Steden AFGHANISTAN

AFGHANISTAN   

Wil je persoonlijke reistips ontvangen? Klik hier.

Pre-islamitische periode

Archeologen en historici, ondersteund door vondsten uit het stenen tijdperk in Aq Kupruk en Hazar Sum, nemen aan dat er op zijn minst 50.000 jaar v.Chr al mensen leefden op het huidige grondgebied van Afghanistan, en boerengemeenschappen behoren tot de oudste ter wereld. Archeologisch bewijs geeft aan dat de stedelijke beschaving op het huidige grondgebied van Afghanistan begon tussen 3000 en 2000 v.Chr.
De eerste historische documenten die over die tijd handelen zijn opgetekend door de Achaemeniden, een koningshuis uit het Oud-Perzische Rijk, dat de regio van 550 tot 331 v.Chr. onder controle had. Het Achaemenidische Rijk bestond in die tijd uit de zeven belangrijke satrapieën (provincies in het oude Perzische Rijk met aan het hoofd een stadhouder) Gandhara (regio Jalalabad), Bactria, Merv, Herat, Sattagydia (laagland in het zuidoosten), Arachosia (Kandahar) en Zaranka (Sistan). Deze satrapieën waren in feite de aanzet tot het huidige moderne Afghanistan, dat nog steeds scherp verdeeld is langs provinciale en etnische lijnen.

Perzische rijk in 490 v.Chr.Foto:Publiek domein

Tussen 330 en 327 v.Chr. versloeg Alexander de Grote de Achaemenidische keizer Darius III en drukte de lokale weerstand in het gebied dat nu Afghanistan heet, de kop in. Door Alexander's opvolgers, de Seleuciden, bleef de regio onder de invloed van de Griekse cultuur tot ca. 150 v.Chr. Veel Griekse migranten vestigden zich in Bactria, het gebied rond de huidige stad in het noorden van Afghanistan, Mazar-i Sharif. Rond 250 v.Chr. werd Bactria zelfs een onafhankelijk Grieks koninkrijk en vanaf ca. 200 v.Chr. controleerde Bactria zelfs het bijna gehele huidige Afghanistan. De Maurya-dynastie, een Indiase dynastie die tussen 321 en 185 v.Chr. over bijna het hele Indiase subcontinent heerste, controleerde het zuiden van Afghanistan en introduceerde en passant ook het boeddhisme.
In ca. 250 v.Chr. stichtten de nomadische en boeddhistische Kushanas een cultureel en commercieel rijk dat zich tot 224 n.Chr. wist te handhaven. Vanaf 224 tot aan de 7e eeuw was er niet echt een overheersende macht aanwezig in dit gebied, hoewel vazallen van de Perzische dynastie der Sassaniden, in 224 onder leiding van Ardashir I, zich opwierpen als beschermers van de bevolking in dat gebied. Afghanistan werd in deze periode een knooppunt van diverse beschavingen en onder andere de Zijderoute kwam in deze tijd tot ontwikkeling.

Rijk der Sassaniden (lichtgeel: Sassaniden; donkergeel: vazallen) Foto:Captain Blood

Van grote invloed op de gehele wereldgeschiedenis tot nu aan toe was de verkondiging van Mohammed ibn Abadallah van een nieuw geloof: de islam. Na het verslaan van de Sassaniden bij de Slag van Qadisiya in 637 begonnen de Arabische moslims met een ca. honderd jaar durende strijd tegen Afghaanse stammen die ook bedoeld was om de islam in deze streken in te voeren. In 650 bezetten de moslimstroepen het noorden en westen van Afghanistan.
Rond de 10e eeuw verpulverde de macht van het Arabische Kalifaat van de Abassiden (749-1258) en haar opvolger in Centraal-Azië, de Perzische Samaniden-dynastie (819-999 en gesticht door Saman Khuda). De Ghaznaviden, een Turkse dynastie en afgesplitst van de Samaniden, beheerste van 975 tot 1187 een rijk rond de Perzische stad Ghazni, dat in het huidige Afghanistan lag. De Ghasnaviden-dynastie, met name onder de heerschappij van Mahmud van Ghazni, was de eerste grote islamitische dynastie die heerste over Afghanistan.

Ghasnaviden-rijk (975-1187) Foto:Publiek domein

In 1220 veroverden Mongoolse troepen onder leiding van de befaamde Dzjenghis Khan geheel Centraal-Azië en verwoestten belangrijke Afghaanse steden als Balkh, Herat en Ghazni. Afghanistan bleef echter een gefragmenteerde samenleving tot het jaar 1380, toen Timur Lenk, een Turks-Mongoolse krijgsheer, het Mongoolse Rijk uitbreidde en consolideerde. De opvolgers van Timur Lenk, die in 1405 overleed, regeerden over Afghanistan tot aan het begin van de 16e eeuw. In 1504 kwam de Afghaanse regio onder het bewind te staan van de Mogols, een Noord-Indiaas islamitisch rijk uit het gebied van de Indus en de Ganges, dat tussen 1526 en 1858 bijna het hele Indiase subcontinent overheerste. De Mogols betwistten twee eeuwen lang met de Iraanse Safavi-dynastie en de Oezbeken uit Centraal-Azië het Afghaanse grondgebied.
Na de dood van de grote Savafi-leider Nadir Shah Afshar in 1747, namen inheemse zuidelijke en zuidwestelijke Pathanen, die tot de Durrani-stamconfederatie werden gerekend, de macht over tot 1973 en stichtten het koninkrijk Afghanistan. De eerste Durrani-heerser was een lijfwacht van Nadir Shah Afshar, de Pathaan Ahmad Shah, die bekend staat als de grondlegger van het Durrani-rijk en als stichter van de Afghaanse natie, verenigde alle Pathaanse stammen en heerste in 1760 over een imperium dat zich uitstrekte tot aan Delhi in India en tot aan de Arabische Zee. Hij veroverde in 1722 zelfs de Iraanse hoofdstad van dat moment, Isfahan, en het gehele rijk der Safaviden. Het Durrani-rijk viel uit elkaar na de dood van Ahmad Sjah in 1772 en onder diens opvolger, zijn zoon Timur Shah, maar in 1826 was de orde, onder Dost Mohammad, de leider van de Muhammadzai-stam, al weer hersteld. Timur Shah Durrani (1748-1793) was nog wel degene die de hoofdstad van zijn rijk in 1776 verplaatste van de Pathaanse hoofdstad Kandahar naar de huidige hoofdstad Kabul.

Ahmad (of Ahmed) Shah Durrani (1722-1772) Foto:Publiek domein

Dost Mohammad regeerde als emir van Afghanistan (1823-1839 en 1842-1863) in het begin van de "Great Game", de ca. 100-jarige strijd om de overheersing van Centraal-Azië en Afghanistan tussen het tsaristische Rusland, dat zich wilde uitbreiden naar het zuiden om een doorgang naar de Indische Oceaan te forceren, en Groot-Brittannië, dat ten koste van alles haar lucratieve inkomsten en macht over India wilde beschermen. Tijdens deze periode konden Afghaanse heersers een zekere mate van onafhankelijkheid, middels een aantal compromissen, behouden.
In de Eerste Anglo-Afghaanse Oorlog (1839-1842) werd Dost Mohammad afgezet door de Britten, maar die verlieten met zéér grote verliezen hun Afghaanse garnizoenen al weer in 1842 na opstanden tegen de Britten en hun stroman Shah Shuja Durrani (1785-1842). In de volgende decennia naderden Russische troepen de noordelijke grens van Afghanistan en in 1878 vielen de Britten Afghanistan weer binnen en bezetten tijdens de Tweede Anglo-Afghaanse Oorlog (1878-1881) het grootste gedeelte van Afghanistan.

Dost Mohammad Khan (1793-1863) Foto Publiek Domein

Toch hadden Britten goed in de gaten dat ze niet zelf het land konden leiden, maar dat moesten overlaten aan machthebbers uit Afghanistan zelf. Daarvoor stelden de Britten de Durrani Abdur Rahman Khan (ca. 1830/1844-1901) aan, en in 1881 verlieten de laatste Britse troepen Afghaans grondgebied. In 1880 begon Abdur Rahman Kahn aan zijn 21-jarige regeringsperiode en hij wist, met behulp van Britse financiële steun en wapens, handig te laveren tussen de Britse en Russische belangen en tussen de spanningen die tussen verschillende Afghaanse stammen leefden. Bovendien schuwde hij ook een portie bruut geweld niet om zijn doel, een enigszins vereneigd Afghanistan, te bereiken. Bovendien voerde hij een forse reorganisatie en vernieuwing van het civiele bestuur door in wat sindsdien wordt beschouwd als het begin van de moderne Afghaanse staat met een een min of meer centraal gezag.
Op 12 november 1893 werd met de Britten de Durandlijn uitonderhandeld (Mortimer Durand namens de Britten en Abdul Rahman namens de Afghanen), waarmee de grens tussen Afghanistan en Pakistan (2640 km) in het Hindu Kush-gebergte voor een periode van 100 jaar afgesproken werd. Dat deze afspraken in de Durand-overeenkomst, die zorgden voor een splitsing van verschillende Pathaanse stammen, de bron zouden gaan vormen voor toekomstige spanningen in dit grensgebied, mag duidelijk zijn. Abdur Rahman overleed in oktober 1901 en hij werd opgevolgd door diens zoon Habibullah Khan (1872-1919), die zijn vaders administratieve hervormingen doorzette en er in slaagde om Afghanistan in de Eerste Wereldoorlog neutraal te houden. Onder zijn bewind (1901-1919) kreeg de geestelijkheid weer wat van haar verloren rechten terug en stelde Afghanistan zich meer open voor het buitenland.

Durandlijn: de rode lijn op de kaart is de grens tussen Afghanistan en Pakistan Foto:Publiek domein

Op 20 februari 1919 werd Habibullah Khan vermoord en opgevolgd door zijn zoon Amir Amanullah Khan (1892-1960). In datzelfde jaar ondertekende Afghanistan op 19 augustus het Verdrag van Rawalpindi, waardoor de Derde Anglo-Afghaanse Oorlog beëindigd werd en tevens de officiële datum markeert van een onafhankelijk Afghanistan. Tussen de twee wereldoorlogen wist Afghanistan zich weer knap te handhaven tussen de twee wereldmachten Rusland en Groot-Brittannië. Amir Amanullah (regeerperiode 1919-1929) laveerde vakkundig tussen de nieuwe Britse-Sovjet rivaliteit en knoopte verschillende goede relaties aan met belangrijke landen.
Amanullah gaf in 1923 Afghanistan haar eerste grondwet, met gelijke rechten voor moslims en niet-moslims, maar het binnenlandse hervormingsprogramma betekende het einde van Amanullah's regeerperiode, zijn plannen waren veel te modern voor de traditionele bevolking en in 1929 werd hij gedwongen om afstand te doen van de troon. Uiteindelijk vluchtte Amanullah Khan zijn land uit en overleed in 1960 in ballingschap. Amanullah Khan werd kort opgevolgd door een zeer traditionele leider met de bijnaam Bachcha Saqqao, daarna door zijn zoon Inayatullah Khan Seraj, daarna door Habibullah Kalakani en uiteindelijk door Nadir Shah, die regeerde van 1929 tot 1933. Nadir Sjah werd in dat jaar vermoord en opgevolgd door zijn zoon Zahir Shah, de laatste koning van Afghanistan wiens regeerperiode tot 1973 zou duren.

De laatste koning van Afghanistan, Mohammed Zahir Shah (1914-2007) Foto:Publiek domein

In de Tweede Wereldoorlog bleef Afghanistan neutraal, en de nog steeds bestaande verdeling van de Pathaanse stammen veroorzaakte spanningen met de buurstaat Pakistan, dat in 1948 was opgericht aan de andere kant van de Durand-lijn. Als reactie daarop richtte Afghanistan het buitenlandse beleid meer en meer richting de Sovjet-Unie. Het premierschap van Mohammed Daoud (1953-1963), neef van de koning, was voorzichtig reformistisch, modern en gericht op het centraliseren van de regering en het versterken van de banden met de Sovjet-Unie. Echter, in 1963 ontsloeg Zahir Shah Daoud vanwege zijn anti-Pakistaanse beleid dat de fragiele economie van Afghanistan danig had beschadigd.

Mohammed Daoud Khan (1909-1978): minister president van Afghanistan (1953-1963) Foto:James A. Cudney

Een nieuwe, in 1964 geratificeerde grondwet, liberaliseerde de constitutionele monarchie enigszins, maar in het decennium daarna verslechterde zowel de economische als de politieke toestand in Afghanistan. Op 1 januari 1965 werd in Kabul de marxistische Volksdemocratische Partij van Afghanistan opgericht. Na het winnen van enkele parlementszetels bij de eerste verkiezingen in 1965 waaraan de partij meedeed, viel de partij al in 1967 uit elkaar in twee facties, de 'Khalq', met veel Pathaanse aanhangers op het platteland en onder leiding van de latere president Nur Mohammed Tarakki, en de 'Parcham', met veel intellectuele Pathanen uit de steden en onder leiding van Babrak Karmal, later ook president van Afghanistan. De verkiezingen van 1965 zorgden voor een periode van een westers getint Afghanistan.
Op 17 juli 1973 zette luitenant-generaal Mohammed Daoud zijn neef koning Mohammed Zahir Shah af, riep de Republiek Afghanistan uit en werd zelf president. De economische omstandigheden verbeterden echter niet en Daoud verloor daardoor het grootste deel van zijn politieke steun, die vooral bestond uit de Parcham-factie. Op 27 april 1978 al werd hij door communistische rebellen ten val gebracht, vermoord en begon in feite al de Afghaanse burgeroorlog die tientallen jaren zou duren. De leiding van Afghanistan kwam nu in handen van een revolutionaire raad onder aanvoerderschap van de pro-Sovjet Nur Mohammed Taraki, die in augustus 1979 vermoord werd. Al in 1978, toen het regime van Taraki de controle over Afghanistan aan het verliezen was, nam Khalq-aanhanger Hafizollah Amin, die wat minder pro-Sovjet-Unie was, de macht over.
In 1979 leidde dreiging van een tribale opstand tegen de pro-communistische regering tot een invasie van tienduizenden Sovjet-troepen, die vervolgens in een uitzichtloze tienjarige guerrillaoorlog terecht kwamen. Al bij de Sovjet-inval kwam president Amin om het leven en werd opgevolgd door Babrak Karmal. Karmal werd, met behulp van de Sovjets, in 1986 op zijn beurt aan de kant geschoven door de machtigste man van de geheime dienst, Mohammed Najibullah. De Sovjets faalden, samen met twee door de Sovjet-Unie gesteunde regimes, om tussen 1979 en 1989 de losse verzameling van moedjahedien-guerrilla's, weliswaar gesteund door de Verenigde Staten, Pakistan, China, Egypte en Saoedi-Arabië, te verslaan. In 1988 stemde de Sovjet-Unie in met de stichting van een neutrale Afghaanse staat, en de laatste Sovjet-troepen verlieten Afghanistan in februari 1989. De overeenkomst beëindigde een eigenlijk zinloze oorlog die duizenden Afghanen het leven had gekost, tussen de vijf en zes miljoen vluchtelingen had opgeleverd en de industrie en de landbouw verwoestte.

Mohammed Najibullah (1947-1996) Foto:RIA Novosti

Het communistische bewind hield nog tot april 1992 stand, toen de mudjahedin-troepen van de generaals Ahmad Shah Massoud en Rashid Dostum Kabul veroverden. Het vertrek van de Sovjet-troepen had al tot bittere gevechten tussen Afghaanse verzetsgroepen geleid. Zij hadden zich tot dan toe politiek nooit verenigd, en vooral Pathaanse groepen waren onderling zeer verdeeld. De oorlog ontaardde in een strijd om de hoofdstad Kabul tussen de Hezb-i-Islami en de Jamiat-e-Islami, hetgeen de uiteindelijke verwoesting van grote delen van de stad tot gevolg had.
Na de val van Najibullah werd een interim-regering geformeerd. Een raadgevende vergadering koos Burhannuddin Rabbani tot president. Verschillende mudjahedin-groeperingen, waaronder de Hezb-e-Islami van Gulbuddin Hekmatyar en troepen van Dostum, keerden zich tegen de regering-Rabbani, hoewel Hekmatyar wel tot premier was benoemd.
Het noordwesten van Afghanistan bleef onder effectief gezag staan van Dostum. De regering-Rabbani voerde gezag uit over het overige Afghaanse gebied, met uitzondering van het zuidoosten, waar lokale Pathaanse strijdheren en drugsbaronnen elkaar naar het leven stonden.
In het najaar van 1994 begon de van het platteland afkomstige Taliban, een islamitische 'studenten'-guerrillabeweging ondersteund door Pakistan en de Arabische landen, vanuit de zuidelijke stad Kandahar aan hun opmars in Afghanistan. Zij veroverden het zuiden van het land, in september 1996 Kabul en in 1998 viel de belangrijke noordelijke stad Mazar-i Sharif. Pakistan, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten gingen als enige landen in 1997 over tot erkenning van het Taliban-bewind. De zetel van Afghanistan in de VN werd nog door een vertegenwoordiger van de afgezette president Rabbani ingenomen.

Burhanuddin Rabbani (1940-2011) Foto:Khwahan

De Taliban namen feitelijk de plaats in van de elkaar bestrijdende mudjahedin groeperingen, waarbij zij ca. 95% van het grondgebied van Afghanistan (inclusief de hoofdstad Kabul) in handen hadden. De overige, merendeels etnische, minderheidsgroeperingen in het noorden van het land en de verdreven regering van Rabbani verenigden zich in het United Islamic Front for the Salvation of Afghanistan tegen de Taliban en hielden gebieden in het noorden van Afghanistan in handen.

Voormalige Taliban-strijders leveren hun wapens in Foto:isafmedia

Na de aanslagen in New York en Washington van 11 september 2001 kwam het Taliban-bewind onder sterke druk van de Vereigde Staten te staan om de aanstichters van de terreuraanslagen, o.a. Osama bin Laden, uit te leveren. Nadat de Taliban weigerden hieraan mee te werken volgden zware bombardementen door de Amerikanen. Na enkele weken strijd viel het Taliban-bewind en de stad Kandahar werd op 7 december 1994 verlaten door de Taliban.

Karzai Afghanistan Foto:Paul Morse

Tijdens de Bonn-conferentie (december 2001) werd een akkoord bereikt over een interim-regering, onder leiding van de pro-westerse Hamid Karzai, die al in 1998 vanuit Pakistan een anti-Taliban beweging had opgericht, en de stationering van een internationale vredesmacht (ISAF-International Security Assistance Force). In juni 2002 werd een zogenaamde ‘Loya Jirga’ georganiseerd die een transitieregering aanwees, wederom onder leiding van Karzai. In januari 2004 nam de Constitutionele Loya Jirga, met vertegenwoordigers uit het hele land, een nieuwe grondwet aan. Deze verklaarde Afghanistan tot de 'Islamitische Republiek Afghanistan' en is tamelijk vooruitstrevend met op papier gelijke rechten voor alle Afghanen.
Volgens het Bonn-Akkoord moesten in 2004 de eerste democratische verkiezingen worden gehouden en dat gebeurde op 9 oktober 2004: Karzai werd tot president gekozen en op 7 december geïnstalleerd als de eerste democratisch gekozen president van Afghanistan. Zijn kabinet vanaf december 2004 was een relatief schoon kabinet van technocratische personen. De verkiezingen voor parlement en provinciale raden vonden, weliswaar nog zonder de aanwezigheid van politieke partijen, in september 2005 plaats. Het parlement bestond uit individuele vertegenwoordigers, onder wie ook veel krijgsheren maar ook een aantal vrouwen. De nieuwe regering, die Karzai begin 2006 aan het parlement voorstelde, was opnieuw een gematigd en enigszins technocratisch kabinet.

De VN speelt sinds 2002 een belangrijke rol bij de wederopbouw en de ontwikkeling van de politieke agenda, onder leiding van de United Nations Assistance Mission to Afghanistan (UNAMA). Daarnaast is een belangrijke rol weggelegd voor de VN-vredesmacht ISAF, vooral vanwege de aanhoudende onveiligheid in grote delen van het land. De Afghaanse overheid krijgt een steeds grotere rol in de coördinatie van de wederopbouw. Bij een internationale conferentie in Berlijn (voorjaar 2004) zegde de internationale gemeenschap in totaal 8,2 miljard dollar aan steun toe voor de periode 2004-2006.
Bij een soortgelijke conferentie op 31 januari en 1 februari 2006 in Londen heeft de internationale gemeenschap nieuwe afspraken over samenwerking, voor 5 jaar, gemaakt met de Afghaanse overheid, in het Afghanistan Compact. Donoren zegden daarbij ca. USD 10 miljard toe. De monitoring van deze afspraken vindt plaats door een Afghaans-internationaal orgaan, de Joint Coordination and Monitoring Board (JCMB).

ISAF-logo Foto:Publiek domein

Het jaar 2006 werd gekenmerkt door een heropleving van de Taliban, die zich vooral uitte in een opstand in het zuiden van het land. ISAF nam het commando van Zuid- en Oost-Afghanistan over van de door de VS geleide Operatie Enduring Freedom en voert nu het commando over heel Afghanistan. Ondanks militaire successen lukte het de Afghaanse en internationale veiligheidstroepen nog niet die gebieden te stabiliseren. President Karzai richtte de Policy Action Group op, waarin de Afghaanse regering met de interantionale actoren actief in het zuiden overlegt over pacificatie van het gebied. Nederland had tot 1 mei 2007 het regionale commando over de ISAF troepen in het zuiden.

Nederlandse Militairen naar Afghanistan

Het Nederlandse kabinet besloot op 22 december 2005 om ongeveer 1200 tot 1400 Nederlandse militairen in te zetten in het zuiden van Afghanistan. Een meerderheid van de Tweede Kamer stemde op 2 februari 2006 in met de uitzending van de militairen.
Op 19 april 2006 maakte het kabinet bekend tussen de 1400 en 1600 militairen uit te zenden naar het zuiden van Afghanistan. De veiligheidssituatie in de provincie Uruzgan was toen 'aanzienlijk verslechterd'. De hoofdmacht van de Taskforce Uruzgan vertrok op 4 juli 2006 naar Afghanistan en bestond uit 1400 militairen.
Op 31 juli 2006 werd het bevel over de zuidelijke provincies van Afghanistan officieel overgedragen van Operatie Enduring Freedom naar ISAF. Daarmee begon de derde fase van ISAF. De overdracht vormde ook de formele start van de Nederlandse missie in Zuid-Afghanistan.

Generaal-majoor Middendorp van Taskforce Uruzgan (rechts op de foto) Foto:isafmedia

In mei 2007 werd Mullah Dadullah, de leider van de Taliban, gedood in gevechten met strijdkrachten van de Verenigde Staten en Afghanistan. In 2007 overleed ook de laatste koning van Afghanistan, Zahir Shah
In april 2008 spreken in Boekarest Navo-leiders uit dat de missie in Afghanistan topprioriteit had. In Kabul vielen er in juli 2008 bij een bomaanslag op de Indiase ambassade 40 doden.
In februari 2009 zeggen twintig NAVO-landen toe hun militaire inspanningen te vergroten. Op 20 augustus 2009 vonden er relatief rustige presidentsverkiezingen plaats, die weer werden gewonnen door Karzai. Obama zegde meer troepen toe, waardoor in totaal 100.000 Amerikaanse soldaten in Afghanistan werden gestationeerd.
In Nederland struikelde in februari 2010 het kabinet Balkenende over de kwestie Afghanistan en op 1 augustus 2010 eindigde de missie van Nederland officieel. Voormalig president Burhanuddin Rabbani werd in september 2011 bij een bomaanslag om het leven gebracht.
In 2013 kwam er een dialoog tussen de lokale machtshebbers en de Taliban op gang. Begin 2014 was het nog steeds onrustig in Afghanistan en werden er voorbereidingen gemaakt voor de presidentsverkiezingen. In april 2014 was de strijd nog niet beslist, dus een tweede ronde was nodig. De tweede ronde op 14 juni ging tussen de kandidaten Abdullah Abdullah en Ashraf Ghani: op 21 september 2014 werd Ashraf Ghani tot winnaar uitgeroepen en op 29 september 2014 werd hij ingezworen als president van Afghanistan, met Abdul Rashid Dostum en Sarwar Danish als vice-presidenten.

Ashraf Ghani, president van Afghanistan sinds september 2014 Foto:Publiek domein

Op 29 oktober 2014 werd in Qasaba Khana Azi, ten noorden van Kabul, een enorme hoeveelheid geconfisqueerde drugs verbrand; 20 ton, waaronder 936 kilo heroïne, 9474 kilo opium en 425 kilo hasj.
Eind november 2014 werd in het district Yahyakhail, in de aan Pakistan grenzende provincie Paktita, een Taliban-zelfmoordaanslag tijdens een volleybaltoernooi gepleegd. Minstens 45 mensen werden gedood en er vielen tientallen (zwaar) gewonden, ook kinderen.
Op 2 december 2014 werd in Brussel door de NAVO het startsein gegeven voor een nieuwe hulpmissie in Afghanistan.
Op 8 december 2014 werd de gezamenlijke operatie tussen de Verenigde Staten en de NAVO officieel beëindigd. De 13 jaar durende missie kostte bijna 720 miljard dollar en ca. 21.000 Afghanen, meer dan 2200 Amerikaanse soldaten en 453 Britse soldaten vonden de dood.

Op 1 januari 2015 werd de militaire missie ISAF opgevolgd door Resolute Support. Nederland leverde 100 manschappen om de Afghaanse veiligheidstroepen te trainen en van adviezen te voorzien. Officieel waren de Afghanen vanaf 1 januari 2015 zelf verantwoordelijk voor de veiligheid in hun land. 2015 en 2016 staan in het teken van aanslagen en onderhandelingen met de Taliban. In juni 2017 veroveren militanten van de islamitische staat het bergachtige gebied van Tora Bora in de provincie Nangarhar, de vroegere uitvalsbasis van de overleden al-Qaeda-leider Osama Bin Laden. In augustus 2017 beloofd president Trump van de Verenigde Staten extra troepen om de Taliban te bestrijden. In januari 2018 explodeert er in Kabul een door de Taliban met bommen volgeladen ambulance. Hierdoor verliezen meer dan honderd mensen hun leven. In 2019 zijn er veel terroristische aanslagen met als voorlopig dieptepunt de aanslag op een bruiloft in Kabul met bijna honderd doden.

AFGHANISTAN LINKS

Advertenties
• Afghanistan Vliegtickets.nl
• Kabul Vliegtickets Tix.nl
• Afghanistan Vliegtickets WTC

Nuttige links

Afghanistan Reisstart (N+E)
Afghanistan Startnederland (N+E)
Reisinformatie Afghanistan (N)
Romans over Afghanistan (N)
Startpagina Afghanistan (N)
Schrijf uw artikel over AFGHANISTAN

Bronnen

CIA World Factbook

BBC - Country Profiles

Elmar Landeninformatie

Clammer, Paul / Afghanistan
Lonely Planet

laatst bijgewerkt november 2019
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems