Landenweb.nl

LIBIE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Arabisch
  Hoofdstad  Tripoli
  Oppervlakte  1.759.540 km²
  Inwoners  6.558.464
  (mei 2019)
  Munteenheid  Libische dinar
  (LYD)
  Tijdsverschil  +1
  Web  .ly
  Code.  LBY
  Tel.  +218

Geografie en Landschap

Geografie

Libië ligt in Noord-Afrika. Libië is een van de grootste landen van Afrika. Het deelt zijn grenzen met Tunesië en Algerije in het westen, met Egypte in het oosten en met Niger, Tsjaad en Soedan in het zuiden. In het noorden grenst Libië aan de Middellandse Zee. De oppervlakte van Libië is 1.759.540 vierkante kilometer. Libië is daarmee ongeveer 42 keer zo groot als Nederland.

advertentie

Libië Satellietfoto NASAPhoto: Publiek domein

advertentie

Landschap

Ongeveer 90% van het land bestaat uit woestijn ( de Sahara) met plateaus en depressies, en eindeloze zandvlakten met zandduinen. Her en der zijn oases te vinden. De bijna 2000 km lange kuststrook is vlak en groen en hier valt meestal genoeg regen voor de enkele landbouwgebieden die Libië rijk is. Verwoestijning van deze groene gebieden ligt steeds op de loer.

Het land kent geen meren of andere wateren van betekenis: van de 1.759.540 vierkante kilometer grondgebied is alles land. Men werkt echter aan een project om water dat zich onder de Sahara bevindt in een soort kunstmatige rivier om te zetten die steden aan de kust van water kan voorzien. In het zuiden is er langs de grens met Tsjaad het Tibestimassief. Daar ligt de hoogste berg, de Bikku Bitti (2267 m). Laagste punt is de depressie van Sabkhat Ghuzayyil (-47 m).

advertentie

Satellietfoto van de Bikku Bitti, LibiëPhoto: NASA ASTER (& Bourrichon for cropping) - GLOVIS in het publieke domein

Klimaat en Weer

Libië heeft op de kuststrook na een woestijnklimaat. In de woestijn zijn de dagen extreem heet en de nachten ijskoud. Er valt praktisch geen regen. De regio Fezzan, met de stad Sabha, is een van de droogste plekken op aarde. In voor- en najaar waait af en toe de ghibli, een hete Sahara-wind uit het zuiden. Ongehinderd door natuurlijke barrières bereikt de wind alle hoeken van het land. De ghibli brengt enorme hoeveelheden zand en stof mee. De lucht kleurt roodbruin en het zicht is minder dan 30 m. De dagtemperatuur is vaak tegen de 40 graden Celsius.

Planten en Dieren

advertentie

Planten

Veel groeit er niet in de woestijn van Libië maar in 'natte' jaren bedekken allerlei grassoorten de kuststrook en het oostelijke plateau. Ook groeien er de jeneverbes en mastiekboom. In het zuiden zijn in diverse oases dadelpalmen, olijfbomen en sinaasappelbomen te vinden.

advertentie

Dieren

Veel trekvogels strijken neer in Libië en roofvogels zoals adelaars, haviken en gieren komen er algemeen voor. Verder leven er hyena's, gazellen, fenneks, wilde katten, woestijnratten en andere knaagdieren. In de oases zijn er schorpioenen en reptielen, zoals de giftige adder. Maar bovenal zijn er veel dromedarissen te zien.

Geschiedenis

Voor de onafhankelijkheid

Libië heeft een lange geschiedenis. Romeinen, Arabieren, Ottomanen en Italië beheersten het land voor kortere of langere tijd. Blijvend is de voetafdruk van de Arabieren geweest, die in de 7e eeuw het gebied veroverden en zich vermengden met de Berbers. Vanaf de zestiende eeuw vielen delen van Libië in het Ottomaanse Rijk. De beys van Tripoli genoten een grote mate van onafhankelijkheid. Nederland sloot al op 21 juni 1683 een verdrag van vriendschap en handel met de toenmalige bey. In 1911 veroverde Italië Libië op Turkije. Pas in 1931 kwam er een einde aan gewapende Libische weerstand. De erfopvolgers van de religieuze leider Muhammed Ibn Al-Sanussi, wiens invloed zich in de 19e eeuw over de bevolkingscentra Tripolitana, Cyrenaica en Fezzan verspreidde, gaven leiding aan de strijd tegen de Italianen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog koos Emir Sayyid Idris Sanussi de zijde van de Geallieerden. Na de Geallieerde overwinning in Noord-Afrika kwam er Brits militair bestuur in Tripolitana en Cyrenaica en Frans militair bestuur in Fezzan. Het vredesverdrag met Italië van 1947 bepaalde dat dit land zijn aanspraken op Libië verloor. In 1949 kreeg Cyrenaica, dat het stamgebied van de Sanussi’s was, de onafhankelijkheid. Later dat jaar volgde een VN besluit dat een verenigd Libië in 1951 onafhankelijk zou worden.

Onafhankelijk

Op 24 december 1951 riep Emir Idris Sanussi de onafhankelijkheid uit. Libië kreeg als staatsvorm een constitutionele monarchie met Idris I als koning. Libië kampte na de onafhankelijkheid met ernstige politieke, economische en financiële moeilijkheden. Van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië ontving Libië financiële steun in ruil voor de vestiging van Amerikaanse en Britse militaire bases op zijn grondgebied. Een grote verandering in de economische situatie voltrok zich toen in 1959 werd ontdekt dat Libië de rijkste aardolievoorraden van het Afrikaanse continent herbergde. De Libische overheid kon bij de exploitatie van de olie gunstige concessies bedingen waardoor het land van financiële zelfstandigheid verzekerd was.

Periode Kaddafi

Op 1 september 1969 pleegde een groep legerofficieren een staatsgreep onder leiding van kolonel Muammar al-Kaddafi. De monarchie werd afgeschaft en de Libische Arabische Republiek uitgeroepen. Kaddafi wierp zich op als voorvechter van Arabische eenheid en beloofde in eigen land sociale rechtvaardigheid en gelijke verdeling van de welvaart. In 1970 verloren het Verenigd Koninkrijk en de VerenigdeStaten militaire steunpunten en werd de oliesector genationaliseerd.

In de tweede helft van de jaren zeventig koos het Libië van Kaddafi een steeds activistischer koers. Een breed scala van organisaties ontving Libische steun, variërend van het Zuid-Afrikaanse ANC tot de Ierse IRA. Kaddafi intervenieerde militair in Tsjaad en Libische militairen verschenen ook elders in Afrika als adviseurs. In 1981 verkoos Libië open confrontatie met de VS; de Libische luchtmacht beschoot Amerikaanse jachtvliegtuigen boven de Golf van Sirte, dat Libië tot zijn territoir rekent. Hierop volgde een VS invoerverbod op Libische olie. In 1984 schortte het VK alle betrekkingen met Libië op nadat een politie agent vanuit de Libische ambassade in Londen was doodgeschoten.

Een serie aanslagen in de tweede helft van de 80-er jaren leidden tot een isolering van Libië. De aanslag op PanAm vlucht 103 boven het Schotse Lockerbie in 1988 is de bekendste. Ook in aanslagen in 1986 op de Berlijnse ‘La Belle’ discotheek en in 1989 op een vlucht van de Franse luchtvaartmaatschappij UTA boven Mali werd de Libische hand vermoed. In 1999 oordeelde een Franse rechtbank zes Libiërs schuldig aan de UTA aanslag en veroordeelde hen tot levenslang (bij verstek). In 2001 oordeelde de Schotse rechtbank in Kamp Zeist één van twee Libische Lockerbie verdachten schuldig en legde deze levenslang op. Eveneens in 2001 oordeelde een Duitse rechtbank een medewerker van de Libische Ambassade in Berlijn schuldig aan de ‘La Belle’ aanslag. Hij kreeg zestien jaar gevangenisstraf.

In 1986 besloten de VS en de EU tot sanctiemaatregelen tegen Libië. In 1992 volgden sancties van de Verenigde Naties in verband met de Lockerbie aanslag. In 1999 werden de VN sancties opgeschort nadat Libië gehoor had gegeven aan de oproep van de Veiligheidsraad verdachten van de Lockerbie aanslag uit te leveren. Op 12 september 2003 werden alle VN sancties beëindigd nadat Libië zich verantwoordelijk voor het handelen van de veroordeelde Lockerbie aanslagpleger had verklaard, een smartengeldregeling voor nabestaanden van slachtoffers van de Lockerbie aanslag was overeengekomen met de VS en het VK en terrorisme had afgezworen.

Na de aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 betuigde Kaddafi zijn afschuw over de gebeurtenissen en verklaarde zich bereid te helpen in de strijd tegen al-Qa`ida. Op 19 december 2003 kwam Libië, na maanden van geheime onderhandelingen met de VS en het VK, openlijk er voor uit aan de ontwikkeling van massavernietigingswapens gewerkt te hebben en verklaarde het zich bereid zich te onderwerpen aan internationale non-proliferatie controleregimes.

De rechtszaak waarin, in de ogen van de internationale wereld, onschuldige 5 Bulgaarse verpleegsters en één Palestijnse coassistent in 2004 en wederom in 2006 ter dood werden veroordeeld wegens het infecteren van meer dan 400 Libische kinderen met HIV, vormt een belemmering voor volledige normalisering van betrekkingen. In juli 2007 wordt de doodstraf omgezet in levenslange gevangenisstraf en worden ze kort daar op vrijgelaten in een deal met de EU.

In januari 2008 krijgt Libië het roterende voorzitterschap van de Veiligheidsraad van de VN, een teken dat de westerse wereld anders tegen het regime van Khadaffi aankijkt. In februari wordt Khadaffi gekozen tot voorzitter van de Afrikaanse Unie. In juni 2009 bezoekt Khadaffi voormalig kolonisator Italië, nu de voornaamste handelspartner van Libië. In augustus krijgt Abdelbaset Ali al-Megrahi één van de daders van de Lockerbie-aanslag gratie uit humanitaire overwegingen. In Libië krijgt hij een heldenontvangst, daar wordt zeer afwijzend op gereageerd door de westerse wereld. In maart 2010 wordt de diplomatieke rel met de EU als gevolg van de arrestatie van de zoon van Khadaffi opgelost.

Begin 2011 krijgt Libië te maken met een massale volksopstand tegen het bewind van Khadaffi. Het geheel krijgt ook een Nederlands tintje, omdat er drie militairen bij een evacuatiepoging om een Nederlander uit Libië op te halen zijn gevangen genomen. Libië laat de militairen op 11 maart 2011 vrij na bemiddeling van onder meer Griekenland. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft op 17 maart ingestemd met een resolutie die militair ingrijpen in Libië mogelijk maakt. Ook voorziet de resolutie in de instelling van een no-flyzone boven Libië. Na maanden van patstelling bestormden de rebellen Tripoli augustus in 2011 en enkele weken later werd Khadaffi gedood.

Na Kadaffi

Verkiezingen voor een Algemeen Nationaal Congres werd gehouden in juli 2012, de eerste vrije nationale verkiezingen van het land in zes decennia. Het congres benoemd Ali Zeidan tot premier. In oktober werd een interim-regering belast met de voorbereiding voor een nieuwe grondwet en nieuwe parlementsverkiezingen in 2013. In juni 2013 kiest het nationaal congres het onafhankelijke raadslid Nouri Abushmen tot voorzitter. In januari 2014 wordt de onderminister van industrie Hasan al-Droui vermoord. In juli 2014 zijn parlementsverkiezingen gehouden. Als staatshoofd fungeert sinds augustus 2014 Issa, de leider van het huis van afgevaardigden. Sinds begin 2016 wordt er een door hem gesteunde regering van nationale eenheid onder leiding van premier Fayez el Sarraj gevormd. Deze regering ontstond in ballingschap en met steun van de Verenigde Naties. In maart 2016 arriveert de regering in Tripoli. In december 2017 evacueren de VN duizenden migranten na berichtgeving over het bestaan van slavenmarkten in Libië.

Bevolking

In Libië wonen 6.653.310 mensen (2017). De bevolkingsdichtheid is extreem laag en bedraagt net iets meer dan 3,5 inwoners per vierkante kilometer.

Het grootste deel van de inwoners (97%) is van Arabische of Berberse afkomst en de meerderheid woont in de dichtbevolkte steden aan de kust. Ongeveer 150.000 niet-Libische gastarbeiders verblijven in het land. Hiertoe behoren ondermeer Grieken, Italianen, Maltezen, Egyptenaren, Tunesiërs, Turken, Pakistani, Indiërs en zwarte Afrikanen. In het zuidwesten van Libië leven groepen Toearegs, vooral bij de oases van Ghadamis en Ghat.

Taal

De officiële taal van Libië is Arabisch, verder worden verschillende Berbertalen gesproken. In de steden wordt incidenteel Engels of Italiaans gesproken.

Enkele uitspraakregels van het Arabisch:

Er bestaat geen vaste Nederlandse schrijfwijze voor Arabische woorden. De namen worden geschreven zoals ze uitgesproken worden. Aqaba kan dus net zogoed als Akaba gespeld worden.

Het Arabische schrift wordt van rechts naar links geschreven en bestaat uit 28 medeklinkers. Klinkers worden niet geschreven en daardoor ontstaan er verschillende Latijnse schrijfwijzen voor één-en-hetzelfde woord. Arabische cijfers worden van links naar rechts geschreven.

Enkele woorden en zinnen:

NederlandsArabisch
Eenwahed, vrouwelijk: wahda
Tweeetnen
Drietalata
Tien‘ashra
Honderdmeyya
Duizend‘alf
Zondagyom el had
Woensdagyom el ’arba’
Ja‘aywa
Neela’
Zomersef
Wintersheta
Waar is het hotel?fen el fondok?
Hoe laat is het?essa’a kam?
Hoe heet u?‘esm-ak ‘ak? (man)
Hoe heet u?‘esm-ek ‘eh? (vrouw)
Hebt u wisselgeld?‘andokom fakka?

Godsdienst

De Islam is de officiële godsdienst en wordt nagenoeg door de gehele bevolking beleden.

Samenleving

Staatsinrichting

De staatsvorm is gebaseerd op Kaddafi’s concept van de jamahiriyah (‘staat van de massa’s’). De jamahiriyah is een politiek systeem waarvan de wortels liggen in socialistische en islamitische theorieën in combinatie met tribale tradities. Iedere burger heeft zitting in het Basis Volkscomité. Vertegenwoordigers van het Basis Volkscomité zitten in het Algemeen Volkscongres. Het Algemeen Volkscongres is het hoogste wetgevende orgaan en uit zijn midden worden de leden van het Algemeen Volkscomité (te vergelijken met het kabinet) gekozen door de Libische leider kolonel Kadaffi. De secretarissen van het Volkscomité zijn equivalent aan ministers. Het Algemeen Volkscongres heeft alleen een controlerende functie. De Libische Arabische Republiek werd in 1979 de ‘Grote Libisch-Arabische Socialistische Volks-Jamahiriyah’. Kaddafi werd ‘ Leider van de Revolutie en Commandant van de strijdkrachten’. In de praktijk fungeert hij als staatshoofd.

Politiek

In de nieuwe orde van na de militaire coup van 1969 is sindsdien in feite weinig veranderd. Oppositie wordt niet geduld. Burgerlijke vrijheden zijn zeer beperkt. Heel ingrijpend was de beperking in 1978 van het eigendomsrecht en van de vrije nering. Bijzonder in de Arabische context is dat Kaddafi toen ook besloot bezittingen te nationaliseren van Islamitische charitatieve stichtingen die van vanouds invloedrijk waren.

In de meer dan dertig jaar van Kaddafi’s bewind is zijn gezag alleen vanuit zijn eigen militaire apparaat bedreigd geweest. Een couppoging van dissidente legerofficieren in 1975 eindigde met de executie van 22 militairen. In 1980 vielen bij een muiterij in Cyrenaica honderden doden. In de diaspora opereren verschillende oppositionele groepering. Hun rijen werden in de 80-er jaren uitgedund door een golf van moorden. Meer recent zijn aanslagen op militairen installaties door militante islamistische groeperingen opgeëist.

Tijdens het Algemeen Volkscongres van januari 2007 kwam er een wisseling in de samenstelling van de regering. Een bijna jaarlijks ritueel waarbij wisselingen plaatsvinden van al bekende namen. De vroegere minister van Financiën en voorzitter van de centrale bank, Dr. Mahmoud Zlitni, werd vice-premier. Ali Al-Huweg, de voormalige vice-premier, werd minister van Financiën. De totaal onbekende Mohamed Abdeljalil werd minister van Justitie. Hij werd daarmee de nieuwe voorzitter van de Supreme Judicial Council, die in het geval van een door de hoge raad bevestigde doodstraf, deze politiek moet bevestigen. Baghdadi al-Mahmudi blijft premier. Dr. Alaziz Al-Eisawi werd de nieuwe minister van Economische Zaken. Ibrahim Kraa werd minister van het nieuwe departement Elektriciteit, Water en Gas en Youssef Zekri werd minister voor Industrie en Mijnbouw.

De actuele politieke situatie staat beschreven in het hoofdstuk geschiedenis.

Economie

De Libische economie profiteerde in 2007 van de stijging van olieprijzen. Er is sprake van een groot budgetoverschot, waardoor Libië op het Afrikaanse continent een rijk land is en de nodige investeringen in infrastructuur mogelijk zijn. Deze olie-inkomenseconomie kampt echter met structurele zwaktes. De bedrijvigheid buiten de olie sector is vrijwel nihil en er is een hoge werkloosheid onder de autochtone bevolking.

Sinds het begin van deze eeuw is het Libisch beleid gericht op enigermate van liberalisering van het economisch leven. Particuliere nering wordt weer toegestaan. Er is sprake van privatisering van grote staatsbedrijven doch voorshands gaat het om de zeer verliesgevende daaronder. Buitenlandse investeringen worden aangemoedigd maar het effect daarvan gaat grotendeels verloren door een warwinkel van onduidelijke en onvoorspelbare regelgeving die vaak in het nadeel van de buitenlandse investeerders wordt uitgelegd. Het economische leven wordt nog steeds voor een groot deel door de staat beheerst en is bijna geheel afhankelijk van de olie industrie.

De economische groei is erg onevenwichtig sinds de afzetting van Khadaffi. In 2017 was het 64%, maar het jaar daarvoor was de groei negatief. Het iBBP per hoofd van de bevolking bedroeg $9.600 in 2017. Het werkeloosheidspercentage schommelt rond de 30%. In 2017 werd er voor $ 18,4 miljard geëxporteerd naar vooral Italie, Spanje, Frankrijk en Egypte. In datzelfde jaar werd er voor $11,4 miljard geïmporteerd uit vooral China, Turkije, Italie en Zuid-Korea.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Libië is momenteel vrij onrustig, raadpleeg voor je vertrek de reisadviezen van het ministerie van Buitenlandse zaken. Hieronder wordt een aantal bezienswaardigheden beschreven die je gezien moet hebben bij een bezoek aan Libië.

Tripoli is de hoofdstad van Libië en had ooit de bijnaam"Witte Bruid van de Middellandse Zee". Het heeft veel van zijn historische erfgoed behouden. Enkele van de bezienswaardigheden van de stad zijn de Gurgi Moskee in het centrum van Medina, dit is een historisch complex in Tripoli. Het werd gebouwd in 1834 door Mustafa Gurgi. Het museum is een van de meest bezochte toeristische attracties in Tripoli. Het museum is prachtig gelegen in een kasteel. Het herbergt een verzameling archeologische artefacten vanaf het Neolithicum tot de huidige tijd, zoals marmeren en stenen beelden en bustes, glas, aardewerk, mozaïek panelen, grafmonumenten, olielampen, munten, fossielen en opgezette dieren en kleurenfoto's van een groot aantal archeologische vindplaatsen.

Libië is beroemd vanwege oude Griekse en Romeinse ruïnes en het Sahara woestijnlandschap. De Libische Woestijn ligt in het noordelijke en oostelijke deel van de Sahara. Ondanks het feit dat het wordt beschreven als een dorre woestenij, is er een fascinerend ecosysteem met verschillende planten- en diersoorten. Veel dieren hebben zich aangepast om te overleven onder de barre klimaatomstandigheden. Ze komen vooral voor rond oases. Het is mogelijk om in Libië op safari te gaan.

Leptis Magna is de grootste Romeinse stad in Libië, en de ruïnes horen tot de meest complete en mooiste bewaard gebleven overblijfselen in het Middellandse Zee gebied. De stad is misschien wel de meest gewilde toeristische attractie. Leptis Magna werd oorspronkelijk gesticht tijdens de Elysische periode in de 10e eeuw voor Christus. Het overleefde de Spartaanse kolonisten en groeide uit tot een Punische stad en werd uiteindelijk deel van de nieuwe Romeinse provincie Afrika. Momenteel zijn een aantal monumenten nog steeds intact. Het theater is goed bewaard en heeft een prachtig panoramisch uitzicht over de stad vanaf de bovenste etages. Talrijke standbeelden en andere ornamenten zijn nog te zien in dit theater. Andere bezienswaardigheden in Leptis Magna zijn de Boog van Trajanus, de Palaestra, het Nymphaeum, de baden van Hadrianus, de haven, het Circus, de tempel van Rome en Augustus, de Tempel van Liber Pater, de Boog van Tiberius en de Grote Markt.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

LIBIE LINKS

Advertenties
• Libie Vliegtickets.nl
• Hotels Libie
• Tradetracker plaats advertenties en verdien geld
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals

Nuttige links

Libië Startnederland (N)
Libië Telefoongids
Reisinformatie Libië (N)

Bronnen

Elmar Landeninformatie

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems