Landenweb.nl

JORDANIE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Arabisch
  Hoofdstad  Amman
  Oppervlakte  89.342 km²
  Inwoners  10.044.644
  (mei 2019)
  Munteenheid  Jordaanse dinar
  (JOD)
  Tijdsverschil  +1
  Web  .jo
  Code.  JOR
  Tel.  +962

Geografie en Landschap

Geografie

Jordanië (officieel: Al-Mamlakah al-Oerdoennijjah al-Hasji-mijjah = Het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië) is een koninkrijk in het Midden-Oosten, ten oosten van de rivier de Jordaan.

De totale oppervlakte van Jordanië bedraagt 90.650 km2 en het land is daarmee ongeveer twee keer zo groot als Nederland en iets groter dan de Benelux. De totale omtrek van het land bedraagt ca. 1600 km.

advertentie

Jordanie SatellietfotoPhoto: Publiek domein

Jordanië is van noord naar zuid ongeveer 380 kilometer lang en van oost naar west ongeveer 400 kilometer breed. Het land grenst in het noorden aan Syrië (375 km), in het noordoosten aan Irak (181 km), in het oosten en zuiden aan Saoedi-Arabië (744 km), en in het westen aan Israël (238 m) en de West Bank of Westelijke Jordaanoever (97 km).

In het zuiden heeft Jordanië nog een kleine kuststrook van 26 km aan de Golf van Aqaba.

advertentie

Landschap

Jordanië is te verdelen in drie landschappen: de Jordaan-vallei, het heuvelland in het westen, en het Oost-Jordaanse woestijnplateau, dat zich tot in Syrië en Saoedi-Arabië uitstrekt. Het totale landoppervlak van Jordanië bestaat voor 91% uit woestijn.

Geologisch gezien ligt Jordanië op de plaats waar de grote continenten Eurazië, Afrika en Indië samenkomen. Vandaar dat hier barsten in de aardkorst voorkomen; een van de grootste ter wereld is bijvoorbeeld gelegen in de Golf van Aqaba, 7000 kilometer lang helemaal tot aan Mozambique.

De Jordaan-vallei in het westen, is het laagst gelegen dal op aarde. Zo ligt de waterspiegel van het Meer van Tiberias op -210 meter, de Dode Zee ligt op -410 meter, het laagste punt op aarde. De Dode Zee heeft een zeer hoog zoutgehalte van meer dan 30%. De breedte van de zee varieert van 5 tot 16 kilometer, de lengte is 75 kilometer. De diepte varieert van 400 meter in het noorden tot 5 meter in het zuiden. Deze getallen zijn aan verandering onderhevig omdat de waterspiegel zakt, onder andere door de grote verdamping.

De vallei is een zogenaamd breukdal en ontstaan door tektonische bewegingen in de aardkorst. Het dal vormt de noordelijke uitloper van de breuklijn tussen de Afrikaanse en de Arabische aardschollen. Op zeeniveau is het dal ca. 8 kilometer breed ter hoogte van de monding van de Yarmuk in de Jordaan, tot ca. 25 kilometer ten noorden van de Dode Zee. Aan beide kanten van het dal lopen de berghellingen steil omhoog.

Ten zuiden van de Dode Zee zet het breukdal zich voort in de zeer droge Wadi Araba, en ter hoogte van Ash-Shawbak wordt het zeeniveau weer bereikt.

Het heuvelland in het westen is meer een plateau, dat op vele plaatsen is doorsneden door diep ingesneden dalen, waardoor wadi’s (rivierbeddingen) naar de Jordaan en de Wadi Araba lopen. De hoogste top van Jordanië ligt in het uiterste zuiden van het land, de Jabal Umm al Dami meet 1854 meter. een andere hoge berg in het zuiden is de Jabal Ram met 1754 meter. In het noorden bereikt de Um ad-Daraj en hoogte van 1247 meter.

advertentie

Jabal Ram, tweede berg van JordaniëPhoto: Daniel Case CC BY-SA 3.0 no changes made

Ten oosten van het heuvelland strekt zich het zeer uitgestrekte Oost-Jordaanse woestijnplateau uit, met een gemiddelde hoogte van 500-600 meter. Noordoost-Jordanië behoort tot de Syrische woestijn, het zuidoosten tot de woestijnen van het Arabisch Schiereiland. In het oosten lopen een aantal wadi-dalen in de richting van de Wadi as-Sarham.

Al-Azraq en Al-Jafr zijn in dit gebied de belangrijkste oases en kenmerkend voor de gehele Jordaanse woestijn zijn de zwarte lavavelden.

De belangrijkste rivieren zijn de Jordaan (Arabisch: Al-Ghawr) met een lengte van slechts 97 kilometer, en de zijrivieren van de Jordaan, de Jarmoek (Nahr al-Yarmuk) en de Zarqa.

De Jordaan ontspringt op de westhelling van de berg Hermon in Syrië en mondt uit in de Dode Zee.

Klimaat en Weer

Noordoost-, Zuidoost-, Zuid-Jordanië en de Wadi Araba hebben allemaal een woestijnklimaat, waar de neerslag beneden de 200 mm per jaar bedraagt. Rond de hoogvlakte ligt een zone met een steppeklimaat en een neerslaghoeveelheid van 100-300 mm. In het woestijn/steppegebied valt alleen ’s winters wat neerslag. De hoogste delen van de hoogvlakte en de hellingen ten oosten van de Jordaan-vallei hebben een soort Middellandse-Zeeklimaat met hete, droge zomers en zachte winters met geringe hoeveelheden neerslag.

De noordelijkste en hoogste delen van de hoogvlakte ontvangen de meeste neerslag en alleen hier zijn landbouwactiviteiten mogelijk. Door de hoogte valt de neerslag hier soms in de vorm van sneeuw.

Jordanië kent hete zomers, met name op het plateau en in de Jordaanvallei. De winters duren van november tot mei en zijn tamelijk vochtig; de berggebieden ten westen en oosten van de Jordaan zijn tamelijk koud en kennen vorst en sneeuw.

De neerslag bedraagt in het hoge heuvelland in het noorden jaarlijks gemiddeld 700 mm; in het zuiden van de Jordaan-vallei 100 mm.

De gemiddelde temperatuur in januari ligt in het noorden van Jordanië tussen de 5° en 10°C, in het zuiden tussen 10° en 15°C. In de Jordaan-vallei en de Wadi Araba is het nog iets warmer, tussen de 15° en 20°C. In de zomer lopen de temperaturen op tot 25° en 30°C in het noorden en 30°C en 35°C in het zuiden en in de Jordaan-vallei en de Wadi Araba. Regelmatig komen de temperaturen daar boven de 40°C uit. Vanwege de vochtige lucht en de hoge temperaturen is het ’s zomers nauwelijks uit te houden.

Klimaattabel Jordanië

Janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec
Aantal uren zon per maand77101112131413121087
Dagtemperatuur in °C131417242831333332272215
Nachttemperatuur in °C45610151718181714104
Regendagen per maand442100000023

Planten en Dieren

advertentie

Planten

De variëteit in landschap gaat gepaard met een even grote variëteit in vegetatie. Naar het oosten toe groeit er steeds minder. In de woestijn bloeien vlak na regenval doornstruiken, grassen en veel eenjarige planten. Als de zon weer gaat schijnen verdort deze vegetatie weer snel en alleen de taaiste struiken, zoals heidebrem, ganzeroet, tamarisk en distel, overleven dan nog. In Jordanië komen zeer veel endemische planten voor.

De lente is het hoogseizoen voor bloemen en planten in Jordanië. Van februari tot mei, althans bij voldoende regenval, groeien er meer dan 2000 soorten bloemen en planten verspreid over het land. Na droge, warme winters daarentegen, komen veel bloemen en planten niet eens tot bloei.

Vroeger had Jordanië uitgestrekte bossen, die echter door roofbouw grotendeels verdwenen zijn. Met name het hoogland van Jordanië is nog met ca. 65.000 hectares bossen bedekt waar pijnbomen, cipressen, acacia’s, vlinderbomen, ingevoerde eucalyptusbomen en altijdgroene eiken groeien.

De plantengroei bestaat verder vooral uit steppevegetatie, armer of rijker al naargelang de hoeveelheid neerslag. Herbebossing wordt bemoeilijkt door erosie, karstverschijnselen en de vele schapen en geiten, die veel nieuwe aanplant opvreten.

De nationale bloem van Jordanië is de zwarte, eigenlijk dieppaarse, iris, die vooral rond Madaba te vinden is.

advertentie

Dieren

De Jordaanse dierenwereld telt ongeveer 70 soorten en ondersoorten zoogdieren, 73 reptielsoorten, 150 vogelsoorten, 4 amfibiesoorten, 20 zoetwatervissoorten en 1000 vissoorten in de Golf van Aqaba, onder andere spectaculaire vissen als de vlindervis, papegaaivis, clownvis, ballonvis, leeuwvis, maar ook zeesterren, zeepaardjes, zee-egels en zee-anemonen.

De schaarse dierenwereld heeft aan de kust een mediterraan karakter, maar in het binnenland een typisch (Arabisch) woestijnkarakter. Grote roof- en hoefdieren hebben het steeds moeilijker door de afname van prooidieren en grasland.

De groep grote zoogdieren bestaat vooral uit (gedomesticeerde) paarden, ezels, geiten, schapen, dromedarissen, koeien, honden en katten. In de woestijngebieden leven verder nog woestijnvossen, jakhalzen, caracals, hazen en gerbils, een soort knaagdier. Hagedissen zijn talrijk, o.a. de beroemde blauwe hagedis, en verder nog wat schildpadden en schorpioenen; slangen zijn zeldzaam.

Langs de oases strijken regelmatig grote groepen trekvogels neer (ca. 200 soorten), met name die van al-Azraq. Inheems zijn vele soorten kleine roofvogels, onder andere de dwergarend, de havikarend en de grauwe kiekendief. Bijzondere vogels zijn de woestijnleeuwerik, zonnevogel en Bonelli’s nachtegaal.

In verscheidene delen van het land zijn of worden natuurreservaten ingericht om dieren te beschermen tegen uitsterven, onder andere al-Azraq en de Wadi Araba.

Dierrijk is de Wadi Rum, een vallei ten noordoosten van Aqaba. Het is de woonplaats van onder meer de Palestijnse roodmus, de Egyptische gier, de vale gier, en zoogdieren als de woestijnvos, Aziatische jakhals, gestreepte hyena, woestijnhaas, ibex, egel, gerbil, klipdas en jerboa of woestijnspringmuis. Oppassen is het voor de Palestijnse adder, een van de giftigste slangen van de Arabische landen.

Shaumari (22 km2) was het eerste wildreservaat van Jordanië. Het werd gecreëerd om een van de meest bedreigde dieren ter wereld te redden: de Arabische oryx. In 1978 werden er vanuit de Phoenix Zoo in Arizona acht exemplaren ingevlogen; in 1999 was de kudde uitgegroeid tot meer dan 200 dieren. Shaumari is ook een fokcentrum voor de Perzische onager, de kropgazelle en de struisvogel.

Geschiedenis

Oudheid en Middeleeuwen

Het Jordaanse grondgebied was in vroegere tijden een belangrijk kruispunt van handelswegen. Gedurende lange tijd was er een voortdurende golfbeweging waar te nemen van verstedelijking en dan weer een overgang naar de nomadische cultuur van de bedoeïenen. De allereerste tekenen van menselijk leven dateren van zo’n 10.000 jaar geleden, het stenen tijdperk. Ca. 6000 jaar v.Chr werd Jericho gesticht, een van de oudste steden ter wereld. Tussen 2700 en 2300 v.Chr. werden de stadstaatjes die deze regio beheersten om onbekende redenen verlaten.

Tijdens het bronzen tijdperk (1950-1200 v.Chr.) werd de bevolking weer nomadisch en de invloed van het Egypte van de farao’s werd steeds groter. Korte tijd heerste er zelfs een farao, Toethmosis III (1479-1425 v.Chr.), over onder andere het huidige Jordanië, dat toen onderdeel was van het rijk Kanaän, dat verder bestond uit Syrië en Israël. In 1230 v.Chr. werden er in Jordanië drie onafhankelijke staten gesticht: Ammon in het noorden, Edom in het zuiden en daartussenin Moab. De opkomst van deze staten kan verklaard worden door de aanwezigheid van handelswegen met het Arabisch schiereiland, zoals de wierookroute naar Jemen. Deze handel legde de drie staten geen windeieren, maar ze werden regelmatig veroverd, door bijvoorbeeld Assyriërs (732 v.Chr.), Babyloniërs (612 v.Chr.), en Perzen (539 v.Chr.).

In 330 v.Chr. werd Jordanië veroverd door Alexander de Grote. In de bloeitijd die hierop volgde viel Jordanië onder de Hellenistische rijken van de Ptolemaeën in Egypte en de Seleuciden in Syrië. Bestaande steden werden gehelleniseerd (de officiële taal was bijvoorbeeld Grieks) en er werden nieuwe steden gesticht. In Zuid-Jordanië ontstond in die tijd het rijk van de Nabateeërs met als hoofdstad Petra. In 85 v.Chr. had dit rijk zich uitgebreid tot Mekka en Medina en tot aan Damascus in Syrië.

In het jaar 64 n.Chr. werd Jordanië door de Romeinen veroverd en ontstond er een machtige handelsfederatie na het samengaan van een tiental handelssteden, genaamd Decapolis.

Na de Romeinen werd Jordanië bezet door de Byzantijnen (324-636) en maakte opnieuw een culturele en economische bloeiperiode door. Ook toen het Jordaanse grondgebied door moslimlegers uit Arabië was veroverd na de Slag bij Yarmuk in 636 bleef het goed gaan. Zo lag Jordanië centraal tussen de hoofdstad van het Arabische moslimrijk, Damascus, en tussen Mekka, de stad waar veel moslims als pelgrim naar toe gaan. Geleidelijk aan werd de officiële taal Arabisch en de islam de heersende godsdienst.

In de 9e eeuw werd Jordanië weer een stuk teruggeworpen in de vaart der volkeren. De hoofdstad van het moslimrijk werd Bagdad en de handel door de woestijn werd vervangen door de handel via de Rode Zee.

Van Ottomaans grondgebied tot Brits mandaatgebied

In 1516 werd het gebied veroverd door de Ottomaanse Turken, maar ondanks een heropleving door een nieuwe pelgrimsroute naar Mekka, bleef Jordanië tot in de 19e eeuw een uithoek van het Ottomaanse rijk. Pas in die eeuw werden er door de Ottomanen weer pogingen ondernomen om het gebied bewoonbaar te maken.

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Jordanië min of meer zijn huidige vorm. In 1916 riep de emir van Mekka, sharif Hussein, de Arabische opstand tegen de Turken uit. Samen met zijn zoons Abdallah en Faisal werd er een bedoeïenenleger geformeerd en in 1918 werd met behulp van Britse troepen Damascus (Syrië) bezet. Begin 1919 riep het nationalistische Syrische Congres Faisal uit tot koning van Syrië en Abdallah tot koning van Irak, waartoe ook het huidige Jordanië behoorde.

De uiteindelijke bedoeling van dit alles was om een grote Arabische staat te stichten. De Franse en Britten waren hier echter niet voor, en na de Conferentie van San Remo in februari 1919 werd het hele Midden-Oosten verdeeld tussen de Europese grootmachten. Frankrijk kreeg het mandaat over Syrië en Libanon en Groot-Brittannië het mandaat over Palestina en Irak. De grens werd getrokken tussen het Franse mandaatgebied Libanon en Syrië en het Britse Palestina. Trans-Jordanië, het gebied ten oosten van de Jordaan hoorde vanaf die tijd bij het mandaatgebied Palestina.

Na een conferentie in de Egyptische hoofdstad Cairo in maart 1921 zag de zaak er ineens weer heel anders uit. Abdallah was van plan om in de winter naar Damascus op te trekken om te strijden tegen de Fransen. In Cairo werd nu besloten dat Abdallah de aanspraken op de troon van Irak zou laten vallen ten faveure van zijn broer Faisal. Abdallah zou dan heerser worden over Trans-Jordanië, maar moest dan wel zijn plan om de Fransen aan te vallen laten varen. Daarmee werd Trans-Jordanië losgemaakt van Palestina en werd de westgrens anders, namelijk de Jordaan, de Dode Zee en Wadi Araba.

Op 25 mei 1923 werd Trans-Jordanië door de Britten onafhankelijkheid toegezegd. In 1924 werd Abdallah’s vader Hussein door Saoedi’s verdreven uit de Hidjaz. Hij had zich tot kalief van alle gelovigen uitgeroepen, en dat werd niet door de Saoedi’s geaccepteerd. Saoedische troepen rukten aanvankelijk ongehinderd op naar Amman, maar zij werden vervolgens door Abdallah, geholpen door de Britten, verslagen.

Het was toen meteen duidelijk dat de Britten de dienst uitmaakten in het economisch straatarme land van Abdallah, vooral op het bebied van financiën en buitenlandse zaken. De afhankelijkheid van Abdallah werd zelfs in een aantal zogenaamde ‘vriendschapsverdragen’ vastgelegd en het bedoeïenenleger ‘Arab Legion’ stond onder leiding van een Britse generaal, John Bagot Glubb, ook wel treffend ‘Glubb Pasha’ genoemd. Het streven van Abdallah om een Groot-Syrië te stichten, ebde langzaam weg omdat hij door grootmachten als Egypte en Saoedi-Arabië als hulpje van de Britten gezien werd, en het zou bovendien het broze machtsevenwicht in de regio verstoren.

Jordanië onafhankelijk

In 1945 werd de Arabische Liga geformeerd, waarvan ook Jordanië lid werd. Op 22 maart 1946 erkende Groot-Brittannië Trans-Jordanië als een volledig onafhankelijk Hashemitisch Koninkrijk. Hierdoor kreeg Abdallah wat meer ruimte om zijn vleugels uit te slaan, nadat hij in 1937 al positief gereageerd had op de voorstellen van de Britten om het Arabische deel van Palestina bij Trans-Jordanië te voegen. Abdallah had ook voortdurend contact met zionistische politieke leiders en was daardoor in de Arabische wereld zeer omstreden.

Eind jaren veertig probeerde Abdallah met vereende krachten om zijn doel te bereiken: het Arabische deel van Palestina met de hulp van zionistische leiders te annexeren.

Dat er in november 1947 in de Verenigde Naties besloten werd om Palestina te verdelen kwam hem daarbij erg goed uit. Er werd zelfs een non-agressiepact gesloten wat inhield dat het Arab Legion het Arabische deel van Palestina zou bezetten in ruil voor de belofte van Jordanië dat die niets tegen het uitroepen van de staat Israël op 14 mei 1948 zou ondernemen. Abdallah streek hiermee bijna iedereen tegen de haren in, maar op 15 mei 1948 vielen troepen van het Arab Legion daadwerkelijk Palestina binnen en annexeerden uiteindelijk de Westelijke Jordaanoever. Het aldus ontstane gebied werd nu officieel Jordanië genoemd.

Toekomstige problemen waren echter al in de kiem aanwezig: ca. 450.000 bedoeïenen van Trans-Jordanië werden opeens samengevoegd met ca. 650.000 Palestijnen, die veel beter opgeleid waren en vooral politiek bewuster. Verder kenden de Palestijnen weinig rechten en leefden vrijwel allemaal in vluchtelingenkampen.

Periode Hoessein

In 1951 werd Abdallah vermoord toen bekend werd dat hij met de Israeli´s onderhandeld had. Hij werd opgevolgd door zijn achttienjarige kleinzoon Hoessein, die op 11 augustus 1952 tot koning werd uitgeroepen. Al eerder was gebleken dat Abdallah´s zoon Talal vanwege gezondheidsredenen ongeschikt was om te regeren.

Op dat moment voerde het radicale republikeinse pan-Arabisme van de Egyptische president Nasser de boventoon in het Midden-Oosten en Hoessein had het daar erg moeilijk mee. Hij was namelijk zeer afhankelijk van buitenlanders, en dat was een doorn in het oog van een nationalist als Nasser. Hoessein probeerde toch om mee te gaan met het pan-Arabische streven, en dacht met het ontslag van de Britse ‘Glubb Pasha’ een stap in de goede richting gezet te hebben.

Hij dacht hiermee populairder te worden en schreef optimistisch vrije verkiezingen uit voor 21 oktober 1956. De verrassing was echter groot toen de verkiezingen gewonnen werden door de radicale pro-Egyptische Palestijnse politicus Suleiman al-Nabulsi van de Nationale Socialistische Partij, met veel aanhang onder de moderne Palestijnse elite. Het uiteindelijke streven van Nabulsi was dat het Hashemitische koningshuis zou moeten wijken om de zaak van de Palestijnen op te lossen. Als eerste werd het vriendschapsverdrag met Groot-Brittannië opgezegd, tot grote woede van Hoessein. Hij bestreed de nationalisten van Nabulsi met behulp van de Amerikanen, en maakte handig gebruik van de zogenaamde Eisenhower-doctrine, die inhield dat de Verenigde Staten mocht ingrijpen in landen van het Midden-Oosten die zich bedreigd voelden door het communisme. Hoessein maakte hier gretig gebruik van en begon de Nabulsi-regering als communisten af te schilderen. Op 10 april 1957 stuurde Hoessein het kabinet naar huis, maar de pan-Arabisten sloegen terug. Het leger werd gevraagd om Hoessein en zijn gevolg te verjagen, maar de samenzweerders werden gearresteerd en de noodtoestand werd afgekondigd

De interne problemen waren hiermee voorlopig opgelost, maar de dreiging van buitenaf was nog steeds volop aanwezig. De Suezcrisis versterkte de pro-Egyptische sentimenten in het land. Een nieuwe politieke crisis in april 1957 leidde tot het aftreden van premier Naboelsi, een verbod op alle politieke partijen en het ongedaan maken van Naboelsi's besluit diplomatieke betrekkingen aan te knopen met de Sovjet-Unie. In februari 1958 sloot Jordanië met Irak een federatie als antwoord op de Syrisch-Egyptische unie (Verenigde Arabische Republiek). Met name de Verenigde Arabische Republiek (VAR= Egypte, Syrië en Jemen) vormde al sinds het einde van de jaren vijftig een grote bedreiging, en in een land als Irak maakte een bloedige staatsgreep een einde aan het bewind van de neef van Hoessein, Faisal II. Als reactie hierop werd de federatie met Irak ontbonden. Met name Amerikaanse steun hield Jordanië op de been. De koning volgde daardoor een pro-Westerse koers en zijn verhouding met president Nasser van Egypte werd steeds meer gespannen. Herhaalde malen werden er aanslagen op Hoessein gepleegd, maar hij ontsnapte vaak op miraculeuze wijze. In 1961 viel de VAR uiteen en had Hoessein het pan-Arabische streven overleefd. Saoedi-Arabië en Koeweit waren de enige landen die Jordanië steun verleenden in die moeilijke periode.

Palestijnse vraagstuk

Een nog grotere bedreiging zou in de komende jaren het Palestijnse nationalisme gaan vormen. De meeste Palestijnen in Jordanië waren zeer teleurgesteld door het uiteenvallen van de VAR en besloten dat alleen de gewapende strijd de weg naar Arabische eenheid dichterbij kon brengen. Hoessein was hier echter fel op tegen en had liever dat de Palestijnen integreerden in de Jordaanse samenleving. Door deze opstelling dreigde Jordanië intern uiteen te vallen.

Belangrijke landen als Egypte, Syrië en Irak ondersteunden echter het streven van de Palestijnen en het was dan ook niet vreemd dat op een Arabische topconferentie in 1964 op initiatief van Egypte de Palestinian Liberation Organisation (PLO) werd opgericht.

Ondanks zijn bezwaren tegen deze ontwikkelingen nam Jordanië, onder druk van de Arabische landen deel aan de Zesdaagse Oorlog tegen Israël in juni 1967, die echter desastreus afliep voor de Arabische coalitie. Egypte verloor de Sinaï, Syrië de Golan-hoogvlakte, Jordanië de Westoever van de Jordaan en kreeg er bovendien nog eens ca. 300.000 Palestijnse vluchtelingen bij. Het land kwam steeds meer in de problemen door de voortdurende aanvallen van Palestijnse guerrillastrijders (‘fedayien’) tegen Israël. Hoessein zei dat hij de Palestijnse organisaties steunde, maar dat maakte op de diverse groeperingen, met name al-Fatah, weinig indruk. Hun uiteindelijke doel bleef om met behulp van de fedayien het regime van Hoessein omver te werpen.

In september 1970 kwam het tot een kortstondige maar heftige burgeroorlog tussen Hoesseins bedoeïenenleger en de Palestijnse bevrijdingsorganisaties, waarbij de laatste als politieke factor in Jordanië werden uitgeschakeld (Zwarte September). In de zomer van 1971 werden hun laatste steunpunten opgeruimd.

De macht van de Palestijnse groeperingen groeide onrustbarend en in 1970 kwam het tot een confrontatie tussen de Palestijnen en het bedoeïenenleger van Hoessein. Ondanks de hulp van Syrië werden de fedayien in de zomer van 1971 uit Jordanië verdreven en zij zochten een goed heenkomen in Libanon.

Na de vlucht van de Palestijnen begon een diplomatiek offensief over de vraag wie de soevereiniteit bezat over de Palestijnen, met andere woorden, waren de Palestijnen op de bezette oevers Jordaniërs of lag de soevereiniteit bij de Palestijnen en hadden ze dus recht op een eigen staat Palestina. De Verenigde Naties erkenden Jordanië als een soevereine staat over de Westelijke Jordaanoever en beschouwden het Palestijnse probleem als een vluchtelingenprobleem. Tot groot ongenoegen van Hoessein beschouwde de Arabische wereld de PLO als enige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk (Arabische topconferentie oktober 1974) die tevens het recht kreeg om een nationaal gezag op te zetten op de Westoever en in de Gazastrook. Dit betekende namelijk impliciet dat de PLO gezag zou krijgen over de Palestijnen in Jordanië. Nadat de koning zich na fel verzet bij deze beslissing had moeten neerleggen, zag hij ten gunste van de Palestijnen officieel af van zijn aanspraken op het door Israël bezette gedeelte van de westelijke Jordaanoever en zegde hij blijvende steun toe aan het streven naar herstel van de rechten van de Palestijnen.

Eerste Golfoorlog

Pas toen Egypte in 1979 vrede sloot met Israël en de PLO zich wat gematigder opstelde kwam er meer duidelijkheid in de gecompliceerde toestand. Hoessein verbrak de betrekkingen met Egypte naar aanleiding van het vredesverdrag tussen Israël en Egypte en de daarop volgende onderhandelingen over Palestijnse autonomie. De nog altijd stroeve betrekkingen met de PLO werden verder aangehaald.

In de Eerste Golfoorlog tussen Irak en Iran (1980-1988) koos Jordanië de zijde van Irak en verleende dat land vooral logistieke steun. Dit leidde tot ernstige spanningen met het buurland Syrië. Sinds 1986 vond er echter weer een voorzichtige toenadering tot Syrië plaats. De banden met Irak bleven echter nauw, niet in het minst doordat Irak Jordanië van (goedkope) aardolie voorzag.

Intifada en Jordanië doet afstand van Westelijke Jordaanoever

In 1983 werd er weer een poging gedaan om te komen tot de zogenaamde Jordaanse optie: Palestijns zelfbestuur in associatie met Jordanië. De onderhandelingen mislukten echter door het verzet van radicale elementen in de PLO, die tegen de erkenning van Israël waren. Pogingen van koning Hoessein om zijn aanhang op de Westelijke Jordaanoever te vergroten en geheime onderhandelingen met de Israëlische minister Peres, leidden niet tot concrete resultaten. In december 1987 brak de ‘intifada’ uit, de Palestijnse opstand in de bezette gebieden.

Als gevolg hiervan deed Hoessein op 30 juli 1988 officieel afstand van de Westelijke Jordaanoever. De Trans-Jordaanse bevolking was zeer voor deze stap van Hoessein, waarvan trouwens nooit zeker is geworden dat hij dat echt wilde. Zij verdachten de Palestijnen er namelijk van om van Jordanië een Palestijnse staat te willen maken. Deze nationalistische houding werd nog versterkt door de houding van de Israëliërs, die Jordanië allang als een Palestijnse staat beschouwden. Inmiddels had Jordanië de betrekkingen met Egypte hersteld in september 1984 en beijverde het zich binnen de Arabische Liga voor de terugkeer van Egypte, wat uiteindelijk in mei 1989 op de topconferentie van Casablanca zijn beslag kreeg.

Na een serie kabinetswisselingen was in april 1985 Zaid al-Rifai opnieuw premier geworden. Zijn regering werd eind jaren tachtig geconfronteerd met de Palestijnse kwestie en toenemende economische problemen. Een reeks door het Internationale Monetaire Fonds (IMF) geadviseerde prijsverhogingen leidde in april 1989 tot hevige onlusten in de grote steden, waarna Hoessein de van corruptie beschuldigde Rifai ontsloeg en nieuwe verkiezingen aankondigde. Deze leverden in november 1989 een verrassende overwinning op voor moslimfundamentalisten, die echter niet in de nieuwe regering van Moedar Badran werden opgenomen.

Tweede Golfoorlog

Door de olierijkdom van Irak raakten beide landen financieel en economisch met elkaar vergroeid. Toen Irak op 2 augustus 1990 Koeweit binnenviel, werd Jordanië dan ook in het conflict meegesleurd. De (Palestijns) Jordaanse bevolking vond de anti-Israëlische en anti-Amerikaanse houding ten opzichte van de Iraakse president Saddam Hoessein prachtig en Hoessein kon dit niet negeren. Hij probeerde nog wel te bemiddelen in het conflict maar vooral de relatie met de Golfstaten en Saoedi-Arabië verslechterde aanzienlijk, ook toen Irak duidelijk aan de verliezende hand was.

In juli 1992 werd een wet aanvaard die de vorming van politieke partijen mogelijk maakt. In december werden vijf partijen, en in februari 1993 een zesde partij, gelegaliseerd.

De verstoorde relatie met Egypte werd pas in 1994 weer wat beter en ook de relatie met het bevriende Irak stond onder druk door de boycot die de Verenigde Naties tegen Irak afkondigde. Hierdoor raakte Jordanië zijn belangrijkste afzetmarkt kwijt en bleef verder verstoken van de goedkope Iraakse olie. Ondanks negatieve uitspraken van Hoessein over Saddam Hoessein probeerde men met beide kampen op goede voet te blijven staan.

Na de tweede Golfoorlog werden de relaties met het Westen weer beter. Het vredesproces tussen Israël en de Arabische buurlanden, dat in oktober 1991 in gang werd gezet, was gunstig voor Jordanië, dat al die tijd al contact was blijven behouden met Israël. Ook de relatie met de Verenigde Staten werden hersteld en de deelname van een Jordaans-Palestijnse delegatie aan de onderhandelingen deed bij Hoessein de hoop herleven op een toekomstige confederatie tussen de Palestijnen en Jordanië.

Het openbaar maken van de Oslo-akkoorden tussen de PLO en Israël in september 1993 waren voor Hoessein dan ook een slag in het gezicht. De akkoorden voorzagen in een wederzijdse erkenning en de oprichting van een autonoom Palestijns gebied, waarschijnlijk uitmondend in een zelfstandig Palestina.

Hoessein accepteerde na aanvankelijke aarzelingen toch de akkoorden en maakte de nationalistische Trans-Jordaniërs duidelijk dat zo’n staat niet het sein zou zijn om alle Palestijnen het land uit te zetten. Ook kondigde hij aan dat Jordanië voortaan een eigen koers zou gaan varen en zich niets mee zou aantrekken van de Arabische buurlanden. Er werd vanaf nu dan ook rechtstreeks onderhandeld met de Israëliërs met als hoogtepunt de zogenaamde Washington-verklaring op 25 juli 1994 waarin de onderlinge samenwerking het belangrijkste punt was. Uitgesproken pijnpunten van beide partijen werden naar de toekomst verschoven. Ook de relatie met de Verenigde Staten verbeterde hierdoor aanzienlijk, resulterend in kwijtschelding van een deel van de schulden die Jordanië had aan de Verenigde Staten. Op 26 oktober volgde een nieuw hoogtepunt, de ondertekening van het vredesverdrag tussen Jordanië en Israël.

Koning Hoessein nam in 1995 duidelijk afstand van het bewind van Saddam Hoessein in Irak, die hij ten tijde van de Tweede Golfoorlog nog als een politieke vriend had beschouwd. Nadat Saddams schoonzoons in augustus 1994 naar Jordanië waren gevlucht, werden ze door koning Hoessein persoonlijk ontvangen en riep de Jordaanse vorst de Iraakse leider op af te treden.

In de loop van 1996 bekoelden de relaties met Israël aanzienlijk door de starre en weinig coöperatieve houding van de regering-Netanyahu. De sinds de Golfoorlog verstoorde band met Saoedi-Arabië werd hersteld en ook de betrekkingen met Koeweit normaliseerden zich. In oktober 1996 bezocht koning Hoessein als eerste Arabische staatshoofd de Palestijnse gebieden, waarbij hij het gezag van Arafat legitimeerde.

Hoessein de bemiddelaar

In 1997 probeerde Hoessein een bemiddelende rol in het stagnerende vredesproces in Israël te vervullen, maar in zijn eigen land werd dat niet erg gewaardeerd. Het conflict tussen regering en oppositie verdiepte zich toen de Moslimbroederschap en haar politieke tak, het Islamitisch Actiefront (IAF), besloten de verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden in november 1997 te boycotten. Linkse en pan-Arabische politieke partijen en vele bekende Jordaanse politieke persoonlijkheden sloten zich hierbij aan, waarmee voorlopig een einde kwam aan het Jordaanse experiment met de democratie.

In 1998 nam het verzet in Jordanië tegen Israël toe door de tegenwerkende Israëlische premier Netanyahu. Koning Hoessein bleef zich evenwel inspannen om het vastgelopen vredesproces tussen Israël en de Palestijnen weer op gang te brengen, ondanks zijn behandeling aan kanker.

Begin 1999 maakte koning Hoessein een einde aan een paleiscoup; zijn broer kroonprins Hassan werd als troonopvolger ontslagen ten gunste van zijn zoon Abdoellah. Op 7 februari overleed Hoessein en zijn zoon werd als Abdoellah II beëdigd tot de nieuwe koning. De oudste zoon van Hoessein en koningin Noor, Hamza, werd de nieuwe kroonprins. Abdoellahs benoeming van de conservatief Abd al-Rauf al-Rawabdeh tot premier betekende een tegenvaller voor progressief Jordanië, maar in de tweede helft van het jaar leek Abdoellah zijn democratiseringsbelofte waar te maken.

Op 14 en 15 juli 1999 werden gemeenteraadsverkiezingen georganiseerd. De belangrijkste oppositiepartij, het Islamitisch Actiefront (IAF), de politieke arm van de Jordaanse Moslimbroederschap, deed voor het eerst sinds 1995 weer mee. Het won 72 zetels en zeven burgemeestersposten. Linkse oppositiepartijen behaalden slechts zes zetels. Op 30 augustus 1999 sloot Jordanië alle kantoren van HAMAS en werden verschillende leiders opgepakt en later het land uitgezet. Abdoellah II zette het buitenlands beleid van zijn vader in grote lijnen voort en ondersteunde het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen.

21e eeuw

Koning Abdullah bemoeit zich intensief met de samenstelling van de regering. Het kabinet dat de koning na de parlementsverkiezingen in het najaar van 2003 samenstelde onder leiding van premier Faisal Fayez wijzigde hij een jaar later ingrijpend. Op 7 april 2005 verving de koning het kabinet opnieuw door een hervormingsgezinder regeringsploeg onder leiding van premier Adnan Badran. Twee maanden later moest Badran alweer een aantal van zijn ministers vervangen. Prioriteiten van de opeenvolgende kabinetten zijn bestuurlijke hervormingen, verbetering van de effectiviteit van het overheidsbeleid en verbetering van de economische situatie geweest.

In november 2007 zijn er parlementsverkiezingen waar regeringsgetrouwe groeperingen winnen en de politiek gematigde Nader Dahabi tot premier is gekozen. In augustus 2008 bezoekt koning Abdoellah Irak, hij is de eerste Arabische leider die Irak bezoekt sinds de Amerikaanse bezetting van 2003. In juli 2009 veroordeelt een militair tribunaal een Al-qaeda militant tot de doodstraf vanwege de moord op een Amerikaanse diplomaat in Amman. In december 2009 wijzigt koning Abdoellah de regering en stelt een nieuwe premier aan om economische hervormingen door te voeren. In november 2010 worden parlementsverkiezingen gehouden, geboycot door de oppositie, die niet verbazingwekkend door de regeringskandidaten gewonnen worden. In 2011 bereikt de Arabische lente ook Jordanië en worden verschillende wijzigingen in de regeringsploeg doorgevoerd door de koning. In april 2012 treedt de nieuwe premier Fayez al-Tarawneh aan. In januari 2013 zijn er weer parlementsverkiezingen die volgens hetzelfde scenario verlopen als die in 2010. In april 2013 wordt Abdullah Ensour premier. In september 2014 neem Jordanië als een van de vier Arabische landen deel aan bombardementen op IS in Syrië. In februari 2015 wordt de wereld opgeschrikt door beelden van het levend verbranden van een gevangen genomen piloot door IS. Jordanië reageert door de strijd tegen IS op te voeren. Sinds het uitbreken van de oorlog in Syrië heeft Jordanië gigantische hoeveelheden vluchtelingen opgevangen, in februari 2016 verklaart koning Abdullah dat het verzadigingspunt bereikt is. In augustus 2017 wordt de grens tussen Irak en Jordanië weer heropend na successen in de strijd tegen IS.

Bevolking

Samenstelling en spreiding

De bevolking van Jordanië is bijna geheel Arabisch, met als belangrijkste minderheidsgroepering de Circassiërs of Tsjerkessen (ca. 100.000 personen), die, op de vlucht voor de vervolgingen van de Russische tsaar, afkomstig zijn uit de Kaukasus. In 1879 kwamen de eerste Circassiërs aan in een volledig verlaten Amman en in 1905 woonden er al enkele duizenden immigranten uit Tsjerkessië. De Circassiërs integreerden volledig in de Arabische maatschappij en leverden belangrijke bijdrages aan de opbouw van Jordanië. Ondanks hun streven naar integratie hebben ze hun eigen identiteit grotendeels weten te behouden.

Ruim de helft van de Jordaanse bevolking is afkomstig uit door Israël bezette gebieden van Palestina; de andere helft zijn Transjordaniërs. De Transjordaniërs wonen in het hele land, terwijl de Palestijnen vooral in de grote steden in het noorden en noordwesten wonen, waar ze vaak belangrijke functies vervullen. De bevolkingsdichtheid in het noorden en noordwesten is steeds aanmerkelijk groter geweest dan in de overige delen van het land.

De oorspronkelijke bewoners van de Oostoever zijn voornamelijk bedoeïenen; van hen leidt echter nog maar eenderde een nomadisch bestaan. In 1922 bestond de helft van de bevolking nog uit bedoeïenen, in de jaren zeventig waren er nog maar 50.000 bedoeïenen op een bevolking van twee miljoen. In de woestijn, in het oosten en vooral in de woestijn Wadi Rum leven nu nog een paar tientallen duizenden bedoeïenen.

In 2017 woonde 91% van de bevolking in de steden, geconcentreerd in het noordwesten en op de hoogvlakte. De hoofdstad Amman had aan het begin van de jaren veertig nog geen 20.000 inwoners, en telt nu, samen met Az-Zarqa, ‘groot-Amman’, ruim 1,5 miljoen mensen. Het oosten van Jordanië is praktisch leeg.

Veel Palestijnse vluchtelingen vestigden zich na de Zesdaagse Oorlog van 1967 in de stad. Als gevolg hiervan bestaat bijna 75% van de bevolking van Amman uit Palestijnen. Ook andere nationaliteiten vluchtten naar het stabiele Jordanië; Libanezen ontvluchtten de burgeroorlog in Libanon en na de Golfoorlog van 1990 kwamen 40.000 Iraniërs naar Jordanië. Andere etnische minderheden zijn soennitische Tsjetsjenen, Koerden, Turken en Armeniërs.

De afgelopen tachtig jaar heeft Jordanië een enorme bevolkingsexplosie meegemaakt, van 586.000 inwoners in 1954 tot mer dan 10 miljoen in 2017. Na de Tweede Golfoorlog keerden vele Jordaanse gastarbeiders terug naar hun land en groeide de bevolking met meer dan zes procent per jaar.

De jaarlijkse bevolkingsgroei is zeer groot: tussen 1985 en 1993 gemiddeld 5,9%, in 1997 4,7% en in 2017 2,05%. In vergelijking met Arabische landen als Egypte, Libanon en Tunesië steekt dit percentage er ver bovenuit.

Toen in de jaren zeventig de ‘olie-boom’ plaatsvond in de Golfstaten, was er een grote behoefte aan buitenlandse gekwalificeerde arbeidskrachten. Veel Jordaniërs voldeden aan deze eisen en gingen werken in de Golfregio, waar veel meer geld betaald werd. Over het algemeen waren het mannen tussen de twintig en veertig jaar oud, die gemiddeld na vier jaar weer terugkeerden naar Jordanië.

Taal

Overal in Jordanië wordt het 'Jordaans' of 'Syrisch' Arabisch gesproken, dat in vele opzichten afwijkt van het als schrijftaal gebruikte modern standaard-Arabisch. De omgangstaal verschilt per land aanzienlijk. Zo zal een Jordaniër een Marokkaan of Tunesiër nauwelijks verstaan.

In een klein aantal Circassische dorpen is het Arabisch niet de voertaal en ook het Armeens wordt op sommige plaatsen nog gesproken. Op school leren de kinderen Engels.

Enkele uitspraakregels van het Arabisch:

Er bestaat geen vaste Nederlandse schrijfwijze voor Arabische woorden. De namen worden geschreven zoals ze uitgesproken worden. Aqaba kan dus net zogoed als Akaba gespeld worden.

Het Arabische schrift wordt van rechts naar links geschreven en bestaat uit 28 medeklinkers. Klinkers worden niet geschreven en daardoor ontstaan er verschillende Latijnse schrijfwijzen voor één-en-hetzelfde woord. Arabische cijfers worden van links naar rechts geschreven.

Enkele woorden en zinnen:

NederlandsArabisch
Eenwahed, vrouwelijk: wahda
Tweeetnen
Drietalata
Tien‘ashra
Honderdmeyya
Duizend‘alf
Zondagyom el had
Woensdagyom el ’arba’
Ja‘aywa
Neela’
Zomersef
Wintersheta
Waar is het hotel?fen el fondok?
Hoe laat is het?essa’a kam?
Hoe heet u?‘esm-ak ‘ak? (man)
Hoe heet u?‘esm-ek ‘eh? (vrouw)
Hebt u wisselgeld?‘andokom fakka?

Godsdienst

Sinds de invoering van de grondwet in 1952 is de islam staatsgodsdienst. Ruim 93% van de bevolking is de soennitische richting van de islam toegedaan en volgt daarin de sjafi'itische rechtsschool; 3% zijn sji'ieten (o.a. de Circassiërs). In de dagelijkse praktijk is de islam in Jordanië niet zo streng als in sommige buurlanden. De moskeeën zitten lang niet overal vol en sommige voorschriften worden nauwelijks gerespecteerd; zo wordt de chaddor zelden gedragen, hoewel veel vrouwen wel gesluierd lopen. In de hoofdstad Amman lopen echter steeds meer vrouwen in westerse kledij, en hebben hierin een goed voorbeeld in koningin Noor.

Naast islamieten telt het land een aantal christelijke groepen: grieks-orthodoxen, grieks-katholieken, rooms-katholieken, Syrisch orthodoxen, koptisch-orthodoxen en enige protestanten (lutheranen, anglicanen), samen ca. 5% van de bevolking.

In het noorden wonen een klein aantal Druzen. Druzen zijn ismaëlieten die geloven dat de ‘verborgen imam’ niemand minder is dan de stichter van hun sekte, met name de Egyptische kalief Al-Hakim, die leefde in de 10e eeuw. De Druzen beoefenen een geheim en complex sjiitisme voor ingewijden en ze hebben niet de intentie om anderen te bekeren. Alleen de meest geleerde gelovigen kunnen de heilige teksten raadplegen.

Verder zijn er nog wat aanhangers van de bahai-religie en samaritanen, een religie die lijkt op het jodendom. Zij wonen vooral in de steden Kerak, Madaba en As-salt.

Samenleving

advertentie

Staatsinrichting

Aan het hoofd van het koninkrijk Jordanië staat een constitutionele monarch die onschendbaar is. De troonopvolging is erfelijk bepaald en voorbehouden aan mannen. De uitvoerende macht berust bij de koning, die de minister-president benoemt en kan ontslaan en opperbevelhebber van het leger is.

De wetgevende macht berust bij de koning en de Nationale Vergadering, die grondwettelijk bestaat uit een Senaat, bestaande uit 40 door de koning voor acht jaar benoemde prominente persoonlijkheden, die ouder moeten zijn dan 40 jaar en een Huis van Afgevaardigden, bestaande uit 80 gekozen leden. Zij worden voor 4 jaar via algemene verkiezingen gekozen. In juli 2001 werd er een nieuwe kieswet aangenomen, waarin opgenomen werd dat het aantal zetels in het Huis van Afgevaardigden zal worden uitgebreid tot 104. Daarnaast werd het aantal kiesdistricten uitgebreid van 21 naar 45.

Het parlement heeft de bevoegdheid wetsvoorstellen, ingediend door de minister-president, af te wijzen. Als een wetsvoorstel door het parlement wordt aanvaard, dan wordt het voorstel ter goudkeuring aan de koning voorgelegd. De ministerraad is verantwoording schuldig aan het parlement, en het parlement heeft het recht het kabinet tot aftreden te dwingen. De koning kan dan weer besluiten om het parlement weer bij elkaar te roepen en te ontbinden, en om verkiezingen uit te schrijven of uit te stellen. In 1974 en 1984 werd het parlement daadwerkelijk door de koning ontbonden.

In november 1989 werden voor het eerst in 23 jaar weer verkiezingen gehouden. Voor zittingen van beide huizen is een quorum van tweederde vereist. De leden komen slechts in bijzondere zittingen bijeen.

Volgens een amendement op de grondwet uit 1976 heeft de koning het recht verkiezingen uit te schrijven dan wel voor langere tijd uit te stellen. Er is (volgens de grondwet) algemeen kiesrecht; vrouwen kregen pas in 1973 actief en passief kiesrecht en in 1993 werd er ook een vrouw in het parlement gekozen. De kiesgerechtigde leeftijd is 18 jaar.

In 1991 kwam een einde aan een periode van ruim dertig jaar waarin de vorming van politieke partijen verboden was. Via de aanvaarding van een nationaal handvest werd in juni officieel het meerpartijenstelsel aanvaard. In 1993 mochten er voor het eerst politieke partijen meedoen aan de verkiezingen. Het kiesstelsel was echter zó ingewikkeld, dat de partijen weinig kans hadden om in het parlement te komen. Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

advertentie

Administratieve indeling

Jordanië telt 12 districten of ‘liwas’, die onderverdeeld zijn in subdistricten of ‘qudas’. De stadsbesturen worden lokaal gekozen, de burgemeesters worden door de regering benoemd.

naam districthoofdstadoppervlakteaantal inwoners
AjlunAjlun412 km2120.000
AmmanAmman8.231 km22.183.000
al-Aqabahal-Aqabah6.583 km2128.000
al-Balga’as-Salt1.076 km2347.000
IrbidIrbid1.621 km21.010.000
JarašJaraš402 km2165.000
al-Karakal-Karak3.217 km2223.000
Ma’anMa’an33.163 km2117.000
MadabaMadaba2.008 km2164.000
al-Mafraqal-Mafraq26.435 km2307.000
at-Tafilahat-Tafilah2.114 km290.000
az-Zarqaaz-Zarqa4.080 km2951.000
advertentie

Onderwijs

Het onderwijs is op Westerse leest geschoeid en er is leerplicht van zes tot vijftien jaar. Men volgt zes jaar lager onderwijs, daarna zijn er nog drie jaren verplicht; 97% van de kinderen volgt lager onderwijs. Hierna is het mogelijk om na nog eens drie jaar middelbaar onderwijs toegang tot het hoger onderwijs te krijgen. Ongeveer 10% van de scholen is particulier, een klein deel islamitisch. Na de gratis maar verplichte lagere school van zes jaar volgen verschillende vormen van secundair en beroepsonderwijs.

Er zijn drie staatsuniversiteiten: in Amman, de Yarmoekuniversiteit in Irbid en in Mo'ata en een particuliere universiteit in Zarqa. Tussen 1961 en 2001 is het analfabetisme gedaald van 67% naar 13%. Enkele tienduizenden Jordaniërs studeren in het buitenland.

Van de bevolking boven de 15 jaar kan 94% van de mannen lezen en 80% van de vrouwen.

Economie

Geschiedenis

Met het wegvallen van de Westoever door de oorlog van 1967 gingen zowel de belangrijke inkomsten uit de daar gevestigde en relatief hoog ontwikkelde landbouw als uit het snel groeiende toerisme (Jeruzalem en Bethlehem) verloren. In deze verliezen werd slechts gedeeltelijk voorzien door schenkingen en leningen van Arabische aardolie producerende landen. De Jordaanse economie is voor een deel afhankelijk van buitenlandse hulp (o.a. Verenigde Staten en Arabische olielanden). Door de Golfcrisis van 1990-1991 en de daarop volgende Tweede Golfoorlog raakte de Jordaanse economie, na een periode van grote bloei, opnieuw in het nauw. Het bondgenootschap met Irak alsmede het internationale handelsembargo tegen Irak, veruit het belangrijkste exportland voor Jordanië, kwam Jordanië duur te staan. Bovendien lag de import bijna stil als gevolg van de blokkade van Aqaba.

Economie in de 21e eeuw

In 2017 was de werkloosheid volgens officiële cijfers 18,3%; officieuze bronnen kwamen uit op 30%.

De groei economische groei bedroeg in de 21e eeuw gemiddeld 2 % ( 2017: 2%). In 2017 was het bnp 40 miljard dollar; per hoofd van de bevolking $9.200.

Sinds de val van het Libanese Beiroet is Amman de draaischijf geworden van de financiële transacties in het Midden-Oosten.

In 2017 bedroeg het werkende deel van de bevolking 2,3 miljoen. Hiervan was 78% werkzaam in de dienstensector, 20% in de industrie en 2% in de landbouw.

Landbouw, veehouderij en visserij

Ca. 12% van het Jordaanse grondgebied is geschikt voor landbouw. Ongeveer 7% daarvan wordt kunstmatig bevloeid.

Bij de oorlog van 1967 verloor Jordanië het belangrijkste landbouwgebied, de Westelijke Jordaanoever, waarvan het in 1988 ook formeel afstand deed. Vanaf 1970 werd gewerkt aan verbetering van de landbouw in het vruchtbare oostelijke Jordaandal. Grote irrigatieprojecten hebben ongeveer 5% van de grond in cultuur gebracht. Dit gebeurt via het Ghorkanaal, ten oosten van de Jordaan, en het Talal-stuwmeer in de Zarqa. Het heuvelland rondom Ajlun is agrarisch ook belangrijk door een regelmatige regenval en een aantal bronnen. Dankzij het gunstige klimaat zijn er tegenwoordig twee of meer oogsten per jaar mogelijk.

Toch blijft de landbouw van ondergeschikt belang. Haar aandeel in het bruto nationaal product (bnp) is 4,5% (2017), terwijl in deze sector ongeveer 2% van de beroepsbevolking werkzaam is. In de loop van de jaren zijn de voedselimporten dan ook gestegen. Fruit en groenten als tomaten, meloenen, citrus zijn de belangrijkste gewassen van de Jordaanse landbouw en worden geëxporteerd, vooral naar de Perzische-Golfstaten en Saoedi-Arabië. Andere belangrijke landbouwproducten zijn tarwe, gerst, komkommers, meloenen, druiven en olijven.

De droge zones ten oosten van de Hedjaz-spoorlijn worden zeer extensief bebouwd (granen en olijven). Behalve met infrastructurele problemen heeft de landbouw ook te kampen met een tekort aan arbeidskrachten terwijl voor mechanisatie meestal de financiële middelen ontbreken.

De veehouderij is veelal geconcentreerd in de vruchtbare gebieden, waar runderen, paarden en kippen gefokt worden. Kamelen, schapen en geiten vindt men in de droge gebieden van het land, waar deze dieren worden geweid door nomaden en halfnomaden. In 2017 waren er 1,2 miljoen schapen, een half miljoen geiten, 14.000 dromedarissen, 35.000 runderen en 35 miljoen kippen.

Visserij wordt in de Golf van Aqaba bedreven en voorziet in ca. 20% van de binnenlandse behoefte.

Mijnbouw

Behalve fosfaat bezit het land nauwelijks of geen delfstoffen. De fosfaatvoorraden bij al-Hisa worden geschat op 2000 miljoen ton. Andere delfstoffen die (in kleine hoeveelheden) worden gewonnen of waarvan de aanwezigheid is aangetoond, zijn marmer, kaliumcarbonaat, steenzout, kalksteen, pyriet, mangaan, gips, kopererts en potassium of kalium. Potassium wordt gewonnen aan de zuidkant van de Dode Zee. Het mineraa lhoudende water wordt in grote bekkens verdampt, waarna het potassium houdende zout overblijft. Dat wordt in Safi verwerkt en op dit moment is Jordanië de grootste potassiumleverancier ter wereld met ca. 20 miljoen ton per jaar. Potassium wordt gebruikt als grondstof voor onder meer kunstmest, medicijnen en verf.

Er zijn kleine aardolievelden bij Azraq en aardgas is aangetroffen bij Ar Risha. De hoeveelheden olie en aardgas zijn echter te gering en hebben daardoor geen handelswaarde.

Al sinds het verleden is de Jordaanse energievoorziening volledig afhankelijk van aardolieleveranties uit de Arabische landen. In de jaren zeventig echter zijn tezamen met irrigatieprojecten hydro-elektrische installaties operationeel geworden. De bedoeling was de aardoliebehoefte ten behoeve van de energie hierdoor steeds verder terug te dringen; de voortschrijdende industrialisatie sedert 1970 deed tegelijkertijd de vraag echter belangrijk stijgen. Tevens bleek tijdens de Golfoorlog hoezeer het land afhankelijk was geworden van de (goedkope) aardolieleveranties door Irak.

Industrie

De industriële planning en ontwikkeling verliep na 1973 zeer succesvol. De opeenvolgende vijfjarenplannen voorzagen steeds in het stimuleren van de industriële ontwikkeling.

De zware industrie bij Amman en Akaba wordt gedomineerd door grote bedrijven die fosfaat, kaliumcarbonaat, kunstmest, aardoliederivaten, cement en ijzer produceren. Overigens wordt de Jordaanse industrie gekenmerkt door het grote aantal kleine en middelkleine bedrijven, die actief zijn in de voedselverwerking of allerhande producten vervaardigen voor de lokale markt.

De lokale industrie wordt door tariefheffingen op import beschermd.

Handel

De uitvoer van fosfaat en kunstmest, groente en fruit is een belangrijke bron van inkomsten. Daarnaast worden op bescheiden schaal naar andere Arabische landen (vooral Saoedi-Arabië) leer, tabak, olijfolie en elektrische batterijen uitgevoerd.

De export is vooral gericht op Irak en Saoedi-Arabië en in mindere mate op Egypte, India en Pakistan. In 2017 bedroeg de waarde van de export 7,5 miljard dollar, terwijl de import bijna 18,2 miljard dollar vertegenwoordigde.

Geïmporteerd wordt vooral uit Saoedi-Arabie, China, de Verenigde Staten, Italië, China, Frankrijk. De exportproducten gaan vooral naar India, de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië, Indonesië en Irak.

Bankwezen en dienstensector

Mede door het uitvallen van Beiroet is de betekenis van de bank- en dienstensector aanzienlijk toegenomen. Sinds 1975 is het aandeel in het bnp verviervoudigd. Veel buitenlandse banken hebben vestigingen in Amman.

Restricties op buitenlandse investeringen zijn goeddeels opgeheven. De centrale bank is de in 1964 opgerichte Central Bank of Jordan.

Verkeer

Het wegennet is in de jaren tachtig aanzienlijk verbeterd, vooral de noord-zuidverbindingen. Het wegennet bestaat uit bijna 3000 kilometer primaire wegen (waaronder snelwegen), bijna 2000 kilometer secundaire wegen en 2300 kilometer landelijke, onverharde wegen.

De handel kon zich goed ontwikkelen dankzij de haven van Aqaba, die met Irak verbonden wordt door de zogenaamde Woestijnweg of Desert Road, die dagelijks bereden wordt door hele karavanen vrachtwagens.

Het spoorwegnet heeft alleen industrieel enige betekenis. Vooral het vervoer van fosfaten naar de havenstad Aqaba is van groot belang. Het spoorwegennet heeft een lengte van 620 kilometer

De zeehaven van Aqaba is van betekenis voor zowel Jordanië als Irak. In 1985 werd een veerbootverbinding tussen Aqaba en Nuweibeh in Egypte geopend. Ruwe olie die eerst via Irak kwam, wordt nu vanuit de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabië via Aqaba aangevoerd.

In 1983 werd een nieuwe internationale luchthaven ten zuiden van Amman in gebruik genomen, Queen Alia. De nationale luchtvaartmaatschappij (Royal Jordanian, voorheen Alia) onderhoudt verbindingen met de belangrijkste luchthavens in de wereld.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Het toerisme kreeg een gevoelige klap door het verlies van de Westelijke Jordaanoever, maar deze sector wist zich sindsdien te herstellen en tot de belangrijkste economische sector na de fosfaatwinning op te klimmen; de Golfcrisis en -oorlog leidden evenwel weer tot forse inkrimping. De belangrijkste toeristische centra zijn de rotsstad Petra, Djerasj (Gerasa), de badplaats Akaba en de oostoever van de Dode Zee. Vooral uit Arabische landen komen steeds meer toeristen naar Jordanië. Moderne hotels en verbeterde infrastructuur moeten deze sector verder stimuleren.

Petra, het wereldwonder, is zonder twijfel de meest waardevolle schat van Jordanië en de grootste toeristische attractie van het land. Het is een uitgestrekt, unieke stad, uitgehouwen in de steile rotswand van de Nabateeërs, een Arabisch volk die zich hier meer dan 2000 jaar geleden vestigden op een belangrijk knooppunt voor de zijde, specerijen en andere handelsroutes die China ,India en Zuid-Arabië met Egypte, Syrië, Griekenland en Rome verbonden. De ingang van de stad is via de Siq, een smalle kloof, meer dan 1 km lang, die aan beide zijden geflankeerd word door steile, 80m hoge klippen. De wandeling door de Siq allen is een belevenis op zich. De kleuren en formaties van de rotsen zijn oogverblindend. In de stad Petra zijn veel bezienswaardigheden uit verschillende culturen te bewonderen.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

JORDANIE LINKS

Advertenties
• Jordanie verre reizen van ANWB
• Jordanie Vliegtickets.nl
• Rondreizen Jordanie
• Travelworld Jordanie
• Amman Hotels
• Djoser Wandel - wandelreis Jordanië
• Autoverhuur Sunny Cars Jordanie

Nuttige links

Duiken en landschap Jordanie (N)
Jordanië Reisstart (N+E)
Jordanie Start Belgie (N)
Reisinformatie Jordanië (N)
Reisverhalen en Foto's Jordanië (N)
Reizendoejezo - Jordanië (N)
Rondreis door Jordanië (N)
Rondreis Jordanie (N)
Startpagina Jordanie (N)
Vakantiebestemming.info Jordanië (N)

Bronnen

Allan, M. / Reishandboek Jordanië en Syrië

Elmar

Grünfeld, R. / Syrië, Jordanië en Libanon

Kosmos-Z&K

Haan-van de Wiel, W.H. de / Jordanië, Syrië

Gottmer

Jordanië, Syrië

Lannoo

Meijer, R. / Jordanië : mensen, politiek, economie, cultuur

Koninklijk Instituut voor de Tropen : Novib

Rauch, M. / Jordanië

Van Reemst

Weiss, W.M. / Jordanië

Elmar

Wills, K. / Jordan

Lucent Books

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt november 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems