Landenweb.nl

OMAN
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Arabisch
  Hoofdstad  Musqat
  Oppervlakte  309.500 km²
  Inwoners  4.978.775
  (mei 2019)
  Munteenheid  Omaanse rial
  (OMR)
  Tijdsverschil  +3
  Web  .om
  Code.  OMN
  Tel.  +968

Geografie en Landschap

Geografie

Het Sultanaat Oman (Arabisch: Soeltanah 'Oeman) ligt in het zuidoosten van het Arabisch schiereiland. Het grenst in het westen aan de Verenigde Arabische Emiraten en in het zuiden aan Jemen. De 1700 kilometer lange kustlijn grenst in het oosten aan de Arabische Zee en in het noorden aan de Golf van Oman. In het noorden ligt nog het schiereiland Musandam, dat van Oman gescheiden wordt door een 70 kilometer brede landstrook die deel uitmaakt van Verenigde Arabische Emiraten. De totale oppervlakte van Oman beslaat iets meer dan 300.000 km2 en Oman is daarmee ruim acht keer zo groot als Nederland.

advertentie

Oman SatellietfotoPhoto: Publiek domein

advertentie

Landschap

Het schiereiland Musandam wordt gedomineerd door de noordelijke toppen van het Hajjar- gebergte, een kalksteenmassief. De hoogste top is de Jebel Harim (2087 meter). De uitlopers van dit gebergte lopen tot 130 km landinwaarts en de hoogste top van het gebergte en van heel Oman is de Jebel Shams (3009 meter). Het noorden van Oman is bergachtig met vele valleien, oasen en kleine dorpjes. Tussen het westelijke Hajjar-gebergte en de Golf van Oman ligt de vruchtbare Batinah-kustvlakte. De oostelijke kustlijn bestaat voor een groot gedeelte uit steile bergkammen, ingesneden door baaien die vaak zijn uitgebouwd tot havens. Richting oosten wordt de kuststrook breder en ingesneden door wadi’s rivierbeddingen die slechts tijdelijk water bevatten). De zuidelijke uitlopers van het Hajjar-gebergte gaan over in een 500 kilometer lange kiezelvlakte, de Jiddat al-Harasis.

advertentie

Ligging Jiddat al-Harasis woestijnPhoto: United States Central Intelligence Agency in het publieke domein

Ten oosten daarvan ligt de Wahiba-zandwoestijn. In het westen ligt de Rub al-Khali- woestijn, met 800.000 km2 het grootste aaneengesloten woestijngebied ter wereld.

Door de chemische verwering van het kalksteen loopt er een labyrint van grotten onder het landschap van Oman. De op een na grootste grot ter wereld bevindt zich in Oman. Deze grot is meer dan 300 meter lang, 225 meter breed en heeft een hoogte tot 120 meter!

Tot Oman behoren verder nog het eiland Masirah waar een militaire basis gevestigd is, de onbewoonde Daymaniyat-eilanden en de Kuria-Muria-eilanden. In het emiraat Fujairah ligt nog de tot Oman behorende exclave Madha.

Klimaat en Weer

Grote temperatuurverschillen tussen de verschillende seizoenen, maar ook tussen het noorden en het zuiden kenmerken het klimaat van Oman. In de winter, van november tot maart, is het zonnig en warm. Overdag is het dan ca. 26°C en ’s nachts ca. 15°C. De zomermaanden mei tot en met oktober zijn heet met een hoge vochtigheidsgraad tot 95%. In de woestijngebieden kan de temperatuur dan oplopen tot 45 à 50°C. De hoofdstad Muscat is een van de heetste steden ter wereld. In Dhofar, Zuid-Oman, is het ’s zomers veel minder heet dan in de rest van Oman. De moesson (khareef) zorgt er dan voor dat het flink “afkoelt”, en het wordt dan niet meer dan 32°C. In het Hajjar-gebergte kan het ’s winters koud zijn met maar 5°C.

Jaarlijks valt er gemiddeld tussen de 200 en 500 mm regen, meestal in korte hevige buien. In Muscat daarentegen valt gemiddeld maar 100 mm per jaar. Ten westen van het Hajjar-gebergte valt de minste regen doordat de bergen de regen tegenhouden. In de winter valt er gemiddeld per maand een à twee dagen neerslag. Het aantal uren zonneschijn varieert per dag van acht uur in de winter tot 12 uur in de zomer. De temperatuur van het zeewater varieert van ca. 18°C in februari tot ca. 30°C in augustus.

Planten en Dieren

advertentie

Planten

Klimaat, goede irrigatietechnieken en het afwisselende landschap zorgen voor een verassend gevarieerde flora in Oman. Opvallendste verschijning in Oman is de dadelpalm. De dadels dienen als voedsel voor mens en dier. Nu zijn de meeste dadels voor eigen gebruik of voor de binnenlandse markt. Vroeger waren ze een belangrijk exportproduct. Ook de stam en de bladeren van de dadelpalm worden gebruikt.

De wierookboom komt vanwege het klimaat en de bodemgesteldheid alleen in Zuid- Oman voor. De wierook is het gedroogde hars van de wierookboom en is in deze regio van uitstekende kwaliteit. Vele soorten fruit worden verbouwd: o.a. citrusvruchten, aardbeien, vijgen, dadels, papaya’s, mango’s, bananen en meloenen. Hetzelfde geldt voor groente en graan: o.a. tomaten, aubergines, maïs en gerst.

Wilde gewassen zijn o.a. acacia’s en oleanders. Deze twee groeien met name in de buurt van wadi’s, aan de voet van de bergen. Het rijke bloemenleven in de woestijn is pas na een regenbui goed te zien. Bloemen die algemeen voorkomen zijn het driekleurig viooltje, de sleutelbloem en een kleine soort paardebloem. Met name in de Wahiba- woestijn komen de tot 10 meter hoge ghaf-bomen voor. In het zuidelijke Dhofar groeit nog de surghat-boom. In de zeearmen en lagunes aan de kust groeien mangrovebomen.

advertentie

Dieren

De aanvankelijk in Oman uitgestorven oryx is na een succesvol verlopen project weer te zien in de Omaanse natuur. Het aantal wilde exemplaren van de bijzondere gazelle wordt nu op 350 geschat. O.a. in de Sharqiya-regio leeft een ander bijzonder dier, de Arabische Tahr, een soort berggeit die alleen nog in Oman en de Verenigde Arabische Emiraten voorkomt. De Nubische ibex, ook een soort geit, komt alleen in Zuid-Oman voor.

Wilde dromedarissen komen niet meer voor op het Arabisch schiereiland. Alle dromedarissen, ook de loslopende, behoren aan iemand toe en zijn dan ook altijd gebrandmerkt. Ook o.a. hyena’s, luipaarden, steenbokken, wilde katten en lynxen komen niet of nauwelijks meer voor. Wel algemeen voorkomend zijn stekelvarkens, woestijnspringmuizen, egels, ratten, en vleermuizen. Van de ongeveer 50 soorten reptielen komen slangen (o.a. adders), hagedissen en gekko’s het meeste voor. In de kustwateren leven veel dolfijnen, schildpadden en in mindere mate walvissen. Ongeveer 20.000 zeeschildpadden leggen elk jaar hun eieren op de Omaanse stranden die vaak ter bescherming afgesloten zijn door de overheid. De groene schildpad is zeer zeldzaam.

Er leven ca. 150 vissoorten en schaaldieren in de Omaanse kustwateren, o.a. roggen, hamerhaaien, makrelen, tongen, vlindervissen, lipvissen, papegaaivissen, sardines, mosselen en kreeften. Sprinkhanen eten soms de oogst op maar worden ook gegeten door de Omani’s.

Gedurende oktober/november is Muscat de roofvogelhoofdstad van de wereld als er vele soorten roofvogels neerstrijken tijdens hun trek.

Geschiedenis

advertentie

Oudheid

Archeologische vondsten hebben uitgewezen dat er al meer dan 10.000 jaar geleden mensen in Oman gewoond hebben. Rond 4000 voor Chr. werden er al zeeschepen gebouwd en bevonden zich vissersdorpen aan de kust. Duizend jaar later werd er ook landbouw bedreven. De vele typische bijenkorfgraven die in Oman te zien zijn, stammen uit deze tijd. Tot 630 na Chr. wordt de geschiedenis van Oman door historici ingedeeld in periodes die genoemd zijn naar de vindplaatsen. Allereerst de Hafit- periode (3000- 2700 voor Chr.), en daarna achtereenvolgens de Umman an-Nar- periode (2700- 2000 voor Chr.), de Wadi Souq- periode (2000- 1000 voor Chr.), de Lizq- periode (1000- 400 voor Chr.) en de Samad- periode (400 voor Chr. – 630 na Chr.).

Langs de in 1500 voor Chr. ontstane wierookroute ontstonden steden die door de wierookhandel uitgroeiden tot machtige koninkrijken. Enkele van deze rijken waren Saba, Hadramut, Ma’in, Qataban en Ausan. Deze koninkrijken leefden in een soort gewapende vrede eeuwenlang langs elkaar. Even voor het begin van de jaartelling probeerden de Romeinen de wierookroute in handen te krijgen, maar dit mislukte totaal. Uiteindelijk lukte het Saba om in 400 voor Chr. de andere rijken te veroveren. Deze overheersing duurde tot het jaar 260 na Chr. toen de Himjaren Saba veroverden.

Uit dit rijk ontstonden twee grote rijken: Himjar in het westen en Hadramut in het oosten. Hadramut werd in 340 weer veroverd door de Himjaren die op hun beurt weer werden onderworpen door de Abessijnen en weer wat later door de christenen. Het tijdperk van de oude Zuid-Arabische koninkrijken was nu voorgoed voorbij.

De komst van de islam

Vanaf 622 begon de profeet Mohammed de islam te verbreiden. De heersers en in hun voetsporen de bevolking, bekeerden zich al snel tot de islam. Uiteindelijk werd de islamisering van geheel Arabië in 633 voltooid. Ondertussen had de Perzische koning Cyrus II het noorden van Oman veroverd en deze Perzische overheersing zou ongeveer 1000 jaar duren.

Onder de Perzische dynastieën van de Achameniden, Parthen en Sassaniden bloeide de zeehandel weer op. Oman deed in de 7e eeuw niet mee aan de strijd om de opvolging van de profeet Mohammed, maar concentreerden zich op de uitbouw van het handelsrijk richting het oosten. De rust duurde echter niet lang. De Omani’s waren ondertussen overgegaan tot de leer van het Ibadisme, een gematigde variant van de strenge islam. Vanuit Damascus werden er legers richting Oman gestuurd om de autoriteit van de soennitische Omajjaden-kalief te herstellen en de bevolking tot het soennitische geloof te bekeren. Deze en andere pogingen rond 800 mislukten echter en langzaam maar zeker breidde Oman haar macht uit. Het bleef echter zeer onrustig op het Arabisch schiereiland en werd Oman in de eeuwen daarna nog verschillende keren aangevallen.

Zo zou Oman rond het jaar 1000 een tijd lang een wilayat (soort provincie) van Irak (Baghdad) zijn. In 1064 werd Oman gedurende 80 jaar overheerst door de Seltsjoeken uit Centraal- Azië. In 1258 werd Bagdad door de Tartaren ingenomen en daarmee kwam een einde aan de invloed van Bagdad op Oman. De tijd van ± 1150 tot ± 1624 wordt het Nabhan- tijdperk genoemd. Dit tijdperk werd gekenmerkt door veel onderlinge strijd. In 1276 veroverden de Perzen grote delen van Oman, maar moesten zich uiteindelijk terugtrekken. In 1462 volgde weer een Perzische aanval en Bahla werd ingenomen, de hoofdstad en zetel van de Nahban- dynastie. Ook nu werd Oman weer bevrijd maar het bleef nog vele jaren zeer onrustig in het land.

Portugezen

Rond 1500 verschenen de Portugese ontdekkingsreizigers en veroveraars op het internationale handelstoneel nadat ze in 1478 als eerste Europeanen om Kaap de Goede Hoop zeilden. Ze wilden o.a. een deel van de kruidenhandel in handen krijgen. De beroemde Vasco da Gama veroverde vanaf 1503 Arabische steunpunten in Oost- Afrika. De Portugezen hadden al snel grote delen van de zeehandel in de Indische Oceaan onder controle, vaak door veel geweld toe te passen. In 1506 werd Alfonso du Albuquerque naar de Indische Oceaan gestuurd om een groot Portugees rijk te stichten. De Portugezen beheersten nog ongeveer 100 jaar de handel in de Golf en Indische Oceaan.

De Turken probeerden nog wel om de Portugese macht te breken, maar deze pogingen liepen op niets uit. Eind 16e eeuw namen de Hollanders en de Britten het roer over van de Portugezen, die alleen nog wat bezittingen in Noord-Oman overhielden. De 17e eeuw waren de Hollanders de leidende zeemacht met o.a. vanaf 1670 een kantoor in Muscat. Toen de invloed van de Hollanders afnam, raakten de Britten en de Fransen in deze regio in conflict met elkaar.

Nasir bin Murshid, tot imam gekozen en de stichter van de Yoruba-dynastie wist vanaf 1624 de kustbewoners en de binnenlandse stammen bij elkaar te brengen en vrede te stichten. De Portugezen sloot nu een verdrag met Nasir. Deze werd in 1649 opgevolgd door Sultan bin Saif I die in 1650 een einde maakte aan anderhalve eeuw Portugese overheersing.

Oman vaart eigen koers

Vanaf die tijd had Oman alleen nog maar via verdragen met de Europese machten te maken, en stonden de Omani’s geen vreemde machthebbers meer toe. Oman bouwde snel weer een grote handels- en krijgsvloot op en werd al snel een vooraanstaande macht in de Indische Oceaan. Ook werden Portugese bezittingen in Oost-Afrika, Iran en India veroverd.

Bilarab bin Sultan, de zoon van Saif I, veroverde in 1670 de provincie Gujerat in India, maar verloor de machtsstrijd met zijn broer Saif bin Sultan. Saif verdreef alle Portugezen uit de ten noorden van Madagaskar gelegen gebieden. Hij hield zich ook bezig met de lucratieve slavenhandel zowel naar de Verenigde Staten als voor Oman zelf. De Omaanse vloot breidde zich steeds verder uit. Door het wegvallen van de gezamenlijke vijand, de Portugezen, tekende zich onder het bewind van Saif’s zoon Sultan bin Saif II weer een binnenlandse stammenstrijd af tussen de Bani Hinawi en de Bani Ghafiri. Deze strijd verhevigde zich nog toen Saif II stierf. De strijd ging tussen de aanhangers van zijn zoon Saif bin Sultan II en de aanhangers van de door de religieuze geleerden naar voren geschoven Muhanna bin Sultan.

Ook de stammenstrijd tussen de Bani Hinawi en de Bani Ghafiri laaide weer in alle hevigheid op en resulteerde in een opdeling van Oman. De Bani Hinawi kregen grote delen van het binnenland, de omgeving van Sur en Nizwa. De Bani Ghafiri kregen de macht over de Batinah, Jabrin en Rustaq. De strijd ging echter door en Saif riep tot twee keer toe de hulp in van de Perzen, die van de gelegenheid gebruik maakten om Mutrah, Muscat en de hele Batinah in te nemen.

Ahmed bin Said, de stichter van de Al Bu Said- dynastie, die tot op heden de heerschappij over Oman uitoefent, zette de strijd tegen de Perzen voort en wist ze middels een list in 1747 te verslaan en hij werd tot negende imam gekozen. Het lukte Ahmed om zowel binnenlands als met de Arabische buurstammen de rust te herstellen.

Toenemende Britse invloeden

Onder leiding van Ahmed werd Oman weer een toonaangevende zeemacht die zowel met de Portugezen, de Hollanders en de Britten handelsbetrekkingen aanknoopte. Door financiële en militaire hulp te bieden nam de invloed van de Britten vanaf 1800 wel toe.

Na de dood van Ahmed in 1783 werd diens zoon Said bin Ahmed tot imam gekozen. De zoon van Said, Hamad bin Said, kreeg grote delen van Oman onder controle zodat het land verdeeld was in een sultanaat aan de kust en een imamaat in het binnenland. Hamad werd opgevolgd door zijn oom Sultan bin Ahmed, die al snel grote delen van Oman in handen kreeg. In 1798 waren de Nederlanders en de Fransen in oorlog met de Britten. Toen Ahmed dan ook als eerste Arabische vorst een overeenkomst met de Britten sloot, werd het Nederlandse en Franse schepen verboden om voor de kust van Oman te ankeren. De hulp van de Britten kwam ook van pas toen de Omani’s aangevallen werden door Qawasim uit het piratennest Ras al-Khaimah (nu Verenigde Arabische Emiraten) en de streng religieus- militaire Wahabiet- beweging.

Sultan bin Ahmed werd tijdens gevechten in 1804 gedood en uiteindelijk opgevolgd door Said bin Sultan. Onder hem bereikte Oman qua handelspolitiek en expansie een hoogtepunt. Zo sloot hij handelsovereenkomsten met Nederland, Groot- Brittannië, de Verenigde Staten en werd Zanzibar in Afrika zelfs uitgeroepen tot de tweede hoofdstad en een economisch centrum dat zich uitstrekte tot in Zaïre en Uganda. Hij controleerde o.a. de slaven- tussenhandel en de wereldhandel in ivoor en kruidnagels voor een groot gedeelte.

Economische voorspoed voorbij

Toen de Britten in 1839 definitief de slavernij afschaften, verloren de Omani’s een belangrijke bron van inkomsten. Said stierf in 1856 op zee en liet 36 zonen en dochters achter! Er volgde natuurlijk weer een strijd om de opvolging, dit keer tussen de zonen Majid en Thuwani. Na de opdeling van het sultanaat controleerde Majid het rijke Oost-Afrikaanse gebied en Thuwani het arme Aziatische gedeelte van het land. Majid zou Thuwani daarom jaarlijks geld betalen. In 1860 lukte het Majid niet om aan zijn verplichtingen te voldoen en riep Thuwani zich uit tot heerser over alle Omaanse gebieden.

In 1861 werd Oman gesplitst in het sultanaat Oman en Muscat en het sultanaat Zanzibar, dat zich onafhankelijk van Oman zou ontwikkelen en dat tot 1964 zou blijven bestaan. Door de komst van de eerste Europese stoomschepen en de opening van het Suezkanaal zakte de zeehandel in elkaar en begon het definitieve economische verval. Er ontstond een economische crisis en stammen in het binnenland waren zeer ontevreden en wilden het herstel van het imamaat.

In 1861 leidde Turki een opstand tegen zijn broer Thuwani die in 1864 zelfs door zijn eigen zoon Salim werd vermoord. In 1868 volgde een opstand onder leiding van Azan bin Qais en Salim vertrok gedwongen uit Oman. Azzan werd tot imam uitgeroepen en er ontstond een religieus en conservatief regime. Turki had ondertussen veel geld en wapens verzameld en Azzan werd in een veldslag gedood. Turki nam daarop Muscat en Mutrah in en wist met Britse steun, ondanks binnenlandse onrust, tot zijn dood in 1888 aan de macht te blijven.

Hij werd opgevolgd door zijn zoon Faisal die ook de Fransen weer benaderde en in 1894 werd er zelfs weer een Frans consulaat in Muscat geopend, uiteraard onder protest van de Britten. Na de dood van Faisal in 1913 werd hij opgevolgd door zijn zoon Taimar bin Faisal en in het binnenland werd Salim bin Rashid al- Kharusi tot imam uitgeroepen. Met Britse hulp kon een aanval op Muscat in 1915 gestopt worden. In 1920 werd het Verdrag van Seeb gesloten waarin de invloedssferen van de imam en de sultan werden vastgelegd. Dit verdrag hield tot 1954 stand.

Eerste olieboringen

De staatskas bleef ondertussen leeg o.a. doordat proefboringen naar olie vooralsnog niets opleverden. Taimur stierf in 1932 en werd opgevolgd door zijn zoon Said bin Taimur. Hij probeerde de economische crisis op te lossen. Een bron van inkomsten zou de olie kunnen zijn maar dan moest eerst het hele land onder controle van Said staan. Hij kwam daarmee in conflict met de nieuwe imam Ghalib bin Ali die zelf een onafhankelijke staat in het binnenland wilde stichten met behulp van de Saoedi’s. Said stuurde een legertje Omani’s samen met Britse hulptroepen naar het binnenland en de rust was snel hersteld. Ghalib probeerde het in 1957 nog een keer, maar weer werd hij verslagen, ook al duurde het tot 1959 eer de opstand (Jebel Akhdar-opstand) definitief onderdrukt was. Door deze overwinning was de macht van de imams definitief gebroken en konden de kustbevolking en de mensen uit het binnenland zich samen richten op de toekomst van Oman.

De Saoedi-Arabiërs deden in 1952 nog een poging om een stuk van Oman te annexeren maar dit mislukte dankzij de hulp van de Britten. De Britten profiteerden hiervan door af te dwingen dat alleen met hun toestemming olieconcessies verleend mochten worden aan andere landen. Door al deze ontwikkelingen was Said bang zijn heerschappij te verliezen en hij sloot Oman als het ware af van de rest van de wereld, bang dat de bevolking nieuwe ideeën zou opdoen. Zo werden kranten, radio en televisie verboden en reizen naar het buitenland mocht alleen met toestemming van de sultan. Hierdoor bleef Oman een van de armste landen ter wereld en uiteraard groeide de ontevredenheid onder de bevolking, ook al omdat de snel stijgende olie- inkomsten alleen ten goede kwamen aan de sultan en andere machthebbers.

Deze ontwikkelingen leidden in het soennitische Dhofar tot een opstand. De bevolking in het zuiden negeerde het reisverbod en kwam in aanraking met een andere en modernere wereld en er ontstonden al snel nationalistische ideeën (oprichting Dhofar Liberation Front; DLF), die resulteerden in een opstand die gesteund werd door de Jebali’s, de bevolking van de bergen. Men ging uiteindelijk zo ver dat het doel veranderde: men wilde nu het hele Golfgebied bevrijden van de imperialistische heersers uit het westen en daartoe werd het Peoples Front of the Liberation of the Occupied Arabian Gulf (PFLOAG) opgericht. Ze kregen steun van China, de Sovjet-Unie en Irak. De Britten, die grote belangen in de olie-industrie hadden zochten steun bij de zoon van Said, Qabous bin Said die al sinds 1964 “huisarrest” had.

Sultan Qabous zet andere koers uit

Hij zette in juli 1970 zijn vader in een geweldloze coup af en in hetzelfde jaar verlieten ook de Britse troepen het land. Qabous beloofde het volk andere, betere tijden. Ook de naam van het land werd gewijzigd in Sultanaat Oman. Het conflict in Dhofar duurde echter nog steeds voort en groeide zelfs uit tot een internationaal conflict. Ook met behulp van de Britten lukt het niet om de opstandelingen te verslaan, hoewel ze wel gedwongen werden om zich terug te trekken in de bergen.

De oliecrisis in 1973 zorgde voor een ommekeer. De idee dat het communistisch georiënteerde PFLOAG de Perzische Golf onder controle zou krijgen was voor Iran en het westen een doemscenario dat ten koste van alles moest worden voorkomen. Iran zette troepen in, Jordanië leverde militaire adviseurs en de Verenigde Staten leverden wapens. In de bevrijde gebieden werd meteen een hulpprogramma opgezet en werden in hoog tempo o.a. scholen, moskeeën en ziekenhuizen gebouwd om de bevolking gunstig te stemmen.

In 1975 werd Dhofar bevrijd en ook de Dhofari’s werden bedolven onder geld, voorzieningen en zelfs een positie in de regering. De opbouw van Oman werd nu echt goed ter hand genomen en de levensomstandigheden van de bevolking gingen in relatief korte tijd enorm vooruit. Met behulp van westers geld en een ontwikkelingsplan van de Verenigde Naties ontwikkelde de handel, de industrie en het onderwijs zich en werden er scholen, bibliotheken, musea en postkantoren gebouwd. Het analfabetisme werd aangepakt en boeren en vissers ontvingen steun. In 1981 sloot Oman zich met andere Perzische- Golfstaten aaneen in de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC), een militair bondgenootschap, dat ook al snel tot politieke en economische samenwerking leidde.

Tijdens de Tweede Golfoorlog in 1991 behoorde Oman tot de bondgenoten van Koeweit en verleende het de geallieerde tegenstanders van Irak militaire faciliteiten. In februari 1992 ontdekten Amerikaanse archeologen ten noorden van Salalah de overblijfselen van de langs de wierookroute gelegen stad Ubar, daterend uit ca. 2000 v. Christus. Ubar werd al genoemd in de koran en in de sprookjes van 1001 nacht. In april vond men aan de voet van het Kara- gebergte de resten van de stad Saffara Metropolis (5000-2000 v. Christus). In 1993 werden nieuwe oliebronnen en een gasveld ontdekt bij Sunainah in het noordoosten. In 1998 kreeg Sultan Qabous de International Peace Award voor zijn leidende rol in het behouden van vrede en stabiliteit in de regio.

Op 4 oktober 2003 kon iedere staatsburger van Oman van 21 jaar en ouder zijn/haar stem uitbrengen op kandidaten voor de Majlis Al Shura(Consultative Council). Ook Omanieten woonachtig in de andere GCC-staten konden voor het eerst in hun standplaats stemmen. In de Majlis Al Shura werden 81 mannen en twee vrouwen gekozen. De Majlis Oman heeft geen formele wetgevende macht en kan alleen ontwerpwetten over sociale en economische politiek bespreken en wijzigingen aanbevelen.

Gezien de bevoegdheden van de sultan (wetgeving, benoeming van ministers en de rechtelijke macht) is de Majlis Oman nog geen machtsfactor. De door de sultan benoemde ministers leggen geen verantwoording af aan het parlement, maar aan het staatshoofd. In januari 2006 sluiten Oman en de Verenigde Staten een vrijhandelsverdrag. In juni 2009 krijgt ook Oman last van Somalische piraten, het eerste schip wordt gekaapt voor de kust van Oman. In 2011 en 2012 zijn er wat politieke onrusten en tegenstanders van het regime worden gevangen gezet. In maart 2013 laat de sultan 30 mensen vrij. In mei 2014 wordt de voormalige minister van handel Mohammed al-Khusaibi wegens corruptie veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf. In oktober 2015 wordt de nieuwe Majlis Al Shura gekozen, er zit 1 vrouw in. In juli 2017 worden havens van Oman gebruikt door Qatar om de sancties tegen dat land te omzeilen.

Bevolking

In 1993 werd er voor het eerst een officiële volkstelling in Oman gehouden. Op dit moment (2017) leven 4.613.7241 mensen in Oman. Ongeveer 45% daarvan zijn buitenlanders; gastarbeiders, Europeanen en immigranten. Per vierkante kilometer wonen er ongeveer 15 inwoners en daarmee is Oman een van de dunst bevolkte landen ter wereld. Door de hoge bevolkingsgroei zal de bevolking van Oman elke 20 jaar verdubbelen.

De dichtstbevolkte gebieden zijn Muscat en omgeving, de vruchtbare Batinah- vlakte, in het zuiden Salalah en de kustplaatsen. De grootste steden zijn: Muscat (85.000 inwoners; de hele stedelijke regio meer dan 1,5 miljoen inwoners), Suhar, Sur, Nizwa en Rustaq.

De meeste Omani’s stammen af van Arabische stammen, de Azd en de Nizary. De Azd komen uit Jemen en de Nizary uit de Nejd-regio in Saoedi- Arabië. De traditionele stammenstructuur is de gehele geschiedenis door bewaard gebleven en pas door sultan Qabous is het volk verenigd. Ondertussen ontstonden er in de loop der eeuwen veel meer stammen maar de meerderheid in Oman behoort nu tot de Bani Hinawi- stam (kustbewoners) en de Bani Ghafiri-stam (bedoeïenen).

Er leven nog verschillende andere bevolkingsgroepen in Oman. De zogenaamde Zanzibari’s zijn nakomelingen van Omani’s die vroeger naar Zanzibar trokken. Sinds 1970 zijn er velen weer teruggekeerd. Ze spreken naast het Arabisch ook Swahili. Gastarbeiders komen vooral uit Bangladesh, de Filippijnen en Sri Lanka en werken vooral in de dienstverlenende sector. De meeste Europeanen, vooral Britten, werken bij banken of hebben andere hooggekwalificeerde functies. In het zuidelijke Dhofar wonen o.a. Arabieren afkomstig uit Jemen nomadische Jebali’s en verschillende bergstammen.In Musandam wonen de Shihuh met Perzische en Arabische voorouders.

De oudste en meest authentieke bevolkingsgroep vormen de bedoeïenen (bedu), van oorsprong nomadisch, maar hedendaags veelal semi- nomadisch of zelfs sedentair (=zittend, op hun plaats blijvend). Op dit moment leidt minder dan 10% van de bevolking een semi- nomadisch bestaan door de veranderende moderne levensomstandigheden. De bedoeïenen leven met name in de woestijngebieden ten zuiden en westen van de hoofdstad Muscat.

Oman heeft een zeer jonge bevolking. Het aantal inwoners tussen de 0 en 14 jaar bedraagt 30% en het aantal mensen boven de 65 bedraagt slechts 3,5% van de bevolking. De gemiddelde groei van de bevolking per jaar bedraagt 2,03%. De gemiddelde levensverwachting van de Omani’s bedraagt 75,7 jaar.

Taal

De officiële taal in Oman is het Arabisch, een Semitische taal. Een andere Semitische taal, het Aramees, was voor het begin van onze jaartelling de algemeen gangbare taal in het Midden- en Nabije Oosten. Door de uitbreiding van de islam werd ook de Arabische taal algemeen verspreid over het Arabisch schiereiland. Het Arabisch in Oman is het meest verwant met de klassieke Arabische taal, de taal van de koran.

Het Arabische schrift bestaat uit 28 letters die meestal aan elkaar geschreven worden. Arabische woorden worden van rechts naar links geschreven; cijfers worden van links naar rechts geschreven!

In Zuid- Oman wordt nog het met het Arabisch verwante Jebeli of Shehri gesproken. De Shihuh-stam op het Musandam- schiereiland spreekt een mengeling van Arabisch en Perzisch. Omani’s in het oosten van Oman komen oorspronkelijk van Zanzibar (Afrika) en spreken nog Swahili.

De tweede officiële taal is het Engels. Wegwijzers en straatnaambordjes staan vaak in het Arabisch en in het Engels aangegeven. Door de vele gastarbeiders wordt er ook veel Urdu en Farsi gesproken.

Enkele uitspraakregels van het Arabisch:

Er bestaat geen vaste Nederlandse schrijfwijze voor Arabische woorden. De namen worden geschreven zoals ze uitgesproken worden. Aqaba kan dus net zogoed als Akaba gespeld worden.

Het Arabische schrift wordt van rechts naar links geschreven en bestaat uit 28 medeklinkers. Klinkers worden niet geschreven en daardoor ontstaan er verschillende Latijnse schrijfwijzen voor één-en-hetzelfde woord. Arabische cijfers worden van links naar rechts geschreven.

Enkele woorden en zinnen:

NederlandsArabisch
Eenwahed, vrouwelijk: wahda
Tweeetnen
Drietalata
Tien‘ashra
Honderdmeyya
Duizend‘alf
Zondagyom el had
Woensdagyom el ’arba’
Ja‘aywa
Neela’
Zomersef
Wintersheta
Waar is het hotel?fen el fondok?
Hoe laat is het?essa’a kam?
Hoe heet u?‘esm-ak ‘ak? (man)
Hoe heet u?‘esm-ek ‘eh? (vrouw)
Hebt u wisselgeld?‘andokom fakka?

Godsdienst

Hoewel er godsdienstvrijheid bestaat is de islam uiteraard de belangrijkste godsdienst in Oman. Vlak na de dood van Mohammed in 632 was het gehele Arabische schiereiland bekeerd tot de islam, vaak na bloedige veroverings- en bekeringstochten. Mohammed stierf zonder mannelijke erfgenamen na te laten en zonder opvolgingsprocedure vast te leggen. Hierdoor ontstond dan ook al snel serieuze meningsverschillen. Er ontstonden twee stromingen, de sjiïeten (shiat Ali=de partij van Ali, de vierde kalief die na de dood van Mohammed zijn opvolger werd) die vinden dat de opvolgers van Mohammed alleen uit de familie van Mohammed mag komen, en de soennieten (soena=gewoonte) die de opvolging aanvaarden van de Omajjaden, de heersers van Damascus. Tegenwoordig is 90% van alle moslims soennietisch.

Ondanks diverse veldslagen inzake deze opvolgingskwestie lukte het de sjiïeten niet de soennieten te verslaan en te bekeren. Teleurgestelde sjiïeten scheidden zich toen af onder de naam Kharijiten. De gematigden onder hen stonden onder leiding van Abd Allah ibn Ibad en vluchtten o.a. naar het huidige Oman. Deze Ibadieten slaagden er na enige tijd in om vreedzaam samen te leven met de soennieten. Het Ibadisme kenmerkt zich door tolerantie en matiging. Zo wordt er niet gemarteld, hoewel dat in de sharia, de islamitische wetgeving, wel voorgeschreven is bij bepaalde misdaden.

Oman is het enige islamitische land ter wereld waar de meerderheid van de bevolking tot de Ibadieten behoort. Ongeveer 75% van de islamitische Omani’s is Ibadiet en ongeveer 25% van de van de islamitische bevolking is soenniet. Een kleine minderheid vormen de sjiïeten. Met name in het centrale deel van Oman leven de Ibadieten. Soennieten en sjiïeten leven voornamelijk langs de kust. Één stam bestaat uit aanhangers van het Wahhabisme die zeer streng aan de wetten en voorschriften van de islam vasthouden. Onder de grote groep buitenlanders treft men vooral hindoes (15%) en christenen aan.

Samenleving

Staatsinrichting

Oman is een islamitische absolutistische monarche met een sultan (op dit moment Qabous) als staatshoofd en absoluut heerser. Men probeert de oude stammenstructuur te laten harmoniëren met het moderne bestuur, en dat lukt vrij goed. Er zijn geen politieke partijen en vakbonden en er is ook geen parlement. Wetten en verordeningen worden per decreet door de sultan afgekondigd en eventueel ook weer eenzijdig ongedaan gemaakt. De sultan is tevens minister van Defensie en Financiën en opperbevelhebber van de strijdkrachten. Het volk van Oman accepteert deze gang van zaken, niet in het minst door de economische voorspoed van het land en de stormachtige ontwikkelingen op allerlei andere gebieden (zie: onderwijs). Het dagelijks bestuur bestaat uit ministers, staatssecretarissen en speciale raden die allen rechtstreeks verantwoording schuldig zijn aan de sultan.

Oman bestaat uit drie gouvernementen: Muscat, Dhofar en het schiereiland Musandam. Verder is Oman verdeeld in acht administratieve regio’s die weer verdeeld zijn in 59 districten (wilayat), die ongeveer overeenkomen met de oude stammengrenzen. Aan het hoofd staat een door de sultan aangewezen zogenaamde “wali” die verantwoording schuldig is aan de Minister van Binnenlandse Zaken.

Sinds 1991 opereert er een raadgevende volksvertegenwoordiging van 83 afgevaardigden, de Majlis ash- Shura. De sultan benoemt per district een aantal personen voor een periode van drie jaar. Districten met minder dan 30.000 inwoners hebben een afgevaardigde en districten met meer dan 30.000 inwoners hebben twee afgevaardigden. Sinds 1995 mogen ook vrouwen plaatsnemen in de volksvertegenwoordiging en in 2004 telde de Shura-raad daadwerkelijk twee vrouwen. Hoewel de Shura-raad verplicht geraadpleegd moeten worden bij b.v. nieuwe wetten, hebben ze slechts een adviserende taak. Toch wordt er aan hun oordeel steeds meer waarde gehecht, misschien een voorbode van democratische ontwikkelingen.

De sultan heeft geen kinderen dus van erfopvolging is geen sprake. Wat er na zijn dood gaat gebeuren is nog onduidelijk, misschien verandert het sultanaat dan wel in een republiek!

In maart 2004 werd er voor het eerst in de geschiedenis van Oman een vrouw tot minister met portefeuille benoemd. het was Rawya bint Saud al-Bosaeidi, die minister van Hoger Onderwijs werd. Sinds 2003 had men al wel een minister zonder portefeuille. Voor de huidige politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Onderwijs

Begin jaren zeventig stond het onderwijs in Oman op alle niveaus nog in de kinderschoenen. Drie lagere jongensscholen en enkele koranscholen, dat was alles. Op dit moment zijn er ca. 1000 lagere scholen voor ongeveer 500.000 leerlingen en 500 scholen voor volwassenen. Na de lagere school is er middelbaar en voorbereidend hoger onderwijs. Ook zijn er behoorlijk wat hogescholen en vakscholen. Het staatsonderwijs is gratis.

In 1980 werd de Sultan Qabous University geopend waar nu bijna 4000 studenten hun colleges volgen. Opmerkelijk is dat ca. 65% van de studenten meisjes zijn. Dit komt doordat sultan Qabous geëist heeft dat er minimaal 50% meisjes aan de universiteit mogen studeren. Dat het er nu veel meer zijn ligt vooral aan de zeer goede studieresultaten die ze boeken. Meisjes en vrouwen hebben bovendien het recht om onderwijs te volgen en maken daar dan ook in groten getale gebruik van. De meeste vakken op de universiteit worden in het Engels gegeven.

Sinds 1971 wordt er in 16 vrouwencentra volwassenenonderwijs gegeven waar men de vrouwen leert lezen en schrijven maar ook voorlichting geeft over gezondheid, voeding, hygiëne en geboortebeperking. Ongeveer 3000 studenten studeren in het buitenland.

Op dit moment is ca. 40% van de volwassenen analfabeet, van de jongens 15% en van de meisjes ca. 20%. Het onderwijzend personeel bestaat voor ongeveer de helft uit Omani’s. Door het grote lerarentekort is men genoodzaakt om de rest uit het buitenland te halen, met name uit Egypte.

Economie

Algemeen

Oman heeft een vrijemarkteconomie waarin de overheid geen grote rol speelt. Het was voornamelijk een agrarisch land. Een flink deel van de werkzame bevolking vindt zijn bestaan in landbouw en visserij. Deze sector draagt overigens maar voor minder dan 2% bij in het bruto nationaal product. (2017)

Vóór 1970 was Oman economisch geïsoleerd van de rest van de wereld en waren de meeste inkomsten afkomstig van de export van dadels, limoenen en vis. Veel geld om zaken als infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg te verbeteren was er dan ook niet.

Dat veranderde drastisch na 1970 toen de inkomsten uit de olieverkoop binnenstroomden. Doordat de olievoorraden niet zo heel erg groot zijn, wordt er driftig gezocht naar andere bronnen van inkomsten zoals aardgas, landbouw, visserij, nieuwe industrieën en toerisme. Tevens probeerde de regering het klimaat voor buitenlandse investeringen te verbeteren, om de verwachte daling van de olie- opbrengsten op te vangen.

De staatsinkomsten van Oman zijn nu voor meer dan 75% afhankelijk van de aardolie- en aardgasverkopen. Oman heeft zelf maar één olieraffinaderij. Door de snelle ontwikkeling van de economie ontstond er al snel een tekort aan arbeidskrachten. Deze werden massaal uit het buitenland gehaald. Door betere scholing staan er nu vele Omani’s te trappelen om aan het arbeidsproces deel te nemen. Ook vrouwen beginnen aan het arbeidsproces deel te nemen. Geprobeerd wordt nu om het aantal buitenlandse arbeiders sterk terug te dringen; dit proces wordt “omanisering” genoemd. Jaarlijks wordt per bedrijfstak vastgesteld hoeveel buitenlanders maximaal in zo’n bedrijfstak mogen werken.

Olie en aardgas

In augustus 1967 werd de eerste olie geëxporteerd. Sinds 1970 zijn er vele nieuwe olievelden ontdekt, en in 1996 werden er 853.000 vaten per dag geproduceerd van 93 velden. De oliereserves zijn niet erg groot en waarschijnlijk nog maar 20 jaar te exploiteren. Geprobeerd wordt nu om in de zee nieuwe velden te ontdekken. Er wordt met name geëxporteerd naar Japan Zuid-Korea en China. In de laatste jaren van de vorige eeuw is een aantal nieuwe zeehavens aangelegd zoals Mina Qabus, Mina Raysut en Mina al Fahal, waar olietankers van elk tonnage binnen kunnen varen.

Tijdens het zoeken naar de aardolie werden er flinke gasbellen ontdekt. De reserves bedragen minstens 27 triljoen kubieke voet. Het Oman Liquefied Natural Gas Project levert een capaciteit op van 6,2 miljoen ton en is daarmee een van de grootste ontwikkelingsprojecten ter wereld. Dankzij de snelle economische groei kon een begin worden gemaakt met de bouw van installaties voor vloeibaar aardgas en petrochemie.

Industrie, mijnbouw en handel

Ook de industrie werd pas na 1970 belangrijk voor de economie van Oman. Door de grote infrastructurele projecten en bouwprojecten groeide met name de bouwsector in het begin van de jaren zeventig erg hard. In 1983 werd het eerste echte industriegebied gevestigd in Rusayl. Op dit moment staan daar meer dan 100 fabrieken o.a. voor meubels, cement, textiel en zelfs een dadelfabriek. Nadien werden er nog een reeks nieuwe industriegebieden aangelegd, aangemoedigd door de renteloze leningen en subsidies die aan bedrijven en investeerders gegeven werd. Oman is rijk aan mineralen en de mijnbouw zou tot een belangrijke economische sector kunnen uitgroeien. Al 5000 jaar geleden werd er koper gewonnen en recent zijn er weer nieuwe koperertsreserves ontdekt. In hetzelfde gebied (Yanqul) wordt ook goud en zilver gewonnen. Chroom wordt vooral naar Japan en China geëxporteerd.

Verder zijn er o.a. nog voorraden steenkool, gips, kalksteen, ijzer, nikkel en mangaan. De vroeger florerende indigoververijen zijn bijna allemaal verdwenen door de komst van veel goedkopere synthetische verven. De traditionele botenbouw gebeurt nog steeds in Oman. De werven van Sur zijn befaamd. Op deze werven worden “dhows” gebouwd, verschillende soorten Arabische schepen. Als handelscentrum was Oman al van vroeger uit belangrijk voor de koper- en wierookexport. Oman is 's werelds enige leverancier van wierook. Ook de handel in Arabische volbloedpaarden maakte Oman beroemd. Op dit moment wordt er vooral aardolie, aardgas, koper, vis en landbouwproducten geëxporteerd. Geïmporteerd worden vooral voedingsmiddelen, vrachtauto’s en machines. Oman exporteerde in 2017 voor $103 miljard naar voornamelijk China, de VAE en Zuid-Korea. Oman importeerde in 2017 voor $24 miljard uit voornamelijk de Verenigde Arabische Emiraten, Verenigde Staten en Brazilie.

Landbouw, veeteelt en visserij

Lange tijd waren de visserij en de landbouw de enige bron van inkomsten voor Oman. In de landbouw zijn nu ongeveer 200.000 mensen werkzaam, terwijl bijna 800.000 mensen in min of meerdere mate zelf land bezitten. In totaal is er 100.000 ha geschikt voor landbouw en op dit moment is 60% daarvan daadwerkelijk in gebruik. In de vruchtbare Batinah-vlakte worden veel limoenen verbouwd en staan ca. 10 miljoen dadelpalmen. Dadels (opbrengst ca. 160.000 ton per jaar) zijn vooral voor binnenlands gebruik. Van de dadels wordt bijna alles gebruikt: dadels, pitten, hout, takken en vezels.

Tevens groeien hier o.a. nog mango’s, aardbeien, uien, tarwe, luzerne, tabak, aubergines en pepers. Rond het hoge bergmassief Jebel Akhdar verbouwd men rozen voor het beroemde rozenwater. In het zuidelijke Dhofar vinden we o.a. kokospalmen, wierook-, bananen- en papajabomen.

Oman steekt zeer veel geld in moderne landbouwtechnieken om de kwantiteit en de kwaliteit van de producten te verhogen en te verbeteren. Dat betreft bijvoorbeeld irrigatietechnieken, proefboerderijen en bebossingsprojecten gericht tegen erosie. Ook worden de boeren ondersteund door landbouwbanken met leningen en subsidies. Men wil hierdoor zo min mogelijk afhankelijk zijn van het buitenland wat voedsel betreft. Ondanks de moderne irrigatietechnieken wordt al vele eeuwen lang gebruikt gemaakt van de “aflaj”, een netwerk van meer dan 4000 boven- en ondergrondse irrigatiekanalen.

Veehouderij wordt bedreven door de nomadische stammen in het binnenland en in Dhofar. Ook de veeteelt wordt gemoderniseerd (b.v. k.i.-machines) en ook aan het welzijn van de dieren wordt veel aandacht besteed. Veeteelt betreft schapen, runderen, geiten en kamelen, samen ongeveer 700.000 stuks. Dat betekent dat Oman een leidende positie wat veeteelt betreft heeft op het Arabisch schiereiland. De vleesproductie is vooral bestemd voor de binnenlandse markt, maar nog niet voldoende om aan de totale binnenlandse vraag te voldoen. De visserij is na de olie- export de belangrijkste bron van inkomsten voor Oman. Ook hier wordt weer geweldig veel geïnvesteerd om door moderniseren deze bedrijfstak uit te bouwen.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Tot 1970 werd Oman alleen door zakenlui bezocht. Daarna werden in eerste instantie alleen groepen toegelaten, later ook individuele reizigers. In 1987 kwamen er nog minder dan 1000 toeristen. Nu komen er steeds meer toeristen naar Oman. Vanaf het begin van de ontwikkeling van de toeristenindustrie wordt er scherp op het milieu gelet.

Oman heeft op dit moment zes luchthavens en een eigen luchtvaartmaatschappij: Oman Air. Ook neemt Oman deel aan Gulf Air dat verder in handen is van Abu Dhabi, Qatar en Bahrein. In 1970 was er nog maar 10 kilometer geasfalteerde weg; op dit moment zijn er al bijna 7000 kilometer geasfalteerde wegen in Oman. De meeste plaatsen zijn met elkaar verbonden door asfaltwegen. Een uitgebreid busnetwerk zorgt voor het personenvervoer tussen dorpen en steden. Tussen de grote steden rijden snelbussen. Er rijden geen treinen.

Muscat de hoofdstad van Oman betovert bezoekers op een manier die geen enkele andere stad in de Golf kan beginnen te evenaren. Misschien is het omdat Muscat niet kunstmatig aanvoelt als zo veel andere steden in de regio. Muscat, Mutrah en Ruwi zijn de kern districten van de stad. Muscat, het oude havengebied, is de plaats waar het belangrijkste paleis van de sultan staat en een fascinerende plek om rond te dwalen, maar het heeft op de oude stadsmuren na geen winkels of bezienswaardigheden. Mutrah, net ten noordwesten van Muscat, is het belangrijkste handels- en residentiële havengebied. Ruwi is het moderne commerciële district van de hoofdstad.

Muscat heeft een aantal mooie stranden zoals Qurum Beach, Bandar Al-Jissah en Yeti. Openbare tuinen en parken zijn prettig om te vertoeven. De meest populaire zijn Qurum Natural Park, Riam en Kalbouh.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

OMAN LINKS

Advertenties
• Oman verre reizen van ANWB
• Oman Vliegtickets.nl
• Rondreis Oman en Dubai
• Djoser Rondreis Oman
• Oman Hotels
• Autoverhuur Sunny Cars Oman

Nuttige links

Dieren in Oman (N)
Oman Reisstart (N+E)
Reisinformatie Oman
Reizendoejezo - Oman (N)
Rondreis door Oman (N)
Rondreis Oman (N)
Startpagina Oman (N)

Bronnen

Callan, L. / Oman & United Arab Emirates

Lonely Planet

Foster, L.M. / Oman

Children’s Press

Medani Elsayed, M. / Reishandboek Oman en de Verenigde Arabische Emiraten

Elmar

Van Deuren, G. / Oman, Verenigde Arabische Emiraten

Gottmer/Becht

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt november 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems