Samenleving   

Wil je persoonlijke reistips ontvangen? Klik hier.

Staatsinrichting

In 1992 werd een nieuwe grondwet van kracht die weliswaar het presidentiële systeem naar Frans model van de oude grondwet van 1977 in stand houdt, maar zorgt draagt voor een meerpartijenstelsel. Daarmee kwam een einde aan de alleenheerschappij (sinds 1981) van de eenheidspartij, het Rassemblement Populaire pour le Progres (RPP). De uitvoerende macht berust bij de voor zes jaar direct gekozen president, die staatshoofd en opperbevelhebber van het leger is. De wetgevende macht berust bij het parlement met 65 leden, de Chambre des Députés, die elk vijf jaar in directe districtsverkiezingen gekozen worden. Djibouti is administratief verdeeld in vier districten (cercles).

Politiek

De verhoudingen tussen Afar en Issa spelen een belangrijke rol in de landspolitiek. Ook de hechte persoonlijke banden van de president met de kleine groep politici die Djibouti reeds vanaf voor de onafhankelijkheid hebben geregeerd, zijn van belang. De drie belangrijke oppositiepartijen zijn de Parti de Renouveau Démocratique (PRD), de Parti National Dé mocratique (PND) en het FRUD, de voormalige Afar-guerrillagroepering. Opponenten van de regering zijn verdeeld. De PRD van Mohamed Djame Elabe, die in januari 1991 ontslag nam uit het kabinet, was de enige oppositiepartij tijdens de parlementsverkiezingen in 1992. De PRD veroverde geen enkele zetel, hoewel deze partij 28% van de stemmen haalde. Bij de presidentsverkiezingen in 1993 waren de tegenkandidaten Elabe van de PRD en Awale van de PND. Aptidon werd gekozen, ondanks beschuldigingen van verkiezingsfraude. In 1997 waren zowel de PRD als de PND verwikkeld in een interne strijd om het leiderschap. De factie van de FRUD die het vredesakkoord met de regering tekende, richtte een politieke partij op en vormde een alliantie met de regerende RPP in april 1997. Het deel dat gewapend verzet bleef bieden, onder aanvoering van mr. Dini, bereikte in 2001 een vredesakkoord met de regering.

Bij de presidentsverkiezingen van 9 april 1999 is Ismael Omar Guelleh met 74 % van de stemmen gekozen tot de opvolger van Aptidon. In 2002 werd grondwet opnieuw veranderd door de verwijdering van wet die stelde dat er niet meer dan vier partijen mochten deelnemen aan de verkiezingen, met het gevolg dat op 10 januari 2003 acht partijen meededen aan de parlementaire verkiezingen. De partijen waren in 2 blokken gegroepeerd; het presidentiele blok UMP (incl. RPP, PND, PPSD en FRUD), en het oppositieblok UAD (Union pour uni Alternance Dé mocratique, aangevoerd door mr. Dini). De UAD won 37% van de stemmen, maar behaalde in geen enkel district de meerderheid (nodig voor zetels). Het resultaat was een volledige bezetting van de parlementszetels door het UMP. Dini overleed in 2004.

Tijdens de presidentiele verkiezingen op 8 april 2005 werd Guelleh voor 6 jaar herkozen in verkiezingen zonder tegenkandidaat. Na de verkiezingen gingen geruchten over de formatie van nieuwe rebellengroepen en leefde de angst dat de wapenstilstand verbroken zou worden.

Op 10 en 31 maart 2006 zijn respectievelijk lokale en regionale verkiezingen gehouden die met overgrote meerderheid zijn gewonnen door de RPP, de belangrijkste partij in de UMP coalitie. President Guelleh en zijn UMP regering hebben nu feitelijk alle macht, van nationaal tot lokaal niveau, voor de komende vijf jaar in handen. De FRUD heeft het niet goed gedaan tijdens de verkiezingen en sloot zich, direct na de uitslag van de stemmen, informeel aan bij de oppositie door, met de oppositie, te stellen dat er tijdens de verkiezingen fraude is gepleegd. De opstand van FRUD tegen de UMP kan tot verdeeldheid in de regering leiden en wellicht tot hernieuwde spanningen tussen Issa en Afar. De UAD heeft de verkiezingen geboycot omdat volgens UAD de door de president Guelleh politieke hervormingen niet zijn doorgevoerd. Tijdens de verkiezingen zijn er restricties gelegd op de bewegingsvrijheid van onafhankelijke (buitenlandse) waarnemers. Ondertussen zijn er weer wat botsingen gemeld tussen Afar opstandelingen en het Djiboutiaanse leger.

De actuele politieke situatie is beschreven in het hoofdstuk geschiedenis.

Economie

Djibouti heeft een vrijemarkteconomie en behoort met een BNP van $ 3.600 (2017) per hoofd van de bevolking tot de wat armere landen van de wereld. Circa 23% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. De werkeloosheid ligt tegen de 40%. De economie steunt voornamelijk op de koopkracht van de in het land verblijvende Europeanen en op de in Djibouti gestationeerde Duitse, Franse en Amerikaanse militaire basissen. Andere belangrijke inkomsten komen voort uit Ethiopië die voor haar in- en exportindustrie gebruik maakt van de haven van Djibouti. De relaties tussen Djibouti en Ethiopië zullen zich naar verwachting dan ook verder ontplooien. Ethiopië heeft aangegeven zich te interesseren in infrastructurele ontwikkeling in Djibouti. Desalniettemin wil Ethiopië haar afhankelijkheid van Djibouti afbouwen door aansluiting te zoeken bij andere belangrijke havens in bijvoorbeeld Soedan, Somaliland en Kenia.

Door de natuurlijke gesteldheid van het land is verbouw van dadels en groenten slechts op beperkte schaal mogelijk. Van enig belang is de, voornamelijk door nomaden beoefende, veehouderij (runderen, schapen, geiten en kamelen). De droogte in de Hoorn van Afrika raakt ook Djibouti hard. Veel van het vee is door de droogte gestorven en dit kan op de middellange termijn voor grote problemen gaan zorgen, omdat mensen gewoonweg hun bron van inkomsten verloren zijn.

Langs de kust vindt enige visserij plaats. Er wordt zout gewonnen, voor lokale ruilhandel. De grond van Djibouti bevat vermoedelijk gips, mica, amethist en zwavel, maar van mijnbouw is nog geen sprake. De industrie is onderontwikkeld en draagt nog voor geen 20% aan het BNP bij. Vrijwel alle voedingsmiddelen en gebruiksmiddelen moeten worden geïmporteerd. Dat geldt ook voor olie die noodzakelijk is voor de energievoorziening. De stijging van de olieprijzen in het afgelopen jaar is daarom een belangrijke kostenpost geweest voor Djibouti. Een verdere stijging van de olieprijzen, gecombineerd met een grotere economische groei door de havenontwikkeling en overeengekomen handelsverdragen, in combinatie met nog immer hoge overheidsuitgaven kan leiden tot inflatie. De export die onder meer bestaat uit de verkoop van bewerkte huiden is te verwaarlozen. De regering wil de toeristische sector verder ontwikkelen.

De belangrijkste handelspartners zijn Hoorn-landen, Jemen, Saoedi-Arabië, China en Frankrijk. Onlangs zijn ook nieuwe handelsverdragen gesloten met Iran en Qatar. De Independent Petroleum Group uit Koeweit zal in de komende tijd een oliepijpleiding tussen Djibouti en Addis Ababa leggen. Dubai Ports International heeft voor de komende 20 jaar de verantwoordelijkheid over het beleid ten aanzien van Djibouti’s haven en internationale vliegveld. Hetzelfde bedrijf gaat een diepwaterhaven ontwikkelen in Doraleh. Vooral de laatste jaren is de handel met Somalië en Ethiopië sterk gegroeid. De handelsbalans blijft echter negatief.

De belangrijkste donoren zijn EU, Frankrijk, Verenigde Staten. In 1996 hebben de regering en het IMF voor het eerst een overeenkomst gesloten. Het IMF is niet tevreden over de voortgang van Djibouti in de structurele oplossing van het armoedeprobleem. Het IMF heeft echter eveneens aangegeven dat droogte-gerelateerde betalingsbalans problemen niet in de beoordeling zullen meetellen. Er is een spoorlijn die Djibouti met Addis Abeba verbindt; de hoofdstad heeft een internationale luchthaven. Nog geen 10% van de wegen is geasfalteerd.

DJIBOUTI LINKS

Advertenties
• Djibouti Vliegtickets.nl
• Autoverhuur Sunny Cars Djibouti
• Djibouti Vliegtickets WTC

Nuttige links

Djibouti Startnederland (N+E)
Reisinformatie Djibouti (N)
Romans over Djibouti (N)
Telefoongids Djibouti
Schrijf uw artikel over DJIBOUTI

Bronnen

Elmar Landeninformatie

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt november 2019
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems