Populaire bestemmingen ITALIE

SARDINIE   

Oudste geschiedenis

In 1980 werden er stenen werktuigen gevonden in de buurt van Perfugas. Deze bleken na onderzoek te stammen uit de oude steentijd en meer specifiek het Interglaciaal (180.000-120.000 v.Chr.). Over deze bewoners is verder weinig bekend. Veel meer is er bekend over de jonge steentijd, de periode van 6.000 tot 2000 v.Chr. Gedurende het laat-Neolithicum werden ingewikkelde grafkamers uitgehouwen in vulkanische gesteenten langs de noordoostkust van Sardinië. Tijdens de klokbekerperiode (ca. 2000 v.C.) verschenen de eerste dolmen en menhirs o.a. bij Cagliari. Op meerdere plaatsen zijn ook wapens, restanten van bewoning en huisraad gevonden die lijken op vondsten uit andere delen van Europa en zelfs het Nabije Oosten.
Rond 1800 v.Chr. arriveerde er een nieuwe groep bewoners, waarschijnlijk van het Iberisch schiereiland (Spanje, Portugal). Dit volk liet vele grote verdedigbare stenen torens na die nuraghi genoemd worden. Een nuraghe was in feite een bouwwerk voor het dorpshoofd en tevens een schuilplaats voor de bevolking als er gevaar dreigde. Er zijn ca. 6500 nuraghi op het eiland bewaard gebleven. Vaak lagen er enkele tientallen hutten tegen de ringmuur aan. De interessantste en compleetste nuraghe van Sardinië is de “Nuraghe Su Nuraxi” van ca. 5e tot 6e eeuw v.Chr. Verder hadden deze mensen grote graanvelden aangelegd en gebruikten ze het Sardinië gevonden tin voor het maken van bronzen wapens en gebruiksvoorwerpen. Uit deze tijd stammen ook handelscontacten met de Grieken die zelf geen tin bezaten.
De naam Corsica is voor het eerst te vinden op een grafsteen, de “Nora-stèle”. Op deze grafsteen staat een van de oudste fragmenten van het Etruskisch schrift. Dit zeevarende volk stichtte de eerste handelsnederzettingen op Sardinië. Zij beheersten vanaf de 12e eeuw v.Chr. alle belangrijkste handelsroutes in de Middellandse Zee. In die tijd hadden de bewoners van Sardinië ook al handelscontacten met de Etrusken uit Italië. Uiteindelijk werden de oorspronkelijke bewoners door de Etrusken en de Feniciërs naar het binnenland verdrongen. Intussen was het Noord-Afrikaanse Carthago een zelfstandige macht geworden. Deze Feniciërs werden echter Puniërs genoemd, de Latijnse naam voor Feniciërs. Ook de Grieken interesseerden zich weer voor Sardinië en vielen ca. 540 v.Chr. Sicilië aan. Ze deden dit vanuit hun kolonie Alalia op Corsica. De samenwerkende Etrusken en Puniërs hielden ze echter tegen. De Etrusken verlieten daarop het eiland en vestigden zich op Corsica, waarmee Sardinië definitief onder invloed van Carthago kwam.

Romeinse tijd

Uiteraard kreeg ook Sardinië ook te maken met de expansiedrift van de Romeinen die gelokt werden door de mineralen, de granenvelden en de strategische ligging van Sardinië in de Tyrrheense Zee. Na de Punische oorlogen kwam Sardinië in 227 v.Chr. in Romeinse handen en vormde samen met Corsica één provincie, maar zou niet echt de favoriete provincie van het Romeinse Rijk worden. De vijandige bevolking, de vele moerassen langs de kust die bovendien bevolkt werden door malariamuggen zorgden hiervoor. Sardinië werd dan ook uiteindelijk gebruikt als verbanningsoord voor misdadigers en ook vervolgde christenen zochten een goed heenkomen op het eiland.
Het kostte de Vandalenkoning Geiserik in 460 na Chr. dan ook geen enkele moeite om Sardinië in te nemen. De ondergang van het Romeinse Rijk was op dat moment ook al in volle gang. In 534 veroverde de Byzantijnse generaal Belisaurius namens keizer Justinianus Sardinië weer. Justinianus stelde voor Sardinië, Corsica en de Balearen bij Spanje een “iudex provincae” in die samen een aantal stadhouders de eilanden bestuurden. Vanaf 700 werd Sardinië aangevallen door Arabieren die op dat moment het gehele Middellandse Zeegebied terroriseerden maar ook vestingen bouwden op de diverse eilanden.

Sardijnse riddertijd en Italiaanse invloeden

In de 10e eeuw verzwakte ook de macht van het Byzantijnse rijk waardoor de oorspronkelijke bewoners hun greep op het eiland weer konden versterken en begon de zogenaamde Sardijnse riddertijd. Rond het jaar 1000 resulteerde dit in vier judicaten (judik=ridder). Er ontstonden vier machtige families waarvan de ridder van Arborea de belangrijkste was. Gezamenlijk lukte het hen om o.a. de Arabieren van het eiland weg te houden. In 1015 lukte het de Arabier Mugahid van het kalifaat van Cordoba in Spanje om Cagliari en grote stukken van de zuidkust te bezetten.

Paus Benedictus VIII riep de hulp in van de Pisanen en de Genuezen om de Arabieren te verdrijven. Dit lukte, maar kostte de Sardijnen ook een stuk van hun vrijheid. De Italianen kregen namelijk steeds meer invloed op het eiland en namen uiteindelijk zelfs de posities in van de vier families. Alleen de ridder van Arborea behield tot het einde van de 15e eeuw zijn onafhankelijke positie. Eind 13e eeuw raakten de families slaags met elkaar en werd Sardinië door paus Bonifacius toegewezen aan Jaime II van Aragon in Spanje. Hoewel hij zelfs tot koning van Sardinië werd uitgeroepen, lieten de Spanjaarden zich vooralsnog niet zien en hadden de Sardijnen alle gelegenheid om een goede verdediging op te trekken. In 1323 vielen de Spanjaarden Sardinië binnen met een leger van ca. 15.000 manschappen en met behulp van de ridder Ugone van Arborea.
De Genuezen en Pisanen werden snel verdreven maar de Sardijnen raakten van de regen in de drup. De Spanjaarden bleken echte tirannen te zijn en veel strijd was het gevolg. Belangrijk hierbij was Eleonora van Arborea die een nationale volksheldin werd. Zij was het ook die in 1395 de “Carta de Logu”, het burgerlijk en strafrecht, uiteindelijk vertaalde in de Sardijnse taal. Na de dood van Eleonora verloren de Sardijnen de slag van Macomer in 1478 en tevens hun onafhankelijkheid.

Sardinië lijdt onder verschillende machthebbers

Tot 1708 bleef Sardinië Spaans grondgebied. De bevolking werd onderdrukt waardoor het onrustig bleef op het eiland. Daar kwam nog bij dat er verschillende epidemieën woedden en dat het eiland regelmatig werd aangevallen door Saraceense zeerovers. Deze aanvallen zouden tot het begin van de 19e eeuw duren. Eind 17e, begin 18e eeuw raakte Spanje haar machtige positie in Europa kwijt. In 1708 viel een vloot van Engelsen en Oostenrijkers de haven van Cagliari binnen. Bij de Vrede van Utrecht in 1713 kregen de Habsburgers de macht over het eiland. Na een korte Spaanse periode in 1717 werd Sardinië bij het verdrag van Londen toegewezen aan het Huis van Savoye-Piëmonte. Vittorio Emanuele I kreeg de titel koning van Sardinië, maar ook hij bemoeide zich verder bijna niet met het eiland, dat liet hij over aan koningin van Sardinië María Antonieta 'Bourbon' van Spanje, die getrouwd was met Victor Amadeus III van Sardinië.

In 1789, het jaar van de Franse Revolutie, probeerden Franse troepen Sardinië te bevrijden. Een van de soldaten was ene Napoleon Bonaparte, de latere keizer van Frankrijk. De inval mislukte echter. In 1836 werd de feodale macht van de Spaanse adel afgeschaft door koning Carlo Alberto. Vanaf 1820 was het land al geprivatiseerd maar kwam terecht bij een klein groepje rijken wat uiteindelijk leidde tot een ware uittocht van Sardijnen die geen toekomst meer zagen op het eiland. In 1847 reisde een groep Sardijnen naar Genua en men verzocht Carlo Alberto om de rechtspraak van het vasteland ook op Sardinië van toepassing te verklaren.
Op 20 december 1847 werd Sardinië formeel aan Piëmonte toegevoegd. Een echte oplossing voor de bevolking was het echter niet. De zware onderdrukking en de hoge belastingen bleven doorgaan. Onder Vittorio Emanuele II ontstond op 17 maart 1861 het Italiaanse koninkrijk, maar Sardinië bleef in het verdomhoekje zitten. Het liefst had de minister-president van dat moment, Cavour, het eiland aan de Fransen cadeau gedaan, maar dit stuitte op verzet van de Engelsen die bang waren dat de Fransen teveel macht in de regio zouden krijgen.

Twintigste eeuw

De Eerste Wereldoorlog kostte aan ca. 14.000 Sardijnen het leven, gemiddeld veel meer slachtoffers dan in andere Italiaanse provincies. Het Italië van dictator Benito Mussolini proberde in de jaren dertig van de 20e eeuw de economische toestand op het eiland te verbeteren. Hij bouwde nieuwe steden als Carbonia en Fertilia en vestigde nieuwe industrieën op het eiland. Deze aandacht verflauwde weer bij het begin van de Tweede Wereldoorlog.

Het aantal inwoners was inmiddels opgelopen tot boven het miljoen, maar door de veranderende omstandigheden kwam er weer een emigrantenstroom op gang. In de oorlog werden steden als Malcomer, Sassari en Cagliari grotendeels verwoest. Op 26 augustus 1946 werd Sardinië een autonome regio (regione autonomica). Ook Zuid-Tirol, Sicilië en Friuli kregen deze status. Met behulp van Amerikaanse steun lukte het ook Sardinië malariavrij te maken. De belangrijkste ontwikkeling van de jaren zestig was de opkomst van het toerisme waardoor het economisch weer wat beter zou gaan met Sardinië.

Zie verder ook de geschiedenis van Italië op Landenweb.

SARDINIE LINKS

Advertenties
• Vakantie Sardinie
• Sardinie Vliegtickets.nl
• Vakantiehuizen in Sardinie
• Jouw reis voor de beste prijs - Prijsvrij.nl
• Sardinie Kras Reizen
• Sardinie Tui Reizen
• Autohuur Sardinie
• Ferry overtochten van en naar Sardinie
• Càgliari Hotels
• D-Reizen Sardinie
• Sardinie Vliegvakanties WTC
• Alghero Vliegtickets Tix.nl
• Autoverhuur Sunny Cars Sardinië
• Sardinië Campings

Nuttige links

Reisinformatie Sardinië (N)
Romans over Sardinië (N)
Sardinië Start België (N)
Startkabel Sardinie (N)
Telefoongids Italië
Artikelen en Reisverhalen over SARDINIE
  Het onitaliaanse Italiaanse eila..

Bronnen

Ardito, F. / Sardinië
Van Reemst

Bülow, F. von / Sardinië
Deltas

Vries, W. de / Sardinië
Gottmer

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt juli 2019
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems