Steden IRAK

Samenleving   

Staatsinrichting

Irak heeft een regering en een parlement. Daarnaast is er de partij, en boven dit alles staat de Revolutionaire Commando Raad (RCR). De voorzitter hiervan, Saddam Hoessein, zetelt automatisch als President van de Republiek. De regering is slechts uitvoerder van wat de RCR beslist. Saddam Hoessein staat tevens aan het hoofd van de partijorganisatie. Verkiezingen voor het parlement zijn enkel open voor kandidaten die zich achter een aantal, door het regime bepaalde principes scharen. Het parlement kan geen wetten amenderen, maar enkel voorstellen of verwerpen, hetgeen nog nooit is gebeurd. Wetten worden ofwel voorgesteld door de RCR en dan voor 'goedkeuring' naar het parlement gestuurd, ofde wetten worden door de RCR, of door de president, per decreet vastgesteld. De RCR is in toenemende mate een ondergeschikt apparaat van dePresident geworden: niemand die erin zetelt heeft een onafhankelijke machtsbasis, allen hebben hun positie aan Saddam Hoessein te danken. Inmiddels hebben de partij en de RCR aan belang ingeboet ten voordele van het Presidentiële Bureau, waarin uitgekozen vertrouwelingen van Saddam Hoessein zetelen.

Politiek

Saddam Hoessein is er tot op heden in geslaagd het verzet tegen zijn regime te onderdrukken. Gewelddadig optreden vindt vooral plaats jegens de Koerdische en sji'itische groeperingen in het land. Andere politieke partijen dan de Ba'ath-partij zijn sinds 1978 buiten de wet gesteld. Het regime steunt op familie en vrienden van Saddam Hoessein die met name afkomstig zijn uit de regio rond de plaats Tikrit.

Na afloop van de door de geallieerden in januari 1991 gelanceerde operatie 'Desert Storm' braken in Zuid-Irak en in de Koerdische gebieden in het noorden gewapende opstanden uit. In maart 1991 was sprake van inname van Basra en andere zuidelijke steden door opstandelingen, waaronder vele sji'ieten maar ook ontevreden militairen. Aan Saddam Hoessein loyale troepen kregen de regio echter spoedig weer onder controle. Militaire operaties richtten zich tegen sji'ieten die in de zuidelijke moerasgebieden leven. Daarbij werd melding gemaakt van executies door militaire eenheden. In dit gebied is ook sprake van een stelselmatige vernietiging van de moerassen doordat de natuurlijke watervoorziening wordt afgesneden als gevolg van de constructie van kanalen, dammen e.d., hetgeen funest is voor milieu, landbouw, visserij en irrigatie. Ook zijn giftige stoffen in de moerassen gedumpt en zijn honderden vierkante kilometers grond door militairen platgebrand. In Zuid-Irak wordt aan een deel van de lokale bevolking voedsel, medicijnen, drinkwater en transportvoorzieningen onthouden ten gunste van onder meer veiligheidsdiensten en militairen.

In het noorden van het land streden Koerdische facties tegen de troepen van de centrale Iraakse regering. Iraakse troepen wisten in maart 1991 de opstand neer te slaan. Nadat zij er aanvankelijk in waren geslaagd de door de Koerden ingenomen steden Erbil, Dohuk en Zakho te heroveren, dienden zij zich uiteindelijk onder internationale druk terug te trekken. De Iraakse troepen (en met hen vele ambtenaren) verlieten in oktober 1991 het grootste deel van de noordelijke provincies. Bagdad kondigde daarop een economische blokkade van deze gebieden af.

De drie noordelijke provincies van het land vormden twee, de facto autonome, gebieden die voornamelijk door Koerden worden bewoond. Parlementaire verkiezingen werden gehouden en een Koerdische Assemblee werd gevormd. Dit lichaam functioneert echter niet meer. Van 1994 tot 1998 streden verschillende Koerdische facties, met name de Koerdische Democratische Partij (KDP) en de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), om de macht. Omringende landen als Iran en Turkije en het regime in Bagdad speelden de verschillende Koerdische groeperingen tegen elkaar uit, in voortdurend wisselende bondgenootschappen met de diverse facties.

In 1998 hebben de KDP en de PUK de strijdbijl begraven en, o.l.v. de Verenigde Staten, het zogenaamde Washington-akkoord gesloten om te komen tot meer onderlinge samenwerking. Echter hebben KDP en PUK tot op heden geen overeenstemming kunnen bereiken hoe de belangrijkste elementen uit dit akkoord (instelling parlement, revenue-sharing) uit te voeren.

In 1995 bereikten vanuit Irak sterke geruchten over enkele pogingen tot staatsgreep de buitenwereld. In 1996 waren er sterke aanwijzingen van executies van personen die werden beschuldigd van samenzwering tegen de president. Het zou gaan om belangrijke nationale leiders en hoge militairen. Af en toe bereiken berichten de buitenwereld over samenzweringen tegen het regime in Bagdad. Zo zouden in maart 1999 enkele hoge legerofficieren zijn geëxecuteerd omdat zij een coup zouden hebben beraamd. Volgens bevestigde berichten zou op 6 of 7 april 2000 een moordaanslag op President Saddam Hoessein zijn verijdeld. De verantwoordelijken zouden zijn geëxecuteerd.

Voor de actuele politieke situatie zie hoofdstuk geschiedenis.

Economie

Naar aanleiding van de Iraakse inval in Koeweit is een VN-sanctieregime van kracht, hetgeen inhoudt dat buitenlandse ondernemingen slechts na goedkeuring van een gespecialiseerd VN-comité handels- en investeringsrelaties met Irak mogen onderhouden. De economie van dit in potentie zeer rijke land, dat in het bezit is van waardevolle grondstoffen, vruchtbare landbouwgronden en arbeidspotentieel, is sinds 1980 vrijwel geheel ingestort. Irak is afgegleden naar de groep minst ontwikkelde landen in de wereld; de bevolking is zeer arm en aangewezen op noodhulp van donoren. Uit zorg over de humanitaire situatie in Irak aanvaardde de VN-Veiligheidsraad in 1995 Resolutie 986 die de gecontroleerde verkoop van olie voor humanitaire doeleinden mogelijk maakt. Deze resolutie mondde in 1996 uit in een Memorandum of Understanding met de Iraakse Regering waarin de uitvoeringsmodaliteiten waren opgenomen. De inkomsten die voortvloeien uit deze zogenaamde "olie-voor-voedsel"-resolutie worden aangewend ter leniging van humanitaire noden, ter financiering van VN-instellingen die actief zijn in Irak en voor herstelbetalingen aan overheden, bedrijven en personen voor schade geleden ten gevolge van de Golfoorlog van 1991.

Na inwerkingtreding van het humanitaire ‘Olie-voor-Voedsel’-programma heeft Irak de uitvoering van dit humanitaire programma continue tegengewerkt. De Veiligheidsraad blijft evenwel alles in het werk stellen om de noden van het Iraakse volk te verlichten. Een goed voorbeeld hiervan is de aanvaarding van Veiligheidsraadresoluties 1284 (17 december 1999), 1382 (30 november 2001) en 1409 (14 mei 2002) die onder meer vergaande voorstellen bevatten ter verbetering van de humanitaire situatie. In resolutie 1284 is het plafond voor de export van olie opgeheven, in resolutie 1409 is een zgn. “Goods Review List” ingevoerd, dat de goedkeuringsprocedures voor uitvoer van goederen naar Irak versneld en vereenvoudigd. Voorts is de mogelijkheid van opschorting van de sancties opgenomen onder de voorwaarde dat Irak voor een bepaalde periode samenwerkt met de wapeninspecteurs. Na de inval in Irak door de Verenigde Staten en haar bondgenoten veranderde de economische situatie ingrijpend. Enige economische feiten over de afgelopen jaren zijn dat de economische groei in 2011,2012 en 2013 respectievelijk 8,6%,8,4%en 3,7% was. Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking bedraagt $7.100 in 2013. 25% van de bevolking leeft onder de armoedegrens.


IRAK LINKS

Advertenties
• Cheaptickets Irak
• Hotels Irak
• Azie Vliegtickets WTC
• Transport Irak - TTS Quality Logistics B.V
• Bagdad Vliegtickets Tix.nl
• Eliza was here

Nuttige links

Irak Verzamelgids (N+E)
Reisinformatie Irak (N)
Romans over Irak (N)
Willgoto Irak (N)
Schrijf uw artikel over IRAK

Bronnen

Elmar Landeninformatie

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt October 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems