VANUATU   

Wil je persoonlijke reistips ontvangen? Klik hier.

Vroegste geschiedenis

De meeste historici zijn het erover eens dat de volkeren van de West-Pacific vanuit Zuidoost-Azië naar dit deel van de Pacific immigreerden. Al 40.000 jaar v.Chr. trokken Austronesische mensen via Indonesie en Nieuw-Guinea richting Australie en de Solomoneilanden. Een daaropvolgende golf van Zuidoost-Aziaten trok vanaf de Solomoneilanden naar de Vanuatu-archipel ca. 3000 v.Chr.
Het staat vast dat het eiland Malo vanaf 1400 v.Chr. permanent bewoond werd door mensen van de Lapita-cultuur, genoemd naar een archeologische vindplaats in Nieuw-Caledonië. Het Lapita-volk vestigde zich op de kleinere eilanden, waarschijnlijk omdat zich op de grotere eilanden al mensen gevestigd hadden. Ze brachten varkens, pluimvee en honden mee. Andere volken verspreidden zich langzaam vanuit het noorden over de Vanuatu-archipel en trouwden met de daar aanwezige mensen.

Spanjaarden zoeken Terra Australis maar vinden uiteindelijk Vanuatu

Tussen de 11e en de 15e eeuw arriveerden er nieuwe kolonisten vanuit het oosten. Het waren Polynesiërs uit de centrale Pacific die vanwege overbevolking hier naartoe trokken. De vele eilandgemeenschappen werden gescheiden door bossen en door de zee en de mensen leefden in kleine clans die al generaties lang op die eilanden woonden. De voorouderlijke geestenwereld en de tovenarij waren voor hen zeer belangrijk. Er waren vaak conflicten tussen de eilanden onderling, zeker als ze niet dezelfde taal spraken. Deze conflicten sluimerde soms door tot halverwege de 20e eeuw!
Kannibalisme kwam voor en oorlog voeren was een reguliere activiteit van de mannen. Vrouwen hadden een zeer lage status en werden vaak minder belangrijk beschouwd dan varkens, die een bepaalde status aangaven.
Begin 17e eeuw dacht men in Spanje dat er een groot zuidelijk continent moest bestaan, Terra Australis. Twee Spaanse expedities vertrokken vanaf Peru om dit te gaan onderzoeken. Hoewel ze de Solomoneilanden vonden, bleek het gezochte continent niet te vinden. De tweede Solomon-expeditie in 1595 stond onder leiding van de Portugees in Spaanse dienst Pedro Fernández de Quirós. De volgende tien jaar richtte hij verschillende smeekschriften aan onder andere de Spaanse koning en paus Clementius VIII om nog een expeditie te mogen organiseren.

Pas in 1605 werd hij op weg gestuurd om het mysterieuze continent te zoeken, het te koloniseren voor Spanje en om de mensen te bekeren tot het rooms- katholieke geloof. Op 25 april 1606 kwam er land in zicht en zag men de berg Mere Lava, een van de Bank Islands in Noord-Vanuatu. Op 3 mei zeilde de kleine Spaanse vloot naar Big Bay in Noord-Santo. Quirós geloofde dat hij het Terra Australis gevonden had en noemde het "Austrialia del Espirito Santo". Hij claimde meteen al het land ten zuiden van Santo namens Spanje en bouwde een vesting op het eiland. Na 54 dagen deserteerde Quirós' bemanning en de nederzetting werd verlaten.

Fransen en Britten ; Les Grandes Cyclades of New Hebrides

In 1766 verliet de Franse edelman Louis-Antoine de Bougainville Frankrijk met twee schepen en op 21 mei 1768 zag hij de eilanden Maewo en Pentecost in Oost-Vanuatu. Hij bezocht nog diverse andere eilanden, concludeerde dat dit niet Terra Australis was en noemde de noordelijke eilanden van Vanuatu "Les Grandes Cyclades", naar de gelijknamige Griekse eilandengroep. Op 16 juli 1774 zag de beroemde ontdekkingsreiziger James Cook eveneens de Cyclades. Ook hij gaf de archipel een naam: de Nieuwe Hebriden, een naam die het land tot de onafhankelijkheid in 1980 zou blijven houden.

De volgende twintig jaar volgden nog enkele ontdekkingsreizigers, o.a. William Bligh van de "Bounty" en verder de Fransen La Pérouse, D'Entrecasteaux en Dumont d'Urville. Ook walvisjagers landden op de afgelegen eilanden van de archipel. Vanaf 1825 werd het aromatische sandelhout een belangrijk exportproduct voor China. De voorraden in de noordelijke Pacific waren uitgeput en handelaren waren op zoek naar nieuwe voorraden. In 1825 rapporteerde de Ierse ontdekkingsreiziger en handelaar Peter Dillon dat er op het zuidelijke eiland Erromango grote aantallen sandelhoutbomen stonden. Andere handelaren vonden kleinere aantallen op andere eilanden. In het begin van de 19de eeuw gaf het optreden van sandelhouthandelaren uit Sydney aanleiding tot bloedige onlusten. In 1868 was de handel alweer voorbij toen de laatste te exploiteren bossen praktisch verdwenen waren.

Blackbirding: zwarte bladzijde in Vanuatu's geschiedenis

Na de sandelhouthandel ontwikkelde zich een meer dubieuzere handel op de eilanden van Vanuatu, het zogenaamde "blackbirding" of "labour recruiting". Er was een grote vraag naar goedkope arbeidskrachten voor de suikerrietindustrie van Fiji en Queensland in Australië, de nikkelmijnen van Nieuw-Caledonië en de kokosplantages van West-Samoa. Vanaf 1863 werd het aanleveren van arbeidskrachten een belangrijke commerciële activiteit. Velen gingen vrijwillig en werkten graag voor de Europeanen om een graantje mee te pikken van de Europese manier van leven. Anderen wilden niet gaan maar werden gewoon gekidnapped, aan boord gebracht en vervoerd naar de genoemde arbeidsplaatsen. In plaats van de beloofde drie maanden bleven de eilandbewoners vaak meer dan tien jaar weg! De enige die hieraan echt verdienden waren de "blackbinders". De eilandbewoners waren in feite gewoon slaven die als ze huiswaarts keerden nauwelijks wat verdiend hadden, soms alleen wat kleren en wapens. Britse en Australische koloniale ambtenaren deden aanvankelijk niets om deze situatie te beëindigen. De belangrijkste tegenstanders van deze mensenhandel waren presbyteriaanse missionarissen die het blackbinding aan de kaak stelden. Pas in 1901 werd wettelijk geregeld dat blackbinding verboden werd in Queensland in 1902, Fiji in 1911 en West-Samoa in 1913.

Negentiende eeuw

De eerste missionarissen arriveerden in 1839 op Vanuatu. Door de zeer vijandige houding van de bevolking nam men echter grote voorzichtigheid in acht. De kerk zette hierop Polynesische onderwijzers in die in feite als kanonnenvoer gebruikt werden; als het hun lukte om te blijven dan konden de Europeanen veilig volgen. Toch werden er verschillende Polynesiërs gedood en opgegeten. Toch werd het presbyterianisme al snel de belangrijkste christelijke kerkgenootschap op Vanuatu. De presbyteriaanse missionarissen verzetten zich hevig tegen het kannibalisme, de voorouderverering en polygamie. Andere kerkgenootschappen volgden snel. Anglicanen arriveerden in 1860 en rooms- katholieken in 1887. De katholieken bleken veel toleranter voor de plaatselijke bewoners en hun tradities. Ondanks een toenemend aantal bekeerlingen, vermengden de ni-Vanuatu het christendom met het traditionele geloof. De kerkgenootschappen onderling maakten het zichzelf moeilijk door als rivalen door het leven te gaan in plaats van als bondgenoten.

Een zeer actieve missionaris in de Zuid-Pacific was de Engelsman John Williams, die vanaf 1817 vele eilanden succesvol bezocht. Zijn bezoek aan het Vanuatuaanse eiland Erromango liep echter helemaal verkeerd af, Williams en zijn collega James Harris werden door kannibalen vermoord en opgegeten.

Nieuwe Hebriden condominium van Groot-Brittannië en Frankrijk

De sandelhouthandelaren en de blackbinders brachten ook nieuwe ziektes met zich mee, waar de bewoners van de Pacific weinig weerstand tegen hadden. Cholera, mazelen, pokken, griep en zelfs een eenvoudige verkoudheid zorgden voor het verdwijnen van hele bevolkingsgroepen. Men vermoedt dat Vanuatu begin 19e eeuw ca. één miljoen inwoners had.
Rond 1870 was dit aantal teruggelopen tot 650.000 en twintig jaar later waren dit er nog maar 100.000. In 1935 werd het dieptepunt bereikt met nog slechts 41.000 inwoners. De zwaarst getroffen eilanden waren Aneityum en Erromango waar nog maar 5% van de oorspronkelijke bevolking leefde. Ondanks de handelaren en missionarissen was de eerste Europese kolonist een veeboer die zich in 1854 vestigde op het eiland Aneityum. Anderen volgden snel, met name in de jaren zestig van de 19e eeuw toen de katoenteelt vaste voet aan de grond kreeg door de hoge katoenprijzen in de Verenigde Staten.
Nadat Nieuw-Caledonië in 1853 door Frankrijk werd geannexeerd, drong de presbyteriaanse kerk er bij de Britse regering aan om hetzelfde te doen met het eiland Aneityum en later zelfs geheel Vanuatu. De Britten weigerden echter vanwege de hoge kosten die nooit op zouden wegen tegen de baten. Door deze weigering van de Britse regering verslechterde de situatie voor de Britse en Australische kolonisten snel. Ondertussen werden de eilanden overspoeld door Franse kolonisten die gesteund door de Franse overheid al snel de economie van Vanuatu beheersten.
In 1862 kocht de tot Fransman genaturaliseerde Ier John Higginson, van beroep grondspeculant, ca. 20% van alle landbouwgrond van failliete, gedesillusioneerde Britse boeren en van stamhoofden. Hij stichtte daartoe in 1882 de "Compagnie Calédodienne des Nouvelles-Hébrides (CCNH), in 1894 herdoopt in Société Française des Nouvelles Hébrides (SFNH). Tien jaar later was 55% van de landbouwgrond in het bezit van de SFNH. Door deze situatie ontstond er grote rivaliteit tussen de Britse en Franse kolonisten en de ni- Vanuatu profiteerden hiervan door aanvallen op de kolonisten, vaak onder invloed van drank. Om deze problemen op te lossen werd in 1887 het Brits- Franse "Joint Naval Commission" in het leven geroepen die door een gebrek aan echte macht en zonder veel zeggenschap al snel mislukte.

In 1878 hadden Groot-Brittannië en Frankrijk al besloten de onafhankelijkheid van de Nieuwe Hebriden te respecteren. Begin 20e eeuw wees alles erop dat de archipel onder Brits-Frans bestuur zou komen te staan. In 1906 werd de "Anglo- French Condominium of the New Hebrides" opgericht als een antwoord op de Duitse expansiedrift in deze regio. Op dat moment woonden er ongeveer 2000 Franse en 1000 Britse kolonisten en 65.000 oorspronkelijke bewoners in Vanuatu. Het gezag over de archipel werd verder uitgebreid in het "Anglo-French Protocol" van 1914, dat echter pas in 1922 werd geratificeerd. Door deze overeenkomsten hadden de beide grootmachten precies evenveel invloed en de kolonisten behielden het staatsburgerschap van hun eigen land. De ni-Vanuatu daarentegen waren officieel stateloos. Als ze naar het buitenland wilden moesten ze zelfs toestemming vragen aan zowel de Britse als de Franse resident-gevolmachtigde. Het hoogste orgaan van het condominium was de "Joint Court". Dat besliste over problemen tussen de Britten en de Fransen, en tussen de Europeanen en de ni- Vanuatu. Er was bovendien een rechtbank voor de conflicten tussen de inheemse eilandbewoners onderling. Verder waren er o.a. twee politiecorpsen, twee gezondheidsdiensten en twee onderwijssystemen, waardoor de zaken niet erg efficiënt verliepen.
Japan bezette de Solomoneilanden begin 1942 en de bewoners van Vanuatu vreesden dat een invasie nabij was. Gelukkig arriveerde in mei van dat jaar de Amerikaanse vloot die meteen startten met het bouwen van militaire bases. Meer dan 100.000 soldaten werden gelegerd op de eilanden Efate en Santo. Veel eilandbewoners gingen voor de Amerikanen werken.

Nadat de Japanners verslagen waren verdwenen de Amerikanen weer net zo snel als ze gekomen waren. Ze lieten grote hoeveelheden uitrusting en wapens achter die verkocht werden of in de zee gedumpt. "Cargo cults" werd een verschijnsel dat zich op diverse eilanden voordeed: de dorpsbewoners geloofden dat de welvaart die ze gezien hadden bij de Europeanen naar hen toe zou komen als ze zich als Europeanen zouden gedragen. De meeste van deze bewegingen leidden al snel een kwijnend bestaan als de gehoopte welvaart niet gerealiseerd werd. De enige uitzondering hierop was de Jon Frum-sekte op het eiland Tanna. Aanhangers van de Jon Frum-sekte geloven in een verlosser, Jon Frum, die welvaart brengt, voorafgegaan door schepen vol geschenken.

Nieuwe Hebriden onafhankelijk en gaan verder als Vanuatu

De economische ontwikkeling ten tijde van de Amerikaanse aanwezigheid op Vanuatu stond na de oorlog snel stil. De naoorlogse autoriteiten van het condominium hadden geen geld noch de energie om de standaard faciliteiten die tijdens de Tweede Wereldoorlog bereikt werden, te handhaven. De economische "boom" na de Tweede Wereldoorlog in andere delen van de wereld zorgde ook op Vanuatu voor een opleving, hoewel de totale apathie nog zeker tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw zou duren. Tegen die tijd had de regering al wel de zorg voor onderwijs en gezondheidszorg overgenomen van de missionarissen.
De economie was op dat moment grotendeels afhankelijk van de kopraproductie, maar ook de vleesindustrie en het toerisme werden alternatieve bronnen van inkomsten. Grondeigendom stond centraal in politiek van de jaren zestig. Deze kwestie zou het laatste zetje in de rug worden richting onafhankelijkheid. De Europeanen beschouwden land als koopwaar net als alle andere goederen. Maar voor de ni-Vanuatu was het veel meer, namelijk de verplichting om de grond van de familie door te geven aan de volgende generaties, de "kastom"-traditie. Op dat moment was 30% van de totale landoppervlak eigendom van de kolonisten. De helft daarvan werd gebruikt voor de productie van kokosnoten. Toen de kolonisten land begonnen te ontginnen voor veelteelt protesteerden de ni- Vanuatu op de eilanden Santo en Malekula. De dorpsbewoners vonden dat de kolonisten geen recht op de grond hadden, maar dat die exclusief van hen was.
Er ontstond dan ook een kastom-beweging "Nagriamel" onder leiding van de charismatische Jimmy Stevens. Het belangrijkste doel was om de claims van de ni- Vanuatu te beschermen. In 1971 diende Stevens bij de Verenigde Naties een verzoekschrift in voor Vanuatu's onafhankelijkheid. In hetzelfde jaar richtte anglicaanse dominee Walter Lini de "New Hebrides National Party" (later: Vanua'aku Party) op, gesteund door de Engelssprekende protestantse bevolkingsgroep. Nagriamel werd sterk geïdentificeerd met de Fransen belangen. De francofone bevolking, bekend onder de naam Modérés, was sterk tegen een vervroegde onafhankelijkheid zoals verwoord in het verzoekschrift gericht aan de Verenigde Naties. Zij wilden liever doorgaan als condominium of zelfs onder volledige Franse heerschappij. Zij wilden wel een grotere autonomie voor de afzonderlijke eilanden.

Omdat Vanuatu steeds meer verpolitiekte werden er door de autoriteiten van het condominium de eerste algemene verkiezingen uitgeschreven. Tot die tijd werd er een assemblee gevormd van niet-gekozen leden die beslisten dat minderheidspartijen mochten regeren tot de verkiezingen van november 1979, die gewonnen werden door de Vanua'aku Pati met de naar zelfstandigheid strevende Lini als eerste minister-president. De overwinnaars waren echter zeer onpopulair in de Franse gebieden die zich meteen wilden afscheiden. Intussen was de datum voor de onafhankelijkheid van Vanuatu gepland voor halverwege 1980. De Franse regering in Parijs zag zijn invloed steeds verder afnemen ten gunste van de Britten, en besloot de Modérés te steunen.
Santo en Tanna dreigden zich begin 1980 daadwerkelijk af te scheiden en de Britten en Fransen konden niet overeenkomen hoe daarop te reageren. De Britten wilden militair ingrijpen, de Fransen niet en in mei escaleerde de situatie. Op Tanna brak een opstand uit tussen aanhangers van de regering en de Modérés. Op Santo vielen voorstanders van afscheiding Luganville binnen en hesen de vlag van de onafhankelijke republiek Vemarana. De Lini-regering reageerde met een blokkade van Santo.

Modérés-aanhangers op verschillende andere eilanden claimden hun eigen afscheiding in juni, o.a. Malekula, Ambae, Maewo en Ambrym. Vlak daarna fuseerden ze en riepen de "Provincial Government" van de Noordelijke Eilanden uit onder leiding van Jimmy Stevens. De regering van Vanuatu werd wel militaire steun toegezegd door Papoea Nieuw-Guinea om indien nodig een opstand neer te slaan. Gelukkig bleek dit achteraf niet nodig te zijn. Om de situatie niet helemaal uit de hand te laten lopen stelde Frankrijk voor om de onafhankelijkheid uit te stellen. De Britten waren hier echter faliekant tegen en de twee landen besloten toen om militair in te grijpen om de orde in Luganville te herstellen. Doordat de Brits-Franse troepen geen arrestatiebevelen hadden lukte het niet om de rust te herstellen. De regering riep toen alsnog troepen van Papoea Nieuw-Guinea op die de opstand snel braken en de leiders arresteerden.

Op 30 juli 1980 werden de eilanden onder de naam Vanuatu zelfstandig. Lini werd premier en zijn partijgenoot George Kalkoa (die zich voortaan Ati George Sokomanu noemde) de eerste president.

Jimmy Stevens was ondertussen gearresteerd en al snel kwam aan het licht dat de Franse regering alleen in naam de regering Lini had gesteund. In feite hadden ze in het geheim al die tijd de voorstanders van afscheiding gesteund. In 1988 leidde een constitutionele crisis ertoe dat Vanuatu's eerste president, Ati George Sokumanu ontslagen werd en daarna tijdelijk opgesloten. Fred Timakata van de VAP werd in 1989 tot president benoemd. Maxime Carlot Korman van de UMP volgde Lini na de algemene verkiezingen van dec. 1991 als premier op. Hij was de eerste Franstalige premier; jarenlang was Vanuatu door Engelstaligen bestuurd. In februari 1994 werd Jean-Marie Leyé tot nieuwe president gekozen.
In november 1995 verloor Carlot de parlementsverkiezingen, maar hij kon als premier aanblijven. Na een machtsstrijd binnen de Unie van Gematigde Partijen (UMP) was Serge Vohor in december Carlot opgevolgd, maar in februari 1996 kwam hij al ten val na een motie van wantrouwen, waarna Carlot weer premier werd. Maar ook hij overleefde een motie van wantrouwen niet en Serge Vohor keerde vervolgens weer terug als premier.

In 1999 koos het parlement John Bernard Bani tot president en overleed Walter Lini. In november van dat jaar besloot een groep internationale banken het betalingsverkeer met Nauru, Palau en Vanuatu te staken in verband met de verdenking van het witwassen van gelden van Russische en Latijns-Amerikaanse criminele organisaties. Vanuatu zou volgens een uitgelekt bankrapport zeer in trek zijn wegens zijn strikte bankgeheim.

21e eeuw

Op 3 januari 2002 werd Vanuatu getroffen door een onderzeese aardbeving van 7.3 op de schaal van Richter. Er vielen geen doden maar er was wel veel schade aan gebouwen. De brug die Noord-Efate met de hoofdstad Port Vila verbond, stortte in.
Vanuatu baarde in november 2004 opzien door diplomatieke betrekkingen aan te knopen met Taiwan, hoewel het ook banden had met China.
Nadat president Bani in maart 2004 was afgetreden omdat zijn ambtstermijn was verstreken, en de door het kiescollege tot zijn opvolger gekozen Alfred Maseng een crimineel verleden bleek te hebben, werd op 16 augustus 2004 Kalkot Matas Kelekele tot nieuwe president gekozen.

De parlementsverkiezingen op 6 juli 2004 werden gewonnen door de National United Party. Op 29 juli 2004 koos het parlement Serge Vohor van de UMP voor de derde maal tot premier. In november stapten vijf ministers over naar de oppositie naar aanleiding van het eigenmachtige besluit van de premier om diplomatieke betrekkingen aan te knopen met Taiwan (in plaats van met China), en viel de regering na een motie van afkeuring. Op 11 december 2004 vormde vice-premier Ham Lini een nieuw kabinet.

De helft van de bewoners van het eiland Ambae werd in november 2005 geëvacueerd, nadat de vulkaan Manaro plotseling actief was geworden. Na jarenlange rust vond op 27 november een explosie plaats in de krater van de vulkaan op het midden van het eiland. Sinds die tijd regende het as op de dorpen en kwam rook uit de krater. Ook viel er zure regen. De vulkaan stootte elke drie tot vijf minuten een asregen uit en de de activiteit nam toe.
Vulkanologen uit Nieuw-Caledonië en Nieuw Zeeland reisden naar Vanuatu om de vulkaan te monitoren. De vulkaan is in werkelijkheid 3900 meter hoog en steekt slechts voor een deel boven water uit.

In maart 2007 wordt de noodtoestand uitgeroepen nadat groepen van de eilanden Tanna en Ambryn in de hoofdstad botsen, er zijn beschuldigingen van hekserij. In september 2008 wordt Edward Natapei na een verkiezingsoverwinning de nieuwe premier. In december 2009 werd Iolu Abil tot president gekozen. In november 2009 wordt Edward Natapei uit zijn verantwoordelijkheden ontheven nadat hij drie keer niet kwam opdagen bij parlementszittingen zonder schriftelijke verklaring.

In december 2009 reisden nakomelingen van de op het eiland Erromango door kannibalen vermoorde missionaris John Williams af naar Erromango om de spijtbetuigingen van de nakomelingen van de kannibalen in ontvangst te nemen. Als eerbetoon aan Williams werd Dillons Bay veranderd in Williams Bay. In juni 2011 wordt Sato Kilman tot premier gekozen. In november 2012 werd hij na parlementsverkiezingen leider van een coalitie van 11 partijen.

In maart 2013 neemt hij ontslag en wordt opgevolgd door Moana Carcasses Kalosil. In mei 2014 overleeft hij een motie van afkeuring niet, zijn opvolger is oudgediende Joe Natuman.

Half maart 2015 werd Vanuatu getroffen door de categorie-5 supercycloon Pam, die een verwoestend spoor over de eilandengroep trok. Met windvlagen van meer dan 250 km per uur werden daken van huizen geblazen, andere huizen met de grond gelijkgemaakt. In de hoofdstad Port Vila was 80% van de stad verwoest en duizenden mensen werden dakloos. Enkele tientallen mensen vonden de dood. Hoewel men voorbereid was op de orkaan, bleek uiteindelijk weinig bestand tegen het natuurgeweld.

In februari 2016 wordt Charlot Salwai de nieuwe premier. In juni 2017 overlijdt president Londsdale, hij wordt opgevolgd door Tallid Obie Moses.

VANUATU LINKS

Advertenties
• Vanuatu Vliegtickets.nl
• Hotels Vanuatu
• Vanuatu Vliegtickets WTC

Nuttige links

Reisinformatie Vanuatu (N)
Reizendoejezo - Vanuatu (N)
Telefoongids Vanuatu
Vanuatu Startnederland (N+E)
Schrijf uw artikel over VANUATU

Bronnen

O'Byrne, D. / Vanuatu
Lonely Planet

Stanley, D. / South Pacific Handbook
Moon

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt november 2019
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems