Steden MOLDAVIE

MOLDAVIE   

Van Romeinen tot Ottomanen

Bessarabië, genoemd naar het Moldavische vorstengeslacht Basarab, werd in de oudheid bewoond door zwervende Skythen en later ook door Thraciërs. In 106 n.Chr. werd het door de Romeinse keizer Trajanus ingelijfd bij de Romeinse provincie Davië.
De Latijnse oorsprong van Moldavië stamt dus in feite uit de periode van de Romeinse bezetting, toen er een mengcultuur gevormd werd tussen Romeinse kolonisten en de lokale bevolking. Nadat de Romeinen in 271 het gebied verlaten hadden, werd Moldavië door verschillende volkeren bezet: o.a. Hunnen, Ostrogoten, Bulgaren, Magyaren (Hongarije) en Mongolen. In de 13e eeuw breidde Hongarije haar rijk uit richting het huidige Moldavië. Uiteindelijk stond de hele regio onder controle van de Hongaren totdat er een onafhankelijk Moldavisch prinsdom gesticht werd door prins Bogdan in 1349. Het prinsdom werd eerst Bogdanië genoemd en strekte zich uit van het berggebied de Karpaten tot de Dnjestr-rivier en werd later Moldavië genoemd naar de rivier met dezelfde naam, die nu gelegen is in Roemenië.
Gedurende de tweede helft van de 15e eeuw wed geheel Zuidoost-Europa bedreigd door het Ottomaanse Rijk: Moldavië verzette zich aanvankelijk met succes tegen de Ottomanen uit Turkije, maar moest zich in 1512 overgeven en werd de volgende 300 jaar schatplichtig aan de Ottomanen. Bovenop de schatplichtigheid aan het Ottomaanse Rijk en later het toestemmen in het aanstellen van de lokale bestuurders door de Ottomaanse autoriteiten, werd Moldavië ook nog regelmatig binnengevallen door Turken, Krim Tataren en Russen. In 1792 bij het verdrag van Iasi werden de Ottomanen gedwongen wat nu Trans-Dnjestrië is af te staan aan het Russische rijk. Bessarabië werd na de Russisch-Turkse oorlog van 1806-1812 en het verdrag van Boekarest in 1812 geannexeerd door de Russen. In 1858 werd Moldavisch gebied ten westen van de Proet-rivier verenigd met Walachije. In hetzelfde jaar werd Alexandru Ioan Cuza gekozen tot prins over het gebied, dat in 1861 samensmolt tot Roemenië.

Overheersing door de Sovjet-Unie

In 1917, gedurende de Eerste Wereldoorlog en de Bolsjewistische revolutie in Rusland riepen de politieke leiders in Bessarabië de Onafhankelijke Democratische Moldavisce Republiek uit in een federatief verband met Rusland. In februari 1918 verklaarde de nieuwe republiek zich volledig onafhankelijk van Rusland en twee maanden later stemde men in met het samengaan met Roemenië. Na de vorming van de Sovjet-Unie in december 1922 stelde de Sovjetregering het Moldavisch Autonome Oblast (oblast= staatkundig-territoriale eenheid, opgericht in de Sovjet-Unie op nationale of etnische basis) in ten oosten van de Dnjestr- rivier in de Oekraïense Socialistische Sovjet Republiek. De hoofdstad van de oblast werd Balta. Zeven maanden later werd het gebied opgewaardeerd tot de Autonome Socialistische Sovjet Republiek Moldavië, ook al bestond de bevolking maar voor 30% uit etnische Roemenen. Balta bleef de hoofdstad tot 1929, daarna werd Tiraspol de hoofdstad.
In juni 1940 werd Bessarabië bezet door de Sovjettroepen als gevolg van een geheim protocol dat was toegevoegd aan het non-agressiepact tussen Duitsland en de Sovjet-Unie. Op 2 augustus vormde de Sovjet-regering de Socialistische Sovjet Republiek Moldavië met als hoofdstad Chisinau. Een groot gedeelte van Bessarabië en een stuk van de SSR Moldavië werd samengevoegd. In juni 1941 vielen Duitse en Roemeense troepen de SSR Moldavië aan en kreeg Roemenië van Duitsland de zeggenschap over o.a. Bessarabië en een stuk land tussen de rivieren de Nistru en Pivdennyy Buh dat Trans-Dnjestrië genoemd werd. Dit akkoord duurde tot augustus 1944 toen de Sovjettroepen het gebied heroverden.
Een verdrag in 1947 regelde formeel de terugkeer van Bessarabië , Noord- Bukovina en Trans-Dnjestrië naar de Sovjet-Unie en de Russische administratieve districten en Russische plaatsnamen werden weer ingevoerd. Na de oorlog wilde Sovjetleider Jozef Stalin de bevolking geheel russificeren en alle banden met Roemenië verbreken. De geheime politie achtervolgde nationalistische groeperingen, het Cyrillische alfabet werd weer ingevoerd en Russen en Oekraïners werden aangemoedigd om zich in Moldavië te vestigen. De periode 1945- 1947 werd verder gekenmerkt door hongersnood als gevolg van langdurige droogte.
De regeringspolitiek was op dat moment zo dat de meeste agrarische producten ondanks de slechte oogsten gevorderd werden en daardoor bleef er weinig over voor de bevolking. Verder werden politieke functies, leden van de communistische partij en academische functies voornamelijk gegeven aan niet- Roemeense etnische groeperingen.

Richting onafhankelijkheid

In 1946 was bijvoorbeeld maar 14% van de politieke leiders van Moldavische afkomst. Al deze maatregelen zorgden natuurlijk voor veel onrust onder de bevolking en begin jaren vijftig volgde dan ook een opstand van etnische Roemenen die bloedig werd neergeslagen. Tevens werden er duizenden mensen gedeporteerd en werd de collectivisatie van de landbouw gedwongen doorgevoerd. De opstand werd neergeslagen door troepen onder leiding van Leonid Brezhnev, de latere partijleider en president. Hoewel het Brezhnev en zijn opvolgers lukt om de nationalistische gevoelens te onderdrukken duurde de vijandige houding tegenover de Sovjets nog drie decennia totdat Michail Gorbachov aan de macht kwam in de Sovjet-Unie. Zijn politiek van glasnost (openheid) en perestroika (verandering) zorgde aan het eind van de jaren tachtig voor een sterke opleving van Moldavisch nationalisme en men kon langzaam aan hervormingen kon gaan denken. In dit open klimaat ontwikkelde zich vanaf 1988 sterk de politieke zelfbewustheid van de Moldaviërs.
In 1989 werd het Moldavisch Volksfront opgericht, een vereniging van culturele en politieke groeperingen die officieel erkend werden. Grote demonstraties door etnische Roemenen leidde tot het aanwijzen van het Roemeens als officiële taal en de vervanging van het hoofd van de Communistische Partij van Moldavië. Er was echter ook onvrede over de toenemende invloed van de etnische Roemenen. Met name de door Slavische minderheden opgerichte Yedinstvo-Unitatea in Trans- Dnjestrië, en de Gagauz Halkî, een groepering bestaande uit een Turkssprekende minderheid, de Gagaoezen.

Onafhankelijk, maar nog vele problemen te overwinnen

De eerste democratische verkiezingen werden gehouden op 25 februari 1990. Het Volksfront won de verkiezingen met een ruime meerderheid. De communist Mircea Snegur werd gekozen tot voorzitter van de Opperste Sovjet en in september werd hij president van de republiek Moldavië. De nieuwe regering nam vele beslissingen ten nadele van de vele minderheden in het land. In augustus 1990 riepen de Gagaoezen de Republiek Gagaoezië uit en in september riepen de Slaven de "Moldavische Republiek Dnjestrië" uit in Trans-Dnjestrië met als hoofdstad Tiraspol. Hoewel de Opperste Sovjet dit allemaal nietig verklaarde hielden de twee nieuwe republieken toch verkiezingen. Stepan Topal werd gekozen tot president van de Republiek Gagaoezië en Igor N. Smirnov tot president van de Dnjestrië Republiek. Ca. 50.000 gewapende Moldavische nationalistische vrijwilligers trokken op naar de opstandige gebieden. De Russen kwamen echter tussenbeide en konden grootscheeps bloedvergieten voorkomen. Onderhandelingen in Moskou door de strijdende partijen mislukte.
In mei 1991 veranderde de naam van het land in Republica Moldova. De naam Opperste Sovjet veranderde in Moldavisch Parlement. Gedurende de coup in augustus 1991 tegen president Jeltsin riep het Russische leger de noodtoestand uit in Moldavië, maar deze beslissing werd vernietigd door de Moldavische regering, die hun steun toezegden aan Jeltsin. En dan, op 27 augustus 1991, na het mislukken van de coup in de Sovjet-Unie, riep Moldavië de onafhankelijkheid uit waarbij de regering haar voorkeur tot "hereniging met Roemenië" uitsprak. In oktober organiseerde Moldavië haar eigen leger omdat men door de snelle ineenstorting van de Sovjet-Unie geen hulp meer kon verwachten van de Sovjets. Men was nu ook op zichzelf aangewezen om de toename van het geweld in Trans- Dnjestrië te stoppen. De verkiezingen van Topal en Smirnov en het officiële uiteenvallen van de Sovjet-Unie leidde tot toenemende spanningen in Moldavië. In 1992 laaide het geweld weer op in Trans-Dnjestrië en escaleerde tot een burgeroorlog.

Een staakt-het-vuren werd bereikt tussen de presidenten Snegur en Jeltsin in juli en een demarcatielijn werd in stand gehouden door een combinatie van Moldavische, Russische en Trans-Dnjestrische troepen. Moskou stemde ermee in om haar 14e leger terug te trekken als er een geschikte grondwetsbepaling zou komen voor Trans-Dnjestrië. Ook zou Trans-Dnjestrië een speciale status binnen Moldavië moeten krijgen en het recht hebben zich af te scheiden als Moldavië zou besluiten weer samen te gaan met Roemenië. Het parlement van Trans-Dnjestrië wees een aanbod van Moldavië om de regio een autonome status te geven binnen het Moldavische staatsverband van de hand en bleef vasthouden aan een zelfstandig Trans-Dnjestrië. Een heet hangijzer was ook de vereniging met het buurland Roemenië. Vóór 1940 leefden Moldaviërs en Roemenen in één staatsverband. President Mircea Ion Snegur en de Moldavische regering waren tegen een hereniging, omdat zij vreesden dat hierdoor de chaos en de etnische spanningen in de regio nog verder zouden toenemen.
Nieuwe verkiezingen werden gehouden op 27 februari 1994. Hoewel buitenlandse waarnemers spraken van vrije en eerlijke verkiezingen, weigerden vele mensen in Trans-Dnjestrië op aandringen van de autoriteiten mee te doen aan de verkiezingen. Op 6 maart wees een onder de bevolking gehouden opinieonderzoek uit dat 94,5% van de bevolking vond dat Moldavië een onafhankelijke staat zou moeten blijven. Het nieuwe parlement, met de Democratische Agrarische Partij van Moldavië in de meerderheid, was niet zo nationalistisch ingesteld als de hardliners van het Volksfront. Snegur wilde de banden met de Russische Federatie verstevigen, maar tevens de onafhankelijkheid van Moldavië handhaven. Grote verliezers waren de partijen die aansluiting bij Roemenië bepleitten. President Snegur tekende het "Partnership for Peace" van de NAVO in maart 1994 en in april sloot men zich aan bij het GOS (Gemenebest van Onafhankelijke Staten). In oktober 1994 tekenden de Russen en de Moldaviërs een overeenkomst betreffende het terugtrekken van de Russische troepen uit Trans-Dnjestrië en Tighina, maar de regering in Moskou treuzelde met de ratificatie ervan en er ontstond een patstelling. In 1995 was er nog maar weinig hoop dat de Russen zouden vertrekken. In maart en april 1995 demonstreerden Moldavische studenten tegen het cultuur- en onderwijsbeleid van de regering. Ze werden later verenigd met intellectuelen, arbeiders en gepensioneerden die ook vanwege economische redenen demonstreerden. De emoties liepen zeer hoog op bij het conflict over de nationale taal: moest de taal Moldavisch heten zoals vermeld in de grondwet of moest het Roemeens heten omdat de taalexperts dat vonden. Tijdens een speech voor het parlement op 27 april stelde president Snegur voor om de naam van de taal te veranderen in Roemeens maar in de nieuwe grondwet van juli 1994 werd bepaald dat het Moldavisch de officiële taal zou zijn, wat weer geen goed deed aan de betrekkingen met Roemenië. Op 28 juli 1994 werd er door het parlement een nieuwe grondwet aangenomen die op 27 augustus in werking trad met vergaande autonomie voor de Russische separatisten op de linkeroever van de Dnjestr en voor de Turkstalige Gagaoezen in het zuiden.
Maar ook in 1995 kon met de Russische separatisten geen verdere overeenstemming worden bereikt. Zij namen niet langer genoegen met een autonome status, maar eisten een losser verband met o.a. het recht op eigen strijdkrachten. Door een hard hervormingsprogramma stabiliseerde de economie zich in 1995 en 1996. De economische vooruitzichten werden echter nog overschaduwd door de problemen met Transdnjestrië, waar bijna de helft van alle industriële activiteiten is gevestigd. Ook een goede verstandhouding met Rusland, de belangrijkste leverancier van energie en grondstoffen, is essentieel. Met dit land werden in 1996 verscheidene overeenkomsten aangegaan, o.a. over een schuldsanering met de Russische gasleverancier Gazprom. Het buitenlands beleid is gericht op intensievere relaties met het Westen en op verbetering van de betrekkingen met de GOS-partners.

Bij de presidentsverkiezingen van december 1996 versloeg Petru Lucinschi, leider van de Sociale Vooruitgangspartij, de zittende president Snegur. Bij de parlementsverkiezingen in maart 1998 waren de communisten, in 1994 nog van deelname uitgesloten, de grote overwinnaars. Zij profiteerden van de onvrede van veel kiezers over de economische hervormingen. De Democratische Boerenpartij, in 1994 nog goed voor bijna de helft van de stemmen, keerde niet terug in het parlement. Ondanks hun verkiezingszege werden de communisten buiten de regering gehouden.
De Beweging voor een Democratisch en Welvarend Moldavië, de Democratische Conventie van Moldavië en de Partij van Democratische Krachten vormden in juni een nieuwe regering en op 1 februari 1999 trad Ion Ciubuc af als minister- president. Hij verweet de regeringspartijen hem het regeren onmogelijk te maken. Deze partijen waren hopeloos verdeeld over de noodzakelijke economische hervormingen. De nieuwe premier Ion Sturza moest in november al weer aftreden nadat het parlement een motie van wantrouwen had aangenomen. Na moeizame onderhandelingen met president Lucinschi vormden de communisten, de christen- democratische Volkspartij en enkele onafhankelijke leden in december van dat jaar een regering onder leiding van Dumitru Braghis. De parlementsverkiezingen van zowel 2001 als 2005 werden overweldigend gewonnen door de Communistische Partij Moldavië (CPM). Zij bezet nu 56 zetels van het 101 zetels tellende parlement. In april koos het parlement de communistische partijleider Vladimir Voronin tot president en gaf vervolgens haar goedkeuring aan een nieuwe regering onder leiding van de zakenman Vasile Tarlev. De oppositie heeft steeds fel geageerd tegen de regering-Tarlev, hetgeen heeft geleid tot massale straatprotesten in 2002 en 2003. De belangrijkste oppositiepartijen zijn de rechtse Christen-Democratische Volkpartij en de meer in het centrum gesitueerde Democratische Partij, Sociaal-Liberale Partij en Onze Moldavië Alliantie. Deze laatste drie partijen vormden bij de parlementsverkiezingen van maart 2005 samen het Democratisch Moldavië Blok, welke inmiddels uiteen is gevallen.

Sinds de verkiezingen van maart 2005 is de situatie wat gekalmeerd. Drie van de vier oppositiepartijen hebben de CPM gesteund in de herverkiezing van Voronin. Inmiddels is er sprake van een zgn. constructieve oppositie, vooral in verband met het programma voor toetreding tot de EU. De vraag is hoelang de situatie rustig blijft.

Tijdens de lokale verkiezingen van 25 mei 2003 slaagde de CPM erin om 48% van de lokale raadszetels en 53% van de burgemeestersposten in de wacht te slepen. Wel werd een oppositiekandidaat herkozen tot burgemeester van Chisinau.

Veel Roemenen in het gebied hopen op een eventuele Roemeens-Moldavische hereniging, maar onder de Vladimir Voronin is de kans hierop nihil. Toen buurland Roemenië zich in 2007 bij de EU aansloot, was er gekte bij de Roemeense ambassades in Moldavië; 800.000 Roemenen uit de republiek Moldavië vroegen de Roemeense nationaliteit aan.

In maart 2008 biedt premier Vasile Tarlev zijn ontslag aan en wordt Zinaida Greceanii de eerste vrouwelijke premier van Moldavië. In april 2009 wint de regerende communistische partij de verkiezingen ook na hertellingen blijft de oppositie twijfels houden. In mei en juni van 2009 blokkeert de oppositie de verkiezing van Zinaida Greceanii tot president.

President Vladimir Voronin van Moldavië stapte 11 september 2009 op. De communisten van Voronin verloren in juli nipt de parlementsverkiezingen. Daarop trad de communistische regering van Moldavië formeel terug om ruimte te maken voor een nieuwe, pro-westerse regering. Voronin was sinds 2001 president. Marian Lupu, die van de communisten naar de Democratische Partij (DP) overstapte, hoopt Voronin op te volgen. Het parlement moet daarover stemmen. Om tot president te kunnen worden gekozen, heeft een kandidaat de steun van zeker drie op de vijf parlementariërs nodig.

In september 2009 vormen vier pro westerse partijen de regering. Vlad Filat van de liberaal democraten wordt de premier. In maart 2010 wil het constitutionele hof het parlement ontbinden omdat het parlement niet in staat is een president te kiezen. Dit kan pas in juli 2010 omdat de wet voorschrijft dat het parlement maar één keer per jaar kan worden ontbonden. Sinds 23 maart 2012 is Nicolae Timofti president van Moldavië.

Vlad Filat dient in maart 2013 zijn ontslag in na een motie van wantrouwen in het parlement. Op 31 mei 2013 wordt Lurie Leanca de nieuwe premier. In maart 2014 waarschuwt president Timofti Rusland om de Trans-Dniester regio niet te proberen te annexeren. Hij vraagt de EU om versnelt lidmaatschap om deze dreiging af te wenden. In november behouden de pro-Europese partijen de meerderheid bij de parlementsverkiezingen en in februari 2015 wordt Chiril Gaburici premier maar hij valt in juni vanwege een bankschandaal. In januari 2016 vormt Pavel Filip een nieuwe coalitie.


MOLDAVIE LINKS

Advertenties
• Vliegtickets Chisinau WTC
• SRC Cultuurvakanties Moldavie
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Transport Moldavië - TTS Quality Logistics B.V
• Chisinau Vliegtickets Tix.nl
• Autoverhuur Sunny Cars Moldavië
• Eliza was here

Nuttige links

Moldavië Reisbijbel (N)
Moldavië Startspot (E+N)
Reisinformatie Moldavië (N)
Startpagina Moldavië (N)
Telefoongids Moldavië
Willgoto Moldavië (N)
Schrijf uw artikel over MOLDAVIE

Bronnen

Williams, N. / Romania & Moldova
Lonely Planet

Belarus & Moldova : country studies
Federal Research Division, Library of Congress

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt November 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems