Landenweb.nl

AZOREN
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Portugees
  Hoofdstad  Ponta Delgada
  Oppervlakte  2.247 km²
  Inwoners  243.862
  (2018)
  Munteenheid  euro
  (EUR)
  Tijdsverschil  -2 (zomer -1)
  Web  .pt
  Code.  PRT
  Tel.  +351

To read about AZORES in English - click here

Populaire bestemmingen PORTUGAL

AlgarveAzorenCosta de lisboa
Costa verdeMadeira

Geografie en Landschap

Geografie

De Azoren (Portugees: Açores), sinds 1976 een autonome regio van Portugal, liggen in de Atlantische Oceaan op een afstand van 1448 km van het Iberisch schiereiland ter hoogte van de Portugese hoofdstad Lissabon, en op ongeveer 2300 km van de oostkust van Noord-Amerika.

De negen bewoonde eilanden zijn São Miguel en Santa Maria in het zuidoosten (grupo oriental), Terceira, Pico, Faial, São Jorge en Graciosa in het midden (grupo central), Flores en Corvo in het noordwesten (grupo ocidental) en de archipel heeft een totale landoppervlakte van ca. 2328 km2. De grootste afstand tussen twee afzonderlijke eilanden, Santa Maria en Corvo, is 585 km; de afstand tussen Faial en Pico is maar 8 km.

De acht onbewoonde Formigas-eilanden (officiële naam: Banco das Formigas e Recife do Dollaborat of Ilhas Formigas), 43 km ten noordoosten van Santa Maria en ten zuiden van São Miguel, worden ook tot de Azoren gerekend. Het grootste eiland van de Formigas is Formigão.

advertentie

Azoren Satellietfoto

Photo: Publiek domein

Afstanden tussen alle bewoonde eilanden in kilometers

Santa MariaSão MiguelTerceiraGraciosaSão JorgePicoFaialFloresCorvo
Santa Maria0102265345330340360575585
São Miguel1020167250250260280500510
Terceira26516705760125122360370
Graciosa345250570408085270280
São Jorge330250604002020250260
Pico340260125802008240250
Faial360280122852080235245
Flores575500360270250240235028
Corvo585510370280260250245280

Corvo is met 17 km2 het kleinste eiland, São Miguel is het grootste eiland met een oppervlakte van 757 km2. Ponta Delgada is de hoofdstad en tevens de grootste stad en ligt op São Miguel. Bijzonder is de ligging van het dorp Fajã Grande op het eiland Flores, want is officieel de meest westelijke plaats van Europa. Het onbewoonde rotseilandje Ilhéu de Monchique voor de westkust van Flores zou het meest westelijke punt van Europa zijn.

In de oceaan rond de eilanden liggen ook nog verschillende andere onbewoonde eilanden, waaronder naast de bovengenoemde acht Ilhas Formigas-eilanden ook het Ilhéu de Vila Franca, het Ilhéu Maria Vaz (Flores), het rotseiland Ilhéu do Romeiro, de rotsachtige eilandengroepen Ilheu do Topo en Ilhéus da Alagoa (São Jorge), de twee 'geiteneilanden' Ilhéus das Cabras (Terceira), Ilhéu de Baixo (Graciosa), Ilhéu da Baleia (Graciosa), Ilhéu Lagoinhas (Santa Maria), de eilanden Deitado en Em Pé (Pico) en het vogeleiland Ilhéu de Praia, met de rijkste en meest diverse populatie zeevogels van de Azoren, waaronder veel trekvogels.

advertentie

Ilhéu de Vila Franca, onbewoond eiland van de Azoren

Photo: Lusitana

Gegevens alle bewoonde eilanden

oppervlakteafstand tot vastelandhoogste punt
São Miguel757 km21584 km1103 m
Pico433 km21860 km2351 m
Terceira402 km21764 km1023 m
São Jorge246 km21832 km1053 m
Faial172 km21908 km1043 m
Flores142 km22152 km915 m
Santa Maria97 km21588 km587 m
Graciosa62 km21844 km402 m
Corvo17 km22148 km718 m

Landschap eilanden

advertentie

Azoren Landschap

Photo: Björn Ehrlich CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

São Miguel

Ilha de São Miguel, het grootste eiland van de Azoren (757 km2, ca. 4,5 keer zo groot als het Waddeneiland Texel, lengte maximaal 64 km, breedte maximaal 17 km, kustlengte 220 km) en samen met Santa Maria behorend tot de grupo oriental, telt vele vulkanische verschijnselen en is geologisch gezien ongeveer 4 miljoen jaar oud.

São Miguel bestaat eigenlijk uit twee eilanden die pas 50.000 jaar geleden samengevoegd zijn. De dichtstbijzijnde eilanden zijn Santa Maria op 102 km en Terceira op 167 km.

advertentie

Satellietfoto São Miguel

Photo: Publiek domein

Enorme kraters zijn met meren gevuld en her en der op het eiland liggen geneeskrachtige thermale waterbronnen. São Miguel wordt ook wel het 'Ilha Verde' genoemd, het 'groene eiland'; vooral het centrale gedeelte van São Miguel is zeer groen en vruchtbaar. São Miguel telt drie zogenaamde stratovulkanen (Sete Cidades, Água de Pau en Furnas), hoge kegelvormige vulkanen die zijn opgebouwd uit lagen van gestolde lava en tefra. Dit soort vulkanen heeft steile hellingen en ze worden gekenmerkt door regelmatig voorkomende explosieve uitbarstingen. Tussen de Sete Cidades en Fogo is sprake van een door geologen zo genoemd monogenetisch (één uitbarsting, daarna nooit meer actief) vulkanisch gebied met 270 vulkanen.

Beroemd zijn de kratermeren in een van de grootste kraters van de Azoren, de Caldeira das Sete Cidades (omtrek 12 km), en dan met name de twee grootste meren, Lagoa Azul, het 'blauwe meer' en het Lagoa Verde, het 'groene meer'. De twee bijzondere kleuren worden veroorzaakt door de algen en waterplanten, die in het kleinere meer Lagoa Verde voor de groene kleur zorgen. De krater is op zijn breedst 5 km in doorsnee, en de hoogste berg van de kraterrand is de Pico das Éguas (873 m). De hoogste berg van São Miguel, gelegen in de Serra da Tronqueira, is de Pico da Vara (1103 m), de op een na hoogste berg is de Pico da Barrosa (947 m). Het Lagoa das Furnas is het op één na grootste meer van São Miguel met een oppervlakte van 1,9 km2, een lengte van 2 km, een breedte van 1,6 km en een diepte van 12 meter. De thermale bronnen op de oevers van het meer bereiken een temperatuur van 61,5°C.

De Ribeira Grande is de wildste rivier van São Miguel en wordt dan ook gebruikt voor het opwekken van stroom. Andere rivieren en beken zijn de Ribeira Quente, Ribeira do Faialda Terra, Ribeira da Praia, Ribeira das Barrelas, Ribeira das Très Voltas, Ribeira do Cachaço, Ribeira do Guilherme, Ribeira do Mato, Ribeira Purgar, Ribeira dos Pelanos, Ribiera dos Migueis en Ribaira Funda. Na het Lagoa Azul en het Lagoa Verde is het Lagoa do Fogo het grootste kratermeer van São Miguel. Andere kratermeren zijn de Lagoas Empadas, het Lagoa do Canário, het Lagoa do Fogo (op een hoogte van 570 het hoogst gelegen meer van São Miguel). Watervallen, vaak op verborgen plekken, zijn onder andere de Salto do Cagarrão, Salto do Prego en Salto do Cabrito.

Santa Maria

Het andere eiland van de grupo oriental is Santa Maria (hoofdstad Vila do Porto), dat als eerste eiland van de Azoren door de Portugezen werd gekoloniseerd en geologisch gezien het oudste eiland van de Azoren is met een respectabele leeftijd van 8-10 miljoen jaar. Santa Maria, ook wel het 'gele eiland' genoemd, is ook het enige eiland van de Azoren waar fossielen gevonden zijn.

Santa Maria is met een oppervlakte van 97 km2 (iets groter dan het Waddeneiland Terschelling, 86 km2) het op twee na kleinste eiland van de Azoren; Santa Maria is maximaal 16 km lang, 10 km breed en heeft een kustlengte van 76 km. Santa Maria is het meest zuidelijk gelegen eiland van de Azoren en ligt van alle eilanden het dichtst bij Portugal. Het dichtstbijzijnde eiland, São Miguel, ligt op 89 km.

advertentie

Parohie Vila do Porto in de hoofdstad met de gelijke naam Vila do Porto

Photo: Julen Iturbe-Ormaetxe CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Santa Maria is nog absoluut niet toeristisch, hoewel het klimaat zeer zacht en zonnig is. Ook de kusten zouden toeristen kunnen aanspreken, men spreekt zelfs over de kuststrook met zijn witte stranden, redelijk uniek voor de Azoren met zijn overwegend zwarte stranden, als het 'Algarve van de Azoren', hoewel een groot gedeelte van de kusten steil naar de zee dalen.

Het binnenland van Santa Maria, dat vulkanisch niet meer actief is, is heuvelachtig en bedekt met groene weilanden. In het centrale gebergte van Santa Maria, bedekt met Japanse ceders, boomheide, jeneverbes en laurier, ligt de hoogste top van het eiland, de Pico Alto (587 m). Tijdens de regenmaanden is de waterval Cascata do Aveiro een toeristisch hoogtepunt, evenals de waterval Foz da Ribeira Grande. De nauwelijks bewoonde noordwestkust van Santa Maria, de Barreiro da Faneca, bestaat uit een halfwoestijnachtig landschap met kleiachtige rode grond en wordt de 'rode woestijn' van de Azoren genoemd. Het westen van Santa Maria is over het algemeen vlak en in de zomer veranderd dit gebied in een dor steppeachtig landschap, waarin agaven en cactussen overheersen. Het dunbevolkte oosten van Santa Maria is heuvelachtig en groen.

Enkele riviertjes zijn de Ribeira do Engenho, Ribeira de Santa Bárbara, Ribeira do Salto, Ribeira Grande, Ribeira do Amaro en Ribeira do Cachaço.

Faial

Faial (grupo central) is met een oppervlakte van 172 km2 het vijfde grootste eiland van de Azoren, heeft een lengte van 21 km, een breedte van 14 km en de kustlengte bedraagt ca. 80 km. Het dichtstbijzijnde eiland, Pico, ligt op slechts 8 km. Faial is niet echt een prettige plaats om te wonen; de geschiedenis van het eiland is gelardeerd met vulkaanuitbarstingen en zware aardbevingen, tot in de 20e eeuw toe. Zo werd in 1998 een groot deel van de gebouwen in het oosten van Faial verwoest. Verder bestaat het eens zo bosrijke eiland nu voor een groot gedeelte uit grasland en weilanden met her en der wat bosschages.

advertentie

Satellietfoto van gedeelte van Pico, met links de Caldeira-krater

Photo: Publiek domein

Toch is Faial een echt toeristeneiland en dankt zijn bijnaam 'ilha azul', het 'blauwe eiland', aan de bloeiperiode van de hortensia's, die soms hele heuvels bedekken. In het westen van het eiland, op het Capelo-schiereiland, ligt de jongste vulkaan van de Azoren, de Vulcão dos Capelinhos. Door de uitbarsting ontstond er ca. 2,5 km2 nieuw land (door de krachtige branding is al twee derde van de oorspronkelijk oppervlakte verdwenen), dat een woestijnachtig karakter heeft maar na vele jaren eindelijke wat begroeiing toont. Ten westen van Castelo Blanco ligt net voor de kust een enorm rotsblok (ca. 150 meter hoog), de Morro de Castelo Branco, van het vulkanische gesteente trachiet. De zuidkust van Faial is steil met grotten en rotsbogen.

Bijzonder is de gigantische Caldeira-krater, 400 meter diep met steile wanden en een doorsnede van 1450 meter. Het hele kratergebied behoort tot de Reserva Natural da Caldeira do Faial. Het hoogste punt van Faial is de Cabeço Gordo (1043 m). De noordkust is een landelijk agrarisch gebied met tot op de hellingen veel weilanden. Ten westen van dit gebied ligt het bosrijke Zona do Mistério. De voormalige vulkaan Monte da Guia kijkt uit over de stad Horta en de krater Caldiera do Inferno is gevuld met zeewater.

Pico

advertentie

Montanha de Pico, hoogste berg van de Azoren op het eiland Pico

Photo: José Luís Ávila Silveira/Pedro Noronha e Costa in het publieke domein

Pico (grupo central) is met een oppervlakte van 422 km2 (bijna 2,5 keer zo groot als het Waddeneiland Texel) het op één na grootste eiland van de Azoren met een maximale lengte van 46 km, een maximale breedte van 16 km en een kustlengte van ca. 147 km.

Het zeer bijzondere landschap van het bij uitstek vulkanische eiland Pico, het 'Ilha Montanha' (het bergachtige eiland), wordt volledig gedomineerd door de vulkaan Montanha de Pico, die tot een hoogte van 2351 meter reikt. Daarmee is de vulkaan niet alleen het hoogste punt van de Azoren, maar ook van heel Portugal. De centrale krater van de Pico wordt de Pico Grande genoemd en heeft een doorsnede van ca. 700 meter. In de krater bevindt zich een vulkanische kegel, de Pico Pequeno, die ongeveer 50 m boven de kraterrand van de Pico uitsteekt.

Opmerkelijk in het landschap van Pico zijn de zogenaamde 'mistérios', gestolde lavastromen die na eeuwen nog steeds niet met vruchtbare grond bedekt zijn en daardoor nauwelijks bruikbaar zijn voor landbouw. Wat overblijft is een rotsachtig landschap waar alleen wat korstmossen groeien, afgewisseld met dichtbegroeide gebieden. De meest recent ontstane mistério dateert van 1720. Bijzonder zijn ook de stenen hopen of 'maroiços' die vooral aan de westkust van Pico te vinden zijn. Deze lavahopen zijn ontstaan toen de bewoners van Pico wijnbouwgrond wilden creëren en behoren nu tot de beschermde historie van Pico.

De Gruta das Torres is een meer dan vijf kilometer lange en tot 15 meter hoog vulkanisch tunnelcomplex onder een gestolde lavastroom, een van de langste vulkaangangen ter wereld. Op Pico zijn nog meer dan 80 andere, weliswaar kleinere, vulkanische grotten te vinden, o.a. de Furna de Frei Matias en de Gruta das Canárias.

De oostpunt van Pico is geschikt voor landbouw met als centrum het dorp Piedade. Het centraal en oostelijk berggebied van Pico wordt de Planalto Central of Planalto da Achada genoemd, een vrijwel onbewoonde tot 800 meter hoge vlakte met een aantal kratermeren (o.a. Lagoa Seca, Lagoa do Caiado, Lagoa do Paul en Lagoa Peixinho), platte vulkaankegels en een bergrug met een serie uitgedoofde vulkaantoppen, waaronder de Grotões (1008 m), de Cabeço Escalvado (1004 m) en de Caveiro (1076 m). In totaal telt Pico wel zo'n honderd vulkanen. Het Lagoa do Caido is het grootste meer op de Planalto Central, het grootste kratermeer van Pico is het Lagoa do Capitão. De westelijke kuststreek daalt op veel plaatsen veel minder steil naar beneden en hier ligt dan ook de havenplaats Madalena.

São Jorge

São Jorge, naast het eiland Flores een waar wandelparadijs met zeer veel kustpaden en andere wandelroutes, is met 246 km2 (bijna 1,5 keer zo groot als het Waddeneiland Texel) het vierde grootste eiland van de Azoren, heeft een maximale lengte van 55 km, een smalle maximale breedte van 7 km en een kustlengte van ca. 140 km. São Jorge ligt 35 km ten zuiden van Graciosa, 17 km ten noorden van Pico, 26 km ten oosten van Faial en 52 km ten westen van Terceira.

advertentie

Satellietfoto São Jorge

Photo: Publiek domein

São Jorge (grupo central) is een 'groen' eiland met een mooie natuur, vulkaantoppen, weilanden, steile rotshellingen en zeer smalle bebouwde kustvlakten, de 'fajãs', waarvan er op São Jorge 46 te vinden zijn, 30 aan de noordkust en 16 aan de zuidkust. De huizen op de meeste fajãs zijn in de loop der tijden, vooral na de aardbeving van 1980, verlaten, alleen de grotere fajãs zijn nog bewoond. De centrale bergrug van São Jorge, Serra do Topo, heeft als hoogste top de Pico dos Frades (942 m) en rijgt verder de ene vulkaankrater na de andere aan elkaar. Het vruchtbare hoogland van het eiland, met een gemiddelde hoogte van 700 meter, wordt gebruikt voor het weiden van runderen en in deze streek zijn ook een aantal watervallen te vinden. De noordkust van São Jorge is woest met nagenoeg verticale kliffen van 700 meter hoog, en daardoor zijn de kustvlakten vrij ontoegankelijk en soms alleen te voet te bereiken. Hier zijn ook de hoogste toppen van São Jorge te vinden, de 1053 meter hoge Pico da Esperança en de 1019 meter hoge Morro Pelado.

São Jorge telt diverse riviertjes en beekjes, o.a. Ribeira do Belo, Ribeira do Almeida, Ribeira das Queijades, Ribeira da Casa Velha, Ribeira do guadalupe, Ribeira do Jogo, Ribeira do Ferro, Ribeira do Capadinho, Ribeira dos Vimes, Ribeira do Cavalete, Ribeira dos Cedros, Ribeira de São João, Ribeira dos Bodes en Ribeira Funda.

Groen landschap op São Jorge

Photo: José Luís Ávila Silveira/Pedro Noronha e Costa in het publieke domein

Terceira

Terceira is met een oppervlakte van 402 km2 (ca. 2,3 keer zo groot als het Waddeneiland Texel) het op twee na grootste eiland van de Azoren, na São Miguel en Pico. De maximale lengte van Terceira is 30 km, de maximale breedte is 18 km en de kustlengte bedraagt 124 km. De dichtstbijzijnde eilanden zijn São Miguel op 145 km en Faial op 106 km.

Satellietfoto Terceira

Photo: Publiek domein

Terceira (grupo central) is een vulkanisch eiland met een keur aan vulkanen, vulkaanpijpen, lavagrotten, kratermeren (o.a. Lagoa das Patas, Lagoínha da Serreta, Lagoínha do Vale Fundo, Lagoa do Negro), lavatunnels, gestolde lavastromen, fumarolen, zwaveldampen en stoomgaten. Zwemmen kan men in de vele lavazwembaden. Het westen van Terceira, met veel meer bossen dan in het oosten van het eiland, wordt volledige gedomineerd door het massief van de nog in 1762 actieve en jongste vulkaan van Terceira, de Serra de Santa Bárbara, met een hoogte van 1023 meter tevens het hoogste punt van Terceira. Ten noordoosten hiervan ligt een uitgestrekt bosgebied, Mata da Serrata.

In het noordoosten van Terceira ligt de bergrug Serra do Cume, waarvandaan men een goed uitzicht heeft op de baai en het langgerekte zandstrand bij de plaats Praia da Vitória. Het noorden van Terceira is over het algemeen ruig en weinig toegankelijk met vulkaangrotten als de Furna das Pombas, met uitzondering van de kustvlakte Alagoa da Fajãzinha, een landelijk gebied waar wijnbouw mogelijk is. Deze vlakte, gelegen tussen de Serra do Cume en de Serra da Ribeirinha is de grootste vlakte van de hele Azoren-archipel. De oudste vulkaan van Terceira is de Cinco Picos, de 300.000 jaar geleden ingestorte caldera van deze vulkaan is met een doorsnee van 7 km de grootste van de Azoren.

In het centrale bergland zijn oerbossen, vulkanische grotten (o.a. Gruta do Natal, Algar do Carvão), fumarolen (o.a. Furnas do Enxofre), maar vooral ontelbare vulkanen te vinden. Bijzonder zijn hier ook de Mistérios Negros, zwarte lavaheuvels die na de uitbarsting van de Santa-Bárabaravulkaan in 1761 ontstaan zijn. De Terra Brava, het 'wilde land' wordt gekenmerkt door een groot aantal stierenweiden. Biscoito das Fontinhas is een dichtbebost lavaveld met diep ingesneden eeuwenoude wagensporen of 'relheiras'. De Pico Alto is met 808 meter de op een na hoogste top van Terceira.

Natuur en landbouw langs elkaar op het eiland Terceira, Azoren

Photo: Publiek domein

Graciosa

Graciosa (grupo central) is het op één na kleinste eiland van de Azoren, Corvo is het kleinste eiland, met maar een oppervlakte van 62 km2 (iets groter dan het Waddeneiland Ameland, 59 km2), een maximale lengte van 12 km, een maximale breedte van 8 km en een kustlengte van 43 km. Graciosa is in zijn geheel uitgeroepen tot een UNESCO Biosfeerreservaat. Het dichtstbijzijnde eiland is Terceira op 50 km.

Satellietfoto Graciosa, Azoren

Photo: Publiek domein

Dwars over het eiland zijn drie bergruggen te onderscheiden, de Serra Dormida, de Serra Branca en de Serra das Fontes. Opvallend is de bergketen in het zuidoosten van Graciosa met de Caldeira en de enorme vulkanische (zwavel)grot Furna do Enxofre, de Furna do Abel en de wat kleinere vulkanische tunnel Furna da Maria Encantada. De kraterrand van de Caldeira is maximaal 402 meter hoog, 1600 meter lang en 800 meter breed, en dit is meteen het hoogste punt van Graciosa. Andere 'toppen' zijn de Pico Timão (398 m) en de Pico do Facho (375 m). De Furna do Enxofre is 95 meter diep en 130 meter breed en herbergt een kleine kratermeertje dat ca. 22 meter onder zeeniveau ligt, het Lagoa do Styx. Het redelijk vlakke noordwesten van Graciosa wordt gekenmerkt door weilanden en wijngaarden.

Het dorpsplein van de hoofdstad Santa Cruz da Graciosa wordt omringd door gigantische Nieuw-Zeelandse kerstbomen die al in de 19e eeuw geplant werden.

Caldeira van Graciosa, Azoren

Photo: Angrense in het publieke domein

Flores

Flores is naast het 'bloemeneiland' ook het landschappelijk ruigste maar ook mooiste eiland van de Azoren met vele bergen, valleien, kratermeren, watervallen en zeer steile tot 600 meter hoge kliffen. Flores is ook het meest westelijke en op drie na kleinste eiland van de Azoren met een oppervlakte van 142 km2 (bijna vier keer zo groot als het Waddeneiland Vlieland). Flores heeft een maximale lengte van 17 km, een maximale breedte van 12 km en een kustlengte van ca. 72 km. Flores is uniek voor de Azoren want heeft in tegenstelling tot de andere eilanden geen caldeira en ook geen lange kloven. En net als Corvo ligt Flores tussen twee tectonische platen in en kent daarom geen aardbevingen.

Flores behoort samen met het kleine Corvo tot de westelijke groep (grupo ocidental) bewoonde eilanden van de Azoren en is net als het eiland Graciosa door de UNESCO uitgeroepen tot biosfeerreservaat. Net als Corvo behoort Flores geologisch gezien tot Amerika, want ligt op Noord-Amerikaanse plaat en drijft langzaam richting het Amerikaanse vasteland. Flores heeft over het algemeen in het westen een ruige, steile en daardoor ontoegankelijke rotskust, waar, met name in de wintermaanden, vele watervallen zich omlaag storten; ook liggen hier brandingsgrotten als Gruta dos Enxaréus en Gruta do Galo. Ook meer landinwaarts zijn veel watervallen te vinden, onder andere het meer Poço das Patas ten oosten van de plaats Fajãzinha wordt gevoed door veel watervallen van de Ribeira do Ferreiro. Een van de bergbeken van Flores, de Ribeira das Casas, mondt uit in de 90 meter hoge waterval Cascata do Poço do Bacalheu. De Ribeira das Casas ontspringt op de hoogste top van Flores, de Morro Alto (915 m).

Waterval 'Cascata do Poço do Bacalhau', een van de vele watervallen op Flores, Azoren

Photo: Unukorno Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

Andere hoge toppen op Flores zijn de Pico da Burrinha (886 m) en de Pico dos Sete Pés (849 m). De steile hellingen van de groene westkust, die honderden meters hoog kunnen zijn, zijn bedekt met bossen en weilanden. Het bergachtige binnenland van Flores wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van bossen, moerassen, kratermeren, vulkaankegels, en wordt opgefleurd door jeneverbesstruiken en hortensiahagen. De gehele oostkant van Flores wordt door diep ingesneden dalen doorklieft. De rotsformaties op de landtong Ponta da Caveira zijn ruig en spectaculair.

Het gebied van de kratermeren wordt Sete Lagoas genoemd, de 'zeven meren'. De zeven meren zijn Lagoa da Lomba (15 m diep), Lagoa Comprida (17 m diep), Lagoa Negra (het diepste meer, 105 m), Lagoa Seca (seca = droog, dus het meer met het minste water), Lagoa da Água Branca (zeer ondiep, 2 m), Lagoa Funda (22 m diep) en Lagoa Rasa (16 m diep). Indrukwekkend is het basaltmassief Rocha dos Bordões.

Naast de al genoemde rivieren Ribeira do Ferreiro en Ribeira das Casas kent Flores nog een aantal rivieren en beken: Ribeira do Mouco, Ribeira da Badanela, Ribeira Grande, Ribeira da Lapa, Ribeira do Monte Gordo, Ribeira Funda, Ribeira da Esguilhão, Ribeira da Fazenda, Ribeira da Silva, Ribeira do Loureiro, Ribeira Seca, Ribeira da Lapa, Ribeira do Fundão, Ribeira do Mosteiro, Ribeira da Caldeira, Ribeira Grande, Ribeira do Pomar, Ribeira das Lajes, Ribeira d'Além, Ribeira do Moinho en Ribeira da Privada.

Lagoa Funda, met op de achtergrond Lagoa Rasa, Flores, Azoren

Photo: Luisa Madruga CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Corvo

Corvo of het 'kraaieneiland' is het kleinste bewoonde eiland van de Azoren met een oppervlakte van maar 17 km2 (het Waddeneiland eiland Vlieland is met een oppervlakte van 36 km2 iets groter). De maximale lengte van Corvo is 6,5 km, de maximale breedte 4 km en de kustlengte bedraagt ca. 21 km. Geologisch gezien behoort Corvo tot Noord-Amerika, want ligt op de Noord-Amerikaanse continentale plaat.

Satellietfoto van Corvo, Azoren

Photo: Publiek domein

Het landschap van Corvo (grupo oriental) wordt totaal gedomineerd door de gigantische en enige krater (275 m diep en een doorsnede van 2000 m) midden op het eiland, de Caldeirão. In de krater, een van de grootste van de Azoren, zijn weilanden aangelegd en daar grazen koeien. De hoogste punten van de kraterrand zijn in het zuiden de Morro dos Homens (718 m), tevens het hoogste punt van Corvo, en in het noorden de Serrão Alta (663 m). Op de bodem van de krater bevind zich een achtvormig meer.

Enkele beekjes op Corvo zijn de Ribeira Funda, de Ribeira do Poco de Agua, Ribeira da Lapa en de Ribeira da Fonte Doce. Corvo heeft de hoogste kliffen van de Azoren, tot wel 700 m hoog, met name in het noorden en noordwesten van het eiland.

Vulkanisme

Vulkanisch gesteente voor de vulkaan Capelinhos, Azoren

Photo: Feliciano Guimarães Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

De Azoren-eilandengroep is onmiskenbaar van vulkanische oorsprong, met in 1957-1958 het ontstaan van de jongste vulkaan en in 1998 de laatste grote aardbeving met doden, gewonden en bijna 20.000 daklozen.

De Azoren zijn in feite bergtoppen van een onderwatergebergte die boven de oceaan uitsteken. op de bodem van de oceaan stroomt voortdurend heet vloeibaar magma, dat stolt zo gauw het in aanraking komt met het veel koudere zeewater. Die continue aanvoer van nieuw gesteente zorgt ervoor dat de continenten Europa en Afrika en Amerika aan weerszijden van de Atlantische Oceaan met een snelheid van 1 cm per jaar uit elkaar gedrukt worden. Door deze platentektoniek verwijdert de westelijke eilandengroep, Flores en Corvo, zich van de andere eilanden van de archipel en is geen vulkanisch actief gebied meer.

De eilanden van de 'grupo central' en de 'grupo oriental' daarentegen, behalve Santa Maria, zijn zeer vulkanisch. Deze twee groepen eilanden liggen ingeklemd tussen een aantal grote continentale platen en daar komen nog regelmatig uitbarstingen en aardbevingen voor. De jongste vulkaan, Capelinhos, werd in de jaren 1957-1958 geboren en vrij 'zware' aardbevingen kwamen nog voor in 1980 en 1998, de laatste had een kracht van 5.6 op de Schaal van Richter en kostte acht mensen van het eiland Faial het leven. In de weken na de grote beving werden er nog meer dan 3000 naschokken geregistreerd. In totaal werd de archipel sinds de kolonisatie in de 15e eeuw getroffen door meer dan dertig grote vulkaanuitbarstingen en vaak daarmee samenhangend ook verwoestende aardbevingen.

Caldeira das Sete Cidades op Sao Miguel, Azoren

Photo: Ulrik Sverdrup CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Verspreid over de Azoren is verder nog een keur aan vulkanische activiteit waar te nemen, waaronder moddervulkanen, warme waterbronnen en fumarolen, gaten of spleten in de bodem waaruit vulkanische uitwasemingen met temperaturen tussen 100 en 1000°C ontsnappen. Is er extra veel naar rotte eieren stinkende zwavelwaterstof aanwezig, dan worden fumarolen solfataren genoemd.

Daarnaast zijn er op de eilanden veel grotten, soms ontstaan uit een fumarole, en kraters aanwezig. Door erupties storten kraterwanden in en zo ontstaan 'caldeira's, onder andere op São Miguel de Caldeira das Sete Cidades en op Faial de Caldeira. Op de archipel bevinden zich twee soorten grotten: lavatunnels (bijvoorbeeld de Gruta do Carvão die Ponta Delgada over een lengte van 1650 meter doorsnijdt) onder afgekoelde lavastromen en een gangenstels aan scheuren, die kraterpijpen genoemd worden en in verbinding staan met een magmakamer diep in de grond. Zowel in tunnels als in kraters zijn vormen als lavapegels, basaltstalactieten en uit kwartsiet bestaande druipstenen te vinden.

De komende decennia zal de energiewinning uit aardwarmte voor de Azoren steeds belangrijker worden. Op dit moment komt ca. 22% van de stroom uit een aantal aardwarmtecentrales, op het grootste eiland São Miguel gaat dat percentage al richting de 50%. Hoewel ook op de andere eilanden mogelijkheden zijn om aardwarmte te winnen, gebeurt dat vooralsnog niet.

Klimaat en Weer

Azoren Hogedruk Gebied

Photo: Publiek domein

De Azoren hebben door de temperende invloed van de Golfstroom het hele jaar door een gematigd klimaat met weinig temperatuurverschillen, maar vooral in de zomermaanden augustus en september kan het wel drukkend warmte zijn door de hoge luchtvochtigheid. De maximale temperaturen overdag en de nachttemperaturen liggen zowel in de zomer als in de winter ongeveer 5°C lager, tussen 14°C ('s nachts 9°C) in de koudste maand februari tot 27°C ('s nachts 22°C) in de warmste maand augustus.

Ook de zeewatertemperatuur wordt beïnvloed door de langs het zuiden van de Azoren lopende Golfstroom, en ligt tussen de 17 en 23°C. Gemiddeld zijn er ongeveer vijf tot zes zonuren in de winter en elf tot twaalf uur in de zomer. De zuidzijden van de eilanden zijn over het algemeen wat warmer en zonniger dan de noordelijke delen en ook de luchtvochtigheid is daar wat hoger. De eilanden die in het oosten van de archipel liggen zijn het warmste, de eilanden in het westen hebben, veroorzaakt door de wat sterkere wind, lagere temperaturen. Santa Maria, het meest zuidelijk gelegen eiland van de Azoren, is het eiland met de meeste zonneschijn en heet dan ook niet voor niets 'Ilha do Sol'.

Regen kan het hele jaar vallen, maar meer en vaker in de wintermaanden december en januari, maar ook in maart kan het nog regelmatig regenen. Kenmerkend voor het klimaat op de Azoren is de grote verscheidenheid aan weersomstandigheden, zon en regen, in een korte periode. De gemiddelde neerslag per jaar ligt tussen de 1000 en 1600 mm. Het eiland met de minste neerslag is Graciosa, de meeste neerslag valt op de westelijke eilanden Corvo en vooral Flores (1600 mm).

De bergen op de Azoren zijn vaak in mist gehuld, aan de kust is het dan beter toeven. In de winter zorgen stormachtige depressies soms voor extreem slecht weer met grote hoeveelheden regen. Die buien kunnen zo hevig zijn dat er aardverschuivingen voorkomen, zoals in 2010 op het eiland Flores, waar de plaats Fajãzinha volledig van de buitenwereld werd afgesloten. Boven op de hoogste berg van de Azoren, de Montanha do Pico, vriest het in de winter vaak en kan er sneeuw vallen.

Weertabel Ponta Delgada op het eiland São Miguel

maximum dagtemperatuurmaximum nachttemperatuurwatertemperatuurzonuren per dagregendagen per maand
januari14°C8°C18°C511
februari15°C8°C17°C68
maart17°C10°C17°C611
april20°C12°C17°C97
mei21°C13°C18°C107
juni25°C15°C20°C112
juli27°C17°C21°C121
augustus28°C17°C22°C111
september26°C17°C23°C94
oktober22°C14°C22°C87
november17°C11°C20°C69
december15°C9°C19°C511

In de weerpraatjes op televisie wordt vaak het zogenaamde Azorenhoog genoemd. een subtropisch hogedrukgebied rond de Azoren. Het Azorenhoog ontstaat door de uitwisseling van warmte tussen de Noordpool, de Zuidpool en de tropen. Het bijna altijd aanwezige Azorenhoog is van groot belang voor het weer in Europa, want door het luchtdrukverschil tussen het Azorenhoog en depressies bij IJsland zijn de zomers in bijvoorbeeld Nederland vaak wel warm en droog, maar zelden erg heet. Door het Azorenhoog is het 's winters in Nederland over het algemeen vrij zacht en nat.

Planten en Dieren

Planten

De Azoren behoren plant- en dierkundig gezien tot Macaronesië, de naam voor de eilandengroepen van vulkanische oorsprong gelegen in de oostelijke Atlantische Oceaan en ten westen van West-Afrika. Tot Macaronesië behoren naast de Azoren ook nog de Canarische Eilanden, Kaapverdië, Madeira (inclusief Porto Santo en de Ilhas Desertas) en de Ilhas Selvagens.

De Azoren waren in een ver verleden vrijwel geheel bedekt met bossen, nu is nog maar 10% van de eilanden bedekt met bossen. Door de landbouw en de woningbouw zijn de oorspronkelijke bossen bijna in zijn geheel verdwenen. In de plaats daarvoor werd de door ecologen niet bijster gewaardeerde Japanse ceder geplant, die zich echter prima thuis voelt op de Azoren, inmiddels al bijna de helft van alle bossen uitmaakt en gebruikt wordt om erosie tegen te gaan, regenwater vast te houden, schaduw geeft voor vee en gebruikt wordt voor het hout.

Verreweg de meeste zaden worden via de veren van trekvogels over het eiland verspreid. Daarbij zijn veel planten uit allerlei landen door mensen naar het eiland gebracht; ongeveer twee derde van de 1300 planten, varens, mossen (meer dan 400 soorten) en kruiden is ooit ingevoerd, slechts ongeveer 60 soorten zijn endemisch en worden vaak met uitsterven bedreigd. Ieder jaar worden er wel weer nieuwe prachtige bloemen en planten ontdekt zoals het Azorenklokje en het Daphne-vlaswolfsmelk of Euphorbia stygiana. Andere inheemse soorten zijn boomheide, grootbladige bosbes, Pau Branco, bloedhoutboom, Portugese laurierkers, wisselbloem, zeevenkel, bleekgele droogbloem, lijmkruid, hertshoornweegbree, muurfijnstraal, teer guichelheil, boswederik, duizendknoop, pijlriet, zeestreepvaren, dubbelloof, koningsvaren, ijzerhoutboom, Indische sering en Tamujo-boom.

Daphne vlaswolfsmelk of Euphorbia stygiana

Photo: Daderot in het publieke domein

In de lagere gedeelten overheerst een macchia-soort met voornamelijk een altijdgroene-vegetatie. Waar de gemiddelde hoogtes tussen de 600 en 1000 meter liggen wordt het beeld bepaald door de inheemse kortnaaldige jeneverbes en de Azorenlaurier of Laurus azorica. Van de inheemse, beschermde Azorenlaurierbossen, hoewel de 'bomen' niet veel verder dan struikhoogte uitkomen, zijn nog grote delen behouden op de eilanden São Miguel, Pico, Terceira en Flores.

Laurus azorica of Azorenlaurier

Photo: Consultaplantas CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Andere typische soorten zijn de heester Viburnum tinis, blauwe bosbes en Azorenhulst. Deze soorten groeien allemaal tot een hoogte van ca. 1000 meter, op het eiland Pico komt tot 2000 meter ook de Azorenboomheide, die aan de kust tot boomhoogte groeit, en de bezemheide voor. De wasgagel wordt bedreigd door het uit Australië geïmporteerde kruisbladig kleefzaad.

De hortensia, vooral in bolvorm, is wel de meest bekende en meest typische plantensoort van de Azoren. Vooral op het blauwe eiland 'ilha azul' Faial kan men in de bloeiperiode juni tot september genieten van een blauwwitte hortensia-pracht.

Hortensia, kenmerkend voor de Azoren

Photo: Nono vlf Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Andere mooi bloeiende planten zijn heemst, belladonnalelie en amaryllis. Een vervelende immigrant is de uit Brazilië afkomstige reuzenrabarber, die andere planten verdringt. Sinds 2008 is er een programma opgestart om verder verspreiding van de plant te voorkomen. Een andere zeer serieuze bedreiging voor de oorspronkelijke Azoriaanse flora is siergember, afkomstig uit de Himalaya.

Reuzenrabarber bedreigt andere planten op de Azoren

Photo: Basher Eyre CC Attribution-Share Alike 2.0 Generic no changes made

Andere bijzonderen plantensoorten zijn wasmirte, sneeuwballaurier, Azorenwegedoorn, Portugese laurierkers, grootbladige bosbesboom, wortelende ketenvaren en boomvaren. De grootste drakenbloedboom van de Azoren staat op het eiland Pico bij het voormalige karmelietenklooster Casa Conventual dos Carmelitas in het stadje Madalena.

Dieren

Azorenvleermuis

Photo: Felipe Lopes CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Door de grote afstand tussen het vasteland en de eilanden zijn en blijven de Azoren geïsoleerd en dus moeilijk bereikbaar voor zoogdieren. Alleen de Azorenvleermuis en de vale vleermuis komen oorspronkelijk voor op de Azoren, de andere zoogdieren zijn ingevoerd door menselijke invloeden. Ook de Iberische meerkikker komt oorspronkelijk niet op de Azoren voor, maar werd waarschijnlijk ingevoerd voor het bestrijden van muggen.

In totaal komen er negen zoogdiersoorten voor op de Azoren, de al genoemde Azorenvleermuis en de vale vleermuis en verder één insecteneter, de egel, één haasachtige, het konijn, drie knaagdieren, bruine rat, zwarte rat en huismuis, en twee roofdieren, de fret en de wezel. De inheemse, beschermde Azorenvleermuis of Nyctalus azoreum is een van weinige vleermuissoorten niet alleen net na zonsondergang actief is, maar ook overdag.

Op de Azoren zijn ongeveer 185 vogelsoorten gespot, waarvan 35 broeders. Van die broeders zijn tien ondersoorten endemisch en één endemisch. Veel vogels gebruiken de eilanden als tussenstation bij hun winter- of zomertrek. Door een veranderend klimaat wereldwijd komen er vaker exotische soorten aan op de Azoren, vaak door de toenemende activiteit van orkanen tussen Noord- en Midden-Amerika en het Caribisch gebied. En dat betreft niet alleen watervogels maar sinds enige tijd ook steeds vaker soorten die alleen op het land voorkomen. Reguliere migranten zijn visdief, kokmeeuw en de grote burgemeester. Langs de kust en in de ondiepe watertjes ontstaan door in de zee stromende lava komen kwikstaart, rotsduif, steenloper, bonte strandloper, kleine zilverreiger en regenwulp voor. De strandplevier is meer te vinden op de zandstranden, de hoge onbereikbare kliffen zijn een fijn territorium voor verschillende soorten stormvogels en pijlstormvogels. De Kuhls stormvogel komt op alle eilanden voor, evenals verschillende sternsoorten waaronder Dougalls stern. In gemengd bos- en weidegebied zien we onder andere vinkensoorten, merels, zwartkop, grote gele kwikstaart en kanarie. In bossen komt de goudhaan voor, met op drie eilanden, waaronder Santa Maria, drie verschillende ondersoorten die alleen op díe specifieke eilanden voorkomen. Mussen en spreeuwen zijn de meest voorkomende vogels op de Azoren.

Kenmerkend voor de Azoren is een ondersoort van de buizerd, de 'Buteo buteo rothschildi', die het echter steeds moeilijker krijgt en traditioneel al niet voorkwam op Flores en Corvo, maar nu ook op Santa Maria en Graciosa uitgestorven is. Een andere zeldzame soort is de Azorengoudvink of 'priolo' in het Portugees, waarvan alleen nog in het oosten van het eiland São Miguel, in het beschermde natuurgebied Serra da Tronqueira, enkele honderden tot meer dan duizend exemplaren te vinden zijn.

De Azorengoudvink komt alleen op de Azoren voor

Photo: Publiek domein

Op de kliffen van de 'nieuwe' Vulcão Capelinhos broeden tussen 150-200 paartjes van de Larus michahellis atlantis, een ondersoort van de geelpootmeeuw. Variaties op de soorten van het Europese vasteland zijn onder andere Azorenmerel, Azorenvink en Azorenhoutduif. Het onbewoonde eiland Ilhéu de Vila Franca staat op de internationale lijst van Important Bird Areas (IBA), vanwege de enorme aantallen zeevogels die daar hun kroost uitbroeden, waaronder de Dougalls stern en de Kuhls pijlstormvogel. Op twee eilandjes voor de kust van het eiland Graciosa, waaronder het Ilhéu da Praia, broedt het endemische en zeer zeldzame Monteiro's stormvogeltje.

Lijst van veel voorkomende vogels op de Azoren

Alpenkraaigrote sternMonteiro's stormvogeltje
Amerikaanse bontbekplevierhalsbandparkietnoordse pijlstormvogel
Amerikaanse oeverloperholenduifnoordse stern
Amerikaanse smienthoutduifPontische meeuw
Amerikaanse watersniphoutsnipputter
Amerikaanse zwarte eendhuismusransuil
appelvinkhuiszwaluwregenwulp
AzorengoudvinkJan-van-gentringsnaveleend
blauwe reigerkanarieringsnavelmeeuw
blauwvleugeltalingkanoetrode patrijs
Bonapartes strandloperkemphaanroodborst
bontbekplevierkievitroodsnavelkeerkringvogel
bonte sternkleine burgemeesterrosse franjepoot
bonte strandloperkleine geelpootruiterrotsduif
bosfazantkleine jagersmient
buizerdkleine mantelmeeuwsneeuwgors
Bulwers stormvogelkleine pijlstormvogelSpaanse mus
Dougalls sternkleine strandlopersperwer
draaihalskleinst waterhoenspreeuw
drieteenmeeuwkleinste jagersteenloper
drieteenstrandloperkneustrandplevier
eksterkokmeeuwtapuit
geelpootmeeuwkramsvogelTurkse tortel
gestreepte strandloperkrombekstrandlopervaal stormvogeltje
goudhaankrooneendveldleeuwerik
goudvinkKuhls stormvogelvink
groenlingkuifeendvisdief
groenpootruiterkuifmainavuurgoudhaan
grote burgemeesterkwartelwaterhoen
grote gele kwikstaartMadeirastormvogeltjewatersnip
grote jagermeerkoetWilsons stormvogeltje
grote mantelmeeuwmerelzilverplevier
grote pijlstormvogelmiddelste jagerzwartkop

Middelste jager

Photo: Gunnstein Jonsson Creative Commons Attribution 3.0 Unported no changes made

In het water zijn door de warme golfstromen talrijke soorten vissen te vinden, waarvan zo'n 50 eetbare soorten. De Azoren behoren tot de meest visrijke gebieden ter wereld, met onder andere zwaardvis, barracuda, makreel, echte bonito, kousebandvis of zilveren degenvis, blauwe marlijn, witte marlijn, blauwkeeltje, gaffelkabeljauw, wrakbaars, gevlekte lipvis, rode zeebrasem, mul, bruine tandbaars, rode schorpioenvis, geelvintonijn en grootoogtonijn. De oude krater van de Formigas-eilanden wordt bewoond door onder andere pauwlipvis, regenbooglipvis, sergeant-majoorvis, itajara en langbekspeervis.

Pauwlipvis

Photo: Matthieu Sontag CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Verder bieden de Azoren een uitgelezen mogelijkheid om walvissen en dolfijnen te spotten. Met name in de periode juni-september komen er zeer veel walvisachtigen voor in de oceaan rond de Azoren. Vooral vanaf de eilanden Pico, Faial en ook São Miguel worden veel 'whale watching'-excursies aangeboden. In de lente kan men blauwe vinvissen zien, in de zomerperiode veel potvissen en kleinere walvissoorten als de Indische griend. In totaal zijn er 24 walvis- en dolfijnsoorten gezien in de wateren rond de Azoren, waaronder dolfijn van Cuvier, noordelijke butskop, gewone of Noordzee-spitssnuitdolfijn, gewone dolfijn, tuimelaar, gramper of grijze dolfijn, Atlantische gevlekte of vlekdolfijn, gestreepte dolfijn, spitssnuitdolfijn van de Blainville, True's spitssnuitdolfijn, spitssnuitdolfijn van Gervais, noordse vinvis, bultrugwalvis, gewone vinvis, dwergvinvis, Brydevinvis. Soms ziet men een orka, zwarte zwaardwalvis, snaveldolfijn, dwergpotvis, kleinste potvis of noordkaper. De laatste soort werd in 2009 na meer dan 110 jaar weer eens gesignaleerd in de wateren rond de Azoren.

Walvissen spotten is populair op de Azoren

Photo: Luca Nebuloni CC Attribution 2.0 Generic no changes made

De nog niet zolang geleden (1990) ontdekte vulkanische tunnel Gruta das Torres herbergt een bijzondere fauna, waaronder een endemische loopkeversoort en een glasvleugelcicade.

Koe van de Azoren: Ramo Grande

Vanaf de 15e eeuw werden er al snel door Portugese kolonisten gedomesticeerde dieren ingevoerd op de Azoren. De koe was daarin het belangrijkste, niet alleen vanwege de melk, maar ze werden ook gebruikt om te ploegen en karren te trekken. Koeienrassen die toen geïmporteerd werden waren de Alentejana, de Mirandesa, de Minhota en de Algarvia. Men vermoedt dat er ook soorten uit Vlaanderen geïmporteerd werden, maar welke soorten is niet bekend.

De volgende vijf eeuwen werd er tussen al deze soorten doorgefokt en uiteindelijk kwam daar een specifieke soort voor de Azoren uit, de Ramo Grande. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werden er uit Engeland en Amerika Friezen ingevoerd en werd er op de eilanden São Miguel en Terceira een fokprogramma opgezet via kunstmatige inseminatie. Enkele decennia later kwamen daar uit Nederland, Duitsland, Frankrijk en Canada nog Holsteiners (melkkoeien), Limousin, Charolais en Fleckvieh (allen vleeskoeien). Door deze toevloed aan rassen kwam de Ramo Grande ernstig in de verdrukking en dreigde uit te sterven. Een aantal bezorgde boeren sprong echter in de bres voor de Ramo Grande en probeert het ras voor de Azoren te behouden. Alle individuele koeien worden nu geregistreerd en de raskenmerken zijn officieel vastgelegd.

De Ramo Grande wordt op de Azoren ook gebruikt om toeristen rond te rijden

Photo: publiek domein

Geschiedenis

Geologische geschiedenis van de Azoren

Net ten zuiden van de Noordpool tot vlakbij de Zuidpool loopt de Mid-Atlantische Rug, een bergketen, de langste op aarde, die voor het grootste gedeelte onder water ligt, maar hier en daar boven water komt. De Mid-Atlantische Rug speelt een grote rol bij het ontstaan en de geologische toekomst van de Azoren. Mid-oceanische ruggen trekken namelijk tektonische platen van elkaar af en de ruimte die daardoor ontstaat wordt opgevuld met magma. Dit magma stolt aan de oppervlakte en zorgt zo voor het ontstaan van vulkanen en andere vormen van vulkanisme. Het uit elkaar bewegen van platen is een doorgaand proces en er zal dus altijd sprake zijn van het ontstaan van nieuwe oceanische korsten.

De Mid-Atlantische Rug, die maximaal 2 centimeter per jaar uit elkaar beweegt, scheidt de Euraziatische en Afrikaanse platen in het oosten en de Zuid- en Noord-Amerikaanse platen in het westen. Een aantal eilanden of archipels die in de buurt of op de Mid-Atlantische Rug leven, zijn Jan Mayen (Noordelijke IJszee), IJsland (grootste landmassa ooit ontstaan uit oceanische korst), Bermuda, Ascension, Tristan da Cunha, Bouvet en de Azoren.

Ligging Mid-Atlantische Rug

Photo: United States Geological Survey in het publieke domein

De situatie voor de Azoren is nog wat ingewikkelder want daar komen drie tektonische platen bij elkaar uit, waardoor de westelijke eilanden Flores en Corvo op de Noord-Amerikaanse plaat liggen en de andere eilanden op de Afrikaanse plaat, de Euraziatische plaat dan wel op een Azoriaanse microplaat liggen, dat is tot op heden nog niet helemaal duidelijk. De aardbevingen die op de Azoren te voelen zijn, bijna altijd minder dan 5.0 op de Schaal van Richter, komen door magma dat door steeds weer nieuwe spleten en breuken in de aardkorst naar buiten stroomt. Deze bevingen komen al dan niet regelmatig voor en zes van de negen eilanden van de Azoren hebben recentelijk nog te maken gehad met uitbarstingen en aardbevingen, Corvo, Flores en Santa Maria worden als inactief beschouwd.

Van de centrale en de oostelijk eilanden rees Santa Maria zo'n vijf miljoen jaar geleden als eerste boven de zeespiegel uit, maar verdween door tektonische activiteiten weer onder water. Ca. 4 miljoen jaar geleden ontstonden de Formigas-eilandjes (gelegen tussen São Miguel en Santa Maria), wat nu het oosten van São Miguel is en opnieuw Santa Maria. Uit deze tijd stammen de marine fossielen, die alleen op Santa Maria te vinden zijn. Het oosten van São Miguel, dat oorspronkelijk uit twee eilanden bestond, vormde zich vanaf 290.000 jaar geleden. Faial, Graciosa, São Jorge en Terceira zijn allemaal jonger dan 1 miljoen jaar, Pico is het 'jongste' eiland want ontstond pas ca. 300.000 jaar geleden. De twee westelijke eilanden, Corvo en Flores, liggen op de westelijke flanken van de Mid-Atlantische Rug; de oudste rotsen van Flores dateren van 2,5 miljoen jaar geleden en liggen onder de zeespiegel; de jongste rotsen zijn nog geen 3000 jaar oud.

Nog in 1811 verscheen er, in nauwelijks een maand tijd, net ten oosten van São Miguel een compleet nieuw eiland, 1,5 km lang en ongeveer 100 meter breed. Een Brits fregat was in die tijd daar in de buurt, claimde het eiland en noemde het naar de naam van het fregat, Sabrina. De Britten waren het eiland vier maanden later echter al weer kwijt, wat het werd in die korte tijd weer verzwolgen door de zee en wat er overbleef was een zandbank zo'n 40 meter onder de zeespiegel. Recent, in 1957, zorgde een uitbarsting ten westen van Faial ervoor dat het eiland met een extra stuk land van 2 km2 uitgebreid werd.

Portugese ontdekkingsreizigers ontdekken de Azoren

De Azoren waren tot in de 15e eeuw een ongerept gebied zonder oorspronkelijke bewoners, nog nooit had een mens voet gezet op een van de eilanden of zich erop gevestigd. De eilanden van de Azoren waren in ieder geval al wel bekend in de 14e eeuw, want in de Medici Atlas uit 1351 waren de zeven eilanden van de centrale en oostelijke groep opgenomen. Op een Catalaanse kaart van 1375 waren de eilanden Corvo, Flores en São Jorge ingetekend.

Nog geen eeuw later begon het tijdperk van de Portugese ontdekkingsreizen en werden Madeira (ca. 1419), de Azoren (ca. 1427), Kaapverdië (1456-1460), Sint helena en Asciension (1501-1502) en Tristan da Cunha (1506) verder in kaart gebracht en uiteindelijk gekoloniseerd. In die tijd rondde Bartolomeu Dias (ca. 1450-1500) Kaap de Goede Hoop in 1488 en opende zo de weg naar de Indische Oceaan; Pedro Álvares Cabral (ca. 1467-ca. 1526) landde in 1500 in Brazilië en in Afrika vonden veel inlandse expedities plaats.

Kaart van de Azoren uit 1584

Photo: Publiek domein

In 1419 werd het eiland Madeira ontdekt door een kapitein van Hendrik de Zeevaarder (Portugese naam; Henrique, o Navegador), João Gonçalves Zarco (ca. 1390-1471). Madeira was onbewoond en werd gebruikt als vertrekpunt voor andere ontdekkingsreizen, waarvan een de ontdekking van de Azoren opleverde. Wanneer dat precies was is nog steeds niet helemaal zeker. Sommige historici menen dat de Azoren per ongeluk gevonden zijn door terugkerende Portugese zeevaarders die langs de Afrikaanse kust voeren of van of naar Madeira zeilden. Gezien de heersende winden die in die regio waaien is dat echter een zeer onwaarschijnlijk scenario.

Hendrik de Zeevaarder, 'ontdekker' van de Azoren

Photo: Lonpicman CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Realistischer is de theorie dat Hendrik de Zeevaarder Goncalo Velho Cabral in 1431 op reis stuurde met de opdracht om naar het westen te varen totdat hij een eiland zou tegenkomen, wetende dat op de hierboven genoemde Catalaanse kaart eilanden ingetekend waren. In 1431 vond Cabral een aantal vulkanische rotsen die hij de 'Formigas' noemde, en op dat moment was hij slecht enkele tientallen kilometers verwijderd van een van de Azoriaanse eilanden. Hij keerde terug naar Hendrik en kreeg meteen de opdracht om in 1432 opnieuw het gebied rond de huidige Azoren-archipel te verkennen.

Op 15 augustus 1432, die dag was het toevallig Maria-Hemelvaart, vond Cabral het meest oostelijke eiland van de Azoren, en vernoemde het naar Maria, Santa Maria. In een brief van Alfonso V, koning van Portugal, en gedateerd op 2 juli 1439, wordt voor het eerst de naam Azoren genoemd. Er wordt in die brief gesproken over zeven eilanden en Hendrik de Zeevaarder kreeg het recht om de eilanden te koloniseren. São Miguel werd wat later ontdekt en Terceira was het 'derde eiland' dat ontdekt werd. Ook een populaire theorie is dat het eerste eiland, Santa Maria, in 1427 ontdekt werd door Diogo de Silves, eveneens een Portugese ontdekkingsreiziger. Flores en Corvo werden in ieder geval als laatste ontdekt, dat is zeker.

Standbeeld van Goncalo Velho Cabral in Ponta Delgada, São Miguel, Azoren

Photo: Carlos Luis M C da Cruz in het publlike domein

De kolonisatie van de eilanden was op een typisch middeleeuwse manier. Koning Alfonso V schonk de eilanden aan zijn neef, Hendrik de Zeevaarder, die onderscheiden was met de militaire orde 'Ordem Militar de Avis'. De organisatie achter deze militaire orde sponsorde als het ware de Portugese ontdekkingsreizen in de 15e eeuw en kregen als tegenprestatie de mogelijkheid om de nieuwe landen te koloniseren en te exploiteren. Hendrik de Zeevaarder op zijn beurt delegeerde de controle over de eilanden wat betreft bestuur, defensie, justitie en het toewijzen van land aan de koloniaal gouverneur, de 'Capitão Donatário'. Deze figuur incasseerde ook een aantal belastingen en had het monopolie over molens, zoutwinning en broodovens.

Ordem Militar de Avis, Azoren

Photo: Chancelaria da Presidência da Republica in het publieke domein

Verder was er een bijna vast patroon bij het koloniseren van nieuw land: koeien, geiten en varkens werden ingevoerd voor vlees en het landschap werd aangepakt om bijvoorbeeld landbouwactiviteiten te starten. En voor de Azoren betekende dat het aanpakken van de vaak zeer dichte vegetatie, een enorm werk. De eerste eilanden die permanent bewoond werden, de immigranten kwamen voornamelijk van de streken Algarve en Alentejo op het Portugese vasteland en van het eiland Madeira, waren Santa Maria en São Miguel, gevolgd door Terceira in ca. 1450. Omdat er vanuit Portugal te weinig immigranten de tocht waagden, stimuleerde Hendrik de Zeevaarder de immigratie vanuit Vlaanderen, waar velen een goed heenkomen zochten om aan de armoede en de geselen van de Honderdjarige Oorlog tussen de Franse huizen Valois en Plantagenet, die ook uitgevochten werd op Vlaams grondgebied, te ontkomen. De Vlamingen gingen graag op dit verzoek in en in 1466 kreeg Josse Van Huerter (Portugees: Joss de Utra of alleen Dutra) de eilanden Faial en Pico in concessie, een aantal jaren later Flores en São Jorge door de Brugse koopman Willem van der Haegen (Portugees: Guilherme da Silveira of Guilherme Vanderaga) en Terceira door de Vlaamse edelman Jacob van Brugge. In totaal vertrokken er ca. 2000 Vlamingen naar de Azoren, die in Noord-europa al gauw bekend stonden onder de naam Vlaamse Eilanden.

Het verwijderen van de vegetatie verliep op de meeste eilanden goed, in veel gevallen stak men er gewoon de brand in. Dat ging soms alleen wel erg rigoureus, en een eiland als Pico kreeg er zelfs een wat rotsig karakter door. Nederzettingen werden waar het maar kon vlak bij de kust gebouwd, wat nog niet meeviel door de onherbergzaamheid van de kustlijn. Van hieruit werd ook langzaamaan het binnenland gekoloniseerd en begon men met landbouwactiviteiten die al snel zodanig succesvol waren dat men zelfs in de loop van de 16e eeuw kon gaan exporteren, onder andere tarwe, suiker en wedeblauw, dat met name gebruikt werd als kleurstof voor de textielindustrie in Vlaanderen. Elk eiland had zo zijn eigen specialiteiten, afhankelijk van klimaat en bodemgesteldheid, en eind 17e eeuw kwam de export pas goed op gang, toen de bevolking zich steeds meer ging voeden met uit Amerika geïmporteerde maïs en (zoete) aardappelen.

Halverwege de 16e eeuw profiteerden de Azoren van de terugkerende handelsschepen uit India, maar pas de Portugese kolonisatie van Brazilië en de ontdekkingsreizen naar Amerika zorgden voor een versnelde ontwikkeling van de eilanden. Vooral de kustplaats Angra op het eiland Terceira speelde hierin een belangrijke rol, mede omdat de beschutte haven veel havengeld opleverde. Schepen die terugkeerden vanuit Brazilië verzamelden zich in Angra en vertrokken in konvooi en beschermd door oorlogsschepen richting Lissabon, bang als men was voor de vele piratenschepen die de zee tussen de Azoren en het Portugese vasteland onveilig maakten.

In 1580 annexeerde het Spaanse Castilië Portugal. De Azoren steunden Dom António (António I de Portugal of Anton van Crato), een Portugese troonpretendent, die met behulp van Frankrijk stand hield op Terceira, het laatste bolwerk in de strijd tegen de Castilianen.

In juli 1582 versloegen de Spanjaarden bij Terceira de Franse vloot en in 1583 werden alle eilanden van de Azoren veroverd en bezet. In 1588 leed de Spaanse Armada een dramatische nederlaag tegen de Engelse vloot onder leiding van admiraal Charles Howard (1536-1624) en vice-admiraal Francis Drake (ca. 1540-1596), terwijl Nederlandse watergeuzen de hertog van Parma verhinderden om zich vanuit Vlaanderen bij de Armada aan te sluiten. Door deze nederlaag was de Spaanse macht op de Azoren, die ook wel de 'Babylonische gevangenschap' werd genoemd, tanende en werden de eilanden regelmatig aangevallen door Engelse kapers.

In 1591 kwam er al weer een einde aan de Spaanse overheersing, de Engelsen vielen de Spanjaarden aan en vanaf ongeveer 1640 tot de opening van het Suezkanaal in 1869 werden de Azoren een halteplaats voor Engelse koopvaardijschepen en een strategische uitvalsbasis voor Engelse oorlogsschepen. In datzelfde jaar werd er door Portugese edelen uit de eigen gelederen een nieuwe koning gekozen, Johan IV (João IV) van Portugal (eigenlijk hertog Johan II van Bragança) van het Huis van Bragança.

Johan IV van Portugal (1604-1656)

Photo: Publiek domein

Er volgt een onafhankelijkheidsoorlog met de Spanjaarden, de zogenaamde Portugese Restauratieoorlog (1640-1668), en al in 1642 worden de Spanjaarden van de Azoren verdreven. Pas in 1668 erkent Spanje overigens de onafhankelijkheid van Portugal. Van 1656 tot 1683 was zoon van Johan IV, Alfons VI van Portugal (Portugees: Dom Afonso VI de Portugal), koning van Portugal. De fysiuek en mentaal zwakke Alfons. De werkelijke leiding was echter in handen van moeder en regentes Louisa Maria. Via via kwam Alfons er achter dat zijn moeder hem zelfs van de troon wilde stoten en dat was voor hem het sein om toch het heft in eigen handen te nemen, en als eerste krachtige daad stuurde hij zijn moeder het klooster in. Na de scheiding met zijn vrouw Maria dwong zijn jongere broer Peter, die met dezelfde Maria in het huwelijksbootje stapte, hem om de macht aan hem over te geven en hem tot regent te benoemen. Deze Peter was van 1683 tot 1706 koning van Portugal onder de naam Dom Pedro II de Portugal. Alfons was ondertussen zeven jaar lang verbannen naar Terceira en stierf in hetzelfde jaar dat zijn broer koning van Portugal werd.

Eeuwenlang hadden de Azoren geen centrale regering, en pas in 1766 werder pas een gouverneur en een kapitein-generaal aangesteld door de staatsman en vooral economisch hervormer Sebastião José de Carvalho e Melo, Markies de Pombal, eerste minister sinds 1750 onder koning Jozef I van Portugal (Portugees: Dom José I de Portugal, 1714-1777), bijgenaamd de 'Hervormer' (Portugees: o Reformador).

Belangrijk voor de Azoren was dat hij ook bestuurlijke hervormingen invoerde door Portgal te verdelen in districten en provincies. Zo werden de Azoren één provincie, bestuurd door een kapitein-generaal (Portugees: capitão-general) met Angra op Terceira als hoofdstad. Wat niet erg prijs werd gesteld door de andere eilanden was het wegnemen van een grote mate van autonomie die de eilanden en hun leenheren in de loop der eeuwen hadden opgebouwd. Vooral het economisch belangrijke en rijke São Miguel protesteerde hevig omdat zij gewend waren om hun problemen direct met de centrale regering in Portugal op te lossen.

In 1807 trokken de Franse troepen van Napoleon Bonaparte Portugal binnen; Napoleon wilde een einde maken aan de Anglo-Portugese handel, en eiste van Portugal dat het haar havens afsloot voor de Engelse schepen. De Portugezen weigerden echter en dat veroorzaakte de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1807-1814), waarbij de Portugezen, Spanjaarden en Britten het opnamen tegen de Fransen van Napoleon. De Portugese koninklijke familie en andere belangrijke figuren vluchtten naar Brazilië en maakte Rio de Janeiro de tijdelijke hoofdstad van Portugal. Portugal werd tijdens die oorlog bestuurd door een militaire junta met het verzoek om zich niet tegen de bezetters te verzetten.

In 1808 veroverden Britse en Portugese troepen, onder leiding van Sir Arthur Wellesley (de latere Duke of Wellington), Lissabon en de Franse troepen mochten het land zonder verder oorlogsgeweld verlaten. Tegelijkertijd dwong Napoleon de Spaanse koning Karel IV (1748-1819) af te treden en verving hem door zijn broer, Joseph Bonaparte (1768-1844). De Fransen probeerden nog twee keer om Portugal binnen te vallen, maar dat mislukte beide keren en zij moesten zelfs in 1814 na een serie nederlagen, Spanje verlaten.

Portugal, en daardoor ook de Azoren, hadden ernstig te lijden gehad onder het oorlogsgeweld. En met een koning, op dat moment Johan VI van Portugal (Portugees: Dom João VI de Portugal), en een regering in Brazilië, werd het land in feite bestuurd door de Engelse maarschalk William Carr Beresford (1768-1856) en hadden Britse bedrijven grote economische belangen in Portugal. Het gevoel in Portugal en vooral in Lissabon was dat men eigenlijk een soort kolonie van Brazilië was geworden.

William Carr Beresford, bestuurder van Portugal en de Azoren

Photo: Publiek domein

Dat gevoel leidde in 1820 tot de 'Liberale revolutie', die zich vanuit Porto over het land verspreidde en er op gericht was op de terugkeer van koning uit Brazilië, het uitroepen van een constitutionele monarchie en dat Brazilië weer de status van kolonie zou krijgen met het alleenrecht van Portugal om handel te drijven met Brazilië. William Beresford werd vervangen door een junta en in 1821 werd er in Lissabon een constituerende vergadering gekozen en de eerste Liberale grondwet gepubliceerd. Enkele maanden later keerde Johan VI terug naar Lissabon en zijn kleinzoon Peter I (Portugees: Dom Pedro) bleef achter als regent in Brazilië. In datzelfde jaar werd het Keizerrijk Brazilië opgeheven en weer onder directe controle van Lissabon gebracht. Althans, dat dacht men, want in 1822 riep Peter zichzelf uit tot keizer van Brazilië en maakte de kolonie los van het moederland door in 1824 de laatste Portugese troepen te verslaan.

In Portugal had de koning door de nieuwe grondwet nauwelijks nog macht, zeer tot ontevredenheid van de vrouw van Johan VI, Carlota-Joaquina, die samen met haar zoon Dom Miguel een opstand organiseerde. Er volgde een periode van grote onrust, die nog verergerde na de dood van Johan VI in 1826, waarna Peter I voor een zeer korte periode (10 maart 1826 - 2 mei 1826) uitgeroepen tot koning van Portugal en werd daarna opgevolgd door zij oudste dochter, Dona Maria II. In 1828 werd de Portugese troon overgenomen door prins Dom Miguel, de jongste broer van Peter I. De Liberalen in de regering, ontevreden of zelfs vervolgd door het nieuwe absolute regime, vertrokken naar het loyale Terceira. Ondertussen had Brazilië ook te maken met een politieke crisis en Peter I trad op 7 april 1831 af ten gunste van zijn zoon Peter II. Peter I vertrok in juli 1832 naar Europa om het op te nemen tegen zijn broer Dom Miguel, dit wordt de Miguelistenoorlog genoemd. Hij ging eerst naar Engeland omdat daar veel Liberalen naar toe gevlucht waren, en van daaruit naar Terceira om daar een regering-in-ballingschap op te richten. In juli van datzelfde jaar veroverde hij, samen met Fransen en Engelsen, Porto in het noorden. De Hertog van Terceira veroverde Lissabon en in 1834 kreeg hij heel Portugal in zijn handen. Peter I stierf op 24 september aan tuberculose.

Tombe Peter I van Portugal

Photo: Publiek domein

Hervormingen waren nu aan de orde van de dag en de Azoren werden officieel een provincie van Portugal met Angra als hoofdstad. Het eiland São Miguel protesteerde hevig tegen de dominantie van Terceira en dit conflict werd uiteindelijk opgelost door eerst twee districten te creëren en daarna nog een derde. São Miguel en Santa Maria vielen toen onder het Ponta Delgada District, terwijl Angra Terceira, Graciosa en São Jorge bestuurde. Het Horta-district had de leiding over Faial, Pico, Flores en Corvo. Elk district was onafhankelijk van de andere en onderhandelde en overlegde afzonderlijk met het centrale gezag in Lissabon. De provinciale gouverneur werd door Lissabon aangesteld.

Al in deze tijd begon het idee van territoriale indeling die later leidde tot districten met een verregaande autonomie tot het jaar 1974. Zaken als belastingen triggerden dat proces, zoals in 1869 de 'Dízimo'-belasting dat de bevolking verplichtte om 10% van het inkomen af te staan aan de Kerk. Later volgde er nog een belasting op Azoriaanse alcohol om de drankindustrie op het vasteland te beschermen. In 1864 krijgt de sinaasappelteelt de doodsteek toegediend door schadelijke insecten, maar wordt de ananas, geteeld in kassen, een nieuw exportproduct, met name van het eiland São Miguel. Belangrijk voor Portugal en de Azoren werd in 1893 de aanleg van de eerste overzeese kabel tussen het eiland Faial en het vasteland van Portugal. De stad Horta werd later belangrijk als relaisstation voor trans-Atlantische communicatie.

Het lukt Portugal om, op een aantal geallieerde bases op de Azoren na, buiten het geweld van de Tweede Wereldoorlog te blijven. De walvisvaart vanaf de Azoren profiteerde daar enorm van zonder de aanwezigheid van concurrentie uit met name de Verenigde Staten.

Eerste minister en latere president Salazar leidde de autoritaire rechtse regering die Portugal bestuurde van 1932 tot 1974. Ondanks zijn dictatorschap zorgde hij in die jaren voor rust onder de bevolking en voor politieke en financiële stabiliteit. Voor iedereen was er basisonderwijs en er werd veel geïnvesteerd in de infrastructuur. Veel van de populaire scholen op de Azoren stammen uit deze tijd. Na zijn dood veranderde een linkse coupe het regime richting een democratie, vrije verkiezingen en in 1976 trad de eerste constitutionele regering aan. In datzelfde jaar werden de Azoren een autonome regio met een eigen president en regering, die tevens vijf afgevaardigden mag kiezen voor het landelijke parlement in Lissabon.

In 1980 wordt de historische stad stad Angra do Heroïsmo op het eiland Terceira grotendeels verwoest en later met behulp van de UNESCO en Amerikaanse hulp weer opgebouwd. De UNESCO riep de stad ook meteen uit tot Werelderfgoed. Een aantal jaren later, in 1984, weer een tegenslag voor de Azoren. De walvisvangst levert dermate veeel verliezen op dat het economisch niet meer rendabel is om een walvisvaardersvloot in stand te houden. Op het eiland Pico sluit tevens de laatste walvisverwerkende fabriek zijn deuren endat betekende dat vanaf die datum de walvissen alleen uit toeristisch oogpunt steeds belangrijker werden voor de Azoren.

In 1986 goed nieuws voor de economie van de Azoren. Portugal trad in dat jaar toe tot de Europese Unie (toen de Europese Gemeenschap) en de Azoren ontvangen uit Brussel grote bedragen aan subsidies voor de infrastructuur en het creëren van banen, vooral in het toerisme.

In 1998 worden de Azoren, en dan met name de eilanden Faial en Pico, opgeschrikt door een aardbeving die acht mensenlevens kost en grote schade toebrengt aan de huizen op die eilanden.

De Ribeirinka-vuurtoren op Faial vóór de aardbeving van 1998

Photo: Publiek domein

De Ribeirinha-vuurtoren op Faial ná de aardbeving van 1998

Photo:Publiek domein

Het wijnbouwgebied op Pico met de karakteristieke wijnboerderijen en de ommuurde wijngaardjes worden in 2004 uitgeroepen tot UNESCO Werelderfgoed; Flores wordt na Graciosa en Corvo een aantal jaren eerder, uitgeroepen tot Biosfeerreservaat.

In 2013 werd de economische crisis die in 2008 begon, op de Azoren ook goed voelbaar. Vakantiegangers uit Portugal, goed voor de helft van alle toeristen, blijven in groten getale weg, gelukkig bleef het aantal buitenlandse toeristen in die moeilijke tijd vrij stabiel.

Beknopte geschiedenis eilanden

São Miguel

São Miguel werd vrijwel tegelijkertijd met Santa Maria in 1427 ontdekt door de Portugese ontdekkingsreiziger Diogo de Silves. De eerste kolonisten op São Miguel kwamen niet alleen van de Portugese provincies Extremadura, Alentejo en Algarve, maar ook joden, Moren, Fransen en bewoners van Madeira vestigden zich op São Miguel. De eerste hoofdstad van het eiland was Vila Franca do Campo, maar een aardbeving en hevige modderstromen in 1522 verwoestten de stad en kostte bijna alle inwoners het leven.

Wapen van Vila Franca do Campo, Azoren

Photo:Sérgio Horta CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In 1546 werd Ponta Delgada, met een belangrijke haven en gelegen op een meer aardbevingsbestendige locatie, de nieuwe hoofdstad van São Miguel. Op dat moment waren er al rijke kooplui op het eiland die handel dreven met onder meer Portugal, Madeira, de Canarische Eilanden en Vlaanderen. maar ook met Engeland werd handel gedreven, in één jaar tijd deden tientallen Engelse koopvaardijschepen São Miguel aan. Landbouwproducten uit die tijd waren vooral tarwe, wede (voor het maken van de kleurstof wedeblauw), suikerriet en zuivelproducten. Vanaf 1582 werd São Miguel bezet door Spaanse troepen en jarenlang, tot aan de onafhankelijkheid in 1640, uitgebuit. In de 16e en 17e eeuw werd de haven van São Miguel gefortificeerd tegen de aanvallen van piraten en zeerovers. Terceira was op dat moment het belangrijkste eiland van de Azoren, maar dat veranderde ten gunste van São Miguel na de Portugese onafhankelijkheid in 1640. Gedurende de 18e en begin 19e eeuw bloeide het eiland economisch op, vooral door de teelt van sinaasappels, die vooral naar engeland geëxporteerd werden. In die tijd werden er veel huizen, maar ook de nodige kerken gebouwd.

In 1831-1832 werd vanaf São Miguel het verzet tegen het absolutistische regime van die tijd georganiseerd. Vanaf Ponta delgada vertrokken 3500 liberale Azorianen richting Noord-Portugal. Vanaf 1860 stortte de sinaasappelteelt in elkaar door goedkopere alternatieven uit Portugal en Spanje en door schadelijke insecten die ziekten overbrachten. Dit resulteerde uiteindelijk in een economische crisis en een versterkte emigratie naar Noord- en Zuid-Amerika. In plaats van sinaasappels werd er nu thee, ananassen, cichorei, suikerbieten en tabak verbouwd, samen met veeteelt en wat later visserij. In 1861 werd de haven van Ponta Delgada gemoderniseerd, wat weer industriële activiteiten aantrok. In 1947 werd de haven nog maar weer eens groot aangepakt. Op 9 januari 1976 opende de eerste en tot nu toe enige universiteit van de Azoren haar deuren, de 'Universidade dos Açores' in Ponta Delgada.

Logo van de Universidade dos Açores Photo: Universidade dos Açores

Santa Maria

Aangenomen wordt dat Santa Maria in het jaar 1427 het eerste eiland van de Azoren is geweest dat ontdekt werd, in dit geval door de Portugese ontdekkingsreiziger Diogo de Silves. De naam Santa Maria zou gekozen zijn omdat op de dag dat het eiland voor het eerst gezien werd, het op die dag Maria Hemelvaart was. Santa Maria was ook het eerste eiland waar zich kolonisten vestigden, in eerste instantie door Gonçalo Velho Cabral. Dat was in het jaar 1439 en zij kwamen voornamelijk van de Portugese streken Algarve en Alentejo. Ze vestigden zich in eerste instantie aan de noordwestkust op een plaats genaamd Praia do Lobos, ten westen van het huidige Anjos, bij de rivier Ribeira do Capitão (nu Ribeira de Santana).

Gonçalo Velho Cabral (ca. 1400 - ca. 1460), kolonisator van Santa Maria, Azoren

Photo: Carlos Luis M C da Cruz in het publieke domein

Tussen 1460 en 1474 ontwikkelde Vila do Porto, in 1472 kreeg het stadsrechten, zich echter tot het bestuurlijke centrum van Santa Maria en exporteerde wede(blauw) en urzela, twee kleurstoffen die in de toenmalige textielindustrie veelvuldig gebruikt werden. Santa Maria fungeerde in die tijd als een soort commerciële satelliet van São Miguel en leverde dat grotere eiland tarwe, orseille (paarse kleurstof uit korstmos), wede (kleurstof voor ververijen in Vlaanderen) pottenbakkersklei en kaas. Gedurende de 16de en 17de eeuw had Santa Maria zeer te lijden onder de voortdurende aanvallen van Franse, Turkse en Moorse piraten, waarbij ook nederzettingen verwoest werden. Begin 19de eeuw viel de vraag naar de op Santa Maria geproduceerde producten vrijwel stil en bracht een ernstige slag toe aan de economie van het eiland. Een gevolg daarvan was dat veel bewoners van het eiland vertrokken naar andere landen, met name Noord- en Zuid-Amerika.

Pas tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam Santa Maria weer in beeld door de aanleg van een Amerikaanse vliegbasis op het eiland, die later uitgebouwd werd tot een vliegveld geschikt voor trans-Atlantische vluchten; in 1977 landde de eerste Concorde op het vliegveld. Op dit moment is op Santa Maria een luchtverkeersleidingscentrum voor het Noord-Atlantische luchtruim gevestigd.

Terceira

De oorspronkelijke naam van Terceira was 'Ilha de Jesus Cristo' (Jezus Christus), maar werd later Terceira genoemd omdat het als derde Azoren-eiland ontdekt werd in 1434, na São Miguel en Santa Maria. De eerste kolonisten arriveerden en werden aangevoerd door Jacob van Brugge, de zoon van een rijk koopliedengeslacht uit Brugge. Net als op São Miguel en Santa Maria was de landbouw belangrijk voor Terceira, vooral granen en wede(blauw) werd er geteeld. De eerste nederzettingen werden gesticht in de buurt van de huidige plaatsen Porto Judeu en Praia da Vitória. Nog belangrijker voor Terceira was de aanwezigheid van een beschutte natuurlijke haven en was daardoor eeuwenlang het belangrijkste eiland van de Azoren.

Kaart van Terceira door Jan Huygen van Linschoten (ca. 1563-1611)

Photo: Publiek domein

In 1534 werd Angra de eerste nederzetting die als een echte stad beschouwd kon worden, en in datzelfde jaar riep paus Paulus III Angra uit tot zetel van het bisdom. In 1580 wist Terceira als een bolwerk tegen de Spanjaarden te verzetten, die al wel heel Portugal geannexeerd hadden. De Portugees Dom Antonio werd daarbij geholpen door de Fransen. Maar ook dit laatste bolwerk werd een prooi voor de Spanjaarden, die de Franse vloot in 1582 in de buurt van Terceira versloegen (Slag bij Punta Delgada of Slag bij Terceira). In 1583 werd Terceira definitief ingenomen door de Spanjaarden en de bevolking werd zeer streng gestraft voor hun verzet tegen de Spanjaarden. In de 16e en 17e eeuw werd de haven steeds belangrijker voor de Spanjaarden. De met goud en zilver volgeladen schepen uit Noord- en Zuid-Amerika verzamelden zich in de haven van Terceira en voeren vervolgens in konvooi en onder bescherming naar de Spaanse havenplaats Cadiz, bang als ze waren om overvallen te worden door zeerovers. Later in de 17e eeuw hadden de Spanjaarden Terceira niet meer nodig en stortte de economie van het eiland als een plumpudding in elkaar, gevolgd door massale emigratie naar het 'beloofde' land Brazilië.

Na de Portugese Restauratieoorlog (1640-1668), waardoor er een einde kwam aan aan de overheersing van de Spanjaarden, werden de Azoren een halteplaats voor Britse koopvaardijschepen tot de opening van het Suez-kanaal in 1863. De economie krabbelde ook weer op door de export van sinaasappels, maar ook daar kwam weer een eind aan door goedkopere alternatieven uit Spanje en Madeira en schadelijke insecten. Gevolg was wederom dat er een emigratiegolf op gang kwam. Samen met het eiland São Miguel speelde Terceira een belangrijke in de zogenaamde Miguelistenoorlog tusen de liberalen en absolutisten en uiteindelijk was Terceira het enige Liberale bolwerk dat er nog in heel Portugal over was. In 1829 probeerden de Absolutisten tevergeefs te landen op Terceira bij de plaats Villa da Praia en die triomf van de Liberalen resulteerde in een naamsverandering: Praia da Vitória. In 1832 verlieten Liberale eenheden Terceira en São Miguel en trokken op noorden van Portugal in hun strijd tegen de absolutisten.

In 1766 kregen de Azoren een centrale regering, die werd gestationeerd in Angra, dat de hoofdstad bleef tot 1833. Vanaf die tijd werden de Azoren verdeeld in drie districten. Korte tijd later werd Angra zelfs uitgeroepen tot hoofdstad van Portugal toen koning Peter IV even op Terceira resideerde en de naam van die stad werd veranderd in Angra do Heroísmo. In 1943 werd het vliegveld van Lajes aangelegd ter ondersteuning van de Slag in de Atlantische Oceaan en voor het droppen van luchtlandingstroepen in Europa. Op dit moment doet het vliegveld, naast een burgerluchtvaartdoel, nog dienst in een strategische NAVO-rol. Op nieuwjaarsdag 1980 veroorzaakte een aardbeving flinke schade op Terceira, Graciosa en São Jorge. Veel belangrijke gebouwen in Angra do Heroísmo werden ernstig beschadigd en het duurde lang voordat de stad weer in al haar luister hersteld was. Toen dat voltooid was, werd de stad in 1983 uitgeroepen tot UNESCO-Werelderfgoed. Vermeldenswaard is nog dat de Landbouwfaculteit van de Universidade dos Açores op Terceira gevestigd is.

Overzicht van de historische binnenstad van Angra do Heroísmo

Photo: Martin Herbst CC-licentie Naamsvermelding-Gelijk delen 2.0 Duitsland no changes made

Graciosa

Ongetwijfeld hebben zeelui die Terceira ontdekten ook het eiland Graciosa ontdekt, want de afstand tussen beide eilanden is nog geen 100 km, maar zeker is dat niet. Zeker is in ieder geval wel dat Hendrik de Zeevaaerder in 1440 vee liet uitzetten op Graciosa. De bekendste kolonist die ook meteen de dichte begroeiing van het eiland aanpakte, was Vasco Gil Sodré, die oorspronkelijk woonde in Montemoro-o-Velho aan de westkust van Portugal en zich sinds 1450 op Graciosa vestigde in de plaats Carapacho aan de uiterste zuidkust van Graciosa. Hij werd uiteindelijk geen gouverneur, dat werd een zwager van Christopher Columbus. De meeste kolonisten kwamen uit de regio's Beiras en Minho in Portugal en uit Vlaanderen. In 1486 kreeg Santa Cruz stadsrechten.

Santa Cruz da Graciosa, Azoren

Photo: Angrense in het publieke domein

Graciosa bleek al snel uitermate geschikt voor het telen van granen en druiven, en binnen een eeuw na de vestiging van de eerste kolonisten werd er al tarwe, gerst, wijn en cognac geëxporteerd. Deze producten werden eerst naar het economische en administratieve centrum van de Azoren, Terceira, verscheept, dat ook grote schepen kon ontvangen in haar haven, en van daaruit naar Portugal en andere exportbestemmingen over de hele wereld. De welvaart die dat opleverde trok natuurlijk ook piraten aan, en ter verdediging werden er dertien forten gebouwd en graan werd verborgen in ondergrondse kelders. Door de druifluis stortte de wijnbouw in de tweede helft van de 19e eeuw in elkaar, meteen emigratiegolf als gevolg. Tegenwoordig wordt er op Graciosa, zoals op bijna alle eilanden, voornamelijk vlees- en zuivelproducten geproduceerd. Visserij wordt bemoeilijkt door de ernstige teruggang in aantallen vissen die in het water rond de Azoren nog voorkomen.

Graciosa had op haar hoogtepunt zo'n 14.000 bewoners, maar door emigratie daalde dit aantal snel. Ook in de jaren vijftig van de vorige eeuw was er, ondanks maatregelen van de regering om dit tegen te gaan, nog een behoorlijke emigratiestroom, waardoor er uiteindelijk nog maar ca. 4000 mensen op Graciosa wonen.

São Jorge

São Jorge werd samen met andere eilanden van de centrale eilandengroep rond 1430 ontdekt door Portugese zeevaarders. Topo, gelegen in het uiterste oosten van São Jorge en ook wel Nossa Senhora do Rosário geheten, werd gesticht door de Vlaamse kolonisator, koopman en edelman Willem Van Der Haegen, die zich later 'Guilherme da Silveira' ging noemen. Isabella van Bourgondië vroeg in die tijd aan haar broer Alfons V van Portugal het recht op vruchtgebruik van de Azoren. De bevolking van Vlaanderen was zeer arm en zij zag een oplossing door Vlamingen op de eilanden van de Azoren te laten wonen en daar een bestaan op te bouwen. Willem Van Der Haegen kreeg São Jorge toegewezen, zeilde in 1466 met twee schepen en wat handelaren naar het eiland, later koloniseerde hij ook Flores nog.

Velas werd halverwege de 15e eeuw gesticht en ontwikkelde zich zo snel dat het nauwelijks vijftig jaar later al stadsrechten kreeg. De economie van deze stad was gebaseerd op de export en productie van wol, orseille (van korstmossen afkomstige purperkleurige verfstof), tarwe en druiven. Drie eeuwen later werden sinaasappelen een lucratief exportproduct, die met boten tegelijk naar Engeland vervoerd werden. In 1850 werd de wijnbouw getroffen door druifluis en de sinaasppelteelt tien jaar later door meeldauw. Beide rampen werden gevolgd door een emigratiestroom, die er voor zorgde dat het aantal inwoners in nog geen honderd jaar tijd met de helft terugliep.

Tot de aanleg van een vliegveld in de 20e eeuw, bleef São Jorge een vrij geïsoleerd eiland. De belangrijkste producten van het eiland zijn op dit moment vlees en vooral kaas, drie fabrieken houden zich bezig met het produceren van de befaamde São Jorge-kaas. Economisch gaat het op dit moment niet zo geweldig met São Jorge. Net als alle andere eilanden van de Azoren leed ook São Jorge in de loop der tijden onder aanvallen van piraten, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen, tussen 1580 en 1907 maar liefst zes keer. In 1980 werd São Jorge nog getroffen door de zwaarste aardbeving uit de geschiedenis, 7.0 op de Schaal van Richter. De meeste fajãs (kustdorpen) werden na de ramp verlaten en bleven als spookdorpen achter.

Deur van de kapel Solar dos Tiagos, waar Willem Vander Haegen begraven ligt

Photo: José Luís Ávila Silveira/Pedro Noronha e Costa in het publieke domein

Faial

Op oude kaarten staat het huidige Faial vermeld als 'Insule de Ventura', dat door de Portugezen in de eerste helft van de 15e eeuw ontdekt werd en meteen gekoloniseerd. Onder leiding van Josse Van Hurtere vestigden zich een klein aantal Vlamingen op het eiland, een aantal dat nauwelijks twintig jaar later al was opgelopen tot ca. 1500. Ze vestigden zich aanvankelijk in Praia do Almoxarife, later vooral in Vale dos Flamengos, het huidige Flamengos, niet ver van de hoofdstad Horta.

Wapen van het Huis van Utra, afstammelingen van de Van Hurtere-familie

Photo: Alvexibl in het publieke domein

De Azoren hebben altijd een belangrijk positie ingenomen in de geschiedenis van de Atlantische Oceaan. Talloze Portugese schepen keerden terug van hun reizen naar het West-Indische gebied en zocht bescherming tegen de piraterij. Ook voor de Engelse kolonisten in Noord-Amerika werd de haven van Horta toen een belangrijk toevluchtsoord, maar ook voor het provianderen en repareren van schepen en het aanmonsteren van matrozen was Horta een middelpunt. Naast de export naar andere landen waren er ook veel handelsactiviteiten tussen de eilanden en tussen het vasteland van Portugal.

In 1583 vielen de Spanjaarden Faial aan en veroverden het fort Santa Cruz. Gedurende de Spaanse bezetting vielen de Engelsen het eiland verschillende keren aan. Sir Walter Raleigh lukte dat, en hij vernietigde en passant een Spaanse vloot die naar Mexico was geweest. In 1672 werd Faial opgeschrikt door een aardbeving die grote verowestingen aanrichtte. Een vreedzame gast was kapitein James Cook, die in 1775 zijn apparatuur checkte voordat hij afreisde naar de zuidelijke zeeën. Ook alle walvisvaarders kwamen op bezoek in Horta om hun voorraden aan te vullen, bemanningen werven en later werden er pakhuizen en ander faciliteiten gebouwd die nog meer schepen naar Horta trokken. Een van hen was de Amerikaan John Dabney (1766-1826), die begin 19e eeuw op Faial arriveerde en wiens familie gedurende een eeuw grote invloed had op commerciële activiteiten met onder meer de export van sinaasappelen, wijn van het eiland Pico en walvisproducten.

In 1866 werd vanaf Faial de eerste betrouwbare transatlantische telegraafkabel gelegd , die vijftig jaar later vele delen van de aarde met elkaar verbond. In 1892 werd door een Engels bedrijf de eerste kabel tussen Ponta Delgada en verder naar de kust ten zuiden van Lissabon gelegd. Vanaf 1900 werd er kabels gelegd tussen de Verenigde Staten, Duitsland, Ierland, Cornwall in Engeland en via Kaapverdië werden er verbindingen gemaakt met kabels naar Afrika en Zuid-Amerika. In die tijd werkten en Britten, Duitsers, Amerikanen en Portugese technici en de laatste kabel vanuit Horta werd in 1928 gelegd. Horta bleef tot 1969 een van de belangrijkste kabelcentra ter wereld, maar in dat jaar vertrok de laatste kabelmaatschappij omdat modern systemen het niet nodig hadden om via de Azoren te lopen.

Door de kabel die eind 19e eeuw gelegd werd, konden ook weergegevens sneller doorgegeven voor het maken van accurate weersvoorspellingen. Bovendien werd in 1901 het Prins Albert van Monaco Sterrenwacht gebouwd. In 1919 werd, via onder andere Horta, de eerste transatlantische oversteek per vliegtuig gerealiseerd door de piloot Albert Cushing Read (1887-1967). Ook de beroemde piloot Charles Lindbergh meldde zich op Faial, hij onderzocht in 1933 of de vliegtuigen van Pan-Am op Faial konden landen. Dat bleek te kunnen en Pan-Am werd gevolgd door Lufthansa, Air France en Imperial Airways, nu British Airways. In 1957/1958 werd Faial getroffen door zeer heftige vulkaanuitbarstingen, met als gevolg dat er een nieuwe 2,4 km2 grote landtong ontstond. Duizenden mensen emigreerden naar veiliger oorden.

Op 9 januari 1976 opende de eerste en enige universiteit van de Azoren, de Universidade dos Açores op São Miguel, haar deuren. Op dezelfde dag startte op Faial de faculteit Oceanografie en Visserij met haar lessen. Op 3 juni 1986 werd in Horta de eerste niet natuurlijke haven op Faial gebouwd. In 1998 werd het oosten van Faial zwaar getroffen door een zware aardbeving. De economie van Faial draait op dit moment om landbouw, zuivelindustrie, visserij, handel en toerisme.

Faculteitsgebouw Oceanografie en Visserij op Faial

Photo: José Luís Ávila Silveira in het publieke domein

Pico

Pico werd in 1450 ontdekt door de Vlaamse edelman Jacob van Brugge. De eerste huizen op het eiland Pico werden waarschijnlijk gebouwd in Ribeiras, maar de echte kolonisatie begon rond 1460 in de huidige streek rond Lajes, dat jarenlang de belangrijkste (haven)plaats op Pico was. Later zou Lajes hét centrum van de walvisindustrie op de Azoren worden. De plaats São Roque dateert van 1542, waarschijnlijk door bewoners van het eiland Graciosa. ook São Roque zou een belangrijke plaats voor de walvisindustrie worden.

Tot in de tweede helft van de 19e eeuw zou ook de productie van wijn belangrijk zijn voor de economie van het eiland, met name de Pico Madeira werd in grote hoeveelheden, via de haven van Horta op het eiland Faial, geëxporteerd naar Engeland, de Verenigde Staten en vooral naar Rusland. De wijngaarden langs de westkust ten zuiden van de plaats Madalena waren trouwens in bezit van een zestal families uit Horta op het eiland Faial.

In 1852 werd de wijnbouw getroffen door meeldauw en twintig jaar later was het definitief gedaan met de wijnbouw op Pico door de bladluis Phylloxera. Dit was een grote slag voor de economie en veel eilanders namen de benen naar landen als Brazilië en de Verenigde Staten, vooral Californië, om een nieuwe toekomst op te bouwen. Later brachten terugkerende eilanders een de Amerikaanse Isabella-druif mee, waarmee op bescheiden schaal weer werd begonnen met het produceren van wijn, de 'Vinho de Cheiro', voor de lokale consumptie.

Ilha do Pico Benjamin Russell & Caleb Purrington

Photo: Publiek domein

In die tijd werd de walvisjacht steeds belangrijker voor Pico en ook walvis-gerelateerde fabrieken werden er geopend. Maar ook aan deze economische activiteit kwam een einde door de sterk verminderde vraag naar walvis-producten. Veel fabrieken sloten hun deuren en in 1984 werd de laatste walvis gedood. Op dit moment is de veeteelt en de zuivelproductie belangrijk voor Pico, in Madalena is nog een vloot gevestigd voor de tonijnvangst en het toerisme wordt steeds belangrijker.

Flores

De naam Flores stamt waarschijnlijk af van de vele gele bloemen die de Portugese ontdekkers van Flores aan de kust aantroffen. De zogenaamde 'cubres' zijn in werkelijkheid Solidago sempervirens, een guldenroede-soort die oorspronkelijk aan de Noord-Amerikaanse kusten voorkomt. In ca. 1452 werd Flores ontdekt door kapitein Diogo de Teive en zijn zoon João de Teive, waarvan hij gedurende enige tijd gezagvoerder werd. Enkele jaren gaf hij de rechten van Flores over aan zijn zoon João, die de rechten in 1474 weer doorverkocht aan Fernão Teles de Meneses en zijn vrouw Maria de Vilhena.

Graf van Fernão Teles de Meneses (1431-1477) in Coïmbra, Portgal

Photo: Manuelvbotelho CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

De eerste kolonisatiepoging werd echter gedaan door de Vlaamse edelman Willem Vander Haegen. Hij probeerde op Flores wede te verbouwen voor het produceren van wedeblauw, een kleurstof die graag gebruikt werd in de Vlaamse textielindustrie. Helaas mislukte dat voor hem vanwege de afgelegen ligging van Flores en het gebrek aan een natuurlijke haven, waarna Vander Haegen zich terugtrok in Topo op het eiland São Jorge.

Permanente bewoning begon pas in 1504 onder leiding van kapitein João da Fonseca met mensen van Portugal, Terceira en Madeira, aangevuld met Spanjaarden, Duitsers, Engelsen, Joden en Moren. Zo rond 1515 kreeg Lajes stadsrechten, dertig jaar later Santa Cruz en eind van de 16e eeuw Ponta Delgada. Men schat in dat er op Flores in die tijd ca. 1300 bewoners in zeer primitieve omstandigheden leefden, met alleen in de klimatologisch gunstige tijden af en toe bezoek van een schip uit Terceira.

Ook Flores werd in de 16e eeuw regelmatig aangevallen door Engelse piraten en in juni 1587 werd Lajes door vijf Engelse schepen verwoest. In 1591 werd in de buurt van Flores slag geleverd tussen een Brits eskader en een Spaans konvooi dat volgeladen met goud en zilver van Mexico terugkwam. De Spanjaarden organiseerden elke jaar twee grote beschermde konvooien, de 'Flota' en de 'Galeones', en het Flota-konvooi werd aangevallen door de Engelsen. Veel Engelsen waren echter ziek en verbleven op dat moment aan land, en uiteindelijk moesten de Engelsen onder leiding van de dodelijk gewonde Sir Richard Grenville (1542-1591) zich overgeven.

Slag bij Flores (1591), Azoren

Photo: Publiek domein

In 1770 werd Lajes vanuit zee gebombardeerd door twee Amerikaanse kaperschepen, maar Flores wist stand te houden en later die eeuw werd er al weer handel gedreven tussen Flores en Amerika.

De vroegste economische activiteiten waren vooral gericht op zelfbehoud, zoete aardappel of bataat, aardappelen en andere groenten, vis en brood. Voor de export werd er vooral wedeblauw geproduceerd, en daarbij wat drakenbloed (rode harssoort) en wol. Daarnaast nog wat scheepsreparaties, en halverwege de 18e eeuw werden er walvisvaarders bevoorraad, halverwege de 19e eeuw vlees, fruit en groenten geruild of verkocht aan de andere eilanden van Azoren, en verder Madeira en het vasteland van Portugal. Het aantal bewoners van Flores piekte rond die tijd, maar is nu in de loop van zo'n 150 jaar gedaald tot nog geen 4000. De walvisvaart vanaf Flores begon in 1860 en bereikte zijn hoogtepunt in de jaren dertig van de vorige eeuw. Enkele fabrieken werden er gebouwd in Santa Cruz en later in Lajes, maar door het gebrek aan een goede haven kwam deze industrie niet echt van de grond. De laatste walvis werd in 1981 gedood en toen was het definitief afgelopen met de walvisvaart en walvisindustrie.

Boqueirão walvisfabriek, actief vanaf eind 19e eeuw tot begin 20e eeuw op Flores, Azoren

Photo: Angrense in het publieke domein

In 1906 kwam Flores in het nieuws door de kruiser Slavonia die zonk voor de kust van Flores en voor het eerst in de wereldgeschiedenis een SOS-signaal gaf. De infrastructuur op Flores was lange tijd ver onder de maat, pas in de jaren vijftig van de vorige eeuw begon dit te veranderen. Aan het isolement waaronder Flores de hele geschiedenis geleden heeft, kwam pas een definitief einde met de aanleg van een vliegveld, verbeterde havenfaciliteiten en de vestiging van een Franse sterrenwacht en telecommunicatiepost, die tot 1994 actief was. Sinds 1890 bestuderen Franse wetenschappers de vorming van depressies, in 1964 gevolgd door 35 Franse militairen en hun gezinnen. In 1994 verlieten de militairen Flores weer.

In 2009 werd Flores door de UNESCO uitgeroepen tot biosfeerreservaat. Op dit moment is vlees en toerisme de belangrijkste inkomstenbron voor Flores.

Corvo

Van alle Azoriaanse eilanden waren Corvo en Flores de laatste twee die ontdekt werden door de Portugese ontdekkingsreizigers. Corvo werd in 1452 ontdekt door kapitein Diogo de Teive, en veranderde in die beginperiode vaak van naam: 'Ilha de Santa Iria', 'Ilha do Marco', 'Ilha de São Tomas' en Ilhéu das Flores'. Daarna kreeg het eiland geleidelijk zijn huidige naam, van 'Insula Corvi Marini' naar 'Ilha dos Corvos Marinhos' of 'eiland van aalscholvers'.

Aanvankelijke pogingen om het eiland te koloniseren mislukten, pas in 1548, waarschijnlijk na het binnenhalen van slaven uit Kaapverdië, lukte het kapitein Gonçalo de Sousa om de eerste permanente nederzetting op Corvo te stichten. Vanwege de kleine oppervlakte, zonder veilige haven en door de geïsoleerde ligging zijn de bewoners altijd afhankelijk gebleven van landbouw en veeteelt. In die tijd werd er met het nabij liggende Flores gecommuniceerd via vuurseinen en in de tijd van piraten en kaapvaarders werd het eiland met rust gelaten in ruil voor de levering van water en voedsel en de mogelijkheid om schepen te repareren.

De komst van Amerikaanse walvisvaarders in de 18e en 19e eeuw leverde voor de bevolking veel werk op, en later ging men met eigen boten ook de zee op voor wat inkomsten.

In 1830 graasden er zo'n 3000 schapen op het eiland, in 1832 kreeg Vila Nova stadsrechten, de eerste jongensschool werd in 1845 geopend, de eerste meisjesschool in 1874. Corvo was voor bijna alles afhankelijk van import, onder andere suiker, meel, koffie, wijn, azijn, brandewijn, port, kaas van São Jorge, vijgen, kaarsen, zeep en leer; geëxporteerd werden koeien en huiden. De leefomstandigheden waren echter zwaar op Corvo, en net als op andere eilanden van de Azoren was emigratie aan de orde van de dag, naar Brazilië maar vooral naar Noord-Amerika. In 1864 was het bevolkingsaantal net iets meer dan duizend, op dit moment ca. 400. Pas in 1963 kreeg het Corvo elektriciteit, in 1993 werd het vliegveld geopend. In 2007 werd Corvo tot UNESCO-biosfeerreservaat uitgeroepen.

Vergane glorie: Fabrica da Manteiga Cooperative Agrícola Corvense, een verlaten boterfabriek op Corvo

Photo: Angrense in het publieke domein

Bevolking

Azoren markt

Photo: Hansueli Krapf CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Azoren hebben een totale oppervlakte van 2247 km² en een kleine 250.000 inwoners (2017), de Açorianos, Het grootste deel, zo'n 170.000 mensen, woont op het hoofdeiland São Miguel met de hoofdstad Ponta Delgada (ca. 70.000 inwoners), en ook de tweede stad van de Azoren ligt op dit eiland, Ribeira Grande met ca. 10.000 inwoners. Op het kleine eiland Corvo wonen slechts zo'n 500 mensen wonen, veelal ouderen. Gemiddeld wonen er op de Azoren zo'n 105 mensen per km2.

De eerste bewoners kwamen vooral uit de Algarve en de Alentejo in Portugal. Ook Bretons en veel Vlamingen vestigden zich op vooral de centrale eilandengroep, maar het aantal immigranten uit andere landen dan Portugal is altijd bescheiden gebleven. Door de economisch slechte situatie en bijvoorbeeld vulkaanuitbarstingen zochten al sinds de 16e eeuw veel Azorianen een goed heenkomen elders. In de 18e eeuw nam de emigratie steeds meer toe, met name naar Brazilië. Vanaf begin 19e eeuw richtte de emigranten zicch steeds meer op de Verenigde Staten; Hawaii, Californië en New England waren in die tijd erg populair. In de 20e eeuw verlieten steeds meer Azorianen de archipel, met als 'hoogtepunt' zo'n 60.000 Azorianen tussen 1970 en 1980, en dat was ca. 20% van de toenmalige bevolking. De favoriete bestemmingen waren toen de Verenigde Staten en Canada. Door alle emigratiebewegingen van de laatste eeuwen is het aantal Azorianen in alleen al de Verenigde Staten, inclusief nakomelingen, opgelopen tot ca. 1 miljoen, en dat is meer dan drie keer zoveel als er op dit moment op de Azoren wonen!

Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is de emigratie enorm afgenomen doordat het steeds moeilijker wordt om werkvergunningen te krijgen voor met name de Verenigde Staten. Tegelijkertijd bloeide de Azoriaanse (Portugese) economie op na het toetreden van Portugal tot de Europese Unie in 1986.

São Miguel137.830
Terceira56.437
Pico15.761
Faial14.994
São Jorge9.171
Santa Maria5.552
Graciosa4.391
Flores3.793
Corvo430
totaal (2011)248.359

Taal

Taalkaart Portugees

Photo: Jonatan argento CC Attribution-Share Alike 4.0 International no changes made

Portugees is de officiële taal op de Azoren. Het Portugees is een Romaanse taal en nauw verwant met het Spaans. Wel is de uitspraak heel anders. Het Portugees heeft een unieke klank en is direct herkenbaar. Wie wel eens naar Fado-muziek geluisterd heeft, herkent zowel het rauwe als melancholische van deze taal. Portugees is een wereldtaal en wordt door meer dan 160 miljoen mensen gesproken.

Het Portugees kent wel dialecten, maar die wijken niet al teveel af. Alleen de uitspraak van het Azoriaanse Portugees wijkt wat af van het vastelandse Portugees, met name op het eiland São Miguel, waar het dialect 'Micaelense' genoemd wordt. Het grote verschil is de uitspraak de 'oe', die als een 'u' wordt uitgesproken, een klank die in het Portugees eigenlijk niet voorkomt en enigszins Frans aandoed.

De naam Azoren berust eigenlijk op een misverstand. De ontdekkingsreigers zagen op de eilanden een veel voorkomende roofvogel en dachten dan het een havik (Portugees: açor) was. Maar in feite was het een buizerd, die pontificaal op de vlag van de Azoren staat afgebeeld.

Buizerd op de vlag van de Azoren

Photo:Publiek domein

Godsdienst

Algemeen

Santo Cristo Kerk Azoren

Photo: Björn Ehrlich CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Azoren zijn vanaf de vestiging van de eerste kolonisten katholiek. De zeldzame protestantse kerken werden pas veel later gebouwd, bijvoorbeeld in Ponta Delgada op São Miguel in de 19e eeuw als gevolg van de vele Engelse handelaren die zich op de sinaasappelteelt stortten. Vanaf het begin was er wel altijd een sterke joodse gemeenschap. Niet alleen de katholieke priesters waren zeer invloedrijk, ook religieuze ordes als die van de franciscanen waren belangrijk, zij stichtten veel kerken, kloosters en de eerste scholen. Negentig procent van de bevolking van de Azoren is nog steeds rooms-katholiek. Religie speelt een zeer grote rol in het dagelijks leven, hoewel het aantal praktiserende gelovigen, zeker onder de jongeren, elk jaar minder wordt.

Wat nog wel altijd volop gevierd wordt op de Azoren, van pasen tot en met pinksteren en bijna niet meer op het vasteland van Portugal, is het uit de 13e eeuw stammende Feest van de Heilige Geest, de 'Festa do Espiríto Santo'. Het feest wordt in verschillende kerkelijke gemeenten gevierd en elk jaar wordt er door de broederschappen een nieuwe keizer of 'imperador' benoemd. Het hoogtepunt van het feest is de kroning van de nieuwe keizer. Symbolen van het feest zijn de rode vlag met duif van de Heilige Geest.

Koning Dinis heerste vanaf 1279 over Portugal en wilde het door de profeet Jezus voorspelde tijdperk van de Heilige Geest inluiden, een soort aards paradijs waarin iedereen gelijk zou zijn en gelijk behandeld zou worden. Iedereen moest dan van persoonlijk bezit afzien, een levenswijze die vooral bij de franciscaner monniken aansloeg. In Italië en Frankrijk werden ze om deze levenswijze vervolgd, maar in Portugal kreeg hun gedachtegoed wel veel aanhang. Koning Dinis ging echter nog een stukje verder en verving de door priesters geleide heilige missen door een lekendienst en wilde de hiërarchische kerkelijke orde opheffen. De katholieke kerk zag deze ontwikkeling natuurlijk totaal niet zitten en vaardigde allerlei verboden uit en stelde in 1536 een inquisitie in, voor veel Portugezen het sein om vooral naar Brazilië te vluchten. Op de Azoren bleef het feest echter gevierd worden, met name op het eiland Terceira. Daar spelen de 68 uitbundig beschilderde en vaak door het volk, met name in de 19e eeuw, gebouwde en gefinancierde 'impérios' een grote rol, Heilige Geesttempels die het middelpunt vormen van de festiviteiten die met het feest van de Heilige Geest samenhangen. Enkele bijzonder impérios in Angra do Heroísmo zijn de Império Dos Inocentes da Guarita, de Império do Outeiro en de Império Império do Espírito Santo do Terreiro. Op dit moment wordt het feest getolereerd door de katholieke kerk.

Império do Espírito Santo do Terreiro in Angra do Heroísmo, Azoren

Photo: José Luís Ávila Silveira/Pedro Noronha e Costa in het pubieke domein

Bijzondere religieuze gebouwen op de Azoren

Igreja da Matriz de São Sebastão: belangrijkste kerk van de stad Ponta Delgada, stammend uit de 16e eeuw en het beste voorbeeld van de zogenaamde (e)manuelstijl (Emanuel I, regeerperiode 1495-1521) op de Azoren. De manuelstijl wordt gekenmerkt door prachtig decoratief beeldhouwwerk, motieven die verwijzen naar overzeese gebiedsdelen van Portugal en zeevaartsymboliek. Bezienswaardig zijn verder blauwe en witte typisch Portugese tegels, 'azulejos', en fraaie altaarstukken. De beschermheilige van de kerk is de heilige Sint-Sebastiaan (Latijn: Sebastianus, 3e eeuw en geboren in Narbonne).

Igreja da Matriz, Ponta Delgada, Azoren

Photo: Concierge.2C CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Igreja do Colégio de Todos os Santos: voormalige barokke jezuïetenkerk in Ponta Delgada, waarin nu het eilandmuseum Núcleo de Arte Sacra do Museu Carlos Machado gevestigd is. Prachtige gevel, gemaakt van grijs vulkaangesteente. Bijzonder zijn de ivoren Indo-Portugese Christusfiguren en een altaarstuk wat beschouwd wordt als het grootste houtsnijwerk van Portugal.

Igreja Matriz: belangrijkste kerk van Ribeira Grande, de tweede stad van de Azoren. Een van de grootste en mooiste kerken van de Azoren, begin 16e eeuw gebouwd en in latere eeuwen diverse malen uitgebreid. Prachtige barokke gevel en voorzien van dertien altaren.

Igreja Matriz in Ribeira Grande, Azoren

Photo: José Luís Ávila Silveira/Pedro Noronha e Costa in het publieke domein

Igreja de São Miguel: deze kerk in Vila Franca do Campo is gewijd aan de patroonheilige van het eiland São Miguel en voor de aardbeving van 1522 de belangrijkste kerk van het eiland. Na de aardbeving werd de kerk in haar oorspronkelijke staat herbouwd in de zeer eenvoudige atlantische gotiek-stijl met dikke muren, massieve roosvensters en spitsboogportalen.

Eenvoudige Igreja de São Miguel, Vila Franca do Campo, Azoren

Photo: José Luís Ávila Silveira/Pedro Noronha e Costa in het publieke domein

Igreja Matriz Nossa Senhora da Assuncão: eerste kerk op het eiland Santa Maria, met een geschiedenis die teruggaat naar ca. 1450. Uit deze tijd stamt nog een portaal met gotische spitsboog. Het interieur is barok.

Igreja Matriz Nossa Senhora da Assuncão in Vila do Porto, Santa Maria, Azoren

Photo: Usercam Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Igreja de Nossa Senhora da Purificacão: grote aan Maria gewijde kerk in het dorp Santo Espírito met een fraaie barokke gevel.

Ermid de Nossa Senhora de Fátima (Santa Maria): aan de maagd Fátima gewijde bedevaartskerk uit 1925 in het plaatsje São Pedsro. De weg naar de kerk bestaat uit 154 trappen, wat gelijk staat aan de kralen van een rozenkrans.

Ermida dos Anjos (Santa Maria): oudste kerk van de Azoren, stammend uit de 15e eeuw en daarna vaak verbouwd, laatstelijk in 1893. Tegenover de kerk staat een standbeeld van Christoffel Columbus.

Igreja de Nossa Senhora das Angústias (Faial): oudste parochiekerk van Faial in de stad Horta, die in de 17e eeuw volledig verbouwd werd.

Igreja Matriz São Salvador: belangrijkste kerk van Horta (Faial), oorspromnkelijk gebouwd door jezuïeten met enigszins protserige altaarstukken en muren bedekt met azulejos, voorstelleden het leven de van de stichter van de jezuïetenorde, Ignatius van Loyola.

Igreja de São Mateus (Pico): belangrijke kerk voor het eiland Pico die in de 19e eeuw op de fundamenten van een kerk uit begin 16e eeuw gebouwd werd. De kerk is gewijd aan Senhor Bom Jesus Milagroso, waarvan een uit Brazilië stammend beeld in de kerk staat.

Ermida de São Pedro (Pico): oudste kerk van Pico in het dorpje Lajes do Pico, eind 15e eeuw gebouwd. In São Roque do Pico staat de belangrijkste kerk van Pico, de parochiekerk Igreja Matriz de São Roque.

Igreja Matriz de São Roque, São Roque do Pico, Azoren

Photo: José Luís Ávila Silveira/Pedro Noronha e Costa in het publieke domein

Igreja Matriz de São Jorge: belangrijkste kerk van de stad Velas, uit de 16-17e eeuw en gewijd aan de patroonheilige van het eiland São Jorge, Sint Joris. Met een prachtig altaarstuk en bijzondere 17e eeuwse commoden.

Igreja Santa Bárbara (São Jorge): 18e eeuwse pelgrimskerk die veelvuldig door de eilandbewoners bezocht wordt om te bidden of een viering bij te wonen. De vele giften van pelgrims zorgden er voor dat deze kerk met zijn uitbundige interieurversieringen tot een van de mooiste kerken van de Azoren gerekend wordt. Het interieur is typisch voor de Portugese barok met een houten plafond, azulejotableaus over het leven van Sint Barbara, een basalten doopvont uit de 16e eeuw en fraaie meubels.

Igreja Santa Bárbara, Manadas, Azoren

Photo: Unukorno CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Ermida de Santo Cristo (São Jorge): in 1835 ingewijde kerk, eindpunt van een pelgrimstocht over het eiland, de Romaria de Santo Cristo, die elk jaar in september door pelgrims van het eiland afgelegd wordt.

Sé Catedral do Santíssimo Salvador (Terceira): enige kathedraal en grootste kerk van de Azoren, vanaf 1560 gebouwd en pas in de 17e eeuw voltooid. Na de aardbeving van 1980 weer gereconstrueerd. Bijzonder is een 17e eeuws altaar bekleed met een reliëf van gehamerd zilver.

Igreja de São Sebastião (São Sebastião, Terceira): een van de oudste kerken van de Azoren (1455). zeer grond gerenoveerd met kenmerken van de Atlantische gotiek. Prachtige en voor de Azoren uniek fresco's.

Ermida de Nossa Senhora da Ajuda (Santa Cruz da Graciosa, Graciosa): een van de drie bedevaartskerken die te vinden zijn op de 129 meter hoge vulkaankegel. Deze kerk is de oudste van de drie.

Ermida de Nossa Senhora da Ajuda, Azoren

Photo: José Luís Ávila Silveira/Pedro Noronha e Costa in het publieke domein

Igreja Matriz Nossa Senhora da Conceição (Flores): belangrijkste kerk van de stad Santa Cruz das Flores uit midden negentiende eeuw met barokke stijlkenmerken.

Igreja Matriz Senhora da Conceição Santa Cruz das Flores, Azoren

Photo: Dreizung in het publieke domein

Samenleving

Bestuur

Parlement Portugal

Photo: Osvaldo Gago CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De Azoren hebben vanaf het allereerste begin deel uitgemaakt van Portugal. Sinds 1976 zijn de Azoren een autonome regio, een 'Região Autónoma', van Portugal, net zoals Madeira, met een eigen parlement en president. Het parlement is gevestigd in de hoofdstad Ponta Delgada op São Miguel en de regering zetelt in Horta op het eiland Faial. Sinds het lidmaatschap van de Europese Unie richten de Azoren zich steeds meer op Europa, terwijl dat voor die tijd vooral op de Verenigde Staten het was. De Azoren is een zogenaamde ultraperifere regio van de Europese Unie en dat betekent dat de Azoren op extra financiële steun vanuit Brussel kunnen rekenen, goed voor de economie en de werkgelegenheid. De officiële zetel van de president van de Azoren is gevestigd in het Palácio dos Capitães-Generais in de stad Angra do Heroísmo op het eiland Terceira.

De regering wordt democratisch gekozen en staat onder supervisie van de Minister van de Republiek met een permanente residentie, de Representante da República in Angra do Heroismo op Terceira. Dit verlengstuk van de regering in Portugal had de eerste decennia nog een zeer grote invloed op de bestuurlijke gang van zaken op de Azoren. Zo kon de Minister van de Republiek alle beslissingen van de Azoriaanse regering torpederen via een vetorecht. In 2006 werd de situatie beter voor de Azoren toen de 'Ministro da República' werd vervangen door een Representante da República'. De president van de Azoren wordt altijd de partijleider die de parlementsverkiezingen wint.

Vanuit de Azoren worden vijf afgevaardigden gekozen voor het nationale parlement in Lissabon. Het regionale parlement telt 51 gedeputeerden die voor vier jaar gekozen worden.

De afzonderlijke eilanden hebben geen zelfbestuur; de kleinste bestuurlijke eenheid is het district, 'município' of 'concelho', waarvan elk eiland er minstens één heeft. Het eiland São Miguel is verdeeld in de zes districten Ponte Delgada, Lagoa, Ribeira Grande, Vila Franca do Camp, Provocão en Nordeste. Pico is verdeeld in de districten Madalena, Lajes en São Roque. São Jorge is verdeeld in twee districten, Velas en Calheta. Terceira is verdeeld in de districten Angra do Heroísmo en Praia da Vitória. De kleinste eilanden bestaan maar uit één district.

Economie

Ananassen worden op de Azoren in kassen verbouwd
Photo: José Luís Ávila Silveira/Pedro Noronha e Costa in het publieke domein

Gedurende dertig jaar vóór de economische crisis in Europa lagen de economische activiteiten op de Azoren vooral op het gebied van infrastructuur, o.a. nieuwe vliegvelden, havens en telecommunicatiesystemen. Hierdoor is het aangezicht van de Azoren, en dan met name de hoofdstad Ponta Delgada, flink veranderd de laatste jaren met industriële en commerciële complexen aan de randen van de stad en veel nieuwe winkels in de binnenstad. De meeste van die projecten werden vooral gefinancierd door de Europese Unie, de vlag van de Europese Unie wapperde prominent op al die projecten.

De bewoners van de tamelijk onvruchtbare Azoren leven hoofdzakelijk van de veehouderij en de productie van melk, en die bedrijven zijn op elk eiland aanwezig. Verder worden er ook wijndruiven, ananassen, passievruchten, bananen en thee verbouwd, maar dat is voornamelijk voor de eilanden zelf.

In de tweede helft van de 19e eeuw stapten boeren van de sinaasappelproductie over op de ananasproductie, met name in Fajã de Baixo in de buurt van Ponta Delgada op het eiland São Miguel. De ananasplant was afkomstig van Zuid-Amerika en werd aanvankelijk alleen gebruikt als een ornamentele plant. Het klimaat van de Azoren is niet geschikt voor deze van origine tropische vrucht, daarom worden de ananassen, die op de Azoren een bijzondere smaak hebben, al vanaf 1864 in kassen gekweekt. Op het hoogtepunt van de ananasteelt waren er zo'n 3000 kassen die meer dan 2000 ton ananassen opleverden. De vruchtbare streek Terra Chã op het eiland Terceira staat bekend om de tamme kastanjeteelt. De grootste haven van de Azoren is die van de stad Praia da Vitória op het eiland Terceira. Het eiland São Miguel is het economisch centrum van de Azoren.

De Azoren zijn eigenlijk de enige plaats in 'Europa' waar thee verbouwd wordt. Twee kleine plantages, Chá Porto Formoso (alleen zwarte thee) en sinds 1883 Chá Gorreana (zwarte en groene thee), net ten oosten van Ribeira Grande op het eiland Sãn Miguel zorgen voor, tegenwoordig, een productie van zo'n 40 ton biologisch gekweekte thee. In de 19e eeuw waren er nog veertien theefabrieken, die, met maximaal een productie van 250 ton thee, ook voor de export produceerden. De reden dat het op deze plaats mogelijk is om thee te verbouwen komt door het zachte, regenachtige klimaat, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Chinese klimaatzone waar het verbouwen van thee ideaal is. Op sommige plaatsen, onder andere op São Jorge, wordt op kleine schaal koffiebonen verbouwd.

Chá Porto Formoso, theeplantage op de Azoren

Photo: Froth82 Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Visserij speelt op de Azoren, die toch midden in de oceaan liggen, een kleinere rol dan je zou verwachten, er worden alleen wat tonijnconserven vanuit Rabo de Peixe, de grootste vissershaven van de Azoren, naar Italië geëxporteerd. In Fajã Grande wordt in de Fábrica Santa Catarina nog steeds tonijn ingeblikt. Slechts vijftien procent van het toegestane vangstquotum wordt in het 38.000 vierkante kilometer vangstgebied daadwerkelijk gevangen. De vissersboten zijn meestal klein en verouderd en houden zich in de directe omgeving van de eilanden op. Het vissersdorp São Mateus da Calheta heeft op het eiland Terceira een moderne haven met een trawlervloot.

De wijnbouw is op dit moment nog vooral voor de interne markt, maar toch produceert men vooral op het eiland Pico, maar ook op Terceira, São Miguel en Graciosa, voortreffelijke wijnen. De wijn wordt gemaakt van de eeuwenoude klassieke druivenrassen verdelho, arinto en terantez, die samen met de basalten ommuurde (currais) wijngaarden (curraletas) en de wijnhuizen tot het werelderfgoed van de UNESCO behoren. De 'currais', tegen de schadelijke wind, zijn een grandioos staaltje van vakmanschap en doorzettingsvermogen, want zou men de vaak manshoge muurtjes achter elkaar leggen dan kan men gemakkelijk de wereld rond volbouwen.

De wijn van met name Pico en in mindere mate van Graciosa werd vanaf de 18e eeuw geëxporteerd naar bijna alle werelddelen, maar daar kwam een wreed einde aan toen de druifluis eind 19e eeuw een einde maakte aan de export van de eilanden Pico en Graciosa. Men produceert vooral nog voor eigen gebruik en op het eiland Graciosa is nog maar één wijnhuis over: Terra do Conde. Bekende 'wijndorpen' zijn Biscoitos, Santa Luzia, Cabrito, Cais do Mourato, Porto do Cachorro en Lajido.

Ommuurde 'currais' wijngaard op Pico, Azoren

Photo: Unokorno CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

São Jorge is het kaaseiland van de Azoren, en de Queijo São Jorge een door de Europese Unie beschermd merk. De eerste kaasrecepturen werden op de Azoren geïntroduceerd door Vlamingen die zich eeuwen geleden op de eilanden vestigden. Op dit moment tellen de Azoren ongeveer 200.000 zwartbonte koeien, waarvan ongeveer de helft bestaat uit melkkoeien die zorgen voor de rauwe melk waar de kaas van gemaakt wordt. De bijzondere smaak van de kaas is het gevolg van bergmunt, dat op de weiden groeit, en het zoutgehalte van de lucht boven de Azoren.

Andere bekende kazen gemaakt van rauwe melk zijn Queijo Ilha Gracios Reserva, Queijo do Corvo en Queijo São João do Pico. Van mindere kwaliteit zijn de van gepasteuriseerde melk gemaakte Queijo Ilha, Queijo Flamengo en Queijo Império do Pico. De diverse kazen, ook die van de andere eilanden, worden geëxporteerd naar vooral het Portugese vasteland en naar Madeira.

Queijo Sao Jorge, kaas van de Azoren

Photo: Adriao in het publieke domein

Eind 19e eeuw waren Maia en Lomba da Maia twee centra van tabaksproductie op São Miguel. Op dit moment zijn er alleen in Ponta Delgada nog twee fabriekjes actief. De fabriek in Maia sloot in 1988, werd in 2008 weer geopend als Museu do Tabaco. Op het eiland Pico in het plaatsje Santo Amaro een scheepsreparatiewerf. Santa Maria en Graciosa zijn gespecialiseerd in de teelt van suikermeloenen.

Het toerisme is van groot belang voor de economie van de Azoren. Alle eilanden samen hebben ca. 10.000 bedden voor toeristen, waarvan de helft zich op het hoofdeiland Sao Miguel bevinden. De meeste toeristen komen sinds jaar en dag uit Duitsland en verder zijn de Azoren populair bij toeristen uit met name Europese landen als Zweden, Nederland, Spanje en uiteraard het vasteland van Portugal. Industrie is nauwelijks op de archipel aanwezig. Verder ontvangen de Azoren veel subsidiegeld van de Europese Unie, want de afgelegen archipel wordt als een enigszins achtergebleven randregio beschouwd.

Net als op het vasteland van Portugal is ook op de Azoren de keramiekproductie van belang voor de economie, al was het alleen maar voor de toeristen. De grote naam wat keramiek betreft is Lagoa, een stadje op het eiland São Miguel, opvolger van Vila Franca do Campo, waar de Fábrica Cerámica Viera sinds 1862 de mooiste dingen maakt en van van een zeer goede kwaliteit. Het servies, de vazen en de bloempotten, dat onder de naam Louça da Lagoa bekend staat, zijn over het algemeen wit geglazuurd en versierd met blauwe eiland-specifieke motieven. In Vila Franca do Campo is nog een collectieve keramiekoven intact, waar alle pottenbakkers van de stad vroeger hun werkstukken bakten.

In de plaatsen Urzelina en Fajá dos Vimes op het eiland São Jorge en op het eiland Pico zorgt haak- en borduurwerk en geweven dekens en wandtapijten voor inkomsten, niet alleen van toeristen maar ook uit export naar landen als Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Frankrijk. Met name op het eiland Terceira is een ware industrie ontstaan, waarbij de eindafwerking van het thuis gemaakte hand-geborduurde werk in de fabriek gebeurt.

Een ander typisch handwerk van het eiland Faial zijn kunstwerken die van vijgenmerg gemaakt zijn, de 'miolo de figueira'. Sinds de 16e eeuw worden de delicate kunstvoorwerpen gemaakt in vrouwenkloosters en vanaf 1834 door ambachtslieden. Op de eilanden Pico en São Miguel wordt een variant gemaakt, de escamas de peixe, waarbij de kunstwerken gemodelleeerd worden met vissenschubben.

Whalewatching Pico, Azores

Photo: Guillaume Baviere Creative Commons Attribution 2.0 Generic no changes made

Het eiland Pico was tot in 1984 het walvisvaarderseiland bij uitstek van de Azoren. Tot in de jaren vijftig van de 20e eeuwsvingen de walvisvaarders van Pico nog zo'n 250 walvissen per jaar, in 1984 waren dat er nog maar zo'n vijftig, te weinig om er een winstgevende bezigheid van te maken. Tegenwoordig verdient Pico geld met het zogenaamde 'whalewatching' en verder staat een plaatsje als Lajes do Pico helemaal in het teken van de walvisvaart in onder andere de musea Museu dos Baleeiros en het Centro de Artes e de Ciências do Mar, diverse walvisvaarderscafé's en in augustus het walvisvaardersfestival Semana dos Baleeiros.

De Azoren hebben sinds 21 augustus 1941 een eigen luchtvaartmaatschappij: SATA (Serviço Açoriano de Transportes Aéreos) Air Açores met als thuisbasis vliegveld João Paul II in Ponta Delgada op het eiland São Miguel.

Vakantie en Bezienswaardigheden

Azoren Strand

Photo: Luissilveira CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

De negen eilanden van de tot Portugal behorende Azoren, gelegen midden in de Atlantische Oceaan, liggen op twee uur vliegen van Lissabon. De eilandengroep heeft naast een prachtige natuur en een fantastisch landschap met bossen, groene valleien, (krater)meren, vulkanen, geisers en watervallen ook een klimaat met vrijwel het hele jaar door een aangename constante temperatuur van rond de 15°C in de winter tot ca. 26°C in de zomer.

Voor een strandvakantie zijn de Azoren niet zo geschikt, maar dat heeft wel als voordeel dat het massatoerisme nog lang niet tot de Azoren is doorgedrongen. Het mooiste strand van de Azoren, Praia Formosa, ligt op Santa Maria. De meeste stranden, waarvan vele met zwart vulkaanzand, zijn te vinden op São Miguel bij Ponte Delgada (Praia das Milícias, Praia do Pópulo), Ribeira Grande (Praia de Monte Verde) Praia de Baí d'Alto, Porto Formoso (Praia dos Moinhos), Mosteiros en Água d'Alto (Praia de Baía d'Alto); op het eiland Faial het stadsstrand Praia do Porto Pim, het Praia Grande (Terceira) en het fraai gelegen Praia do Almoxarife. Witte zandstranden zijn eigenlijk alleen op Santa Maria te vinden. Voor de zwemmers zijn er aan de kust ook nog veel rotszwembaden in natuurlijke zeewaterbekkens aanwezig.

Praia Formosa (Santa Maria), wellicht mooiste strand van de Azoren

Photo: Carlos Luis M C da Cruz in het publieke domein

De Azoren zijn wel uitermate geschikt voor het beoefenen van buiten- en watersporten als mountainbiken, wandelen, zeilen, surfen en duiken. Duikcentra zijn onder andere te vinden in Vila Franca do Campo (op het eiland São Miguel), Horta (Faial) en Urzelina (São Jorge). Kuurfaciliteiten zijn onder andere te vinden in de badplaats Furnas waar 22 bronnen geneeskrachtig water met verschillende mineraalgehaltes leveren. Langs het Lagoa das Furnas liggen verschillende hete modderpoelen. In het Parque Terra Nostra zou het grootste thermaalbad van Europa liggen.

Geneeskrachtig water in het Parque Terra Nostra, Furnus, Azoren

Photo: Christer Johansson CC Attribution-Share Alike 2.5 Generic no changes made

Of natuurlijk een schitterende natuurvakantie, want de Azoren werden in 2008 niet voor niets door National Geographic uitgeroepen tot de op één na mooiste archipel ter wereld. Bloemen- en plantenliefhebbers komen volledig aan hun trekken, want ca. 60 plantensoorten komen maar op één of enkele eilanden voor en ca. 700 plantensoorten werden in het verleden door de Spanjaarden geïntroduceerd.

Inheemse diersoorten zijn er niet veel, maar de maritieme fauna is schitterend en uitbundig. Door de samenkomst van de koude en warme golfstroom zijn de wateren rondom de Azoren namelijk zéér voedselrijk en dat trekt zoveel zeedieren aan, dat de biodiversiteit nergens ter wereld zo groot is hier. Vanuit Pico is het spotten van walvissen een onvergetelijke ervaring.

Angra do Heroísmo Azoren

Photo: Concierge.2C CC Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Naast klimaat, natuur en sportieve activiteiten, kunnen cultuurliefhebbers nog terecht bij kerken, forten en schilderachtige dorpjes met huizen gebouwd in Moorse en Vlaamse stijl. De meestal religieuze festivals zijn ook zeer bezienswaardig, de hoofdstad Ponta Delgada heeft een bruisend uitgaansleven en de stad Angra do Heroísmo op het eiland Terceira staat op de werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Het oorspronkelijk uit Portugal afkomstige 'stierenvechten' op het eiland Terceira, de touradas à corda, wordt al sinds 1622 gehouden en is nog steeds razend populair bij de lokale bevolking, maar ook bij de toeristen. De ca. driehonderd touradas à corda worden ook, maar in veel mindere mate, gehouden op de eilanden Pico, Graciosa, São Jorge en São Miguel.

Dit stierenvechten wordt niet op de 'Spaanse' manier gehouden, maar stieren worden in straten losgelaten en jonge mannen proberen dan aan de stieren te ontsnappen. Voordat het spektakel begint worden de stieren met een touw vastgehouden door herders of 'pastores' en opgehitst door de jonge mannen. Na afloop worden de stieren weer naar hun wei teruggebracht.

Touradas à corda op Terceira, Azoren

Photo: Algor7 Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

AZOREN LINKS

Advertenties
• Azoren Reizen
• Azoren Vliegtickets.nl
• Azoren Tui Reizen
• Autohuur Azoren
• Azoren Vliegtickets Tix.nl
• Rondreis Azoren
• Djoser Wandel - wandelreis Azoren
• Hotels Azoren
• Autoverhuur Sunny Cars Azoren

Nuttige links

Azoren Startnederland (N+E)
Duiken in de Azoren - Pico - Faial in de Atlantische Oceaan op haaien, mobula's, dolfijnen, walvissen en potvissen (N)
Duiken, reizen, dieren, landschap, info, foto's Azoren (N)
Reisinformatie Azoren (N)
Startpagina Azoren (N)

Bronnen

BBC - Country Profiles

CIA - World Factbook

Elmar Landeninformatie

Lipps, Susanne / Azoren

ANWB

Marsh, Terry / Azores

New Holland

Martin, Roman / Azoren

Elmar

Sayers, David / Azores

Bradt Travel Guides

Stieglitz, Andreas / Landscapes of the Azores : a countryside guide

Sunflower Books

Wikipedia

 

laatst bijgewerkt mei 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems