hun beschermers.
In 1789 barstte er een opstand los tegen het Portugese bewind in het gebied rond Ouro Prêto. Aanleiding hiervoor waren hernieuwde belastingverhogingen en de autocratische wijze van besturen door de Portugezen. De opstand werd bloedig neergeslagen en opstandelingenleider José Joaquim da Silva Xavier werd gedood en vele andere gevangenen verbannen.

Portugese hof verhuist naar Brazilië

In 1808 sloeg de Portugese prins-regent en latere koning João VI met regering en al op de vlucht voor Napoleon en streek uiteindelijk neer in Brazilië. Brazilië werd nu semi-onafhankelijk en Rio de Janeiro werd de koninklijke hoofdstad. De stad ontwikkelde zich enorm en had uiteindelijk 100.000 inwoners. João VI liet onder andere paleizen, een koninklijke bibliotheek, een juridische en medische faculteit neerzetten.
Pas in 1821 keerde João VI terug naar Portugal en benoemde zijn zoon Pedro tot regent van Brazilië.

Pedro I roept onafhankelijkheid uit

Brazilie Pedro II Foto:Publiek domein

Het Portugese parlement probeerde meteen om Rio de Janeiro weer in het gelid te krijgen, maar dit mislukte doordat Pedro zich aan de kant van de Brazilianen schaarde en verdreef met steun van Engelse troepen de Portugese legers. Hij werd door zijn vader gesommeerd terug te keren naar Portugal, maar weigerde en riep op 7 september 1822 de onafhankelijkheid van Brazilië uit. Korte tijd later liet hij zich kronen tot keizer van Brazilië.
Door bestuurlijk onvermogen en een verloren oorlog tegen Argentinië in 1828 kreeg Pedro I het moeilijk. De bevolking ergerde zich mateloos aan het benoemen van veel Portugezen in plaats van Brazilianen in het bestuur van het land. Pedro I trad in 1831 af en werd opgevolgd door zijn zoon Pedro II, die echter nog maar vijf jaar oud was.
Totdat hij meerderjarig was, werd Brazilië bestuurd door een regentschap. Het was in die tijd zeer onrustig in het land en er ontstonden her en der zelfs afscheidingsbewegingen. Naar aanleiding van de problemen besloot het parlement in 1840 om de pas 15-jarige Pedro II toch tot keizer te kronen. Dit pakte wonderwel goed uit en Pedro II bleef zelfs 49 jaar aan de macht en zorgde voor structurele veranderingen in de sociale verhoudingen en in de economie. Onder zijn bewind kwam het land tot economische bloei. Het duurde lang voordat de staatsfinanciën gesaneerd waren en er had een oorlog plaats met Paraguay (1865-1870). De afschaffing van de slavernij zonder schadeloosstelling aan de slavenhouders (1888), alsmede conflicten met de kerk en het leger brachten de keizerlijke regering in diskrediet. In deze jaren ontwikkelde de rubberindustrie zich in een zeer snel tempo en was rond 1850 op haar hoogtepunt.
In 1910 was het echter al weer afgelopen met de bloei van de rubberindustrie door de geweldige concurrentie uit Azië. Rond 1850 was ook de koffiecultuur sterk in opkomst en ook dit bleek een gewild exportproduct. Zowel rubber- als de koffieplantages dreven sterk op de slavernij die in 1855 werd verboden, maar pas in 1888 officieel voorbij was.

Brazilië wordt republiek

Brazilie Deodoro da Fonseca Foto:Publiek domein

Hierna werd de roep om een republiek steeds luider en wilden industriëlen, handelaars en militairen een eind te maken aan de monarchie. In 1889 brak onder maarschalk Da Fonseca een opstand uit, die Pedro II dwong het land te verlaten.
Brazilië werd hierna een republiek onder Da Fonseca, geheel naar het voorbeeld van de Verenigde Staten. Het land werd ingedeeld in twintig staten met Rio de Janeiro in een federaal district als hoofdstad. De staten kregen een grote mate van autonomie. De eerste decennia van de republiek waren onrustig. De nieuwe republikeinen hadden het geluk dat Brazilië op dat moment de wereldmarkt voor koffie in handen had. Een stad als São Paulo en een haven als Santos profiteerden hier enorm van. Tussen 1890 en 1930 vestigden zich bijvoorbeeld meer dan 2 miljoen Europese immigranten in de staat São Paulo.
Het binnenland van Brazilië bleef verstoken van al deze rijkdom en raakte door onder andere de afschaffing van de slavernij en het verdwijnen van de suikercultuur ernstig in verval. De ene president volgde de andere op en economische bloei wisselde af met crises, veroorzaakt door het ineenstorten van de prijzen op de wereldkoffiemarkt en het verdringen van bosrubber door plantagerubber. Tijdens de Eerste Wereldoorlog leefde de economie weer op. In 1917 verklaarde Brazilië de oorlog aan Duitsland, maar het nam niet actief aan deze oorlog deel. In de naoorlogse jaren bleef het land politiek en economisch instabiel.
Maar in het rijke zuiden en in de grote steden nam het verzet tegen de macht van de koffieboeren toe waar tot dan toe alle presidenten uit voortkwamen. Dit leidde in 1922 tot een opstand van militairen die echter mislukte. In 1929 stortte de koffiehandel in door de beurscrisis in Amerika, en grepen de militairen alsnog hun kans.

Einde van de "Oude Republiek"

Brazilie Getulio Vargas Foto:Publiek domein

In oktober werd er een coup gepleegd onder leiding van generaal Gétulio Dornelles Vargas en kwam er een einde aan de "Oude Republiek". De populaire Vargas wist de massa goed te bespelen en 25 jaar lang bleef Vargas de machtigste man van Brazilië. Hij wist het grote publiek te bespelen met dramatische toespraken en met een beleid dat met name de situatie van de arbeiders zou verbeteren. Geïnspireerd door Mussolini in Italië en Franco in Spanje trok hij steeds meer macht naar zich toe en de federale regering stond voortaan centraal bij het nemen van belangrijke besluiten, waardoor de regionale machthebbers in feite buitenspel werden gezet. Na een opstand in São Paulo (1932), die bloedig werd onderdrukt, versterkte Vargas zijn positie door de legertjes van de staten samen te voegen en onder federaal commando te brengen en zich te verzekeren van de steun van dit nationale leger.
Dit alles werd vastgelegd in de nieuwe grondwet van 1934 en in 1937 werd alle oppositie definitief uitgeschakeld. Politieke partijen werden verboden, vrije meningsuiting werd beknot en vakbonden streng gecontroleerd. Degenen die toch bezwaar uitten (intellectuelen, vakbondsleiders en politieke tegenstanders verdwenen in concentratiekampen en gevangenissen. Door al deze maatregelen wilde hij zijn grote plan "o Estado Novo", de "Nieuwe Staat" realiseren: de staat als motor om de samenleving te moderniseren, onder andere door van de agrarische economie over te stappen naar een industriële economie. De buitenlandse politiek van Vargas werd gekenmerkt door opportunisme. Aanvankelijk steunde hij in de Tweede Wereldoorlog Duitsland en Italië, maar nauwelijks kregen de geallieerden militair overwicht, of hij verklaarde de As-mogendheden de oorlog en stuurde een Braziliaans expeditieleger naar Italië.
De drang naar politieke en sociale hervormingen, die na de Tweede Wereldoorlog ontstond, heeft het bewind van Vargas niet kunnen overleven. Op instigatie van de Verenigde Staten verzocht het leger bij monde van generaal Enrico Gaspar Dutra hem af te treden. Vargas stemde hierin toe, waarna de grondwet weer werd gebaseerd op het presidentiële systeem. Dutra, de leider van de Partido Social Democrático (PSD), werd in 1945 tot president gekozen.
In 1950 won Vargas toch weer de verkiezingen maar moest nu opereren binnen het democratisch bestel. Zijn grootste succes in deze periode was de nationalisering van de grondstoffen en de oprichting in 1953 van Pétrobras, de staatsoliemaatschappij. Hierdoor maakte hij zich bij buitenlandse bedrijven en investeerders niet geliefd en ook binnenlands zag het grootkapitaal deze koers niet zitten. Er ontstond een politieke tweedeling en de druk op Vargas werd zo groot dat hij zichzelf op 24 augustus 1954 doodschoot.
Toch was de periode Vargas niet slecht voor Brazilië want het kreeg zowel economisch, sociaal als bestuurlijk een ander gezicht. In 1956 won Juscelino Kubitschek de verkiezingen en vice-president werd de onder arbeiders zeer populaire João Jango Goulart. Kubitschek's streven was om van Brazilië in vijf jaar tijd een van de machtigste naties van de wereld te maken. Hij startte een aantal infrastructurele hoogstandjes met de bouw van de nieuwe hoofdstad Brasília in het midden van het land als hoogtepunt, maar de corruptie nam toe en de inflatie liep op tot 45% per jaar; hierdoor was er een aaneenschakeling van onlusten. Zijn inflatoire politiek bracht het land aan de rand van de financiële afgrond. Hij voerde een uitgesproken pro-Amerikaans beleid; de communisten bleven buiten de wet gesteld.
In verband met de verkiezingen van 1960 werd de regering in mei 1959 gewijzigd. De minister van Oorlog, maarschalk Henrique Teixeira Lott, de sterke man achter Kubitschek, was door de sociaal-democraten en de arbeiderspartij als kandidaat aangewezen. Hij werd opgevolgd door maarschalk Odylio Denis. De oppositie, de nationaal-democratische en de christelijk-democratische partijen, stelden de gouverneur van São Paulo, Jânio da Silva Quadros, kandidaat. Bij de op 3 oktober 1960 gehouden verkiezingen werd hij tot president gekozen.

Brazilië wordt militaire dictatuur

Brazilie Joaoa Goulart Foto:Publiek domein

In 1961 keerde Quadros zich tegen de Verenigde Staten, maar tegelijkertijd ook tegen zijn eigen achterban door in de Cuba-crisis min of meer voor de Sovjet-Unie te kiezen. Ook had hij de heersende klassen tegen zich in het harnas gejaagd, met zijn progressieve aanpak van de binnenlandse moeilijkheden, de sociale tegenstellingen en de agrarische problemen. Tot ieders verrassing trad hij op 25 augustus 1961 af en werd vervangen door vice-president Goulart, die ondanks veel tegenwerking van de conservatieven, militairen en de middenklasse, tot president werd beëdigd. Goulart lanceerde in 1963 een ingrijpend pakket sociale hervormingen waarna militairen en de zakenwereld met behulp van de Verenigde Staten een staatsgreep voorbereidden. Het vrij slappe optreden van Goulart leidde tot een aaneenschakeling van onlusten. Hongertochten, plunderingen en brandstichtingen op grote schaal hielden het leger vrijwel constant in staat van alarm. Bij een in januari 1963 gehouden referendum bleek dat een grote meerderheid van de bevolking het presidentiële systeem hersteld wilde zien; het parlementaire systeem had duidelijk gefaald.
Op 13 maart 1964 organiseerde Goulart een volksmanifestatie voor steun maar vlak daarna kwamen de militairen in optand tegen de regering, met op de achtergrond Amerikaanse oorlogsbodems in de Baai van Rio de Janeiro. Op 2 april 1964 vluchtte Goulart naar Uruguay en kwamen de generaals aan de macht. In deze zwarte periode in de geschiedenis van Brazilië bleven de generaals meer dan 20 jaar aan de macht.
De generaals zetten de industrialisering door en er werden weer grote projecten opgestart zoals het ontsluiten van het Amazonegebied. De mensen in Brazilië moesten het echter doen zonder vrije pers en de rechten van de mens werden niet gerespecteerd. In april 1964 werd de opperbevelhebber van het leger, Humberto de Alencar Castelo Branco, tot president benoemd door een congres dat van corruptie en communistische politie was gezuiverd, althans, dat was de uitleg van de militairen. Voortaan zou een kiescollege uit het congres de president kiezen. Op 11 december 1965 werd een nieuwe oppositiepartij opgericht, de MDB, waarvan de meeste aanhangers behoorden tot de ontbonden arbeiderspartij. In 1966 werd het tweepartijenstelsel ingevoerd: uitsluitend de MDB en de ARENA, de regeringspartij waren toegestaan. De media werd nog striktere censuur opgelegd en de president ging per decreet regeren, kortom alle kenmerken van een dictatuur.
De onderdrukking van de bevolking in de periode Branco nam zeer ernstige vormen aan. Tegenstanders werden vervolgd en uitgeschakeld door doodseskaders. Talloze mensen verdwenen gewoon. Radicale studenten en politie namen de strijdbijl echter op onder meer door een aantal ontvoeringen van westerse ambassadeurs. De uitslag van de verkiezingen van 12 van de 22 gouverneurs, die op 3 sept. 1966 werden gehouden, stond dan ook bij voorbaat vast, omdat Castelo Branco ervoor had gezorgd dat alleen kandidaten van de ARENA konden worden gekozen. Uit protest nam de MDB niet deel aan de verkiezingen. Een maand later werden de presidentsverkiezingen gehouden. De minister van Oorlog, Arturo da Costa e Silva, die zich tot groot ongenoegen van de president kandidaat had gesteld voor de ARENA, werd door beide huizen van het Congres tot president gekozen. Aan deze verkiezingen deed de MDB niet mee.
Op 15 maart 1967 aanvaardde da Costa e Silva zijn ambt en trad een nieuwe grondwet in werking. Deze voorzag onder meer in een indirect gekozen president en vice-president en in een verdere beknotting van de bevoegdheden van het Congres, doordat de president via nooddecreten en zogenaamde "institutionele actes" wettelijke besluiten kon nemen. In dec. 1968 werd het Congres voor onbepaalde tijd ontbonden en nam de regering de bevoegdheid bij decreet te regeren. Da Costa e Silva werd op 31 augustus 1969 getroffen door een hersenbloeding en zijn functies werden overgenomen door een militaire junta.
Op 7 oktober wees de junta de 63-jarige generaal Emílio Garrastazú Médici aan als presidentskandidaat; op 25 oktober officieel tot president gekozen. Op 30 oktober werd Médici als president beëdigd en trad een nieuwe grondwet in werking, waarbij de bevoegdheden van de wetgevende macht aanzienlijk werden beperkt en die van de uitvoerende macht sterk werden uitgebreid. De stelselmatige bestrijding van de linkse oppositie uitte zich in talrijke arrestaties. Alleen de kerk kon het zich veroorloven nu en dan een woord van protest te laten horen, hoewel ook tegen haar bepaalde maatregelen niet uitbleven, onder meer tegen de aartsbisschop van Recife, Dom Helder Câmara. Het bewind werd beschuldigd van marteling van gevangenen, het in stand houden van een onrechtvaardige sociale structuur en het uitroeien van Indianen bij het economisch openleggen van het Amazonegebied. De ontevredenheid in het land nam sterk toe, met name over het feit dat de baten van het "economische wonder", dat wil zeggen de sterke economische expansie in de jaren 1967 tot 1973, niet ten goede kwamen aan de massa van de bevolking. Guerrillero's namen - soms met succes - hun toevlucht tot ontvoering van diplomaten om hun eisen kracht bij te zetten. In januari 1974 werd Ernesto Geisel tot president gekozen. De door hem beloofde politieke liberalisering bleef uit. Wel werd onder zijn bewind de perscensuur op dagbladen en tijdschriften opgeheven, maar de censuur op de massamedia radio en televisie bleef bestaan. Bij parlementsverkiezingen in 1974 en 1978 behaalde de MDB grote overwinningen.

Terugkeer naar democratie

Brazilie Jose Sarney Foto:José Cruz/ABr

In november 1978 werd generaal João Baptista de Oliveira Figueiredo door een kiescollege gekozen als president. Voor zijn aftreden maakte Geisel de terugkeer van politieke ballingen mogelijk en schafte hij de meest repressieve institutionele acte af.
Onder druk van de groeiende oppositie, die o.a. tot uiting kwam in demonstraties en stakingen in de grote steden, zette Figueiredo na zijn aantreden op 15 maart 1979 een beleid door van "abertura", geleidelijke politieke liberalisering.
Eind 1979 werd een amnestie afgekondigd voor alle politieke gevangenen en degenen die hun politieke rechten verloren hadden en werd het tweepartijensysteem opgeheven. De MDB werd onder de nieuwe naam PMDB een brede oppositiepartij, waarbij zich ook de nog verboden communistische partij aansloot. De regeringspartij ARENA werd omgedoopt in PDS en steunde vooral op de traditionele politici op het platteland. Bij de algemene verkiezingen van 15 maart 1982 behaalden de oppositiepartijen een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en tien gouverneursposten in de belangrijkste deelstaten. De PDS kreeg twaalf gouverneurs in de dunner bevolkte deelstaten in het noorden en noordoosten, en behield de meerderheid in het kiescollege dat de opvolger van Figueiredo zou aanwijzen.
Het ontbrak de oppositie aan de tweederde meerderheid in het Huis van Afgevaardigden die noodzakelijk was om directe presidentsverkiezingen mogelijk te maken. De PDS stelde de bankier Paulo Salim Maluf kandidaat voor het presidentschap. Een deel van de PDS kon zich echter niet met zijn kandidatuur verenigen en richtte een eigen partij op, de Partij van het Liberale Front (PFL), die de kandidaat van de PMDB, Tancredo de Almeida Neves, ondersteunde. Hiermee verkreeg Neves een meerderheid in het kiescollege, dat hem op 15 januari 1985 koos als president en José Sarney van de PFL aanwees als vice-president. Neves zou op 15 maart ingehuldigd worden, maar moest de avond tevoren opgenomen worden in het ziekenhuis. Na zijn overlijden op 21 april werd Sarney op 22 april 1985 als president beëdigd, waarmee een einde kwam aan 21 jaar militair bewind.

De Nieuwe Republiek

Brazilie Cardozo Foto:Aécio Neves

Aanvankelijk kon Sarney rekenen op ruime steun onder de bevolking voor zijn economisch beleid, het Cruzado-plan, waarbij een nieuwe munteenheid (cruzado) werd geïntroduceerd en de lonen én prijzen werden bevroren. De economische crisis, veroorzaakt door een enorme schuldenlast, werd echter niet minder groot. De algemene verkiezingen van 15 november 1986 werden een grote overwinning voor de PMDB, die een meerderheid kreeg in beide huizen van het Congres. Vanaf februari 1987 werd het Congres omgedoopt in een Grondwetgevende Vergadering, die een nieuwe democratische grondwet moest opstellen onder voorzitterschap van PMDB-leider Ulysses Guimaraes.

Op 5 oktober 1988 werd de nieuwe grondwet goedgekeurd, waarbij het presidentiële systeem met enige beperkingen gehandhaafd bleef. De teleurstelling over het beleid van Sarney leidde tot een nederlaag voor de PMDB en de PFL bij de gemeenteraadsverkiezingen van 15 november 1988. Grote winnaars waren de Arbeiderspartij PT van vakbondsleider Luis Inacio da Silva en de Democratische Arbeiderspartij PDT onder leiding van Leonel Brizola. De presidentsverkiezingen van 15 november 1989, waarbij de bevolking voor het eerst sinds 1960 direct een president kon kiezen, werden uiteindelijk gewonnen door de rechtse populist Fernando Collar de Melo. In maart 1990 aanvaardde hij het ambt van president maar hij weinig steun in het parlement en zocht per onderwerp steun bij het parlement. Wegens corruptie van Collar en zijn naaste omgeving, trad Collar in december 1992 af, enkele uren voordat de Senaat aan de afzettingsprocedure zou beginnen. Itamar Franco volgde hem op als president.

In april 1993 sprak een meerderheid van de kiezers zich bij referendum uit voor het behoud van de republikeinse regeringsvorm en voor een presidentieel systeem boven een parlementaire variant. In oktober kwam een groot corruptieschandaal aan het licht waarbij tientallen politici waren betrokken. De politieke enquêtecommissie naar corruptie onder politici droeg op grond van haar bevindingen in januari 1994 achttien afgevaardigden voor voor ontslag. Uit een ander onderzoek bleken nauwe contacten tussen onderwereld en politiek. Het federale budget gaat voor 40% op aan corruptiepraktijken.

Winnaar van de presidentsverkiezingen in oktober 1994 was Fernando Henrique Cardozo. Bij de gelijktijdig gehouden parlementsverkiezingen bleef de PMBD van oud-president Sarney de grootste. Ter vervanging van de cruzeiro real werd een nieuwe muntsoort ingevoerd, de real, die gekoppeld werd aan de dollar. Als gevolg hiervan daalde de inflatie scherp. In augustus 1994 kwam tussen Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay de douane-unie Mercosur tot stand, waardoor een groot deel van de invoertarieven verdween en een gemeenschappelijke buitenmuur werd opgetrokken.

President Cardoso kondigde in februari 1995 belangrijke hervormingen aan, maar hij moest zijn plannen op sociaal terrein intrekken na fel verzet van vakbonden en politiek en zijn belastinghervormingen werden op de lange baan geschoven. Ook in 1996 liepen de hervormingen grote vertraging op of zij werden door toedoen van de oppositie sterk beknot. Eind maart 1995 kondigde de president een versnelling van de landhervormingen aan, maar ook hier was de praktijk anders. Het privatiseringsplan verliep eveneens traag, omdat politieke partijen, vakbonden en andere organisaties een uitverkoop van de nationale bodemschatten vreesden.
Economisch ging het Brazilië na 1992 niet slecht. In 1995 en 1996 bleef de inflatie laag en de periode van hyperinflatie lijkt voorbij. Zorgwekkend was dat de werkloosheid in de steden, ondanks de economische groei, verder toenam. In 2002 verstrekte het Internationaal Monetair Fonds Brazilië een lening van 30 miljard dollar, de grootste lening in de geschiedenis van de instelling. De lening moet het land behoeden voor een economische crisis en moet het vertrouwen van investeerders in Latijns-Amerika herstellen.

Brazilië Lula Foto:Ricardo Stuckert/Presidência da República

In oktober 2002 werd de 57-jarige Luiz Inacio Lula da Silva (kortweg Lula) met 61% van de stemmen tot 36e president van Brazilië gekozen. Op 1 januari 2003 werd de opvolger van ex-president Cardoso ingehuldigd als de eerste verkozen linkse, socialistische (Arbeiderspartij) president van Brazilië. Leiders en vertegenwoordigers van 119 landen woonden de inhuldiging bij, onder wie de Cubaanse president Fidel Castro. In de zomer van 2005 kwam een groot corruptieschandaal in de pers. De regeringspartij PT werd beschuldigd van omkoping van parlementsleden voor het verwerven van politieke steun. In juni stapte premier Dirceu op, maar president Lula zelf kwam ongeschonden door deze affaire.

De presidentsverkiezingen van begin oktober 2006 leverden in eerste instantie geen winnaar op. Een tweede ronde moest uitmaken wie de volgende president zou worden: het zittende staatshoofd, Lula of zijn uitdager Geraldo Alckmin, de sociaaldemocratische oud-gouverneur van São Paulo. Lula had ernstig te lijden onder het corruptieschandaal in zijn partij, en behaalde maar 48,6% van de 51% benodigde stemmen.

Op 1 januari 2007 trad Luiz Inácio Lula da Silva aan voor zijn tweede termijn als president van Brazilië. Hij behaalde 60,8% van de stemmen. Zijn Arbeiderspartij (PT) behaalde echter maar 83 zetels in de Kamer van Afgevaardigden en 11 zetels in de Senaat. Ter vergelijking, de PMDB (Partido do Movimento Democrático) behaalde er respectievelijk 89 en 17. De president heeft hierdoor te maken met een Congres waarin hij steeds een coalitie moet vinden voor zijn regeringsplannen. Dat is niet gemakkelijk in een land waar er nauwelijks partijdiscipline bestaat en politici veelvuldig van partij wisselen.

In december 2007 moet Renan Calheiros een belangrijke bondgenoot van president Lula het veld ruimen in verband met een corruptieschandaal. In oktober 2008 wijst Brazilië een verzoek van Iran om lid te worden van de OPEC af. In maart 2010 wil Lula voor een grotere diplomatieke rol voor Brazilië en bezoekt hij het Midden-Oosten en Iran.

Brazilie Dilma Rousseff Foto:Dilma Rousseff

Dilma Rousseff van de Arbeiderspartij (PT) werd eind 2010 het eerste vrouwelijke staatshoofd van Brazilië nadat zij de tweede ronde van de presidentsverkiezingen had gewonnen. De 62-jarige Rousseff wist ca. 55 procent van de stemmen in de wacht te slepen. Haar rivaal, de sociaaldemocratische José Serra, kreeg ca. 45 procent van de stemmen. Op 1 januari 2011 wordt Roussef beëdigd. Dan volgt ze het huidige staatshoofd Lula da Silva op. In 2013 zijn er veel demonstraties in Brazilië, de oorzaken zijn de stijgende kosten van het levensonderhoud en boosheid over de kosten die gemaakt worden om het WK Voetbal in 2014 te huisvesten. Het blijft onrustig in 2014, waar in juni en juli het WK is gehouden en Rousseff is herkozen. In december 2015 start het congres een afzettingsprocedure tegen Rousseff. In mei 2016 wordt ze afgezet en opgevolgd door Michel Temer als waarnemend president. In augustus 2016 worden de Olympische spelen in Rio de Janeiro gehouden.


BRAZILIE LINKS

Advertenties
• Brazilië
• Vakantie Brazilie
• Cheaptickets Brazilië
• KRAS Brazilië aanbiedingen
• Brazilie Zonvakanties WTC
• Rondreis Brazilie
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Brazilie Sawadee Reizen
• Rio de Janeiro Vliegtickets Tix.nl
• Brazilië Zuid Amerika
• Autoverhuur Sunny Cars Brazilië
• Hotels Brazilie
• Eliza was here

Nuttige links

Brazilië Jouwpagina (N)
Brazilie Reisforum (N)
Brazilië Reisfoto's
Brazilië Reislocaties (N)
Brazilië Reisstart (N+E)
Brazilië Verzamelgids (N+E)
Reisinformatie Brazilië (N)
Reisverhalen en Foto's Brazilië (N)
Reizendoejezo - Brazilië (N)
Romans over Brazilië (N)
Rondreis door Brazilië (N)
Startpagina Brazilie (N)
Telefoongids Brazilië
Vakantie Brazilië Jouw Pagina (N+E)
Artikelen en Reisverhalen over BRAZILIE
  rondreis MH deel 2  Brazilië rondreis
  Sao Paulo en de watervallen van ..  De Mooiste Stranden van Brazilié
  Brazilië is meer dan voetbal all..  rondreis MH deel 1

Bronnen

Bayer, M. / Brazilië
Gottmer/Becht

Bayer, M. / Brazilië : mensen, politiek, economie, cultuur
Koninklijk Instituut voor de Tropen/Novib

Bender, E. / Brazil
Chelsea House Publishers

Brazil
Apa Publications

Brazil
Lonely Planet

Brazilië
The Reader's Digest

Dekker, J. / Reishandboek Brazilië
Elmar

Heinrichs, A. / Brazil
Children's Press

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt October 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems