Landenweb.nl

DOMINICAANSE REPUBLIEK
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Spaans
  Hoofdstad  Santo Domingo
  Oppervlakte  48.670 km²
  Inwoners  10.981.174
  (mei 2019)
  Munteenheid  Dominicaanse peso
  (DOP)
  Tijdsverschil  -5
  Web  .do
  Code.  DOM
  Tel.  +1809/1829

Steden DOMINICAANSE REPUBLIEK

Puerto plataPunta cana

Geografie en Landschap

Geografie

De Dominicaanse Republiek (officieel: República Dominicana) is een republiek in het Caribisch gebied, en ligt op het oostelijk deel van het eiland Hispaniola (Spaans voor ‘Klein Spanje’). De westkant van Hispaniola wordt in beslag genomen door Haïti.

Met ca. 48.500 km2 beslaat de Dominicaanse Republiek ongeveer tweederde van het eiland Hispaniola, en is daarmee ongeveer een vijfde groter dan Nederland. Hispaniola is in totaal 77.000 km2 groot, en daarmee na Cuba het grootste eiland van het Caribisch gebied.

advertentie

Photo:Publiek domein

In het noorden grenst het eiland aan de Atlantische Oceaan, in het zuiden aan de Caribische Zee. Tussen het oostelijke puntje van de Dominicaanse republiek en Puerto Rico ligt de Mona Passage.

De grens tussen de Dominicaanse Republiek en Haïti is 360 km lang, de totale lengte van de kust bedraagt ca. 1500 km. De langste afstand van noord naar zuid bedraagt 240 km, van oost naar west 320 km.

advertentie

Landschap

ALGEMEEN

Het landschap van de Dominicaanse Republiek is zeer veelzijdig, van tropisch regenwoud via alpiene bergstreken tot woestijnachtige droogtegebieden. Imposante gebergten lopen over het eiland en verdelen het in klimatologisch verschillende gebieden.

BERGRUGGEN

Van noordwest naar zuidoost lopen over de Dominicaanse Republiek vijf vrijwel parallelle bergruggen: de Cordillera Septentrional, de Cordillera Central (ook wel genoemd: ‘Dominicaanse Alpen’), de Cordillera Oriental, de Sierra Neiba en de Sierra de Bahoruco.

Het belangrijkste bergmassief is de Cordillera Central, die het land in tweeën splitst, een noordelijk en zuidelijk deel. Hier liggen ook de hoogste bergen, met de Pico Duarte als hoogste top met 3175 meter. De Pico Duarte is tevens de hoogste berg in de Caribische regio. Een ander hoge berg is de Loma la Rucilla (3045 m). Naar het oosten gaat de Cordillera Central over in de kustvlakte van Santo Domingo. Het gebergte sluit in het westen aan op het Massif du Nord in Haïti.

Ten noorden van de Cordillera Central ligt de Cordillera Septentrional, een middelgebergte (hoogste top: Loma Quita Espiela, 943 m), die een natuurlijke scheiding vormt tussen de noordelijke kuststrook en het achterland.

De Cordillera Oriental ligt in het oosten en is de kleinste van de drie bergruggen. Het is meer heuvelachtig en vormt de scheiding tussen de Bahía de Samaná en de kustvlakte. Het vormt een belangrijk waterreservoir en is het brongebied voor de grootste rivieren.

In het zuidwesten liggen twee kleinere bergketens: de Sierra de Bahoruco en de Sierra Neiba. Niet ver hier vandaan licht het woestijnachtige landschap rond het Lago Enriquillo.

advertentie

Photo:Adrian Michael, CC BY-SA 3.0no changes made

VALLEIEN

Tussen de Cordillera Central en de Cordillera Septentrional ligt de zeer vruchtbare Cibao-vallei of Valle del Cibao, waarvan het zuidoostelijke deel, de Vega Real, het belangrijkste landbouwgebied van het land is.

De Valle de San Juan ligt aan de zuidkant van de Cordillera Central en is veel droger dan de Valle del Cibao.

De provincies Independencia en Barahona worden in oost-westelijke richting doorsneden door een woestijnachtig slenkdal met zoutmeren, onder andere het befaamde Enriquillomeer, 42 km lang, 12 km breed, 40 meter diep, en daarmee de grootste binnenzee van het Caribisch gebied. Het meer was oorspronkelijk een zeearm die het huidige schiereiland Baoruco scheidde van het vasteland. Het ontstond door aanslibbing van spoelzand dat de rivieren uit de Sierra de Neiba en de Sierra de Ocoa meevoerden. Het meer ligt dus ca. 40 meter onder zeeniveau en is daarmee het laagste punt in het Caribisch gebied. In het meer liggen enkele eilandjes, waaronder Isla Cabritos.

Hiermee doe zich het merkwaardige feit voor dat zich in de Dominicaanse Republiek zowel het hoogste (Pico Duarte) als het laagste punt van het Caribisch gebied bevindt.

RIVIEREN

De Río Yaque del Norte, de grootste rivier van het land (ca. 300 km) die gedeeltelijk bevaarbaar is en de Río Yuna stromen door de Cibao-vallei. De Río Artibonité stroomt zuidwestwaarts naar Haïti door de Valle de San Juan. De Río Yaque del Sur en de Río Ozama stromen richting zuiden en zorgen voor de afwatering in de Valle de San Juan.

In de Cueva de la Pequera (‘vissersgrot’) ontspringt de kortste rivier ter wereld. Al na een paar meter mondt dit riviertje uit in de zee. De grot ligt in het nationale park Los Haïtises.

STRANDEN EN EILANDEN

De Dominicaanse Republiek heeft de meeste en mooiste stranden van het Caribisch gebied, zowel langs de Atlantische Oceaan als de Caribische Zee. Er zijn kilometerslange stranden maar ook kleine, door groen en rotsen omringde strandjes. Sommige schitterend gelegen stranden worden nog nauwelijks bezocht door toeristen. Volgens de Dominicaners zelf telt de republiek 43.330 stranden en strandjes.

Ook de eilandjes voor de kust hebben vaak prachtige stranden. Enkele van die eilanden zijn La Matica, Isla Beata, Isla Catalina, Isla Saona, Cayo Levantado, een eiland in de Baai van Samaná in het noordoosten, en de cayos Siete Hermanos, een groep van zeven kleinere eilanden.

Isla Catalina, een koraaleiland voor de kust bij La Romana, is tot beschermd gebied verklaard en onderdeel van het Parque Nacional del Este. Om een groot deel van het eiland loopt een rif. Ook Isla Saona (117 km2 en ca. 1000 bewoners) behoort tot het bovengenoemde nationale park.

DIVERSEN

Het zuidoosten bestaat grotendeels uit een groot vlak kalkstenen plateau, in het noorden begrensd door de Cordillera Oriental en in het noordoosten door het moerassige gebied van Los Haitises. Vanwege de kalkachtige ondergrond hebben zich hier vele ondergrondse rivieren en grotten gevormd. De mooiste grottenstelsels bevinden zich bij La Romana en in het Parque Nacional del Este.

Het zuidwesten van de Dominicaanse Republiek is een gebied met grote landschappelijke contrasten en wordt gedomineerd door de Sierra del Neiba, die hoogtes bereikt van 2000 meter. Het schiereiland Pedernales heeft een struikvegetatie, terwijl even verderop stranden liggen onder een diepgroene vegetatie, de zogenaamde ‘Smaragdkust’.

De zandduinen en zoutpannen van Las Salinas vormen een bijzonder decor voor de daar veelvuldig beoefende watersport.

Uniek is de Laguna Grí-Grí aan de noordkust, een lagune die omringd wordt door mangroves. Bijzonder is een karstgrot, een koraalrif en een vleermuisgrot vol stalagmieten en stalactieten.

De Dominicaanse Republiek telt vele watervallen: de ca. 10 km buiten Constanza gelegen waterval Aguas Blancas stort zich 83 meter in de diepte. De waterval ‘Cascade del Limón’ op het schiereiland Samaná is in 1998 tot nationaal monument verklaard.

Bijzonder zijn de 'mogotes' op het schiereiland Samaná. Mogotes zijn losstaande steenklompen tot wel 200 meter hoog. Ze zijn ontstaan uit een groot kalksteenplateau dat in de loop van miljoenen jaren zo afgesleten is, dat alleen de mogotes zijn blijven staan. Zo hebben de mogotes hun vreemde vorm gekregen, vrij steile hellingen, aan de bovenkant meestal vlakker en dichtbegroeid.

Klimaat en Weer

De Dominicaanse republiek heeft een tropisch klimaat, dat alleen aan de noordkust getemperd wordt door passaatwinden. Als gevolg van de noordoostpassaat valt de meeste regen in het oosten en het centrale bergland, en dan vooral in de maanden mei, augustus, september en oktober. De droogste en ‘koudste’ maanden zijn januari en februari. In het oosten valt jaarlijks gemiddeld ca. 1350 mm, in het westen is het veel droger met minder dan 500 mm per jaar. Als er regen valt, gebeurt dat meestal in de vorm van korte, hevige buien aan het begin van de avond. Het gebied van Los Haitises in het noordoosten is zeer vochtig. Er valt gemidddeld ca. 2000 mm per jaar.

De gemiddelde temperatuur voor de gehele Dominicaanse Republiek ligt rond de 25°C. Toch komen er grote verschillen voor, met name in de bergachtige gebieden. Zo bedraagt de temperatuur bij Constanza in de Cordillera Central gemiddeld ongeveer 16°C. Overdag loopt het kwik overal gemakkelijk op tot boven de 30°C; in het diepe zuidwesten heerst zelfs een woestijnklimaat. In het algemeen kan men stellen dat de temperaturen in de diverse seizoenen niet ver uiteen lopen, er is meer verschil tussen de dag- en nachttemperatuur en tussen laagland en hoogland.

De watertemperatuur in de Dominicaanse wateren varieert van 26 tot 30°C. Een ander kenmerk van het klimaat is de hoge luchtvochtigheid, meestal rond 70% en als de zon opgaat oplopend tot wel 90%. De Dominicaanse Republiek is een echte zonbestemming met gemiddeld 255 zonnige dagen per jaar.

De Enriquillo-slenk is met temperaturen tot 40°C het warmste gebied van het land. Het koudste is het in de bergen, daar kan de temperatuur in januari tot beneden het vriespunt dalen en er valt wel eens een vlokje sneeuw.

De meeste orkanen trekken in de maanden augustus tot oktober langs de Dominicaanse Republiek. Het land is de afgelopen decennia verschillende keren getroffen door orkanen: David (1979), Gilbert (1988), Hugo (1989), Luís (1995), George (1998: ca. 300 doden, 250.000 daklozen en 1 miljard dollar schade aan landbouw en infrastructuur) en Lenny (1999).

Het weer in de hoofdstad Santo Domingo:

dagtemp.nachttemp.Zonuren/dagregendagenwatertemp.
Januari28°20°6727°C
Februari28°19°6626°C
Maart29°20°7526°C
April29°21°6727°C
Mei30°22°61127°C
Juni30°23°71227°C
Juli31°23°71128°C
Augustus31°23°71128°C
September31°23°71128°C
Oktober31°23°71128°C
November30°22°61027°C
December29°21°6827°C

Planten en dieren

advertentie

Planten

De vegetatie op het eiland varieert sterk door de grote hoogteverschillen en uiteenlopende klimaatzones. De Dominicaanse Republiek telt ca. 5600 plantensoorten (o.a. 600 boomsoorten en 350 soorten orchideeën), waarvan er ca. 1800 alleen op dit eiland voorkomen. In het Parque Nacional Sierra de Baoruco heeft men tot nu toe 166 verschillende soorten orchideeën geteld, bijna de helft van alle orchideeën die erin het land groeien. Daarvan zijn er 32 endemisch, dat wil zeggen dat ze alleen in dit specifieke park voorkomen.

De bergstreken dragen nog een dicht oerwoud, terwijl op de lager gelegen delen een savanne-achtige vegetatie (gras en lage droge struiken) overheerst. Door toedoen van de mens is de eigen karakteristieke vegetatie veel veranderd.

De Arowakken van het Zuid-Amerikaanse vasteland kapten de bestaande vegetatie en plantten onder andere maïs, tabak en cassave. De Europeanen kapten boomsoorten die niet lucratief genoeg waren, en tevens om landbouw en mijnbouw mogelijk te maken.

Ook allerlei planten en bloemen werden naar Hispaniola gehaald, zoals suikerriet, banaan, kokos en citrusvruchten. Ook sierplanten als casuarina, kruidnagelboom en jacaranda werden ingevoerd door de kolonisten. Een inheemse boom die gebleven is, is de kapokboom of ‘ceiba’.

Alleen in hoger gelegen gebieden is de oorspronkelijke vegetatie grotendeels intact gebleven. Met name de Cordillera Central is een bloemen- en plantenparadijs met tientallen soorten orchideeën, en verder begonia’s, lobelia’s, bromelia’s, tulpenboom, koraalboom en flamboyant.

Er komen 300 soorten palmen voor in de Dominicaanse Republiek, waarvan de koningspalm en de cacheopalm bijzonder zijn. Uit de laatste soort wordt een zoete wijn, ‘mabi’, gewonnen, van de koningspalm worden alle delen door de bevolking benut. Opvallend zijn ook de dwergpalmen ‘cana’ en ‘yarey’.

In het droge zuiden en zuidwesten groeien doornstruiken, acacia’s, agaven en 45 cactussoorten, waarvan 15 endemisch.

Om de natuur te beschermen telt de Dominicaanse Republiek inmiddels 14 nationale parken en 7 natuurreservaten.

In de Cordillera Central ligt het Reserva Natural del Ébano Verde. Het bijzondere van dit reservaat zijn de drie types vegetatie: een ebbenhoutbos, een nevelpalmenwoud en een bergpalmenbos. In deze drie bossen groeien 600 soorten planten waarvan één derde uitsluitend voorkomt op Hispaniola.

advertentie

Dieren

ZOOGDIEREN

Grote zoogdieren komen op het eiland niet voor, behalve gedomesticeerde dieren als paarden, koeien, geiten en varkens.

De dierenwereld kent enkele opmerkelijke soorten, zoals een grote insecteneter als de Solenodon en een knaagdier als de hoetia of ‘jutía’.

Tot de zoogdieren behoren ook 18 inheemse vleermuissoorten, waarvan er een zich alleen voedt met vis uit de zee.

REPTIELEN EN AMFIBIEËN

Reptielen en amfibieën zij er volop, met de indrukwekkende spitssnuitkrokodil (tot 6 meter lang) als meest opmerkelijke dier. Dit dier is vooral te zien bij het Lago Enriquillo op de Isla Cabritos, de Laguna Gri-Gri en in nationaal park Monte Cristi.

De leguanen, die vooral in de drogere gebieden leven, kunnen wel twee meter lang worden.Inheems zijn de neushoornleguaan, de gladkopleguaan en de ringstaartleguaan.

Hagedissen en kikkers zijn er volop te vinden in de Dominicaanse Republiek, de grootste slang is een de Boa hispaniola, die echter niet groter wordt dan 1 meter. In totaal komen er 20 soorten slangen voor, allemaal niet giftig.

De karetschildpad en de soepschildpad komen het meest voor aan de stranden van de Dominicaanse Republiek, met name bij Pedernales, op Isla Saona en bij Monte Cristi. Ook de lederschildpad en de onechte karetschildpad leggen op de stranden hun eieren.

ZEEZOOGDIEREN

De West-Indische zeekoe of ‘manatí’ wordt met uitsterven bedreigd, en is dus een zeer opmerkelijke verschijning. Het zijn planteneters die leven in de zee en in riviermondingen. In de wateren rond de Dominicaanse Republiek leven nog ca. 100 zeekoeien in groepen van drie tot twaalf exemplaren.

In de wintermaanden komt een grote groep bultrugwalvissen samen voor de kust van het schiereiland Samaná. Hier wordt door de bultruggen gepaard en worden de walvisjongen geboren. Bultruggen kunnen 19 meter lang worden en wegen dan ca. 48 ton.

VOGELS

Het grootste vogelgebied ligt aan de zuidwestkant van het eiland bij Pedernales en Barahona, en dan met name in het Parque National Jaragua. Veel vogels verblijven hier tijdelijk (ca. 118 soorten trekvogels), en zijn op doortocht naar de Verenigde Staten of Zuid-Amerika, zoals de Amerikaanse blauwe reiger, geelkruinkwakken en konijnuiltjes. In het Parque Nacional del Este zijn 122 vogelsoorten geteld, waarvan er acht alleen maar op Hispaniola en nog eens elf alleen maar in het Caribisch gebied voorkomen.

Vaste bewoners zijn de Caribische flamingo in de Laguna de Oviedo (grootste flamingokolonie van het land), en aan de kust fregatvogels, meeuwen, sterns, bruine boebies of jan-van-gents en bruine pelikanen. De Amerikaanse kleine zilverreiger is te vinden bij lagunes, binnenbaaien en de natte, rijstvelden van de Cibao-vallei en de Vega Real.

In de bossen komt men papegaaien (o.a. de geelvleugelamazone en de groene papegaai of ‘la cotica’, parkieten, kanaries, kolibries en spechten voor. De meest voorkomende roofvogels zijn de langstaarthavik en de gier, de roodstaartbuizerd is zeer zeldzaam.

De grijskleurige palmtapuit is de nationale vogel van de Dominicaanse Republiek.

De rijke vogelwereld kent verder nog de bergtodie, de baardstreeptodie, de prachtige Haïtilijster, de bonte parkiet, de tjiftjaf en de blauwkoporganist.

In het Parque Nacional Sierra de Baorucokomt de zeldzame witkopkraai nog voor.

VISSEN

Vlak voor de meeste zandstranden liggen koraalriffen, en hier leven soorten zoals papegaaivissen, doktersvissen, engelvissen, steenvissen, doktersvissen, tandbaarzen, snappers, tarpons, zeenaalden, murenen, roggen, zee-egels, zeekomkommers, inktvissen, krabben, langoesten en zeesterren. Verderop in de zee zwemmen o.a. manta-roggen, zwaardvissen, tonijnen, dolfijnen en de onschuldige hondshaaien.

Boca Chica staat in de maand april in het teken van een internationaal vistoernooi. Er wordt dan gevist op de blauwe marlijn, de grootste marlijnsoort, met een lengte tot 460 cm en een gewicht van meer dan 400 kg.

Geschiedenis

Eerste bewoners

Over de eerste bewoners van Hispaniola is niet veel bekend. Algemeen wordt aangenomen dat het de Ciboney waren, een volk, sterke verwant met de Arowakken uit Venezuela. Deze mensen leefden van de visvangst en woonden in grotten in de bergen. In een later stadium kwamen vanuit de beide Guyana’s en uit Venezuela de Taínos, een meer ontwikkeld Arowakkenvolk. Dit waren jagers en verzamelaars die in groepen in dorpen leefden. Die dorpen vormden samen weer een provincie.

Later gingen ze sedentair leven en verbouwden cassave, maïs en yams. Een geliefd tijdverdrijf was het roken van tabak, en verder waren de Taínos een vreedzaam volk. De Taínos werden gewelddadig onderworpen door de Cariben, die eind 15e eeuw de meeste kleine eilanden in het Caribisch gebied in hun “bezit” hadden.

Kolonisering door de Spanjaarden

In 1492 ontdekte Christoffel Columbus op zijn eerste reis het eiland en noemde het Hispaniola of “Klein Spanje”. In zijn tweede reis in 1493 werden er een aantal goud-, zilver-, en kopermijnen ontwikkeld en ook het suikerriet werd in deze periode geïntroduceerd. Al snel bleek dat de goudvoorraad niet groot was, maar de productie van suikerriet werd wel een succes, en de handel met Europa kwam al snel op gang. Om voldoende te kunnen produceren waren er veel goedkope arbeidskrachten nodig, en de eerste mensen die daarvoor in aanmerking kwamen waren natuurlijk de indianen.

De arbeidsrelatie tussen de Spanjaarden en de autochtone bevolking begon echter steeds meer op slavernij te lijken. De gevolgen daarvan waren verschrikkelijk want van de oorspronkelijke bevolking van 200.000 à 300.000 indianen waren er in 1514 nog maar 14.000 over. Zelfs het zendingswerk van de franciscanen stond bol van het geweld. Alleen de paters dominicanen verzetten zich echt tegen deze mensonterende situaties. Het was de Spaanse priester Bartolomé de Las Casas, die de wereld liet weten hoe de inheemse bevolking te lijden had onder de heerschappij van de Spanjaarden.

In 1533 werd door keizer Karel V de slavernij onder de indianen afgeschaft. Hispaniola was in die tijd een belangrijke overslagplaats in de handel van Spanje met de Nieuwe Wereld, met als voornaamste handelswaar goud, suiker en slaven. Deze slaven kwamen uit West-Afrika en in een jaar tijd werden er tienduizenden Afrikaanse slaven naar Hispaniola verscheept. Een andere lucratieve business was het smokkelen.

Westelijk deel van Hispaniola wordt Frans gebied

Spanje kreeg ondertussen grote concurrentie van Hollanders, Engelsen Fransen en zeerovers of boekaniers. De boekaniers vestigden zich in het dun bevolkte noorden en westen van Hispaniola. Deze boekaniers brachten vanuit Tortuga de Spanjaarden grote schade toe en kregen in deze regio steeds meer macht, en kregen zelfs hulp van de andere Europese koloniale machten, die zo probeerden de politieke en militaire macht van Spanje te breken.

In 1639 werd Tortuga veroverd door de Fransen en van daaruit staken ze over naar het westen van Hispaniola. Spaanse plantages werden overgenomen en ze kregen een steeds groter deel van het eiland onder controle. Bij de Vrede van Rijswijk in 1697 werd het westelijk deel van Hispaniola definitief Frans koloniaal gebied.

De economie van Santo Domingo stagneerde in de eerste decennia van de 18e eeuw volkomen. De economie in Spanje deed het niet al te best en Engeland als koloniale macht werd steeds sterker en begon alle andere koloniale machten te overvleugelen. De enige economische activiteiten waren de verkoop van vlees en huiden aan passerende schepen. Ook werd er wat koffie voor de handel geproduceerd.

De demografische situatie was eind 18e eeuw zeer opvallend: vrije zwarten en mulatten 60.000, 15.000 slaven en 20.000 blanken. Een van de redenen hiervoor was dat men op Santo Domingo niet zo veel slaven nodig had als elders, en dat daarom de zwarten en mulatten redelijke vrijheid hadden.

Aan de Franse kant van Hispaniola was de economische situatie volkomen anders. De Fransen wisten de kansen van het eiland goed in te schatten en stortten zich op de productie van suiker op hun suikerplantages. Ze werden daar in vergelijking met enkele Engelse koloniën geholpen door de vruchtbare grond op ‘Saint Domingue’. De Franse kolonie groeide in korte tijd uit tot een schoolvoorbeeld van een economisch succesvolle kolonie, met in 1789 800 suikerplantages, 3000 indigo-, 3000 koffie-, en 800 katoenplantages. Deze producten werden naar veel landen in Europa geëxporteerd. Dit succes was in feite te danken aan het enorme aantal slaven, eind 18e eeuw bijna 500.000. Negentig van de honderd inwoners waren op dat moment slaaf. Door de ernstige misstanden onder de slaven, zoals ondervoeding, mishandeling, terreur en zelfs moord kon deze situatie niet lang duren. Het was een kwestie van tijd voordat de slaven in opstand zouden komen.

Opstand onder leiding van Toussaint l’Ouverture

Al in de tweede helft van de 18e eeuw braken er, onder leiding van voodoopriesters (houngans), verschillende kleine opstanden uit. In augustus 1791 brak er een grote opstand in het noorden van het land uit, onder militaire leiding van de geletterde slaaf Toussaint l’Ouverture. De slavenopstand kostte ca. duizend blanken en aan tienduizenden slaven het leven. Zelfs de hulp van Engelse en Spaanse troepen aan de plantage-eigenaren mocht niet meer baten. Zij hielpen de vroegere aartsvijand Frankrijk omdat hun koloniën ook gevaar liepen.

Toussaint l’Ouverture werd uiteindelijk voor het Franse karretje gespannen door de belofte aan hem om mee te werken aan zelfbestuur. Verder kregen de mulatten gelijke rechten als de blanken en werd de slavernij afgeschaft. Zo kwamen uiteindelijk de Fransen weer tegenover de Spanjaarden en de Engelsen te staan.

Door het uitstekende militaire inzicht van Toussaint l’Ouverture werden de Spanjaarden en Engelsen verslagen en bleef Saint Domingue Frans grondgebied. Toussint l’Ouverture werd daarna zelfs gouverneur-generaal. In 1795, bij de vrede van Bazel, kwam ook het Spaanse deel van Hispaniola bij Frankrijk. Toussaint l’Ouverture werd als gouverneur-generaal aangesteld. Hij begon zeer ambitieus en wilde allerlei economische en bestuurlijke hervormingen invoeren, onder andere een nieuwe grondwet en de afschaffing van de slavernij op het gehele eiland.

Op zijn pad kwam hij echter de keizer van Frankrijk tegen, Napoleon Bonaparte. Deze probeerde de zaken op het eiland weer in het voordeel van Frankrijk te herstellen en l’Ouverture werd naar Europa verbannen waar hij enkele jaren later overleed. Van 1795 tot 1801 hield Frankrijk het hele eiland bezet.

Haïti onafhankelijk

De strijd van de kleurlingen en zwarten ging echter verder onder leiding Toussaints belangrijkste helpers, Jean-Jacques Dessalines en Henri Christophe. Op 19 november 1803 gaven de Franse troepen zich over en op 1 januari 1804 riep Dessalines de onafhankelijkheid uit van de nieuwe Republiek Haïti. Het was de eerste volledig onafhankelijke zwarte staat en ook de enige plaats ter wereld waar de slavernij definitief werd afgeschaft.

Ook op het Spaanse deel van Hispaniola werd het naar aanleiding van al deze gebeurtenissen zeer onrustig. Veel Spanjaarden waren al vertrokken naar Cuba of Puerto Rico en Dessalines maakte van de gelegenheid gebruik om op te rukken naar Santo Domingo, en probeerde daar de slavernij af te schaffen. Hij kwam daar echter niet aan toe door de problemen in Haïti, die veroorzaakt werden door de mulatten en de zwarte officieren uit het leger van Toussaint en Dessalines. Bovendien werd hij in 1806 vermoord.

In 1807 grepen Spaanse kolonisten met behulp van Engelse troepen de macht in Santo Domingo. Door de vele economische en politieke problemen lukte het de Spanjaarden niet om een behoorlijk bestuur op poten te zetten. De bevolking wilde bovendien meer rechten hebben als de Spanjaarden en de mulatten riepen eenzijdig de onafhankelijkheid uit in 1821. Bovendien riepen ze de hulp in van de beroemde Zuid-Amerikaanse bevrijder Simón Bolívar. Ondertussen ging de machtsstrijd tussen de mulatten en de zwarten op Haïti verder, en de republiek viel rond 1807 uiteen in een ‘zwarte’ republiek in het noorden en een republiek geleid door mulatten in het zuiden.

In 1822 werd de eenheid weer hersteld door de nieuwe president Pierre Boyer, wiens eerste opmerkelijke daad was om het Spaanse deel van Hispaniola te annexeren. Politiek volgde er een rustige periode van ca. 20 jaar maar economisch ging het heel slecht. De plantages konden niet meer draaiende gehouden worden door een gebrek aan arbeidskrachten en internationaal kwam Haïti in een isolement terecht. De Haïtiaanse revolutie was een schrikbeeld voor de grote koloniale machten. Frankrijk erkende de onafhankelijkheid van Haïti pas in 1825, maar eiste wel een schadevergoeding van 125 miljoen franc wegens verloren eigendommen. Toen puntje bij paaltje kwam werd dat bedrag gehalveerd maar het resterende bedrag bleef als een molensteen om de hals van Haïti hangen.

Dominicaanse Republiek onafhankelijk

In 1843 werd Boyer ten val gebracht en vermoord. De Haïtianen hadden zich alle belangrijke posten toegeëigend, sloten universiteiten en discrimineerden de katholieken. De Haïtianen werden daarom gehaat door de Spanjaarden en onder leiding van Juan Pablo Duarte, Francisco del Rosario Sánchez en Ramón Matías Mella werd er oppositie gevoerd en op 27 februari 1844 werd de onafhankelijke Dominicaanse Republiek uitgeroepen. Het was echter de caudillo Pedro Santana die met zijn legertje de daad bij het woord voegde en de Haïtianen het land uitjoeg.

In juli 1844 riep hij zich uit tot president van de Dominicaanse Republiek. De Haïtianen probeerden echter steeds weer terug te komen en in 1860 riep Santana zelfs de hulp van de Spanjaarden in. Onder voorwaarde dat Santo Domingo weer een Spaanse provincie zou worden, stemde de Spanjaarden toe. De Spanjaarden maakten toen echter de grote fout door weer een verkapte vorm van slavernij in te voeren. In 1865 volgde daarom weer een grote opstand en werden de Spanjaarden gedwongen het land te verlaten. De Dominicaanse Republiek was wederom onafhankelijk.

De Verenigde Staten krijgen steeds meer invloed

Onder het bewind van president Buenventura Báez zocht de republiek zowel economisch als politiek aansluiting bij de Verenigde Staten. Het gevolg hiervan was wel dat de Amerikanen steeds meer invloed kregen op de binnenlandse politiek van de Dominicaanse Republiek.

Onder de opvolger van Báez, de dictator Ulises Lilís Heureaux, investeerden zowel de Amerikanen als enkele Europese landen fors in met name de plantage- en handelssector. Dat de Dominicaanse Republiek ook afhankelijk werd van Europa was tegen het zere been van de Amerikanen die in die tijd net de zogenaamde Monroe-doctrine lanceerden. Die hield kort gezegd in dat de Amerikanen vonden dat Europa niets te zoeken had in Midden- en Zuid-Amerika. De Amerikanen eigenden zich tevens het recht toe om militair in te grijpen als de politieke situatie in een land instabiel werd en “buitenlanders” te veel invloed zouden krijgen. Een poging tot aansluiting bij de Verenigde Staten werd door deze in 1867 afgewezen.

De Amerikanen werden in 1899 op hun wenken bediend door de moord op president Heureaux en de daaropvolgende grote, met geweld gepaard gaande politieke onrust en de dreiging van buitenlands (Europees) ingrijpen.

In 1905 werd de Dominicaanse Republiek in feite onder curatele geplaatst door de Amerikanen door het overnemen van de buitenlandse handel en betalingen. Dit was belangrijk voor sanering van de grote schulden, maar de binnenlandse politieke toestand bleef explosief.

De president van dat moment, Ramon Cáceres, werd in 1911 vermoord en er ontstond een bloedige strijd onder zijn beoogde opvolgers, Horacio Vásquez en Juan Isidro Jiménez. In mei 1916 vonden de Amerikanen het welletjes en namen letterlijk de macht over. De Amerikanen bleven tot 1924 en zij zorgden niet alleen voor economische vooruitgang maar verbeterden ook onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur. Dat het Amerikaanse bedrijfsleven hier het meeste van profiteerde en openlijk discrimineerde, en dat er als reactie daarop bendes en guerrillastrijders het land onveilig maakten, werd op de koop toe genomen.

Om de rust te herstellen zetten de Amerikanen een Nationale Garde op en werden er verkiezingen voorbereid, die in 1924 gehouden werden. Winnaar werd Horacio Vásquez en de Amerikanen vertrokken naar huis. Ze hielden nog wel een flinke vinger in de pap wat betreft de buitenlandse handel en behielde ook de financiële controle over het land.

Periode Trujillo

Vásquez werd in 1930 opgevolgd door de bevelhebber van de door de Amerikanen opgericht Nationale Garde, Rafael Leónidas Trujillo Molina. Dit gebeurde door gemanipuleerde verkiezingen nadat Vásquez door een groepje revolutionairen was verdreven. Trujillo bleek al snel een niets en niemand ontziende dictator te zijn. Hij werd daarbij geholpen door een aardbeving die de hoofdstad Santo Domingo trof en door de economische depressie die de hele wereld teisterde. Trujillo kon daardoor zonder veel problemen de noodtoestand afkondigen en had daarmee vrij spel om zichzelf te verheerlijken en te verrijken.

Hij bouwde ten koste van het land een gigantisch zakenimperium op en alles stond in het teken van deze “grote” staatsman. Standbeelden en portretten van hem waren overal te zien en zelfs de hoofdstad werd naar hem genoemd, ‘Ciudad Trujillo’. Politiek was er niets meer mogelijk. Repressie, martelpraktijken en censuur heersten en alleen de partij van Trujillo werd toegestaan. De Nationale Garde en het leger zorgden er hardhandig voor dat iedere vorm van verzet of protest de kop werd ingedrukt. Degenen die toch een vorm van protest lieten horen werden vaak eenvoudig uit de weg geruimd en met name de Haïtianen die op de plantages werkten hadden het zeer zwaar te verduren. Ze werkten als gastarbeiders op de suikerplantages maar Trujillo was voortdurend bang voor het zogenaamde Haïtianisering. Dit leidde regelmatig tot moordpartijen en in oktober 1937 zelfs tot regelrechte genocide, 20.000-30.000 Haïtianen werden koelbloedig vermoord.

Eind jaren vijftig kwam er wat beweging in de Dominicaanse Republiek door binnen- en buitenlandse protesten. Ook het verdrijven van dictator Batista in Cuba (1959) door Fidel Castro, zorgde voor hoop in de Dominicaanse harten.

Cuba en andere progressieve Midden-Amerikaanse en Caribische landen spraken openlijk hun steun uit aan Dominicaanse dissidenten. De Verenigde Staten streefden ernaar Trujillo door een humane regering te vervangen. Trujillo maakte toen de grote fout om opdracht te geven om de Venezolaanse president Rómulo Betancourt te vermoorden. Dat mislukte en Trujillo werd meteen geïsoleerd, zowel politiek, door de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), als door de Amerikanen met een economische boycot. Op 30 mei 1961 werd Trujillo door militairen vermoord en kwam er eindelijk een einde aan de al jaren durende noodtoestand.

Eindelijk weer vrije verkiezingen

Joaquín Balaguer, feitelijk een stroman van Trujillo, werd tot aan de verkiezingen van 1962 president, maar had nog veel last van de Trujillo-clan. Toen deze clan uiteindelijk verdwenen was, door al hun bezittingen te confisqueren, werden de eerste vrij verkiezingen sinds Trujillo aan de macht gekomen was, gehouden. Ze werden gewonnen door de Revolutionaire Democratische Partij van de linkse, onder de boeren en stedelijke arbeiders populaire Juan Bosch. De verhoudingen met het leger waren veel problematischer en kostten hem uiteindelijk de kop. Hij wilde de macht van de militairen beperken maar die stonden dat niet toe.

Al na een half jaar werd Bosch afgezet en verbannen door kolonel Wessin y Wessin. Er ontstond een tweedeling in het land: de Katholieke Kerk, de militairen de grootgrondbezitters tegenover de vakbonden, studenten en de partij van Bosch. In 1965 sloten vooruitstrevende militairen zich aan bij de progressieven en eisten gezamenlijk het herstel van de democratie. Er dreigde een burgeroorlog te ontstaan maar de Verenigde Staten greep snel in. Op 28 april 1965 landden de eerste Amerikaanse troepen om de zaken in goede banen te leiden en zo een tweede Cuba te voorkomen.

Periode Balaguer

De eerste acht jaar onder Balaguer (1966-1974) waren economische gezien zeer succesvol met een gemiddelde groei van 10% per jaar. Door de hoge suikerprijzen en toenemende export kon er ook veel gebeuren aan de infrastructuur, de energievoorziening, en met name de culturele ontwikkeling van het land werd door Balaguer zeer nagestreefd. Sociaal- politiek was de groei veel minder want de mensen op het plattelandland leefden nog vaak in grote armoede.

Na 1974 daalden de suikerprijzen en stegen de olieprijzen en dat had grote gevolgen voor economie en samenleving. Financieel raakte het land in de problemen en om de morrende bevolking enigszins in toom te houden nam de onderdrukking weer toe en waren geweld, intimidaties en moorden aan de orde van de dag. Er waren zelfs speciale moordcommando’s die tegen studenten en vakbondsleiders optraden.

Periode Guzmán

Door de economische situatie en de repressie leek Balaguer de verkiezingen van 1978 te gaan verliezen. De PRD onder leiding van Antonio Guzmán was een serieuze bedreiging voor Blaguer. Guzmán leek te gaan winnen en op dat moment haalde het leger alle stembussen in beslag. Er dreigden massademonstraties en stakingen, maar onder druk van de Amerikaanse president Carter werden de stembussen weer teruggeplaatst. Wat er al aan zat te komen gebeurde ook; Guzmán boekte een eclatante zege, maar de nieuwe regering erfde de bijna failliete boedel met een schuld van miljarden dollars.

Daar kwam nog bij dat de Dominicaanse Republiek in 1979 zwaar getroffen werd door de orkaan David: meer dan 1000 doden, 400.000 daklozen en honderden miljoenen euro’s schade. Van de door Guzmán voorgenomen economische en sociale hervormingen kwam dan ook maar weinig terecht.

De levensstandaard nam wel iets toe en de voedselproductie steeg aanzienlijk. Bij de volgende verkiezingen zou Guzmán niet mee doen. Vlak na de verkiezingen pleegde hij zelfmoord toen bleek dat zijn dochter en schoonzoon bij corruptie betrokken waren.

Periode Blanco

De opvolger van Guzmán werd Salvador Jorge Blanco, die meteen onder druk werd gezet door de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. In een economisch zeer moeilijke tijd werd de Dominicaanse Republiek door deze twee organisaties gedwongen om de economie te liberaliseren. Door steeds maar stijgende voedselprijzen vonden er in 1984 en 1985 opstanden plaats die hardhandig door het leger werden neergeslagen en meer dan honderd mensen het leven kostten.

Balaguer profiteerde van deze situatie door in augustus 1986 met de nieuwe Sociaal-Christelijke Reformistische Partij (PRSC) de parlementsverkiezingen te winnen. Hij werd daarmee voor de vijfde keer president van de Dominicaanse Republiek. Hoewel de economische omstandigheden nog steeds moeilijk waren zette hij toch zijn herstelprogramma door en werd er geld vrijgemaakt voor nieuwe wegen, scholen en ziekenhuizen. Ook in 1990 en 1994 versloeg Balaguer de oppositiekandidaten van PRD en PLD, en ook nu werd hij beide keren beschuldigd van verkiezingsfraude.

Periode Fernández

De presidentsverkiezingen van 1996 werden gewonnen door de technocraat Lionel Fernández Reyna van de Dominicaanse Vrijheidspartij (PLD). De oudjes Balaguer (89 jaar) en Bosch deden deze keer niet mee. Enkele van zijn doelen waren om de bureaucratie en de corruptie bij de overheid grondig aan te pakken en hij streefde naar privatisering van verliesgevende staatsbedrijven. Een lichtpuntje was alvast dat de verkiezingen voor de gemeenten en het congres in 1998 zonder problemen verliepen, en dat was uniek in de geschiedenis van het land.

Op economisch gebied streefde hij er ook naar om meer samen te werken met andere landen in het Caribisch gebied en Latijns-Amerika.

In een poging een eind te maken aan de corruptie bij de rechterlijke macht verving president Fernández in augustus 1997 alle leden van het Hooggerechtshof. Teneinde politieke benoemingen te voorkomen, verschoof de bevoegdheid om rechters te benoemen van de Senaat naar het nieuw samengestelde Hooggerechtshof.

In september 1998 bracht de orkaan Georges grote verwoestingen aan in de landbouwgebieden. Hoewel de sector zich heeft kunnen herstellen is haar betekenis in de nationale economie afnemend.

21e eeuw

De presidentsverkiezingen van mei 2000 werden gewonnen door de PRD met 49,86% van de stemmen, waarmee Hipólito Mejía president werd. Bij de algemene verkiezingen van mei 2002 kon de regerende PRD, tot ieders verrassing, haar positie zowel op congres- als op gemeentelijk niveau verstevigen.

Op 14 juli 2002 overleed oud-president Balaguer op 96-jarige leeftijd.

In september 2003 werd het noorden van de Dominicaanse Republiek getroffen door een zware aardbeving. De beving met een kracht van 6,5 op de schaal van Richter was de zwaarste die het land sinds 1948 trof, en kostte een persoon het leven. Het epicentrum lag voor de kust van de badplaats Puerto Plata.

Eind mei 2004 werden de Dominicaanse Republiek en Haïti geteisterd door overstromingen als gevolg van langdurige regenval. In de Dominicaanse Republiek vielen honderden doden en gewonden te betreuren en meer dan 10.000 mensen raakten dakloos. Men sprak over de grootste natuurramp in honderd jaar.

Op 16 augustus 2004 werd opnieuw Leonel Fernández van de Partido Liberación Dominicana (PLD) als president geïnstalleerd. De aanloop naar de verkiezingen waren zeer chaotisch, onder meer door het bankschandaal in 2003 onder president Hipólito Mejía. Niettemin verliepen de verkiezingen zelf vrij ordentelijk. Er staat de president echter een immense taak te wachten. Bij lokale verkiezingen en parlementsverkiezingen in mei 2006 heeft de PLD een ruime meerderheid behaald wat de bestuurbaarheid heeft versterkt. Dit zal de weg vrijmaken voor vooruitgang op de agenda van het versterken van staatsinstituties en de modernisering van de economie. Er staat de president nog altijd een immense taak te wachten. Niet alleen op het gebied van economische stabilisatie. Maar ook voor wat betreft de hervorming van de elektriciteitssector, misdaadbestrijding, verbetering van het onderwijssysteem, modernisering van de gezondheidszorg en het uitroeien van corruptie. In mei 2008 is Leonel Fernández opnieuw gekozen als president van de Dominicaanse Republiek.

In mei 2012 wint Danilo Medina nipt de presidentverkiezingen van Hipólito Mejía. In mei 2014 keurt het parlement een wet goed waardoor kinderen van immigranten (voornamelijk uit Haïti)het staatsburgerschap krijgen. Danilo Medina wint in mei 2016 opnieuw de presidentsverkiezingen, dit keer met een ruime meerderheid. In november 2016 roept de regering de noodtoestand uit na hevige overstromingen, meer dan 20.000 mensen raken hun huis kwijt.

Bevolking

De totale bevolking bedroeg in 2017 10.734.247 personen. De gemiddelde bevolkingsdichtheid bedraagt rond de 222 mensen per km2 en de Dominicaanse Republiek behoort daarmee tot de dichtstbevolkte staten van het Caribisch gebied.

De bevolking is vooral geconcentreerd in en rond de hoofdstad Santo Domingo en in de Cibao-vallei. In de hoofdstad wonen bijna 3 miljoen mensen en Santo Domingo is daarmee met de Cubaanse hoofdstad Havana, de grootste stad in het Caribisch gebied.

Er is een grote trek naar de steden; 80% van de bevolking woont dan ook in de steden. Jaarlijks komen er tussen de vier en vijf miljoen toeristen naar de Dominicaanse Republiek. Bijna een kwart van hen zijn Dominicanen die tijdens vakanties naar hun eigen land terugkeren.

Veel met name goed opgeleide Dominicanen emigreren naar de Verenigde Staten en Venezuela. Naar schatting hebben in totaal ca. 1,5 miljoen Dominicanen een bestaan in het buitenland opgebouwd. Zo zijn er in verschillende Amerikaanse steden hele Dominicaanse buurten ontstaan. In New York wonen ca. 800.000 Dominicanen, waarvan ongeveer 300.000 illegalen.

Aan de andere kant verblijven tienduizenden (sommigen zeggen 1 miljoen!!) Haïtianen als politiek vluchteling of als 'gastarbeider', de meeste van deze mensen zijn illegaal of niet-erkend. Ze vormen de onderste klasse in de Dominicaanse samenleving en worden voortdurend uitgebuit en gediscrimineerd.

De oospronkelijke indiaanse inwoners, de Taíno, waren al na een halve eeuw kolonisatie uitgeroeid. De term ‘indio’ wordt nu gebruikt om de kleurling mee aan te duiden. Een lichtgekleurde mulat wordt ‘indio claro’ genoemd, een donkere mulat ‘indio oscuro’.

De bevolking bestaat ongeveer voor 70% uit kleurlingen of ‘mulatto’s’, voor 16% uit zwarten en voor 14% uit blanken. (2017) De mulatto’s hebben gemengde voorouders uit Spanje en Afrika. De Dominicaanse Republiek is in het Caribisch gebied een van de weinige landen waar de bevolking niet overwegend een Afrikaanse oorsprong heeft. De reden hiervoor is dat het land als plantagekolonie niet zo belangrijk was, zodat er veel minder slaven uit Afrika nodig waren als in andere landen.

In de loop der eeuwen hebben zich verschillende andere groepen in de Dominicaanse Republiek gevestigd.

Vanuit de Verenigde Staten arriveerde in de jaren twintig van de 19e eeuw een grote groep Afro-Amerikanen, die de slavernij en onderdrukking in eigen land ontvluchtten en zich voornamelijk vestigden op het schiereiland Samaná. Cubanen kwamen eveneens in de 19e eeuw naar de Republiek, maar ook na de revolutie van 1959.

Andere groepen zijn Duitsers, Chinezen (‘Chinos’), Japanners, Fransen, Libanezen (‘Turcos’), Italianen en seizoenarbeiders van de Britse eilanden in de buurt (‘cocolos’). Vlak voor de Tweede Wereldoorlog kwamen er, op initiatief van president Trujillo, een groep Duitse en Oostenrijkse joden naar de Dominicaanse Republiek. Ze gaven onder andere een impuls aan de veeteelt en de zuivelindustrie aan de Amberkust.

De jaarlijkse bevolkingstoename bedraagt ca. 1,18% (2017). Meer dan 45% van de bevolking is jonger dan 25 jaar. De levensverwachting bij geboorte bedraagt 76 jaar voor mannen en 80,6 jaar voor vrouwen. (2017)

Het geboortecijfer bedroeg in 2017 18,4 per 1000 inwoners; het sterftecijfer bedroeg 4,7 per 1000 inwoners.

Taal

De officiële taal is het Spaans; vooral in het grensgebied met Haïti wordt een Haïtiaans-creools gesproken. Immigranten spreken onderling nog veel hun oorspronkelijke taal. Iedere regio heeft, mede onder invloed van de vele immigrantengroepen, haar eigen dialect en uitdrukkingen. Het Dominicaanse Spaans is wat zachter en heeft een andere melodie dan het Europese Spaans.

Van de oorspronkelijke taal van de indianen zijn nog maar enkele woorden over. Sommige van deze woorden vinden we nog terug in westerse talen:

Barbacoa – barbecue

Canon – kano

Huracán – orkaan

Iguana – leguaan

Maíz – maïs

Tabasco – tabak

Andere woorden van indiaanse oorsprong zijn:

Ají – peper

Hamaca – hangmat

Lambí – vlees

Tiburón – haai

Yagua – palm

De oospronkelijke inwoners, de Taínos, noemden het oostelijke deel van Hispaniola 'Quisqueya', een naam die de Dominicanen zelf nog vaak gebruiken.

Godsdienst

Algemeen

Het rooms-katholicisme is de staatsgodsdienst en ca. 90% van de bevolking is dan ook rooms-katholiek; andere godsdiensten worden toegelaten.

De republiek telt vijf kerkelijke territoria; Santo Domingo, sedert 1511 bisschopszetel, werd in 1545 het aartsbisdom van de Nieuwe Wereld.

De rol van de Rooms-Katholieke Kerk is vooral sinds 1960 steeds kritischer geworden; de kerk beijvert zich voor verbetering van de levensstandaard, voor landhervormingen en voor handhaving van de mensenrechten.

In de loop van de 18e en 19e eeuw kwamen er ook protestantse genootschappen vanuit o.a. Nederland, Frankrijk en de Verenigde Staten naar Hispaniola. Ook het spirituele karakter van baptisten, methodisten, adventisten en Jehova’s sprak de nakomelingen van de slaven aan.

Toch bleven ook de Afrikaanse tradities en rituelen onder de bevolking aanwezig, met name ‘vodú’ (voodoo) en ‘brujería’. Deze volksreligie is gebaseerd op mystiek en voorouderverering. Naast de geesten, de ‘zombies’, van de voorouders, zijn er talrijke goden. In de vodú zijn dat de ‘loa’s’, in de brujería de ‘luás’. In de loop der tijden hebben de luás een christelijke gedaante aangenomen en zijn het ‘santos’ geworden. Luás en santos worden tijdens ceremonieën opgeroepen door een priester, de ‘brujo’ of ‘bruja’, en dit alles gaat gepaard met getrommel, dans en zang. Deze religieuze figuren nemen een vooraanstaande plaats in het sociale leven van de zwarte Dominicanen in. De katholieke kerk staat uiteraard zeer sceptisch tegenover deze praktijken, maar neemt de laatste jaren een wat toleranter houding in.

Religieuze feesten

In Higüey vindt jaarlijks op 21 januari het grootste religieuze ceremonieel plaats, ter ere van LaVirgen de Altagracia. Bij de grote kathedraal ter plaatse verzamelen zich dan vele pelgrims.

Zeven weken na Pasen wordt het feest ter ere van Espiritu Santo, de Heilige Geest, gevierd op diverse plaatsen in het land. In de processie wordt de Heilige geest in de vorm van de Afrikaanse god Kalunda rondgedragen.

In de derde week van juni wordt het feest van San Juan Bautista (Johannes de Doper) gevierd in enkele plaatsen. De Afrikaanse equivalent is Changó, de god van het vuur, de storm en de bliksem.

Op 29 september vindt het feest van de beschermheer van de Dominicaanse Republiek plaats, San Miguel, die weer staat voor de vodú-god Belié-Belcán, symbool voor vrede en rechtvaardigheid.

Met kerstmis zijn er verspreid over het hele land zogenaamde guloya-feesten, vodú-ceremonies en processies.

Belangrijke kerken

Santo Domingo – Nuestra Señora Santa María de la Encarnación, Primada de América. Het is de eerste kathedraal op het continent Amerika gebouwd werd; de bouw begon in 1510 en werd afgerond in 1540. De kerk is gebouwd als tempel, met drie schepen, een lengte van 55 meter en een breedte van maximaal 23 meter. De stijl van de kerk is een vermenging van late gotiek, Renaissance en Arabische details.

Santo Domingo – Capilla de Nuestra Señora de los Remedios. Dit kapelletje was een van de eerste godshuizen op Hispaniola. De nog steeds werkende zonneklok naast het kerkje dateert uit 1753.

Santo Domingo – Catedral Santa María la Menor. Dit is de oudste kathedraal van Amerika, ontworpen door de Italiaanse bisschop Alessandro Geraldini en vanaf 1523 door Luís de Moya en Rodrigo de Liendo gebouwd, is een mengeling van Renaissance, romaans, barok en late gotiek.

De eerste steen werd gelegd door Columbus’ zoon Diego.

San Cristobál – Iglesia de Nuestra Señora de Consolación. Deze neoclassicistische kerk werd op initiatief van dictator Trujillo. In deze kerk is dan ook zijn mausoleum te vinden; zijn lichaam ligt nog steeds in Parijs op Père-Lachaise, de begraafplaats voor beroemdheden.

Higüey – Nuestra Señora de la Altagracia. Dit is de basiliek voor de Maagd van Altagracia, een zeer opmerkelijk, volgens velen lelijk, gebouw, het centrum van de pelgrims naar deze stad. De kathedraal in de jaren vijftig van de vorige eeuw gebouwd.

Zeer opvallend is de metershoge betonnen boog, die in feite de plaats inneemt van de toren. De Franse architecten hebben André Jacques Dunoyer de Segonzac en Pierre Dupré hebben de torenspits vormgegeven als een stel biddende handen. Het klokkenspel van deze kerk is het grootste van de Nieuwe Wereld.

Moca – Sagrado Corazón de Jesús. Deze Heilig-Hartkerk is de op een na grootste kerk van het land.

Santiago de los Caballeros – Catedral de Santiago Apóstol. Deze kathedraal stamt uit 1895 en heeft gotische en neoklassieke elementen (o.a. de toren) en een altaar van mahoniehout. Bij de hoofdingang bevindt zich het mausoleum voor de Helden van de Restauratie van de Republiek.

La Vega – Catedral de la Concepción de La Vega. Een massief betonnen kerk, gebouwd in 1992.

La Vega – Iglesia Virgen de la Mercedes – In 1886 gebouwd en opgetrokken in de vroeg-koloniale stijl. In de kerk wordt een splinter van het kruis als relikwie bewaard, die volgens de legende in 1495 door toedoen van de Heilige Maagd niet verbrandde, hoewel opstandige Taíno-indianen de splinter hadden aangestoken.

Samenleving

Staatsinrichting

De huidige grondwet dateert van 1966 en bepaalt dat het land een constitutionele presidentiële republiek is waarin de mensenrechten gegarandeerd zijn. Hoewel het de goede kant op gaat is de democratische traditie nog fragiel, want schendingen van de mensenrechten komen nog steeds voor.

De wetgevende macht berust bij het Nationale Congres, dat bestaat uit een Senaat en een Kamer van Volksvertegenwoordigers. De Senaat bestaat 30 leden die worden gekozen voor een periode van vier jaar. Elke provincie en het Distrito Nacional wordt in de Senaat door één persoon vertegenwoordigd. De Kamer van Volksvertegenwoordigers bestaat uit 120 leden, eveneens gekozen voor vier jaar. Burgers van 18 jaar en ouder, en zij die jonger zijn maar getrouwd zijn of waren, zijn kiesgerechtigd. Politie en leger mogen niet stemmen.

De uitvoerende macht berust bij de president en de door hem benoemde raad van ministers. De president benoemt ook hoge ambtenaren en beschikt over een vetorecht met betrekking tot beslissingen van het Congres. Dat vetorecht kan echter weer ongedaan worden gemaakt door een 2/3 meerderheid in beide kamers van het Congres.

De president wordt rechtstreeks gekozen voor vier jaar. Een tweede verkiezingsronde bij presidentsverkiezingen is nodig indien er in de eerste ronde geen absolute meerderheid is behaald door de winnende kandidaat. In 1994 werden een aantal grondwetswijzigingen doorgevoerd en mocht de president geen tweede achtereenvolgende ambtstermijn regeren. In 2002 werd deze wet weer gewijzigd en mag de zittende president zich weer kandideren voor een tweede termijn. Voor de huidige politieke situatie, zie hoofdstuk geschiedenis.

Administratieve indeling

De Dominicaanse Republiek is bestuurlijk verdeeld in 29 provincies; de hoofdstad Santo Domingo vormt een afzonderlijk bestuurde eenheid: het Distrito Nacional.

De provincies staan onder bestuur van een gouverneur die wordt benoemd door de president.

provincie hoofdstadaantal inwoners
Azua Azua203.000
Bahoruco Neyba93.000
Barahona Baharona175.000
Dajabón Dajabón59.000
Distrito Nacional Santo Domingo2.800.000
Duarte San Francisco de Macorís275.000
Elías Piña Comendador60.000
El Seybo El Seybo82.000
Espaillat Moca210.000
Hato Mayor Hato Mayor del Rey81.000
Independicia Jimaní47.000
La Altagracia Higüey180.000
La Romana La Romana203.000
La Vega La Vega380.000
María Trinidad Sánchez Nagua127.000
Monseñor Nouel Bonao154.000
Monte Cristi Monte Cristi105.000
Monte Plata Monte Plata175.000
Pedernales Pedernales20.000
Peravia Baní220.000
Puerto Plata Puerto Plata290.000
Salcedo Salcedo92.000
Samaná Samaná93.000
Sánchez Ramírez Cotuí155.000
San Cristóbal San Cristóbal500.000
San Juan San Juan233.000
San Pedro de Macorís San Pedro Macorís285.000
Santiago Santiago812.000
Santiago Rodríguez Sabaneta55.000
Valverde Mao145.000

Onderwijs

In een land waar de sociale tegenstellingen nog steeds zeer groot zijn, treft men altijd kinderen op straat aan omdat er te weinig leerkrachten en leermiddelen zijn. Met name in de stedelijke ‘zonas populares’ en op het platteland schort het nog flink aan het onderwijs.

Wettelijk zijn ouders verplicht om hun kinderen naar school te sturen, zes jaar basisschool en vier jaar voortgezet onderwijs. In de praktijk wordt deze wet slecht nageleefd; ongeveer 20% van de bevolking is dan ook analfabeet. Een kleine groep rijke Dominicanen kan het zich veroorloven hun kinderen naar privé-scholen te sturen.

Toch is het schoolsysteem de laatste jaren verbeterd. Veel middelbare scholen hebben inmiddels computers met toegang tot het internet.

Veel buitenlanders komen naar de Dominicaanse Republiek om een studie te volgen aan een van de universiteiten of andere opleidingsinstituten. Men kan er Spaanse taal- en letterkunde volgen of een cursus salsa en merengue of een theatercursus.

Voor het hoger onderwijs zijn er veel technische hogescholen en universiteiten. De oudste universiteit, de Universidad Autonómica de Santo Domingo, ontstond in 1538 uit de eerste universiteit van Amerika: de Universidad Santo Tomás de Aquino.

Altos de Chavón ligt op een rotsplateau en is een dorp in de stijl van een 16e eeuwse koloniale nederzetting. In het dorp is een dependance gevestigd van de Parson’s School of Design in New York, een modeopleiding.

Typisch Dominicaans

SIGAREN

Tabak is het oudste exportartikel van de Dominicaanse Republiek. Voor het eerst in 1531, toen de Europeanen het als een nieuw genotsmiddel accepteerden, werd er op commerciële basis tabak geproduceerd voor de export. De Amerikaanse markt is de hoofdbestemming van de export.

Sinds begin jaren zeventig is er sprake van een geweldige groei, mede veroorzaakt door de vestiging van buitenlandse, zelfs Cubaanse, bedrijven. In 1997 werden er 250 miljoen sigaren geëxporteerd, goed voor een opbrengst van ca. 200 miljoen dollar. Meer dan 100.000 Dominicanen zijn direct of indirect afhankelijk van de sigarenindustrie.

Bij jaarlijkse selecties scoren de Dominicaanse sigaren onveranderlijk hoog.

MERENGUE

Merengue is een muziekvorm en dans waarin Afrikaanse ritmes en Europese melodieën vermengd zijn, en wordt dan ook wel ‘música mulata’ genoemd. Het is een versmelting van de Spaanse ‘pasodoble’ en Afrikaanse dans in een snelle vierkwartsmaat.

In de eerste helft van de negentiende eeuw traden rondtrekkende trio’s op, de ‘pericos ripiaos’. Ze maakten vooral dansmuziek ter gelegenheid van oogst- en huwelijksfeesten. Deze traditionele stijl van de merengue staat bekend als de ‘merengue típico cibaeño’.

Een merengue-bandje bestaat uit drie of vier personen. Het basisritme wordt voornamelijk aangegeven door de ‘guayo’, een metalen cilindrische plaat met een geribbeld oppervlak. Met een metalen kam wordt er over het oppervlak geraspt, waardoor er een aanstekelijk ritme wordt teweeggebracht. Dit ritme wordt ondersteund door de ‘maracas’ (sambaballen) en/of ‘cimbeles’ (soort castagnettes). De melodie wordt gespeeld door een accordeon, gitaar of een marimba.

De 20e eeuw bracht nieuwe, vooral Amerikaanse, cultuurinvloeden en andere instrumenten (blaasinstrumenten en piano) in de merengue. In de jaren zeventig ging de merengue op de elektronische toer. Dankzij keyboards, basgitaren en drumcomputers kon de merengue-muziek concurreren met andere populaire muziekvormen als reggae, salsa en soca.

Belangrijke merengue-artiesten zijn Luis Alberti met zijn big-band Santa Cecilia, Wilfrido Vargas, Juan Luís Guerra, Toño Rosario, Alex Bueno, Fernando Villalona en vooral Johnny Ventura.

Algemeen

De Dominicaanse Republiek was lange tijd een van de snelst groeiende economieën ter wereld. Sinds 1992 heeft het land een economische groei van ruim 5 % per jaar laten zien. Tijdens deze periode kon de inflatie beperkt worden gehouden. Na 2001 is de economische groei duidelijk afgenomen als gevolg van de recessie in de VS, de hoge olieprijzen en de dalende prijzen voor haar exportproducten.

De Dominicaanse Republiek is vooral afhankelijk van de export van agrarische producten, m.n. suiker. Toen in de eerste helft van de jaren tachtig van de vorige eeuw de suikerprijs sterk daalde, voerden achtereenvolgende Dominicaanse regeringen een beleid om de wankele economische basis te versterken.

In 2017 was het aandeel van de verschillende sectoren in het bruto nationaal product als volgt: landbouw en visserij 5,5%, industrie 33,81%, handel, transport, financiën, communicatie en overige diensten 60,8%. De economische groei stagneert de laatste tijd door de kredietcrisis. In de jaren 2010 tot en met 2013 groeide de economie met gemiddeld 2%. In 2017 ligt de groei rond de 5%. Toerisme en vrijhandelszones genereren de meeste inkomsten. Het gemiddelde BBP per hoofd van de bevolking ligt in 2017 op 16.900 $ per jaar.

Ondanks dit relatief hoge inkomen leven 30,5% van de Dominicanen (2017) onder het bestaansminimum, en dat staat voor ondervoeding en niet genoeg geld voor fatsoenlijke kleren, behuizing en scholing voor de kinderen. De meeste van deze huishoudens hebben ook geen aansluiting op elektriciteit en waterleiding. Ook de gezondheidszorg voor deze mensen is minimaal en de meeste kinderen krijgen zelfs niet de hard nodige vaccinaties. De werkloosheid is 5,5% in 2017 volgens de officiële cijfers. In werkelijkheid liggen die cijfersveel hoger.

Er zijn nog meer dan 500 ondernemingen actief in de ca. vijftig ‘Zonas Francas’, belastingvrije zones in de Dominicaanse Republiek. Bedrijven in deze zones hebben voor een periode van vijftien jaar vrijstelling van verschillende belastingen. Deze zones zijn met name opgezet voor de exportproductie. Ca. de helft van de ondernemingen is actief op het gebied van textiel- en kledingproductie voor de Amerikaanse markt. Bijna de helft van de ondernemingen is van Amerikaanse origine.

Landbouw, veehouderij en visserij

De landbouw maakte in 2017 5,5% van het bruto nationaal product uit en biedt werkgelegenheid aan 14,4% van de beroepsbevolking. Het belangrijkste gewas is suiker en de Dominicaanse Republiek behoort nog steeds tot de grootste suikerproducenten ter wereld. De suikerindustrie is grotendeels in handen van staatsbedrijven en geconcentreerd in het zuiden en zuidoosten. Illegale en rechteloze Haïtiaanse gastarbeiders maken een belangrijk deel uit van de arbeidskrachten op de suikerplantages. Deze Haïtiaanse suikerrietsnijders wonen in zogenaamde ‘bateyes’, kampen aan de rand van de suikerrietvelden.

De crisis op de suikermarkt in de jaren tachtig ligt ten grondslag aan de economische recessie van het land. De hoogtijdagen voor de suikerproductie lijken voorgoed verleden tijd. Suikerriet vormt wel de grondstof de productie van rum, die steeds verder toeneemt. Uit de melasse, die bij suikerrietproductie vrijkomt, wordt de scherpe ‘aguardiente’ bereid. Dit product ondergaat verdere bewerking tot rum of ‘rón’. Echte rumliefhebbers drinken de rum puur; die van zeven of vijf jaar oud. De rum van één of drie jaar wordt gebruikt voor cocktails.

De grootste variatie aan agrarische activiteiten vindt plaats in de Cibao-vallei, de ‘graanschuur’ van het land. Belangrijke agrarische exportproducten die daar verbouwd worden zijn koffie en cacao. In tegenstelling tot suiker is koffie een product van voornamelijk kleine boeren. De Dominicaanse ‘arabica’ is grotendeels bestemd voor de export. De verbouw van cacao is in de laatste jaren sterk in belang toegenomen, en op dit moment van ongeveer even grote omvang als de koffieproductie.

De Dominicaanse Republiek kan zichzelf voorzien van de meest noodzakelijke voedselproducten. Het belangrijkste product voor de lokale consumptie is rijst.

De veehouderij is vanouds een belangrijk bedrijf en in de afgelopen jaren aanzienlijk gegroeid, mede dankzij overheidssteun. Rundvlees, van zeer goede kwalitiet, voor de export is afkomstig van de grote veehouderijen in het midden van het land.

De visserij is voornamelijk van lokale betekenis. In de restaurants wordt onder andere zeebaars, snapper, inktvis, tarpon, makreel, zwaardvis en langoest geserveerd.

Mijnbouw en energievoorzieningen

Mijnbouw draagt slechts 2% aan het bruto nationaal product bij: de belangrijkste producten zijn ferronikkel, goud en zilver. De bauxietproductie werd begin 1984 gestaakt door de terugtrekking van de Aluminum Company of America (Alcoa).

Mijnbouw is een belangrijke deviezenbrenger, hoewel deze sector maar 1,4% van het bnp vertegenwoordigt.

De energievoorziening is grotendeels afhankelijk van geïmporteerde olie. Geregistreerde eigen olievoorraden worden nog nauwelijks geëxploiteerd. Waterkrachtcentrales leveren een derde van de binnenlandse energiebehoefte. De elektriciteitsproductie wordt op dit moment verzorgd door twee buitenlandse ondernemingen: AES uit de Verenigde Staten en Unión Fenosa uit Spanje. Ook de generatoren in Itabo en Haina zijn overgegaan in particuliere handen.

Industrie

Ca. de helft van de industriële productie bestaat uit de verwerking van suikerriet. Andere industriële producten zijn textiel, schoeisel en leer, papier, glas, tabak en levensmiddelen. De werkgelegenheid in de industriële sector is 20% van de beroepsbevolking. De voedselverwerkende industrie is de belangrijkste producerende industrie voor de binnenlandse markt in de Dominicaanse Republiek. Deze sector kreeg natuurlijk een enorme stimulans door de ontwikkeling van het massatoerisme.

De meeste bedrijven zijn relatief kleine familiebedrijven en de belangrijkste industrieën zijn in handen van de staat en buitenlandse bedrijven.

De overheid heeft met groot succes (onder meer door het vestigen van zes industriële vrijzones en het aanbieden van 15-jarige 'taxholidays') de vestiging van grote buitenlandse ondernemingen gestimuleerd.

Handel

Veruit de belangrijkste handelspartner van de Dominicaanse Republiek is de Verenigde Staten, die de helft van de export en import van de republiek voor hun rekening nemen. De Europese Unie komt op de tweede plaats.

De belangrijkste exportproducten zijn: suikerproducten, koffie, goud, ferro-nikkel en cacao. Meer dan 80% van de exportopbrengsten komt van de ‘Zonas Francas’, de belastingvrije zones in de Dominicaanse Republiek, die hoofdzakelijk kleding voor de Amerikaanse markt produceren.

De voornaamste importproducten zijn: olie- en industriële producten en levensmiddelen. Er bestaat een chronisch tekort op de handelsbalans, m.n. door de olie-importen.

Verkeer

De Dominicaanse Republiek beschikt over een goed en uitgebreid wegennet van ca. 18.000 km lengte (1986). De verbindingswegen tussen de grotere steden hebben een totale lengte van zo’n 5.000 kilometer.

De totale lengte van het spoorwegnet bedraagt ca. 1600 km, waarvan 142 km in handen van de staat zijn. Dit zijn de lijnen La Vega naar Sánchez en van Guayubin naar Pepillo, die vooral dienen voor het transport van exportgoederen. Ruim 1000 km smalspoor is in gebruik op de suikerplantages. Santa Domingo heeft een metroverbinding.

Het binnenlandse luchtverkeer heeft de beschikking over een twaalftal kleine vliegvelden; internationale lijnvluchten maken gebruik van het vliegveld 'Las Americas' bij Santo Domingo.

De belangrijkste luchthavens voor chartervluchten zijn Puerto Plata en Punto Canna.

De belangrijkste haven van de Dominicaanse Republiek is Puerto Rio Haina, de haven van de hoofdstad Santo Domingo. De containercapaciteit van deze haven bedraagt nu 14.000 eenheden, en moet verhoogd worden naar 25.000 eenheden. Jaarlijks komen er in deze haven ca. 2.700 schepen binnen.

Vakantie en bezienswaardigheden

In de afgelopen jaren zijn grote investeringen gedaan in de ontwikkeling van het toerisme. De redenen om een vakantie naar de Dominicaanse Republiek te boeken zijn o.a. de gunstige ligging, het aangename klimaat, het mooie landschap en natuurlijk de vele ‘bounty-eiland’-stranden.

De meeste toeristen komen uit de Verenigde Staten, Canada, Frankrijk, Nederland, Engeland en Spanje. Uit Nederland kwamen in 2005 al 60.000 toeristen. De toeristenbranche biedt directe werkgelegenheid aan 44.000 mensen en indirect aan 110.000 mensen.

Een belangrijk toeristische centrum is Puerto Plata. Uit de koloniale periode zijn een aantal bezienswaardigheden over gebleven die absoluut de moeite waard zijn om te bezoeken wanneer u richting Puerto Plata afreist. Met name het fort van San Felipe zal in het oog springen. Dit 16e-eeuwse fort werd gebouwd om de stad te beschermen tegen Franse en Engelse piraten. Daarnaast herbergt Puerto Plata ook nog een prachtige kathedraal, de kathedraal van San Felipe, die dateert uit 1934.

Een ander toeristisch centrum is Punta Cana. Met name de prachtige, witte stranden en de rijke natuur maken Punta Cana speciaal. Een kuststrook van liefst vijftig kilometer kan u elke dag opnieuw verbazen met een schitterend stukje strand. Op slechts vijftien minuten van de luchthaven ligt bovendien het natuurreservaat Punta Cana Ecological. Al wandelend door de jungle, zult u zich verbazen over de rijke tropische begroeiing. Naast de rijke natuur gelden de schitterende stranden als een bezienswaardigheid. Tevens kunnen liefhebbers van golfcourts hun ogen hier uitkijken.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

DOMINICAANSE REPUBLIEK LINKS

Advertenties
• Dominicaanse Republiek Vliegtickets.nl
• Dominicaanse Republiek Vliegtickets Tix.nl
• Dominicaanse Republiek Hotels
• Vakantie Dominicaanse Republiek
• Dominicaanse Republiek Tui Reizen
• Autoverhuur Sunny Cars Dominicaanse Republiek

Nuttige links

Dieren in de Dominicaanse Republiek (N)
Dominicaanse Republiek Jouw Pagina (N)
Dominicaanse Republiek Reisfoto's
Dominicaanse Republiek Reisstart (N+E)
Reisfotografie (N)
Reisinformatie Dominicaanse Republiek (N)
Reizendoejezo - Dominicaanse republiek (N)
Telefoongids Dominicaanse Republiek

Bronnen

Bayer, M. / Dominicaanse Republiek

Gottmer/Becht

Creed, A. / Dominican Republic

Chelsea House Publishers

Dominicaanse Republiek

Het Spectrum

Foley, E. / Dominican Republic

Times Books International

Froese, G. / Dominicaanse Republiek

Van Reemst

Langenbrinck, U. / Dominicaanse Republiek

ANWB

Latzel, M. / Dominicaanse Republiek

Elmar

Stow, L. K. / Dominicaanse Republiek

Kosmo

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems