Steden NEDERLAND

NEDERLAND   

Landsbestuur

Het Koninkrijk der Nederlanden is formeel een constitutionele, erfelijke monarchie waarbij de scheiding van de machten grotendeels is geregeld in de Grondwet. Nederland is staatsrechtelijk een parlementaire democratie waarin de koning onschendbaar is en de ministers verantwoordelijk zijn.

De wetgevende macht wordt uitgeoefend door de regering en de Staten-Generaal. De Kamers van de Staten-Generaal, de Eerste en de Tweede Kamer, vertegenwoordigen het Nederlandse volk en bestaan al sinds 1815. De Eerste Kamer telt 75 leden en de Tweede Kamer heeft 150 leden.

In de Grondwet is zowel het principe van algemeen kiesrecht als van evenredige vertegenwoordiging vastgelegd. De Tweede Kamer wordt om de vier jaar rechtstreeks gekozen door de stemgerechtigden, en dat zijn alle Nederlanders van 18 jaar of ouder. De leden van de Eerste Kamer worden via getrapte verkiezingen gekozen door de Provinciale Staten. De verkiezingen voor de Provinciale Staten hebben eveneens om de vier jaar plaats.

De uitvoerende macht berust bij de Koning en concentreert zich bij de ministers die hoofd zijn van ministeriële departementen, waarover het gehele centrale rijksbestuur is verdeeld. Het algemeen adviesorgaan voor de Koning is de Raad van State. Bij elk wetsontwerp moet de Raad van State gehoord worden. Het staatshoofd is uit hoofd van zijn functie de voorzitter van de Raad van State, die verder bestaat uit een vice-president en maximaal 28 leden telt. De dagelijkse leiding berust bij de vice-president. De hoofdstad van Nederland is Amsterdam, doch de regering heeft haar zetel in Den Haag.

De rechterlijke macht wordt uitgeoefend door onafhankelijke rechters, die door de Koning voor het leven worden benoemd. De rechtspraak in civiele zaken en strafzaken berust bij kantongerechten, arrondissementsrechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad der Nederlanden, het hoogste rechtscollege van Nederland op civielrechtelijk en strafrechtelijk gebied. De Hoge Raad heeft de bevoegdheid uitspraken van legere rechters te vernietigen.

De Algemene Rekenkamer, die uit drie leden bestaat, oefent controle uit op het financiële beheer van de rijksmiddelen.

Het Nederlandse grondgebied is ingedeeld in waterschappen die de waterhuishouding verzorgen en over het algemeen belast zijn met de verdediging van het land tegen het water. De waterschappen zijn onder andere verantwoordelijk voor irrigatie, bemaling, waterzuivering en het onderhoud van kanalen en rivieren. Het algemeen bestuur wordt gekozen door huis- en grondeigenaren binnen het gebied van het waterschap. Het dagelijks bestuur en de voorzitter, de dijkgraaf, wordt door de regering benoemd.

De staatsinrichting voor wat betreft de Nederlandse Antillen is krachtens het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden van 1954 geregeld in een Staatsregeling. De Koning der Nederlanden wordt als hoofd van de regering van de Nederlandse Antillen vertegenwoordigd door een door hem benoemde gouverneur. Deze is tegelijkertijd orgaan van het Koninkrijk en orgaan van de Nederlandse Antillen. Zijn bevoegdheden als orgaan van het Koninkrijk worden geregeld bij of krachtens het Statuut.

De gouverneur oefent de regering uit samen met de Raad van Ministers, waarvan de (in totaal acht) leden door hem benoemd worden en aan de Staten (het parlement) verantwoordelijk zijn. Voorts staat hem een Raad van Advies ter zijde. De wetgevende macht wordt uitgeoefend door de gouverneur met de Staten (22 leden: 14 van Curaçao, 3 van Bonaire, 3 van Sint-Maarten, 1 van Saba en 1 van Sint-Eustatius), voor vier jaar bij algemeen kiesrecht gekozen en vertegenwoordigend het gehele volk van de Nederlandse Antillen.

De regelende bevoegdheden van de organen van de Nederlandse Antillen hebben alleen betrekking op zgn. Landsaangelegenheden. Het Statuut voor het Koninkrijk bepaalt wat Koninkrijksaangelegenheden zijn. De Nederlandse Antillen zijn administratief verdeeld in vijf Eilandgebieden, te weten Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius en Sint-Maarten.

Administratieve indeling, provinciaal en gemeentelijk bestuur

Nederland is verdeeld in twaalf provincies en 636 gemeenten. Het aantal gemeenten varieert nogal door voortdurende gemeentelijke herindelingen. De provincies worden bestuurd door Provinciale Staten en de Provinciale Staten kiezen uit hun midden een dagelijks bestuur, de Gedeputeerde Staten. De Voorzitter van Provinciale en van Gedeputeerde Staten is de door de Kroon benoemde Commissaris der Koningin.

Aan het hoofd van de gemeenten staat de gemeenteraad, die wordt voorgezeten door een door de Kroon benoemde burgemeester voor een periode van zes jaar benoemd wordt. Deze vormt samen met de wethouders het dagelijks bestuur. De wethouders werden tot recent nog uit en door de raad gekozen. Tegenwoordig kunnen er ook wethouders van "buiten" gekozen worden. Gemeenteraadsverkiezingen vinden om de vier jaar plaats. Bij de verkiezingen voor de gemeenteraden in 2002 konden de burgers in twee plaatsen ook meedoen aan een referendum voor een gekozen burgemeester. De gemeenten Best en Vlaardingen kregen respectievelijk een D66'er en een PvdA'er als burgemeester.

Koninklijk Huis

Het Huis van Oranje is het Nederlandse koninklijk huis. Dit vorstenhuis is sinds de zestiende eeuw met Nederland verbonden en de stamvader is prins Willem van Oranje (1533-1584).

Sinds 1980 is koningin Beatrix het staatshoofd en zij volgde haar moeder, nu prinses Juliana, op. Koningin Beatrix was getrouwd met prins Claus der Nederlanden, Jonkheer van Amsberg, die op 6 oktober 2002 overleed. De oudste zoon van Beatrix en Claus, Willem-Alexander, is de beoogde troonopvolger. Hij trouwde in 2002 met de Argentijnse Máxima Zorreguieta. Het koningschap is erfelijk zowel in de mannelijke als de vrouwelijke lijn, waarbij het oudste kind voorrang heeft. Willem-Alexander volgt zijn moeder Beatrix in 2013 op.

Politieke partijen

Voor het Nederlandse politieke bestel zijn de politieke partijen zeer belangrijk. Alle in de Staten Generaal vertegenwoordigde partijen dateren van na de Tweede Wereldoorlog maar zijn vaak een voortzetting van de vooroorlogse politieke partijen of stromingen. Tot halverwege de jaren zeventig waren de drie belangrijkste levensbeschouwelijke stromingen in Nederland: de confessionele, de socialistische en de liberale.

Als gevolg van een complex van oorzaken verloren deze levensbeschouwingen aan inspiratiekracht, maar de erop gebaseerde politieke partijen wisten zich door fusies en koersveranderingen grotendeels te handhaven.

Het Christen-Democratisch Appèl (CDA), voortgekomen uit een samenvoeging in 1977 van Katholieke Volkspartij (KVP), Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en Christelijk-Historische Unie (CHU), trok aanvankelijk voornamelijk confessionele kiezers, maar sinds het midden van de jaren tachtig wist het CDA ook niet kerkelijk gebonden kiezers aan te trekken doordat zij meer afstand nam van de kerken en de confessionele organisaties en positie koos rechts van het politieke midden. Na de verkiezingen van 1989 slaagden de christen-democraten erin om voor de vierde maal achtereen aan de macht te blijven.

In 1994 belandden de confessionelen voor het eerst in hun geschiedenis in de oppositie. De sociaal-democratische Partij van de Arbeid (PvdA), sinds de Tweede Wereldoorlog vaak de coalitiepartner van de confessionelen, smeedde in 1994 voor het eerst sinds 1919 een niet-confessionele, zgn. "Paarse" coalitie met de liberale Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) en Democraten '66 (D66). Deze partij, in 1966 opgericht om het bestaande politieke bestel op te blazen, ontwikkelde zich in de loop van de tijd steeds meer tot een gevestigde partij en maakte vooral in de tweede helft van de jaren tachtig een spectaculaire groei door. Na de verkiezingen van 2002 behaalde D66 echter nog maar acht zetels.

Eind jaren tachtig ontstond een nieuwe groepering, Groen Links; ontstaan uit een samengaan van kleine linkse partijen, te weten de Communistische Partij van Nederland (CPN), de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP), de Evangelische Volkspartij (EVP) en de Politieke Partij Radikalen (PPR). Los daarvan staat, eveneens ter linkerzijde, de Socialistische Partij (SP).

Daarnaast zijn enkele kleine politieke partijen ter rechterzijde van het politieke midden blijven bestaan te weten de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP), het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) en de Reformatorische Politieke Federatie (RPF). De laatste twee partijen vormen op dit moment de Christen Unie.

Naast de landelijk opererende partijen zijn met name op gemeentelijk niveau veel lokale partijen en belangenbehartigingsorganisaties actief, waarvan de invloed en aanhang echter langzamerhand afneemt ten gunste van de landelijke partijen.

In de jaren negentig van de vorige eeuw kwamen de zogenaamde "Leefbaar"-partijen sterk op, o.a. in Hilversum onder leiding van Jan Nagel, een voormalig PVDA-politicus. Door o.a. Nagel werd de landelijke partij Leefbaar Nederland opgericht die in 2002 medeet aan de landelijke verkiezingen. Als lijstrekker werd de populaire Pim Fortuyn aangetrokken. Na een geruchtmakend interview in de Volkskrant, waarin Fortuyn afstand nam van de partijlijn, stapte Fortuyn op en richtte zijn eigen partij op, de Lijst Pim Fortuyn. In de peilingen voor de verkiezingen bleek dat de LPF op 20 à 30 zetels kon rekenen. Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn doodgeschoten. Een week later werden de verkiezingen voor het Nederlandse parlement gehouden en behaalde de LPF 26 zetels en werd daarmee de tweede partij van het land. Na veel schermutselingen aan de rechterkant van het politieke spectrum trekt de PVV van Geert Wilders vanaf 2010 veel kiezers met anti-Islam en anti-Europa standpunten.

De actuele politieke situatie staat beschreven in het hoofdstuk geschiedenis.

Onderwijs

Algemeen

In de Grondwet van 1848 is de onderwijsvrijheid vastgelegd. Dit houdt in dat groeperingen in de Nederlandse samenleving op basis van godsdienstige, levensbeschouwelijke of pedagogisch-didactische grondslag een school mogen stichten. Nederland kent dan bijvoorbeeld ook protestants-christelijke, rooms-katholieke, joodse, islamitische en vrije scholen.

Scholen op pedagogisch-didactische grondslag zijn montessori-, dalton-, en jenaplanscholen of een combinatie hiervan. Scholen gesticht door de overheid worden openbare scholen genoemd. Alle andere scholen, gesticht door particulieren, heten bijzondere scholen.

De leerplicht geldt voor kinderen van vijf tot achttien jaar. Voor de laatste twee jaar geldt een partiële leerplicht.

Onderwijssysteem

Het Nederlandse onderwijssysteem is op te splitsen in drie niveaus: primair, secundair en tertiair onderwijs.

Het primair of basisonderwijs is bestemd voor kinderen van vier tot en met twaalf jaar. Deze fase in het onderwijs is opgebouwd uit acht jaarklassen, groepen genaamd, en gericht op de creatieve, verstandelijke en emotionele ontwikkeling van de kinderen. Ook aan het verwerven van voldoende sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden wordt veel aandacht besteed.
Bijna 100% van alle kinderen volgt basisonderwijs en stroomt door naar het secundair of voortgezet onderwijs.

Tot het primair onderwijs behoort ook het speciaal basis- en voortgezet onderwijs voor kinderen van 3 tot 20 jaar met een geestelijke, lichamelijke en of sociale handicap.Door extra zorg te besteden aan deze kinderen, probeert men hen zo snel en zo goed mogelijk te laten instromen in het reguliere onderwijs.
Elke dag gaan meer dan anderhalf miljoen kinderen naar de basisschool of het speciaal onderwijs.

In de achtste en laatste groep van het basisonderwijs legt de leerling een test af, meestal de CITO-toets, op grond waarvan hij of zij een advies krijgt welke vorm van middelbaar onderwijs hij of zij het beste kan volgen.

Het secundair onderwijs bestaat uit:
VMBO: Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs. De duur is vier jaar en bereidt voor op het secundair beroepsonderwijs (SBO, voorheen MBO);
HAVO: Hoger Algemeen Vormend Onderwijs. De duur is vijf jaar en bereidt voor op het Hoger Beroeps Onderwijs (HBO);
VWO: Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs (VWO).
De duur is 6 jaar en bereidt voor op het Wetenschappelijk Onderwijs (WO).

Het VMBO is een nieuwe schoolsoort die vanaf 1 augustus 1999 werd ingevoerd. Dit type onderwijs bestaat uit zogenaamde "leerwegen", die geleidelijk in de plaats kwamen van het VBO (Voorbereidend Beroepsonderwijs) en het MAVO (Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs). Het VMBO kent vier leerwegen met vaste vakkenpakketten, en de leerlingen kiezen voor een van die leerwegen.
De vier leerwegen zijn:
De theoretische leerweg
De gemengde leerweg
De kaderberoepsgerichte leerweg
De basisberoepsgerichte leerweg
Leerlingen in het VMBO volgen eerst twee jaar basisvorming, hetgeen wil zeggen dat alle leerlingen hetzelfde brede vakkenpakket krijgen.

De leerlingen in het HAVO en VWO volgen in de meeste gevallen drie jaar basisvorming in dezelfde vakken, waarna zij definitief kiezen voor het HAVO of het VWO. In de basisvorming krijgen de leerlingen les in vijftien vakken. Daarnaast kan elke school nog andere vakken aanbieden.

Het HAVO duurt vijf jaar en is vooral bedoeld als voorbereiding op het HBO. Het VWO duurt zes jaar en is vooral bedoeld als voorbereiding op het wetenschappelijk onderwijs. Tot het VWO behoren het atheneum en het gymnasium. Op het gymnasium krijgen alle leerlingen Grieks en Latijn in de onderbouw en Grieks en/of Latijn in de bovenbouw. Er bestaan ook lycea waar kinderen zelf kiezen voor het gymnasium of het atheneum.

De bovenbouw HAVO (klas 4 en 5) en VWO (klas 4,5 en 6) is vernieuwd en heet tegenwoordig de Tweede Fase. Profielen in de Tweede Fase vervangen de vrije vakkenpakketkeuze. Men probeert hierdoor de aansluiting tussen het voortgezet en het hoger onderwijs te verbeteren. De leerlingen kunnen kiezen uit de profielen cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en gezondheid en natuur en techniek.

Een tweede grote verandering is het studiehuis waarin de leerlingen steeds meer hun eigen studie plannen en meer zelfstandig en in groepjes opdrachten uitvoeren en werkstukken maken. Ook hiermee wordt de zelfstandigheid vergroot en de aansluiting met het hoger onderwijs verbeterd.

Het hoger beroepsonderwijs behoort met het wetenschappelijk onderwijs tot het hoger onderwijs. Sinds 1993 vallen de hogescholen en universiteiten onder dezelfde wetgeving: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

Het HBO kenmerkt zich door verscheidenheid: er zijn ongeveer 200 verschillende opleidingen voor uiteenlopende beroepen op verschillende maatschappelijke terreinen. Er zijn brede en meer gespecialiseerde opleidingen. Er zijn grote hogescholen met een gevarieerd aanbod aan opleidingen, maar ook middelgrote en kleine met een beperkt assortiment. Door fusies is het aantal hogescholen gedaald van bijna 350 midden jaren '80 naar 56 in 2000.
De opleidingen zijn verdeeld over zeven CROHO-onderdelen: Onderwijs, Techniek, Gezondheidszorg, Economie, Gedrag & Maatschappij, Taal & Cultuur en Landbouw. Ook de Open Universiteit (afstandsonderwijs) behoort tot het wetenschappelijk onderwijs.

Het wetenschappelijk onderwijs leidt op tot zelfstandige beoefening van de wetenschap of verzorgt de voorbereiding op maatschappelijke betrekkingen waarvoor een wetenschappelijke opleiding vereist is. Naast het aanbieden van wetenschappelijk onderwijs voeren universiteiten ook wetenschappelijk onderzoek uit. Na het afsluiten van de eerste fase in het wetenschappelijk onderwijs kunnen studenten zich gaan richten op verdere specialisatie, onderzoek of voorbereiding op de promotie.

Afgestudeerden van een universiteit mogen de titel ingenieur (ir), doctorandus (drs) of meester in de rechten voeren (mr). Wie promoveert mag de titel doctor (dr) voeren. Deze titels zijn wettelijk bepaald en beschermd.
Nederland kent de volgende universiteiten:
Universiteit Leiden
Universiteit Utrecht
Rijksuniversiteit Groningen
Erasmus Universiteit Rotterdam
Universiteit Maastricht
Vrije Universiteit Amsterdam
Universiteit van Amsterdam
Katholieke Universiteit Nijmegen
Katholieke Universiteit Brabant (Tilburg)
Technische Universiteit Delft
Technische Universiteit Eindhoven
Universiteit Twente (Enschede)
Wageningen Universiteit
Open Universiteit (Heerlen)

NEDERLAND LINKS

Advertenties
• Nederland Kras Reizen
• RCN Vakantieparken in Nederland
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Ferry overtochten van en naar Nederland
• Autohuur Nederland
• Autoverhuur Sunny Cars Nederland
• Energie vergelijken
• Vakantieparken in Nederland
• Vakantiehuizen in Nederland
• Nederland
• Amsterdam Hotels
• Energievergelijker
• Nederland Vliegtickets Tix.nl
• Nederland Campings
• Eliza was here
• Lenen

Nuttige links

Campersite Nederland (N)
Dieren in Nederland (N)
Duiken en landschap Zeeland Oosterschelde (N)
Lies en Teije's Reiswebsite (N+E)
Nederland Fotoreportage
Nederland Reisstart (N)
Overheid.nl: Officiële site van de Nederlandse overheid (N)
Reisinformatie Nederland (N)
Reizendoejezo – Nederland (N)
Romans over Nederland (N)
Vacanceselect (N)
Artikelen en Reisverhalen over NEDERLAND
  Kastelenroute Fietsen  Veluweroute Fietsen
  Tips voor bezienswaardigheden in..  Een weekje Hunnebeddenland
  Vakantieparken in Nederland  Spakenburg
  Voorouderbeelden Huisgoden en To..  Weerzien na vele jaren
  Elfstedenroute fietsen

Bronnen

Haafkens, M. / Nederland
Gottmer

Harmans, G.L.M. / Nederland
Van Reemst

Metze, M. / De staat van Nederland
SUN

Ver Berkmoes, R. / Netherlands
Lonely Planet

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt november 2018
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems