Landenweb.nl

ESTLAND
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Estisch
  Hoofdstad  Tallinn
  Oppervlakte  45.228 km²
  Inwoners  1.304.248
  (mei 2019)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  +1 (zomer +2)
  Web  .ee
  Code.  EST
  Tel.  +372

Steden ESTLAND

Tallinn

Geografie en Landschap

Geografie

De republiek Estland (officieel: Eesti Vabariik) is het meest noordelijke en dunst bevolkte land van de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen). Het landoppervlak bedraagt 45.226 km2 en is daarmee iets groter dan Nederland(41.532 km2).

advertentie

Estland Satellietfoto

Photo:Publiek domein

Estland grenst in het westen aan de Baltische Zee en in het noorden aan de Golf van Finland. In het zuiden grenst Estland aan Letland. De oostelijke grens wordt gevormd door de rivier de Narva en het Peipusmeer, die Estland scheiden van Rusland. Hoewel Estland geografisch tot Oost-Europa behoort, lijkt het qua karakter en uitstraling meer op een Scandinavisch land. De hoofdstad van Estland, Tallinn, ligt over water maar 84 km van de hoofdstad van Finland, Helsinki. Sint-Petersburg in Rusland ligt op 320 km.

Estland is te verdelen in twee geografische zones: de kustregio in het noorden en westen met veenmoerassen, meren en eilanden. De noordelijke en westelijke regio's zijn door de erosie tijdens verschillende ijstijden vrij vlak geworden. De gemiddelde hoogte is daar ± 50 meter boven zeeniveau. Het oosten en het zuiden van het land bestaan uit een zandsteenplateau dat iets hoger gelegen is dan de rest van Estland. Het hoogste punt van Estland is de Suur Munamägi met 317 meter.

advertentie

Bosachtige heuvels rond het hoogste punt van Estland; Suur Munamägi

Photo:Hannu in het publieke domein

Estland telt ongeveer 1400 meren en 1500 eilanden. Deze eilanden maken samen ongeveer 10% van het landoppervlak uit. De voor de kust gelegen eilanden zijn resten van een oude kust. De eilanden met enige omvang zijn Saaremaa (2670 km2) en Hiiumaa (990 km2). Op Saaremaa ligt de Kali-krater, ontstaan na een inslag van een meteoriet, ± 800 jaar voor Chr. Het Peipusmeer is het op vier na grootste meer van Europa en meet 3500 km2. Estland kent ongeveer 7000 rivieren, beken en sloten, waarvan er negen langer dan 100 km zijn. De Väïke-Emajogi is de langste rivier met 209 km. Een vijfde van het land is bedekt met moerassen en vooral Noord-Estland is bezaaid met grote stenen, die zijn blijven liggen na de verschillende ijstijden.

Klimaat en Weer

Door de invloed van de Warme Golfstroom is het gemiddeld wat warmer dan in de buurlanden. Het kan tot -15°C vriezen maar dat duurt meestal niet langer dan enkele dagen. In de zomer kan het tot 30°C warm worden, maar temperaturen van rond de 20°C zijn normaal. December en januari zijn donkere maanden met maar zes uur zonlicht. Regen kan in elk jaargetijde vallen in de vorm van korte hevige buien. Gemiddeld valt er 500-600 mm neerslag in de lagere delen van het land en 700-900 mm in de wat hoger gelegen gebieden. Ongeveer 75% van de neerslag valt als regen, de rest als sneeuw. Lente en herfst zijn over het algemeen koud en nat. In de winter is het soms mogelijk om over het ijs naar nabijgelegen eilanden te lopen of te schaatsen.

Planten en dieren

Estland telt ongeveer 1470 inheemse plantensoorten. In de westelijke graslanden komen zeldzame orchideeën voor. Op het eiland Hiiumaa worden arctische korstmossen aangetroffen. De meest voorkomende boom is de pijnboom of grove den, gevolgd door de berk, de esp en de gewone dennenboom. Veel minder komen voor de eik, de els en de spar. De blauwe korenbloem is de nationale bloem van Estland. Ten tijde van de Sovjetoverheersing was deze bloem ook het symbool van verzet.

Er leven ongeveer 60 soorten zoogdieren in Estland, en dat is voor Europese begrippen erg veel. Elanden, reeën, wilde zwijnen, dassen, wasberen, vossen, eekhoorns en bevers komen algemeen voor. Wat zeldzamer zijn bruine beren, wolven en lynxen (van elke soort zijn nog ongeveer 500-1000 exemplaren over). Een bijzondere verschijning is de vliegende eekhoorn. Bijzonder zeldzaam is de Europese mink die middels een fokprogramma weer geïntroduceerd wordt in de Estische natuur.

De Baltische zee is een toevluchtsoord voor de grijze zeehond. Aan de kusten van de westelijke eilanden leven grote groepen en worden veel jongen geboren, meer dan in Zweden of Finland.

Bruine en groene kikkers, gewone padden en gewone watersalamanders komen algemeen voor. De kamsalamander, de groene pad en de stinkpad zijn zeldzamer. Alle Estische reptielensoorten, twee soorten slangen en drie soorten hagedissen, zijn beschermde dieren.

Haring en sprot zijn belangrijk voor de commerciële visserij. Ook kabeljauw komt veel voor in de wateren rond Estland. Tussen zout en zoet water leven o.a. spiering, zeeforel, aal en zalm. In zoet water vinden we baars, voorn, snoekbaars, winde, brasem en pos. In 2007 riep Estland de Baltische haring uit tot zijn nationale vis.

In Estland komen, inclusief overwinteraars, ongeveer 300 soorten vogels voor. Zestig soorten komen het hele jaar in Estland voor, o.a. spreeuwen, merels, snippen en steenarenden. Aan de kust komt nog steeds de zeldzame witstaartadelaar voor. Er broeden op dit moment nog ongeveer 40 paartjes in Estland. In de bossen leeft het auerhoen, ook een Europese zeldzaamheid. Er komen zes soorten spechten voor in Estland, waarvan de witrugspecht zeer zeldzaam is. De Oeraluil, de ooruil, en de tengmalm komen algemeen voor, de grote arenduil is wat zeldzamer. Oude bossen met bomen ouder dan 200 jaar zijn de favoriete broedplaats voor zwarte ooievaars. Van de gewone ooievaar leven op dit moment ongeveer 2000 paartjes in Estland. De nationale vogel van Estland is de boerenzwaluw. Miljoenen vogels van 39 verschillende soorten gebruiken Estland als overwinteringsplaats of als rustpunt in hun trek naar warmere gebieden.

Het enige nationale park van Estland is Lahemaa National Park (1120 km2). Er zijn 210 plantensoorten en 300 diersoorten die in Estland met uitsterven bedreigd worden. Ongeveer 10% van Estland is beschermd gebied.

Geschiedenis

Begintijd

Bewijzen van bewoning van het huidige Estland dateren van ongeveer 7000 jaar geleden. Van 5000 voor Chr. tot de late bronstijd (ca. 1000 voor Chr.) hielden de mensen zich bezig met primitieve landbouw, visserij en de jacht. De eerste versierde voorwerpen dateren van ca. 2000 voor Chr. Uit deze tijd stammen ook overblijfselen van een soort forten, sporen van veeteelt en eenvoudige agrarische nederzettingen.

De eerste die het Estische volk beschreef was de Romeinse historicus Tacitus die schreef:"De Fenni (Esten) zijn barbaren zonder bezittingen. Ze hebben geen wapens, geen paarden en geen huizen. Ze eten kruiden, kleden zich in dierenhuiden en slapen op de grond...".

In de vijfde eeuw verschijnen er Slavische stammen in de buurt van het huidige Estland. De Esten bouwden meteen primitieve omheiningen om hun dorpen om zich te verdedigen, maar bij gebrek aan leiders werden ze al snel verslagen. Rond 850 werd Estland een onderdeel van de handelsroute van de Vikingen naar de Slavische volken, Byzantium en de regio rond de Kaspische Zee. In de 11e en 12e eeuw volgden er regelmatig invallen van Slavische volken die er echter niet in slaagden de Esten aan zich te onderwerpen.

Christendom en Duitse overheersing

Denen, Zweden en Duitse monniken probeerden het christendom in deze regio te introduceren, ook zonder veel succes. In 1093 stuurde de paus in Rome kruisvaarders naar de Baltische regio om het christendom in te voeren. Samen met Duitse kooplieden volgde in 1200 een militaire invasie van de Duitsers onder leiding van Albert von Buxhoevden. In 1208 stichtten zij de stad Riga, de hoofdstad van het huidige Letland. Rond 1208 werden ook de stammen die in het huidige Letland en Litouwen wonen onderworpen. Vanaf 1208 probeerden de Duitse ridders ook het Estische grondgebied weer te veroveren. De Esten hielden lang stand onder leiding van Lembitu, maar delfden uiteindelijk het onderspit. In 1220 was geheel Estland onder controle van de Duitsers en van de met de Duitsers samenwerkende Denen. Alleen het eiland Saameraa verzette zich nog lang maar werd uiteindelijk in 1227 ook veroverd. In 1219 stichtte Valdemar II van Denemarken de stad Tallinn, de latere hoofdstad van Estland. In 1237 probeerden de kruisvaarders ook delen van Rusland te onderwerpen maar leden een smadelijke nederlaag in de beroemde slag op het in Estland gelegen en toen bevroren Peipusmeer. Het gedeelte van Estland dat toen Lijfland heette kwam onder de heerschappij van de Duitse ridders, Noord-Estland was voor de Denen. Estland werd een onderdeel van de Hanze, een handelsorganisatie. De Esten profiteerden hiervan en veranderden van een primitieve agrarische samenleving in een van de toentertijd best georganiseerde landbouw- en handelsnaties. In 1343 probeerde de Estische boerenbevolking een einde te maken aan de overheersing en veel Duitsers werden gedood. De Duitsers namen echter bloedig wraak en duizenden Esten werden letterlijk afgeslacht. In 1346 verkochten de Denen Noord-Estland aan de Lijflanders, een onderdeel van de Duitse Orde die daardoor de komende twee eeuwen geheel Estland zouden domineren. Kooplieden controleerden de handel en Duitse edelen waren eigenaar van 95% van de landerijen. Aan het einde van de 15e eeuw ontstonden twee nieuwe machten rond de grenzen van Lijfland. Het betrof Polen-Litouwen, een verenigd koninkrijk en Muscovitisch Rusland. Territoriale geschillen leidden tot oorlogen in 1454 en 1519 tussen de Duitsers en de Polen. In 1519 ontmoette Albert, het hoofd van de Livoniërs, Maarten Luther, de grote hervormer. Luther adviseerde Albert om zich af te wenden van de paus in Rome. In 1524 nam de kerksynode van Tallinn de grondbeginselen van de Reformatie aan, en Estland werd een protestant land. Deze ommezwaai betekende ook het einde van de Duitse en Livonische congregaties in 1561. De Lijflandse oorlogen zorgden voor een kwart eeuw onrust in Estland. De Russen onder leiding van Ivan de Verschrikkelijke penetreerden diep in het Estische grondgebied in 1558, verwoestten het land en verzwakten de macht van de Lijflanders. In de jaren zestig van de 16e eeuw vochten Polen-Litouwen en Zweden om het Estische grondgebied. De Russen mengden zich enkele jaren later ook weer in deze strijd. In 1584 namen de Zweden de macht over in Noord-Estland, terwijl Polen Lijfland aan zich onderwierp.

Zweedse overheersing

In 1599 volgde er weer een oorlog tussen Zweden en Polen-Litouwen. In 1629, bij de Vrede van Altmark, bleven de Zweden over als de meest invloedrijke macht in de Baltische regio. Om de landeigenaren die van Duitse origine waren gunstig te stemmen, kregen zij van de Zweedse koning Gustavus Adolphus flinke stukken land. Ze maakten daar meteen misbruik van door belastingen te verhogen en lijfeigenschap in te voeren. De Zweedse koning Karel XI probeerde de macht van de Baltische baronnen te breken en te onderwerpen aan het Zweedse gezag. Karel XI deed ook veel aan de ontwikkeling van de bevolking. Eenvoudig onderwijs werd ingevoerd en de eerste boeken in de Estische taal werden gedrukt. In 1632 open de Universiteit van Tartu haar deuren. In 1699 sloten Rusland, Denemarken en Poleneen verbond en probeerden een einde te maken aan de Zweedse heerschappij over de Baltische regio. Dit leidde tot een titanenstrijd tussen Karel XII van Zweden en tsaar Peter de Grote van Rusland. In november 1700 versloegen de Zweden de Russen bij Narva. De Zweden maakten vervolgens de fout niet door te stoten naar Moskou, maar richtten zich op Polen. Terwijl Karel XII zich met zijn leger in Polen bevond viel Peter de Grote de Baltische regio weer binnen. In 1709 werd het Zweedse leger bij Poltava in de pan gehakt. In 1714 kregen de Russen de macht over Finland en vielen in 1719 Zweden binnen.

Russische overheersing

Bij de Vrede van Nystad in 1721 werd Zweden gedwongen zich volledig terug te trekken uit de Baltische regio en kwam Estland onder Russische controle te staan. Ondertussen had Peter de Grote in 1703 Sint Petersburg gesticht. Aanvankelijk veranderde er weinig voor de Estische bevolking. Peter de Grote gaf de Duitse landeigenaren nog meer macht en zij controleerden op een gegeven moment het hele dagelijkse leven (o.a. politie, onderwijs en rechtssysteem). In 1739 werd de"Rosen-declaratie" opgesteld. Hierin werd vastgelegd dat de landeigenaren boeren konden kopen en verkopen, huwelijken konden tegenhouden en opleggen, en lijfstraffen konden opleggen. Ook werd er geloot wie in militaire dienst moest. Tsarin Catherina II wilde wat aan deze mensonterende toestanden doen maar de Duitse landeigenaren negeerden haar aanbevelingen. Dit leidde in de eerste helft van de 19e eeuw tot verschillende opstanden onder de bevolking die echter weinig effect hadden. De omstandigheden werden in 1861 pas wat beter voor de boerenbevolking. Tsaar Alexander III schafte toen de lijfeigenschap af. Hoewel ze daardoor de persoonlijke vrijheid terugkregen bleven ze economisch nog volledig afhankelijk. In de 19e eeuw begon Estland zich ook industrieel te ontwikkelen. Er werd papier, glas en textiel gefabriceerd. De steden groeiden snel qua inwonersaantal en rond 1860 waren de meeste bewoners van de steden autochtone Esten. Tsaar Alexander III versterkte de russificatie van de Baltische regio door de Duitse landeigenaren te vervangen door Russische bestuurders. Het tsaristische politieapparaat voerde in die jaren een waar schrikbewind. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden er langzamerhand nationalistische gevoelens onder de bevolking o.a. door sociale hervormingen, de groei van de industrie en de hogere welvaart. Op de Tartu universiteit onderwees men de Estische taal en er ontstond een Estische intelligentsia. In 1905 ontstond er in heel Rusland veel onrust onder de bevolking (stakingen en demonstraties) en dat sloeg ook over op de Estische bevolking. Arbeiders staakten in Tallinn, Pärnu en Narva, en studenten protesteerden in Tartu. Duitse bezittingen werden in brand gestoken. Op een congres waar alle partijen van Estland bij aanwezig waren eisten men van Rusland autonomie en stopzetting van de russificatie. De Russen weigerden hierop in te gaan en de bevolking begon weer met het plunderen en in brand steken van bezittingen. De Russen reageerden fel en veel revolutionairen werden gearresteerd en ter dood veroordeeld. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had nog niet veel gevolgen voor Estland, hoewel de Duitsers wel van plan waren om Estland te bezetten. Wel werden veel Esten (ca. 100.000) werden opgeroepen om dienst te nemen in het Russische leger.

Door de oorlog, voedseltekorten en een zwakke regering ontstond er grote sociale onrust in Rusland. De tsaristische regering viel al snel en werd opgevolgd door een provisorische regering samengesteld door Alexander Kerensky.

Op 26 maart 1917 demonstreerden 40.000 arbeiders in Tallin. De Kerensky-regering reageerde hierop door zelfbestuur toe te staan. Er werd een Nationale Raad opgericht, de Maapäev, en een tijdelijke regering werd samengesteld met Konstantin Päts als premier. In november 1917 startten de bolsjewieken (Russische communisten) onder leiding van Lenin en Trotsky de Russische revolutie. Ondertussen waren de Duitsers opgerukt naar Tallinn. Op 24 februari 1918 verklaarde de intussen ondergrondse Maapäev de onafhankelijkheid. De volgende dag bezetten de Duitsers Tallinn, arresteerden veel Estische leiders, en claimden de heerschappij over Estland. Meteen daarop trokken de bolsjewistische troepen Estland binnen. Premier Päts vluchtte het land uit. In november 1918 eindigde de oorlog en de terugtrekkende Duitsers lieten een groot machtsvacuüm achter. Päts en de onafhankelijkheidsbeweging riepen meteen weer een onafhankelijk Estland uit waarop de bolsjewistische troepen wederom Estland binnenvielen. Dit keer werden de Esten echter militair geholpen door Engeland, Finland, Zweden en Denemarken. De Estische generaal Laidoner leidde het leger in het tegenoffensief in januari 1919. Tegen de zomer van 1919 waren de Esten al opgerukt tot de stadsgrenzen van Riga in Letland. Er werden in april verkiezingen gehouden en de eerste wetgevende vergadering werd geformeerd met August Rei als president.

Estland onafhankelijk

Een grondwet werd in juni 1920 aangenomen en in 1921 werd Estland opgenomen in de Volkenbond. Estland was voor het eerst in haar bestaan een onafhankelijk land. In 1924 probeerden de communisten een staatsgreep te plegen die echter totaal mislukte. In 1939 tekenden Rusland en nazi-Duitsland de Molotov-Ribbentrop overeenkomst. Dit was een niet-aanvalsverdrag dat grote consequenties zou hebben voor de Baltische staten. Zo werd er afgesproken dat de Baltische state Polen bezette. Estland werd al snel hierna bezet door 100.000 Russische troepen. Duizenden Esten, waaronder Päts en andere politieke leiders, werden gedeporteerd naar de Sovjet Unie. In augustus 1941 werd Estland officieel een republiek binnen de USSR en kwam er een eind aan de korte periode van onafhankelijkheid.

Tweede Wereldoorlog

In juni 1941 vielen de Duitsers Rusland binnen, en eind augustus was Estland bezet. De Duitsers werden door de Estische bevolking aanvankelijk als bevrijders verwelkomd. Al snel werd echter duidelijk dat het gewoon een bezettingsmacht was. Vele Esten werden tewerkgesteld in de Duitse oorlogsindustrie en er werd een schijnregering aangesteld om het land te besturen. Na de door de Duitsers verloren slag bij Stalingrad begonnen de Sovjets met hun tegenoffensief. In januari 1944 was een groot gedeelte van Europees-Rusland weer onder controle van de Sovjets en bereikten ze de grens van Estland bij Narva. Door de dreiging van alweer een Sovjetbezetting riep de leider van het verzet, Jüri Üluots, de Esten op om Narva te verdedigen tegen de Sovjets. Samen met de Duitsers hielden ze het zes maanden vol.

Sovjetoverheersing

In september 1944 werd Estland echter door het Rode Leger veroverd en vele Esten vluchtten naar West-Europa en Finland. Door oorlogsslachtoffers, deportaties en gevluchte mensen was het aantal inwoners van Estland eind jaren veertig gedaald van 1,1 miljoen naar 850.000. In de jaren vijftig zuchtten de Esten onder het juk van Jozef Stalin. Politieke tegenstanders, intellectuelen en collaborateurs werden afgevoerd naar Siberische werkkampen. De Sovjetregering probeerde ook de nationalistische gevoelens onder de bevolking te onderdrukken door een culturele russificatie. De Estische geschiedenis werd herschreven, nationale monumenten vernietigd en de persvrijheid werd ernstig beknot. Ondanks deze maatregelen van de Sovjets bleef het Estische nationalistische bewustzijn natuurlijk bestaan. In het post-Stalin tijdperk demonstreerden de Esten dan ook regelmatig voor de mensenrechten in hun land. De periode van glasnost (openheid) en perestroika (reconstructie) in de jaren tachtig onder het bewind Michael Gorbatsjov leidde tot een opleving van nationalistische gevoelens in Estland. Het culturele leven floreerde weer, de persvrijheid nam toe, politieke partijen werden opgericht en godsdienstige uitingen werden weer in het openbaar uitgevoerd. In 1988 werden er weer beperkt politieke activiteiten toegestaan en het progressieve Estische Volksfront veroverde zetels in het parlement. Edgar Savisaar was op dat moment minister-president. Bij een nationaal referendum in maart 1991 stemde 78% van de bevolking vóór onafhankelijkheid. In augustus 1991 mislukte een militaire coup tegen Gorbatsjov en dit leidde tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

Estland opnieuw onafhankelijk

Estland verklaarde zich op 20 augustus 1991 onafhankelijk en koos ervoor om alle banden met de Sovjet-Unie te verbreken. Als gevolg van de verslechterende economische situatie nam minister-president Edgar Savisaar in januari 1992 ontslag. Hij werd opgevolgd door Tiit Vähi die een tussenregering samenstelde. In 1992 werd er na een referendum een nieuwe grondwet aangenomen. Belangrijke onderdelen van deze nieuwe grondwet waren een andere opzet van het parlement en het beperken van de macht van de president. In september werden de eerste vrije verkiezingen gehouden. Mart Laar, de leider van de grootste partij, de"Vaderlandse Alliantie", werd minister-president. Na een aantal schandalen werd Laar gedwongen af te treden, en werd opgevolgd door de gematigde Andres Tarand. Na de 2e verkiezingen in 1995 behaalde de Russische minderheid in Estland zes zetels in het parlement. Tiit Vähi werd wederom minister-president. Vähi nam in februari 1997 ontslag als minster-president na beschuldigingen van corruptie. Mart Siimann, vroeger journalist, werd genomineerd als de nieuwe minister-president. In mei 2001 behaalde Estland een groot succes door het Eurovisie-songfestival te winnen.

Op 1 mei 2004 trad Estland toe tot de Europese Unie. De nieuwe regering onder leiding van de nieuwe premier Juhan Parts (Res Publica) werd op 9 april 2003 door de president benoemd. Parts bood echter op 24 maart 2005 het ontslag van de regering aan. Na de verkiezingen van maart 2003 vormde Juhan Parts, de leider van de nieuwe partij Res Publica die vanuit het niets 28 zetels won (evenveel als Centre Party die tot dan toe had geregeerd) een coalitie met de neo-liberale Reform Party (RP) en de meer op het platteland gerichte People's Union. De regering-Parts had een meerderheid van 60 zetels. In het kabinet was slechts één vrouwelijke minister opgenomen, Mw. Ojuland, de minister van Buitenlandse Zaken. Zij was de enige bewindspersoon die reeds zitting had in de vorige regering. De 36-jarige premier Juhan Parts was voordat hij leider van Res Publica werd Auditor General.

Na enkele voorvallen in 2004 vertroebelden de verhoudingen tussen de twee coalitiepartijen. Het aftreden van de minister van Economische Zaken en Communicatie, Meelis Atonen, waren het begin van een reeks van gebeurtenissen die een verwijdering tussen beide partijen tot stand brachten. Op 9 september 2004 zag toenmalig minister Atonen zich genoodzaakt zijn ontslag aan te bieden na grote problemen inzake de veerverbinding tussen het vasteland en de twee grote eilanden (Saaremaa en Hiiumaa). Andrus Ansip, leider RP, liet bovendien weten zich niet langer gebonden te voelen aan een geheim memorandum (januari 2004) tussen zijn voorganger, Siim Kallas (de huidige Estse Eurocommissaris) en Premier Parts over een fusie tussen Res Publica en RP in het najaar van 2004. Ansip voerde hiervoor de 'veranderde omstandigheden' aan (gedaalde populariteit van Res Publica) en sindsdien ging het tussen beide partijen bergafwaarts. Vervolgens werd de minister van Buitenlandse Zaken, Mw. Kristiina Ojuland (Reform Party), op 8 februari 2005 door Premier Parts naar huis gestuurd. Zij weigerde politieke verantwoordelijkheid te nemen voor de vermissing van 91 vertrouwelijke documenten op haar ministerie. Op 22 februari 2005 nam Rein Lang, lid van de Reform Party, voor korte tijd het ministerschap van haar over.

Vier weken later diende de Reform Party een motie van wantrouwen in tegen de Minister van Justitie Vaher (Res Publica), die had voorgesteld 63 corrupte ambtenaren en bestuurders in Estland op te sporen en voor het gerecht te brengen. Zowel het precieze aantal van 63 als de manier waarop de doelstelling gehaald moest worden stuitte menig politicus tegen de borst. De motie werd in het parlement aangenomen en de regering Parts bood op 24 maart 2005 zijn ontslag in bij de president.

De nieuwe regeringscoalitie o.l.v. Andrus Ansip (Reform Party) kwam snel tot stand. De nieuwe coalitie bestaat uit drie partijen: Reform Party (RP), Center Party (CP) en People's Union (PU) en beschikt over een kleine meerderheid, t.w. 53 zetels (van de 101) in de Riigikogu.

In september 2006 werd de voormalige Estse minister van Buitenlandse Zaken Toomas Hendrik Ilves (52 jaar) de nieuwe president. Een kiescollege bestaande uit 101 parlementariërs en 244 lokale functionarissen verkoos Ilves (174 stemmen) boven de zittende president Arnold Ruutel (162 stemmen).

De parlementsverkiezingen van zondag 4 maart 2007 liepen uit op een zege voor de centrumrechtse Hervormingspartij van premier Andrus Ansip. Ook zijn coalitiegenoot, de meer linksgeoriënteerde Centrumpartij van Edgar Savisaar, deed het goed. Beide partijen ontliepen elkaar weinig. Circa 61 procent van de ongeveer miljoen kiesgerechtigde Esten kwam stemmen.

De Hervormingspartij zou volgens Estse media na telling van bijna alle stemmen kunnen rekenen op steun van 27,7 procent van het electoraat. De Centrumpartij zou uitkomen op 26,2 procent. In het 101 zetels tellende parlement zou de winnaar waarschijnlijk kunnen rekenen op 31 zetels tegen 29 voor de Centrumpartij.

Ansip leek zoals verwacht te hebben geprofiteerd van de sterke economische groei, sinds 2004 lid van de Europese Unie.

In juni 2009 stemt het Estse parlement in met een verdubbeling van het troepenaantal in Afghanistan. De euro is vanaf 01-01-2011 het officiële betaalmiddel in Estland. Het Baltische land met circa 1,3 miljoen inwoners is per 1 januari als zeventiende EU-lid toegetreden tot de eurozone. De euro vervangt de Estse kroon. In februari 2011 wint de hervormingspartij 56 van de 101 zetels. In augustus wint Toomas Hendrik Ilves de presidentsverkiezingen. Eind 2012 starten gesprekken met Rusland over grensgeschillen. In februari 2014 sluiten beide landen een verdrag dat een einde maakt aan deze geschillen. In maart 2015 wint de hervormingspartij van minister Taavi Roivas de verkiezingen mede als gevolg van de angst vanwege de Russische interventie in de Oekraine. In 2016 houdt de NAVO oefeningen in het grensgebied. In oktober 2016 wordt Kersti Kaljulaid de eerste vrouwelijke president van Estland. In november 2016 vormt Juri Ratas van de centrumpartij, die veel steun vindt onder de Russisch sprekende minderheid in Estland, een coalitieregering nadat Taavi Roivas een vertrouwensstemming niet overleefde. In 2017 worden er Nato legereenheden in de Baltische staten gestationeerd vanwege wat vanuit het bondgenootschap wordt gezien als Russische dreiging.

Bevolking

Estland had in 2017 1.251.581 inwoners waarvan 68,7% autochtone Esten. Een etnisch grote groep vormen de Russen (24,8%). Andere etnische groepen zijn veel kleiner: Oekraïners, Witrussen, Finnen, Tataren, Letten, Polen, Litouwers en Duitsers. De etnische mix is erg opvallend. Er wonen op dit moment meer dan 100 etnische groeperingen in Estland, vooral afkomstig uit alle delen van de voormalige Sovjet-Unie.

Gemiddeld wonen er ongeveer 28 mensen per km2. De Esten zijn van Fins-Oegrische herkomst. Ze zijn niet verwant aan inwoners van de twee andere Baltische landen Letland en Litouwen, die van Indo-Europese herkomst zijn. Op het platteland wonen bijna alleen maar Esten, de andere groeperingen wonen in de steden. Zo zijn de helft van de inwoners van de hoofdstad Tallinn (± 400.000 inwoners) etnische Russen. In Narva, dicht tegen de Russische grens in het noordoosten, is zelfs 98% van de bevolking van Russische herkomst! Ongeveer 70% van de bevolking leeft in de steden. De bevolkingsstructuur lijkt erg op die van landen uit West-Europa: 0-14 jaar 16,2%, 15-64 jaar 64 % en 65+ 19.8%. De bevolkingsgroei bedroeg in 2017 -0,57%. De Est wordt gemiddeld ongeveer 77 jaar. (2017)

Taal

advertentie

Verklaring van Onafhankelijkheid Estland

Estisch is de nationale taal van Estland en wordt door bijna alle Esten gesproken. De grotere etnische groeperingen spreken Russisch, Oekraïens, Wit-Russisch en Fins. Kleinere groepen spreken Duits, Lets, Litouws, Pools, Zweeds en Tataars.

Sinds de onafhankelijkheid in 1991 staat de Estische taal hoog op de politieke agenda. Van alle burgers wordt verlangd dat ze zich minimaal verstaanbaar kunnen maken in het Estisch. In 1995 besloot men dat in gebieden met een niet-Estische meerderheid officiële stukken ook in de taal van die meerderheid gepubliceerd mochten worden. In de praktijk betekenden dit alleen iets voor de Russische meerderheid in de noordoostelijke regio's.

Het Estisch behoort samen met het Hongaars, het Laps en het Fins tot de Fins-Ugrische taalfamilie. Het is het meest verwant aan het Fins, en Finnen en Esten kunnen elkaar dan ook goed verstaan. Het Estisch heeft ook nog duidelijk Duitse invloeden. Het Estisch wordt geschreven met Romeinse lettertekens.

Dat het Estisch tot een andere taalfamilie behoort dan het Lets en het Litouws blijkt uit onderstaand lijstje van cijfers:

EstischLetsLitouws
1üksviensvienas
2kaksdividu
3kolmtristrys
4nelicetriketuri
5viispiecipenki
6kuussešišeši
7seitseseptiniseptyni
8kaheksaastoniastuoni
9üheksadevinidevyni
10kümmedesmitdešimt

Estland heeft twee belangrijke dialecten, een noordelijk Tallinns dialect en een meer landelijk zuidelijk dialect. Linguïsten hebben recentelijk de taal onderverdeeld in acht subdialecten die verspreid over het land voorkomen. Estisch Zweeds is een Zweeds dialect dat nog maar door ongeveer honderd Esten gesproken wordt. Fins wordt veel gesproken in het noorden van Estland. Ongeveer 5000 mensen spreken het als moedertaal, voor vele anderen is het de tweede taal. Als gevolg van de Russische overheersing spreken nog steeds veel Esten Russisch.

advertentie

Percentage Russisch Sprekenden Estland

Godsdienst

Bijna 500 jaar is het lutheranisme, een protestantse religie, Estlands officiële godsdienst. Toch zijn de Esten een van de meest wereldlijke volken van Europa. Slechts 23% van de bevolking zegt een of andere godsdienst aan te hangen. Voordat het christendom zijn intrede deed hadden de Esten animistische geloofsovertuigingen. Het animisme is een oergeloof waarbij men gelooft dat alle aardse dingen zoals bomen, dieren of zelfs stenen, een eigen spirituele kracht bezitten. Er zijn nu nog steeds veel heilige bomen in Estland.

De evangelisch-lutherse kerk is in Estland de officiële godsdienst sinds de Reformatie van 1520. Door verschillende oorlogen ontwikkelde de lutherse kerk zich erg langzaam. Pas in 1686 werd het Nieuwe Testament voor het eerst vertaald in het Estisch. Dit maakte het lutheranisme toegankelijker voor het volk. Een volledige vertaling van de bijbel werd in 1734 geschreven. Gedurende de heerschappij van de Russische tsaren werd de Russisch-orthodoxe kerk de staatsgodsdienst. In 1919 werd de kerk weer gereorganiseerd en werd het de Estische Evangelische Lutherse Kerk.

Gedurende de eerste periode van de onafhankelijkheid (1920-1940) was officieel 80% van de bevolking lid van de lutherse kerk. Na de bezetting door de atheïstische Sovjets in 1945 werden alle religieuze uitingen ontmoedigd. Tweederde van de geestelijkheid verdween en veel kerken werden gesloten. In de jaren zeventig verklaarde minder dan 10% van de bevolking dat ze christen waren. Eind jaren tachtig, de periode van de glasnost (liberalisering) werd de interesse in de lutherse kerk weer wat groter. Op dit moment zijn er ongeveer twintig lutherse gemeentes.

De Russisch orthodoxe kerk vestigde zich in de 18e eeuw in Estland tijdens de overheersing door de Russische tsaren. In de 19e eeuw was ± 20% van de bevolking lid van de orthodoxe kerk. Er zijn op dit moment ongeveer tachtig orthodoxe gemeentes in Estland. In tegenstelling tot de orthodoxe kerk in Rusland zijn de Estische orthodoxe kerken en kerkdiensten qua karakter en inrichting veel soberder.

Andere godsdienstige stromingen zijn het baptisme, het methodisme, en de zevendedags-adventisten. Verder zijn er ongeveer 5000 katholieken in Estland, met name onder de Poolse, Oekraïense en Litouwse minderheden. Jehova's getuigen en mormonen worden steeds talrijker.

Tot de Tweede Wereldoorlog woonde er een grote groep joden in de Baltische regio. Honderdduizenden werden in de oorlog gedeporteerd naar de concentratiekampen en stierven daar. De Duitsers verklaarden op een gegeven moment triomfantelijk dat Estland"Judenfrei" was. Na de oorlog is er weer een kleine gemeenschap van ± 4000 joden, voornamelijk in en rond de hoofdstad Tallinn. De weinige islamieten zijn arbeiders uit islamitische Russische republieken als Azerbeidzjan, Ossetië en Oezbekistan.

Samenleving

advertentie

Staatsinrichting

Als onderdeel van de Sovjet-Unie is Estland vijftig jaar administratief en politiek overheerst door de Sovjets. Er bestond wel een Estisch parlement maar dat fungeerde als een filiaal van de communistische partij in de Sovjet-Unie waar ook het beleid gemaakt werd. Sinds de onafhankelijkheid heeft Estland vrij snel een nieuwe administratieve en politieke infrastructuur op poten gezet. De Estische regering bestaat uit een door het parlement gekozen president, tevens staatshoofd, en één wetgevende kamer, de Riigikogu. De uitvoerende macht berust bij de minister-president en zijn ministers, die door het staatshoofd worden benoemd (de ministers op voordracht van de minister-president).

Tussen 1991 en 1997 zij er drie keer verkiezingen gehouden en zeven verschillende regeringen geweest. Daardoor lijkt Estland op een politiek zeer onstabiel land, maar politieke en economische hervormingen hadden hieronder gelukkig niet veel te lijden. Sinds de nieuwe grondwet van januari 1992 bestaat het Estische parlement (Riigikogu) uit 101 leden die elke vier jaar direct worden gekozen. De eerste verkiezingen werden in september 1992 gehouden met 38 deelnemende partijen! Voordat politieke partijen geregistreerd worden moeten ze minimaal 1000 leden hebben. Er is een kiesdrempel van 5%.

De eerste presidentiële verkiezingen werden in 1992 gewonnen door Lennart Meri. Hij werd in 1996 herkozen als president. Presidentskandidaten moeten minimaal 40 jaar oud zijn. Voor de huidige politieke situatie, zie hoofdstuk geschiedenis.

Estland is administratief verdeeld in vijftien regio's (Maakond) plus zes stadsdistricten, Tallinn, Tartu, Narva, Kohtla-Jäve, Pärnu en Sillamaë.

Onderwijs

Vanaf zeven jaar bestaat er schoolplicht in Estland. Leerlingen zijn verplicht een opleiding af te maken tot hun 17e jaar. Er zijn meer dan 700 scholen voor voortgezet onderwijs. De lessen worden gegeven in het Estisch (ca. 70%) en het Russisch. De Estisch sprekende scholen geven negen jaar lager onderwijs en drie jaar voortgezet onderwijs, terwijl de Russisch sprekende scholen zeven jaar onderwijs geven. Leerlingen zijn verplicht om twee vreemde talen te leren. Populair zijn Engels, Duits, Russisch, Fins en Frans.

Er bestaan een aantal Russische, Zweedse en Joodse privéscholen. Er zijn dertien publieke en acht privéscholen voor hoger onderwijs. De opleidingen duren vier tot zes jaar. Er zijn zes universiteiten in Estland, waarvan vijf in Tallinn en één in Tartu. Tallinn heeft een algemene universiteit, een technische universiteit, een academie voor kunst, een academie voor muziek, een landbouwuniversiteit en een academische pedagogische opleiding.

Economie

Het hervormingsproces heeft Estland sinds de onafhankelijkheid in een penibele economische situatie gebracht. De erfenis van de sovjetdictatuur met een centraal geleide industrialisatiepolitiek heeft het land opgezadeld met onevenwichtige industriestructuren en zwak presterende ondernemingen. Voeg daarbij brandstoftekorten, en een tekort aan grondstoffen voor de industrie, en het is duidelijk dat Estland het zeer moeilijk had in de eerste jaren na de onafhankelijkheid.

Toch is de transformatie van een geleide economie (door de Sovjet-Unie) naar een vrijemarkteconomie snel gegaan. Men begon met het instellen van een centrale bank en het toelaten van commerciële banken. Drie jaar na de onafhankelijkheid werd 50% van het bruto nationaal product (bnp) gerealiseerd door de private sector. Na aanloopverliezen groeide het bnp in 1994 voor het eerst sinds jaren, met 3,5 tot 5%. Estland tekende in 1995 een associatieverdrag met de Europese Unie dat toetreding tot de EU in het vooruitzicht stelt.

Een groot probleem voor Estland vormt de milieuverontreiniging. Gedurende de Sovjetoverheersing heeft het leger van de Sovjets honderdduizenden tonnen olie gedumpt op het grondgebied van Estland. Ook veel giftig materiaal is in de bodem en in het (bodem)water terecht gekomen. In 2004 sloot Estland zich aan bij de EU. De economie is ondertussen een volledige vrije markt economie geworden en één van de sterkste van centraal Europa. In 2011 krijgt Estland de Euro als betaalmiddel. Dat jaar groeit de economie met bijna 10%, in 2013 is dat door de kredietcrisis afgezwakt tot een groei van 1,5%. Momenteel (2017) is groei weer aangetrokken tot een kleine 5%.

Landbouw, veehouderij

Ongeveer 40.000 Esten zijn werkzaam in de agrarische sector. Voor de Esten, die zichzelf"maarahvas", volk van het land noemden, een gering aantal gezien het verleden als een agrarische plattelandseconomie. De jaren dertig waren wat dat betreft hoogtijdagen voor de Estische agrariërs.

Tijdens de Sovjetbezetting werden de boerenbedrijven genationaliseerd en gecollectiviseerd. In 1949 waren er van de 140.000 boerenbedrijven nog maar 2400 staatsbedrijven over. Na de onafhankelijkheid werden de bedrijven weer geprivatiseerd. Daarmee kwam een groot minpunt, de inefficiënte werkwijze, weer aan het licht. Dit komt vooral door de versnippering van de grond. Ook het investeren in moderne maar dure landbouwmethodes en -machines is een groot probleem. De agrarische productie liep in de jaren '90 dan ook gestaag terug. Een kwart van de plattelandsbevolking raakte werkloos. In 2017 draagt de landbouw voor 2,8% bij aan het BNP.

De belangrijkste gewassen zijn gerst, andere granen, aardappelen en groenten. Er zijn zeer veel veeteeltbedrijven en vlees, melk, eieren en boter zijn belangrijke producten. De voedingsindustrie voorziet in de eigen behoefte. De visindustrie heeft het in zich om een belangrijke sector te worden. Estland heeft 230 schepen, waarvan er 90 vissen in internationale wateren. Een groot gedeelte van Estlands levensmiddelenindustrie bestaat uit vis en visproducten.

Industrie

Estland heeft goed opgeleide, technisch geschoolde arbeiders die naar West-Europese maatstaven laag betaald worden. Hierdoor is het voor buitenlandse bedrijven zeer interessant om in de economie van Estland te investeren. Bedrijven uit met name Finland, Zweden en de Verenigde Staten investeren veel in de houtindustrie, de textielindustrie en verwerkende industrieën. Amerikanen en Finnen investeren met name in de computerindustrie, elektronica en de auto-industrie. Estland is voor 40% bedekt met bossen (1,8 miljoen ha). De exploitatie levert hout op voor de meubelindustrie, voor de papierfabricage en is een belangrijke brandstof. De houtindustrie draagt voor 12% bij aan het BNP en is een van de industrieën met de beste vooruitzichten. Door flinke buitenlandse investeringen bloeit de machine-industrie en de elektronica-industrie op. De textielindustrie exporteert vooral naar de Verenigde Staten en Europese landen.

Estland heeft grote fosforvoorraden die o.a. gebruikt worden in de kunstmestproductie. De chemische industrie produceert verder o.a. plastics, verf en lakken.

Handel

Estland is in korte tijd een exportland bij uitstek geworden. Estland exporteert voornamelijk naar Finland, Zweden, Rusland, Letland en Duitsland. In 2017 werd er voor ongeveer $13,4 miljard uitgevoerd. Uitgevoerd werden voedingsmiddelen, textiel, hout en houtskool. Ingevoerd werden machinebouwproducten, voedingsmiddelen, minerale producten en textiel, vooral uit Finland, Rusland, Zweden en Duitsland. In 2017 werd er voor ongeveer $ 14,4 miljard ingevoerd. De handel met de Russen daalde dramatisch na de onafhankelijkheid, van 70% naar 15%. Pas sinds enkele jaren gaat het wat dat betreft weer wat beter.

Verkeer en toerisme

Estland heeft een goede infrastructuur met goede en voldoende wegen en spoorlijnen. Het verharde wegennet telt 14.800 km. Een grote snelweg, de"Via Baltika", loopt door de drie Baltische staten. Het spoorwegnet telt 1026 km, waarvan 132 km geëlektrificeerd, die alle belangrijke steden en industriegebieden met elkaar verbindt.

De havens van Estland zijn van levensbelang voor het landelijk transportsysteem. De zeehavens Tallinn en Nieuw-Tallinn (20 km oostelijker) slaan maar 5% eigen producten om. De grootste binnenhaven is Tartu. Er werden in 1991 10 miljoen ton aan goederen verscheept.

Er zijn zes vliegvelden en landingsbanen op de drie eilanden. Voor het internationale verkeer is er de luchthaven van de hoofdstad Tallinn. Sinds 1992 heeft Estland een nationale luchtvaartmaatschappij, Estonian Air.

Vakantie en bezienswaardigheden

Al eind jaren tachtig was het toerisme een groeisector. Na de onafhankelijkheid werd dit nog duidelijker. Estland werd beter bereikbaar door de lucht en over het water, wat het aantal bezoekers uit met name West-Europa deed toenemen. In 1990 kwamen er ongeveer 500.000 toeristen naar Estland. Midden jaren negentig was dit aantal al gestegen tot meer dan één miljoen! Er werden snel nieuwe accommodaties gebouwd en men kwam met de andere Baltische staten overeen dat men slechts één visum nodig had voor de drie landen. Estlands grootste trekpleister is de middeleeuwse binnenstad van Tallinn en verder Tartu en het eiland Saaremaa. De meeste toeristen komen van Finland en Zweden.

De Estse hoofdstad Tallinn is niet groot, maar dat doet niets af aan de schoonheid van de stad. Je waant je in een sprookje als je er rondloopt tussen de middeleeuwse gebouwen en uitkijkt op de Toompea (de Domberg). Tallinn kent veel aantrekkelijke bezienswaardigheden die veelal een grote historische waarde hebben. Het oude centrum van Tallinn behoort dan ook officieel tot Werelderfgoed. Het Vrijheidsplein (Vabaduse väljak) aan de rand van de oude stad van Tallinn is er één van. Door de geschiedenis heen, zowel tijdens het Tsarentijdperk als tijdens de onafhankelijkheid, is dit plein altijd nationaal symbool geweest. En dat is vandaag de dag nog het geval. Aan het plein zijn verschillende Art deco huizen te vinden. De Sint-Olafkerk uit 1267 is met zijn 124 meter hoge torenspits een opvallende verschijning in de Estse hoofdstad. De toren was ooit 159 meter hoog, maar werd verschillende malen slachtoffer van inslaande bliksem en brand. De kerk zou zijn gebouwd voor Koning Olaf II van Zweden en de spits diende vroeger als oriëntatiepunt voor aankomende schepen. Het is aan te raden de toren te beklimmen en te genieten van het geweldige uitzicht over Tallinn.

advertentie
Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

ESTLAND LINKS

Advertenties
• Estland Vliegtickets.nl
• Estland Hotels
• Estland Tui Reizen
• Djoser fietsreis - Estland, Letland & Litouwen
• Autoverhuur Sunny Cars Estland
• Rondreizen Estland
• Tallinn Vliegtickets Tix.nl
• Transport Estland - TTS Quality Logistics B.V

Nuttige links

Baltic-Info Toeristische informatie over Estland (N)
Campersite Baltische Staten (N)
Dieren in Oost Europa (N)
Estland Reisstart (N)
Reisinformatie Estland (N)
Reizendoejezo – Estland (N)
Startpagina Estland (N)
Telefoongids Estland

Bronnen

Estonia, Latvia, and Lithuania: country studies

Federal Research Division, Library of Congres

Spilling, M. / Estonia

Marshall Cavendish Corporation

Taylor, N. / Estonia

Bradt Publications

Williams, N. / Estonia, Latvia & Lithuania

Lonely Planet

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems