KENIA   

Algemeen

De economie van Kenia is moderner dan die van de andere Oost-Afrikaanse landen. Ca. 75% van de beroepsbevolking was in 2013 werkzaam in de landbouw; de bijdrage van deze sector aan het bruto nationaal product (bnp) was echter slechts 29,3%. Het overgrote deel van de Kenianen woont in een gebied met redelijk tot goede akkerbouwgronden (20% van het totaaloppervlak). De plattelandsbevolking leeft echter voor bijna de helft op het bestaansminimum. Toch is de landbouw de belangrijkste deviezenbron (de helft van de export bestaat uit landbouwproducten, m.n. koffie en thee), gevolgd door het snel groeiende toerisme. De steeds weerkerende perioden van grote droogte zijn een groot probleem voor de landbouwsector.
Industrie (ca. 15% van het bnp in 2013) en handel (ca. 10% van het bnp) berusten vnl. op particulier ondernemerschap. De industriële, agrarische en toeristensector zijn voor een groot deel in handen van buitenlandse ondernemingen. Hoewel de overheid een grotere Keniaanse deelname in de economie voorstaat, moedigt zij ook buitenlandse bedrijven aan in Kenia te investeren. Een belangrijk probleem is de werkloosheid (in 2013 ca. 40%), die vooral door de zeer snelle bevolkingsgroei wordt veroorzaakt. Schoolverlaters vinden vooral werk in de informele sector en in familieverband, in de bouw van huizen voor eigen gebruik en in de lokale dienstverlening. De ontwikkeling van niet- agrarische inkomensbronnen, evenals de herverdeling van de landbouwbedrijven, moet een antwoord geven op de snelle bevolkingsgroei.
Een ander probleem is de tegenvallende economische groei; de gemiddelde jaarlijkse groei bedraagt slechts 2% tegen een bevolkingsgroei van vrijwel 4%.(in 2013 een goede groei van 5%.) Oorzaken hiervan zijn de achterblijvende landbouwproductie en de negatieve resultaten van een industrialisatiepolitiek die gericht was op het terugdringen van import. De afhankelijkheid van buitenlands kapitaal is groot. De buitenlandse schuld bedraagt 53% van het BNP. (2013)

Een handicap voor de economische ontwikkeling vormt ten slotte het gebrek aan delfstoffen en energiebronnen, zoals aardolie, aardgas en steenkool.
Buitenlandse hulp is zeer belangrijk voor de economie. In ontwikkelingsplannen ligt de nadruk op bestrijding van de armoede en de zgn. Keniasering van de economie. Andere opvallende punten zijn bestrijding van de corruptie, totale uitroeiing van het analfabetisme, verbetering van de medische voorzieningen en het transportsysteem. Er worden veel investeringen gedaan in de toeristensector. Ontwikkelingsactiviteiten worden veelal gedragen door kerkelijke groeperingen, vaak vanuit het buitenland ondersteund.

Landbouw, veeteelt, visserij en bosbouw

Kenia is net als veel andere Afrikaanse landen een agrarisch land. Het grootste deel van de bevolking woont dan ook op het platteland. Maar dertien procent van het land is goed geschikt voor landbouw, omdat daar voldoende regen valt. De helft van de agrarische productie wordt op de consumentenmarkt verkocht en de rest is voor eigen gebruik. Kenia voorziet vrijwel in de eigen voedselbehoefte, op graan na.
De belangrijkste landbouwproducten zijn sisal, pyrethrum (grondstof voor een insectenbestrijdingsmiddel), tarwe, suiker, ananas en katoen. Maïs is het hoofdvoedsel dat vooral goed gedijt in warme, vochtige streken. De productie van koffie en thee wordt vooral gestimuleerd als exportproduct. In jaren met een goede productie was de thee goed voor 25% van de totale inkomsten uit export. Groeisectoren zijn verder groenten en vooral de bloementeelt, die voor ca. twee derde in Aalsmeer geveild wordt. Alleen grote landbouwondernemingen kunnen winstgevend produceren, maar zijn een uitzondering. Na de grote landhervorming kregen de Afrikaanse boeren en veefokkers ieder een eigen stuk land, die echter te klein waren om rendabel te exploiteren. Ze waren soms zelfs te klein om in eigen behoefte te kunnen voorzien.
De veestapel omvat naast schapen en geiten vooral runderen, die veelal door nomaden als de Maasai gehouden worden. In de drogere gebieden is de veehouderij de voornaamste economische activiteit gecombineerd met de verbouw van voedingsgewassen als gierst en sorghum. In droge jaren wordt het kwetsbare karakter van de veeteelt extra benadrukt. De meeste veeteeltproducten worden door de bevolking geconsumeerd. Vlees, vleesproducten en huiden maken 6% van de totale export uit. Door een veranderd consumptiepatroon moet er ook steeds meer geproduceerd worden voor de binnenlandse vraag.
De visserij in de Indische Oceaan en de grote meren is uitsluitend van lokale betekenis. In 1997 werd er ca. 160.000 ton vis gevangen, waarvan maar ca. 6000 ton zeevis. De meeste zoetwatervis wordt gevangen in het Victoria-meer. Het bosareaal, dat merendeels gelegen is tussen 1800 en 3000 m boven zeeniveau, wordt voor het grootste deel beschermd en kan dus niet economisch geëxploiteerd worden. Bovendien is het bosbestand in een periode van vijftig jaar teruggebracht van 30% naar 3% door het uitbreiden van de landbouw en de toenemende vraag naar hout. Een ecologische catastrofe dreigt omdat nu al 25% van het land woestijnachtig is. Van economisch belang zijn wel de bamboebossen voor de grote papierfabriek in Webuye.

Mijnbouw en energie

De mijnbouw is van beperkt belang (bijdrage aan bnp in 2013: 2%). Van de vele gedolven mineralen is soda-as het belangrijkst. Er zijn nog andere mineralen gevonden zoals zilver, goud, lood en kalksteen, maar deze zijn nog niet rendabel te exploiteren.
De energievoorziening is voornamelijk afhankelijk van geïmporteerde aardolie. Ongeveer 70% van de benodigde energie moet geïmporteerd worden. Vier hydro- elektrische centrales bevinden zich langs de Tanarivier en een andere bevindt zich in de Tukwel Gorge.

Industrie

Ca. 40% van de totale industriële productie bestaat uit voedings- en genotmiddelen. Verder moeten genoemd worden de chemische, de metaal-, de textiel- en leerindustrie en de papier- en grafische industrie. De meeste grote industriële ondernemingen zijn van buitenlandse bedrijven. De meeste bedrijven bevinden zich rond Nairobi en Mombasa. Enkele kleinere industriële centra bevinden zich in Nakuru, Kisumu, Eldoret en Thika.
Naast grote ondernemingen die het leeuwendeel van de productie verzorgen, zijn er tal van kleine ambachtelijke bedrijfjes. Slechts 20% van de industriële productie is bestemd voor de export. De jaarlijkse groei van de productie is geheel gebaseerd op de stijgende binnenlandse vraag.

Handel

De handelsbalans is doorgaans negatief. In 2013 werd er voor 6,6 miljard dollar geëxporteerd en voor 15,9 miljard dollar geïmporteerd. Door een positieve dienstenbalans, o.a. door inkomsten uit het toerisme en een aanzienlijke kapitaalimport bleef het totale tekort beperkt. Dalende koffie- en theeprijzen en stijgende olieprijzen vergrootten echter weer het tekort.
Ingevoerd worden vnl. aardolie, machines, motorrijtuigen, ijzer en staal. De belangrijkste importpartners zijn India, China, Verenigde Arabische Emiraten, Verenigde Staten, Japan, Duitsland en India. Uitgevoerd worden koffie, thee, aardolieproducten, ananasconserven, huiden, vlees, vleesproducten en cement. Belangrijkste exportpartners zijn Uganda, Groot-Brittannië, Tanzania, Nederland, Egypte en Duitsland.

Toerisme

Sinds 1987 is het toerisme de belangrijkste bron van inkomsten voor Kenia. Toch is het toerisme kwetsbaar. De Golfoorlog en politieke en etnische problemen zorgden en zorgen nog steeds voor negatieve publiciteit die het aantal bezoekers niet ten goede komt. Jaarlijks komen er ca. 700.000 toeristen naar Kenia, voornamelijk uit Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Noord- Amerika.

Verkeer

In het zuiden is het verkeersnet goed maar in het noorden is de situatie minder gunstig. De lengte van de spoorwegen is 2733 km. De lijn Mombasa-Nairobi-Kisumu is voor personenvervoer, de overige lijnen worden alleen voor goederenvervoer gebruikt. Het personenvervoer per trein is populair in Kenia doordat het veiliger is en de treinen redelijk op tijd rijden. Het wegennet is ongeveer 62.600 km lang, waarvan 8300 km geasfalteerd is. De wegen zijn meestal in een redelijke conditie, soms zelfs van uitstekende kwaliteit. Er rijden regelmatig bussen en minibussen (matatu's) in alle delen van het land.
De belangrijkste zeehaven is Mombasa. Kenia heeft een eigen luchtvaartmaatschappij (Kenya Airways) die o.a. de belangrijkste steden Nairobi, Mombasa, Kisumu en Malindi met elkaar verbindt. Er zijn diverse vliegvelden voor binnenlands verkeer. Privé-vliegmaatschappijtjes verbinden Nairobi met Mombasa, Kisumu, Nanyuki, Malindi, Lamu en de nationale parken Amboseli, Masai Mara en Samburu.


KENIA LINKS

Advertenties
• Cheaptickets Kenia
• Vakantie Kenia
• Rondreis Kenia
• Nairobi Vliegtickets Tix.nl
• Visum Kenia
• Kenia Zonvakanties WTC
• Kenia Sawadee Reizen
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Hotels Kenia
• Autoverhuur Sunny Cars Kenia
• Eliza was here

Nuttige links

Africa Explorer (N)
Kenia Eigen Start (N)
Kenia Foto's
Kenia informatie - Reizendoejezo (N)
Kenia Jouwpagina (N)
Kenia Reisforum (N)
Kenia Reisfoto's
Kenia Reislocaties (N)
Kenia Reisstart (N+E)
Reisinformatie Kenia (N)
Reisverslag Kenia (N)
Romans over Kenia (N)
Rondreis door Kenia (N)
Artikelen en Reisverhalen over KENIA
  Hakuna Matata Van de rust in d..  Naar Mombasa
  Fly safari Masai Mara  On safari in Kenya with Edward
  Indrukwekkende roman over Kenia  Kenia rondreis
  Door Kenia in 2005  Masai Mara
  Jamboo Kenia

Bronnen

Dietz, T. / Kenya : mensen, politiek, economie, cultuur
Koninklijk Instituut voor de Tropen / Novib

Finlay, H. / Kenya
Lonely Planet

Kenia
Het Spectrum,

Winslow, Z. / Kenya
Chelsea House Publishers

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt August 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems