Steden NIEUW-ZEELAND

NIEUW-ZEELAND   

Wil je persoonlijke reistips ontvangen? Klik hier.

Algemeen

Meer dan 7% van de oppervlakte van Nieuw-Zeeland wordt ingenomen door zeven nationale parken en 1300 natuurreservaten. Bovendien beslaan de bosreservaten 15% van de oppervlakte van het land. Het grootste nationale park is het Fiordland of Sounds National Park, op het Zuideiland. Het belangrijkste bosreservaat is het Waipoua Kauri Forest Sanctuary (900 ha), op het Noordeiland, waar de bijna uitgeroeide kauri-boom in stand wordt gehouden.Het Department of Conservation (DOC) beheerd en bezit alle National Parks, Maritime Parks en Forest Parks. De nationale parken Westland, Fiordland, Mount Cook, Mount Aspiring en Tongariro staan op de werelderfgoedlijst van de Unesco.

Planten

De plantenwereld van Nieuw-Zeeland is zeer soortenrijk en gevarieerd en heeft door de vele endemische soorten een geheel eigen karakter. Maar liefst 2500 soorten zijn endemisch, evenals 1450 van de 1650 bloemdragende planten. Alle bomen die in de winter hun blad verliezen zijn ingevoerd terwijl de inheemse boomsoorten het hele jaar door groen zijn. De overeenkomst met de plantenwereld van Australie is opvallend gering. Nieuw-Zeeland vormt een overgang tussen de plantenrijken Paleotropis en Antarctis ; vooral door het bergachtige karakter van het land overwegen antarctische elementen in het bijzonder op het Zuideiland. Het noorden van het Noordeiland droeg oorspronkelijk een dicht, zeer rijk, subtropisch regenwoud, het kauribos, met meer dan 100 verschillende boomsoorten uit 47 families; de kauri en Beilschmiedia tarairi zijn hier het meest kenmerkend. Dit bos is ook zeer rijk aan boomvarens, epifyten en lianen. De kauri-boom is een sparrensoort en na het Noord-Amerikaanse redwood de grootste boomsoort ter wereld. Pas na ca. 800 jaar is de boom volwassen. De grootste kauri ter wereld staat in het Waipoua Kauri Forest, heet "Tane Manhuta" en is ongeveer 1200 jaar oud, 52 meter hoog en 13 meter in omvang. Het aantal kauri-bomen slonk in de zeventiende en achttiende eeuw snel en de meeste wouden waren toen verdwenen. Tegenwoordig is het een beschermde soort en mag dus niet zo maar gekapt worden.

De "rimu" is een rode pijnboom die in gemengde bossen voorkomt en ca. 25 meter hoog kan worden. De totara werd door de Maori's gebruikt voor het maken van kano's en bij de huizenbouw. De kahikatea is een smalle witte den die o.a voorkomt in moerassige gebieden. Inheemse bomen zijn verder de kaikawaka, de matai, de tawa, de rata, de rewarewa en de kamahi. De gele bloemen van de kowhai zijn tot nationale bloem uitgeroepen. Houtbouw wordt vaak gecompenseerd door het aanplanten van de Californische radiata-den. De pohutukawa of Christmastree komt in de noordelijke kuststreken voor en de nikau-palm, de zuidelijkste palmsoort ter wereld, op het Zuideiland. De cabbagetree is botanisch niet gezien geen boom, maar een soort lelie. Een groot deel van de bossen op Noordeiland werden al in het jaar 200 door een uitbarsting van de Taupo-vulkaan weggevaagd. Toen de eerste Europeanen arriveerden bestond zestig procent van het land nog uit bossen. De meeste inheemse bossen hebben nu plaatsgemaakt voor gras- en bouwland. In het zuidelijk deel van het Noordeiland en het noorden van het Zuideiland is het westelijk regenwoud nog voor een groot deel intact. In de laagvlakte wordt het vooral gekenmerkt door Podocarpus- en Dacrydium-soorten. Op grotere hoogte wordt het vervangen door loofverliezende Nothofagus-bossen, die in het zuiden van het Zuideiland gaan overheersen. Naar het zuiden wordt het bos steeds lager, zodat epifyten en lianen ten slotte "grondplanten" worden.

Er komen in Nieuw-Zeeland meer dan negentig soorten varens voor. Meest voorkomend is de koningsvaren met een blad dat aan de bovenkant donkergroen en aan de onderkant zilverkleurig is. Dit blad is een nationaal symbool. De boomvarens zijn het meest imposant. De zwarte mamaku kan 20 meter hoog worden en de op de koningsvaren lijkende ponga kan 10 meter lang kan worden.De meeste planten zijn door de Europese kolonisten geïmporteerd, o.a. vingerhoedskruid, distel, gaspeldoorn, lupine en hondsroos. Enkele van deze soorten zijn een ware plaag voor bijvoorbeeld schapenboeren geworden. Langs rivieren en in moerassen kan het endemische Nieuw-Zeelandse vlas veel voorkomen. Op het Zuideiland begint boven 1200 meter een zeer dicht en sterk vertakt struikgewas, o.a. gekenmerkt door soorten van Dracophyllum (Epacridaceae), Olearia (Composietenfamilie) en Hoheria glabrata (Kaasjeskruidfamilie). Bij 1350 meter begint de alpine zone, een aan voortdurende, heftige winden blootgestelde halfwoestijn, gekenmerkt door planten waarvan de dichte "vegetable sheep" (Raoulia-soorten en Haastia pulvinaris) het meest opvallen. Deze kussenplanten, het plantaardige schaap en het grote plantaardige schaap groeien op aardhopen die bedekt worden met crèmekleurige bladeren die vanuit de verte op rustende schapen lijken. Hier komen ook de bergmadelief en de gentiaan voor.Op de schaars begroeide puinhellingen zijn de Nieuw-Zeelandse edelweiss (Leucogenes grandiceps), een witbloeiende boterbloem (Ranunculus buchanani), en Ourisia-soorten van de helmkruidfamilie karakteristiek. De Ranunculus buchanani is de grootste boterbloem ter wereld en wordt ook Mount Cook lily genoemd. De droge oostelijke hellingen van het Zuideiland waren oorspronkelijk begroeid met de "tussock"-steppe, voornamelijk bestaande uit Danthonia-soorten, Festuca novaezelandiae en Poa colensoi. Op grotere hoogte wisselt het steeds spaarzamer wordende gras af met zeer eigenaardige, xeromorfe, grasachtige schermbloemigen en composieten, alsmede op heide lijkende, struikvormige Hebe-soorten van de helmkruidfamilie.

Dieren

Voordat de mens op Nieuw-Zeeland arriveerde kwamen er door de geïsoleerde positie van Nieuw-Zeeland maar twee landzoogdieren voor; twee vleermuissoorten. Vossen, herten, gemzen, konijnen, opossums, fretten en hermelijnen werden door de Europeanen ingevoerd. Dit voorbeeld bij uitstek van faunavervalsing zette de inheemse fauna zwaar onder druk. Zo zijn de ca. 70 miljoen opossums een ware plaag geworden die elke nacht naar schatting 21.000 ton aan groene en bloeiende vegetatie opvreten. Op al deze dieren mag onbeperkt gejaagd worden om de schade die ze aanrichten enigszins te beperken.Het aantal soorten vogels was en is maar beperkt, ca. 300 soorten. Al deze vogels kregen ineens veel natuurlijke vijanden, maar ondanks dat leven er nog vele inheemse vogels in Nieuw-Zeeland. Ook het kappen van veel bossen zorgde ervoor dat nog steeds een aantal soorten met uitsterven bedreigd wordt.

Vogels

Nieuw-Zeeland kent ca. 300 vogelsoorten waarvan maar ongeveer de helft ook daadwerkelijk als broedvogel bestempeld kan worden. De kiwi is de bekendste vogel van Nieuw-Zeeland. Deze vleugelloze, bijna blinde vogel is een nachtdier dat zich voedt met bessen, insecten en wormen. Het vrouwtje legt één ei dat door het mannetje wordt uitgebroed. Het gaat niet goed met de nationale trots van Nieuw-Zeeland. Ooit telde het land twaalf miljoen van deze vogels, nu nog maar zeventigduizend. Gevreesd wordt dat de kiwi zonder maatregelen binnen een eeuw uitgestorven is.

De makomako komt veel voor op het Zuideiland; op het Noordeiland alleen in de bossen van Taranaki.De kakapo of uilpapegaai is bijna uitgestorven. Het is een grondvogel die nauwelijks kan vliegen. Met name ingevoerde katten, vossen en opossums hebben een makkelijke prooi aan deze vogel. De kakapo voedt zich onder andere met knoppen, wortels en bessen. De morepork is een inheemse uilensoort die nestelt in dode bomen en zich voedt met vogels, insecten en kleine knaagdieren.De zwarte saddleback met zijn roodbruine rug komt alleen nog maar op speciale vogeleilanden voor. Op het vasteland zou hij snel ten prooi vallen aan de roofdieren en wordt daar dan ook niet uitgezet. De zeldzame kokako is een familielid van de saddleback en leeft alleen nog maar in de bossen van Noord-Taranaki en in het Puketi Kauri Forest.De kea is de enige bergpapegaai ter wereld en deze groene vogel leeft in de Nieuw-Zeelandse Alpen. Hij voedt zich voornamelijk met planten. De Nieuw-Zeelandse valk komt voor in Fiordland en de Zuidelijke Alpen en eet kleine vogels en knaagdieren.De zwartgroen gekleurde pukeko leeft in waterrijke gebieden en is een goede zwemmer. De zeldzame takahe is een rallensoort die leeft in het nationaal park van Fiordland. Er leven nog maar ca. 150 exemplaren die zich voeden met varenwortels. Wat bij ons de nachtegaal is, is in Nieuw-Zeeland de "bellbird" met zijn hele hoge luide stemgeluid.Op de Chathameilanden komt het zeer zeldzame zwarte roodborstje nog voor. Via een speciaal programma is het aantal van zeven in 1979 opgelopen naar ongeveer 150 exemplaren. De kereru of Nieuw-Zeelandse duif komt overal voor, in tegenstelling tot de blauwe eend die alleen nog voorkomt in hooggelegen gebieden. Voorbeelden van door de Britten ingevoerde soorten zijn de havik, de valk, de leeuwerik, de zwaluw, de merel, de spreeuw, de Australische zwarte zwaan, de witkopreiger en de Californische kwartel.Bekende zeevogels zijn meeuwen, sternen, kluten, pluvieren, scholeksters en stormvogels en een aantal grote kolonies jan-van-gents. Van de kaki of zwarte steltkluut, de zeldzaamste waadvogel ter wereld, bestaan waarschijnlijk nog maar enkele exemplaren. De koningsalbatros met een spanwijdte van drie meter komt nog voor op het schiereiland Otago, bij Taiaroa Head.De zwarte stormvogel komt wereldwijd alleen nog maar voor bij de Punakaiki Pancakerocks aan de westkust van het Zuideiland. Twee andere zeer zeldzame vogels zijn de Fiordland-kuifpinguïn en de geeloogpinguïn, die uiterlijk veel op elkaar lijken. De blauwe pinguïn komt nog wel veel voor, maar is alleen 's nachts te zien als hij aan land komt. De "scaup duck" is een kleine watervogel die tot 10 meter diep kan duiken en alleen in Nieuw-Zeeland voorkomt.Na de komst van de eerste mensen duurde het niet lang voordat de moa of reuzenstruisvogel uitgestorven was. De gebeurde al in het begin van de 14e eeuw. Een andere spectaculaire uitgestorven vogel is de Nieuw-Zeeland adelaar, vermoedelijk de grootste adelaar die ooit geleefd heeft.

Reptielen en insecten en ongewervelde dieren

Reptielen zijn zeer spaarzaam vertegenwoordigd met wat hagedissen zoals skinks, gekko's en de beroemde brughagedis of tuatara. De tuatara heeft een stamboom die 220 miljoen jaar teruggaat naar het Trias, en wordt dan ook als het oudste dier ter wereld beschouwd. Amfibieën zijn beperkt tot enkele archaïsche kikvorsen van het geslacht Leiopelma. Slangen komen op Nieuw-Zeeland niet voor.De grote weta is een ongevleugelde sprinkhaan die alleen nog voorkomt op Barrier Island en de Poor Knight Islands. De zwarte zandmug is het bekendste insect van Nieuw-Zeeland en tevens het lastigste; op zoek naar bloed jagen ze op alles wat in beweging is, dus ook en vooral de mens! Een bekende vlindersoort is de distelvlinder. Gewapend met een dodelijk gif is de katipo-spin. De fauna van ongewervelde dieren is eveneens naar verhouding zeer arm, behalve wat de landslakken betreft; Nieuw-Zeeland heeft per oppervlakte-eenheid de grootste diversiteit aan longslakken ter wereld. Verder komen o.a. ook de merkwaardige wormduizendpoten voor.

Zeezoogdieren en zoetwatervissen

In de zeeën rond Nieuw-Zeeland komen potvissen, orca's, dolfijnen, zeeleeuwen en pelsrobben in grote getale voor. In totaal 80 soorten walvissen en negen soorten dolfijnen waaronder de tuimelaars, witflankdolfijnen en de zeldzaamste dolfijn ter wereld, de Hector-dolfijn.Inheemse zoetwatervissen ontbreken geheel in Nieuw-Zeeland. Forellen en zalmen in de meren en rivieren zijn afstammelingen van in de negentiende eeuw uitgezette exemplaren. Door voedsel in overvloed en het ontbreken van natuurlijke vijanden leven er inmiddels miljoenen bruine forellen in de meren. Bovendien zijn ze inmiddels gemiddeld vijf keer zo groot dan hun Britse voorouders. Ditzelfde verhaal geldt voor de regenboogforel. Catfish, baars en karper zijn andere geïntroduceerde soorten.

Schotse wetenschappers zijn er in november 2009 in geslaagd om in de buurt van Nieuw Zeeland een zeldzame vissoort in beeld te brengen op een diepte van ruim zeven kilometer. De vissen zijn gefotografeerd in de Kermadectrog, een kloof in de zeebodem voor de kust van Nieuw Zeeland op een diepte van 7560 meter. Geen enkele andere vis op het zuidelijk halfrond leeft zo diep onder water.

De dieren zijn roze van kleur en hebben een opvallend bolvormig lichaam met een lange staart. De soort staat bekend onder de naam Notoliparis kermadecensis.

NIEUW-ZEELAND LINKS

Advertenties
• Fox verre reizen van ANWB
• Nieuw-Zeeland Vliegtickets.nl
• Down Under
• Accommodaties Nieuw-Zeeland
• Nieuw-Zeeland Oceanie
• Rondreis Nieuw-Zeeland
• Autoverhuur Sunny Cars Nieuw-Zeeland
• Auckland Hotels
• Vakantie Nieuw-Zeeland
• Nieuw-Zeeland Vliegtickets WTC
• Ferry overtochten van en naar Nieuw-Zeeland
• Nieuw-Zeeland Vliegtickets Tix.nl
• Eliza was here

Nuttige links

Campersite Nieuw-Zeeland (N)
Dieren in Nieuw-Zeeland (N)
Duiken, reizen, dieren, landschap, info, foto's Nieuw-Zeland N)
Nieuw-Zeeland Foto's
Nieuw-Zeeland Reisfoto's
Nieuw-Zeeland Reizendoejezo (N)
Reisinformatie Nieuw-Zeeland (N)
Romans over Nieuw-Zeeland (N)
Rondreis Nieuw-Zeeland (N)
Worldphotos Nieuw-Zeeland
Artikelen en Reisverhalen over NIEUW-ZEELAND
  Noorder Eiland Tongariro Crossin..  Rondreis door Henk de Mari

Bronnen

Driessen, J. / Reishandboek Nieuw-Zeeland
Elmar

Gebauer, B. / Nieuw-Zeeland
Lannoo

Gebauer, B. / Nieuw-Zeeland
Elmar

Hanna, N. / Nieuw-Zeeland
Kosmos-Z&K

Harper, L. / New Zealand
Rough Guides

New Zealand
Macmillan

Te gast in Nieuw-Zeeland
Informatie Verre Reizen

Williams, J. / New Zealand
Lonely Planet

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt augustus 2019
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems