Landenweb.nl

GEORGIE
 

Basisgegevens
  Officiële
  landstaal
  Georgisch
  Hoofdstad  Tbilisi
  Oppervlakte  69.700 km²
  Inwoners  3.905.754
  (mei 2019)
  Munteenheid  lari
  (GEL)
  Tijdsverschil  +3
  Web  .ge
  Code.  GEO
  Tel.  +995

Steden GEORGIE

Tbilisi

Geografie en Landschap

Geografie

Georgië (Georgisch: Sakartvelo en officieel: Sakartvelos Respublica), is een republiek in de Kaukasus en een voormalige republiek van de Sovjet-Unie. De Kaukasus is net als de Himalaya een jong gebergte van maar 25 miljoen jaar oud. Het gebergte strekt zich uit over ca. 1200 km en bevat meer dan 2000 gletsjers met een totale oppervlakte van 1780 km2.

advertentie

Georgie Satellietfoto foto: NASA

Photo:Publiek domein

De totale oppervlakte van Georgië bedraagt 69.700 km2 en de hoofdstad is Tbilisi of Tiflis. Georgië grenst in het noorden aan Rusland (723 km) in het oosten aan Azerbaidzjan (322 km), in het zuiden aan Turkije (252 km) en in het zuidoosten aan Armenië (164 km).

Voor een relatief klein land heeft Georgië een zeer gevarieerd landschap. In het noorden van het land strekt zich de hoofdketen van de Grote Kaukasus uit van de Zwarte Zee tot aan de noordoostelijke grenzen met Dagestan en Azerbaidzjan. De hoogste bergen zijn hier meer dan 5000 meter hoog, de hoogste berg is de Shkhara met 5068 meter. De twee andere bergen boven de 5000 meter zijn de Janga met 5059 meter en de Mkinvartsveri met 5033 meter. Een andere bergketen, de Likhi, deelt het land min of meer doormidden. Meer dan de helft van het land ligt hoger dan 900 meter en ongeveer 40% van de oppervlakte is bedekt met bossen. Rond Poti aan de Zwarte Zeekust ligt een nat vlak gebied en ten noorden en zuiden hiervan gaan de heuvels langzaam over in de bergen van het binnenland. Zuid-Georgië bestaat uit de lavaplateaus van de Kleine Kaukasus met oude vulkaankegels.

advertentie

Shkhra, hoogste berg van Georgië

Photo:Pawel Pienkowski CCAttribution-Share Alike 3.0 Unported no changes made

In het oosten komen alle rivieren samen in de Mtkvari (in totaal 1364 kilometer lang), die ontspringt in Turkije en via Azerbaidzjan in de Kaspische Zee uitkomt. De rivieren ten westen van het Likhi-gebergte, zoals de Rioni (327 km) en de Enguri (213 km), komen uit in de Zwarte Zee. Georgië heeft meer dan 850 meren waarvan het Paravani-meer het grootste is met 37,5 km2.

Georgië telt ongeveer 2000 bronnen met mineraalwater die 130 miljoen liter water per dag produceren. Er zijn meer dan 500 soorten bronwater.

Minstens 15% van de bodem van Georgië bestaat uit kalksteen, dus is het niet verwonderlijk dat er veel grotten voorkomen. De Pantiukhin-grot wordt beschouwd als de tweede diepste ter wereld met een diepte van 1540 meter.

Klimaat en Weer

Georgië wordt door Kaukasus-gebergte beschermd tegen de koude lucht vanuit het noorden en ontvangt vanuit de Zwarte Zee warme, vochtige lucht. West-Georgië heeft een vochtig subtropisch klimaat, terwijl het klimaat in Oost-Georgië varieert van een vochtig tot een vrij droog en meer continentaal klimaat. Boven de 2500 meter heerst een alpine-klimaat zonder echte zomers en boven 3500 meter ligt het hele jaar sneeuw en ijs. De plateaus en hellingen van de Kleine Kaukasus zijn droger en hebben een steppeklimaat.

Het weer in de Kaukasus is over het algemeen wat stabieler dan in de Alpen. Juli en augustus hebben het beste weer voor toeristen, maar ook dan kan de temperatuur boven de 3000 meter dalen tot –10°C. Beneden de 700 meter komt de temperatuur zelfs in de koudste maand januari bijna nooit onder het vriespunt. De warmste maand is juli met gemiddeld 25°C in het laagland. De temperaturen in de bergen variëren van gemiddeld –4,6°C in februari tot 16,4°C in juli en augustus.

In Svaneti duurt de winter gemiddeld acht maanden met een gemiddelde temperatuur van –15°C. Op de hoge boomloze plateaus van Javakheti kan de temperatuur dalen tot –30°C. Aan de kust van Adjarië varieert de temperatuur van 5,8°C in januari tot 23,8°C in augustus. In Oost-Georgië varieert de temperatuur van 0,5°C in januari tot 23°C in augustus en in het zuiden van –2,1°C in januari tot 20,1°C in augustus.

West-Georgië heeft het hele jaar door te maken met zware regenval die kan oplopen tot 2800 mm in Abchazië en Adjarië. In het oosten van het land valt maar 300-600 mm neerslag per jaar (Tbilisi: 462mm). In het hooggebergte valt ca. 1800 mm per jaar.

Het aantal uren zon ligt tussen de 1350 en 2520 per jaar.

Planten en dieren

De verschillende landschappen leveren een ongewoon gevarieerde flora op. Het land telt ca. 5000 verschillende soorten planten en bloemen. Hiervan zijn ca. 380 soorten inheems. Ook komen er ca. 8000 soorten paddestoelen, varens en mossen voor. Meer dan eenderde van het land is bedekt met bossen en kreupelhout en de vegetatie varieert sterk van oost naar west. In West-Georgië vinden we een subtropische vegetatie.

Elzen domineren het moerassige kustgebied van het Kolkhida-laagland. Verder landinwaarts, waar het wat droger is, komen in de bossen eiken, kastanjes, beuken, haagbeuken en lianen voor. De unieke Pitsoenda-pijnboom komt nog voor in Abchazië. Een bosje van deze bomen is te vinden in een nationaal park op de Pitsoenda-kaap. Oost-Georgië is minder dicht bebost en wordt gedomineerd door graslanden en doornig kreupelhout. In de droge valleien komt alsem en de Russische distel voor. In lager gelegen gebieden en aan de voet van de heuvels en bergen vinden we alleen bossen langs de rivieren, met eiken, populieren, wilgen en af en toe moerbeibomen.

In de vochtige, hoger gelegen gebieden komen jeneverbessen, granaatappelbomen, Georgische esdoorns en pistachebomen voor. Aan de Zwarte Zeekust komt de zeer zeldzame aardbeiboom nog voor. Op open plekken en aan de rand van de hooggelegen bossen komen spectaculaire bloemen voor als het klokje, de akelei, geurorchideeën, moerasorchideeën en vlinderorchideeën. Rond Mestia groeien het rode nieskruid, de grote roze dagkoekoeksbloem, de grote gele wederik, bilzekruid, de inheemse reuzenberenklauw, alsmede het witte vingerhoedskruid, het gele vijfvingerkruid, wilde aardbeien en kruisbessen. Boven de boomgrens weiden met adderwortel, lelies, akelei, ranonkel, klokjes, orchideeën, wikke, schurftkruid, driekleurig viooltje en korenbloemen. Daarboven o.a. steenbreek, campanula, boterbloem, kievitsbloem, rotsjasmijn, vlooienkruid en de paarse sleutelbloem.

De laatste jaren zijn er tien soorten uitgestorven, o.a. de keker, de Georgische olm, de Trans-Kaukasische populier en de Eldari-pijnboom. Vijftig soorten bevinden zich in een kritische fase en 300 soorten zijn zeldzaam.

De unieke ligging van Georgië zorgt voor een mix van de Europese en Aziatische dierenwereld met ca. 100 soorten zoogdieren, 330 soorten vogels, 48 reptielen, 11 amfibieën en 160 vissoorten. Van al deze soorten zijn 21 zoogdieren, 33 vogels, tien reptielen en amfibieën bedreigd of zeer zeldzaam. Zo worden bijvoorbeeld vier wilde geitensoorten met uitsterven bedreigd: de Dagestaanse geit, de tur of Kaukasische geit, de bezoar of pasang en de gems. De Perzische gazelle en de Kaukasische luipaard komen niet meer voor in Georgië. Ook de gestreepte hyena werd als uitgestorven beschouwd, maar is weer gezien in het droge steppegebied van Zuidoost-Georgië.

In de Oost-Georgische laaglanden komen gazellen, herten en wilde zwijnen voor. Rond Tbilisi komt de zeldzame dwergspitsmuis nog voor. De westelijke laaglanden hebben een gevarieerdere fauna met aan zoogdieren o.a. mollen, eekhoorns, bruine beren, dassen, wezels, herten, wolven, vossen, lynxen, minks, en wilde katten. De Europese otter, de gouden jakhals en de Perzische eekhoorn worden ernstig bedreigd. Verschillende soorten kleine zoogdieren worden ook bedreigd, o.a. de Transkaukasische gouden hamster, de dwerg- of grijze hamster, de watermuis en de Kaukasische mol. Van de reptielen is een kwart inheems in de Kaukasus. Bedreigd worden o.a. de Schneider's skink, de luipaardslang, de dwergslang en de Kaukasische adder.

In Georgië leven verschillende soorten fazanten, ganzen, wulpen, eenden aalscholvers en spechten. Wintergasten zijn o.a. pelikanen, ooievaars, reigers, haviken en oehoes. In de bergachtige gebieden komen o.a. Kaukasische kauw, korhoen, fazant, koekoek, specht en ekster voor. Bedreigd worden o.a. de lammergier, de zwarte gier, de griffioengier, de Egyptische gier, de slechtvalk, de bruine kiekendief, de koningsadelaar, het zwarte berghazelhoen, de zwarte ooievaar en de lepelaar. Verder komt er een geïsoleerde kolonie bergvinken voor, die verder alleen maar in Centraal-Azië voorkomt.

De bergrivieren zitten vol met forel. De Zwarte Zee herbergt dolfijnen, haaien, zalm, haring, hondshaai en zwaardvis.

Geschiedenis

Oudste geschiedenis

Georgië werd al bewoond in de prehistorie. Er zijn menselijke resten gevonden uit het Plio-pleistoceen, ca. 1,8 miljoen jaar geleden. In het stenen tijdperk woonden er overal op het Georgische grondgebied mensen. Archeologische vondsten van ca. 400.000 jaar v.Chr. tot 100.000 jaar v.Chr. zijn gevonden in de bergachtige gebieden, het binnenland en aan de kust van de Zwarte Zee. Ongeveer zes tot zevenduizend jaar geleden begon men in dit gebied naast stenen ook metalen voorwerpen te gebruiken.

Ca. 5.000 jaar geleden, in het bronzen tijdperk, werd Georgië bewoond door stammen die nauwe banden met elkaar onderhielden. De huidige bevolking stamt direct af van deze oudste bewoners van de Kaukasus. In het derde millennium v.Chr. verspreidden Georgische stammen zich over het huidige Georgië en Noordoost-Anatolië. In de 12e eeuw v.Chr. ontstond het eerste verbond van Georgische stammen, de Diaukh, aan de bron van de rivieren Eufraat en Chorokhi. In de 8e eeuw v.Chr. werd Diaukh veroverd en verwoest door het Voor-Aziatische koninkrijk Urartu. Urartu begon ook oorlogen tegen het tweede Georgische verbond, Colchis. Ca. 720 v.Chr. werd Colchis, nu onder de naam Colchida, verwoest door de Kimirians uit het noorden, maar zij wisten hun koninkrijk weer tot bloei te brengen door de landbouw, de veeteelt en de metaalnijverheid te ontwikkelen. Ze stichtten verder steden en gebruikten zilveren munten voor de handel met o.a. de Grieken.

Colchida verzwakte echter en werd in de derde eeuw v.Chr. verwoest, en de oostelijke gebieden hoorden vanaf die tijd tot het Oost-Georgische koninkrijk Iberia (of Kartli). Iberia was al in de vierde eeuw v.Chr. ontstaan na een strijd om het leiderschap, gewonnen door het verbond gevestigd in de stad Mtscheta. Het grondgebied breidde zich uit onder leiding van de aristocraat Parnavazi van het Kaukasus-gebergte tot aan de bron van de Eufraat. Iberia was een rijk, militair sterk land met hoog ontwikkelde landbouw en veeteelt. Aan Armeense koninkrijken verloor Iberia in de 2e eeuw v.Chr. een aantal gebieden. Colchida werd geannexeerd door koning Mithridates VI van Pontus. In de 1e eeuw v.Chr. woedden er verschillende oorlogen tussen Mithridates en de Romeinen. Iberia sloot zich bij Mithridates aan maar werd meteen daarop binnengevallen door de Romeinen onder leiding van Pompeus en in 65 v.Chr. werd het leger van Artag, koning van Iberia, verslagen.

Er werd een vredesverdrag gesloten waardoor Iberia een bondgenoot van de Romeinen zou worden. Ook Colchida werd door de Romeinen veroverd. Iberia wist haar positie weer aanzienlijk te verbeteren, wat voordelig was voor de Romeinen die zo een sterke bondgenoot in het oosten hadden. Door deze sterke positie breidde het grondgebied zich weer langzaam uit. De verloren gebieden in het zuiden en ook Armenië werden veroverd. In de derde eeuw zocht Iberia weer meer toenadering tot Rome om aanvallen van de Perzen te voorkomen. In 337 werd het christendom uitgeroepen tot staatsgodsdienst, maar de Georgische kerk ontwikkelde een geheel eigen identiteit.

Opkomst en ondergang van het Georgische Rijk

In de eerste helft van de vijfde eeuw werd de dreiging van de Perzen steeds sterker. De buurlanden Armenië en Albania werden veroverd en ook Oost-Georgië werd bedreigd. De Georgisch-Perzische oorlogen waren een feit maar onder Vachtang Gorgasali lukte het om de Perzen buiten Georgië te houden. In deze tijd werd Tbilisi gesticht als nieuwe hoofdstad. Eind vijfde eeuw ontstond er een onafhankelijk Georgisch koninkrijk dat in de zesde eeuw toch door de Perzen onder leiding van Chosrov I werd veroverd. Eind achtste eeuw nam de Bagrationi- dynastie het heft in handen, om dat duizend jaar vast te houden. Het territorium van Georgië breidde zich uit met een deel van Perzië en Noord- Armenië. Ook alle vorstendommen van West- en Oost-Georgië werden onder één heerser gebracht. Enkele bekende namen uit die tijd waren: Aschot I, Bagrat III en Georgi III. Het Georgische rijk bereikte haar politieke hoogtepunt onder koningin Tamar. Dat rijk strekte zich uit van Dagestan tot Azerbeidzjan. Ook werden enkele Oost-Turkse provincies veroverd. In 1235 volgde er een invasie van de Hunnen en Oost-Georgië werd veroverd. West-Georgië bleef nog even onafhankelijk. De inval van de Mongoolse leider Timur Lenk bleek funest voor Georgië. Zowel politiek als cultureel stelde Georgië niet zo veel meer voor. Vanaf de 15e eeuw bestond Georgië uit wat kleine, elkaar bestrijdende semi- zelfstandige koninkrijkjes. In 1510 werd West-Georgië veroverd door het Osmaanse rijk. Maatschappelijk gezien had op dat moment de hoge adel de leiding. De lage adel of Asnauri buitte de boerenbevolking uit. De Georgische cultuur werd bewaakt en bewaard door de kerk en de hoge adel, en dan met name door de vrouwen, die voor die tijd een belangrijke plaats innamen wat de cultuur betreft.

Achttiende eeuw: chaos en oorlog

Begin 18e eeuw beheerste een voortdurende burgeroorlog West-Georgië. Oost- Georgië was een vazalstaat van Iran en vocht mee in de oorlog tussen Iran en Afghaanse stammen. In 1709 volgde Vachtang VI koning Giorgi XI op die in Afghanistan sneuvelde. Onder Giorgi ontwikkelde Georgië zich voorspoedig. In 1716 werd Vachtang door de sjah van Iran tot koning benoemd. In het geheim sloot hij echter een verbond met de Russische tsaar Peter de Grote om samen ten strijde te trekken tegen Iran. Vachtang viel inderdaad Iran binnen, maar de Russen trokken zich onverwacht terug. De sjah doorzag dit bedrog van Vachtang en gaf de troon aan Constantijn II, de koning van Kachetië.

In 1723 werd Tbilisi ingenomen en begonnen de invasies van Turken in het westen. Uiteindelijk vluchtte Vachtang naar Rusland, werd Constantijn gedood en bezetten de Ottomanen Tbilisi. De jaren daarna waren perioden van grote chaos. Intern was er veel strijd en de Georgiërs vochten ook nog tegen de Turken en de Perzen die grote delen van Georgië in handen hadden. Georgië werd bovendien nog aangevallen door legers uit Dagestan. Grote man voor de Georgiërs in die tijd was Teimuraz die er in slaagde de koninkrijken Kartli en Kachetië politiek onafhankelijk te maken. Na de dood van sjah Nadir volgde er weer veel strijd tussen de koninkrijken onderling. De Georgiërs boekten verschillende successen en Erekla II werd koning van Kartli en Kachetië.

In het koninkrijk Imenetie in West-Georgië streed koning Solomon I tegen de Turken. In de tweede helft van de 18e eeuw richtte de elite van Georgië zich steeds meer op Rusland. Ze hoopten op hulp van de Russen tegen de aanvallen vanuit Dagestan. In juli 1783 werd er een verdrag gesloten in Georgijevsk met Katharina II van Rusland en Erekle II van Kartli en Kachetië. Erekle wilde hiermee bereiken dat Georgië onder de hoede van het machtige Rusland een grote Transkaukasische staat zou worden. De Perzen pikten dit niet en op 11 september 1795 werd Tbilisi geplunderd en grote delen van de bevolking gedeporteerd. De Russen waren nergens te bekennen. Rond 1800 was Georgië totaal ontredderd en volgde al snel de Russische annexatie.

Nationale gevoelens en deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Oost-Georgië (Kartli-Kachetië) werd in 1801 tot een onderdeel van het Russische rijk verklaard. Protesten van de bevolking werden bloedig onderdrukt. Leden van de koninklijke familie werden na gewapende acties verbannen naar Rusland en vanaf 1811 was Tbilisi een Russische provinciestad die volledig bestuurd en beheerd werd door de Russen. De vorstendommen van West-Georgië werd eerst tot protectoraten gemaakt en daarna volledig geannexeerd. Vele opstanden in met name in Abchazië volgden, die echter allemaal neergeslagen werden. In 1878 werd Batoemi veroverd, was geheel Georgië in Russische handen en in feite een Russische provincie.

Vanaf ca. 1830 was het in de rest van Georgië al wat rustiger en kon men weer gaan denken aan het opbouwen van de landbouw, de industrie en de handel. Ook werd er door de Russen een beperkte culturele autonomie toegestaan. Veel Georgische aristocraten traden in dienst van Russische leger. Vanaf 1860 bloeide de industrie helemaal op hoewel de landbouw toch nog overheerste. Vanaf 1870 ontstonden er diverse nationalistische bewegingen en een Georgische arbeidersbeweging. Progressieven onder leiding van Ilja Chavchavadze stonden zeer kritisch tegenover het Russische kolonialisme.

In 1881 werd tsaar Alexander II van Rusland vermoord en er volgde voor Georgië een periode van onderdrukking en russificatie. Dit laatste betekende dat alle culturele Georgische uitingen (taal, boeken, kranten) verboden werden. Hierdoor werd de nationalistische beweging rond Chavchavadze natuurlijk steeds sterker. Tijdens de Russische Revolutie van 1905 braken er in Tbilisi en West-Georgië hevige gevechten uit. De eis tot volledige onafhankelijkheid werd steeds vaker hoorbaar in Georgië. De Eerste Wereldoorlog drong deze eisen wat naar de achtergrond. De industriële productie zakte in en zo'n 200.000 arbeiders waren actief in de oorlog.

Na de deelname van Turkije aan de oorlog werd Georgië zelfs frontgebied. In 1917, tijdens de Februari-Revolutie onder leiding van Lenin, viel de monarchie in Rusland, maar Georgië bleef verstoken van alle onlusten. Na de revolutie weigerden de Kaukasische staten, partijen en organisaties de regering van Lenin te erkennen. In november 1917 werd dan ook besloten tot afscheiding van Rusland en op 15 november werd het Transkaukasische Commissariaat onder leiding van de Georgiër Chkeidze gevormd en een eigen regering uitgeroepen. Op 9 april 1918 werd de Transkaukasische Federatie onder leiding van N. Chkeidze uitgeroepen. Deze Federatie bestond uit Georgië, Armenië en Azerbeidzjan. Er werd op dat moment nog gevochten tegen het Turkse leger. De Federatie was echter onderling verdeeld en bovendien niet opgewassen tegen de Turken. Er werden snel vredesonderhandelingen gestart, maar Georgië had de hulp van Duitsland nodig om te voorkomen dat Georgië alsnog bezet zou worden door Turkije.

Onafhankelijkheid en Russische bezetting

De Transkaukasische Federatie werd op 26 mei 1918 opgeheven en tegelijkertijd werd de onafhankelijkheid van Georgië uitgeroepen. Na 117 jaar Russische overheersing herleefde de Georgische staat. De partijleider van de sociaal- democraten, Noe Zhordania, werd de leider van de eerste coalitieregering. De Georgische staat begon met veel economische problemen en voedselgebrek. In 1920 werd Georgië ook internationaal erkend door natuurlijk Duitsland, maar ook door Engeland, Italië en Frankrijk. Op 7 mei 1920 erkenden de Russen de Georgische onafhankelijkheid.

Alleen de mensjewieken in Rusland erkenden Georgië niet omdat zij voorstander waren van een"een en ondeelbaar Rusland". Ook waren er grensproblemen met Armenië en Azerbeidzjan. Binnenvallende Armeense troepen werden verslagen en met behulp van de Britten was aan het einde van 1920 weer alles onder controle; economisch en cultureel begon Georgië weer wat op te bloeien. In januari 1921 werd Georgië opgenomen in de Volkenbond.

Intussen was men in Rusland begonnen met de herannexatie van verloren gebiedsdelen. Half februari 1921 viel het Tweede Sovjetleger Georgië binnen en op 25 februari 1921 viel Tbilisi in Russische handen. Op 4 maart werd de Socialistische Sovjetrepubliek Georgië uitgeroepen en werden alle officiële Georgische instanties zoals het leger ontbonden. Banken, spoorwegen en industrie werden onder staatsbeheer gesteld. Onder leiding van Ordzhonikidze begon een enorme onderdrukking van met name de adel en de officieren van het ontbonden Georgische leger. Ook de Georgische kerk werd zwaar onder druk gezet omdat het atheïsme overal in de Sovjet-Unie ingevoerd werd. Het autonomieproject van Stalin werd door de Georgische communistische partij geweigerd in 1922, maar na een grondwetsherziening in 1936 toch ingesteld.

De opbouw van de industrie en de grootschalige reorganisatie van de landbouw werden krachtig aangepakt. Fabrieken, krachtcentrales en mijnbouw werden ontwikkeld en er werd in de landbouw monocultuur ingevoerd, met name thee en citrusvruchten voor de grote Sovjetmarkt. Ook het onderwijs, de wetenschap en de kunst ontwikkelden zich volgens socialistische principes, dus individualisme was uit den boze. Alleen al in de jaren 1937-1938 werden vele duizenden Georgiërs, waaronder velen van de intelligentsia en uit de culturele hoek, geëxecuteerd. Nog meer Georgiërs verdwenen in de gulags, de concentratiekampen van Stalin. Op Georgisch grondgebied werd in de Tweede Wereldoorlog niet gevochten, maar als soldaat in het Sovjetleger sneuvelden er ruim 300.000 Georgiërs. De industrie werd geheel gebruikt als oorlogsindustrie en leverde daardoor een belangrijke bijdrage aan de Sovjetoverwinning op de Duitsers.

Na de Tweede Wereldoorlog: op weg naar onafhankelijkheid

Na de oorlog groeide de economie van Georgië als voorspoedig, maar de Stalinistische terreur ging gewoon door. Dit werd pas minder na de dood van Stalin in 1953. Zijn opvolger Chroestjov veroordeelde zelfs het Stalinistische verleden van de Sovjet-Unie. Dit stuitte weer op tegenstand in Georgië omdat Stalin van oorsprong een Georgiër was en leidde op 9 maart 1956 tot grote onlusten in Tbilisi met meer dan 100 doden. Vanaf die tijd werd er regelmatig gedemonstreerd voor onafhankelijkheid.

In 1978 vierde men een kleine overwinning toen niet het Russisch maar het Georgisch als staatstaal gehandhaafd bleef. De perestrojka van Gorbatsjov had lange tijd geen invloed op de Georgiërs. Pas vanaf 1987 trad de nationalistische beweging steeds meer op de voorgrond, het leiderschap was toen in handen van Zviad Gamsachoerdia en Merab Kostava (in 1989 overleden na een mysterieus auto-ongeluk). Intern gebeurde er rond die tijd ook veel. De autonome republiek Abchazië wilde zich afsplitsen van Georgië. Leden van de Nationaal-Democratische Partij verzetten zich hiertegen en eiste tevens het uittreden van Georgië uit de Sovjet-Unie. Velen sloten zich aan bij dit protest dat op 9 april 1989 neergeslagen werd met o.a. gifgas: resultaat 19 doden en vele honderden gewonden. Dit betekende uiteraard dat nationalistische en anti- Russische gevoelens steeds sterker de kop opstaken. Op 19 november 1989 besloot de Opperste Sovjet van Georgië dat al het land, het water, de bodemschatten en de belangrijkste productiemiddelen eigendom werden van de Georgische Republiek. Bovendien werd het recht op afscheiding van de Sovjet-Unie bekrachtigd en de annexatie van 1921 veroordeeld.

Op 2 februari 1990 gaf het Centraal Comité van de Georgische Communistische Partij haar leidende rol op en op 9 maart 1990 eiste de Opperste Sovjet van Georgië onderhandelingen over een onafhankelijke Georgische regering. De verkiezingen van 1990 werden gewonnen door de coalitiepartij Ronde Tafel/Vrij Georgië van Zviad Gamsachoerdia. Naast eisen met betrekking tot de onafhankelijkheid en democratische verworvenheden wilde hij ook verschillende streng nationalistische eisen zoals verscherpte immigratieregels en strenge eisen voor Georgisch staatsburgerschap invoeren. De coalitie van Gamsachoerdia behaalde 155 van de 250 zetels in de Opperste Sovjet. De enige oppositiepartij was de Communistische Partij met 64 zetels. Er werd een overgangswet richting onafhankelijkheid aangenomen en o.a. werden de wetten van de Sovjet-Unie ongeldig verklaard en de vlag en het volkslied van de Sovjet-Unie werden overal vervangen.

In 1990 werd de Opperste Sovjet vervangen door het Nationaal Congres. Oppositiepartijen overheersten het Congres en organiseerden betogingen en hongerstakingen tegen het regeringsbeleid. Ook eiste men de terugtrekking van het Rode Leger en een sneller afscheidingsproces. Zuid-Ossetië (Georgisch: Samachablo) werd met goedkeuring van Gamsachoerdia bezet door Sovjet-troepen. Op 14 november 1990 werd Gamsachoerdia tot parlementsvoorzitter gekozen. Criminele groepen (mkhedrioni) openden de tegenaanval door gewelddadigheden in heel Georgië. In februari 1991 werden deze criminele groepen gedwongen zich te ontbinden. Na een referendum op 31 maart 1991 stemde 90% van de bevolking voor de onafhankelijkheid. Op 9 april 1991 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen en na de eerste vrije presidentsverkiezingen op 26 mei werd Gamsachoerdia tot eerste president van een onafhankelijk Georgië gekozen. De Sovjet-Unie probeerde door een economische en politieke blokkade de regering onderuit te halen en weer binnen de invloedssfeer te houden. De Sovjet-Unie werd hierin zelfs gesteund door het Westen, o.a. door de Amerikaanse president George Bush, die het autoritaire regime niet wilde steunen.

Hierdoor aangemoedigd en met geld van de Sovjet-Unie werd er een coup voorbereid. Ondertussen stegen de spanningen tussen Abchazië en Zuid-Ossetië. In september zocht de naar autonomie strevende Zuid-Ossetiërs aansluiting bij het nog steeds Russische Noord-Ossetië. Er werden zelfs verkiezingen uitgeroepen en in september riep de regionale Sovjet het gebied uit tot een democratische republiek binnen de Sovjet-Unie. De Opperste Sovjet van Georgië reageerde hierop door de verkiezingen illegaal te verklaren en de autonome status in te trekken. Dit werd weer gevolgd door gevechten waarbij honderden doden vielen en velen op de vlucht sloegen. Door deze problemen trok president Gamsachoerdia steeds meer macht naar zich toe. De oppositie pikte dit niet en in augustus 1991 volgde een heuse coup. Gamsachoerdua ontbond de Nationale Garde. De leider hiervan, tevens vertrouweling van Gamsachoerdia en premier, Kitovani Sigua keerde zich tegen de president.

Ontevreden militairen, intellectuelen, parlementariërs en ministers richtten Charta '91. Deze beweging zou uiteindelijk zorgen voor de staatsgreep in 1992. Op 2 september 1991 werd er door de Nationaal Democraten gedemonstreerd bij de het regeringsgebouw; er vielen enkele gewonden. Deze demonstratie werd gevolgd door talloze andere demonstraties in Tbilisi in diezelfde maand. Een televisiegebouw werd het centrum van de steeds groter wordende oppositie. Voornaamste eis was het ontslag van Gamsachoerdia als president van de republiek. Op 21 september 1991 riep Gamsachoerdia zijn volgelingen op om het regeringsgebouw te verdedigen. Tegen het einde van 1991 kwam Gamsachoerdia steeds meer alleen te staan doordat steeds meer ministers zich bij de oppositie aansloten. De situatie escaleerde toen Gamsachoerdia weigerde om zich aan te sluiten bij oprichting van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS). De oppositie stelde hem een ultimatum om af te treden. Daarop verschanste Gamsachoerdia zich in het regeringsgebouw dat twee weken lang belegerd werd. Begin januari 1992 vluchtte Gamsachoerdia via Armenië naar de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny en ging daar in ballingschap.

De coup kostte uiteindelijk aan meer dan 200 mensen het leven. Er werd een driemansregering gevormd met Tengiz Sigua (ex-premier), Tengiz Kitova (ex- commandant Nationale Garde) en Djaba Ioseliani (crimineel?). Twee maanden later verscheen ex-minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie, Eduard Sjevardnadze op het toneel. Vanaf oktober 1992 nam hij deel aan de regering. De oorlog in Abchazië zorgde voor grote spanningen tussen Georgië en Rusland. Zo stopte de energievoorziening naar Georgië waardoor de economie vastliep. In juli 1993 volgde een Abchazisch offensief om de stad Soekhoemi in te nemen. Dit mislukte maar op 27 juli 1993 werd er een staakt-het-vuren overeengekomen en de Georgische troepen trokken zich langzaam terug uit het gebied. Onder de Georgische bevolking en in het parlement werd het als een nederlaag gezien en men weigerde dan ook om met een vredesakkoord in te stemmen. Shevardnadze werd zo gedwongen om alleen het besluit te nemen. Hierdoor, maar ook door de slechte economische situatie daalde de populariteit van Sjevardnadze.

In mei 1993 ontsloeg hij Kitovani en Ioseliani om zijn gezag te herstellen. Minister van Defensie werd de pas 26-jarige Giorgi Karkarashvili. Op 20 augustus 1993 benoemde Sjevardnadze een nieuwe premier, Otar Patsatsia. Al deze pogingen om zijn greep op de situatie niet te verliezen hielpen niet echt. Uiteindelijk stemde het parlement in met zijn verzoek om de noodtoestand uit te roepen. Nog meer onheil stortte zich uit over Georgië door het offensief van de Abchazische troepen tegen de zich terugtrekkende Georgiërs. De Georgische troepen werden verslagen en op 27 september 1993 viel Soekhoemi in handen van de Abchaziërs. Sjevardnadze beschuldigde de Russen van steun aan Abchazië. Ondertussen keerde Gamsachoerdia terug in West-Georgië en zijn aanhangers ontketenden meteen een opstand in dat gebied.

Op 8 oktober 1993 maakte Shevardnadze bekend dat Georgië tot het GOS zou toetreden. Het verdrag was zeer in het voordeel van de Russen die in feite Georgië weer in hun greep kregen. Na hevige gevechten tussen de troepen van Gamsachoerdia en Georgische troepen uit West-Georgië namen de laatste weer enkele delen van West-Georgië in. In november namen de spanningen weer toe in West-Georgië, en Shevardnadze voerde zelfs de doodstraf in voor rovers en plunderaars. Gamsachoerdia vluchtte weer naar Abchazië en probeerde daar militaire steun te krijgen. Rusland schoot Sjevardnadze te hulp en op 11 november 1993 riep Sjevardnadze de overwinning uit, met dank aan de Russen. Op 1 december volgde de ondertekening van een memorandum tussen Georgië en Abchazië. Half december werden veel aanhangers van Gamsachoerdia in West- Georgië gearresteerd door de binnenlandse strijdkrachten. De situatie in Georgië verslechterde na hoog oplopende conflicten tussen de ministeries van Defensie en die van Veiligheid. Ook de Georgische paramilitaire eenheden, de Mkhedroni, speelden in dit conflict weer een rol.

Op 31 december pleegde Gamsachoerdia zelfmoord. De ware redenen en omstandigheden zijn nooit bekend geworden.

Op 3 februari 1994 bracht president Jeltsin van Rusland een staatsbezoek aan Georgië. Er werden een aantal verdragen ondertekend, o.a. een akkoord over de aanwezigheid van Russische vredestroepen in Abchazië. De sterkte van Russische troepen op Georgisch grondgebied werd opgevoerd van 8.000 naar 18.000. Op diezelfde dag nog werd de staatssecretaris van Defensie gedood bij een bomaanslag en raakte minister Karkarashvili gewond. In maart kreeg Georgië ook hulp van de Verenigde Staten, ca. 70 miljoen dollar. In maart 1994 trad Georgië toe tot het Navo- project"Partnership for Peace". Intussen namen de demonstraties toe die het aftreden eisten van Sjevardnadze. De parlementaire oppositie deed een oproep voor nieuwe verkiezingen.

De demonstratie van 9 juli 1994 werd met veel geweld uiteengeslagen door regeringstroepen. Geweld tegen onafhankelijke journalisten was ook aan de orde van de dag en de economie verkeerde in een dip met een inflatiecijfer van 62%, het hoogste van alle GOS-republieken. Het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank weigerden dan ook om de beloofde 100 miljoen dollar aan leningen en kredieten te verstrekken. Op 26 november werd de Republiek Abchazië als soevereine staat uitgeroepen. Juli 1995 werd de paramilitaire Mkhedrioni officieel verboden, waarna de beweging meteen gereorganiseerd werd in een politieke partij, de Sakartvelos Partij onder leiding van Ioseliani. In augustus werd een nieuwe grondwet goedgekeurd met uitgebreide volmachten voor de president en uitbreiding van het parlement naar 235 leden. De status van Abchazië en Samachablo (Zuid-Ossetië) werd nog steeds niet geregeld.

Op 29 augustus 1995 werd er een aanslag geplaagd op Sjevardnadze. Als reactie hierop ontsloeg hij de minister van nationale veiligheid, Igor Giorgadze, en werden aanhangers van Gamsachoerdia en leden van de Mkhedrioni opgepakt. Op 5 november werden presidentsverkiezingen gehouden die door Sjevardnadze met overmacht gewonnen werden. De parlementsverkiezingen werden door de Burger Unie, de partij van Sjevardnadze gewonnen met een grote meerderheid in het parlement. Op 1 april 1996 werd er een akkoord getekend over verdergaande militaire samenwerking tussen Georgië en Rusland, en in juli vroeg Georgië het lidmaatschap aan van de Raad van Europa. De kwestie Abchazië keerde vele malen terug op de politieke agenda's, maar een oplossing zou nooit gevonden worden. In februari 1997 verscheen er een rapport van de Internationale Helsinki Federatie waar de mensenrechtensituatie in Georgië sterk bekritiseerd werd. Ook Amnesty International had veel kritiek op de vele gevallen van mishandelingen en folteringen. Juni en juli 1997 waren weer maanden met veel gewapende conflicten in Abchazië. Eind juli volgde er een akkoord over het mandaat voor vredestroepen in de regio. In een gesprek met de Amerikaanse president Clinton werd Sjevardnadze geprezen om zijn markthervormingsprogramma en zijn pogingen om de democratie te bevorderen. De echte politieke en humanitaire noodsituatie werd volkomen genegeerd. Economische oliebelangen gingen opeens heel zwaar tellen.

Op 9 februari 1998 volgde er een nieuwe aanslag op Sjevardnadze; bij de omstandigheden werden grote vraagtekens gezet. Eerst werden de Russen beschuldigd, daarna werd de voormalig minister van Financiën, Guram Absandze, gearresteerd; hij zou de aanslag gefinancierd hebben. In mei 1998 wederom gevechten in Abchazië tussen Abchaziërs en het Tetri Legioni (Witte Leger), een Georgische paramilitaire organisatie. De regering van Shevardnadze kwam verder in de problemen toen de ministers van Energie en Defensie hun ontslag indienden. Shevardnadze ontwikkelde plannen voor een federale structuur om de problemen in o.a. Abchazië te beëindigen. Onderhandelingen mislukten echter weer en tot een ontmoeting tussen Sjevardnadze en de Abchazische leider Vladislav Ardzinba kwam het al helemaal niet. Met name het punt over de terugkeer van de Georgische vluchtelingen naar Abchazië is niet te overbruggen. Integendeel, de gevechten gingen gewoon door en de situatie blijft zeer gespannen.

In juli volgde er een rigoureuze reorganisatie van de regering die algemeen gezien werd als de ultieme poging zijn regerende Burger Unie te versterken voor de parlementsverkiezingen van 31 oktober 1999. De verkiezingscampagne ging gepaard met veel geweld en intimidaties, eveneens erop gericht om op de partij van Shevardnadze te stemmen. Van de 20 ingeschreven partijen haalden slechts drie partijen de kiesdrempel van 7%. De partij van Sjevardnadze haalde ruim 40% van de stemmen en ondanks beschuldigingen van fraude en manipulatie, o.a. door waarnemers van de OVSE, worden de uitslagen goedgekeurd en werd het nieuwe parlement geïnstalleerd.

Op 9 april 2000 werden er weer presidentsverkiezingen gehouden. Belangrijkste tegenstander van Shevardnadze was Aslan Abashidze, gouverneur van de autonome republiek Adjarië. Adjarië staat er economisch redelijk voor en Abashidze is dan ook vrij populair, ook al omdat hij zich weinig aantrekt van het beleid dat vanuit Tbilisi gevoerd wordt. Zo worden inkomsten uit handel niet afgedragen aan de centrale overheid, maar in de eigen regio geïnvesteerd. Een oproep tot het boycotten van de verkiezingen leverde niets op en één dag voor de verkiezingen trok Abashidze zich terug als kandidaat. De achtergronden van deze opmerkelijke stap zijn nooit helemaal duidelijk geworden. Men vermoedde dat er een deal was gesloten tussen Shevardnadze en Abashidze om de macht in het land te verdelen tussen Tbilisi en de hoofdstad van Adjarië, Batumi. Adjarië zou dan ook weer belasting gaan betalen aan de centrale overheid van Georgië.

Shevardnadze wint met een ruime meerderheid van bijna 80% van de stemmen. De vervanger van Abashidze, Djumber Patiashvili behaalde ongeveer 16% van de stemmen. Sjevardnadze zal in de komdende vijf jaren nodig hebben om de separatistische conflicten in Abchazië en Samachablo (Zuid-Ossetië)op te lossen. Honderdduizenden vluchtelingen uit die gebieden zitten nog steeds in Georgië en de meeste bedrijven liggen al enkele jaren stil. Verder heeft de corruptie enorme vormen aangenomen en staat de mensenrechtensituatie onder zware druk, en het is nog maar de vraag of Sjevardnadze of wie dan ook deze problemen definitief kan oplossen. Bovendien bestaan de vrijheid van pers en de vrijheid van meningsuiting alleen op papier, zodat het moeilijk is een juiste indruk van de situatie in het land te krijgen.

21e eeuw

In april 2000 werden de presidentsverkiezingen weer gewonnen door Eduard Sjevardnadze. In Abchazië werd in oktober 2001 een helikopter met VN-waarnemers neergeschoten. Alle negen inzittenden, onder wie vijf VN-waarnemers, kwamen daarbij om het leven.

De parlementsverkiezingen van begin november 2003 werden gekenmerkt door fraude en andere incidenten. Verwacht werd dat de verkiezingen een nederlaag zouden opleveren voor de regering van president Sjevardnadze. Veel kiezers gaven de president en zijn kabinet de schuld van de armoede en de corruptie in de Kaukasische republiek. De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking In Europa (OVSE) die 400 waarnemers naar Georgië had gestuurd, meldde dat de verkiezingen waren ontsierd door ‘schokkende‘ onregelmatigheden.

Een paar dagen later werd de oppositiepartij Nationale Beweging van voormalig minister van Justitie Michail Saakasjvili verassend tot winnaar van de parlementsverkiezingen uitgeroepen. In de hoofdstad Tbilisi hadden zich toen al ongeveer 20.000 aanhangers van de oppositie verzameld om te protesteren tegen de fraude bij de stembusgang. Na het bekend worden van de uitslag brak een jubelstemming uit onder de menigte, en Saakasjvili riep Sjevardnadze op zijn nederlaag te erkennen.

Op donderdag 13 november eiste Saakasjvili het aftreden van Sjevardnadze, en weigerde met hem te praten om naar een oplossing voor het conflict te zoeken. Saakasjvili zei verder nog dat hij één miljoen handtekeningen wilde verzamelen onder een petitie waarin het aftreden van Sjevardnadze werd geëist.

Een dag later waarschuwde Sjevardnadze voor een burgeroorlog in zijn land en maande voor de televisie de bevolking tot kalmte. Opnieuw verzamelden zich echter tienduizenden demonstranten in Tbilisi.

De Georgische president Sjevardnadze heeft vrijdag voor een burgeroorlog in zijn land gewaarschuwd. Opnieuw sloot hij een door de oppositie geëist aftreden wegens verkiezingsfraude uit. Tijdens een toespraak op televisie maande Sjevardnadze de bevolking tot kalmte. Ook adviseerde hij aanhangers van de oppositie weg te blijven van een demonstratie 's avonds in de Georgische hoofdstad Tbilisi. Uiteindelijk trok men naar het kantoor van de centrale kiescommissie met de eis om de verkiezingen ongeldig te verklaren. Op dinsdag 18 november betuigden circa 10.000 aanhangers van Sjevardnadze hun steun aan de president. Een dag eerder zei Sjevardnadze dat er een speciale commissie ingesteld zou worden die zou gaan onderzoeken of er inderdaad fraude was gepleegd.

Op donderdag 20 november verklaarde de centrale kiescommisie de partij van president Sjevardnadze, ‘Voor Een Nieuw Georgië’, tot winnaar van de verkiezingen. De tegenstanders van de president kondigden als reactie op de uitslag opnieuw vreedzame massabetogingen in de Georgische hoofdstad Tbilisi aan. Volgens de kiescommissie vergaarde de partij van de president ruim 21 procent van de stemmen. De tweede plaats was met bijna 19 procent voor de partij die haar steun voor de bekritiseerde Sjevardnadze had uitsproken. Op de derde plaats kwam het partijenblok Nationale Beweging van de belangrijkste oppositieleider Saakasjvili met ruim 18 procent.

Nog geen dag later gaf het hoofd van de Nationale Veiligheidsraad in Georgië, Tedo Japaridze, toe dat de parlementsverkiezingen van 2 november oneerlijk waren verlopen. ,,De beslissingen door de centrale kiescommissie hebben opnieuw laten zien dat de parlementaire verkiezingen vergezeld gingen met grote onregelmatigheden', aldus Japaridze tijdens een persconferentie. Hij waarschuwde dat protesten tegen de verkiezingsfraude kunnen leiden tot bloedvergieten. ,,Er zijn alarmerende signalen die de laatste tijd verder zijn toegenomen', zo zei Japaridze. ,,Als de confrontatie begint, zal die alomvattend zijn en veel gevaarlijker dan tien jaar geleden', toen in Georgië direct na de afscheiding van de Sovjetunie een burgeroorlog woedde en honderden mensen omkwamen.

De Georgische oppositieleider Saakasjvili riep vrijdagavond 21 november op een persconferentie in de Georgische Tbilisi op tot een vreedzame revolutie. En ook secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties riep op vrijdag nog de politieke leiders van Georgië op hun uiterste best te doen om de spanningen in het land vreedzaam op te lossen.

Zaterdag 22 november liep het dan uiteindelijk toch nog uit de hand. Aanhangers van de oppositie bestormden het presidentieel paleis in Georgië, en ondanks politiebewaking drongen duizenden betogers het gebouw binnen. Zij waren op weg naar het kantoor van president Sjevardnadze op de dertiende verdieping, aldus de Georgische tv. President Sjevardnadze kondigde daarop de noodtoestand af. De Georgische oppositie benoemde ondertussen parlementsvoorzitter Nino Boerdjanadze tot interim-president. De in het nauw geraakte Georgische president Edoeard Sjevardnadze sloot zijn aftreden in principe niet uit. In botsingen tussen voor- en tegenstanders van Sjevardnadze vielen in Tbilisi acht gewonden, twee agenten waren er ernstig aan toe. Michail Saakasjvili sprak over een fluwelen revolutie.

Op zondag 23 november 2003 nam Sjevardnadze alsnog ontslag. De oppositie garandeerde hem dat hij niet vervolgd zou worden. Parlementsvoorzitter Nino Boerdjanadze volgde Sjevardnadze tijdelijk op als president en zij moest er voor zorgen dat er binnen 45 dagen presidentsverkiezingen gehouden zouden worden.

Op 26 november werd bekend dat Michail Saakasjvili, de drijvende kracht achter de protestbeweging die president Sjevardnadze tot aftreden dwong, door de oppositiepartijen in Georgië als kandidaat gesteld werd voor het presidentschap. Nino Boerdzjanadze, waarnemend president na het aftreden van Sjevardnadze, week daarmee voor de populaire Saakasjvili.

De presidentsverkiezingen van 4 januari 2004 werden met een zeer ruime meerderheid van 85% gewonnen door Saakasjvili. Saakasjvili is getrouwd met de Nederlandse Sandra Roelofs.

Op 6 januari 2008 wint Michail Saakasjvili de presidentsverkiezingen met 52,8 procent van de stemmen. Saakasjvili wendde daarmee een verwachte tweede stemronde af. In augustus laaien spanningen op tussen troepen uit Georgië en het afgescheiden Zuid-Ossetië, dat gesteund wordt door Rusland. Dit mondt uit in een militair conflict. Na een week van vijandelijkheden tekenen de partijen een vredesovereenkomst. Rusland erkent wel de afvallige provincies Zuid-Ossetië en Abchazië, dit is een doorn in het oog van Georgië en de westerse wereld. In februari 2009 wordt Nika Gilauri benoemd tot premier. In april 2009 roept de oppositie op tot een"nationale ongehoorzaamheidscampagne". In mei 2009 vinden oefeningen van de NATO plaats op Georgisch grondgebied onder sterke protesten van Rusland. In september 2009 verschijnt er een rapport van de Europese Unie over het conflict met Rusland in 2008 waarin Georgie een flink deel van de schuld aan dit conflict krijgt. In juli 2010 brengt de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Hillary Clinton een bezoek aan Georgie. Ze verzekert dat de VS de territoriale integriteit van Georgie zal bewaken. Poetin reageert hier op door te stellen dat Georgië en Zuid-Ossetië hun conflicten moeten oplossen zonder derde partijen hierbij te betrekken.

In oktober 2012 wint Bibina Ivanishvilli de parlementsverkiezingen en hij wordt de nieuwe premier, Saakasjvili krijgt een rol op het tweede plan. In oktober 2013 wint Giorgi Margvelashvili de presidentsverkiezingen. In juni 2014 wordt er een handelsovereenkomst met de EU gesloten. In december 2015 neemt premier Garibashvili ontslag vanwege spanningen met president Margvelashvili. In oktober wint de regerende coalitie de parlementsverkiezingen met grote cijfers. In april 2017 houdt de afvallige provincie Zuid-Ossetië een referendum en presidentsverkiezingen met als doel lid te worden van de Russische federatie.

Bevolking

De totale bevolking van Georgië bedroeg in 2017 4.926.350 mensen. Het gemiddelde aantal inwoners per km2 bedraagt ca. 70. De bevolkingsgroei bedraagt -0,02 (2017). Het aantal inwoners tussen 0-14 jaar bedraagt 18%, tussen 15-64 jaar 66% en boven de 65 jaar 16% (2017). Geboorte- en sterftecijfer bedroegen in 2017 respectievelijk 12.3 en 10.9. Het aantal sterfgevallen in het eerste levensjaar bedraagt per 1000 levendgeborenen in 2017 15.2.

Een fascinerend medisch fenomeen trekt wereldwijde aandacht. Georgië telt per 100.000 inwoners 51 honderdjarigen. In Tbilisi alleen al leven meer dan 100 honderdjarigen. Het hoe en waarom is nog steeds niet duidelijk.

In het moderne Georgië leven drie van de vier Kartvelische volken, de Georgiërs, de Mingreliërs en de Svans. De vierde groep, de Laz, leven bijna allemaal in Turkije. De Kartvelische volken hebben een gemeenschappelijke taal, geschiedenis en cultuur. De afkomst van de Kartveliërs is niet duidelijk, maar ze zijn waarschijnlijk een mengras van Kaukasische volken en immigranten uit Klein-Azië. Sinds 1930 worden de Mingreliërs en de Svans etnisch tot de Georgiërs gerekend. Ongeveer 87% van de bevolking zijn etnische Georgiërs. Er leven ongeveer één miljoen Mingreliërs in Georgië. De meerderheid leeft in de regio Samegrelo. Ze vallen op door hun blanke huid, blonde haren en blauwe ogen. Theeproductie heeft van hen het meest welvarende bevolkingsdeel gemaakt.

Er leven ongeveer 80.000 Svans in Georgië die voornamelijk leven in de bergachtige regio Svaneti. De Svans hebben altijd vrij geïsoleerd geleefd en hun dialect lijkt nog steeds het meest op het oud-Georgisch.

De Adjariërs zijn meest etnische moslim-Georgiërs. De meeste van hen hebben nog sterke culturele en familiebanden met de aangrenzende Turkse provincies.

Er leven ongeveer 92.000 Abchaziërs in Georgië. Ondanks hun kleine aantal zijn ze nadrukkelijk aanwezig doordat de meeste in hun eigen autonome republiek wonen langs de noordwestkust van de Zwarte Zee. Hoewel ze al bijna 2000 jaar in Georgië wonen, is hun afkomst nog steeds onduidelijk. Ze hebben hun eigen regering en taal, het Abchazisch. Het Russisch wordt gesproken als tweede taal. Maar weinig Abchaziërs spreken goed Georgisch, hoewel veel in het zuiden van Abchazië wonende Abchaziërs Mingrelisch spreken. De meeste Abchaziërs zijn moslims. Door emigratie naar Abchazië vanuit Georgië en Rusland eind negentiende, begin twintigste eeuw is maar ongeveer 20% van de bevolking in Abchazië van Abchazische afkomst en daardoor een minderheid in eigen land. Onder andere door deze onbalans vecht Abchazië al sinds de jaren negentig van de vorige eeuw voor onafhankelijkheid.

Van de 165.000 Ossetiërs leven er ongeveer 65.000 in de Zuid-Ossetische autonome regio, en dat is ongeveer 66% van de totale Zuid-Ossetische bevolking. Meer dan 100.000 Ossetiërs leven in andere delen van Georgië samen met de Ossetiërs van Noord-Ossetië, net over de Russische grens. De Ossetiërs zijn afkomstig van Iraanse bergvolken. Vele Ossetiërs zouden graag samengaan met Noord-Ossetië, maar Georgië onderdrukt elke poging daartoe.

Verder leven er ongeveer 450.000 Armeniërs in het land, de grootste buitenlandse nationaliteit. De Armeniërs zijn christenen met hun eigen taal en alfabet. Het Armeense volk is in de loop der tijden door historische vervolgingen verspreid over de hele wereld. Tbilisi heeft een grote Armeense populatie, net als de regio's Meshketië en Dzhavakethië.

De meer dan 300.000 Azerbeidzjanen leven in het zuiden van Tbilisi en rond de steden Bolnisi en Marneuli. De meeste spreken Azerbeidzjaans en zijn moslims. Russen (350.000) leven verspreid over Georgië, Abchazië en Adjarië. Verder leven er nog kleine groepen Grieken, Oekraïners, joden en Koerden.

De bevolking is percentueel als volgt samengesteld: 87,6% etnische Georgiërs, 3,9% Armeniërs, 6,2% Azerbeidzjanen (of Azeri), 1,5% Russen, 2,5% overigen. Er is ook nog een vrij grote groep van gemengde etnische afkomst. Een zeer groot deel van de bevolking woont in de multiculturele hoofdstad van Georgië, Tbilisi, ca. 1,15 miljoen inwoners. In andere delen van het land overheersen etnische groepen: in de regio Samtskhe-Javakheti bijvoorbeeld Armeniërs en het landelijke zuid-oosten heeft een Azeri-meerderheid.

Door de moeilijke economische en sociale omstandigheden na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn er veel Georgiërs (ca. 600.000) geëmigreerd. De meeste emigreerden naar Rusland, kleinere groepen naar Frankrijk, de Verenigde Staten en Engeland.

In het westen van het land leven ca. 250.000 uit Abchazië gevluchte Georgiërs.

Taal

Het Georgisch is de officiële taal van Georgië en wordt door ca. 70% van de inwoners gebruikt als eerste taal. Het is door linguïsten tot nu toe niet gelukt om een relatie te leggen tussen het Georgisch en welke andere taal of taalfamilie dan ook, zelfs niet binnen de Kaukasische talen. De Kaukasische talen zijn dan ook meer geografisch dan als taalkundig gegroepeerd.

De Georgische talen, die ook Kartveelse talen of Zuid-Kaukasiche talen genoemd worden, is een taalfamilie die wordt gevormd door het Georgisch, het Mingrelisch, het Laz en het Svan. Het Georgisch is de belangrijkste Kartveelse taal (ca. 3,5 miljoen sprekers), heeft een literaire traditie van bijna 15 eeuwen en is daarmee een van de oudste nog levende talen ter wereld. Het Mingrelisch wordt gesproken langs het centrale en zuidelijke kustgebied van de Zwarte Zee, voornamelijk in Samegrelo (Zuid-Ossetië). Het Laz wordt voornamelijk gesproken in de gebieden die tegen Noordoost-Turkije aanliggen. Het Svan heeft geen alfabet en wordt voornamelijk gesproken door bergbewoners van Svaneti. Het Svan lijkt nog het meest op het oud-Kartveels.

Enkele regionale dialecten zijn het Imeruli (gesproken in Imereti), het Rachuli (Racha), het Guroeli (Goeria), het Khakoeri (Kakhetië) en het Acharoeli (Adjarië). Enkele dialecten worden alleen in afgelegen bergregio's gesproken, waaronder het Pyavi, het Khevsoereti, het Toesheti en het Mtioeleti.

Er is geen linguïstische relatie met het Russisch hoewel deze taal door de meeste mensen gesproken en verstaan wordt, vooral door minderheidsgroeperingen die het Georgisch niet machtig zijn. Het Engels wordt als twee of derde taal voornamelijk door de jongere generatie gesproken en verstaan en dan alleen nog maar in Tbilisi en andere grote steden.

Hoe het Georgische schrift is ontstaan is nog niet duidelijk. Men vermoedt dat het Georgische schrift nauw verbonden is met het Foenisisch-Aramese schrift. Het Georgische alfabet heeft 40 letters waarvan er zeven niet meer gebruikt worden en er is geen verschil tussen hoofdletters en kleine letters. Sinds het Georgisch een geschreven taal is heeft het al drie alfabetische systemen gehad. Wat nu gebruikt wordt is het Mchedroeli uit de 11e eeuw. Het tegenwoordig niet meer gebruikte Hoetsoerischrift (kerkelijk schrift) bevat 38 letters, zowel hoofdletters als kleine letters. Enkele Georgische woorden (soms herkenbaar als leenwoorden*):

Hallo – gamar jobat

Goedemorgen – dila mshvidobisa

Dank u – didi madloba

Water – tskali

Melk – rdze

Een – erti

Twee – ori

Drie – sami

Tien – ati

Honderd – asi

Maandag – orshabati

Zaterdag – shabati

Vliegveld – aeroporti*

Bus – avtobusi*

Trein – matarebeli

Benzine – benzini*

Groente – bostneuli

Tomaat – pamidori*

In de autonome republiek Abchazië spreken nog ongeveer 90.000 mensen het Abchasisch dat sinds 1991 grondwettelijk als de officiële staatstaal beschouwd wordt. Het Abchazisch is een lid van de Noordwestelijk-Kaukasische taalfamilie waartoe ook het Circassisch en het Ubykh behoort. Het Abchazisch is niet verwant aan het Georgischen het alfabet bestaat sinds 1862.

Het Ossetisch, gesproken door etnische Ossetiërs, wordt in verschillende delen van Georgië gesproken, maar vooral in Zuid-Ossetië. Deze taal is lid van de Iraanse taalfamilie.

Veel Georgische achternamen eindigen op idze of adze en dat betekent"zoon van". Ook de uitgang vili komt veel voor en betekent"kind".

Van de ongeveer 150 kranten zijn er 120 in het Georgisch geschreven. Er worden ook kranten gemaakt in het Russisch, Armeens, Abchazisch en Ossetisch.

Georgië stamt af van"Gurj", de naam die de Arabieren en de Perzen aan de bevolking van Georgië gaven.

Godsdienst

Georgië is een land met verschillende religies dat sinds 1991 vrijheid van godsdienst kent. Tbilisi heeft bijvoorbeeld een joodse synagoge, een moslim moskee, een Georgische basiliek, een Armeense kerk en een Zoroastrische tempel. De Georgiërs werden al vanaf 330 vanuit Armenië gekerstend en de kerk van Georgië geldt als een van de oudste op het grondgebied van de voormalige Sovjet- Unie. In West-Georgië verving het christendom een geloof gebaseerd op de wereld van de Griekse goden. In Oost-Georgië verving het christendom een Iraanse Zoroastrische religie.

In de 5e eeuw werd de kerk autonoom en benoemde haar eigen leider, de katholikos van Mtskheta. Gedurende de Middeleeuwen was de Georgische kerk een enorme politieke en economische macht en een inspiratiebron voor kunst, architectuur en literatuur. Onder de tsaristische heerschappij verloor de Georgisch-orthodoxe kerk haar onafhankelijkheid en werd een onderdeel van de Russisch-orthodoxe kerk. De onafhankelijke status werd weer hersteld in de periode Stalin (zelf een Georgër). Desondanks sloten vele van de 2000 kerken de deuren, die pas de laatste 15 jaar weer werden geopend en gerestaureerd.

De meeste Georgiërs (ca. 65%) behoren tot de Georgisch-orthodoxe Kerk. Deze kerk is een onderdeel van de christelijke Oosters-orthodoxe kerk, vooral aangehangen in Oost-Europa en Griekenland. De oostelijke orthodoxe kerken splitsten zich in de 11e eeuw af van het Westerse christendom en erkennen de paus dan ook niet als hun leider. De orthodoxe kerken hebben trouwens nooit een centrale leider gehad. In Georgië behoort 10% van de bevolking tot de Russisch-orthodoxe kerk die vanaf de 10e eeuw de religie van alle Russen werd. In de negentiende werd het meegenomen naar Georgië door Russen en Oekraïners uit het tsaristische Rusland. Russisch-orthodoxe kerken zijn vooral te vinden langs de kust van de Zwarte Zee en in grote steden als Tbilisi en Kutaisi.

De christelijke Armeens Apostolische Kerk is nog iets ouder (eind 3e eeuw) dan de Georgisch orthodoxe kerk. De Armeense kerk scheidde zich in de 6e eeuw af van de andere Oost-Europese kerken en is op dit moment autonoom. De eerste Armeniërs kwamen in de 14e en 15e eeuw naar Georgië als gevolg van de vervolging door de Turkse moslims en de Arabieren.

De islam is een belangrijke religie in de Kaukasus. De Azerbeidzjanen, de Ossetiërs en de meeste etnische Georgiërs in Adjarië zijn in meerderheid soennitische moslims. De Abchaziërs zijn deels soennitische moslims, deels christenen.

Anti-semitisme is een onbekend verschijnsel in Georgië, en er hebben sinds de Middeleeuwen joodse gemeenschappen in het land gewoond. De grootste groepen joden wonen in Tbilisi en Koetaisi. Kleinere groepen wonen in de bergachtige regio's. De laatste tien jaar emigreren er steeds meer joden naar Israël. Verder zijn er nog kleine groepjes Georgische katholieken en aanhangers van de Russische sekten Dukhobor en Molokan. De meeste Koerden in Georgië hangen de oude Yezid-religie aan.

Samenleving

advertentie

Staatsinrichting

In afwachting van een nieuwe grondwet, die vertraagd wordt door meningsverschillen over de autonomiekwestie inzake Abchazië, Adzjarië en Zuid- Ossetië, is nog steeds de oude grondwet van de Sovjetrepubliek Georgië van kracht, die in 1995 echter al op belangrijke punten is aangepast.

Na de val van president Gamsachoerdia in 1992 werd het Parlement ontbonden en een Opperste Raad (in de plaats van de Opperste Sovjet) met wetgevende en uitvoerende macht in het leven geroepen.

De Opperste Raad heeft 235 leden die voor vier jaar gekozen worden. Vanaf achttien jaar mag men meedoen aan de verkiezingen en vanaf 25 jaar mag men lid zijn van het parlement. Er is nog een andere kamer, de Senaat, maar deze is nog niet actief, Daar wordt mee gewacht totdat de problemen met Abchazië en Zuid- Ossetië opgelost zijn. De leden hiervan worden rechtstreeks door het volk gekozen. De voorzitter van de Opperste Raad is de president en het staatshoofd van het land die in aparte verkiezingen eveneens direct wordt gekozen. De president wordt voor vijf jaar gekozen en kan maximaal twee termijnen in het ambt blijven. De president benoemt de minister-president.

De Georgische republiek omvat twee autonome republieken en één autonome regio: de autonome Republiek Abchazië, de autonome Republiek Adjarië en de autonome regio Zuid-Ossetië.

Georgië is verder administratief ingedeeld in 65 landelijke gebieden, 62 gemeenten en 53 woongebieden met een stedelijk karakter.

Sinds de invoering van het meerpartijenstelsel in 1990 zijn er meer dan honderd politieke partijen opgericht. De belangrijkste partijen zijn de Agrarische Partij van Georgië, de Burgervereniging van Georgië van president Eduard Sjevardnadze, het Georgische Volksfront, de Georgische Sociaal-democratische Partij, de Groene Partij, de Nationaal-democratische Partij, de Partij van Nationale Onafhankelijkheid en de Arbeidersunie. De Communistische Partij, tot 1990 de enige partij, werd in 1991 verboden, maar een socialistische partij werd in 1994 weer toegelaten.

Sinds de onafhankelijkheid in 1991 is Georgië het toneel geweest van etnisch geweld, separatistische opstanden en dat heeft geresulteerd in een turbulente politieke situatie die onder Shevardnadze maar langzaam stabiliseert. Geschat wordt dat er sinds 1991 meer dan 20.000 mensen gedood zijn bij regionale en etnische conflicten.

De actuele politieke sitauatie staat beschreven in het hoofdstuk geschiedenis.

Onderwijs

Onderwijs heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de Georgische samenleving, en onderwijscentra waren er al ten tijde van de Griekse kolonies in de landstreek Colchis, gelegen ten oosten van de Zwarte Zee. Lange tijd werd het onderwijs verzorgd door de Georgische kerk.

Onder het bewind van de Sovjet-Unie waren alle Georgiërs verzekerd van gratis onderwijs, zowel voor basis- als voor hoger onderwijs. Het resultaat was dat Georgië relatief het grootste aantal hoog opgeleiden had van de hele Sovjet- Unie. De situatie op dit moment is een stuk minder gunstig. Het huidige onderwijssysteem lijdt o.a. aan een gebrek aan geld en verouderde onderwijsmethoden. Vele ouders proberen hun kinderen dan ook te plaatsen op particuliere scholen. Ook privé-universiteiten zijn populair en de vraag naar buitenlandse beurzen is groot.

Er zijn negentien hogere opleidingen in Georgië waaronder gespecialiseerde lerarenopleidingen en landbouwopleidingen. Verder is er een medische opleiding, een kunstacademie, een conservatorium en een theaterschool, allemaal in Tbilisi. De Universiteit van Tbilisi is de grootste van het land en gesticht in 1917 na de Russische revolutie.

Economie

De Georgische economie was ooit een van de sterkste van de voormalige Sovjet- Unie. Ook de levensstandaard van de bevolking was de hoogste van de Sovjet- Unie. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie heeft Georgië te kampen met een grote economische terugval. Dit komt onder andere doordat de traditionele handelsbetrekkingen met andere voormalige Sovjet-staten grotendeels zijn weggevallen.

Uit deze staten kwamen een groot deel van de industriële grondstoffen en 80 tot 85% van de energievoorziening. Voor deze producten moeten nu veel hogere prijzen betaald worden, waardoor het tekort op de handelsbalans fors toeneemt. Ook de oorlogen en conflicten tussen Georgië, Abchazië en Zuid-Ossetië zorgden voor een verdere verslechtering van de economie. Het Bruto Nationaal Product (BNP) en de industriële productie daalde enorm (tot maar 10% van de eigenlijke capaciteit), en de inflatie steeg dramatisch naar 1500% in 1992! De buitenlandse schuld bedroeg in 1999 1,8 miljoen dollar.

Groeisectoren zijn de handel en de communicatie, hoewel dit voor de enorme werkloosheid weinig soelaas biedt. Ook met de geprivatiseerde landbouw lijkt het goed te gaan, ook al door de zeer vruchtbare grond die Georgië rijk is. Georgië's functie als doorvoerland van o.a. vracht, olie en gas tussen Azië en Europa lijkt echter nog de meeste kans te maken om op redelijk korte termijn als aanjager voor de economie te dienen. Men probeert nu dan ook, met financiële hulp van het buitenland, de infrastructuur van het land aanzienlijk te verbeteren.

Het toerisme zou ook een van de pijlers van de economie kunnen worden, maar o.a. de conflicten in de autonome republieken zorgen er vooralsnog voor dat Georgië door toeristen gemeden wordt.

De autonome regio Adjarië vormt een gunstige uitzondering in deze economisch donkere tijden, met name door de levendige handel met de nabijgelegen landen Turkije en Armenië. Ook slaagt men erin om buiten de conflicten met de autonome republieken te blijven. In de 21e eeuw gaat het beter met de economische groei van Georgië, die bedraagt 5 % (2017). Het BBP per hoofd van de bevolking is $ 10.700 (2017) per jaar.

Landbouw en veeteelt

Georgië heeft een van de meest diverse landbouwgebieden van de voormalige Sovjet-Unie. Grote gebieden met een subtropisch klimaat en een lang groeiseizoen maken van Georgië een landbouwgebied bij uitstek. Ongeveer 3 miljoen hectare van het totale landoppervlak bestaat uit landbouwgrond. Ongeveer een derde van de beroepsbevolking werkt in de landbouwsector, de grootste werkgever van het land.

Thee en citrusvruchten worden geteeld in Adjarië, Goeria, Samegrelo, Imereti en Abchazië; wijndruiven, tabak, olijven, vijgen, amandelen, appels, peren, graansoorten en suikerbieten in het gehele westen van Georgië; de Alazani- vallei in Kakhetië is het belangrijkste wijnbouwgebied van Georgië; geraniums, rozen en jasmijn worden gebruikt voor de parfumindustrie; in de hooglanden van Kartalinië verbouwt men gerst, haver, appels, pruimen, kersen en houdt men schapen.

De veelal geprivatiseerde landbouw is intensief en sterk gemechaniseerd. De opbrengsten zouden nog veel hoger kunnen zijn als er met moderne technologieën gewerkt zou kunnen worden. Evenals de industrie heeft ook de landbouw veel te lijden gehad van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Met name de theeproductie is ernstig teruggelopen. De andere sectoren herstelden zich vrij snel.

Bergachtige gebieden als Opper-Svanetië worden gebruikt voor het houden van geiten en schapen. Op kleine schaal is er verder wat runder-, varkens- en pluimveeteelt.

Mijnbouw, industrie en energievoorziening

Georgië is gezegend met vele natuurlijke bodemschatten. Er zijn ongeveer 300 minerale ertsen gevonden waarvan de helft geëxploiteerd wordt. De mijnbouw levert in de eerste plaats mangaan op in de regio rondom Koetaisi, dat grotendeels als erts wordt uitgevoerd en deels in Georgië (Zestafoni) wordt verwerkt.

Roestavi, ten zuidoosten van Tbilisi, is een groot metallurgisch complex met ijzer- en staalfabrieken en verschillende chemische industrieën. Verspreid over Georgië staan fabrieken die zaken als landbouwmachines, tractoren, bouwmaterialen, levensmiddelen of theeplukmachines produceren.

Het bergachtige Georgië heeft veel snelstromende rivieren waaruit 's zomers veel hydro-elektriciteit wordt opgewekt. Meer dan 200 hydro-elektrische installaties zijn er aangelegd in de rivieren, Rioni, Koera en Ingoeri. Toch moet de meeste energie geïmporteerd worden uit het buitenland. Zo wordt het meeste aardgas geïmporteerd vanuit Turkmenistan. Georgië importeert ook nog steeds de meeste olie uit Azerbeidzjan en Rusland, hoewel men zelf een voorraad heeft van minstens 24 miljoen ton ruwe olie.

De noordwestelijke bergen bevatten verder nog ca. 360 miljoen ton steenkool. Onder de Sovjet-Unie werden deze bronnen nauwelijks aangesproken doordat men zijn energie goedkoop kon importeren uit andere voormalige Sovjet-Republieken. Om minder afhankelijk te zijn van de dure energie uit het buitenland wordt alles op alles gezet om de eigen grondstoffen te gaan exploiteren.

Handel, verkeer en toerisme

Georgië handelt voornamelijk met de voormalige Sovjet-republieken. De belangrijkste exportproducten zijn fruit, groenten, tarwe, gerst, wijn, cognac, wodka, bouwmaterialen, machines en chemicaliën. De belangrijkste exportpartners zijn Azerbeidzjan, Armenië , Oekraïne, Rusland, china en Turkije (2017).

De belangrijkste importproducten zijn machines, brandstof en farmaceutica. De belangrijkste importpartners zijn Turkije, Oekraïne, Azerbeidzjan, Rusland en China.

Georgië heeft ca. 35.000 km wegen en 1600 km spoorwegen. Drie snelwegen verbinden Georgië met Rusland: van Tbilisi naar Vladikavkaz, van Koetaisi naar Vladikavkaz en van Soechoemi naar Cherkessov. De belangrijkste havens zijn Batoemi (olie-export en graan), Poti (capaciteit van 5-6 miljoen ton per jaar en een containeroverslaghaven) en Soechoemi. Tbilisi heeft een luchthaven, maar de Georgische luchtvaartindustrie is nog onderontwikkeld.

De infrastructuur zal een bepalende invloed hebben op de economische ontwikkeling van het land. Met name de wegen en de havens kunnen een belangrijke rol krijgen als een knooppunt van het vervoer van goederen en diensten vanuit het Westen via Turkije en de Zwarte Zee naar nieuwe markten in de Kaukasus en Centraal-Azië.

Vakantie en bezienswaardigheden

Voor 1991 was de Zwarte Zeekust een populaire vakantiebestemming voor mensen vanuit de hele Sovjet-Unie. Op het hoogtepunt kwamen er ca. 3,5 miljoen toeristen naar dit gebied. Vooral 's zomers werden plaatsen als Soechoemi, Batoemi, Pitsoenda en Gagra overspoeld met mensen die aangetrokken werden door het warme zeewater, de mooie stranden en het zonnige klimaat. De hoger gelegen gebieden waren populair door de mogelijkheden om te skiën, te klimmen en te wandelen. Toeristisch zijn ook de kuuroorden als Tsjaltoebo, Borzjomi, Abastoemani, Pasanaoeri en Bakoerian in trek, evenals verschillende wintersportplaatsen en centra van oude cultuur, zoals de vroegere hoofdstad Mtskjeta bij Tbilisi.

De politieke onrust en de conflicten met voornamelijk Abchazië hebben de toeristenindustrie op de rand van de afgrond gebracht. Pas als deze problemen zijn opgelost kan het toerisme een van de belangrijkste pijlers van de Georgische economie worden.

Tbilisi is afgeleid van het oude Georgische woord T’pilisi dat verwijst naar de zwavelhoudende warmwaterbronnen in de stad. De natuurlijke warme zwavelbronnen, waar Tbilisi haar naam aan te danken heeft, zijn erg bijzonder. Rondom de bronnen zijn verschillende badhuizen te vinden die nog steeds in gebruik zijn. De bronnen hebben een constante temperatuur van tussen de 38 en de 40 graden. Het water zou een heilzame werking hebben door de temperatuur, de zwavel en de mineralen. Het zou allerlei kwalen verzachten of zelfs genezen waaronder psoriasis, reuma en eczeem.

Er zijn veel bijzondere historische gebouwen te vinden in Tbilisi waaronder de Sionikathedraal in de historische wijk Kala. Naar verluid stamt de kerk uit de 7e eeuw, maar men neemt aan dat er in de eeuwen daarvoor ook al kerken op de plaats te vinden waren. De eerste kerk zou gebouwd zijn onder Koning Vachtang I Gorgasali in de 5e eeuw. Na de 7e eeuw is de kathedraal meerdere keren vernield en weer herbouwd. De bouwstijl van de Sionikikathedraal is redelijk ingetogen. In het reliëf zijn onder andere een leeuw en de Aartsengel afgebeeld. De noordelijke toren is gebouwd door Alexander I. De tweede toren aan de noordwestelijke kant heeft classicistische kenmerken en is gebouwd in 1812. Dit alles maakt de Sionikikathedraal tot een bijzondere samensmelting van verschillende tijden en bouwstijlen. Lees meer op de Tbilisi pagina van Landenweb.

advertentie
Klik op de menuknop bovenaan het scherm voor meer informatie

GEORGIE LINKS

Advertenties
• Georgie Rondreis Tui Reizen
• Hotels Georgie
• Georgie Vliegtickets.nl
• Djoser Rondreis Georgie
• Tiblisi Vliegtickets Tix.nl
• Rondreizen Georgie
• Transport Georgië - TTS Quality Logistics B.V

Nuttige links

Georgië Startnederland (N+E)
Reisinformatie Georgië (N)
Startpagina Georgie (N)
Telefoongids Georgië

Bronnen

Bronnen

Burford, T. / Georgia

Bradt Publications

Georgia, Armenia & Azerbaijan

Lonely Planet

Rosen, R. / Georgia

Odyssey Publications

Spilling, M. / Georgia

Marshall Cavendish

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt april 2021
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems