SINGAPORE   

Wil je persoonlijke reistips ontvangen? Klik hier.

Van handelspost tot handelscentrum

Chinese handelaren voeren al sinds de 5e eeuw langs het huidige Singapore in de richting van India. Van deze vroegste tijden is verder zeer weinig bekend. Zeker is dat het niet de éérste grote overslaghaven in de regio was. In de 7e eeuw was Sjriwijaya, een boeddhistisch koninkrijk gevestigd in Palembang op Sumatra, de heerser over Straat van Malakka, een belangrijke handelsroute.
Singapore maakte vanaf de 8ste eeuw deel uit van het Sjriwijaya-rijk en was op dat moment nog niet meer dan een handelspost. In de 10e eeuw heerste dit rijk ook over het Maleis schiereiland. Door overvallen van rivaliserende koninkrijken en de komst van de islam verloor Sjriwijaya in de 13e eeuw de controle over het gebied.

Het sultanaat Malakka nam de macht al snel over en Singapore ontwikkelde zich in de 13de en 14de eeuw tot een welvarend handelscentrum tot het in 1377 verwoest werd door Javanen en de bewoners uitweken naar Malakka. Het eiland behoorde daarna als indirect bestuurd gebied tot het Madjapahit-rijk.

Overheersing door Portugezen, Britten en Hollanders

Gewapend met kruis en kanon veroverden de Portugezen in 1511 Malakka en probeerden de islamitische invloeden te weren en de handelshegemonie over te nemen. Malakka viel al snel en de moslimhandelaren vertrokken. Ondertussen stichtten de Hollanders Batavia (is nu Jakarta) op Indonesië en namen uiteindelijk in 1641 Malakka over van de Portugezen.
Eind 18e eeuw oriënteerden de Britten zich in deze regio. Ze zochten een haven om hun handelsroutes te kunnen beschermen die tussen China, Malaya en India liepen. Oorlog in Europa leidde ertoe dat de Fransen Holland bezetten in 1795. De Britten, zelf ook in oorlog met Frankrijk, maakten van de gelegenheid gebruik om de Hollandse bezittingen in Zuidoost-Azië over te nemen, inclusief Malakka. Na de Napoleontische oorlogen gaven de Britten de bezittingen van de Hollanders weer terug. Veel Britten waren het daar echter niet mee eens en zagen de verdere expansie van het Britse Rijk in Zuidoost-Azië verloren gaan.

Raffles

Een van die Britten was Thomas Stamford Raffles, op dat moment luitenant-gouverneur van Java. Hij vroeg dan ook toestemming om een handelspost te mogen opzetten om de Britse handelsroutes in deze regio veilig te stellen. Hij koos aanvankelijk voor het eiland Riau, maar de Hollanders waren hem te vlug af. Raffles begon daarna onderhandelingen met de sultan van Johor, de plaatselijke machthebber.
Toen Raffles in 1819 op Singapore aankwam, was het rijk van Johor sterk verdeeld na het overlijden van de oude sultan. Diens jongste zoon greep de macht terwijl zijn oudste zoon, Hoessein, op dat moment elders verbleef. De Hollanders sloten een overeenkomst met de jongere broer terwijl Raffles de oudere broer steunde. Raffles riep hem zelfs uit tot sultan met als residentie Singapore. Hij tekende ook een overeenkomst met de opperrechter van Singapore (temenggong) en schonk hem een landgoed aan de rivier de Singapore. Bovendien gaf hij hun jaarlijks nog wat geld en verzekerde zich zo van de steun van deze machtige personen. In 1824 bij het Sumatra-traktaat kocht hij ze uit en werd Singapore een onderdeel van de Britse “East India Company”. De Hollanders waren hier niet erg van onder de indruk en deden verder waar ze zin in hadden.

Singapore definitief in Britse handen

Toch sloten ze al in 1824 een verdrag met de Britten waarin ze de invloedssferen in Azië onderling verdeelden. Singapore werd aldus aan de Britten toegewezen. In 1826 werd Singapore samen met Malakka en Penang, twee andere Britse bezittingen (settlements) op het schiereiland van Maleisië, onder één bestuur geplaatst en werden de “Straits settlements” genoemd. Kolonel William Farquhar werd door Raffles aangesteld als de eerste resident van Singapore, die echter vervolgens niet voldeed aan zijn taak. Drie jaar na Farquhar nam Raffles de leiding over op Singapore. Raffles visioen was om Singapore de grote opvolger te laten worden van de overslaghavens ten tijde van het Sjriwijaya-rijk.

Vrijhandel, het aantrekken van kolonisten, de natuurlijke voordelen van de haven en vooral de grote toevloed van Chinezen waren de factoren die het vissersdorpje nog in de 19de eeuw deden uitgroeien tot een grote stad. De plannen met Singapore hielden ook in dat de aanwezige bevolkingsgroepen min of meer gescheiden van elkaar bestuurd werden en ieder een eigen stuk van het eiland kregen. Zo kregen de Europeanen land ten noordoosten van de regeringsgebouwen; Chinezen overheersten aan de mond van de Singapore rivier; de Indiërs werden geconcentreerd rond Kampong Kapor en Serangoon road; de omgeving van de Arab Street was voor Gujarati en andere moslimkooplieden; Tamil-moslims handelaren hadden hun winkeltjes rond de Market Street Area; de Maleise bevolking leefde in het moerassige noorden van de stad.
Door het grote aantal Chinezen was Raffles gedwongen om met hen samen te werken. De Chinezen waren georganiseerd in zogenaamde “kongsi”, clans van rituele broederschappen, triades en geheime genootschappen. Deze kongsi’s werden steeds belangrijker in de ontwikkeling van Singapore in de negentiende eeuw, met name de handel in peper, tin en rubber groeide enorm. De grootste winstmaker was echter de handel in opium die van India naar China getransporteerd werd. De opbrengsten uit deze handel, maar ook van de eigen opiumboerderijen bedroegen tot in de twintigste eeuw de helft van alle inkomsten.

Singapore kroonkolonie van Groot-Brittannië

Op 1 april 1867 werden de Straits Settlements een kroonkolonie van de Britten onder jurisdictie van de “Colonial Office” in Londen. Door de opkomst van het stoomschip en de opening van het Suez-kanaal in 1869 werd Singapore nóg belangrijker voor de schepen uit Europa die naar Oost-Azië voeren. In de jaren zeventig van de negentiende eeuw werd Singapore het belangrijkste centrum van de rubberhandel. Voor het einde van de negentiende eeuw steeg de welvaart naar ongekende hoogte en de handel verachtvoudigde tussen 1873 en 1913. De welvaart trok natuurlijk ook veel immigranten aan, met name Chinezen. In 1860 bedroeg het aantal Chinezen 61,9% van de bevolking, Indiërs 16,5%, Maleisiërs 13,5% en Europeanen 8,5%. Vrede en voorspoed eindigden abrupt toen de Japanners op 8 december 1941 de stad bombardeerden. Singapore werd op 15 februari 1942 bezet door de Japanners, die het eiland Sjonan noemden en de stad Sjonanto. Deze bezetting zou drieënhalf jaar duren. Britse troepen keerden in september 1945 weer terug en Singapore kwam onder Brits militair bestuur. Deze periode van militair bestuur duurde tot maart 1946. Tegelijkertijd werd het Straits Settlement opgeheven, maar de op China georiënteerde bevolking, die zich ook tegen de Japanners had verzet, bleef nog lang onrustig. Op 1 april 1946 werd Singapore een kroonkolonie en Penang en Malakka werden onderdeel van de Maleise Unie in 1946 en van de Federatie Maleisië in 1948.

Het naoorlogse Singapore was anders dan het vooroorlogse Singapore. De bevolking, met name de handelaren en kooplieden, drong aan op een stem in de regering. In juli 1947 kwam men aan deze wens tegemoet door het toestaan van verkiezingen voor zes leden van de Wetgevend College. Op 20 maart 1948 vonden de eerste verkiezingen in Singapore plaats. In juni 1948 werd de noodtoestand uitgeroepen omdat de Communistische Partij van Malaya dreigde om Singapore met geweld in te nemen. Deze noodtoestand zou twaalf jaar duren. Tegen het einde van 1953 benoemde de Britse regering een commissie onder leiding van Sir George Rendel die de constitutionele positie van Singapore moest onderzoeken en aanbevelingen doen voor veranderingen. De voorstellen van Rendel werden door de regering geaccepteerd en dienden als basis voor een nieuwe grondwet die Singapore een grotere mate van zelfstandigheid zou geven. De verkiezingen van 1955 waren de eerste politíeke verkiezingen die in Singapore gehouden werden. David Marshall werd op 6 april 1955 de eerste “chief-minister”. Marshall trad op 6 juni 1956 af na het afbreken van de onderhandelingen in Londen over volledig intern zelfbestuur. Lim Yew Hock, Marshall’s plaatsvervanger en Minister van Arbeid, volgde Marshall op als minister-president. De door Lim Yew Hock aangevoerde missie in maart 1957 had meer succes.

Op 28 mei 1958 werd de “Constitutional Agreement” in Londen ondertekend en in 1959 werd zelfbestuur bereikt. In mei 1959 werden er voor het eerst volledige algemene verkiezingen gehouden (51 leden). Op 3 juni 1959 werd de nieuwe grondwet in werking gesteld, Singapore’s zelfbestuur uitgeroepen en werd Sir William Goode het eerste staatshoofd. De eerste regering werd op 5 juni ingezworen met Lee Kuan Yew als Singapore’s eerste minister-president.

De coalitie in het parlement van de gematigde People’s Action Party en de Communistische Partij werkte vrij moeizaam samen. De PAP wilde volledige onafhankelijkheid voor Singapore als onderdeel van een non-communistisch Maleisië; de communisten streefden naar een puur communistische staat. De spanningen tussen beide partijen leidden in 1961 tot een breuk tussen de twee partijen. Een andere grote partij in deze strijd waren de Maleiers die akkoord gingen met het samengaan in een federatie met Malaya. De Britten zouden dan de controle houden over buitenlandse zaken, defensie en binnenlandse veiligheid. Op 27 mei 1961 stelde de Maleise minister-president Rahman voor om de politieke en economische samenwerking tussen Maleisië, Singapore, Sarawak, Noord-Borneo en Brunei te verstevigen. Men wilde dan een gezamenlijk beleid ten aanzien van defensie, buitenlandse zaken en binnenlandse veiligheid. Zaken als onderwijs en arbeid bleven de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke partners. Een op 1 september 1962 in Singapore gehouden referendum toonde aan dat de overgrote meerderheid van de bevolking vóór de plannen was. De Federatie Maleisië werd gesticht op 16 september 1963, behalve Brunei dat zich terugtrok. Indonesië en de Filippijnen waren fel tegen deze fusie. Daar de staatsregering van Singapore en de federale regering van Maleisië moeilijk met elkaar overweg konden, werd Singapore op 9 augustus 1965 uit de federatie gestoten. Op 21 september werd Singapore toegelaten tot de Verenigde Naties.

Singapore onafhankelijk

Op 12 december 1965 werd de republiek Singapore uitgeroepen met als eerste president Yusof bin Ishak. Er werd meteen een zeer uitgebreid industrieel plan opgesteld en er werden vele industrieterreinen nieuw gebouwd of uitgebreid. Er werden ook enkele wetten aangenomen, allemaal erop gericht om de ontwikkeling van de economie vrij baan te geven.

In 1971 trokken de laatste Britse troepen zich terug uit Singapore. Singapore ging de jaren zeventig van de 20e eeuw in als een politiek stabiele staat met een zeer hoge economische groei. Het parlement bestond al die tijd in feite maar uit één partij. Bij alle verkiezingen tot nu toe behaalde de PAP onder leiding van de Lee Kuan Yew de overgrote meerderheid of soms zelfs alle zetels! Lee Kuan Kew voerde een straf binnenlands beleid. De vakbeweging werd monddood gemaakt en politieke tegenstanders werden, vaak onder beschuldiging van communistische sympathieën, gevangengezet of uitgewezen.

In 1990 nam Goh Chok Tong het van Lee Kuan Yew over en werd daarmee pas de tweede minister-president sinds 1959. Het werd echter snel duidelijk dat de oud-premier als 'senior-minister' nog een belangrijke rol achter de schermen bleef spelen. In 1997 won de PAP opnieuw de verkiezingen met 81 van de 83 zetels!

Op 28 augustus werden de eerste vrije presidentsverkiezingen gehouden. De eerste democratisch gekozen president van Singapore werd Ong Teng Cheong die echter in februari 2002 aan longkanker overleed.

De regerende Volks Actie Partij (PAP) won in 2006 de parlementsverkiezingen. De partij kreeg 82 van de 84 gekozen zetels, waarvan 37 bij gebrek aan een tegenkandidaat. De overige twee zetels gingen naar de Arbeiderspartij. Het waren de eerste verkiezingen sinds Lee Hsien Loong in 2004 Goh Chok Tong opvolgde als premier. In 2008 en begin 2009 krijgt Singapore te maken met een recessie. In juli 2009 zijn er tekenen van herstel.

President van Singapore is sinds 1 september 2011 Tony Tan Keng Yam. In november 2012 krijgt Singapore te maken met de eerste staking sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. In juni 2013 vroeg Singapore Indonesië actie te ondernemen tegen de bosbranden. De lucht in Singapore was zeer vervuild. In maart 2014 reguleerde Singapore als tweede land in de wereld virtuele geldstromen zoals de Bitcoin.

Op 23 maart 2015 overleed Lee Kuan Yew, de eerste premier van Singapore, op 91-jarige leeftijd. Is september 2015 zijn parlementsverkiezingen gehouden, de PAP won 83 van de 89 te winnen zetels.

SINGAPORE LINKS

Advertenties
• Fox verre reizen van ANWB
• Singapore Vliegtickets.nl
• Djoser Rondreis Singapore
• Cruises Singapore Kras Reizen
• Singapore Vliegtickets WTC
• Ferry overtochten van en naar Singapore
• Singapore Hotels
• Fietsen in Singapore met Bajabikes
• Singapore Vliegtickets Tix.nl
• Autoverhuur Sunny Cars Singapore
• Accommodaties Singapore
• Eliza was here

Nuttige links

Reisinformatie Singapore (N)
Reizendoejezo – Singapore (N)
Romans over Singapore (N)
Sem op Reis Video's over Singapore (N)
Singapore Reisstart (N+E)
Singapore Startkabel (N)
Artikelen en Reisverhalen over SINGAPORE
  Singapore Reisverslag  rondreis MH21

Bronnen

Beliën, H. / Maleisië : Singapore
Gottmer

Hellander, P. / Singapore
Lonely Planet,

Oon, H. / Singapore
Van Reemst

Singapore
Ministry of Information and the Arts

Wee, J. / Singapore
Chelsea House Publishers

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt oktober 2019
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems