Landenweb.nl

LIECHTENSTEIN
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Duits
  Hoofdstad  Vaduz
  Oppervlakte  160 km²
  Inwoners  38.404
  (mei 2019)
  Munteenheid  Zwitserse frank
  (CHF)
  Tijdsverschil  +0 (zomer +1)
  Web  .li
  Code.  LIE
  Tel.  +423

Steden LIECHTENSTEIN

Vaduz

Geografie en Landschap

Geografie

Het vorstendom Liechtenstein (officieel: Fürstentum Liechtenstein) ligt in Centraal-Europa en grenst in het noorden en oosten aan Oostenrijk (34,9 km) en in het zuiden en westen aan Zwitserland (41,1 km). In het westen vormt de Rijnvallei een natuurlijke grens met Zwitserland.

advertentie

Liechtenstein Satellietfoto NASAPhoto: Publiek domein

De oppervlakte van Liechtenstein bedraagt 160 km2 (Schiermonnikoog: 191 km2), en daarmee is het de op drie na kleinste staat in Europa, alleen Vaticaanstad, Monaco en San Marino zijn nog kleiner. Liechtenstein meet van noord naar zuid maximaal 24,5 km en van oost naar west maximaal 12,4 km.

advertentie

Landschap

Het landschap van Liechtenstein is zeer geaccidenteerd. In het noorden bevindt zich een laag plateau, waar ook het laagste punt van Liechtenstein te vinden is, namelijk Ruggeller Riet (430 meter). Deze dalzone beslaat ca. 25% van de totale oppervlakte en ligt op een hoogte tussen 430 en 480 meter.

Ca. 40% van de oppervlakte wordt ingenomen door de hellingen aan de zijde van het Rijndal. Deze steile hellingen zijn sterk bebost.

De hoogste piek in Liechtenstein is de Vorder-Grauspitze met 2599 meter en ligt in de Alpenzone, die ca. 35% van het grondgebied van Liechtenstein beslaat. De alpendalen lopen hier van noord naar zuid. In het Rhätikongebergte op de zuidgrens zijn de hoogste toppen de Falknis (2560 m) en de Naafkopf (2570 m).

advertentie

Vorder-Grauspitz, hoogste berg van LiechtensteinPhoto: Svickova in het publieke domein

Hoogste bergtoppen

Grauspitze2599 m
Schwarzhorn2574 m
Naafkopf2570 m
Falknis2560 m
Falknishorn2452 m
Augenstern2359 m
Plasteikopf2346 m
Gorfion2308 m
Ochsenkopf2286 m
Hochspielerm2226 m

Klimaat en Weer

Liechtenstein heeft een overgangsklimaat (zeeklimaat-landklimaat) met koude en bewolkte winters met veel sneeuw en regen en gematigd warme, vochtige zomers.

In de winter vriest het zelden onder de -15°C (koudste maand is januari) en in de zomermaanden ligt de temperatuur overdag gemiddeld tussen 20 en 28°C (warmste maand is juli).

Van grote invloed op het klimaat is de föhn, een warme zuidenwind die ca. 40 dagen per jaar waait. Vooral in de maand oktober, maar ook in de winter zorgt deze wind tijdelijk voor hogere temperaturen dan normaal.

Gemiddeld valt er in Liechtenstein tussen 900 en 1200 mm neerslag per jaar. In de bergen daarentegen kan wel tot 1900 mm neerslag vallen.

Klimaatgegevens Hoofdstad Vaduz (460m hoogte)

neerslag in mmgemiddelde temperatuur
Januari54-1.1°C
Februari480.4°C
Maart505.0°C
April668.6°C
Mei9113.2°C
Juni12015.9°C
Juli13517.4°C
Augustus13316.3°C
September9413.8°C
Oktober669.1°C
November634.3°C
December530.3°C
Jaar9698.6°C

Planten en Dieren

advertentie

Planten

Het kleine Liechtenstein telt ca. 1600 plantensoorten, waarvan er 800 tot de typische Alpenflora behoren en de rest tot de valleiflora en de berghellingflora. In 1989 besloot de regering van Liechtenstein om het gehele alpengebied tot een beschermd plantengebied uit te roepen.

De Alpenflora bestaat uit ook elders in Europa veel voorkomende planten als edelweiss, gentiaan, vuurlelie, alpenroosje, alpenaster en sneeuwroos. Bijzondere planten zijn onder andere het zeldzame Triglav-dwergstreepzaad, de Zwitserse leeuwentand (Leontodon helveticus), de Senecio abrotanifolius (soort kruiskruid), de blauwgroene steenbreeksoort Saxifraga caesia, de alpenleeuwenbek (Linaria alpina) en de Astragalus sempervirens (een doornige vlinderbloemige).

Het natuurgebied Schwabbrünnen-Äscher wordt gekenmerkt door de vele moerasplanten, waaronder de gewone addertong (Phioglossum vulgatum) en de gele lis (Iris pseudacorus).

Het Ruggeller Riet heeft als meest kenmerkende plant de Siberische iris en van Europese betekenis is de kam- of niervaren (Dryopteris cristata). Verder vindt men hier ca. 450 soorten vaatplanten, 72 soorten moerasplanten en 216 soorten paddestoelen.

De belangrijkste boomsoort in het dalgebied is de beuk, die op sommige plaatsen nog in zijn oervorm te vinden is. Andere veel voorkomende boomsoorten zijn esdoorn, els, lariks en verschillende soorten coniferen.

Een beschrijving van de flora van Liechtenstein is niet volledig als de rijkdom aan orchideeën onvermeld blijft. Op de kleine oppervlakte komen 48 soorten voor, waaronder de zeldzame spookorchis (Epipogium aphyllum), de sierlijke Malaxis monophyllos en verder het vrouwenschoentje (Cypripedium calceolus), het bleek bosvogeltje (Cephalanthera damasonium), het wit bosvogeltje (Cephalantera longifolia), het rood bosvogeltje (Cephalantera rubra), hondskruid (Orchis pyramidalis), moerasorchidee (Orchis palustris) en de Chamorchis alpina.

advertentie

Dieren

Liechtenstein heeft voor een klein land een grote diversiteit aan diersoorten. Zo telt Liechtenstein 55 zoogdiersoorten (waaronder 17 soorten vleermuizen), 140 broedvogels, 7 reptielen, 10 amfibieën en 24 zoetwatervissen.

Ook de insectenwereld kent een grote verscheidenheid, waaronder 120 vlindersoorten, 342 wantsen, 76 boktorren, 72 netvleugeligen, 194 zweefvliegen en 65 galmuggen.

Bij het typische Alpenland Liechtenstein hoort ook een typische Alpenfauna. Naast grote dieren als herten, gemzen, steenbokken en steenarenden behoren hier ook de sneeuwhaas en het Alpenschneehuhn toe. Tot de typische Alpenfauna behoren ook het murmeltier en de Noordse vleermuis, en daarbij de vogels korhoen, alpenheggenmus, ruigpootuil, geelvink, dwerguil, alpenkauw, citroenkanarie, sneeuwvink, waterpieper en rotskruiper.

Inheems zijn ook de alpenlandsalamander, de bruine kikker, de pad, de alpenwatersalamander en de enige slangensoort, de adder.

In de overgang van dal naar berggebied leven reeën, vossen, dassen, zwarte spechten, witrugspechten, oehoes en het vliegend hert, een keversoort.

Geschiedenis

advertentie

Oudheid

De heuvels in het Rijndal werden al in de jonge steentijd (ca. 3000-1800 v.Chr.) bewoond door landbouwers en veetelers. Op grond van bewijzen die zowel in het noorden als het zuiden van Liechtenstein gevonden zijn, worden er vier culturen genoemd die in deze periode belangrijk waren: de Rössense cultuur (4200-3800 v.Chr.), de Lutzengütle-cultuur (ca. 3800-3600 v.Chr.), de Pfyn-cultuur (ca. 3600-2900 v.Chr.) en de Horgense-cultuur (ca. 2900-1800 v.Chr.).

Ook uit de bronstijd (ca. 1800-800 v.Chr.) en de IJzertijd (ca. 800 v.Chr. – 15 n.Chr.)zijn verschillende overblijfselen bekend. De IJzertijd kan weer verdeeld worden in de Hallstatt-periode (ca. 800-400 v.Chr.) en de Latène-periode (ca. 400 v.Chr.-15 n.Chr.). in de Latène-periode vespreidden de Kelten zich over heel Europa en dus ook over het huidige Liechtensteinse grondgebied. Plaatsnamen als Schaan, Eschen en Bendern stammen uit deze periode. Van de oorspronkelijke herkomst van de bewoners van het Rijndal is niet veel bekend.

In 15 v.Chr. werd Liechtenstein ingelijfd bij de Romeinse provincie Retië. De Retiërs werden tribuutplichtig aan het Romeinse rijk en ze werden al snel ingezet als hulptroepen tegen de binnenvallende Germanen. In 212 kregen de Retiërs het Romeinse burgerrecht. De provincie Retië werd aanvankelijk vanuit Augsburg bestuurd maar onder keizer Diocletius verdeeld in Raetia prima en Raetia secunda en vanaf die tijd vanuit Chur bestuurd. De door het Rijndal lopende handels- en heerweg was belangrijk voor de Romeinen want liep van Rome naar het noorden.

Nog tijdens de Romeinse periode werd het christendom al in deze regio geïntroduceerd. De echte bekering van de bevolking gebeurde echter vanuit andere landen, volgens de overleveringen o.a. door de heilige Lucius, de latere schutspatroon van Liechtenstein.

advertentie

Middeleeuwen

Halverwege de 5e eeuw trokken de Romeinen zich terug uit dit gebied en werden opgevolgd door de noordelijke Alemannen die tussen 476 en 493 het gebied koloniseerden en in vrede met de Retiërs samenleefden. Rond 493 werd Retië door Theoderik, de koning van de Ostrogoten, ingelijfd, maar hij liet wel alle bestuursvormen ongemoeid. Na de dood van Theoderik kwam het gebied in 536 onder de heerschappij van de Franken te staan en werd onderdeel van de kerkelijke staat Churretië, met Chur als hoofdstad.

Begin negende eeuw was Karel de Grote de alleenheerser over het Frankische rijk en onder zijn bewind werd het bestuur van zijn grondgebied gecentraliseerd en werd Retië een hertogdom, bestuurd door afstammelingen van Karel. Na het verdrag van Verdun in 843 kwam Retië onder het bewind van Lodewijk de Duitser, die heerste over het Oost-Frankische rijk. Retië werd verdeeld in twee graafschappen, Boven Retië en Beneden-Retië, die op hun beurt weer verdeeld werden in twee gouwen. In 911 overleed de laatste Karolingische vorst, Lodewijk het Kind, en werden Retië en Zwaben samengevoegd tot een Alemaans hertogdom en dat zou tot 1208 duren.

In die periode viel het huidige Liechtenstein toe aan het adellijke geslacht van de graven van Bregenz, die over Beneden-Retië regeerden en door huwelijken aan de nakomelingen van Karel de Grote verwant waren. Deze graven waren zeer machtig in Midden-Europa, bezaten veel geld en hadden grote bezittingen o.a. rond het Bodenmeer. In de twaalfde eeuw stierf het gravengeslacht in de mannelijke lijn uit en in 1142 erfde Rudolf, zoon van Elisabeth van Bregenz, alle bezittingen. De nakomelingen van deze Rudolf verbonden zich met de graven van Montfort en Werdenberg, maar hun landgoederen werden door vele boedelscheidingen telkens weer opgedeeld. Door deze delingen ontstond in 1342 het graafschap Vaduz als zelfstandige politieke eenheid, en graaf Hartmann I nam zijn intrek op Slot Vaduz, dat vanaf die tijd de residentie van het heersersgeslacht werd.

In 1363 kwam Tirol in het bezit van de Habsburgers en zij lieten hun oog o.a.vallen op het huidige Liechtenstein. Hierop sloten de ridders en steden in dit gebied bondgenootschappen om dit tegen te gaan. Verder werd aan koning Wenzel II verzocht om van de landgoederen Vaduz en Schellenberg een immediaat, ofwel, rijksvrij territorium te verklaren. Hierdoor zouden zij gegarandeerd zijn van bescherming tegen de Habsburgers. In 1396 verleende Wenzel het graafschap immediaat. Dit hield in dat men nog steeds zelfstandig bestuur en rechtspraak kon uitoefenen maar ook dat ze rechtstreeks verantwoording schuldig waren aan de Keizer en het rijk en niet onder jurisdictie van een lokale heerser viel, zoals in het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie gewoon was. Het immediaat verviel pas in 1806 toen het Rijk opgeheven werd.

15e eeuw

Van 1416 tot 1507 waren de baronnen van Brandis uit het Berner Oberland de nieuwe heersers over het gebied waarbij in 1434 ook het noorden van Liechtenstein in hun bezit kwam. Sinds die tijd zijn het oude graafschap Vaduz (nu: Oberland) en de oude heerlijkheid Schellenberg (nu: Unterland) verenigd. Van 1401-1408 woedde de Appenzellse Oorlog waarin boeren van Schellenberg de kastelen Oud- en Nieuw-Schellenberg vernietigden. In 1408 leed Appenzell een nederlaag.

Halverwege de 15e eeuw, van 1436 tot 1450, speelde zich de Oude Zürische Oorlog af waarbij veel Liechtensteiners sneuvelden en in 1445 werd Balzers geplunderd en afgebrand.

Aan het einde van deze eeuw, in 1499, werd de burcht Vaduz door de Zwitsers verwoest. Dit was meteen het einde van het geslacht Brandis en een nieuwe band met Oostenrijk na de oorlog. De Brandisers werden opgevolgd door de graven van Sulz, die de landgoederen Vaduz en Schellenberg gekocht hadden. Onder hun bewind werden de banden met de Oostenrijkse keizers en het Habsburgse huis verder aangehaald. De rooms-katholieke Sulzers zorgde ervoor dat Liechtenstein zelfs in de tijd van de Reformatie katholiek bleef.

Zestiende eeuw en zeventiende eeuw

Vanuit Zuid-Duitsland brak er in 1525 een boerenopstand uit die ook doordrong tot in Vaduz en Schellenberg. De graven deden echter een beroep op de Oostenrijkers om hulp en daardoor liep de opstand met en sisser af. De rest van deze eeuw werd een periode van relatieve rust en voorspoed. De laatste graaf, Karl Ludwig, vervulde belangrijke functies in het Oostenrijkse leger en had eigenlijk geen tijd om zich met Liechtenstein te bemoeien. Uiteindelijk verkocht hij al zijn bezittingen in 1613 aan zijn schoonzoon, Kaspar van Hohenems.

In de 17e eeuw had Liechtenstein het zwaar te verduren, o.a door de pest en door de Zweden die in 1648, aan het einde van de Dertigjarige Oorlog, Liechtenstein bereikten. De bevolking kon alleen door een zeer hoog losgeld te betalen voorkomen dat hun land verwoest zou worden. Dramatisch voor Liechtenstein waren ook de heksenvervolgingen, die op dat moment in Europa woedden en 300 mannen en vrouwen het leven kostte. Als gevolg van deze erbarmelijke toestanden besloten een rechter uit Vaduz en een burgemeester uit Schellenberg te gaan klagen bij Keizer Leopold I in Wenen. De keizer liet de zaak onderzoeken door een keizerlijke commissaris, vorstabt Rupert von Kempten, die de graaf uit zijn ambt zette. De situatie was echter onhoudbaar en hij was genoodzaakt om in 1699 Schellenberg (115.000 gulden) en in 1712 Vaduz (290.000 gulden) te verkopen aan vorst Johann Adam Andreas van Liechtenstein (de Rijke).

Vorstendom Liechtenstein

De vorsten van Liechtenstein stonden in groot aanzien bij de keizer van het heilige Roomse Rijk der Duitse Natie en dit leidde ertoe dat beide gebieden op 23 januari 1719 tot het nieuwe vorstendom Liechtenstein werden verheven en de 343e staat van het Heilige Roomse Rijk werden.

Rond deze tijd brak in Europa de tijd van het absolutisme aan en dit betekende voor de inwoners van Liechtenstein een achteruitgang in hun burgerrechten. De gehele 18e eeuw probeerden de Liechtensteinse vorsten hun absolute macht uit te breiden, en dat stuitte natuurlijk op veel verzet van de bevolking. Daar kwam nog bij dat de vorsten altijd in Oostenrijk bleven en nauwelijks een idee hadden hoe de situatie in Liechtenstein werkelijk was. Ze werden op de hoogte gehouden door landvoogden, die de vorsten vaak van zeer eenzijdige berichten gaven. Pas onder landvoogd Menzinger, vanaf 1788, zou het de bevolking wat beter gaan. O.a. de leerplicht werd in 1805 ingevoerd en het lijfeigenschap verdween in 1808. De eerste vorsten van Liechtenstein bezochten het vorstendom nooit, pas vorst Franz Josef II koos sinds 1938 Liechtenstein als zijn vaste residentie.

Ook de Franse Revolutie ging niet zomaar aan Liechtenstein voorbij. Europese vorsten werden verschillende zogenaamde “coalitieoorlogen” tegen de Fransen, die in 1815 eindigden met de befaamde Slag bij Waterloo. Tijdens de tweede coalitieoorlog ( 1799-1802) bezette Frankrijk de linker Rijnoever en daarop stelde Liechtenstein een vijftien soldaten en twee ruiters tellend “leger” ter beschikking aan de Oostenrijkers, die Liechtenstein trouwens al sinds 1794 bezet hielden. Op 6 maart 1799 trokken de Fransen de Rijn over en uitgerekend op Liechtensteins grondgebied werd een compleet slagveld. Bij Feldkirch vielen meer dan 4000 doden en de Fransen wonnen uiteindelijk van de Oostenrijkers.

Negentiende eeuw

Op 9 februari 1801 kwam er met de Vrede van Lunéville een einde aan de oorlog voor Liechtenstein. Belangrijk voor Liechtenstein was verder dat voor het eerst de grenzen tussen Zwitserland en Liechtenstein duidelijk werden vastgelegd. Naar later zou blijken waren dit tot op de dag van vandaag de laatste oorlogshandelingen die zich op het gebied van Liechtenstein zouden afspelen.

De derde coalitieoorlog werd in 1805 door Napoleon gewonnen en de Vrede van Pressburg pakte voorde geallieerden slecht uit. Namens Oostenrijk werd de vrede door vorst Johannes I van Liechtenstein ondertekend. Belangrijkste gevolg was dat de Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie ophield te bestaan en door Napoleon werd vervangen door de zogenaamde Rijnbond, een vereniging van zestien staten, die door hun deelname van hun staatkundige zelfstandigheid werden verzekerd. Het merkwaardige feit deed zich echter voor dat vorst Johannes I van Liechtenstein niet eens de kans kreeg om het verdrag te ondertekenen. Napoleon besloot een voidieom Liechtenstein op 12 juli 1806 op te nemen in de Rijnbond en verleende het land daarmee souvereiniteit en Johannes werd soeverein vorst. Een probleem vormde nog wel zijn status als Oostenrijks generaal. Napoleon had in het verdrag laten opnemen dat iedereen die in vreemde staatsdienst was, zijn vorstendom aan een van zijn zonen moest afstaan. Hierdoor werd de driejarige zoon van Johannes formeel op de troon geheven maar zijn vader bleef als regent aan zijn zoon gewoon verder regeren. Na de nederlaag van Napoleon in 1815 nam Johannes de troon weer van zijn zoon over.

In 1813 was Liechtenstein al toegetreden tot de kleine alliantie van Oostenrijk, Pruisen en Rusland, die zich tegen de Fransen richtte. Het grote voordeel voor Liechtenstein was dat ze hierdoor ook door deze drie grote Europese machten als soeverein erkend werd en dat werd na het Congres van Wenen in 1815 nogmaals bekrachtigd. Tijdens het Congres werd de Duitse Bond opgericht, in feite een militaire alliantie om aanvallen op de bondsstaten beter te kunnen weerstaan. Ook Liechtenstein was lid van de Bond en via een speciale constructie, bedoeld voor de kleine staten, vertegenwoordig in de Bondsdag, het hoogste orgaan van de Bond. De kleine staten waren verzameld in een zogenaamde curie en hadden maar één stem. Liechtenstein zat samen met Waldeck, Schaumburg, Lippe, Reuss en Hohenzollern in de 16e kurie. De stem van Liechtenstein werd echter niet eenmaal gehoord. In het Europese revolutiejaar 1848 trad de roep om meer democratie en gekozen parlementen weer maar in 1852 werden alle vernieuwingen weer teruggedraaid en werden de vorsten weer de absolute heersers. De Duitse bond werd geteisterd door grote rivaliteit tussen de grote staten Oostenrijk en Pruisen. Pruisen forceerde een doorbraak door in 1866 het hertogdom Holstein eenvoudig te annexeren. Oostenrijk riep daarop het parlement van de Duitse Bond bij elkaar en eiste een veroordeling en het sturen van een bondsleger naar Pruisen. Pruisen trad als reactie hierop uit de Bond en er brak een oorlog uit tussen Pruisen en Oostenrijk. De oorlog werd gewonnen door Pruisen en Oostenrijk werd bij de vrede van Praag gedwongen om de opheffing van de Duitse Bond te aanvaarden. Liechtenstein was tot die tijd altijd lid van de Duitse Bond gebleven maar werd in 1871 niet opgenomen in het nieuw gestichte Duitse Keizerrijk.

Tot de Tweede Wereldoorlog

De tijd voor de Eerste Wereldoorlog werd gekenmerkt door een bescheiden groei van de economie, maar daar moest hard voor gewerkt worden. Veel vrouwen werkten in de textielindustrie en de meeste mannen en in de landbouw. Anderen trokken in de zomer naar b.v. Zwitserland en Frankrijk als bouwvakker. De landbouw was echter nog steeds de belangrijkste bron van inkomen en de bevolking had het niet gemakkelijk. Opmerkelijk was wel dat er toen als een veelvoud van staatsbegroting door de mensen van Liechtenstein bij de nationale spaarbank gedeponeerd. In die tijd werden ook de eerste munten en postzegels uitgegeven nadat in 1912 het Postverdrag met Oostenrijk tot stand kwam.

Na de Eerste Wereldoorlog zagen de geallieerden in Liechtenstein geen onafhankelijke staat maar een soort provincie van Oostenrijk. Toen Liechtenstein in 1920 het lidmaatschap van de Volkenbond (nu: Verenigde Naties) aanvroeg , was eigenlijk alleen Zwitserland voor toelating. Liechtenstein had het ondertussen zeer moeilijk als gevolg van de oorlog. Er heerste honger, door de snelle inflatie ging een groot deel van het nationale spaartegoed verloren en de hele industrie lag stil door een gebrek aan grondstoffen. Vorst Johannes II sprong in de bres voor zijn volk en schonk in deze moeilijke tijd ca. anderhalf miljoen Zwitserse franken, bijna 31/2 maal zoveel als de hele staatsbegroting uit die tijd.

Op 2 augustus 1919 sprak het parlement zich uit voor het sinds 1852 stammende Douaneverdrag met Oostenrijk en men ging zich steeds meer richten op Zwitserland. Op 30 augustus werd de Oostenrijks-Liechtensteinse grens gesloten en op 7 november 19919 werd de Oostenrijkse Landesverweser Baron von Imhof van zijn ambt ontheven en koos de Landtag een voorlopige regering bestaande uit alleen Liechtensteiners. Meteen hierna werden er onderhandelingen met Zwitserland gehouden en overeengekomen werd dat Zwitserland voorlopig Liechtenstein diplomatiek in het buitenland zou vertegenwoordigen. Op 1 januari 1924 trad een Douaneverdrag tussen Zwitserland en Liechtenstein in werking. Dit hield in dat Zwitserse douanebeambten de Liechtensteins-Oostenrijkse grens bewaakten. Sinds het Postverdrag met Oostenrijk in 1911 ontwikkelde zich langzamerhand een nationaal bewustzijn onder de Liechtensteinse bevolking. In 1918 werden de eerste directe verkiezingen gehouden, nog wel alleen onder de mannelijke bevolking. Op dat belangrijke moment waren er ook politieke partijen nodig en nam men de regering in eigen handen onder het motto “Liechtenstein den Liechtensteinern”. Op 5 oktober kwam er een nieuwe grondwet tot stand die onder meer bevatte het recht op initiatief en referendum. Ook werd bepaald dat de minister-president Liechtensteiner van geboorte moest zijn en dat alle gerechtshoven in Liechtenstein gevestigd moesten zijn. In 1924 werd de Zwitserse frank tot officiële munteenheid van het vorstendom gekozen, een feit dat pas in 1980 door Zwitserland werd erkend. In 1927 werd Liechtenstein getroffen door een natuurramp. In de herfst van dat jaar trad de Rijn buiten haar oevers en zette meer dan de helft van het Rijndal, met name in het Unterland, onder water.

Liechtenstein werd in de jaren dertig van de vorige eeuw zwaar getroffen door de wereldwijde economische crisis. De werkloosheid nam schrikbarende vormen aan en werd nog versterkt door terugkerende bouwvakkers uit Zwitserland, die daar ontslagen waren. Politiek raakte Liechtenstein in een crisis na de intocht van Duitse tropen in Oostenrijk. De twee politieke partijen vormden snel een coalitie om zo de in gevaar zijnde onafhankelijkheid beter te kunnen beschermen. Liechtenstein wild ook in de Tweede Wereldoorlog neutraal blijven en het lukte inderdaad om het oorlogsgeweld buiten de landsgrenzen te houden. Spannend werd het alleen in de nacht van 24 op 25 maart 1939, toen een stuk of vijftig nationaal-socialisten naar het regeringsgebouw in Vaduz trok met de bedoeling de regering omver te werpen. De regering van Liechtenstein was echter al ingelicht door de Zwitserse geheime dienst en arresteerde de leiders van de nazi’s.

Op het einde van de Tweede Wereldoorlog trokken veel duizenden krijgsgevangene en dwangarbeiders naar de grenzen van het vrije Liechtenstein. Hiertoe werd op 30 april 1945 door vorstin Gina van Liechtenstein het Liechtensteinse Rode Kruis opgericht om deze mensen te helpen. In mei 1945 dreigden vluchtende SS-troepen de grens over te gaan en de kans op plunderingen waren erg groot. De regering besloot om langs de gehele grens prikkeldraad te leggen om dit gevaar zodoende in te dammen. Ook vluchtten enkele honderden anti-communistische Russische soldaten naar Liechtenstein. Zij werden wel toegelaten en een verzoek tot uitlevering aan de Sovjet-Unie werd brutaalweg genegeerd door de Liechtensteinse regering. De meeste Russen emigreerden in de loop der tijd naar Argentinië.

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede wereldoorlog stond alles in het teken van industrialisatie en een grote economische bloei. Bovendien ontwikkelde Liechtenstein zich tot belangrijk financieel knooppunt. Liechtenstein is sinds de oorlog wel sterk afhankelijk van de vele duizenden buitenlandse werknemers die in het land werken (nu: ca. 11.000). Ook het nationale bewustzijn ontplooide zich steeds verder en de banden met buurland Zwitserland werden verder aangehaald. Op international gebied werden vele verdragen ook door Liechtenstein geratificeerd en men trad tot vele internationale organisaties toe:

In 1989 besteeg vorst Hans Adam II de troon, en begon een nieuwe periode in de geschiedenis van Liechtenstein.Deze vorst kenmerkte zich door zijn pragmatische aanpak en hij schuwt fundamentele discussies niet. Zo stelt hij de monarchie ter discussie, echter zonder zijn rechten die hij nu heeft, te verliezen. Zou dat toch gebeuren dan heeft hij al aangekondigd naar het buitenland te vertrekken. Hij heeft geen zin in een zuiver representatieve functie.

In 1995 werd Liechtenstein lid van de EER, de Europese Economische Ruimte. Dit had wel grote consequenties omdat Liechtenstein hierdoor gedwongen werd om alle relevante Europese wetgeving in te voeren en daardoor tevens een onafhankelijker koers ten opzichte van Zwitserland te voeren. Zaken als openbaar vervoer, posterijen en telecommunicatie werden geliberaliseerd.

Economisch heeft Liechtenstein in de jaren negentig volop geprofiteerd van de wereldwijde economische groei. Liechtenstein richt zich nu vooral het creëren van een financieel dienstencentrum met banken, verzekeringsmaatschappijen en telecommunicatiediensten. Liechtenstein wordt echter beperkt door de kleine oppervlakte en het geringe aantal werknemers die de verwachte capaciteit niet kunnen behappen. De kleine oppervlakte zorgt ervoor dat er niet onbeperkt werknemers van buiten Liechtenstein aangenomen kunnen worden. Andere problemen die ook in Liechtenstein spelen of nog gaan spelen zijn de Europese integratie, de milieuproblemen en de grenzen aan de economische groei. Verder zit de kans erin dat Liechtenstein gedicteerd zal gaan worden op het gebied van de binnen- en buitenlandse politiek door de grote landen en door internationale organisaties.

De volksvertegenwoordiging van het vorstendom is de 'Landtag'. Deze kamer bestaat sinds 1990 uit één kamer met 25 leden. Op 13 maart 2005 vonden verkiezingen plaats. Otmar Hasler is de premier van een coalitie van de progressieve volkspartij en de patriottische unie. In januari 2009 zijn er nieuwe verkiezingen en verovert de patriottische unie de absolute meerderheid. Klaus Tschuetscher wordt in maart 2009 premier. Adrian Hasler volgt hem in 2013 op. In juni 2017 is de politieke situatie nog ongewijzigd.

Bevolking

Algemeen

In Liechtenstein woonden in 2017 38.244 mensen. Liechtenstein is een tamelijk dichtbevolkt land met ca. 239 inwoners per km2. Het Rijndal is het dichtst bevolkte deel van Liechtenstein. De grootste gemeenten zijn Vaduz en Schaan.

Het meest opvallend aan de bevolkingssamenstelling van Liechtenstein is dat ongeveer een derde van de bevolking uit het buitenland komt om voor kortere of langere tijd in Liechtenstein te werken. De bevolking bestaat voor 65,6% uit autochtone Liechtensteiners, voor 15% uit Zwitsers, voor 7% uit Oostenrijkers en voor 4% uit Duitsers.

Ca. 86% van alle Liechtensteiners woont op het platteland, ca. 14% woont in de steden.

Demografische gegevens

Bevolkingssamenstelling in 2017:

Taal

De officiële taal van Liechtenstein is het Duits, maar dat wordt eigenlijk alleen gebruikt als ambtelijke taal en als voertaal in het onderwijs.

De spreektaal van praktisch alle Liechtensteiners, ook wel het Liechtensteiner Düütsch wordt genoemd, is echter een Alemannisch dialect, dat ook op radio en televisie veelvuldig gebruikt wordt

Binnen dit dialect valt op, dat elke gemeente wel een eigen variant heeft. Er zijn echter drie duidelijke dialectgebieden aan te wijzen: de gemeenten in het Rijndal van het Oberland, de gemeente Triesenberg en het Unterland.

Godsdienst

Een kleine 80% van de bevolking is rooms-katholiek en de rooms-katholieke kerk geniet als ‘Landeskirche’ een door de staat beschermde status. Vanaf 2 december 1997 bestaat het zelfstandige aartsbisdom Vaduz. Tot die datum behoorde Liechtenstein tot het rooms-katholieke Zwitserse bisdom Chur. Liechtenstein telt op dit moment tien parochies.

7% van de bevolking is aanhanger van de twee protestantse kerkgenootschappen: de Evangelische Kirche im Fürstentum Liechtenstein en de Evangelisch-Lutherische Kirche im Fürstentum Liechtenstein.

Enkele marginale kerkgenootschappen zijn de Pinkstergemeente, de Baha’i Gemeenschap, de Freie Evangelische Gemeinde in de stad Schaan en de Islamische Gemeinschaft im Fürstentum Liechtenstein.

De schutspatroon van Liechtenstein is de heilige Sint Lucius, die in de eerste eeuwen van onze jaartelling geleefd moet hebben. Hij was een Engelse koning die het Liechtensteinse volk bekeerd zou hebben.

Samenleving

Staatsinrichting

Het vorstendom Liechtenstein is een constitutionele erfmonarchie op democratische en parlementaire grondslag. De opvolging van het staatshoofd gebeurt dus niet via verkiezingen, maar wordt geregeld door de Huiswet van het Huis Liechtenstein, het vorstenhuis. De erfelijke opvolging geschiedt uitsluitend in de mannelijke lijn. De staatsmacht wordt gezamenlijk gedragen door de vorst en door het parlement. Verder is er een directe invloed van het volk door middel van het recht van initiatief en referendum.

De vorst (Fürst of Landesfürst)is het onschendbare hoofd van de staat, die zich uiteraard wel aan de grondwet en andere wetten dient te houden. Elke wet moet door de vorst gesanctioneerd worden en dient door het contraseign van de minister-president te zijn voorzien. Dit gebeurt omdat de laatste de politieke en juridische verantwoordelijkheid heeft. Via ‘Notstandsrecht’ kan de vorst zonder medewerking, maar wel na goedkeuring van de regering, verordeningen uitvaardigen. De macht van de vorst reikt heel ver, want hij kan het parlement bijeen roepen, verdagen en zelfs opheffen.

De Liechtensteinse bevolking heeft het ‘recht van initiatief’ en het ‘recht van referendum’. Het eerstgenoemde recht houdt in dat men wetsvoorstellen mag indienen; het laatstgenoemde recht houdt in dat men referenda mag uitschrijven op het gebied van wetgeving, financiële besluiten en staatsverdragen. Hiervoor zijn per soort referendum een minimum aantal handtekeningen van stemgerechtigde burgers nodig.

Het actief en passief kiesrecht (opkomstplicht!) is voorbehouden aan elke Liechtensteinse staatsburger van 18 jaar en ouder. Vrouwen hebben pas sinds 1986 kiesrecht. Er zijn landelijke en gemeentelijke verkiezingen volgens het principe van de evenredige vertegenwoordiging.

De 25 leden tellende volksvertegenwoordiging of ‘Landtag’ bestaat sinds 1989.. Liechtenstein is verdeeld in twee kiesdistricten en van de 25 afgevaardigden komen er 15 uit het Oberland en 10 uit het Unterland.

De leden van de Landtag worden voor een periode van vier jaar gekozen en er bestaat voor politieke partijen een kiesdrempel van 8%.

De Liechtensteinse regering is uiteraard volledige verantwoording schuldig aan de Landtag en bestaat uit een minister-president en vier ministers. De regering zit maximaal vier jaar op het pluche en zij worden met toestemming en op voordracht van het parlement door de vorst benoemd. Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Onderwijs

Het volledige onderwijs staat onder toezicht en wordt betaald door de overheid. Vanaf ca. vijf jaar mogen kinderen naar de Kindergarten. De wettelijke leerplicht omvat negen jaar en duur vanaf het zevende tot en met vijftien jaar.

Scholieren bezoeken eerst vijf jaar de Primarschule en daarna een van de volgende middelbare scholen: Oberschule (4 jaar), de Realschule (4 jaar) of het Liechtensteinisches Gymasium (8 jaar).

Omdat in Liechtenstein met name hoger onderwijs niet voldoende kan worden aangeboden, subsidieert de Liechtensteinse regering vele buitenlandse onderwijsinstellingen. In ruil daarvoor kunnen een aantal Liechtensteinse studenten gegarandeerd geplaatst worden. Op dit moment zijn er drie instellingen voor wetenschappelijk onderwijs in Liechtenstein: in de de Fachhochschule Liechtenstein en de Universität für Humanwissenschaften en in Triesenberg de Internationale Akademie für Philosophie. De meeste studenten uit Liechtenstein studeren echter in het buitenland, met name in Zwitserland.

Economie

Algemeen

De belangrijkste sectoren van de Liechtensteinse economie zijn de dienstverlening en de industrie, die beide voornamelijk op de export gericht zijn. Ook bijna alle arbeidskrachten zijn werkzaam voor de exportindustrie. Gemeten aan het aantal inwoners is Liechtenstein zelfs het meest geïndustrialiseerde land ter wereld.

Van de arbeidsplaatsen worden er zeer veel door forensen uit het buitenland ingenomen. Veel vacatures kunnen alleen door buitenlanders ingevuld worden, ondanks de strenge voorwaarden waaraan voldaan moet worden om een werkvergunning te krijgen.

Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkelde Liechtenstein zich tot een van de welvarendste landen ter wereld met een gemiddeld jaarinkomen dat op de eerste of tweede plaats staat wereldwijd!

Sinds 1995 is Liechtenstein, naast de leden van de Europese Unie aangevuld met IJsland en Noorwegen, lid van de Europese Economische Ruimte. De EER is als het ware een vrijhandelszone heeft tot doel om van heel Europa een vrije markt te maken met onder andere vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen. Het besluit om lid te worden van de EER botste enigszins met de al sinds 1923 bestaande douane-unie met Zwitserland, maar in goed overleg met alle betrokken partijen konden beide economische overeenkomsten naast elkaar blijven bestaan.

Bankwezen

Het bankwezen is een belangrijke sector voor de Liechtenstein economie en heeft zich sinds de Tweede Wereldoorlog bijzonder voorspoedig ontwikkeld. Kenmerkend voor het bankwezen is de grote geheimhouding waar klanten op kunnen vertrouwen. Alleen in het geval van misdrijven is inzage mogelijk van bankbescheiden en bij rechtszaken is men verplicht om openheid van zaken te geven. Sinds mei 1996 is geld witwassen en handel met voorkennis strafbaar. Enkele jaren later is ook het anoniem storten van gelden bij Liechtensteinse banken verboden.

Al sinds 1924 gebruikt men in Liechtenstein de Zwitserse frank, zowel voor munten als voor bankbiljetten. Eigen bankbiljetten heeft men zelfs nooit gekend, wel worden af en toe zilveren en gouden munten uitgegeven.

Agrarische sector

Voor de landbouw beschikt Liechtenstein over ca. 35 km2 grond en daar komt nog ca. 25 km2 weidegrond bij. De vruchtbare landbouwgronden liggen voor het grootste gedeelte in het Rijndal en profiteren van het gunstige klimaat.

Liechtenstein telt ca. 350 agrarische bedrijven en voorziet zichzelf voor 50% met eigen landbouwproducten. In de akkerbouw neemt de productie van haver, gerst, voedergraan en aardappelen een belangrijke plaats in. Enkele tientallen bedrijven houden zich bezig met de groenteteelt, met name spinazie, wortelen, erwten, bonen en rode bieten. De fruitteelt stelt niet zoveel meer voor: appels, peren, pruimen en kersen zijn de belangrijkste producten.

Voor de agrarische sector is de veeteelt het belangrijkste, en dan met name de melkproductie. Wat melkproducten betreft is Liechtenstein zelfvoorzienend. Naast ca. 2500 koeien (vooral Zwitsers bruinvee) zijn er nog enkele duizenden varkens en schapen.

Wijnbouw en bosbouw

Liechtenstein heeft een vrij mild klimaat, en daardoor is wijnbouw mogelijk. De totale oppervlakte van de huidige wijngaarden bedraagt ongeveer 1400 ha.

De meest gebruikte druivensoort is de blauwe Bourgondiër. De Liechtensteinse wijn behoort tot de beste uit de regio Oost-Zwitserland. De vorstelijke wijngaarden brengen onder andere de Vaduzer Beerli, de Vaduzer Marc en de Vaduzer Süssdrück voort; particulier geproduceerde wijnen zijn onder andere Triesner Kretzer, Schaaner Ablass, Bendura, Eschner Feuergold en Schellenberger.

Meer dan een derde van de totale oppervlakte van Liechtenstein bestaat uit bossen. Ca. 90% van deze bossen is in handen van de gemeenten en de acht Alpengenossenschaften. De bossen produceren ruwe bouwstoffen, want meer dan 50% van de hoogstambossen is economisch rendabel. Ook voor de recreatie zijn de bossen van belang.

Industrie en Handel

Na de Tweede Wereldoorlog expandeerde de geheel op de export gerichte Liechtensteinse economie sterk. Echte industriële centra zijn er niet en door het ontbreken van delfstoffen is er ook geen zware industrie. De grootste industrietakken zijn de metaalverwerking en de machine- en apparatenbouw.

In 2017 exporteerde Liechtenstein ter waarde van een bedrag van $3,2 miljard en importeerde voor iets meer dan $2,2 miljard euro vooral naar de landen van de Europese Economische Ruimte. Deze cijfers zijn exclusief de handel van en naar Zwitserland.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Wat het toerisme betreft is Liechtenstein vooral afhankelijk van het dagtoerisme, waarbij vooral de hoofdstad Vaduz bezocht wordt. Liechtenstein wordt vooral aangedaan door busondernemingen die zich richten op reizen naar Midden-Europa.

Liechtenstein telt enkele tientallen hotels en (jeugd)herbergen, en verder vakantiewoningen en pensions en kamers bij particulieren. Ook zijn er nog twee campings.

De meeste toeristen komen uit Duitsland en Zwitserland.

De hoofdstad van het vorstendom Liechtenstein is Vaduz. Bezienswaardigheid nummer één is natuurlijk het Schloss Vaduz, helaas dus niet open voor publiek, maar ook de moeite waard om enkel van buitenaf te bekijken. Het kasteel ligt op een heuvel en torent hoog boven de stad uit. Overal waar je in Vaduz bent, kun je het slot zien. De oudste delen van het kasteel stammen uit de 12e eeuw. De St. Florin Kathedraal, ook wel de Vaduz Kathedraal genoemd, is een prachtige neogotische kerk. De kathedraal vormt het centrum van de het Rooms-katholieke aartsbisdom Vaduz. Sinds 1997 is het officieel een kathedraal daarvoor was het een parochiekerk. Lees meer op de Vaduz pagina van Landenweb.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

LIECHTENSTEIN LINKS

Advertenties
• ANWB vakantie boeken Liechtenstein
• Vliegtickets Zurich Tix.nl
• Liechtenstein Hotels
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals
• Tradetracker plaats advertenties en verdien geld
• Zurich Vliegtickets.nl

Nuttige links

Liechtenstein StartBelgië (N)
Liechtenstein Startkabel (N)
Reisinformatie Liechtenstein (N)
Reizendoejezo – Liechtenstein (N)
Telefoongids Liechtenstein

Bronnen

Economische Voorlichtingsdienst

Encarta Encyclopedie

Winter, R. de / Basisinformatie Liechtenstein

Liechtensteinse Vriendenkring

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems