Steden DENEMARKEN

DENEMARKEN   

Algemeen

Op economisch gebied scoort Denemarken hoog in vergelijking met andere Europese landen en behoort tot de top dertig van 's werelds rijkste landen. De moderne industriële Deense economie kenmerkt zich door een breed aanbod in producten en een prominente dienstensector. Denemarken heeft een van de meest geavanceerde infrastructuren van telecommunicatie in Europa en is de laatste jaren steevast in de top 15 terug te vinden in het 'World Competitiveness Report' van het World Economic Forum. Traditioneel kent Denemarken grote bedrijven in de scheepvaart-, de handels- en de brouwerijsector. Omdat Denemarken zich profileert als de toegangspoort naar de overige Scandinavische landen en de Baltische staten, wordt de laatste jaren veel geld gestoken in de verbetering van de transportmogelijkheden en het efficiënter maken van de verbindingen met de omringende landen. Hoewel Denemarken niet meedoet aan de Europese Monetaire Unie (EMU), staat het economische beleid van de Deense regering de laatste jaren vrijwel geheel in het teken van de Europese afspraken zoals die zijn gemaakt bij het Verdrag van Maastricht en de daarop volgende wijzigingsbepalingen. Formeel gezien is de Deense economie volledig voorbereid op de EMU en voldoet die al een aantal jaren aan de EMU-criteria. Bij referenda in 1992 en 1993 heeft de Deense bevolking (met een kleine meerderheid) laten blijken het Verdrag van Maastricht alleen te kunnen accepteren als Denemarken buiten de EMU (en buiten een aantal andere punten in het Verdrag) blijft. Bij een referendum in september 2000 heeft de Deense bevolking opnieuw tegenstand tegen de Europese munt getoond door tegen ( "Nej") een Deense toetreding tot de EMU te stemmen (tegen opheffing van de Deense "opt-out").

De Deense regering is zich bewust van de problemen die binnen de Deense economie kunnen ontstaan door het niet meedoen met de EMU. Gebrek aan vertrouwen in de Deense munt - de Krone - kan leiden tot hogere rentetarieven voor internationale leningen en een verminderde aantrekkingskracht van Denemarken als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven, die de werkgelegenheid stimuleren. De regering heeft daarom besloten haar beleid voor een stabiele valutakoers voort te zetten, dat al in de jaren tachtig is ingezet. Onder andere houdt dit in dat de Deense economie moet voldoen aan de monetaire criteria voor toetreding tot de EMU: een lage inflatie, een overheidstekort van maximaal drie procent van het nationale inkomen en een overheidsschuld die uiteindelijk niet meer dan 60 procent van het nationale inkomen mag bedragen. De Deense krone is gekoppeld aan de euro en het monetair beleid van Denemarken volgt in sterke mate het beleid van de Europese Centrale Bank .

De bestrijding van werkloosheid was één van de primaire doelstellingen van de in 2001 afgetreden sociaaldemocratische regering. Deze doelstelling is bereikt: voor 2001 in zijn geheel was de officiële werkloosheid 5,1%; het laagste niveau in meer dan 25 jaar. Toch werd één van de voornaamste doelstellingen van het eerste Kabinet Anders Fogh Rasmussen het arbeidspotentieel met ruim 67.000 mensen uit te breiden vóór 2010. Dit om de negatieve gevolgen van de vergrijzing tegen te komen. Inmiddels (2017) staat de werkloosheid op rond de 6% en is er een tekort aan arbeidskrachten in sommige sectoren.

Het gaat momenteel goed met de Deense economie. De hoge en langdurige groei in de particuliere bestedingen vormen de basis voor de economische groei. Deze groei in particuliere bestedingen is o.a. veroorzaakt door de in 2004 ingevoerde verlagingen van inkomstenbelasting en de nieuwe mogelijkheden voor het opnemen van goedkope kredieten. In 2004 groeide het BBP met meer dan 2%. De belangrijkste verklaring voor deze benijdenswaardige situatie is dat DK reeds jaren geleden een aanvang heeft gemaakt met de noodzakelijke hervormingen: flexibele pensioenleeftijd, een uitermate flexibele arbeidsmarkt (à la VS), relatief hoge arbeidsproductiviteit, hoge arbeidsparticipatie, dit naast handhaving van het hoge belastingniveau, strakkere controle op het gebruik van sociale voorzieningen zonder nochtans omvang en niveau van het voorzieningenstelsel aan te passen. De laatste jaren heeft ook Denemarken te maken gehad met de kredietcrisis. De Deense economie steeg in 2017 met 2,1 %.

Landbouw, veeteelt en visserij

Van het Deense landoppervlak wordt tweederde gebruikt voor de landbouw. De landbouw is vooral gericht op de export naar de Europese Unie. De meeste bedrijven zijn vrij klein met minder dan 20 ha grond. Het aantal mensen werkzaam in de landbouwsector daalde tussen 1961 en 2014 van 120.000 tot 70.000. In toenemende mate worden landbouwgronden gebruikt voor toeristische activiteiten. Belangrijke producten zijn aardappelen, suikerbieten en koolzaad. De graanopbrengst loopt terug en wordt vooral gebruikt voor het produceren van veevoer of als grondstof voor bierbrouwerijen als Tuborg en Carlsberg. Denemarken is Europa's koploper in de biologische landbouw. Zo is bijvoorbeeld 24% van de dagmelk die de Denen consumeren op biologische wijze geproduceerd.

De tuinbouw produceert vooral fruit, groente en kruiden. Opbrengsten uit de bosbouw betreft vooral de export van kerstbomen. Denemarken is 's werelds grootste exporteur.
Denemarken behoort tot de grootste visserijlanden van Europa, hoewel het qua opbrengsten in het niet valt bij inkomsten uit de industrie en de landbouw. Kabeljauw, platvis en haring zijn de belangrijkste soorten die gevangen worden en daarna verwerkt worden tot visolie, vismeel en visconserven. Duitsland neemt de meeste visproducten af. Voornaamste vissershavens zijn Esbjerg, Hirtshalsen en Skagen.
Denemarken is een van de grootste producenten van veeteeltproducten. Onder andere vlees, leer, melk en kaas wordt op grote schaal geëxporteerd. De pelsdierfokkerij is ook nog steeds een economische activiteit van betekenis. Er zijn ongeveer 5000 fokkerijen.

Mijnbouw, industrie en handel

Denemarken moet bijna alle grondstoffen invoeren. De enige economische activiteiten van belang in de mijnbouw zijn de winning van o.a. zout, graniet, kalk, klei, zandsteen en zwavel. Sinds 1972 wordt er voor de kust van Denemarken aardolie gewonnen. In 1984 is de productie van aardgas uit de Noordzee van start gegaan.
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde Denemarken van een agrarisch land naar een industrieland met de nadruk op hoogwaardige producten. Belangrijke industriële centra zijn Kopenhagen en omstreken, Odense, Aarhus, Silkeborg en Vejle. Na 1970 zijn veel bedrijven vanuit de regio Kopenhagen verhuisd naar het westen van het land, met name naar Jutland. Kopenhagen werd meer een dienstencentrum. De meeste werknemers telt de voedingsindustrie, gevolgd door de machinebouw en de metaalindustrie.
Van 1960 tot 1986 was de handelsbalans negatief, maar sinds 1988 is de handelsbalans weer positief. In 2017 werd er voor $ 113,2 miljard geëxporteerd naar voornamelijk Duitsland, Zweden, Engeland, Frankrijk, Nederland, Noorwegen en de Verenigde Staten. De belangrijkste exportproducten zijn vlees, vis, en industriële machinerie.
In 2017 werd er voor $94,6 miljard geïmporteerd vanuit voornamelijk Duitsland, Zweden, Nederland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Noorwegen en de Verenigde Staten.

Verkeer

Verkeers- en brugverbindingen spelen een belangrijke rol in het Deense verkeer. Tussen 1966 en 1986 werden 20 grote bruggen gebouwd. De grootste brug is die over de Storstrøm tussen Falster en Seeland (3211 m), en is daarmee een van de langste van Europa. In 1997 werd een 20 km lange brug-tunnelverbinding geopend voor het trein- en autoverkeer tussen de eilanden Funen en Seeland. Kopenhagen en Malmö zijn sinds 2000 met elkaar verbonden door de Oresund brug met een lengte van 7,8 kilometer. Er zijn veerbootverbindingen met Zweden, Noorwegen, Duitsland en Groot- Brittannië.
De handelsvloot is een van de modernste ter wereld. De belangrijkste havens zijn Kopenhagen, Århus, Aalborg, Esbjerg en Frederikshavn.
De spoorwegen zijn in hoofdzaak een staatsaangelegenheid (2471 km), hoewel met name voor het vrachtvervoer ook particuliere lijnen (494 km) zijn. Het wegverkeer beschikt over een zeer dicht wegennet van ruim 70.000 km. Een klein gedeelte hiervan (ca. 7%) bestaat uit snelwegen.
Het internationale luchtverkeer maakt gebruik van de luchthaven Kastrup, bij Kopenhagen. Daarnaast zijn er nog twaalf commerciële vliegvelden. Det Danske Luftfarsselskab is een van de drie sinds 1 oktober 1950 in SAS (Skandinavian Airlines System) samenwerkende Scandinavische luchtvaartmaatschappijen.

DENEMARKEN LINKS

Advertenties
• Denemarken Vliegtickets.nl
• Denemarken Tui Reizen
• Denemarken Kras Reizen
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Denemarken Hotels
• Autohuur Denemarken
• Denemarken met de Trein
• Autoverhuur Sunny Cars Denemarken
• Denemarken Vliegtickets WTC
• Ferry overtochten van en naar Denemarken
• Kopenhagen Vliegtickets Tix.nl
• Denemarken Campings

Nuttige links

Alles over Denemarken: Startpagina (N)
Denemarken Reisstart (N)
Denemarken Start België (N)
Fotoreportage Denemarken (N)
Lies & Teije's Reiswebsite (N+E)
Reisinformatie Denemarken (N)
Reizendoejezo – Denemarken (N)
Rondreis door Denemarken (N)
Startpagina Denemarken (N)
Telefoongids Denemarken
Schrijf uw artikel over DENEMARKEN

Bronnen

Bendure, G. / Denmark
Lonely Planet

Denemarken
Lannoo

Dominicus, J. / Denemarken
Gottmer

Europese Unie : vijftien landendocumentaties
Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs

Hoogendoorn, H. / Denemarken
ANWB

Steinmetz, P. / Reishandboek Denemarken
Elmar

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2020
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems