M Y A N M A R

MEER REISINFO EN FOTO’S TE VINDEN OP ONZE TRAVELBLOG:
WWW.TANGATANGA.COM/HERLINDEMARC


MYANMAR - ALGEMEEN
Myanmar is de nieuwe naam voor Birma sinds 1989. Het land heeft 52 miljoen inwoners en grenst aan Bangladesh, China, India, Laos en Thailand. Sinds 1948 is het onafhankelijk van het Verenigd Koninkrijk. De bevolking telt meer dan 100 etnische groepen, waaronder Bamar, Shan, Karen, Rakhine, Mon, Kachin, Kayah, Kayin, Chin. Het Birmees is de officiële taal, daarnaast hebben de etnische groepen elk hun eigen talen. Velen spreken een mondje Engels, voornamelijk in de toeristische plaatsen. Het grootste deel van de bevolking is boeddhistisch, het christendom en de islam zijn beperkt vertegenwoordigd.

Het land heeft een tropisch moessonklimaat, met 3 seizoenen, het regenseizoen (mei-okt), het koele droge seizoen (okt-feb) en het hete droge seizoen (feb-mei). De helft van het land wordt door bosgebied ingenomen. In het Noorden heeft het een bergstreek, met als hoogste top 5.881 meter, de Hkakabo Razi.

Als land bezit Myanmar vele rijkdommen, zoals olie, gas, tropisch hardhout en edelstenen (jade, robijnen). Van de opbrengsten hiervan wordt niets gebruikt ten bate van de bevolking, die zeer arm is.

De democratische regering die na de onafhankelijkheid (1948) heerste kon het land niet stabiliseren, voortdurend heersten er conflicten tussen de verschillende etnische groeperingen. In 1962 vond er een militaire coup plaats, sindsdien heerst in het land een militair regime. Zij namen alle macht en schaften onder andere de grondwet af, internationale berichtgeving werd verboden. Alle natuurlijke rijkdommen van het land worden gecentraliseerd en door hen beheerd. De economie werd ten gronde gericht, waardoor het land tot de armste ter wereld behoort.

In 2005 werd de hoofdstad van Yangon naar Naypyidaw verplaatst, hier zijn toeristen niet welkom.

In 2010 worden er voor het eerst verkiezingen georganiseerd. Men hoopt op een democratische regering, maar verwacht er niet te veel van. Teveel mensen begrijpen niet het belang van deze verkiezingen. Het land gaat spannende tijden tegemoet.

We hebben lang getwijfeld om Myanmar in onze rondreis door Azië op te nemen. Het militair regime gebruikt veel geld van het toerisme voor militaire doeleinden. De bevolking wordt door hen arm gehouden en het land kent bijna geen evolutie. Tijdens de rondreis letten we op om zoveel mogelijk ons geld te besteden bij de locale bevolking. Toch gaan er vele dollars ongewild naar het militair regime. Mochten we echter allen het land mijden, zou het toerisme in het land volledig stilvallen, wat zeer nadelig zou zijn voor de bevolking. Een groot deel van hen leeft tenslotte van het toerisme, denken hierbij aan hotels, restaurants, gidsen, taxichauffeurs, souvenirverkopers, …

Als onverwacht positief element aan het leven in Myanmar, vernamen we dat men 10 % van zijn inkomen moet afdragen aan de staat. Hiermee wordt een deelname in de ziekenzorg betaald en op 60 jarige leeftijd een vorm van pensioen.

Myanmar heeft een bevolking van arme, eerlijke en vriendelijke mensen. Groot en klein wuiven en lachen ons toe op straat, het doet hen plezier dat we hierop reageren. Velen spreken ons aan, ze oefenen graag hun talenkennis met toeristen (Engels, Frans, Duits, Nederlands, …). Ze zijn er ook fier op iets meer te kunnen vertellen over ons land van afkomst, België. Deze kennis hebben ze opgedaan door ‘te luisteren’ naar toeristen. Soms zijn ze nogal opdringerig om hun diensten of koopwaar te kunnen aanbieden aan toeristen – dit is echter uit noodzaak om te overleven.

Tijdens onze reis hadden we regelmatig contact met de locale mensen. We werden zeer gastvrij ontvangen en kregen er het gevoel bij zeer welkom te zijn.

Ook al is men zeer arm, de mensen lachen voortdurend en ogen gelukkig met wat ze hebben (velen kennen niet anders), zijn blij vreemdelingen te ontmoeten en wuiven al van verre.
We zagen zeer weinig echte bedelaars, de meeste mensen zoeken een manier om wat geld te verdienen. Ze kweken gewassen, bereiden voedingswaren, maken gebruiksvoorwerpen, … om deze op marktjes te verhandelen. Anderen zoeken het in het toerisme, de lage prijzen waaraan zij hun souvenirs verkopen betekent al heel wat voor hen. Op deze manier kunnen de meesten overleven.

De mensen leven op een zeer vriendschappelijke manier samen. In de kleine bergdorpjes werken ze samen om eenieders veldjes te bewerken, ze betalen elkaar niet, immers alle veldjes komen aan de beurt.

Myanmar heeft een zeer eerlijke bevolking, we hoorden er niemand die te maken kreeg met zakkenrollers of andere vormen van diefstal. Niettegenstaande dat iedereen weet dat de toeristen alle valuta met zich moeten meebrengen wanneer ze het land betreden, dus meestal veel geld bij zich hebben.

De gastvrijheid van deze mensen komt onder andere tot uiting door de vele houten kraampjes die men langs de wegen aan huizen vindt met enkele kruiken water en bekers, waaruit elke dorstige voorbijganger gratis kan drinken naar behoeven.
Zo werden wij regelmatig uitgenodigd in de huizen van mensen, waar we telkens iets te drinken en te eten kregen aangeboden (vb. thee met zoete rijst of nootjes, warme melk met zoetigheden, …). Ook in de locale winkeltjes of restaurantjes wordt traditioneel gratis thee aangeboden.

Het aangezicht van vrouwen en kinderen is meestal ingesmeerd met een soort lichtgele modder. Daarin tekenen ze patronen. Een gewoonte die dient om zich tegen de zon te beschermen en om de huid zacht te houden. Bovendien vindt men het mooi.
Ondanks de warme temperaturen dragen mannen zowel als vrouwen kledij die armen en benen goed bedekt. Ze willen een blanke huid behouden, dat is hier immers een kenmerk van schoonheid. Daarom schermen ze zich telkens zeer goed af tegen de zonnestralen.

De etnische bevolkingsgroepen hebben elk nog hun klederdracht, maar dragen deze enkel nog bij speciale gelegenheden. De meerderheid van de mannen echter dragen nog steeds hun longyi. Een brede lap stof die is dichtgenaaid, deze wordt om de middel geknoopt tot een smalle lange rok. We stelden ons de vraag … zoals bij de Schotten … en ja men draagt er ondergoed onder. Toegegeven, in afgelegen dorpen durft men dit wel eens nalaten …

Jong en oud kauwt hier lustig op betelnoten. Ze lachten ons toe met een mond vol vieze rode en zwarte tanden. Al rochelend spuwen ze een vieze rode brij op de straten, die de kleur van bloed benadert. We vinden dit maar een zeer afstotelijke gewoonte.

Men houdt van vliegeren, meestal met zelf in elkaar geknutselde vliegertjes van gekleurde plastiek zakken.

Chinlon of caneball is een geliefde straatsport bij (jonge)mannen. Deze sport wordt gespeeld met een zeer lichte gevlochten holle bal met een doorsnede van 12 cm. De mannen staan in een kring om het spel te spelen. Ze zijn zeer behendig om de bal lange tijd van de grond te houden door hem te laten botsen op voeten, knieën en hoofd. Als variante wordt met deze bal soms een soort volleybal gespeeld, waarbij de bal op dezelfde manier wordt voortbewogen (dus niet met de handen).

Ondanks de grote armoede, wordt aangeraden niets aan kinderen op straat te geven (zelfs geen snoepje) of niets van hen te kopen. Dit kan enkel leiden tot het wegblijven van school, om op straat iets te kunnen ‘verdienen’. Ouders (vaak ook de kinderen zelf) worden gemakkelijk om hun kinderen van school weg te houden en hen als straatverkopertjes te laten opgroeien. De kinderen komen op deze manier in dezelfde situatie terecht als hun ouders, terwijl het onderwijs voor 95 % van de bevolking toegankelijk is en hen een uitweg kan bieden. Wie iets wil geven aan de kinderen, doet dit het beste via een locaal schooltje.

Veelvuldig valt de elektriciteit uit. De betere hotels en restaurants hebben een eigen generator en vangen hiermee de problemen op. Vooral in Mandalay was het heel erg, het was voortdurend overschakelen. Op sommige plaatsen wordt bespaard in generatortijd en zet men deze slechts aan wanneer het donker wordt.

De wegen in Myanmar zijn in zeer slechte toestand. Wanneer ze al geasfalteerd zijn, zijn er vele diepe putten die niet te ontwijken zijn.
Langeafstandsbussen zijn oud, sommigen hebben airco, maar het stof komt toch door kieren binnen. De gemiddelde snelheid ligt zeer laag, zodat men steeds zeer lange rijtijden kent. Op de meeste trajecten rijden ze enkel ’s nachts.

Minibussen zijn een alternatief, deze worden op sommige trajecten tijdens de dag ingezet als aanvulling op de nachtbussen.

Al dan niet gedeelde taxi’s rijden ook op de meeste lange trajecten, maar zelfs deze zijn niet echt comfortabel te noemen. Het gaat hier telkens over zeer oude en versleten wagens, die worden ingezet op wegen in slechte toestand. Om de putten te vermijden zou de chauffeur te langzaam moeten rijden om deze trajecten nog binnen een haalbare tijd te kunnen rijden.

Een aantal plaatsen zijn bereikbaar per trein. Ook hier moet men rekenen op zeer lange rijtijden. De treinen zijn verouderd, slecht onderhouden en oncomfortabel. Men wordt van links naar rechts gewiegd wanneer de trein iets sneller probeert te rijden op de smalle sporen. Hier dient rekening gehouden te worden met vertragingen tot het dubbele van de vooropgestelde rijtijden.

Enkele trajecten kunnen per boot worden afgelegd. Misschien is dit een goeie manier om te reizen, ook hier gaat het zeer langzaam en we hoorden ook van enorme vertragingen (vb. Bagan-Mandalay, 9 uren vooropgesteld, 11 uren is realistisch / met de bus deden we er 6 uren over, we waren geradbraakt).

De enige echt comfortabele manier om lange afstanden in dit land af te leggen, zijn door gebruik van binnenlandse vluchten. Deze zijn betaalbaar, maar maken al bij al het land duurder om te reizen dan de omringende landen.

Op de internationale luchthaven van Yangon zijn gratis telefoons beschikbaar aan de check-in. Men dient enkel een pasje te vragen om eventjes door de eerste controle te mogen.

Locaal openbaar vervoer leent zich meestal niet voor toeristen. De mensen worden vervoerd met open pick-up’s, vaak zijn deze volgeladen met hun waren en hangen ze er zelf langs de buitenkant aan of zitten ze op het dak. Er wordt nergens in het Engels op vermeld wat de bestemming is, waardoor het bijna onmogelijk wordt om de juiste pick-up uit te kiezen. We hoorden ook dat vreemdelingen vaak geweerd worden bij deze vorm van openbaar vervoer.

Overal zijn verschillende vormen van taxi’s massaal beschikbaar, tegen vrij lage prijzen : fietstaxi’s, motortaxi’s, paardenkarren, ossenkarren, blauwe minitaxi’s, gewone taxi’s, … je kiest maar uit.

Op sommige plaatsen kan je fietsen huren om op eigen houtje de buurt te verkennen.

Visum :
Een visum voor Myanmar kan worden aangevraagd bij hun ambassade te Bangkok (Thailand), waar we eerst naartoe reizen. Maar we zullen al vlug doorreizen naar Myanmar. Om de rompslomp rond ons visum reeds achter de rug te hebben, vroegen we reeds voor ons vertrek bij de Ambassade van Myanmar in België een visum aan. We kregen een visum voor 28 dagen, te gebruiken binnen de 3 maanden.

Adres : Ambassade Myanmar, Generaal Wahislaan 9, 1030 Brussel, tel. 02/270.19.380, www.Thailand-Birma.nl/Birma.htm , openingsuren : 8.30 u – 12.00 u, maandag tot vrijdag, aanvraag voor een visum indienen kan van 10.00 u – 12.30 u

Benodigde documenten : paspoort, 3 pasfoto’s, ingevulde documenten voor aanvraag (beschikbaar ter plaatse)

Ophalen paspoort met visum : na 3 werkdagen eerst telefonisch navragen of het visum klaar is, kan worden opgehaald vanaf 13.30 u
Kostprijs : 25 EUR

Dit visum is enkel geldig voor een bezoek aan de regio Kentung, wanneer je ernaartoe vliegt met een binnenlandse vlucht.

Wanneer je Kentung bezoekt vanuit noord Thailand over land, geldt er een speciale regeling. Deze laat je dan echter niet toe verder te reizen dan regio Kentung. Voor meer informatie hierover, zie tekst grensovergang Thailand – Myanmar (2).

Geldzaken :
Er wordt betaald in USD en MMK, afhankelijk van de aard van de betaling. Hotels, inkomgelden voor monumenten (die door de overheid worden beheerd), trein (overheid), vluchten, sommige gidsen, … worden in USD betaald. Restaurants, markten, winkels, taxi’s, bussen, begeleide excursies, … worden in MMK betaald. Kredietkaarten kunnen enkel in heel dure hotels gebruikt worden tegen een hoge commissie.

In Myanmar zijn geen ATM’s beschikbaar, men kan er enkel geld wisselen, zijnde USD, THB, EUR.

Op het moment dat wij er zijn, is de koers van de USD het meest interessant. Dit doet men beter niet op de luchthaven (lage koers), maar in het hotel of bij de wisselkantoortjes in het centrum (vraag best advies in je hotel). Op straat wisselen is mogelijk, maar niet betrouwbaar. Men raadt ons aan op ‘Scott Market’ te gaan wisselen, maar we vinden deze locatie evenmin geschikt om het dikke pak geld dat we zullen krijgen na te tellen. We willen voldoende valuta wisselen om de ganse periode in Myanmar door te komen (Yangon biedt de beste wisselkoersen), daarom beslissen we tegen een iets minder gunstige koers te gaan wisselen in het Golden Smiles Inn (n°644 Merchant street), waar men een wisselaar laat langskomen. Hier kunnen we tenminste rustig natellen.

In regio Kentung wordt geld gewisseld aan sommige kraampjes op de markt en in sommige winkeltjes (minder goede koers). Op de markt verloopt dit zeer eerlijk en betrouwbaar, de koers schommelt van dag tot dag. Hier geeft men de voorkeur aan THB, omdat men in de nabijheid van de Thaise grens vertoeft. De andere munten (USD, EUR) kunnen echter ook worden gewisseld zonder problemen.

De munt is de Kyat (MMK).

1 USD = 1.015 MMK / 900 MMK in Central Hotel / tot 1.100 MMK op straat (wisselkoersen te Yangon)
1 USD = 900 MMK tot 1.000 MMK (alle andere plaatsen, ook Kentung)
(op het moment dat we hier zijn, kent deze wisselkoers een dalende trend)
1 THB = 30 MMK
1 EUR = 1.500 MMK

Tip :
Vergeet niet een zaklamp mee te nemen, deze komt zeker van pas tijdens de veelvuldige stroomuitvallen overal in het land.

Specifiek regio Kentung :
De hierboven beschreven kenmerken gelden ook voor Kentung, tenzij hieronder anders vermeld.

De verbindingsweg tussen Tachileik (aan de grens met Thailand) en Kentung is in zeer goede staat, de 4 uren durende busrit hiernaartoe valt daardoor enorm mee.

Toeristen hebben we amper gezien in deze regio, die vrij afgelegen is van de rest van het land en daardoor niet zo vaak wordt bezocht. Het vraagt immers extra tijd om er te geraken.

In de regio Kentung zien we zeer weinig auto’s.
Het verkeer op de grote baan bestaat uit wat vrachtvervoer en bussen. Sporadisch rijdt er een witte auto (gehuurd met chauffeur) of minibus met toeristen tussen de grens en het stadje.
In de stad ziet men vooral brommertjes, personenvervoer gebeurt sporadisch met een tuk-tuk. Ook hier ziet men minimaal toeristenvervoer met witte auto’s (gehuurd met chauffeur) en minibusjes (meestal met gidsen vanuit Thailand).
De wegen naar de kleinere dorpjes in de buurt zijn niet verhard.

De bevolking in deze regio lijkt ons over het algemeen iets minder ontwikkeld dan in de rest van het land. Gidsen zijn minder goed opgeleid, vaak spreken ze amper Engels.

De etnische groepen in de kleine bergdorpjes zijn moeilijker te bereiken en dragen veelal nog hun authentieke klederdracht. Dit maakt een bezoek voor de toerist zeer interessant.

Er wordt gevraagd ‘verstandige’ cadeautjes mee te nemen voor de mensen ter plaatse bij een bezoek aan deze dorpjes. De gidsen adviseren koekjes voor de kinderen, shampoo voor de vrouwen, medicijnen voor de ouderen, voeding, …

Ook al hebben deze mensen dit hard nodig, voelen wij dat de manier waarop men handelt met deze geschenken niet de goeie is. De cadeautjes gaan immers altijd naar dezelfde plaatsen, waar de gidsen de beste contacten hebben. Deze mensen verwachten ondertussen van de bezoekende toerist telkens verschillende cadeautjes en vragen om het ene na het andere, waarbij de luxeproducten (koekjes, shampoo) hun voorkeur dragen.

Dit maakt de mensen onbedoeld en onwetend tot een soort bedelaars.

Hiermee voelden wij ons niet zo gelukkig. Maar het afgeven aan het dorpshoofd hielp niet, hij begon onmiddellijk de giften uit te delen onder de aanwezige dorpsgenoten.

Wat we ook opmerken is dat mensen die de ganse dag op het veld gaan werken en niet in hun dorp aanwezig zijn wanneer de toerist er langskomt, nooit aan bod komen en geen geschenken krijgen.



GRENSOVERGANG THAILAND – MYANMAR
Alle toeristen kunnen Myanmar enkel betreden via een luchthaven. We vliegen daarom vanuit Bangkok naar Yangon.

Er is echter 1 uitzondering : de regio van Kentung kan bereisd worden over land vanuit Thailand, je hebt geen visum nodig, je bent verplicht aan de grens je paspoort achter te laten, zo is men zeker dat je opnieuw het land verlaat via dezelfde grenspost.
Visum : zie Myanmar - algemeen : onderaan dit reisverhaal.
Bij aankomst op de luchthaven moeten we enkele documenten invullen :
- een verklaring niet in aanraking te zijn geweest met griep
- aankomst- en vertrekkaart
- douaneformulier
Men mag onbeperkt valuta invoeren in Myanmar, maar vanaf een equivalent van 2.000 USD moet dit worden aangegeven bij aankomst op de luchthaven. Dit geldt eveneens voor het meebrengen van dure voorwerpen, o.a. juwelen, filmcamera’s, …
Voor de uitgang is een toerismebalie, waar we enkele bruikbare kaarten krijgen van Myanmar, Yangon en Mandalay. We bestellen er onze taxi naar het hotel, 6 USD.



YANGON is de voormalige hoofdstad van Myanmar en heeft 6 miljoen inwoners. Het is een groene stad met vele meren, begrensd door de Yangon rivier en het Pazundaung kanaal. In november 2005 kondigde de regering aan te zullen verhuizen naar een nieuwe locatie. Daarop kwam veel protest in 2007, maar ondertussen werd de hoofdstad verplaatst naar een afgelegen gebied, Naypyitaw, waar toeristen niet toegelaten worden. In mei 2008 heeft de cycloon Nargis een deel van de stad vernield.

We checken in bij ons eerste hotelletje in Myanmar, onmiddellijk voelen we het verschil met de Thaise luxe en het moderne comfort daar. Hier is de tijd blijven stilstaan.

Onze eerste indrukken van deze stad zijn inderdaad dat het er zeer groen is, maar ook verouderd en slecht onderhouden. Veel grote gebouwen, vooral de oude overheidsgebouwen, zijn meestal in Engelse stijl opgetrokken, uit de beginperiode van het Engelse bewind (1852 - 1948). Voetpaden zijn in zeer slechte staat, vaak niet aangelegd of vernield. De meeste zijstraatjes zijn niet verhard, vaak met open riolen. Armen zitten langs de straatkant te eten, of te socializen. We gaan ’s avonds niet op pad zonder zaklamp, bang om over de mensen te struikelen, te vallen over losse straattegels of in een riooltje te stappen.

Er wordt veel bijgebouwd, maar het is al vlug niet meer te merken dat het recente gebouwen zijn. Alles wordt met de hand gebouwd en is bijgevolg niet duurzaam, bovendien wordt er niet veel aan onderhoud gedaan.

In het verkeer wordt geen rekening gehouden met voetgangers, een brede straat oversteken is bijgevolg niet zo simpel.

De Sule Paya, een grote gouden pagode die het ronde punt van een groot kruispunt midden in het centrum van de stad vormt, stelt eigenlijk niet zo veel voor. Weer moeten onze schoenen uit om voorbij de ingang te mogen, ook al wandelen we enkel in open lucht. Vele gelovigen bidden hier, goud en offerwaren zijn weerom goed vertegenwoordigd.

Shwedagon Pagoda is veruit de bekendste pagode van Yangon. We bezoeken deze in de late namiddag. Schoenen uit aan de inkom … We stellen ons hierbij geen vragen meer, vuil worden onze voetzolen tegenwoordig dagelijks. Met de lift gaan we naar boven (kan ook te voet), om op het grote plein met de vele stoepa’s en drukversierde tempelgebouwen rond te kuieren. We genieten van het schouwspel, vele Boeddhabeelden worden door gelovigen vereerd en offers worden gebracht. Eén van de vele Mon die hier rondlopen spreekt ons aan. Hij studeert Engels en wil een beetje oefenen, wetende dat zijn accent zeer slecht is. We praten wat met hem, hij vertelt ons over de Boeddhabeelden die geluk brengen, we moeten er water overheen gieten.
De zonsondergang zet de grote Stoepa in het midden helemaal in een rode glans, een prachtig schouwspel. We wachten nog tot 18.30 u, dan worden rondom deze Stoepa allemaal kaarsjes aangestoken, meer en meer mensen bidden, knielen en buigen neer rondom, er heerst een serene sfeer.

Ernaartoe :
minibus Bangkok hotel – luchthaven, 120 THB pp., kan worden geboekt bij de kleine reisbureautjes in de buurt van het hotel
vlucht Bangkok – Yangon, 7.500 THB retour, Bangkok Airways, datum retourvlucht kan gratis worden aangepast, we boekten onze vlucht in een klein reisbureautje tegenover de inkom van ons hotel, amper prijsverschil met een boeking via het internet met Air Asia omdat hier de retourvlucht een afzonderlijke boeking/ticket is, tijdens de korte vlucht krijgen we een lunch
taxi Yangon luchthaven – hotel, 6 USD

Hotel :
Three seasons hotel, 20 USD per nacht voor een 2-persoonskamer met uitgebreid lekker ontbijt, airco, badkamer met warm water, koelkast, er hangt een vochtige geur in de slaapkamer, ruime zitplaats aan de receptie met TV, vriendelijk onthaal, toeristische informatie, mogelijkheid om boekingen te doen van vluchten of bussen voor verdere verplaatsingen aan correcte prijzen, geld wisselen is mogelijk maar de dame adviseert een wisselkantoortje waar het tegen betere koersen kan, n° 83-85, 52nd street, Pazundaung Township, Yangon, Tel. 95-1-293304, phyuaung@mptmail.net.mm

Excursies :
Sule Paya : inkom 2 USD pp (of 2.000 MMK)

Shwedagon Pagoda :
inkom 5 USD, of 6.500 MMK naar keuze
ernaartoe en terug : taxi 2.000 MMK



BAGAN is een archeologische zone met 2.230 tempels, hoofdzakelijk gebouwd met rode bakstenen. In de oudheid waren er 4.446 pagodes, hiervan zijn er velen verdwenen. De stad heeft een 5.000-tal inwoners en bestaat uit 3 delen Nyaung U, Old Bagan, New Bagan. De meeste tempels situeren zich in Old Bagan.

We huren fietsen om de omgeving te verkennen. Na 3 dagen links te hebben moeten fietsen in Thailand, is het weer even wennen om aan de rechterkant van de straat te rijden. Gewapend met een plan van de omgeving waarop we de te bezoeken tempels hebben aangeduid, beginnen we onze tocht. Het is onmiddellijk duidelijk dat we ook hier in een zeer arme plaats zijn, de tijd heeft lang stilgestaan.

We weten al vlug niet meer welke kant op te kijken, overal in het landschap rondom steken de honderden pagodes groot en klein boven het groen uit. Het geeft een zeer bijzondere sfeer. We gaan er enkele van dichterbij bekijken, waaronder Upali Thein met zijn muurschilderingen, Ananda tempel (met mooie muurschilderingen in de ernaast gelegen kapel), Bu Paya, Thatbyinnyu tempel, Mimalaung Kyaung, Dhammayangyi temple, ... en sluiten af met Shwe San Pagoda waar we de zonsondergang afwachten.

Onderweg worden we vaak aangesproken, men komt gewoon naast ons fietsen voor een babbeltje, wat advies, oefenen van hun Engels of een andere taal … de meesten kunnen zelfs iets over België vertellen. Het is duidelijk een leergierig volkje. Op het einde van het gesprek bieden ze meestal hun diensten of wat koopwaar aan. Wanneer we hierop negatief antwoorden klinkt hun repliek ‘ maybe later’, waarmee vele toeristen hun trachten af te schepen, hierbij glimlachen ze spijtig.
Het mag dan wel lastig zijn steeds te worden aangesproken om een of andere souvenir te kopen, terwijl je eigenlijk rustig wil rondkijken, maar de mensen hier doen dit echt uit noodzaak, ze moeten overleven. We voeren met een aantal onder hen leuke gesprekken en wanneer we hen wat meer uitleg geven, wisten ze dit vaak goed te aanvaarden.

In Myinkaba village, een klein ‘lakwerkers’ dorpje, waar we een flesje water drinken onder een boom, geraken we in gesprek met 4 meisjes van 12 jaar. Eigenlijk komen ze ook hun waren (mooi bewerkte en gelakte doosjes en armbanden in vele kleuren) verkopen, maar al vlug komt het tot een leuke babbel. Ze gaan graag naar school, maar mogen er enkel in de voormiddag naartoe, omdat ze arm zijn. Hun – weliswaar beperkte – talenkennis en informatie over de verschillende landen waar de meeste toeristen vandaan komen, hebben ze opgedaan door te luisteren, dat leren ze niet op school.

Na een uurtje rijden we verder, ze vragen of we naar de zonsondergang gaan kijken bij de Shwe San Daw Pagoda (blijkbaar kennen ze goed de toeristische trekpleisters). ’s Avonds zien we hen daar terug, ze komen afscheid nemen met een stralende glimlach. Wanneer we omkijken zien we dat eentje zelfs een traantje wegpinkt …

Ernaartoe :
taxi Yangon hotel – luchthaven, 6.000 MMK
vlucht Yangon – Bagan, 80 USD pp., Air Bagan, zeer verzorgde vlucht, 1 ½ uren onderweg, frisdrank, ontbijt, koffie
taxi Bagan luchthaven – hotel, 5.000 MMK

Aankomst :
Bij aankomst op de luchthaven moeten we 10 USD pp. betalen, voor het betreden van de archeologische site Bagan. Dit wordt nogmaals gecontroleerd in het hotel, indien we het bewijs niet zouden hebben, moeten zij het bedrag aanrekenen voor ze een kamer mogen toewijzen.

Hotel :
New Park Hotel, 16 USD per nacht voor een ruime 2-persoonskamer met badkamer, warm water, incl. goed ontbijt, airco, ventilator, terrasje voor de kamer, vriendelijk onthaal, allerlei boekingen en informatie beschikbaar, verhuur fietsen voor 1.000 MMK per dag, Thiripyitsaya Blok 4, tel. 95 61 60 322, newpark@mptmail.net.mm, www.newparkmyanmar.com



MANDALAY is een stad met 927.000 inwoners, gelegen in het centrum van Myanmar, aan de Irrawaddy rivier. 60 % van de Mon leefden hier vroeger, omdat in de buurt zoveel kloosters zijn.

Met de bus verplaatsen we ons van Bagan naar Mandalay. We nemen de meest nieuwe bus die op het traject rijdt, deze van 8.00 u, met airco. De ganse rit gaat over onverharde wegen met putten en stenen. We worden danig door elkaar geschud. Het stof dat door kieren heen komt, prikkelt onze luchtwegen. Maar het uitzicht op dit land is boeiend. Mensen bewerken hun velden zonder machines, af en toe wat vee er rond, aanvankelijk veel groen maar meer en meer droogte, enkele rivieren, ...
Dorpjes met hutten, de wanden van gevlochten bamboematten en de daken met gedroogde bladeren bedekt, komen we vaak tegen. In de grotere plaatsen zien we hoe de tijd zeer lang is blijven stilstaan en hoe het leven er veelal op straat verloopt.

We komen aan in de ‘nieuwe’ busterminal van Mandalay, wat er nieuw is kunnen we echter niet ontdekken. Het is een groot zandplein, waarop vele voertuigen (het ene al ouder dan het andere, sommigen van ondefinieerbare origine) in één grote chaos door elkaar heen manoeuvreren. Wanneer we met onze taxi in het centrum van de stad aankomen, merken we onmiddellijk een verschil met de vorige plaatsen. Armoe is troef, maar hier is toch iets meer orde. De hoofdstraten liggen er iets beter bij, grote betonnen gebouwen zien er iets nieuwer en beter onderhouden uit. De open riolen zijn meestal overdekt met betonnen platen.

Op een avond wandelen we over de kermis in onze straat. Het is leuk om zien hoe men hier de attracties met eenvoudige materialen zelf opbouwt. Enkele draaimolentjes en een reuzenrad trekken de aandacht. Tot groot jolijt van de vriendelijke jongens aan het ouderwetse rad, gaat Herlinde in op hun uitnodiging om een rondje op het ouderwetse rad mee te draaien. Voor 500 K (0,33 EUR) mag ze mee in een bakje met 3 kleine meisjes. Deze hebben veel plezier en giechelen de hele tijd. Wanneer het bakje boven stil hangt, proberen ze een beetje te praten. Het rad heeft geen motor, de jongens moeten in de spaken klimmen om het te laten draaien … en vlug gaat dit wel. Om te stoppen moeten ze hun gewicht in de andere richting overbrengen. Het ziet er niet zo gemakkelijk uit, maar toch gaat alles zeer vlot.

Mandalay Palace en fort is een groot vierkant domein, omringd door een brede rechte slotgracht.

Daarachter beschermt een hoge omheining het gebied. Tussen het dichte groen, zijn vele huisjes bewoond. Als toerist mogen we enkel een rechte baan volgen tot bij het centrum van het domein, waar het oude paleis is gevestigd. Enkel dit deel mag worden bezocht. We wandelen tussen de vele roodgebeitste houten gebouwen, die bijna allemaal volledig leeg zijn. Enkele oude stukken worden nog tentoongesteld als aandenken aan het oude koningshuis. Dit stelt echter niet veel voor. Op de ronde uitkijktoren hebben we een mooi uitzicht over de stad en zijn omgeving.

Kyauktawgyi Paya is een pagode die omringd wordt door vele kleine witte stoepa’s, geordend in rijen en kolommen. Hierin zijn teksten terug te vinden, die samen ‘het grootste boek ter wereld’ zouden vormen. De pagode op zich is er eentje zoals velen, het zijn de witte stoepa’s die hem iets extra’s geven.

Mandalay Hill is een heuvel die gelegen is aan de rand van Mandalay, waar bovenop een pagode prijkt. We gaan naar boven om de zonsondergang te bewonderen, die zeer mooi zou moeten zijn.

Eigenlijk kan je een groot stuk met de taxi naar boven, maar wij beslissen de 940 traptreden op onze blote voeten te trotseren. Het is interessant om zien hoe enkele verkopers zich hebben ingericht om met hun gezin op de trappen te wonen, zelfs het konijnenhok ontbreekt niet. Onze moeite wordt niet echt beloond, eigenlijk vinden we het uitzicht van boven niet echt bijzonder, we kunnen ons niet voorstellen wat de zonsondergang daaraan kan veranderen. Daarom wachten we niet tot het donker wordt, maar keren onmiddellijk terug naar beneden.

Mingun is een dorpje aan de Ayeyarwaddy rivier met vele pagodes. Hier leeft men grotendeels van het toerisme.

De boottocht ernaartoe is schitterend, toont het leven op en langs de rivier. Mensen wonen in hutjes op de stranden langs het water, op zandbanken en op grote vlotten van gedroogde planten, anderen leven gewoonweg op hun boot.

Bij onze aankomst staan de ossenkarren al te wachten om toeristen rond te voeren. Weinigen gaan hierop in, alle bezienswaardigheden bevinden zich binnen wandelafstand. Het is aangenaam rondwandelen in het dorpje, tussen de kraampjes met souvenirs en etenswaren. De mensen zijn vriendelijk, verkopers niet al te opdringerig. Op onze rondwandeling gaan we enkele bouwwerken van nabij bekijken.

Chinthe ruïnes bestaan op het eerste zicht uit 2 grote beschadigde bolle vormen. Eigenlijk waren het een soort bewakers, half leeuw – half draak, die vernield werden door een aardbeving. Op dat moment woonden er 10 mensen in hun mondopeningen.

De Mingun klok is een enorme bronzen klok (gewicht 90 ton; 4,30 meter hoog; 5,30 meter diameter onderaan). Het zou de grootste onbeschadigde klok ter wereld zijn, deze van Moskou is groter, maar gebarsten.

Molmi Paya is een kleurrijke kleine pagode langs de straat.
We nemen de straat vlak vóór de Hsinbyume paya en wandelen tot aan de pagode op het einde. Hier zien we geen Engelse vertaling van de naam, er komen weinige toeristen zo ver gewandeld. Nochtans is het een mooie sobere pagode, onze klim naar boven wordt beloond met het meest schitterende uitzicht op de omgeving.

Hsinbyume paya, de parel van Mingun, is een zeer bijzondere pagode. Een zeer groot witgekalkt bouwwerk, met heel veel beeldhouwwerk. De overdekte trappen naar boven gaan langs 7 terrassen, waar telkens de 5 soorten mythische monsters worden uitgebeeld in nissen. Nog een lange trap hoger, worden we verwelkomd door een Boeddhabeeld. Het eigenaardige hier is dat er zich een kleinere Boeddha achter verschuilt. Locale mensen vonden deze niet groot genoeg en plaatsen er gewoon eentje voor. Weerom hebben we mooie uitzichten op de omgeving, weliswaar een beetje belemmerd door de hoge uitgewerkte omheining.

De klim naar het platform van de Mingun pagode (die nooit verder werd afgewerkt), is lang en de treden zijn gloeiend heet. Het bovenste gedeelte is niet meer intact (ook door een aardbeving) en we moeten wat klauteren. Ook hier boven kunnen we genieten van een prachtig uitzicht over de omgeving.

Met een blauwe taxi, een minuscule Mazda pick-up van minstens 30 jaar oud, verkennen we de omgeving van Mandalay.

U Bein’s Bridge is de langste teakhouten brug ter wereld, na 200 jaar nog steeds intact. Ze overspant het Taungthaman meer. We wandelen over de brug, die een bocht maakt om beter tegen harde windvlagen bestand te zijn. Op het meer drijven vele kleine vissersbootjes, aan de rand worden grote groepen eenden bijeengedreven.

In Amarapura, eens de hoofdstad van Myanmar, gaan we verder nog naar het Maha Ganayon Kyaung klooster, waar 1.200 Mon wonen. We komen er aan wanneer ze zitten te eten. Onze chauffeur-gids leidt ons rond in en rondom de keuken, waar naarstig de maaltijd voor de volgende dag wordt voorbereid.

We bezoeken er nog een pagode en een zijdeweverij.

In Sagaing brengen 376 traptreden en enkele steile hellingen ons tot boven op Sagaing Hill. Van op de heuveltop hebben we een prachtig uitzicht. Het Taungthaman meer, de Ayeyarwady rivier en een 500-tal stoepa’s bepalen het uitzicht rondom.

Inwa (ook bekend als Ava) is ook een voormalige hoofdstad (vóór Amarapura, Mandalay en Yangon), gelegen op een eilandje tussen rivieren en kanalen, enkel bereikbaar met een bootje. Op het eiland verplaatst men zich met scooters en paardenkoetsen.

We bezoeken het Bagaya Kyaung teakhouten klooster van 1834. Het is wel even opletten om niet met onze blote voeten op de uitstekende nagels te trappen.

De 30 meter hoge uitkijktoren bezorgt ons een schitterend uitzicht over het eiland en de omringende rivieren, we zien ook de Sagaing tolbrug.

Het Maha Aung Mye Bonzan klooster is een groot geel gebouw, met veel beeldhouwwerk. We wandelen naar de achterkant en gaan naar buiten via een achterpoortje. Daar vinden we enkele huizen, het leven gaat er zijn gewone gangetje. Normaal gezien komen hier geen toeristen. Enkele vriendelijke dames tonen ons hoe ze dikke bamboestammen gebruiken om hun huizen mee te bouwen. Ze splijten de stam tot zeer dunnen repen, waarmee een soort tapijt wordt geweven, dat als muur wordt gebruikt. Op het dak leggen ze kortere dikke latjes bamboe over elkaar heen. Ze hebben veel plezier om onze aandacht, spreken geen Engels, maar kunnen zich toch uitdrukken met gebaren.

Ernaartoe :
paardenkar hotel Bagan – busterminal, 1.000 MMK
bus Bagan – Mandelay, 7.500 MMK pp., om 8.00 u vertrekt de nieuwste bus, de enige met airco, echt comfortabel zit deze echter niet, voornamelijk zand- en stenenwegen, we rijden 6 ¼ uren over het traject, terwijl men 8.00 uren had aangekondigd, stopt om de 2 uren voor een korte pauze.
taxi Mandalay busterminal – hotel, 6.000 MMK, we deelden deze taxi met 2 andere reizigers, hebben het gevoel te veel betaald te hebben voor dit traject

Hotel :
Royal City Hotel, 22 USD per nacht voor een ruime 2-persoonskamer met badkamer, warm water, incl. ontbijt, TV, airco, ventilator, koelkast, proper, uitzicht op het dakterras, gelegen vlakbij het paleis, vriendelijk onthaal, 130 27th street 76/77, tel. 31805 28 299, mdy@mptmail.net.mm

Excursies :
Mandalay Palace en fort :
inkom : 10 USD pp., een combo ticket, waarmee je een aantal bezienswaardigheden in de buurt kan bezoeken die door de overheid worden uitgebaat.
ernaartoe : te voet

Kyauktawgyi Paya :
inkom : combo ticket
ernaartoe : trishaw (fietstaxi) van het Mandalay paleis naar de Kyauktawgyi; 1.500 MMK voor ons 2

Mandalay Hill :
inkom : combo ticket, wij gingen via een trap aan de westkant naar boven, daar kon het gratis
boven wordt gevraagd een bedrag van 500 MMK te betalen voor het nemen van foto’s, we gaan gewoon door terwijl anderen discussiëren over deze kost, al goed want het is hierboven toch niet zo speciaal
ernaartoe : te voet
we beklommen de heuvel volledig met de trap (940 treden),
kan ook met de taxi tot bijna boven, van daaruit zou het laatste stuk met een roltrap omhoog kunnen, met de lift terug naar beneden, maar beiden waren gesloten
terug naar het hotel : met de trap tot beneden
van daaruit een blauwe taxi naar het hotel, 3.000 MMK

Mingun :
ernaartoe en terug :
trishaw hotel – haven, 1.500 MMK (op heenweg legden we de helft te voet af, we betaalden 1.000 MMK)
boot Mandalay – Mingun, 4.500 MMK pp. retour, wordt pas gegeven nadat je een inkom ticket hebt gekocht
inkom : 3 USD pp. (enkel nodig voor de beklimming van de voet van de Mingun pagode)

U Bein’s Bridge, Amarapura, Sagaing, Inwa :
blauwe taxi : 18.000 MMK, deze haalt ons op aan het hotel en brengt ons terug. De chauffeur doet zijn best om ons ook een beetje te gidsen en uitleg te geven over de bezienswaardigheden. We bestelden deze excursie in ons hotel.
Aan Sagaing Hill vraagt men normaal gezien het 3 USD ticket, gekocht voor de uitstap naar Mingun, wij hebben geen controle gehad omdat onze chauffeur ons aan een andere trap heeft afgezet..
Op Inwa vraagt men het 10 USD combo ticket (Mandalay palace & fort) om het Bagaya Kyaung teakhouten klooster te mogen bezoeken.
Beide tickets kunnen ook ter plaatse nog worden gekocht.
Inwa : overzetboot kost 1.000 MMK pp., paardenkoets kost 4.000 MMK (max. 4 personen)



KALAW is een iets koelere plaats in de bergen, gelegen op 1.400 meter, met 300.000 inwoners. Een deel van de bevolking bestaat uit Nepalezen en Indiërs die hier naartoe verhuisden om aan de wegen en de Birmaanse spoorweg te bouwen tijdens de Britse heerschappij. Het stadje heeft een 135-tal kleine gehuchtjes op het platteland, waar verschillende stammen wonen, o.a. Palaung, Taungyo, Danu, Pa O. Enkel tijdens speciale gelegenheden dragen zij nog hun traditionele klederdracht. In Kalaw worden ambachtelijk bakstenen geproduceerd, van rode of grijze zand. Deze worden in de zon gedroogd.

Om niet opnieuw de ongemakken van een lange bustocht te moeten doorstaan, kiezen we ervoor om de verplaatsing van Mandalay naar Kalaw te doen met een gedeelde taxi. Ook hier zijn de wegen in zulke slechte staat, dat onze chauffeur de putten niet weet te ontwijken. Zijn taxi is overjarig en we worden weerom danig door elkaar geschud. De uitzichten onderweg zijn schitterend, we genieten ervan tijdens de 6 uren durende rit.

In Kalaw maken we 2 dagwandeltochten, de eerste dag 16 km, de dag nadien gaan we voor 28 km.

We bezoeken dorpen van 4 verschillende locale volkeren : Palaung, Taungyo, Danu, Pa O. Voor we de eerste dag vertrekken gaan we naar de zogenaamde 5-daagse markt. Deze wordt beurtelings gehouden op 5 verschillende plaatsen, dus geen vaste dag in de week. Het is een kleurrijk schouwspel, de mensen uit de bergen komen hun waren verkopen. Dit zijn vooral groenten, fruit, thee, maar ook gebak, gedroogde vis, bladeren om sigaren te rollen (een specialiteit van de streek). Op terugweg van onze tocht komen we de mensen tegen die terugkeren van de markt naar hun dorpen, de vrouwen te voet, de mannen op hun ossenkarren, meestal dronken.

De tweede tocht is ongebruikelijk, maar we kunnen onze gids ervan overtuigen dat we dit aankunnen, enkel omdat we afgelegen dorpen van 4 verschillende volkeren willen bezoeken. Het is inderdaad zwaar, tijdens de middag is de hitte enorm, nergens is er schaduw. Daarom vertrekken we zeer vroeg, kwestie van de hitte voor te zijn. We komen op plaatsen waar de mensen zeer verlegen zijn, ze zien hier nooit toeristen. En dit blijkt uit het feit dat onze gids zelf regelmatig de weg moet vragen om van het ene naar het andere dorp te stappen. Alles via zandbaantjes tussen de velden in het heuvelachtige gebied.

Tijdens deze trektochten worden we regelmatig uitgenodigd om in de huisjes van de plaatselijke bewoners thee te komen drinken, met telkens nog iets erbij (pindanootjes met sesamzaadjes en gedroogde bonen in een sausje, zoete rijstebrij, …). Ook in de kloosters staat telkens de thee klaar om bezoekers te ontvangen. Op zulke gastvrijheid kunnen we enkel reageren door ervan te drinken en te eten, ook al zijn we er niet helemaal gerust in. Hebben deze mensen, ver weg van alle vormen van comfort, wel de mogelijkheden voor hygiëne ? Het is een zeer speciale ervaring samen met deze mensen in een kring op de grond te zitten en elkaar met gebaren iets proberen duidelijk te maken.

Gelukkig hebben we San Lin, onze gids, die een en ander vertaalt.
Onderweg bezoeken we ook een 3-tal kleine schooltjes, waar de meeste kinderen verlegen reageren op onze aanwezigheid.

Met een Duits koppel delen we een taxi om de Shwe Oo Min Natural Cave Pagoda, in Pindaya te gaan bezoeken.

Op heenweg stopt onze chauffeur aan een winkeltje om ons te trakteren met lokaal gebak. We weten niet wat het is, filterdunne in olie gebakken grijze pannenkoeken, het smaakt naar niet veel, maar we eten ze op.

In Pindaya gaan we eerst een ambachtelijke papiermakerij bekijken, waar men ook parapluutjes maakt. Het ganse proces wordt ons getoond, het is ongelooflijk hoe vaardig deze mensen met hun materialen omgaan.

Shwe Oo Min Natural Cave Pagoda is een grottempel, hoog op een heuvelwand gebouwd. De tempel bestaat uit een aantal ‘kamers’ van natuurlijke grotten, waarin meer dan 8.070 Boeddhabeelden staan. Je weet gewoon niet waar eerst te kijken, ertussen zijn smalle gangetjes uitgespaard. Nog steeds worden er beelden gedoneerd door boeddhisten uit gans de wereld (schenker + datum staan telkens onderaan op een bordje vermeld). Aan het einde van een trap op en af, gaan we op onze knieën door een tunneltje om in een zeer lage kleine meditatiegrot uit te komen. We kunnen er enkel zitten met ons vieren.

Op terugweg slaat onze chauffeur opeens af in een graspad, nog eens om de hoek, stopt, zet de motor uit en sluit de auto. Engels spreekt hij niet, maar hij gebaart dat we hem moeten volgen. In een huis (later vernemen we dat het van zijn broer is) krijgen we stoelen aangeboden, een tafeltje wordt tussen ons in geplaatst. En dan begint het, één per één worden schalen met locale zoetigheden binnengebracht, vers gemaakt en warm. We krijgen ook elk een glas verse warme melk. Na een 10-tal schaaltjes stopt men eindelijk met opdienen. We doen ons best en proeven van alle gerechten. Wat we eten is voor ons een raadsel, maar het is allemaal zeer lekker.

Voor het vertrek krijgen we nog een rondleiding in de ruime, zeer primitieve keuken. Weerom ervaren we hier een gastvrijheid die we nog nergens eerder hebben meegemaakt, eigen aan de bevolking van Myanmar. We willen de mensen iets geven om hen te bedanken voor alle moeite en de aangeboden lekkernijen, maar dat willen ze niet accepteren.

Ernaartoe :
gedeelde taxi hotel Mandalay – centrum Kalaw, 25.000 MMK voor een plaats achterin, 27.000 MMK voor een plaats achterin de auto, ongemakkelijke, maar zeer mooie rit van 6 uren door de bergen, we hebben hiervoor niet de beste chauffeur getroffen, hij wil te vlug rijden en kan de putten niet ontwijken

Hotel :
Winner Hotel Kalaw, 15 USD per nacht voor een ruime 2persoons kamer met badkamer, warm water, zeer proper, alle dagen worden lakens en handdoeken ververst, beperkte boekenruil, zeer vriendelijke ontvangst door Ruby, die haar gasten allemaal in hun eigen taal begroet, lekker ontbijt met vers fruitsap van avocado en limoen, TV, airco is hier niet nodig, toeristische informatie, boeking en organisatie van tochten en transport, Pyi Taung Su Road, tel. 95 081 50025, winnerwin29@gmail.com, Aanrader !

Excursies :
5-daagse markt Kalaw :
ernaartoe : te voet

trektocht 1 :
16 km, Kalaw – Ywathit – Taryaw – Viewpoint restaurant – Kalaw, bezoek 2 Palaung dorpen

trektocht 2 :
28 km, Kalaw – Lutpyin – Sharpin – Taunglar – Thithla – treinstation – Kalaw, bezoek achtereenvolgens 1 Taungyo, 2 Danu, 1 Pa O dorpen, lunch in het klooster van het laatste dorp

beide tochten deden we met gids San Lin, Example Trekking Centre, Merchant Street, Kalaw, tel. 95 081 50640 (ook te bereiken via het Winner Hotel), 5 USD per persoon per dag (geen groepstochten, wanneer teveel mensen samen willen wandelen werkt San Lin met een extra gids om de verschillen in wandeltempo op te vangen), inclusief typische lunch, geeft veel uitleg tijdens de tocht, antwoordt op alle vragen, begeleidt ook meerdaagse tochten, o.a. de tocht naar het Inle meer (let wel : overnachtingen zijn niet comfortabel, in kloosters en bij de locale mensen, op de grond op matten, soms zeer dunne matrasjes), Aanrader !

Shwe Oo Min Natural Cave Pagoda :
ernaartoe en terug : gedeelde taxi, 9.000 KKM pp., we kregen een verrassend extraatje (het bezoek aan zijn broer) wat niet gebruikelijk is, we boekten deze tocht via het Winner Hotel
inkom : 3 USD pp., 300 KKM om foto’s te mogen nemen (gemakkelijk te omzeilen)



NYAUNG SHWE is gelegen op 900 meter hoogte, is een klein plaatsje aan de rand van het belangrijkste kanaal ‘Nan Chaung’ dat in het Inle Lake uitmondt. Voor de meeste reizigers is dit de uitvalsbasis om Inle Lake te bezoeken. De hotels aan de rand van het meer zelf, zijn immers enkel per boot bereikbaar en bovendien zeer duur.

Met de trein verplaatsen we ons van Kalaw richting Inle Lake. Een nieuwe poging om het vervoer over de slechte wegen te vermijden. En inderdaad, op de sporen … geen putten … de trein wordt echter voortdurend van links naar rechts gewiegd, geeft ons af en toe het gevoel ‘nu kantelen we in de berm’. Dit omdat hij ‘te snel’ rijdt op de zeer smalle sporen. Alhoewel we 4 ½ uren doen over een traject van +/- 48 km. De zetels zijn meer dan versleten, de leuningen kunnen niet meer rechtop gezet worden … van enig comfort is zeker geen sprake.
We rijden door een mooi groen bergachtig landschap, waarin de verschillende gewassen op de veldjes een kleurrijke noot brengen. De vriendelijke locale passagiers om ons heen verwittigen ons telkens we aan iets bijzonders gaan komen om een foto van te nemen. Wanneer we aan de kleine stationnetjes onderweg stoppen, worden fruit, groenten en locale etenswaren te koop aangeboden. Tussen onze voeten lopen muizen heen en weer die gretig naar etensrestjes zoeken.

Nyaung Shwe is een aangenaam dorpje om eens in rond te slenteren. Veel is hier niet te bezoeken, maar zoals overal in dit land maken de vriendelijke mensen dat goed en ook hier is het boeiend om zien hoe men hier leeft, een grote stap terug in de tijd.

Vroeg om de massa toeristen voor te zijn, vertrekken we met ons bootje naar het Inle Lake. We hebben geluk, ons hotel is één van de weinigen die vanaf 6.00 u ontbijt serveert.

In de ochtendnevel varen we doorheen het kanaal naar het Inle Lake en zien vissers op verschillende manieren hun netten uitwerpen, afhankelijk van de beoogde soort vangst. Gids Tine legt uitvoerig uit hoe het allemaal in zijn werk gaat. Zeer boeiend en mooi om zien.

Na een eindje op het meer te varen, slaan we af om door een smal kanaaltje tussen drijvende tomatenplantages heen te varen, aan de zijkant een lange palenbrug die de toegang tot de veldjes vergemakkelijkt.

De tomatenteelt op drijvende veldjes en het vissen zijn de belangrijkste bronnen van inkomsten aan het Inle Lake. De tomatenkwekers wonen meestal op palenwoningen in teakhout nabij hun plantages, de vissers wonen tussen de tomatenkwekers op palenwoningen gemaakt van bamboe.

Onze eerste halte is het dorpje Maing Thauk, waar vandaag de 5-dagen markt doorgaat. Hier verkopen de mensen uit de streek hun verse waren, zoals vis, groenten, fruit, bereidingen, … maar ook sigaren, ambachtelijk geproduceerde gebruiksvoorwerpen, … we zien een kapper en een smid aan het werk.

We varen verder over het meer en komen aan de andere kant bij ganse palendorpen terecht. De huizen zijn zeer geordend op rijen gebouwd, zodat er mooi tussendoor kan worden gevaren.
In Inbawkon bezoeken we een zijdeweverij. Wanneer men de stengel van de lotusbloem doormidden breekt, kan men de draden eruit gebruiken om samen met zijde te verwerken tot goedkopere stoffen.

Voor de traditionele kledij wordt katoen in vaste kleurenpatronen geweven.
Nampan is onze volgende stopplaats. Hier zien we hoe ambachtelijk de traditionele boten voor op het meer worden gemaakt. De mannen zijn zeer handig, enkel met behulp van een bijtel wordt het hout op maat afgewerkt.

We mogen de trap opgaan om binnen bij hun vrouwen te gaan kijken. Deze maken sigaren met filter, zonder enig hulpmiddel. Ongelooflijk hoe snel dit gaat met de hand. Gemiddeld kan een vrouw 700 sigaren per dag rollen, sommigen verwerken 1.000 stuks.

We varen verder om onze lunch te nuttigen bij een restaurant in ander palendorp, tegenover de Phaung Daw U Paya, die we nadien zullen bewonderen. Ernaast ligt onder een luifel een met goud belegde boot, fraai afgewerkt met een groot kippenbeeld op de boeg. Deze wordt jaarlijks 1 maal gebruikt voor een wedstrijd op het meer.

We varen door een smalle bochtige rivier tot Indein. Hier neemt Tine ons mee langs een smal pad dat eerst de rivier volgt om daarna door een bamboebos af te bochten naar een hogergelegen plaats. Een mooie wandeling. De verrassing is … een pagode midden in de natuur. Allemaal stoepa’s klein en groot, met verschillende materialen afgewerkt. Een aantal zijn vervallen tot ruïnes, anderen zijn fonkelnieuw. Mannen zijn naarstig aan het bouwen aan bijkomende stoepa’s, die nog steeds worden geschonken door boeddhisten uit gans de wereld. Een bijzonder oord.

We keren terug langs de gebruikelijke weg die de meeste toeristen volgen, doorheen een wandelpromenade met toeristenkraampjes aan weerszijde.

In Kela stoppen we nog bij een weverij waar enkele longneck vrouwen aan het werk zijn. Ze zijn fier op hun halsband die uit een lange ringvormige spiraal bestaat, denken hierdoor mooier te worden. Een jong meisje, die ook reeds enkele halsringen draagt, vertelt onze gids dat ze dit leuk vindt. Het is haar eigen keuze.

Het klooster Nga Phe Kyaung, eveneens op palen op het water gebouwd, heeft als enige attractie de ‘springende katten’. Eigenlijk een zeer toeristische trekpleister. Verschillende katten springen beurtelings doorheen een ring en krijgen daarna snoepjes als beloning.

We zouden nog naar een drijvende markt gaan kijken, maar een aantal boten met dronken mannen komen ons tegemoet. Ze zingen, lachen en wuiven ons toe ... tot ze ons naderen en beginnen met ons gans nat te spatten. Tine stelt voor om dit stukje over te slaan, het is jammer want er zijn feesten aan de gang met vuurwerk, ook dat had hij ons graag getoond. Maar het is een risico omdat de mannen reeds nu zo dronken zijn …

We varen dan maar terug richting Nyaung Shwe en genieten onderweg van een romantische zonsondergang op het meer.

Dit was een lange dag met vele indrukken, tijdens een onvergetelijke tocht.

Ernaartoe :
trein Kalaw – Shwe Nyaung, 3 USD pp., onvergetelijke treinrit van 4 ½ uren (zie hoger), je moet dit meegemaakt hebben
pick-up Shwe Nyaung – Nyaung Shwe, 1.000 MMK pp. (we delen deze met John, een Brit die we op de trein leerden kennen)

Hotel :
Paradise Hotel Nyaung Shwe, 22 USD per nacht voor een ruime 2-persoonskamer met badkamer (warm water), airco (niet echt nodig), TV, zithoek voor de kamer, ontbijt inclusief, koelkast (die niet echt nut heeft omwille van de voortdurende stroomuitvallen), de basisprijs voor deze kamer is 36 USD per nacht, we kregen een ruime korting omdat de kamer maar 3 nachten beschikbaar was, het hotel is goed, is zijn 36 USD niet waard, Museum Rd. 40, Thazi quarter, tel. 95-81-29321, www.inleparadise.com, hotelparadise2009@gmail.com (let wel : zelfde gegevens voor zuster-resort-hotel aan de rand van het meer)

Excursie :
Boottocht op Inle Lake : 15.000 MMK voor de ganse boot, we delen de boot met John, die we op de trein hebben ontmoet, deze prijs is bespreekbaar indien je met minder personen bent, we hoorden iemand die 12.000 MMK betaalde omdat ze alleen was, zeer mooi onderhouden boot met dekens voor de kilte ’s ochtends en ’s avonds, paraplu’s om zich te beschermen tegen de felle zonnestralen op de middag, een fles water per persoon, de bootsman vertraagt attent telkens wanneer iemand een foto wil nemen, gids Tine is zeer bekwaam en beantwoord al onze vragen (die niet steeds met de tocht verband houden), Nagaraja Tour en Services, Yonegyi Road, Kanthar Quarter, Nyaung Shwe, (bijna aan het einde van de straat, niet ver voor de brug over de rivier), vraag of Tine persoonlijk de tocht begeleidt, thannaing_nagaraja@yahoo.com, begeleidt ook trektochten en alternatieve boottochten op het meer, doet reservatie van vluchten, luchthavenvervoer, … geeft een zeer goede service, zocht voor ons mensen om de taxi naar de luchthaven te delen (met 2 pers. 13.000 MMK, met 4 pers. 17.000 KKM te delen) telefoneerde om onze vluchtdatum naar Bangkok te verplaatsen (gratis), reserveerde een hotel in Yangon (gratis), we mochten naar Bangkok telefoneren met zijn GSM aan kostprijs, … AANRADER !

Restaurant :
Lotus restaurant
Museum Road, near the museum & Remember Inn, pyonecholotus@gmail.com
zeer lekkere keuken (vroegere kok van één van de beste hotel-restaurants in Nyaung Shwe die een eigen restaurantje begon), verse ingrediënten, dagelijks aangekocht op de markt (tamelijk beperkte kaart om dit te kunnen verwezenlijken), maakt zeer goed gebruik van het grote aanbod verse vis en groenten uit de streek, zeer vriendelijk



GRENSOVERGANG MYANMAR - THAILAND
In Myanmar worden toeristen enkel toegelaten via de luchthaven (uitzondering : Kentung, dat ook over land bereikbaar is via Noord-Thailand – hier gaan we later nog naartoe). We vlogen dus van Bangkok (Thailand) naar Yangon (Myanmar). Je wordt verondersteld via dezelfde weg het land te verlaten.

Aangezien je een terugvlucht moet kunnen aantonen bij aankomst in Myanmar, proberen we vanuit Bangkok een retourvlucht te boeken vanaf een andere locatie in Myanmar. Deze zijn echter niet meer
beschikbaar sinds september 2009, waarschijnlijk om controles te vergemakkelijken.

We kopen een ticket met retourdatum 28 november, gratis aanpasbaar.

Maar op het moment dat we een aanpassing vragen (16 november) blijkt dit onmogelijk, alle vluchten zijn volgeboekt tot 3 december. Na onze binnenlandse vlucht naar Yangon gaan we onmiddellijk naar de internationale luchthaven en laten onze naam op een wachtlijst plaatsen om vrijgekomen plaatsen op te vullen. Of dit lukt, weet men pas na sluiting van de ‘check-in’, we wagen onze kans. En we hebben geluk er zijn 2 plaatsen vrijgekomen … dus mogen we onmiddellijk mee terug naar Bangkok.

De formaliteiten verlopen in beide landen zeer vlot.

De documentjes die we ontvingen bij aankomst in Yangon, moeten we afgeven.

De gebruikelijke documenten voor aankomst in Thailand, moeten worden ingevuld.

We vroegen in België een visum voor 60 dagen aan bij de Thaïse ambassade, waarmee we 2 maal het land mochten betreden. Dit visum is nog steeds geldig, we krijgen opnieuw toelating om 60 dagen te blijven. Dit zijn er meer dan we verwachten, valt enorm mee.



Tussen beide bezoeken aan Myanmar, verkennen we het noorden van Thailand (zie reisverslag Thailand).

Veel reisplezier, www.tangatanga.com/herlindemarc

MYANMAR LINKS

• Fox verre reizen van ANWB
• Myanmar Vliegtickts.nl
• Rondreis Myanmar Kras Reizen
• Accommodaties Myanmar
• Myanmar Vliegtickets WTC
• Hotels Myanmar
• Mandelay Vliegtickets Tix.nl
• Djoser fietsreis - Birma
• Eliza was here

Artikelen


   MYANMAR

opstand in Birma
rondreis MH deel 1c
rondreis MH deel 2c
Lekker weer in Myanmar
Veel pagodes en heel veel kloosters