Steden LIECHTENSTEIN

LIECHTENSTEIN   

Oudheid

De heuvels in het Rijndal werden al in de jonge steentijd (ca. 3000-1800 v.Chr.) bewoond door landbouwers en veetelers. Op grond van bewijzen die zowel in het noorden als het zuiden van Liechtenstein gevonden zijn, worden er vier culturen genoemd die in deze periode belangrijk waren: de Rössense cultuur (4200-3800 v.Chr.), de Lutzengütle-cultuur (ca. 3800-3600 v.Chr.), de Pfyn-cultuur (ca. 3600-2900 v.Chr.) en de Horgense-cultuur (ca. 2900-1800 v.Chr.).
Ook uit de bronstijd (ca. 1800-800 v.Chr.) en de IJzertijd (ca. 800 v.Chr. – 15 n.Chr.)zijn verschillende overblijfselen bekend. De IJzertijd kan weer verdeeld worden in de Hallstatt-periode (ca. 800-400 v.Chr.) en de Latène-periode (ca. 400 v.Chr.-15 n.Chr.). in de Latène-periode vespreidden de Kelten zich over heel Europa en dus ook over het huidige Liechtensteinse grondgebied. Plaatsnamen als Schaan, Eschen en Bendern stammen uit deze periode. Van de oorspronkelijke herkomst van de bewoners van het Rijndal is niet veel bekend.
In 15 v.Chr. werd Liechtenstein ingelijfd bij de Romeinse provincie Retië. De Retiërs werden tribuutplichtig aan het Romeinse rijk en ze werden al snel ingezet als hulptroepen tegen de binnenvallende Germanen. In 212 kregen de Retiërs het Romeinse burgerrecht. De provincie Retië werd aanvankelijk vanuit Augsburg bestuurd maar onder keizer Diocletius verdeeld in Raetia prima en Raetia secunda en vanaf die tijd vanuit Chur bestuurd. De door het Rijndal lopende handels- en heerweg was belangrijk voor de Romeinen want liep van Rome naar het noorden.
Nog tijdens de Romeinse periode werd het christendom al in deze regio geïntroduceerd. De echte bekering van de bevolking gebeurde echter vanuit andere landen, volgens de overleveringen o.a. door de heilige Lucius, de latere schutspatroon van Liechtenstein.

Middeleeuwen

Halverwege de 5e eeuw trokken de Romeinen zich terug uit dit gebied en werden opgevolgd door de noordelijke Alemannen die tussen 476 en 493 het gebied koloniseerden en in vrede met de Retiërs samenleefden. Rond 493 werd Retië door Theoderik, de koning van de Ostrogoten, ingelijfd, maar hij liet wel alle bestuursvormen ongemoeid. Na de dood van Theoderik kwam het gebied in 536 onder de heerschappij van de Franken te staan en werd onderdeel van de kerkelijke staat Churretië, met Chur als hoofdstad.
Begin negende eeuw was Karel de Grote de alleenheerser over het Frankische rijk en onder zijn bewind werd het bestuur van zijn grondgebied gecentraliseerd en werd Retië een hertogdom, bestuurd door afstammelingen van Karel. Na het verdrag van Verdun in 843 kwam Retië onder het bewind van Lodewijk de Duitser, die heerste over het Oost-Frankische rijk. Retië werd verdeeld in twee graafschappen, Boven Retië en Beneden-Retië, die op hun beurt weer verdeeld werden in twee gouwen. In 911 overleed de laatste Karolingische vorst, Lodewijk het Kind, en werden Retië en Zwaben samengevoegd tot een Alemaans hertogdom en dat zou tot 1208 duren.
In die periode viel het huidige Liechtenstein toe aan het adellijke geslacht van de graven van Bregenz, die over Beneden-Retië regeerden en door huwelijken aan de nakomelingen van Karel de Grote verwant waren. Deze graven waren zeer machtig in Midden-Europa, bezaten veel geld en hadden grote bezittingen o.a. rond het Bodenmeer. In de twaalfde eeuw stierf het gravengeslacht in de mannelijke lijn uit en in 1142 erfde Rudolf, zoon van Elisabeth van Bregenz, alle bezittingen. De nakomelingen van deze Rudolf verbonden zich met de graven van Montfort en Werdenberg, maar hun landgoederen werden door vele boedelscheidingen telkens weer opgedeeld. Door deze delingen ontstond in 1342 het graafschap Vaduz als zelfstandige politieke eenheid, en graaf Hartmann I nam zijn intrek op Slot Vaduz, dat vanaf die tijd de residentie van het heersersgeslacht werd.
In 1363 kwam Tirol in het bezit van de Habsburgers en zij lieten hun oog o.a.vallen op het huidige Liechtenstein. Hierop sloten de ridders en steden in dit gebied bondgenootschappen om dit tegen te gaan. Verder werd aan koning Wenzel II verzocht om van de landgoederen Vaduz en Schellenberg een immediaat, ofwel, rijksvrij territorium te verklaren. Hierdoor zouden zij gegarandeerd zijn van bescherming tegen de Habsburgers. In 1396 verleende Wenzel het graafschap immediaat. Dit hield in dat men nog steeds zelfstandig bestuur en rechtspraak kon uitoefenen maar ook dat ze rechtstreeks verantwoording schuldig waren aan de Keizer en het rijk en niet onder jurisdictie van een lokale heerser viel, zoals in het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie gewoon was. Het immediaat verviel pas in 1806 toen het Rijk opgeheven werd.

15e eeuw

Van 1416 tot 1507 waren de baronnen van Brandis uit het Berner Oberland de nieuwe heersers over het gebied waarbij in 1434 ook het noorden van Liechtenstein in hun bezit kwam. Sinds die tijd zijn het oude graafschap Vaduz (nu: Oberland) en de oude heerlijkheid Schellenberg (nu: Unterland) verenigd. Van 1401-1408 woedde de Appenzellse Oorlog waarin boeren van Schellenberg de kastelen Oud- en Nieuw-Schellenberg vernietigden. In 1408 leed Appenzell een nederlaag.
Halverwege de 15e eeuw, van 1436 tot 1450, speelde zich de Oude Zürische Oorlog af waarbij veel Liechtensteiners sneuvelden en in 1445 werd Balzers geplunderd en afgebrand.
Aan het einde van deze eeuw, in 1499, werd de burcht Vaduz door de Zwitsers verwoest. Dit was meteen het einde van het geslacht Brandis en een nieuwe band met Oostenrijk na de oorlog. De Brandisers werden opgevolgd door de graven van Sulz, die de landgoederen Vaduz en Schellenberg gekocht hadden. Onder hun bewind werden de banden met de Oostenrijkse keizers en het Habsburgse huis verder aangehaald. De rooms-katholieke Sulzers zorgde ervoor dat Liechtenstein zelfs in de tijd van de Reformatie katholiek bleef.

Zestiende eeuw en zeventiende eeuw

Vanuit Zuid-Duitsland brak er in 1525 een boerenopstand uit die ook doordrong tot in Vaduz en Schellenberg. De graven deden echter een beroep op de Oostenrijkers om hulp en daardoor liep de opstand met en sisser af. De rest van deze eeuw werd een periode van relatieve rust en voorspoed. De laatste graaf, Karl Ludwig, vervulde belangrijke functies in het Oostenrijkse leger en had eigenlijk geen tijd om zich met Liechtenstein te bemoeien. Uiteindelijk verkocht hij al zijn bezittingen in 1613 aan zijn schoonzoon, Kaspar van Hohenems.

In de 17e eeuw had Liechtenstein het zwaar te verduren, o.a door de pest en door de Zweden die in 1648, aan het einde van de Dertigjarige Oorlog, Liechtenstein bereikten. De bevolking kon alleen door een zeer hoog losgeld te betalen voorkomen dat hun land verwoest zou worden. Dramatisch voor Liechtenstein waren ook de heksenvervolgingen, die op dat moment in Europa woedden en 300 mannen en vrouwen het leven kostte. Als gevolg van deze erbarmelijke toestanden besloten een rechter uit Vaduz en een burgemeester uit Schellenberg te gaan klagen bij Keizer Leopold I in Wenen. De keizer liet de zaak onderzoeken door een keizerlijke commissaris, vorstabt Rupert von Kempten, die de graaf uit zijn ambt zette. De situatie was echter onhoudbaar en hij was genoodzaakt om in 1699 Schellenberg (115.000 gulden) en in 1712 Vaduz (290.000 gulden) te verkopen aan vorst Johann Adam Andreas van Liechtenstein (de Rijke).

Vorstendom Liechtenstein

De vorsten van Liechtenstein stonden in groot aanzien bij de keizer van het heilige Roomse Rijk der Duitse Natie en dit leidde ertoe dat beide gebieden op 23 januari 1719 tot het nieuwe vorstendom Liechtenstein werden verheven en de 343e staat van het Heilige Roomse Rijk werden.
Rond deze tijd brak in Europa de tijd van het absolutisme aan en dit betekende voor de inwoners van Liechtenstein een achteruitgang in hun burgerrechten. De gehele 18e eeuw probeerden de Liechtensteinse vorsten hun absolute macht uit te breiden, en dat stuitte natuurlijk op veel verzet van de bevolking. Daar kwam nog bij dat de vorsten altijd in Oostenrijk bleven en nauwelijks een idee hadden hoe de situatie in Liechtenstein werkelijk was. Ze werden op de hoogte gehouden door landvoogden, die de vorsten vaak van zeer eenzijdige berichten gaven. Pas onder landvoogd Menzinger, vanaf 1788, zou het de bevolking wat beter gaan. O.a. de leerplicht werd in 1805 ingevoerd en het lijfeigenschap verdween in 1808. De eerste vorsten van Liechtenstein bezochten het vorstendom nooit, pas vorst Franz Josef II koos sinds 1938 Liechtenstein als zijn vaste residentie.
Ook de Franse Revolutie ging niet zomaar aan Liechtenstein voorbij. Europese vorsten werden verschillende zogenaamde “coalitieoorlogen” tegen de Fransen, die in 1815 eindigden met de befaamde Slag bij Waterloo. Tijdens de tweede coalitieoorlog ( 1799-1802) bezette Frankrijk de linker Rijnoever en daarop stelde Liechtenstein een vijftien soldaten en twee ruiters tellend “leger” ter beschikking aan de Oostenrijkers, die Liechtenstein trouwens al sinds 1794 bezet hielden. Op 6 maart 1799 trokken de Fransen de Rijn over en uitgerekend op Liechtensteins grondgebied werd een compleet slagveld. Bij Feldkirch vielen meer dan 4000 doden en de Fransen wonnen uiteindelijk van de Oostenrijkers.

Negentiende eeuw

Op 9 februari 1801 kwam er met de Vrede van Lunéville een einde aan de oorlog voor Liechtenstein. Belangrijk voor Liechtenstein was verder dat voor het eerst de grenzen tussen Zwitserland en Liechtenstein duidelijk werden vastgelegd. Naar later zou blijken waren dit tot op de dag van vandaag de laatste oorlogshandelingen die zich op het gebied van Liechtenstein zouden afspelen.
De derde coalitieoorlog werd in 1805 door Napoleon gewonnen en de Vrede van Pressburg pakte voorde geallieerden slecht uit. Namens Oostenrijk werd de vrede door vorst Johannes I van Liechtenstein ondertekend. Belangrijkste gevolg was dat de Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie ophield te bestaan en door Napoleon werd vervangen door de zogenaamde Rijnbond, een vereniging van zestien staten, die door hun deelname van hun staatkundige zelfstandigheid werden verzekerd. Het merkwaardige feit deed zich echter voor dat vorst Johannes I van Liechtenstein niet eens de kans kreeg om het verdrag te ondertekenen. Napoleon besloot een voidieom Liechtenstein op 12 juli 1806 op te nemen in de Rijnbond en verleende het land daarmee souvereiniteit en Johannes werd soeverein vorst. Een probleem vormde nog wel zijn status als Oostenrijks generaal. Napoleon had in het verdrag laten opnemen dat iedereen die in vreemde staatsdienst was, zijn vorstendom aan een van zijn zonen moest afstaan. Hierdoor werd de driejarige zoon van Johannes formeel op de troon geheven maar zijn vader bleef als regent aan zijn zoon gewoon verder regeren. Na de nederlaag van Napoleon in 1815 nam Johannes de troon weer van zijn zoon over.
In 1813 was Liechtenstein al toegetreden tot de kleine alliantie van Oostenrijk, Pruisen en Rusland, die zich tegen de Fransen richtte. Het grote voordeel voor Liechtenstein was dat ze hierdoor ook door deze drie grote Europese machten als soeverein erkend werd en dat werd na het Congres van Wenen in 1815 nogmaals bekrachtigd. Tijdens het Congres werd de Duitse Bond opgericht, in feite een militaire alliantie om aanvallen op de bondsstaten beter te kunnen weerstaan. Ook Liechtenstein was lid van de Bond en via een speciale constructie, bedoeld voor de kleine staten, vertegenwoordig in de Bondsdag, het hoogste orgaan van de Bond. De kleine staten waren verzameld in een zogenaamde curie en hadden maar één stem. Liechtenstein zat samen met Waldeck, Schaumburg, Lippe, Reuss en Hohenzollern in de 16e kurie. De stem van Liechtenstein werd echter niet eenmaal gehoord. In het Europese revolutiejaar 1848 trad de roep om meer democratie en gekozen parlementen weer maar in 1852 werden alle vernieuwingen weer teruggedraaid en werden de vorsten weer de absolute heersers. De Duitse bond werd geteisterd door grote rivaliteit tussen de grote staten Oostenrijk en Pruisen. Pruisen forceerde een doorbraak door in 1866 het hertogdom Holstein eenvoudig te annexeren. Oostenrijk riep daarop het parlement van de Duitse Bond bij elkaar en eiste een veroordeling en het sturen van een bondsleger naar Pruisen. Pruisen trad als reactie hierop uit de Bond en er brak een oorlog uit tussen Pruisen en Oostenrijk. De oorlog werd gewonnen door Pruisen en Oostenrijk werd bij de vrede van Praag gedwongen om de opheffing van de Duitse Bond te aanvaarden. Liechtenstein was tot die tijd altijd lid van de Duitse Bond gebleven maar werd in 1871 niet opgenomen in het nieuw gestichte Duitse Keizerrijk.

Tot de Tweede Wereldoorlog

De tijd voor de Eerste Wereldoorlog werd gekenmerkt door een bescheiden groei van de economie, maar daar moest hard voor gewerkt worden. Veel vrouwen werkten in de textielindustrie en de meeste mannen en in de landbouw. Anderen trokken in de zomer naar b.v. Zwitserland en Frankrijk als bouwvakker. De landbouw was echter nog steeds de belangrijkste bron van inkomen en de bevolking had het niet gemakkelijk. Opmerkelijk was wel dat er toen als een veelvoud van staatsbegroting door de mensen van Liechtenstein bij de nationale spaarbank gedeponeerd. In die tijd werden ook de eerste munten en postzegels uitgegeven nadat in 1912 het Postverdrag met Oostenrijk tot stand kwam.
Na de Eerste Wereldoorlog zagen de geallieerden in Liechtenstein geen onafhankelijke staat maar een soort provincie van Oostenrijk. Toen Liechtenstein in 1920 het lidmaatschap van de Volkenbond (nu: Verenigde Naties) aanvroeg , was eigenlijk alleen Zwitserland voor toelating. Liechtenstein had het ondertussen zeer moeilijk als gevolg van de oorlog. Er heerste honger, door de snelle inflatie ging een groot deel van het nationale spaartegoed verloren en de hele industrie lag stil door een gebrek aan grondstoffen. Vorst Johannes II sprong in de bres voor zijn volk en schonk in deze moeilijke tijd ca. anderhalf miljoen Zwitserse franken, bijna 31/2 maal zoveel als de hele staatsbegroting uit die tijd.
Op 2 augustus 1919 sprak het parlement zich uit voor het sinds 1852 stammende Douaneverdrag met Oostenrijk en men ging zich steeds meer richten op Zwitserland. Op 30 augustus werd de Oostenrijks-Liechtensteinse grens gesloten en op 7 november 19919 werd de Oostenrijkse Landesverweser Baron von Imhof van zijn ambt ontheven en koos de Landtag een voorlopige regering bestaande uit alleen Liechtensteiners. Meteen hierna werden er onderhandelingen met Zwitserland gehouden en overeengekomen werd dat Zwitserland voorlopig Liechtenstein diplomatiek in het buitenland zou vertegenwoordigen. Op 1 januari 1924 trad een Douaneverdrag tussen Zwitserland en Liechtenstein in werking. Dit hield in dat Zwitserse douanebeambten de Liechtensteins-Oostenrijkse grens bewaakten. Sinds het Postverdrag met Oostenrijk in 1911 ontwikkelde zich langzamerhand een nationaal bewustzijn onder de Liechtensteinse bevolking. In 1918 werden de eerste directe verkiezingen gehouden, nog wel alleen onder de mannelijke bevolking. Op dat belangrijke moment waren er ook politieke partijen nodig en nam men de regering in eigen handen onder het motto “Liechtenstein den Liechtensteinern”. Op 5 oktober kwam er een nieuwe grondwet tot stand die onder meer bevatte het recht op initiatief en referendum. Ook werd bepaald dat de minister-president Liechtensteiner van geboorte moest zijn en dat alle gerechtshoven in Liechtenstein gevestigd moesten zijn. In 1924 werd de Zwitserse frank tot officiële munteenheid van het vorstendom gekozen, een feit dat pas in 1980 door Zwitserland werd erkend. In 1927 werd Liechtenstein getroffen door een natuurramp. In de herfst van dat jaar trad de Rijn buiten haar oevers en zette meer dan de helft van het Rijndal, met name in het Unterland, onder water.
Liechtenstein werd in de jaren dertig van de vorige eeuw zwaar getroffen door de wereldwijde economische crisis. De werkloosheid nam schrikbarende vormen aan en werd nog versterkt door terugkerende bouwvakkers uit Zwitserland, die daar ontslagen waren. Politiek raakte Liechtenstein in een crisis na de intocht van Duitse tropen in Oostenrijk. De twee politieke partijen vormden snel een coalitie om zo de in gevaar zijnde onafhankelijkheid beter te kunnen beschermen. Liechtenstein wild ook in de Tweede Wereldoorlog neutraal blijven en het lukte inderdaad om het oorlogsgeweld buiten de landsgrenzen te houden. Spannend werd het alleen in de nacht van 24 op 25 maart 1939, toen een stuk of vijftig nationaal-socialisten naar het regeringsgebouw in Vaduz trok met de bedoeling de regering omver te werpen. De regering van Liechtenstein was echter al ingelicht door de Zwitserse geheime dienst en arresteerde de leiders van de nazi’s.
Op het einde van de Tweede Wereldoorlog trokken veel duizenden krijgsgevangene en dwangarbeiders naar de grenzen van het vrije Liechtenstein. Hiertoe werd op 30 april 1945 door vorstin Gina van Liechtenstein het Liechtensteinse Rode Kruis opgericht om deze mensen te helpen. In mei 1945 dreigden vluchtende SS-troepen de grens over te gaan en de kans op plunderingen waren erg groot. De regering besloot om langs de gehele grens prikkeldraad te leggen om dit gevaar zodoende in te dammen. Ook vluchtten enkele honderden anti-communistische Russische soldaten naar Liechtenstein. Zij werden wel toegelaten en een verzoek tot uitlevering aan de Sovjet-Unie werd brutaalweg genegeerd door de Liechtensteinse regering. De meeste Russen emigreerden in de loop der tijd naar Argentinië.

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede wereldoorlog stond alles in het teken van industrialisatie en een grote economische bloei. Bovendien ontwikkelde Liechtenstein zich tot belangrijk financieel knooppunt. Liechtenstein is sinds de oorlog wel sterk afhankelijk van de vele duizenden buitenlandse werknemers die in het land werken (nu: ca. 11.000). Ook het nationale bewustzijn ontplooide zich steeds verder en de banden met buurland Zwitserland werden verder aangehaald. Op international gebied werden vele verdragen ook door Liechtenstein geratificeerd en men trad tot vele internationale organisaties toe:
1950 Internationaal gerechtshof
1975 Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE)
1978 Raad van Europa
1990 Verenigde Naties
1991 Europese Vrijhandelsassociatie
1995 Europese Economische ruimte
1995 Wereldhandelsorganissatie (WTO)
In 1989 besteeg vorst Hans Adam II de troon, en begon een nieuwe periode in de geschiedenis van Liechtenstein.Deze vorst kenmerkte zich door zijn pragmatische aanpak en hij schuwt fundamentele discussies niet. Zo stelt hij de monarchie ter discussie, echter zonder zijn rechten die hij nu heeft, te verliezen. Zou dat toch gebeuren dan heeft hij al aangekondigd naar het buitenland te vertrekken. Hij heeft geen zin in een zuiver representatieve functie.
In 1995 werd Liechtenstein lid van de EER, de Europese Economische Ruimte. Dit had wel grote consequenties omdat Liechtenstein hierdoor gedwongen werd om alle relevante Europese wetgeving in te voeren en daardoor tevens een onafhankelijker koers ten opzichte van Zwitserland te voeren. Zaken als openbaar vervoer, posterijen en telecommunicatie werden geliberaliseerd.
Economisch heeft Liechtenstein in de jaren negentig volop geprofiteerd van de wereldwijde economische groei. Liechtenstein richt zich nu vooral het creëren van een financieel dienstencentrum met banken, verzekeringsmaatschappijen en telecommunicatiediensten. Liechtenstein wordt echter beperkt door de kleine oppervlakte en het geringe aantal werknemers die de verwachte capaciteit niet kunnen behappen. De kleine oppervlakte zorgt ervoor dat er niet onbeperkt werknemers van buiten Liechtenstein aangenomen kunnen worden. Andere problemen die ook in Liechtenstein spelen of nog gaan spelen zijn de Europese integratie, de milieuproblemen en de grenzen aan de economische groei. Verder zit de kans erin dat Liechtenstein gedicteerd zal gaan worden op het gebied van de binnen- en buitenlandse politiek door de grote landen en door internationale organisaties.
De volksvertegenwoordiging van het vorstendom is de 'Landtag'. Deze kamer bestaat sinds 1990 uit één kamer met 25 leden. Op 13 maart 2005 vonden verkiezingen plaats. Otmar Hasler is de premier van een coalitie van de progressieve volkspartij en de patriottische unie. In januari 2009 zijn er nieuwe verkiezingen en verovert de patriottische unie de absolute meerderheid. Klaus Tschuetscher wordt in maart 2009 premier. Adrian Hasler volgt hem in 2013 op. In juni 2017 is de politieke situatie nog ongewijzigd.

LIECHTENSTEIN LINKS

Advertenties
• Liechtenstein Hotels
• Europa Vliegtickets WTC
• Eliza was here

Nuttige links

Liechtenstein StartBelgië (N)
Liechtenstein Startkabel (N)
Reisinformatie Liechtenstein (N)
Reizendoejezo – Liechtenstein (N)
Telefoongids Liechtenstein
Artikelen en Reisverhalen over LIECHTENSTEIN
  Op verkenning in het ministaatje

Bronnen

Economische Voorlichtingsdienst

Encarta Encyclopedie

Winter, R. de / Basisinformatie Liechtenstein
Liechtensteinse Vriendenkring

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt oktober 2018
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems