TUNESIE   

Prehistorie en oudheid

Tienduizenden jaren geleden zag Tunesië er heel anders uit dan nu. Het had een vochtig klimaat met veel bossen en andere vegetatie. De bewoners trokken in kleine groepjes rond en leefden van de jacht en de visserij. Het klimaat werd echter steeds droger en de mensen trokken van het zuiden naar het noorden. Fresco's op rotswanden herinneren aan deze tijd. Vanaf 5000 tot 6000 voor Chr. gingen de mensen dieren houden en gewassen verbouwen. Het rondtrekkende bestaan werd ingeruild voor een vaste woonplaats. Ongeveer 1100 voor Chr. waren de Feniciërs een machtig zeevarend volk dat vele nederzettingen stichtte langs de Afrikaanse kust. In 814 voor Chr. werd Carthago gesticht dat snel zou uitgroeien tot een politieke en militaire grootmacht en bovendien zou uitgroeien tot een bloeiend handelscentrum.

Carthago kwam vanaf de derde eeuw voor Chr. in conflict met Rome o.a door de strategische ligging. Voor een koloniserend volk als de Romeinen natuurlijk van levensbelang. Deze tweestrijd resulteerde in de drie Punische oorlogen tussen Carthago en de Romeinen. Legendarisch is generaal Hannibal die de Romeinen bedreigde op hun eigen grondgebied en met een enorm leger met olifanten door Frankrijk en over de Alpen naar Rome trok. Uiteindelijk werden de Carthagers echter verslagen en de stad Carthago werd volledig verwoest. Na de ondergang behoorde het tot de Romeinse provincie Africa, waar zich vele Romeinse kolonisten vestigden. Curieus is dat pas in 1985, meer dan 2000 jaar later, vrede werd gesloten tussen Rome en Carthago. Vanuit het Midden-Oosten verbreidde het christendom zich in de 2e en 3e eeuw na Chr. over het Romeinse Rijk. In de 5de en 6de eeuw behoorde Carthago tot het rijk der Vandalen. Deze Germaanse stammen onder leiding van de beroemde Geiserik vielen vanuit Spanje Noord-Afrika binnen. Vanuit Noord-Afrika ondernamen ze plundertochten naar landen en eilanden rond de Middellandse Zee. De Vandalen werden in 543 weer verdreven door de Byzantijnen waarna voor Carthago een nieuwe bloeiperiode aanbrak.

Arabische Tijd

Na de dood van Mohammed in 632 veroverden de Arabieren in relatief korte tijd Noord-Afrika. Pas in 698 werden de Byzantijnen verdreven en werd Tunesië door de Arabieren veroverd. Een zeer ingrijpende gebeurtenis omdat de bevolking vanaf de zevende eeuw overging tot de islam en in de eeuwen daarna de Arabische taal en cultuur overnam. In 800 werd Ibrahim ibn al-Achlab tot stadhouder benoemd en hij stichtte de eerste inheemse Tunesische dynastie, die van de Aghlabieden, die ruim een eeuw over Tunesië regeerde. In 909 volgde de dynastie van de Fatimieden.

Deze wilden uiteindelijk behalve Tunesië ook Marokko en Egypte veroveren. In 969 werd Egypte inderdaad veroverd en werd er voor Tunesië een Berberse stadhouder benoemd, die zich op zijn beurt onafhankelijk maakte en stichter van de dynastie van de Zirieden werd. Omstreeks 1050 kwam het tot een openlijke breuk met Egypte en de daaropvolgende strijd leidde tot anarchie. Roger II van Sicilië maakte hiervan gebruik om in 1148 de kuststrook te bezetten. In 1159 veroverden de Almohaden van Marokko Tunesië en maakten Tunis tot hoofdstad. Stadhouder werd in 1207 Abd al-Wahid, die zich in 1228 los maakte van Marokko en stichter werd van de dynastie van de Hafsieden. Onder de Hafsieden onderging Tunesië drie eeuwen van welvaart en culturele bloei.

Hoewel voortdurend bedreigd door andere Middellandse-Zeemogendheden, bleef Tunesië onafhankelijk ten gevolge van onderlinge conflicten van die staten. In 1534 werd Tunis bezet door de piraat Barbarossa, na de Turkse soevereiniteit te hebben erkend. Dit was echter van korte duur en in 1535 herstelde Karel V de Hafsieden onder Spaans bewind.

Turkse Periode

De Ottomanen heroverden Tunesië weer in 1574, mede omdat de Spanjaarden ook al oorlog voerden met de Nederlanden. Tunesië werd onder Turks oppergezag nagenoeg onafhankelijk. Het land werd officieel een Ottomaanse provincie met aan het hoofd een door de sultan aangestelde pasja. Uit de officierskaste van de beis trok er één in 1591 de macht aan zich. Hierna volgde een regeringsperiode van regenten, de deis, en verschoven de machtsverhoudingen opnieuw. De bei, wiens taak bestond uit het innen en beheren van de belastingen werd de echte machthebber in de staat. Ibrahim al-Sjarif eigende zich ten slotte in 1702 de titels bei, dei en pasja toe. Al in 1705 werd hij echter opgevolgd door Hoessein ben Ali Turki. Hoessein werd de stichter van de dynastie der Hoesseinieden. Onder de Hoesseinieden kwam Tunesië tot grotere welvaart. Naast de eeuwenoude zeeroverij leverden ook landbouw en handel veel geld op.

In het begin van de 19de eeuw verlangden de Europese landen onderdrukking van de piraterij en afschaffing van de slavernij. Dit kostte Tunesië natuurlijk zeer veel geld en grote armoede was dan ook het gevolg. De verovering van Algiers door Frankrijk (1830) had grote gevolgen voor Tunesië. Pogingen om Tunesië te moderniseren mislukten en kostten zeer veel geld. Het verhogen van de belastingen was vaak de oorzaak van volksopstanden. Mohammed al-Sadik gaf Tunesië in 1861 een van tevoren door Napoleon III goedgekeurde grondwet.

Franse Periode

In april 1881 vielen Franse troepen vanuit Algerije Tunesië binnen naar aanleiding van een grensincident tussen de twee landen. Zij dwongen Mohammed al-Sadik tot aanvaarding van het Verdrag van Kasser Sa'id, dat bepaalde dat hij in theorie heerser van Tunesië bleef. In 1883 werd Ali IV gedwongen tot het ondertekenen van het Verdrag van Mersa, waarmee Tunesië officieel tot Frans protectoraat verklaard werd. Aangemoedigd door schenkingen van land op grote schaal trokken vele Franse kolonisten naar het land. In 1920 werd de Destourbeweging opgericht met als doel het verwezenlijken van een constitutioneel regime met zelfbestuur voor de Tunesiërs. Meningsverschillen tussen de Destour en de Fransen leidden tot rellen en demonstraties, waarna de Destour in 1925 verboden werd. In het begin van de jaren dertig kwam de Destour opnieuw naar voren, maar zij raakte al gauw verdeeld in een gematigde en een radicale groep.

De radicale groep splitste zich in 1934 onder leiding van Habib Bourguiba af en vormde een nieuwe partij, de Nieuwe-Destour-partij. Zijn aanhangers riepen op tot een uitgebreid politiek verzet tegen de Franse overheersing. Bourguiba wordt gearresteerd en verbannen naar het zuiden van Tunesië. In 1936 werd hij vrijgelaten en organiseerde meteen weer stakingen en massademonstraties. In 1938 bereiken de botsingen tussen de Tunesische nationalisten en de Fransen een hoogtepunt, de staat van beleg wordt afgekondigd en de leiders van de Neo-Destour worden gearresteerd en naar Frankrijk afgevoerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Tunesië tijdelijk onder het bewind van Vichy. De Duitsers werden in 1942 door de Britten richting Tunesië gejaagd en op 7 mei 1943 kon de overwinning op de Duitsers gevierd worden.

In 1949 keerde Bourguiba terug en in april 1950 deed de Néo-Destour nieuwe voorstellen aan de Fransen. De kern hiervan was dat de overdracht van de soevereiniteit en de uitvoerende macht aan de Tunesiërs zou moeten worden gegeven. De politieke hervormingen kwamen al snel tot stilstand, en in 1952 werden grote demonstraties en stakingen gehouden. Bourguiba en verschillende andere leiders van de Néo-Destour werden weer gevangengezet, terwijl de Fransen later in het jaar een militair bestuur benoemden. In juli 1954 deden de Fransen nieuwe voorstellen om tot een binnenlands zelfbestuur voor Tunesië te komen. Op 2 juni 1955 werd een slotovereenkomst bereikt, die binnenlandse autonomie voor Tunesië regelde. Néo-Destour-leden hield wel vast aan het uiteindelijke doel, een volledig onafhankelijk Tunesië. Een kleinere groep onder leiding van Salah ben Youssef was hier fel tegen en probeerde de uitvoering ervan te verhinderen, o.m. door terreurdaden tegen zowel de Fransen als tegen de leden van de Néo-Destour die voor de overeenkomst waren. In 1955 werd Salah ben Youssef met zijn aanhangers uit de partij gestoten en Bourguiba herkozen tot voorzitter van de partij.

Onafhankelijkheid

Op 20 maart 1956 werd de onafhankelijkheid van Tunesië door Frankrijk erkend. In de daaropvolgende maanden werden verkiezingen gehouden, de monarchie afgeschaft en werd Bourguiba tot president van de Tunesische republiek gekozen. Er bevonden zich echter nog steeds Franse troepen in het land. Na een Frans bombardement op een Tunesisch-Algerijnse grensdorp in februari 1958 verbrak Tunesië de relaties met Frankrijk en eiste volledige terugtrekking van de Franse troepen. In 1961 eiste Bourguiba opnieuw volledige terugtrekking en maakte hij aanspraak op een Algerijns deel van de Sahara. Als gevolg van gevechten rond deze gebieden zocht Tunesië toenadering tot andere Arabische staten en het Oostblok.

Na de oorlog in Algerije leidden onderhandelingen in 1963 tot terugtrekking van alle Franse troepen en tot teruggave van grondgebied van Franse kolonisten. Verdergaande nationalisaties van land van Franse kolonisten hadden tot gevolg dat Frankrijk zijn hulp stopzette. Door vergaande landhervormingen en socialistische experimenten verstevigde Bourguiba de greep op de partij en het land. In 1975 werd hij tot president voor het leven gekozen. Hij wilde door middel van de dialoog een einde maken aan het Arabisch-Israëlisch conflict, maar dat veroorzaakte een verwijdering van de Arabische staten. De deelname van Tunesië aan de Jom Kippoeroorlog in 1973 met een klein legertje bracht enige verbetering in deze betrekkingen. In de tweede helft van de jaren zeventig verzetten studenten en de vakbond zich tegen de regeringspolitiek.

In 1977 schoten legereenheden op stakers en demonstranten en hoewel in een aantal gevallen aan de eisen van de stakers werd tegemoetgekomen, bleef premier Nouira voorstander van een harde aanpak. Er werden ministers ontslagen en de top van het vakverbond werd in de gevangenis gegooid. Bij de parlementsverkiezingen van november 1981 werden er voor het eerst meer partijen toegelaten, maar geen van allen behaalde de kiesdrempel van 5%.

Islamitisch fundamentalisme

In de jaren tachtig manifesteerde zich een islamitisch-fundamentalistische beweging. De overheid trad hier hard tegen op. De moslim-fundamentalisten waren o.a. betrokken bij ongeregeldheden op universiteiten en bij het grote broodoproer van januari 1984. President Bourguiba ontsloeg daarop premier Mzali. Op 7 november liet generaal Ben Ali, in oktober 1987 tot premier benoemd, de bejaarde Bourguiba ongeschikt verklaren nog langer het presidentschap te vervullen en nam zelf de macht over. In de buitenlandse politiek oriënteerde Tunesië zich meer op de Arabische wereld. Zo vestigde de PLO haar hoofdkwartier in l982 in Tunis.

Tijdens de Tweede Golfoorlog nam Tunesië een neutrale houding aan. Bij de presidentsverkiezingen van maart 1994 werd president Ben Ali met een grote meerderheid herkozen en bij de parlementsverkiezingen verwierf het Rassemblement constitutionnel démocratique (RCD) bijna alle stemmen. Op de gang van zaken met betrekking tot de verkiezingen en de mensenrechten kwam veel kritiek uit binnen- en buitenland. Tegen het islamitisch fundamentalisme stelde president Ben Ali zich zeer hard op, wat resulteerde in de arrestatie van vele fundamentalisten. In januari 1996 kwamen in Tunis de Arabische ministers van Buitenlandse Zaken bij elkaar om een gezamenlijke strategie tegen het terrorisme te bespreken. Bij de laatste presidentsverkiezingen in oktober 2004 kreeg Ben Ali 99,4 % van de stemmen. Een grondwetswijziging maakte de weg vrij voor een vierde ambtstermijn van Ben Ali. De laatste jaren, 2005-2008, is het onrustig tussen de regering en de islamisten. In januari 2007 is er een strijd tussen islamistische militanten en veiligheidstroepen. In februari 2009 veroordeelt een Frans gerechtshof islamisten vanwege bomaanslagen op de synagoge van het eiland Djerba. President Ben Ali wint in oktober 2009 zijn vijfde termijn als president.

Op 14 januari 2011 vlucht president Ben Ali naar Saoedi-Arabië na dagenlange onrust en hardhandig politieoptreden. Premier Mohammed Ghannouchi is aangesteld als interim-president.

Op 12 december 2011 werd Moncef Marzouki gekozen tot interim-president van de Tunesische Republiek. In oktober 2013 stemt de regerende Islamistische Ennahda partij in met een regering van nationale eenheid die de verkiezingen van 2014 moet voorbereiden. Op 29 januari 2014 wordt Mehdi Jooma hoofd van de interim regering. In mei 2014 keurt het parlement de nieuwe kieswet goed die de weg vrij moet maken voor presidentsverkiezingen eind 2014. Beji Caid Essebsi wordt in december 2014 gekozen tot president. In 2015 zijn er aanslagen door Islamitische Staat tegen voornamelijk toeristische doelen, zoals het Bardo museum in Tunis en de kust bij Sousse. Oktober 2015 krijgen vier Tunesische organisaties de Nobelprijs voor de vrede vanwege hun bijdrage aan de transitie naar democratie.


TUNESIE LINKS

Advertenties
• Cheaptickets Tunesië
• Tunesië
• Tunesie Zonvakanties WTC
• Vakantie Tunesie
• Rondreis Tunesie
• Tunesie Vliegtickets Tix.nl
• Tunesië Hotels
• Autoverhuur Sunny Cars Tunesië
• Eliza was here

Nuttige links

Fietsen in een islamitisch land (N)
Monastir Startkabel (N+E)
Recepten Maghreb (N)
Reisfotografie (N)
Reisinformatie Tunesië (N)
Romans over Tunesië (N)
Tunesië Reisbijbel (N)
Tunesië Reisforum (N)
Tunesië Reisfoto's
Tunesië Reisstart (N+E)
Tunesië Startkabel (N)
Artikelen en Reisverhalen over TUNESIE
  Van Tunis naar de zuidelijke zou..  Djerba september 2009

Bronnen

Dominicus, J. / Tunesië
Gottmer

Ruland-Wachters, T. / Reishandboek Tunesië
Elmar

Tunesië
Standaard

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt October 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems