Landenweb.nl

JAMAICA
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Engels
  Hoofdstad  Kingston
  Oppervlakte  10.991 km²
  Inwoners  2.905.339
  (mei 2019)
  Munteenheid  Jamaicaanse dollar
  (JMD)
  Tijdsverschil  -6
  Web  .jm
  Code.  JMC
  Tel.  +876

To read about JAMAICA in English - click here

Geografie en Landschap

Geografie

Jamaica (in het Arawak: xaymaca = land van bos en water) is een parlementaire monarchie binnen het Britse Gemenebest op het gelijknamige eiland in de Caribische Zee. Het is een eiland van de Grote Antillen en ligt 160 kilometer ten westen van Hispaniola, 145 kilometer ten zuiden van Cuba, 160 kilometer ten westen van Haïti en 960 kilometer ten zuiden van Miami in de Verenigde Staten.

advertentie

Foto:publiek domein

Jamaica heeft een totale oppervlakte van 10.991 km2 en dat is ruim een kwart van Nederland. Het eiland is 235 kilometer lang en varieert van 35 tot maximaal 82 kilometer breed en heeft een kustlijn van ongeveer 1022 kilometer. Het is qua grootte het derde eiland van het Caribisch gebied na Cuba en Hispaniola, dat bestaat uit de landen Haïti en de Dominicaanse republiek. Tot Jamaica behoren de eilandengroepen Morant Cay en Pedro Cay ten zuiden van het eiland.

Jamaica is zo’n 60 miljoen jaar geleden ontstaan toen door een opwaartse druk en een daling van de zeespiegel veel vulkaankegels boven zeeniveau kwamen te liggen. Een van deze vulkaankegels zou later Jamaica worden. De eilanden die zo ontstonden werden daarna geleidelijk aan omringd door gordels van koraalkalksteen. Jamaica is vrij bergachtig, meer dan de helft van het eiland ligt meer dan 300 meter boven de zeespiegel en meer dan 100 vierkante kilometer ligt boven de 1500 meter. In het binnenland loopt en van oost naar west lopende bergketen. Daarom heen sterk in hoogte verschillende kustvlakten, van vlak tot bergachtig met toppen van 1366 en 1923 meter hoog. In het zuidwesten liggen de beroemde langgerekte zandstranden. De rest van de kust is kan zeer steil zijn met grote en kleine baaien. De hoofdstad Kingston ligt aan een baai in het zuidoosten van het eiland.

Het noordoosten is het hoogste gedeelte van het eiland met als hoogste top van de Blue Mountains de Blue Mountain Peak met 2256 meter. De Blue Mountains rijzen binnen achttien kilometer van zeeniveau naar ca. 2300 meter hoogte.

advertentie

Foto: Wolmadrian in het publieke domein

Een kalksteenplateau met karstverschijnselen (Cockpit Country) in het westelijke deel van het eiland beslaat ruim tweederde van het eiland. Het beboste landschap is bezaaid met gaten die door erosie zijn ontstaan. Ook vinden we hier uitgebreide grottenstelsels. Ongeveer vijf procent van de totale oppervlakte bestaat uit laagland. Aan de noordkust ligt een koraalrif dat de kust daar beschermt tegen de golven.

Er lopen meer dan 120 rivieren over het eiland. Sommige rivieren verdwijnen ineens onder de grond en komen kilometers verder weer boven de grond. De rivieren in het noorden zijn vaak smal met vele stroomversnellingen en watervallen. De rivieren in het zuiden zijn breder en stromen wat minder hard. In de zomer drogen de meeste rivieren op. Alleen de langste (ca. 80 km) rivier van Jamaica, de Black River, is enigszins bevaarbaar. Andere rivieren zijn de White River, de Rio Grande en de Martha Brae. In het zuidwesten ligt ook nog een uitgestrekt moerassengebied, de “Great Morass”.

Jamaica ligt in een aardbevingenzone: in 1692 werd Port Royal verwoest en in 1907 Kingston.

Klimaat en Weer

Jamaica heeft een tropisch klimaat met vele uren zon per dag. De hoge temperaturen worden in bergen getemperd door de hoogte en aan de noordkust door de verkoelende noordoost passaatwind (Doctor’s Breeze). De gemiddelde temperatuur varieert aan de kust tussen de 25 en 32°C en is vrij constant. In bergen is het gemiddeld ca. 6°C. De koelste periode van het jaar loopt van december tot maart.

advertentie

foto:Adam L. Clevenger CC Attribution-Share Alike 2.5 Genericno changes made

Gemiddeld valt er in Jamaica bijna 2000 mm per jaar, maar dat kan van streek tot streek sterk verschillen. Het aan de zuidkust gelegen Kingston krijgt minder dan 1000 mm regen per jaar te verwerken. De noordkust heeft tussen de 2500 en 5600 mm neerslag per jaar te verwerken o.a. als gevolg van de passaatwinden. In de districten Portland en St. Thomas valt gemiddeld mer dan 5000 mm neerslag per jaar. In mei en juni en van september tot november valt de meeste regen. De rest van het jaar zijn de droge periodes.

De periode van augustus tot oktober is het “hoogseizoen” van de langstrekkende orkanen. In 1988 is Jamaica voor het laatst getroffen door de orkaan Gilbert. De landbouw, bedrijven, infrastructuur en gebouwen hadden zwaar te lijden onder deze orkaan die een spoor van vernieling achterliet. Gilbert kostte 45 mensen het leven. In de twintigste eeuw is Jamaica door negentien orkanen getroffen. De gemiddelde zeewatertemperatuur ligt rond de 25°C.

Planten en dieren

advertentie

Foto:Jayesh Patil Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Op Jamaica komen ca. 3000 verschillende soorten planten, struiken en bomen voor waarvan er ca. 800 endemisch zijn, dat wil zeggen soorten die alleen op Jamaica voorkomen. Jamaica telt ongeveer 200 soorten orchideeën, 550 soorten varens en 60 soorten bromelia’s. Valleien staan vol met palmbomen, bergtoppen zijn begroeid met laag bergwoud en baardmossen. Ten tijde van de ontdekking van Jamaica in de 15e eeuw was Jamaica bedekt met reusachtige wouden. Inheemse planten waren toen ananas, suikerappel en guave. Bijna alle vruchten die nu op Jamaica groeien zijn na die tijd geïmporteerd, zoals bananen, aubergines, cassave, citrusvruchten, kokosnoten en de akee, die vaak tijdens het ontbijt gegeten wordt. Ook de hennepplant waar marihuana of ganja van gemaakt wordt, is geïmporteerd. De nationale boom is de Blue Mahoe, een endemische hibiscussoort; de nationale bloem is de blauwe bloesem van de pokhoutboom (Lignum vitae).

advertentie

Foto:Sara Poluzzi Attribution-ShareAlike 2.0 Generic (CC BY-SA 2.0) no changes

Bamboe komt over het hele eiland voor en op de Blue Mountains groeien o.a. rododendron, kamperfoelie, lelies en de merianas of Jamaicaanse roos. Uit de strychnas, een soort nachtschade, wordt strychnine en medicijnen gewonnen. Veel voorkomende boomsoorten zijn amandelbomen, cederbomen, pijnbomen, pimentbomen, tamarindes, trompetbomen, broodfruitbomen en tulpenbomen. Veel voorkomende bloemen en planten zijn bougainvillea, coniferen, flamboyant, gagel, mispel, schijfcactus, anthurium, heliconia, en zijdeplant. Blaasjeskruid is een insectenetende plant. Mangrovebossen komen nog voor aan de westkust en zijn beschermd.

De vogelwereld is het meest gevarieerd op Jamaica. Er komen ca. 250 soorten voor, waarvan ongeveer de helft permanent op het eiland verblijft en de rest komt om te overwinteren of te broeden. Ongeveer 24 soorten zijn endemisch, komen dus alleen op Jamaica voor.

advertentie

Foto:Alfred Moya Attribution 2.0 Generic (CC BY 2.0) no changes made

amaica kent drie soorten kolibries en een ondersoort, waarvan de wimpelstaartkolibrie (Doctor Bird) de nationale vogel is en de dwergkolibrie het op één na kleinste vogeltje ter wereld. Andere vogelsoorten zijn de inheemse Jamaicaanse toddy, schreeuwuil, bruine uil, kalkoengieren, papegaaien en de Jamaicaanse duif. Hierna volgt een willekeurige opsomming uit de bonte Jamaicaanse vogelwereld: eenden, fregatvogels, gorzen, jan-van-genten, koekoeken, kraaien, lepelaars, meeuwen, pelikanen, pluvieren, snippen, spotlijsters, suikerdiefjes, troepialen of kling-klings, valken en zwaluwen en nog vele andere. De grootste populatie fluiteenden ter wereld komt op Jamaica voor. Deze fluiteenden zijn zo bijzonder omdat ze niet kunnen kwaken.

De spitssnuitkrokodil is het grootste reptiel van Jamaica. Zeldzaam zijn leguanen en de Jamicaanse stompstaartrat. Er komen op Jamaica 116 soorten vlinders voor, sommige met een vleugelspanwijdte van wel 15 cm (reuzen zwaluwstaart). Bijzonder zijn verder 50 soorten vuurvliegjes en één soort lichtgevende kniptor. Ontelbaar zijn de mottensoorten,waarvan 21 soorten endemisch.

Verder telt de fauna van Jamaica nog drie soorten schildpadden, vijf soorten niet-giftige slangen (o.a. de gele slang, een constrictor-soort), zeventien kikkersoorten, één soort reuzenpad en spinnen. Uniek is dat de veertien inheemse kikkersoorten niet als kikkervisjes ter wereld komen maar direct als kikkers uit hun eitjes kruipen. Mangoesten werden in de 19e eeuw geïmporteerd om de ratten te bestrijden. Ze richtten echter ook een slachting aan onder met name de vogel- en slangenpopulatie. Door de mangoest is bijvoorbeeld de zwarte slang uitgestorven op Jamaica. Het is nu gelukt om het aantal mangoesten onder controle te houden.

Een zeldzaam knaagdier is de onder de grond levende Jamaicaanse hutia. Er komen ongeveer 25 soorten vleermuizen op Jamaica voor. De als uitgestorven beschouwde Jamaicaanse iguana bleek nog te leven in de Hellshire Hills. Deze hagedissensoort kan wel 1,5 meter lang worden. De 23 andere hagedissensoorten worden niet zo groot maar komen wel over het hele eiland voor.

Foto:publiek domein

Het meest bijzondere dier van Jamaica is de West-Indische lamantijn, een soort zeekoe, die zich vooral ophoudt aan de zuidkust van het eiland. Een greep uit de zeefauna: barracuda’s, doktersvissen, engelvissen, knorvissen, lipvissen, papegaaivissen, roggen, snoeken, tonijnen, hamerhaaien, tijgerhaaien en doornhaaien.

Enkele veel voorkomende koralen in de wateren rond Jamaica zijn rode koraal, brandkoraal, steenkoraal en schorskoraal.

Bij Montego Bay ligt het Montego Bay Marine Park, het eerste nationale onderwaterpark van Jamaica.

Geschiedenis

Pre-Columbiaanse periode

Over de oorspronkelijke bewoners van Jamaica is niet veel bekend. Archeologische opgravingen wijzen uit dat Jamaica in ieder geval honderden jaren voor de komst van de Spanjaarden begin 16e eeuw, al bewoond is geweest.

Foto:publiek domein

De bewoners die de Spanjaarden op Jamaica aantroffen waren de Taino, afstammelingen van de Arawak-indianen, die rond 700 vanaf het Zuid-Amerikaanse vasteland via de Kleine en de Grote Antillen op Jamaica terecht waren gekomen. Deze vroegste bewoners van het eiland hadden al snel een bepaalde structuur in hun samenleving aangebracht.

Zo was het eiland verdeeld in een soort provincies die geleid werden door een “cacique”, een stamhoofd. Beslissingen werden door hem genomen, maar er waren ook dorpen die zelfbestuur hadden. De bijzonder gevaarlijke kannibalistische Carib-indianen hebben Jamaica nooit bereikt, in tegenstelling tot vele andere Caribische eilanden. Religie speelde een centrale rol in het leven van de Arawak-indianen. Ze verafgoodden verschillende goden, die allemaal iets met het weer of met hemellichamen te maken hadden. De oppergod was Yocahú, de zonnegod.

Spaanse overheersing

Foto:publiek domein

De komst van de Spanjaarden zou de rust op het eiland flink verstoren. Hoogstwaarschijnlijk werd Jamaica ontdekt door Christoffel Columbus op zijn tweede ontdekkingsreis naar de nieuwe wereld. Ook Dominica, Puerto Rico en Guadeloupe werden tijdens die reis ontdekt. Op de terugweg naar Spanje in 1494 kwam hij via de zuidkust van Cuba op Jamaica aan. De hoop op het vinden van grote hoeveelheden goud waren al snel voorbij. Hij noemde het eiland Santiago. In 1503 bezocht Columbus Jamaica weer tijdens zijn vierde reis. Doordat beide schepen van zijn expeditie voor de kust van Jamaica vergingen, waren Columbus en zijn bemanning genoodzaakt om onder moeilijke omstandigheden op het eiland te verblijven. Pas ruim een jaar later in juni 1504 werden ze door een Spaanse reddingsmissie gevonden en teruggebracht naar Spanje. Verzwakt en ziek stierf Columbus op 20 mei 1506 in Spanje.

Jamaica werd pas in 1509 onder Spaans bestuur gesteld. Toen bouwden ze ook de eerste nederzetting, Sevilla Nueva. Deze nederzetting lag echter niet al te gunstig bij een moeras, waardoor deze plek al snel verlaten werd voor een plek aan de zuidkust. Hier werd Villa de la Vega gesticht (nu: Spanish Town), dat van 1538 tot 1872 officieel de hoofdstad van Jamaica was. Jamaica was op dat moment Columbus’ eigendom, en toen hij in 1506 overleed erfde zijn zoon Diego het eiland. Diego benoemde een van de luitenants van zijn vader als eerste gouverneur van het eiland, Don Juan de Esquivel.

Engelse overheersing

Foto:publiek domein

In 1654 stuurde de Engelse staatsman Oliver Cromwell een vloot naar het Caribisch gebied om de alleenheerschappij die Spanje daar had, te breken. De vloot, onder leiding van admiraal William Penn en generaal Robert Venables, was echter dermate slecht toegerust en voorbereid op haar taak, dat ze ernstig verzwakt verjaagd werden uit het gebied nabij Hispaniola (nu: Haïti en de Dominicaanse republiek). Om er toch nog iets van te maken zeilden de Engelsen naar het dun bevolkte en zwak verdedigde Jamaica. Op 10 mei 1655 landden er 38 schepen met ca. 8000 manschappen in de buurt van de hoofdstad Villa de la Vega. Zonder slag of stoot konden de Engelsen het eiland veroveren. De Spanjaarden waren vertrokken richting noorden om van daaruit naar Cuba te reizen. De enige tegenstand kwam van een klein groepje achtergebleven Spanjaarden en door de Spanjaarden vrijgelaten slaven, zogenaamde marrons of “cimarrons”. In 1658 kwam er nog versterking voor de Spanjaarden vanuit Cuba, maar na de verloren slag bij Rio Bueno kwam Jamaica definitief in handen van de Engelsen.

In 1656 waren er al ca. 1600 Engelse kolonisten aangekomen op het oostelijke deel van Jamaica. Cromwell had hen land en goederen beloofd. Helaas overleed ongeveer driekwart van de kolonisten door tropische ziektes. Het onder militair bestuur staande eiland begon zich economisch goed te ontwikkelen. Er ontstond een levendige handel tussen Jamaica, Engeland en andere Caribische eilanden.

In Engeland woedde ondertussen de strijd tussen de anti-royalist Cromwell en de aanhangers van de monarchie. Deze strijd ontstond ook op Jamaica, maar een muiterij onder de troepen kon vrij snel onderdrukt worden door de Engelse commandant, kolonel Edward d’Oyley. In 1661 werd de monarchie in Engeland weer hersteld en benoemde koning Charles II D’Oyley als gouverneur. Gedurende de rest van de 17e eeuw kwamen er steeds meer kolonisten naar Jamaica, aangetrokken door de voorspoedige economische ontwikkelingen.

Boekaniers

De 17e eeuw stond ook in het teken van de boekaniers, aanvankelijk ingehuurd door de Engelsen om het Caribisch gebied te verdedigen tegen de Fransen en de Hollanders, waar Engeland constant mee overhoop lag. De boekaniers hadden op Jamaica een perfecte locatie voor een uitvalsbasis. Op een gegeven moment ontwikkelden deze boekaniers zich tot een bont gezelschap zeerovers en avonturiers die zich vestigde op het eiland Tortuga ten noordwesten van Hispaniola, waar een levendige handel ontstond met passerende schepen. De Spanjaarden voelden zich echter bedreigd en verdreven de boekaniers naar het eilandje Tortola. De opgejaagde boekaniers verenigden zich hierna in de “Confederacy of the Brethren of the Coast” (Confederatie van de Broeders van de Kust).

Geleidelijk aan veroverden ze steeds meer Spaanse schepen en ontwikkelden zich als een meedogenloze macht, gevreesd in het hele Caribische gebied. De nieuwe gouverneur van Jamaica, Sir Thomas Modyford probeerde samen met de Spanjaarden de macht van de boekaniers aan banden te leggen. Toen echter de oorlog tegen Holland en Engeland uitbrak probeerde Modyford om een verbond te sluiten met de “Brethren” om het eiland te verdedigen tegen de Spanjaarden. De boekaniers gingen akkoord en vestigden zich massaal in Port Royal en Kingston Harbour. Port Royal was al snel de grootste stad van Jamaica met meer hoerenkasten en kroegen dan waar ook ter wereld.

Foto:publiek doomein

De jonge Welshman Henry Morgan nam de leiding over de boekaniers. Ze hielden huis onder de Spaanse steden in het hele Caribische gebied. Ze hadden net Panama, de belangrijkste stad van de Spanjaarden in de Nieuwe Wereld aangevallen toen Spanje en Engeland vrede sloten. Morgan werd hiervoor nog berecht in Engeland, maar werd vrijgesproken en werd zelfs nog gouverneur van Jamaica. Hij stierf in 1688.

Door beide landen werden de boekaniers nu beschouwd als een stelletje ordinaire piraten die na een zware aardbeving op Jamaica gedwongen werden terug te keren naar zee. Het grootste gedeelte van Port Royal was in de zee verdwenen en meer dan 2000 inwoners vonden de dood.

Oorlog in Europa en slavenopstanden

Eind 17e eeuw landde er een Franse invasiemacht onder bevel van admiraal Jean du Casse op Jamaica. De kolonisten verdedigden zich hevig en wisten de Fransen ondanks vele slachtoffers en grote materiële schade te verdrijven. De oorlog eindigde met het tekenen van het Verdrag van Rijswijck in september 1697. Begin 18e eeuw ondervond ook Jamaica de gevolgen van de oorlog waarin Engeland en Holland tegenover Frankrijk en Spanje stonden. Zo was er een zes dagen durende zeeslag tussen de Franse vloot onder bevel van Jean du Casse en die van admiraal John Benbow, die onbeslist eindigde.

De voornamelijk in Europa uitgevochten oorlog werd beëindigd met het Verdrag van Utrecht in 1713. Overeengekomen werd dat Engeland slaven mocht gaan leveren aan de Spaanse gebiedsdelen in de Nieuwe Wereld, en Jamaica werd daarmee het centrum van de slavenhandel in het Caribisch gebied. Toch ging het niet echt goed met Jamaica. Er waren voortdurend financiële problemen met de Britse kroon en conflicten met de marrons. Ook epidemieën en natuurrampen teisterden het eiland. Bovendien had man veel last van de toenemende piraterij waarbij schepen werden aangevallen en plantages geplunderd. Enkele bekenden piraten uit die tijd waren Nicholas Brown (Grote Piraat), Edward Teach (Blackbeard), en Jack Rackham (Calico Jack).

In 1739 brak er weer een oorlog uit tussen Groot-Brittanië, Spanje en Frankrijk naar aanleiding van een ruzie over illegale handel. De Engelsen leden zware verliezen en verloren ca. 20.000 manschappen. In 1748 werd er weer een vredesverdrag (Aix-la-Chapelle) getekend dat in 1756 weer afliep met het uitbreken van de Zevenjarige Oorlog tussen de oude rivalen Frankrijk en Engeland. Het lukte de Engelsen om in enkele jaren tijd bijna alle Franse eilanden te veroveren. Ook deze oorlog werd weer besloten met een verdrag, nu dat van Parijs in 1763.

Foto:publiek domein

In 1760 brak een van de grootste slavenopstanden in de geschiedenis van Jamaica uit. De marrons, zelf ooit slaven, werden zelfs te hulp geroepen door de regering. De Tacky’s Rebellie, vernoemd naar leider Tacky, breidde zich uit over het hele eiland. Tacky werd op een gegeven moment doodgeschoten waarna op het hele eiland opstanden uitbraken die maanden duurden.

De Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog had grote gevolgen voor het Caribisch gebied. In 1781 gaven de Britse troepen zich over na de slag bij Yorktown en nam al snel de invloed van de Britten in het Caribisch gebied af. Alleen Barbados, Antigua en Jamaica bleven Brits bezit. In 1782 probeerden de Fransen en de Spanjaarden Jamaica binnen te vallen, maar werden in de “Battle of the Saints” verslagen door admiraal George Rodney en zijn vloot.

De anti-slavernijbeweging en de Franse Revolutie van 1789 hadden ook gevolgen voor Jamaica. In 1795 brak de tweede marron-oorlog uit. De nieuwe gouverneur van Jamaica, graaf van Balcarres riep de noodtoestand uit en stuurde soldaten naar het binnenland. Ze werden echter in een hinderlaag gelokt en velen werden gedood of gewond. Een paar honderd marrons hielden lang stand tegen ca. 1500 Europese keurtroepen. Uiteindelijk werden de vaak onzichtbare opstandelingen met honden opgespoord. Hierna kozen de marrons eieren voor hun geld en startten snel de vredesonderhandelingen.

Slavernij wordt afgeschaft en Jamaica wordt kroonkolonie

Foto:publiek domein

In 1807 werd de slavenhandel in het Britse Gemenebest verboden en in 1838 werd de slavernij geheel afgeschaft. Het parlement van Jamaica en de plantagehouders verzetten zich fel tegen de maatregelen. De voorstanders van afschaffing kregen steun van de missionarissen van non-conformistische kerken. In 1831 brak er weer een slavenopstand uit met als resultaat dat ook in Jamaica de slavernij officieel afgeschaft werd. Het gevolg was wel dat de suikerproductie scherp daalde en de plantages werden overgenomen door joden en mensen van gemengde afkomst, dit ten koste van de blanke planters. Voor de zwarte boeren veranderde er niet veel. Het parlement, gekozen door een klein aantal blanke kiezers, maakte nog steeds de dienst uit. De omstandigheden van de zwarten werd nog verslechterd door misoogsten en de gevolgen van de Amerikaanse Burgeroorlog.

In 1862 werd Edward John Eyre gouverneur van Jamaica, en hij kon meteen goed aan de slag. De toestand waarin de zwarte bevolking verkeerde leidde tot een opstand in 1865, de “Morant Bay Rebellion” onder leiding van Paul Boyle en George William Gordon. Ca. 400 personen werden gedood of later terechtgesteld. Een van hen was Gordon die opgehangen werd. Het ingrijpen van Eyre werd in Engeland scherp veroordeeld en hij werd dan ook teruggeroepen.

Vlak voordat dat gebeurde lukte het hem nog om Jamaica de status van kroonkolonie te bezorgen. Hierdoor kon de gouverneur zijn grote macht blijven uitoefenen. Onder gouverneurs als Sir John Peter Grant werden er eind 19e eeuw verstrekkende hervormingen en verbeteringen doorgevoerd. De infrastructuur werd sterk verbeterd, het lokale bestuur en de rechterlijke macht werden gereorganiseerd en de voor de Jamaicaanse economie belangrijke bananenhandel kwam goed op gang waardoor het verval van de suikerindustrie tot op zekere hoogte gecompenseerd werd. In 1872 werd Kingston de hoofdstad van Jamaica en bleef dit ondanks enkele grote branden en een verschrikkelijke aardbeving in 1907.

Jamaica onafhankelijk

Foto:publiek domein

Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog en de wereldwijde crisis in de jaren dertig kwam er aan deze tijd van voorspoed een einde. Werkloosheid, bananenziektes en de snelle bevolkingsgroei zorgden ervoor dat de spanningen op het eiland snel opliepen. In 1938 volgde weer een uitbarsting van oproer en geweld. Als gevolg van deze onrust werden de eerste vakbonden en politieke partijen opgericht.

De belangrijkste partijen werden de People’s National Party (PNP) van Norman Washington Manley en de Jamaica Labour Party (JLP) van Sir William Alexander Bustamante. Eisen met betrekking tot loonsverhogingen en verbetering van de werkomstandigheden staken al snel de kop op. Ook politieke hervormingen stonden hoog op de agenda. Dit leidde in 1944 tot een nieuwe grondwet waarna er een einde kwam aan de periode van Jamaica als kroonkolonie. De weg naar onafhankelijkheid was definitief ingeslagen.

De twee grote partijen en hun leiders verschilden van mening hoe nu verder te gaan. Manley wilde volledige onafhankelijkheid, Bustamante wilde zo lang mogelijk profiteren van het Britse beschermheerschap en economische hulp. In de jaren vijftig kozen beiden uiteindelijk voor het eerste alternatief: onafhankelijkheid.

Na grondwetswijzigingen in 1953 en 1957 kreeg Jamaica in 1959 zelfbestuur en was Groot-Brittannië alleen nog verantwoordelijk voor defensie en buitenlandse zaken. In deze jaren werd er ook begonnen met het winnen van bauxiet en groeide de toeristenindustrie. In 1958 werd door andere Britse gebiedsdelen in het Caribisch gebied de “West Indies Federation” opgericht, waarvan aanvankelijk ook Jamaica lid was. Na een referendum onder de bevolking van Jamaica kozen de kiezers voor afscheiding van Groot-Brittannië. Daarna werd in februari 1962 overeenstemming bereikt en de onafhankelijkheidsdag werd op 6 augustus vastgesteld. Jamaica bleef wel lid van het Gemenebest. De eerste zitting van het nieuwe parlement vond plaats op 7 augustus 1962 en de eerste premier werd Bustamante van de JLP. Doordat instellingen als de wettelijke macht, de centrale bank en het ambtenarencorps al vrij goed functioneerden, verliep de overgang naar de onafhankelijkheid zonder al te veel problemen.

Belangrijk was ook dat politieke partijen niet verdeeld waren naar ras of klasse, maar verschillende belangengroeperingen onder hun paraplu hadden. Op economisch gebied werden er twee vijfjarenplannen ontwikkeld waarvan o.a. de bauxietwinning, de olieraffinage, de cementproductie en de textielfabricering profiteerden. Het grote probleem in deze tijd was de te snelle bevolkingsgroei met grote werkloosheid als gevolg.

Foto:publiek domein

In 1972 won de PNP de verkiezingen onder leiding van Michael Manley. Hij voerde een aantal belangrijke hervormingen door; o.a. een wet op het minimumloon en nieuwe arbeidswetten waarin de rechten van de arbeiders geregeld werden. Ook landhervormingen werden ingevoerd en er werden meer huizen gebouwd voor de armen van Jamaica. Toch bleef de economische situatie van Jamaica slecht. De PNP bleef in 1976 aan de macht maar kon ook nu de economische problemen niet oplossen. Het buitenlandse beleid richtte zich steeds meer op de Rusland en Cuba waarna de Amerikaanse hulp gereduceerd werd.

De aanloop naar de verkiezingen van 1976 werden gedomineerd door gewelddadige acties van de aanhang van beide grote partijen. Deze gewelddadige rivaliteit is vrij normaal op Jamaica. Het leger houdt zich meestal afzijdig bij de gewelddadigheden. In plaats daarvan hebben de politieke partijen hun eigen gewapende bendes die kiezers met geweld voor zich proberen te winnen. Beschuldigingen van Cubaanse hulp en inmenging door de CIA zijn ook aan de orde van de dag tijdens de verkiezingsstrijd. Manley riep in 1976 de noodtoestand uit om zodoende de orde te herstellen. Dit lukte inderdaad en de PNP won daarop met een grote meerderheid de verkiezingen. In datzelfde jaar maakte Manley bekend dat Jamaica op een bankroet afstevende en werd gedwongen de voorwaarden te accepteren die Het Internationale Monetaire Fonds stelde in ruil voor financiële hulp. Intussen kwam er een “braindrain” op gang. Ondernemingen raakten geschoolde arbeiders kwijt en belangrijke figuren uit het onderwijs en de techniek verlieten het land. De staatsschuld liep in 1979 op tot 150 miljoen dollar.

De periode vóór de verkiezingen van 1980 zouden de bloedigste uit de moderne geschiedenis van Jamaica worden. Meer dan 500 mensen kwamen om het leven. De verkiezingen van 30 oktober 1980 werden uiteindelijk met een grote meerderheid gewonnen door de JLP van Edward Seaga. Wat de relaties met het buitenland betrof, volgde Seaga een radicaal andere koers dan zijn voorganger Manley. Seaga richtte zich volledig op de Verenigde Staten en sloot zelfs de Cubaanse ambassade. Hotels en andere staatsondernemingen werden weer privé-bezit. Verder was zijn eerste prioriteit het herstellen van de Jamaicaanse economie. Dit resulteerde o.a. in een terugkeer van westerse investeerders en in 1981 een kleine economische groei. De inflatie werd onder controle gehouden, de werkloosheid nam iets af en het begrotingstekort werd weggewerkt. Het politieke en economische imago van Jamaica verbeterde in de Westerse wereld, maar hieraan werd weer afbreuk gedaan door de wijdverbreide criminaliteit en het produceren van grote hoeveelheden marihuana.

Na deze goede start kreeg de wankele economie toch weer klappen te verwerken. Doordat Jamaica steeds meer importeerde uit het buitenland steeg het handelstekort. Bovendien liepen de inkomsten omlaag doordat de wereldhandelsprijzen van aluminium en bauxiet daalden. Dit alles leverde veel ontslagen, een afnemende koopkracht en een sterke stijging van de kosten van levensonderhoud op. Bovenop dit alles werd Jamaica in 1988 getroffen door een van de ergste rampen in de geschiedenis van het eiland; de orkaan Gilbert. Driehonderd miljoen dollar schade, een kwart van de bevolking dakloos en grote schade aan de landbouw en de industrie waren de gevolgen.

Sinds de onafhankelijkheid wordt de Jamaicaanse politiek gedomineerd door twee partijen: de Jamaica Labour Party (JLP), opgericht door Sir Alexander Bustamente, en de People's National Party (PNP) van Norman Manley. Deze twee partijen wisselden elkaar gedurende de twintigste eeuw met regelmaat af. Nieuwe partijen zijn niet gevormd, tot in het begin van de jaren negentig de JLP ernstig verdeeld raakte, hetgeen heeft geresulteerd in de oprichting van een nieuwe politieke partij in 1995, de National Democratic Movement (NDM). In 2001 is wederom een nieuwe partij opgericht, United People's Party (UPP).

Foto:Jeffrey O Gustafson CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

P.J. Patterson van de PNP fungeert voor de derde opeenvolgende termijn als 'prime minister', terwijl de PNP voor de vierde achtereenvolgende keer de verkiezingen heeft gewonnen. P.J. Patterson heeft op 31 maart 2006 de leiding van de PNP neergelegd. Portia Simpson-Miller heeft in februari de race om het PNP leiderschap gewonnen waarmee Jamaica haar eerste vrouwelijke minister president krijgt. De verwachting is dat de PNP een comfortabele meerderheid in het parlement zal behouden ondanks het feit dat zij bij de komende parlementsverkiezingen (uiterlijk eind 2007) zal lijden onder wisselingen in de leiderschapsposities binnen de partij. In september 2007 beslist het volk anders en wint de Labourparty de verkiezingen. Bruce Golding is de nieuwe premier. In januari 2009 neemt gouverneur generaal Kenneth Hall ontslag vanwege gezondheidsredenen. In februari 2009 wordt hij opgevolgd door Patrick Allen. In mei 2010 vinden tientallen mensen de dood bij gevechten in Kingstown met een drugsbaas. Op 5 januari 2012 wordt Portia Simpson-Millar opnieuw gekozen. In juni 2014 kondigt de regering aan dat ze de drugswetten van het land drastisch willen hervormen. Men wil het gebruik van met name mariuhana decriminaliseren. In februari 2015 staat het parlement het bezit van kleine hoeveelheden cannabis voor persoonlijke doeleinden toe. Sinds maart 2016 is Andrew Holness de premier. Hij heeft de kleinst mogelijke meerderheid van slechts één zetel. Nieuwe verkiezingen staan in februari 2021 gepland.

Bevolking

In juli 2017 bedroeg het aantal inwoners van Jamaica 2.990.561. De bevolkingsdichtheid was op dat moment ca. 270 inwoners per km2. De kustvlakten, de gebieden van Central Range en de Blue Mountains en de agglomeratie Kingston- St. Andrew kennen de grootste bevolkingsconcentraties. Meer dan de helft van de inwoners woont in de steden en de trek naar die steden neemt nog steeds toe. De hoofdstad Kingston is zeer dicht bevolkt met meer dan 590.000 inwoners.

Meer dan 90% van de bevolking bestaat uit personen van zuiver Afrikaanse afkomst. Het aantal mulatten is beperkt, dit in tegenstelling tot de meeste Caribische eilanden. Een aantal stammen af van de marrons, destijds ontsnapte slaven die de bergen in vluchtten. De overige 10% van de bevolking bestaat uit Britten en Amerikanen (samen ca. 1%), Indiërs en Chinezen (ca. 4%) en nog wat Libanezen en Syriërs. Directe afstammelingen van de Arawak-indianen zijn er niet meer; de Arawak-indianen werden door de Spanjaarden volledig uitgeroeid in de 16e en 17e eeuw.

Foto:Ralf Steinberger Creative Commons Attribution 2.0 Generic no change made

Grootscheepse programma's voor gezinsplanning hebben de toename van de bevolking (bijna 2% per jaar in de periode 1972-1974) doen dalen tot 0,9% (1982- 1991) en in 2017 0,68%. Geboorte- en sterftecijfer (2017) bedragen resp. 17,9‰ en 6,8‰. De levensverwachting bij geboorte bedraagt 72,1 jaar voor mannen en 75,4 jaar voor vrouwen. Jamaica heeft en vrij jonge bevolking. 27,2% procent van de bevolking is jonger dan 14 jaar, 64,8% is tussen de 15-64 jaar en 8% van de bevolking is ouder dan 65 jaar.

De emigratie, die vooral voor de onafhankelijkheid in 1962 op grote schaal plaatsvond naar Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, liep terug, en nam weer toe vanaf het einde van de jaren zeventig. Toch zijn er in de loop der tijden meer dan twee miljoen Jamaicanen geëmigreerd. Zo wonen er naar schatting in het oosten van de Verenigde Staten ca. 400.000 inwoners van Jamaicaanse afkomst.

Taal

Foto:geen auteur Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De officiële taal op Jamaica is het Engels. Daarnaast spreekt een groot gedeelte van de bevolking ook nog een dialect, het Patois. Dit dialect ontstond in de zeventiende eeuw en is een mengsel van Engels, Frans, Spaans en verschillende West-Afrikaanse talen. Voor niet-Jamaicanen is het absoluut niet te volgen. Enkele specifieke woorden in het Patois zijn:

Chocolade – chalklit

Familie – fambly

Leugenaar – liad

Moeder – madda

Zaterdag – satcherday

Water – wata

Fles – bokkle

Kind - pickney

Godsdienst

Foto:Jim Henderson in het publieke domein

Jamaica kent geen staatsgodsdienst en er heerst volstrekte godsdienstvrijheid. De meerderheid van de Jamaicanen is protestant. Deze protestantse gemeenschap is echter wel verdeeld over een groot aantal kerkgenootschappen. De grootste genootschappen zijn baptisten (18%), Church of God (17%), anglicanen (15%), methodisten (6%) en presbyterianen (5%).

Ca. 7% van de bevolking is katholiek, vaak Chinezen. Verder zijn er nog kleine groepen hindoes, moslims, joden, zevendedagsadventisten, de pinkstergemeente en aanhangers van het Revivalism, een typisch Jamaicaanse religie, ontstaan aan het begin van de 19e eeuw die christelijke en veel Afrikaanse animistische elementen bevat. De kerngedachte is dat levende personen door geesten uit het hiernamaals bezeten en beïnvloed kunnen worden. Enkele revivalistische culten zijn pocomania enkumina.

Het rastafarianisme is ongeorganiseerde religie en is meer een geloof, geen echte kerk. Het rastafarianisme heeft geen officiële doctrine of dogmatische hiërarchie en is een verzameling van sociale en spirituele leerstellingen die door elke rastafari op een bepaalde manier geïnterpreteerd mag worden. Zo hebben lang niet alle rastafari’s dreadlocks of roken ganja (marihuana). Ze gaan er wel allemaal vanuit dat Afrika het spirituele thuis is van de zwarten waarnaar ze uiteindelijk allemaal terugkeren.

Samenleving

Staatsinrichting

Foto:publiek domein

Sinds 6 augustus is Jamaica een onafhankelijke parlementaire democratie binnen het Britse Gemenebest. De Engelse vorst is officieel het staatshoofd. Op dit moment is dat koningin Elisabeth II, die vertegenwoordigd wordt door een gouverneur-generaal.

Het Britse parlement staat model voor het Jamaicaanse. De wetgevende macht bestaat uit de Senaat (Hogerhuis) en het Huis van Afgevaardigden (Lagerhuis). De Senaat bestaat uit 21 leden die door de gouverneur-generaal benoemd worden. De functie van gouverneur-generaal is een zuiver ceremonieel. Acht senatoren worden op voordracht van de oppositie benoemd en dertien leden op voordracht van de regering. Het Huis van Afgevaardigden telt 60 leden, die elke vijf jaar worden gekozen via algemene verkiezingen door Jamaicanen van 18 jaar en ouder. De gouverneur-generaal kan op verzoek van de premier op elk moment verkiezingen uitroepen. De leider van de grootste partij in het parlement is de premier en samen met zijn kabinet van ministers vormt hij de uitvoerende macht.

Het eiland is bestuurlijk onderverdeeld in 14 gemeenten of “parishes” met een gekozen gemeenteraad: Clarendon, Hanover, Kingston, Manchester, Portland, Saint Andrew, Saint Ann, Saint Catherine, Saint Elizabeth, Saint James, Saint Mary, Saint Thomas, Trelawny en Westmoreland.

Jamaica is lid van de Verenigde Naties en suborganisaties van de VN, het Gemenebest, de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), het Sistema Económico Latinoamericano (SELA), de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de Caribbean Community and Common Market (CARICOM), en geassocieerd lid van de EU (Lomé- conventie).

De twee belangrijkste politieke partijen zijn de People's National Party (PNP, opgericht in 1938) en de Jamaica Labour Party (JLP, 1944). Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Onderwijs

Foto:publiek domein

Hoewel er veel aandacht besteed wordt aan het onderwijs, kampt de overheid met grote problemen. Van bijna alles is er te weinig, zoals schoolgebouwen,leerboek en andere lesmaterialen. Kinderen jonger dan zes jaar gaan naar zogenaamde “basic schools”. Lager onderwijs is verplicht voor kinderen van zeven tot vijftien jaar. Er zijn twee soorten lager onderwijs: “primary schools” voor kinderen van 6 tot 12 jaar (met name in de steden) en “all-age schools” voor kinderen van 6 tot 15 jaar (met name op het platteland). Op het platteland zijn klassen van meer dan 50 leerlingen niet ongewoon. Het lager onderwijs is gratis en ook het schooluniform wordt gratis verstrekt. Ca. 90% van de leerplichtigen gaat inderdaad naar school.

58% van de 12- tot 18-jarigen volgt secundair onderwijs. Dat bestaat uit twee delen, een driejarige basisperiode en een tweejarige vervolgopleiding. De vervolgopleiding leidt op voor een academische of een technische opleiding. Kingston is de hoofdzetel van de University of the West Indies (opgericht in 1948). Dependances zijn te vinden op Barbados en Trinidad. Andere vormen van hoger onderwijs kunnen gevolgd worden aan de College of Agriculture en de College of Arts, Science and Technology. Het ministerie van Onderwijs verzorgt daarnaast nog educatieve radio- en televisie-uitzendingen en er bestaat avondonderwijs.

Reggae-muziek, Bob Marley en de rasta-cultuur

Reggae is in het begin van de jaren zestig van de 20e eeuw ontstaan op Jamaica uit ska, snelle rhythm 'n blues met nadruk op de backbeat. Reggae wordt gekenmerkt door een constante backbeat: van een maat met vier tellen worden de tweede en de vierde tel benadrukt. Het zijn over het algemeen de drums en vooral de staccato gespeelde slaggitaar die dit ritme onderhouden, terwijl een dragende baslijn voor een duidelijke tegenpartij zorgt.

De teksten zijn vaak sociaal of politiek getint, terwijl ook het rastafarianisme een voortdurend bezongen wordt. Bob Marley and the Wailers hebben vanaf halverwege de jaren zeventig gezorgd voor de doorbraak van de reggae naar het grote publiek. Andere belangrijke reggaepioniers waren: Jimmy Cliff, Burning Spear, Toots and the Maytals, en Sly Dunbar (drums) & Robbie Shakespeare (bas), een beroemd ritmeduo in de reggaewereld.

In de loop der tijd ontwikkelden zich binnen de reggae diverse substijlen, zoals dub (o.a. Lee Perry), loversrock (o.a. Gregory Isaacs), dancehall (o.a. Yellowman) en ragga (o.a. Shabba Ranks). Ragga is een combinatie van rap en reggae op veelal computergestuurde ritmes, waarbij de onderwerpkeuze vrijwel uitsluitend lag op het gebied van liefde en seks. Deze vorm wist in de jaren negentig een dominante positie in het reggae-idioom in te nemen. De oorspronkelijke reggae werd om die reden steeds vaker “rootsreggae” genoemd.

Foto:publiek domein

Marley, Bob, eigenlijke voornamen: Robert Nesta (St. Ann's 6 april 1945 - Miami, Fla., 11 mei 1981) was een Jamaicaans zanger, gitarist en componist en wordt als de belangrijkste reggaemuzikant aller tijden beschouwd. Hij was tevens een groot spiritueel leider. Hij werd in 1964 leider van de groep The Wailers, waarvan aanvankelijk ook Peter Tosh deel uitmaakte. De teksten van deze groep waren politiek geëngageerd en vanaf 1970 ook sterk geïnspireerd op de rastafarigodsdienst van Marcus Garvey.

Marley schreef in 1974 voor Eric Clapton de wereldhit “I shot the sheriff”. Na dit success kwam ook de carriere van Marley in een stroomversnelling. De groep heette voortaan Bob Marley & The Wailers en de live-versie van No woman no cry (1975) betekende de doorbraak naar het grote publiek. In 1976 raakte Marley ernstig gewond bij een aanslag door politieke tegenstanders.

Na zijn herstel maakte hij zijn rentree met een reeks overtuigende platen en concerten en groeide hij definitief uit tot popidool. Na zijn overlijden door kanker bleef zijn populariteit onverminderd voortduren, terwijl enkele van zijn kinderen als Ziggy Marley & The Melody Makers succesvol in zijn sporen traden.

Als reactie op het Revivalism (zie: godsdienst) ontstond in de jaren dertig van de 20e eeuw het rastafarianisme. De rasta-cultuur beschouwd de vroegere Ethiopische keizer Haile Selassie als de gereïncarneerde Christus en verlossing is alleen mogelijke indien men terugkeert naar Afrika en dan met name natuurlijk Ethiopië. Rasta’s hebben een afwijkende levensstijl en vallen op door hun dreadlocks, de lange gedraaide haarlokken.

Een van de inspiratiebronnen van de rasta-beweging was de Jamaicaan Marcus Garvey en zijn UNIA-beweging (Universal Negro Improvement Association). Hij wilde alle zwarten van de wereld verenigen en deze beweging had op een gegeven moment miljoenen aanhangers. In de jaren twintig van de vorige eeuw voorspelde hij dat er snel een zwarte koning zou worden gekroond. Dit zou in 1930 Ras Tafari Makonnen worden, de derde keizer van Ethiopië, die zichzelf Haile Selassi zou noemen, de “Levende God”. Voor de zwarte, onderdrukte bevolking van Jamaica werd hij de zwarte verlosser en Ethiopië het beloofde land.

De rasta-beweging is ook een politieke machtsfactor op Jamaica geworden en twee grote organisaties zijn op religieus, sociaal en politiek gebied bezig, de Ethiopian National Congress (ENC) en de Rastafarian Movement Association (RMA).

Economie

Foto:Acampbell3000 Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

De Jamaicaanse economie is thans gediversifieerder dan traditioneel het geval was. De landbouw, die in 2017 7% aan het bnp bijdroeg en werkgelegenheid bood aan 16% van de werkende beroepsbevolking, produceert zowel voor de binnenlandse consumptie als voor de export. De uitvoer van suiker maakte in 2017 9% van de totale exportwaarde uit, maar deze sector heeft geen goede vooruitzichten. De inkomsten uit de export van landbouwproducten viel terug van 50% in 1970 tot ca. 5% in 2017. Na de landbouw was het de winning van bauxiet, die decennia lang de economie beheerste. Na een terugval in de jaren zeventig en de eerste helft van de jaren tachtig, te wijten aan strubbelingen rond voorgenomen nationalisatie en later een mondiale recessie, tekent zich de laatste jaren een herstel af (5% bnp). De sector biedt werkgelegenheid aan minder dan 4000 mensen. Het toerisme heeft een sterke groei doorgemaakt, is nu een van de belangrijkste deviezenverschaffers en verschaft aan 12.000 mensen werkgelegenheid. Van groeiend belang is verder de (lichte) industrie, die 21% van het bnp uitmaakt en 16% van de arbeidsplaatsen biedt. De inflatie werd beteugeld en verminderde van 40% in 1978 tot 4,4% in 2017. De werkloosheid daalde van 30% in 1978 tot 12,2% in 2017. Het toerisme is vooral een groeisector. De economische groei bedroeg in 2017 0,7%. 17.1% van de Jamaicaanse gezinnen leeft beneden de armoedegrens.

Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij

Foto:Phil Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Van de totale landoppervlakte is ca. 30% in gebruik voor de verbouw van gewassen, 20% is weidegrond en 20% is met bos bedekt; De suikerexport is deels in handen van de staat; ongeveer 50% van de suikerrietverbouw vindt plaats op grote plantages met elk een eigen raffinaderij. De belangrijkste landbouwgebieden zijn gelegen in de kustvlakten. Uit melasse, een bijproduct van suiker, wordt rum gestookt. Samen met suiker nemen deze bijproducten 40% van de totale landbouwproductie voor hun rekening. De suikerindustrie ondervindt hevige concurrentie van landen als Brazilië, Cuba en India.

Andere landbouwproducten zijn bananen, citrusvruchten, koffie, piment en gember. Van zeer groot belang, volgens sommige bronnen zelfs de belangrijkste agrarische verschaffer van buitenlands geld, is de verbouw van marihuana, die vooral wordt geëxporteerd naar de Verenigde Staten. Van de voedselgewassen zijn van belang yams, aardappelen, rijst, cassave en maïs, deels voor eigen gebruik en deels voor verkoop op de lokale markt. De overgrote meerderheid van de Jamaicaanse boeren heeft daarvoor minder dan één hectare grond ter beschikking. Extensieve veehouderij, bosbouw (tropische hardhoutsoorten) en visserij (makreel en tonijn) zijn van weinig betekenis voor de economie van het eiland. Er moet voedsel worden ingevoerd, inclusief vis.

Mijnbouw en energievoorziening

Foto:Nigel20 Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes

Jamaica is de op twee na (Australië en Brazilië) grootste producent van bauxiet. Een kwart van de Jamaicaanse bodem bevat bauxiet. Jamaica heeft nog geschatte reserves van 2,5 biljoen ton, 7% van de wereldreserve en nog genoeg om honderd jaar te kunnen produceren. De winning van bauxiet geschiedt in dagbouw en is sterk gemechaniseerd. Een derde van de opbrengsten uit deze sector werd verdiend met de export van bauxiet, twee derde met het halfproduct aluinaarde. Het merendeel van de ruwe bauxiet wordt direct uitgevoerd. De aluinaarde is een grondstof voor de productie van aluminium. De enorme expansie van de luchtvaartindustrie vanaf de jaren vijftig was natuurlijk voor de Jamaicaanse bauxietindustrie van eminent belang. Het aantal werknemers in de bauxietindustrie bedraagt slechts één procent van de beroepsbevolking!

De grootste bauxietmaatschappijen zijn Kaiser, Alcon, Alcoa en Acro, allen buitenlandse maatschappijen. Sinds de sterke daling van de bauxietprijs op de wereldmarkt sinds 1992 daalde dit aandeel tot 8,7%. De aluinaardemarkt trok vanaf 1994 weer aan.

Andere delfstoffen zijn gips (ca. 200.000 ton per jaar), kalk en marmer. Voor de productie van elektrische energie is Jamaica vrijwel uitsluitend aangewezen op ingevoerde aardolie. Dit is ook een van de redenen dat Jamaica niet zelf aluinaarde kan omzetten in aluminium; de elektriciteit die daarvoor nodig is, is te kostbaar voor Jamaica.

Industrie

De belangrijkste industriële activiteit is de verwerking van landbouwproducten voor de voedings- en genotmiddelenindustrie. Verder zijn van belang de productie van textiel en schoeisel en de bouwnijverheid. Kingston is een belangrijk industrieel centrum met o.a. metaalindustrie, telecommunicatieapparatuur en een aardolieraffinaderij.

Handel

Foto:R. Haussmann, Cesar Hidalgo, et.al. CC 3.0 Unported no changes made

De belangrijkste importen bestaan uit voedingsmiddelen, machines en grondstoffen. Suiker, koffie en bananen worden nog steeds uitgevoerd maar op veel kleinere schaal. Na Columbia is Jamaica de grootste producent van marihuana of ganja. Het is in ieder geval het grootste illegale exportproduct van Jamaica. Waar de ongetwijfeld hoge opbrengsten naar toegaan is niet duidelijk, maar het levert zeker een grote bijdrage aan de Jamaicaanse economie. Ongeveer de helft van de export gaat naar de Verenigde Staten en 36% van de import komt ook van de Verenigde Staten. Het is dan ook niet vreemd dat Jamaica totaal afhankelijk van dit land is.

De markt voor duurzame consumptie- en kapitaalgoederen is te klein en voor zowel de technologie als de grondstoffen is Jamaica te zeer afhankelijk van het buitenland. De belangrijkste handelspartners zijn de Verenigde Staten, Canada, Venezuela, Engeland en de partners in de CARICOM. De centrale bank is sinds 1960 de Bank of Jamaica. Naast de twaalf handelsbanken zijn er twee ontwikkelingsbanken.

Verkeer

Jamaica beschikt over een goed wegennet; van de 18.200 km is 3200 km geasfalteerd. Van de ca. 389 km spoorweg die door de overheid geëxploiteerd worden is de 182 kilometer lange verbinding van Montego Bay met Kingston de belangrijkste.

Er zijn verder vier spoorwegen voor het vervoer van bauxieterts. Er zijn veertien vliegvelden, waarvan twee internationale: Norman Manley International Airport bij Kingston en The Donald Sangster International Airport bij Montego Bay. Kingston is de grootste haven met verschillende werven en dokken en kleinere havens zijn te vinden in Montego Bay, Port Antonio, Savanna-la-Mar, Port Royal en Ocho Rios.

Vakantie en bezienswaardigheden

Het toerisme is op dit moment de belangrijkste bron van inkomsten voor de Jamaicaanse economie. Jaarlijks bezoeken meer dan drie miljoen mensen het eiland, meer dan de helft zijn cruise-toeristen.

Jamaica staat op de vierde plaats wat het aantal toeristen naar Caribische landen betreft. Alleen de Bahama's , Puerto Rico en Cuba ontvangen meer bezoekers. Ongeveer 65% van de toeristen komt van de Verenigde Staten ; 12% van Groot-Brittannië. Ook veel Nederlandse toeristen bezoeken Jamaica.

Foto:Davis Amsler Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De meeste toeristen bezoeken de levendige hoofdstad Kingston, waar de wortels van de Reggeamuziek liggen en waar je een bezoek kunt brengen aan een museum gewijd aan Bob Marley. Het museum is gevestigd in een huis waar hij vroeger gewoond heeft in de sloppenwijk Trenchtown. Devon House is een andere trekpleister van Kingston, het is een groot landhuis in koloniale stijl uit de negentiende eeuw. De tuinen rond Devon House zijn prachtig aangelegd en maken het uitstapje compleet. Vlakbij Kingston zijn ook een aantal aantrekkelijke stranden.

Foto:Grahampurse CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De bekendste badplaats op Jamaica is Montego Bay aan de noordkant van het eiland. Hier spelen de uitgestrekte zandstranden de hoofdrol. Je kunt er zwemmen, snorkelen, duiken of gewoon relaxen op je strandstoel. De kust is beschermd gebied en is onderdeel van het eerste nationale park van Jamiaca, het Montego Bay Marine Park. Boven Montego Bay ligt het Britse fort dat je met een fikse wandeltocht kunt bereiken. Het stamt uit de 18e eeuw en is gebouwd om het gebied te beschermen tegen aanvallen van zowel piraten als andere mogendheden.

Foto:Breakyunit at the English Wikipedia CC3.0 Unported no changes made

Je verwacht het misschien niet maar Jamaica heeft een aantal spectaculaire watervallen. De bekendste is de Dunn's River Falls in de buurt van Ocho Rias aan de noordkust van Jamaica. Deze groep watervallen is 180 meter breed en het hoogteverschil is 55 meter. Toeristen kunnen deze watervallen vrij gemakkelijk beklimmen onder leiding van een gids of individueel. De tocht voert door een weelderig landschap. De watervallen stromen rechtstreeks in zee en er ligt een prachtig strand om uit te rusten van het klimmen.

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

JAMAICA LINKS

Advertenties
• Jamaica Vliegtickets.nl
• Jamaica Tui Reizen
• Jamaica Vliegtickets Tix.nl
• Jamaica Hotels
• Autoverhuur Sunny Cars Jamaica
• Bouw je eigen Jamaica-rondreis
• Vakantieveilingen bied mee op de beste deals

Nuttige links

Jamaica Reisfoto's
Jamaica Start België (N+E)
Reisinformatie Jamaica (N)
Reizendoejezo - Jamaica (N)
Telefoongids Jamaica
Willgoto Jamaica (N)

Bronnen

Baker, C. / Jamaica

Lonely Planet

Baker, C. / Jamaica

Kosmos-Z&K

Bayer, M. / Jamaica

Koninklijk Instituut voor de Tropen/Novib

Helm, R. van der / Jamaica

Elmar

Jamaica

Cambium

Wilkins, F./ Jamaica

Chelsea House Publishers

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems