Steden FAEROER

FAEROER   

Monniken en Scandinaviërs

Net als IJsland waren de Faeröer onbewoond toen de eerste Europeanen arriveerden. De Faeröer waren mogelijk al ontdekt in de zesde eeuw toen Sint Brandaen en zijn monniken deze regio verkenden op hun zeven jaar durende reis. Er zijn daarvoor echter geen harde bewijzen voorhanden. Het enige wat bekend is, is dat ze op twee eilanden zijn geweest. Het ene noemde men "island of sheep" en het andere eiland "paradise of birds". Het "island of sheep" zou iets te maken kunnen hebben met het Føroyar (Faeröer) dat is afgeleid van faar oy, dat ook "schapeneiland" betekent. "Paradise of birds" zou het meest westelijke eiland Mykines geweest kunnen zijn dat inderdaad een zeer grote vogelpopulatie heeft. De eerste echte kolonisten waren Ierse monniken die zich eind zevende eeuw op de Faeröer vestigden. Verder is er weinig bekend over het verblijf van deze monniken op de eilanden. De eerste Scandinaviërs arriveerden begin negende eeuw en kwamen van Zuid- Noorwegen en de Orkney-eilanden. Het waren geen echte vikingen, maar boeren en herders die op zoek waren naar een rustig leven, ver weg van de piraten en tirannen op het vasteland. Ook over deze periode is weinig bekend doordat er tot de 14e eeuw niets op papier werd gezet door de eilandbewoners. Het meest betrouwbare werk voor informatie over de eilanden is de Færinga Saga, geschreven in IJsland in de 13e eeuw. Hoewel niet alles geloofwaardig is, zou het feit dat de Faeröer rond het jaar 1000 gekerstend zijn, kunnen kloppen. Verder zouden de Faeröer in 1035 een constitutioneel onderdeel van het koninkrijk Noorwegen geweest kunnen zijn. Het bestuur van de eilanden was al zeer vroeg in handen van de Alting of de "vergadering van het volk", het equivalent van de IJslandse Alþing. Men kwam samen te Tinganes, een schiereilandje van Tórshavn en was de door iedereen geaccepteerde autoriteit op de eilanden tot 1035. Na dit jaar had de Alting tot 1380 nog maar beperkte macht.

Deense overheersing

Onder de Unie van Kalmar, waarin Noorwegen aan het koninkrijk van Denemarken werd toegevoegd, veranderden de Faeröer langzaam van een Noorse in een Deense provincie. Zo werd het Deense systeem van wetten en rechtspraak overgenomen die weer gebaseerd waren op het Noorse wettenstelsel van koning Magnus. Na 1380 was het Alting niet meer dan een koninklijk hof en werd nu Løgting genoemd. In die tijd was de werkelijke macht in handen van de schout van de koning, die alleen diens belangen in de gaten hield. Jammer genoeg is er over de vroegste christelijke kerk ook weinig bekend. Het oecumenisch centrum van de eilanden was gevestigd in Kirkjubøur, het Faeröerse bisdom. Van begin 12e eeuw tot 1535, het begin van de Reformatie, werd de zetel bezet door 33 bisschoppen. Eind 13e eeuw was de invloed van de kerk op de eilanden op haar hoogtepunt, en bezat de kerk ca. 40% van het hele grondgebied van de Faeröer. Handelsovereenkomsten bepaalden dat de handel tussen het Europese vasteland en de Faeröer via Bergen in Noorwegen moest lopen, waar vervolgens belasting betaald moest worden. Vanaf midden 13e eeuw nam de Hanze, een groep van Noord- Duitse handelssteden, de commerciële activiteiten in de hele regio over. Aanvankelijk verbood men de Hanze-steden om te handelen in Scandinavië en de Faeröer, maar in 1361 gaf Noorwegen het verzet op en ontstond er een lucratieve, levendige handel die ca. twee eeuwen zou duren. De burgeroorlog in Denemarken tussen Christian II en Christian III begin 16e eeuw, kozen de steden van de Hanze de kant van de verliezer en werden verbannen van de Scandinavische handelswereld. In 1535 verleende koning Christian III van Denemarken de exclusieve rechten om met de Faeröer handel te drijven aan Thomas Köppen uit Hamburg. Dit monopolie-akkoord zou bijna 300 jaar blijven bestaan. In 1535 gingen de Denen qua godsdienst over op het protestantse Lutherse kerk en het rooms-katholicisme aan de kant geschoven. In het vijf jaar durende reformatieproces kwam al het kerkelijk grondbezit in handen van de staat en werd het Latijns in kerkelijke zaken vervangen door het Deens. De grip op de overzeese gebiedsdelen door Denemarken werd door deze gebeurtenissen steeds sterker. Na de periode Köppen ging het handelsmonopolie in verschillende handen over maar dat had weinig negatieve effecten voor de Faeröer. Een slechte tijd was wel de oorlog tussen Denemarken en Zweden halverwege de 17e eeuw. De restricties voor Köppen en zijn opvolgers waren dat ze alleen mochten handelen in kwaliteitsgoederen waar daadwerkelijk vraag naar was. Verder moesten de prijzen van de goederen de werkelijke marktwaarde vertegenwoordigen en er moest op een eerlijke manier gehandeld worden. De meeste koopwaar zoals wollen sokken, vlees, schapenwol en vis werd merendeels naar Holland geëxporteerd. De handelaren waren weer gebonden aan de regels van het monopolie dat hen verplichtte zoveel af te nemen als de Faeröer kon produceren. Dit leek een faire deal maar het kwam er in de praktijk vaak op neer dat er tekorten waren en er vertragingen optraden waardoor men genoodzaakt was om inferieure goederen te accepteren. Soms zakte de markt voor goederen van de Faeröer in en verloren de monopolisten veel geld. Smokkelarij en piraterij namen hand over hand toe en het systeem stortte in. In 1655 werden de Faeröer als een feodale staat door de Deense regering aangeboden aan Christoffer von Gabel en zijn zoon Frederik. Hun onderdrukkende regime maakte het leven zeer moeilijk voor de eilandbewoners die in feite geëxploiteerd werden door deze opperheren. In 1709 werd de Von Gabel-dynastie in de knop gebroken door de Deense regering, die de controle weer overnam over zowel de Faeröer als het handelsmonopolie. Men had echter weinig kaas gegeten van de markteconomie. Gedurende de 18e eeuw leden de handelaren en de Deense regering grote verliezen en op 1 januari 1856 werd het monopolie opgegeven. In de 19e eeuw werd de relatie met Denemarken gekenmerkt door een toenemende overheersing van Deense kant en daardoor steeds minder autonomie voor de Faeröer. De eerste decennia van deze eeuw was er alleen nog maar de psychologische link tussen het Løgting en een onafhankelijke verleden. In 1816 werd het Løgting officieel afgeschaft en vervangen door een Deense rechterlijke macht. Zelfs het gebruik van de Faeröerse taal werd ontmoedigd en alle officiële stukken werden in het Deens opgesteld. In 1849 werden de Faeröer officieel ingelijfd door Denemarken. De eilanden mochten als een soort goedmakertje twee zetels in de Deense Rigsdag mocht innemen. In 1852 riepen de koppige Faeröerders hun Løgting uit als een graafschapsraad, aanvankelijk alleen als een adviesorgaan, maar in het achterhoofd steeds het verlangen naar onafhankelijkheid.

Streven naar onafhankelijkheid

De volgende stap werd genomen in het laatste decennium van de 19e eeuw. Door de economische voorspoed laaide het verlangen onder de gewone bevolking naar zelfbestuur weer op. Begin 20e eeuw polariseerde de Faeröerse politiek. De Unionisten waren voorstanders van het volledig opgaan in Denemarken en de Partij voor Zelfbestuur stond geleidelijke onafhankelijkheid voor onder leiding van Jóannes Patursson. De Faeröerse economie realiseerde in deze tijd weer een groeispurt, met name door de opkomst van de visserij in de periode tussen 1872 en 1939. Het werd de vissers namelijk toegestaan in de Deense wateren te vissen en hun schepen werden steeds moderner. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werden de Faeröer bezet door de Britten om zo de strategische Noord-Atlantische zeeroutes veilig te stellen en om de eilanden te verdedigen tegen eventuele Duitse aanvallen. Deze politieke scheiding van Denemarken resulteerde in het opwaarderen van het Løgting tot een wetgevend lichaam. De Deense prefect behield echter de uitvoerende macht. Er waren natuurlijk meteen groeperingen die aanstuurden op volledige onafhankelijkheid, maar anderen hielden hun voorbehoud.

Faeröer krijgt zelfbestuur

Op 23 maart 1948 passeerde de Wet op Faeröers Zelfbestuur het Deense parlement. De officiële status van de Faeröer veranderde van een graafschap van Denemarken in een staat met zelfbestuur binnen het Koninkrijk Denemarken. Enkele gevolgen hiervan waren: toen Denemarken toetrad tot de Europese Gemeenschap weigerden de Faeröer te volgen. De Faeröer hebben ook een eigen vlag en hun eigen postzegels. Faeröerse bankbiljetten worden uitgegeven door de Nationale Bank van Denemarken. De Faeröer behartigen hun eigen belangen zolang Denemarken er maar geen nadelen van ondervindt. Het Føroyskt is de officiële taal tijdens bijeenkomsten van het Landsstýri, maar de kinderen krijgen les in het Deens. Denemarken houdt controle over verzekeringswezen, bankwezen, defensie en buitenlandse zaken en rechtspraak. De Landsstýri is volledig verantwoordelijk voor communicatie en economische en culturele zaken. Men beheert ook zelf de uitgaven voor gezondheidszorg, onderwijs en sociale programma's. Denemarken zorgt voor de financiering van al deze zaken en jaarlijks meer dan een miljard Deense kronen in de Faeröer. Eind jaren tachtig resulteerden buitensporige overheidsuitgaven in 's werelds hoogste levensstandaard per hoofd van de bevolking. Lage belastingen en ongelimiteerde kredieten leidden tot consumptieve uitgaven die tien keer zo lagen als in Denemarken zelf. De bevolking genoot natuurlijk van deze "successtory" en de roep om onafhankelijkheid stak weer de kop op.

Economische problemen

Maar lang duurde deze euforie niet. Begin jaren negentig zorgde de overbevissing voor een steeds geringere visvoorraad. Van 150.000 ton gevangen vis in 1990 zakte men naar 110.000 ton in 1994. De Faeröer, voor 96% afhankelijk van de visexport, raakte hierdoor in een economische crisis. De regering moest uiteindelijk 1,8 miljard Deense kronen lenen van Denemarken om enigszins uit de crisis te geraken. Een voorwaarde was wel dat Deense nationale bank over de nationale bank van de Faeröer, de Sjóvinnubankin, overnam tot de lening zou zijn terugbetaald. Andere draconische maatregelen waren sterk verminderde overheiduitgaven, hogere belastingen en een 10% loonsverlaging voor ambtenaren. Er was ook sprake van dat de vissersvloot gehalveerd zou worden en dat er van de 22 visverwerkende fabrieken er maar zes over zouden blijven. De werkloosheid nam snel toe en 6% van de bevolking emigreerde naar met name Denemarken om daar weer werk te vinden. Eind 1993 was 20% van de bevolking in de hoofdstad Tórshavn werkloos en bijna alle visverwerkende fabrieken en trawlers weer failliet of onder curatele gesteld. In september 1993 reisde er een delegatie van de Faeröer naar Kopenhagen om voor de vierde keer dat jaar te vragen om financiële hulp omdat de banken dreigden te sluiten en het begrotingstekort weer verder opliep. Men vroeg ca. 3,5 miljard Deense kronen maar men kreeg er maar 1,3 miljard, echter met de mededeling om nog verder op de overheidsuitgaven te bezuinigen. De Faeröer werden ook nog getroffen door een buitenlandse boycot van hun producten naar aanleiding van de "grindadráp", de jacht op grienden met motorboten door de lokale bevolking; een wreed schouwspel, maar voor de bevolking van de Faeröer een uiting van cultuur en traditie.

Economisch herstel

Ondanks al deze problemen werkte het bezuinigingsprogramma wel. En het bleek niet nodig om de vissersvloot te halveren, integendeel, de vloot bleef vrijwel intact. De werkloosheid piekte in 1994 met 26% van de beroepsbevolking en viel daarna terug tot ca. 10% halverwege 1996 en 5% in 2000. Rond 1995 herstelde de economie zich definitief. Halverwege 1996 heropenden zes visverwerkingsbedrijven hun poorten. Ook de uittocht van bewoners stopte en de bevolking groeide weer vanaf 1996. Ook in 1996 werd er olie gevonden tussen de Faeröer en de Shetlandeilanden. Vastgesteld moet nog worden of de olievelden op Brits dan wel Faeröers grondgebied liggen. Het exploiteren van de olievelden kan nog wel enkele jaren duren en het nog maar de vraag of er ooit winst gemaakt kan worden. De relatie met de Europese Unie is wat ondergesneeuwd door de economische en demografische problematiek. Denemarken ziet de Europese Unie als een potentieel bron van inkomsten om de Faeröerse economie op te peppen en daardoor de Deense belastingbetaler wat te ontzien, die voor een groot gedeelte opdraait voor de financiële hulp aan de Faeröer. De Faeröer willen hun onafhankelijke positie in verband met de visrechten echter niet opgeven of hun territoriale wateren openen voor potentiële concurrenten. Traditionele grootmachten als Duitsland en Groot-Brittannië zijn verplicht om vis af te nemen van andere EG-leden, waardoor de Faeröer buitenspel gezet kunnen worden. Misschien dat de sterk stijgende vraag naar visproducten in de EU de redding is voor de vissersvloot van de Faeröer.


FAEROER LINKS

Advertenties
• Europa WTC
• Faeröer Hotels
• Eliza was here

Nuttige links

Faeroer Reisbijbel (N)
Faeroer Startnederland (N+E)
Reisinformatie Faeröer Eilanden (N)
Telefoongids Faeroer
Willgoto Faeroer (N)
Schrijf uw artikel over FAEROER

Bronnen

Cornwallis, G. / Iceland, Greenland & the Faroe Islands
Lonely Planet

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt August 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems