Steden CHINA

CHINA   

Prehistorie en oudheid

Lantian Schedel China foto: Deadkid dk

De eerste overblijfselen van menselijk leven die in China gevonden zijn, dateren van ongeveer 700.000 jaar geleden. Beenderen van deze zogenaamde Lantian-mens zijn gevonden aan de midden- en bovenloop van de Gele Rivier. De Peking-mens is veel jonger, fossielen van dit mensentype dateren van ca. 500.000 jaar geleden. In het neolithische tijdperk, ca. 6000 jaar geleden, begonnen de vele nomadische stammen zich definitief op bepaalde plaatsen te vestigen, het land te bewerken en vee te houden. Voorbeelden uit deze tijd zijn de Yangshao- en Longshan-cultuur.

De Shang-dynastie is de eerste beschaving waar daadwerkelijk bewijzen van zijn gevonden in de Noord-Chinese vlakten rond de Gele Rivier, in de huidige provincies Shandong, Henan en Hebei en in delen van Shaanxi en Shanxi. Ze maakten gereedschappen en voorwerpen van brons, gegoten in aardewerken vormen. Rondom het leefgebied van de Shang ontstonden andere staten die wel veel van de Shang-cultuur overnamen, maar verder politiek onafhankelijk bleven.

Zhou-dynastie en Qin-dynastie

Zhou-dynastie China foto: User:PericlesofAthens

Door een van deze staten, de Zhou, werden de Shang omstreeks 1050 v.Chr. verslagen. De Zhou (1050-256 v.Chr.) regeerden over een zeer groot gebied door middel van een feodaal stelsel, waarbij adellijke families van de machthebbers over de verschillende Zhou-staten de scepter zwaaiden. Het rijk was zelfs zo groot dat er een tweede hoofdstad gebouwd werd in Luoyang. Maar de grootte van het rijk was tevens haar zwakte. De edelen in de afgelegen gebieden deden waar ze zin in hadden, want van een sterk centraal bestuur kon geen sprake zijn. Hierdoor was het voor kwaadwillende machten niet moeilijk om de Zhou aan te vallen en snel te verzwakken. In 771 v.Chr. werden de Zhou dan ook richting oosten verdreven door “barbaren” en ontevreden onderdanen.

De oostelijke Zhou-dynastie wordt in de geschiedschrijving in twee periodes verdeeld, de “Lente- en Herfst-periode” en de “Periode der Strijdende Staten”, die onderling veelvuldig oorlog voerden. De Qin, die rond de westelijke hoofdstad woonden, bleven uiteindelijk als sterkste macht over en versloegen in 256 v.Chr. de Zhou, en de andere staten in 221 v.Chr. De Qin-dynastie bleek zeer sterk en machtig en zou een grote invloed op de verdere geschiedenis van China hebben. De stichter van de dynastie, Qin Shihuangdi, werd de “eerste keizer” genoemd en was voor bijna alle Chinezen een aansprekende figuur. Hij regeerde echter zeer autoritair en China werd verdeeld in graafschappen en militaire regio’s, die wel centraal bestuurd werden. Er werden zelfs regels opgesteld voor de geschreven taal en voor gewichten en maten.

Intellectuele tegenspraak werd niet geduld en dat was een van de redenen dat er al snel verzet kwam tegen Qin, die in 214 v.Chr. het Chinese gebied al had uitgebreid tot in het huidige Vietnam. In 210 v.Chr. overleed Qin en zijn drie opvolgers waren niet bij machte om het nog altijd latent aanwezige verzet te breken.

Han-dynastie, Tang-dynastie en Song-dynastie

Handynastie China Terracotta leger foto: CEphoto, Uwe Aranas

Na de Qin-dynastie ontwikkelde zich de Han-dyastie, die slim van het verzet onder de bevolking profiteerde en een van de grootste dynastieën werd in de geschiedenis van China. De staat werd geregeerd op basis van het Confucianisme -ieder individu en iedere machthebber dient het geluk van de ander na te streven en daarbij zijn een goede opleiding en bepaalde rituelen van groot belang- en er brak een periode aan van grote bloei van de cultuur en de wetenschap. Belangrijk in deze periode was ook de openstelling van de Zijderoute naar het westen en de intrede van het boeddhisme. Bovendien werden verschillende regio’s veel sterker verbonden met elkaar waardoor er langzaamaan een groot Chinees rijk ontstond met een eigen identiteit.
De ondergang van de Han-dynastie was onder andere te wijten aan de economische opkomst van de regio’s rond de zuidelijke Sichuan-laagvlakte en de Yangtse-vallei. Men voelde zich op een gegeven moment sterk genoeg om opstanden te organiseren die er uiteindelijk toe leidden dat China in drie statendelen uit elkaar viel: De Wei, de Shu en de Wu. Deze drie staten voerden eeuwenlang strijd en oorlog om de hegemonie, met als gevolg dat het Chinese rijk nog meer versnipperde en de totale chaos uitbrak. Uit deze verwarrende periode kwamen tenslotte toch weer twee machtige dynastieën naar voren, de Tang- en de Song-dynastie.

Tijdens de Tang-dynastie (618-907 n.Chr.) groeide en bloeide het Chinese rijk als nooit te voren. Zo telde de hoofdstad Chang’an (nu: Xi’an) meer dan 2 miljoen inwoners en was daarmee op dat moment zeer waarschijnlijk de grootste stad ter wereld. Het Chinese rijk was in die tijd ook uitstekend georganiseerd. Wetten golden voor het hele land en overal werden confucianistische scholen opgericht. Verder werd er veelvuldig handel gedreven met het buitenland en bereikte het boeddhisme haar hoogtepunt. In dezelfde Tang-periode beleefde het boeddhisme ook een neergang omdat men deze invloed van buitenaf te machtig zag worden.

Tijdens de Tang-dynastie werden verder grote politieke vernieuwingen gerealiseerd en werd het aanvankelijk armere zuiden steeds rijker. De Tang-periode was er een van verstedelijking en van een bloeiende buitenlandse handel. Verder werden er vele ontdekkingen en uitvindingen gedaan, maar het was ook een tijd van een zekere decadentie en China als militaire macht stelde niet zoveel voor. Het boeddhisme had nog steeds te lijden onder de onderdrukking tijdens de Tang-periode en het denken in China werd 800 jaar lang bepaald door het neo-confucianisme.

Uiteindelijk kwam er een einde aan deze ook op cultureel gebied bloeiende periode door economische problemen. Met name de steeds rijker en machtiger wordende landadel zorgde uiteindelijk voor de desintegratie van de Tang-dynastie, een proces dat zich over een periode van vijf eeuwen voltrok.
De Song-dynastie (960-1279) bracht weer eenheid in het verscheurde rijk. Men had echter al snel te lijden onder invallen van de ‘barbaarse’ Khitans die vanuit het noorden in 946 de hoofdstad Kaifeng veroverden en de Song naar het zuiden verdreven. Deze bezetting van het noorden van China zou 300 jaar duren.

Mongoolse overheersing

Dzjengis Khan China afbeelding: publiek domein

In de dertiende eeuw slaagden de Mongolen erin om geheel China te veroveren. Onder leiding van de befaamde Djengis Khan werd in 1215 Beijing veroverd. Het toenmalige Mongoolse rijk werd na de dood van Djengis Khan verdeeld onder zijn drie zoons en een kleinzoon. Zoon Ogodai viel China opnieuw binnen en versloeg de Khitan-heersers in het noorden. De Song in het zuiden hielden vijf decennia stand, maar werden in 1279 verslagen door de kleinzoon van Djengis Khan, Kublai Khan. Hij heerste vanaf die tijd over heel China en koos Yuan als naam voor zijn dynastie.

Het leven onder de Mongolen was voor de Chinezen niet gemakkelijk. Ze moesten zich qua kledij, tradities, taal en eten volledig aanpassen aan de Mongoolse gewoonten. De confucianistische denkbeelden en de bestuurspolitiek mocht men wel behouden.

De Mongoolse periode kenmerkte zich ook door de veelvuldige contacten met het buitenland, onder andere met het islamitische Perzië en met Europa, waarvan Marco Polo (1271) de bekendste vertegenwoordiger zou worden. Zelfs het rooms-katholicisme werd als nieuwe godsdienst geïntroduceerd en er werden zelfs afgezanten naar de paus gestuurd. In de Ming-periode verloor de katholieke kerk al het gewonnen terrein. Al voor die tijd raakten de Mongolen hun greep op het enorme rijk kwijt. Verder werd het rijk geteisterd door grote overstromingen, hongersnood en opstanden.

Ming-dynastie

Ming-dynastie China Verboden Stad foto: Pixelflake

De Ming-dynastie (1368-1644) zou het van de Mongolen overnemen, aanvankelijk geleid door de stichter van de dynastie, Zhu Yuanzhang, die later keizer werd. Hij verjoeg de Mongolen en vestigde de hoofdstad in Nanjing. Na de dood van Zhu brak er een burgeroorlog uit en uiteindelijk zou zijn zoon de beoogde opvolger van Zhu verdrijven. Hij zou zichzelf keizer Yongle gaan noemen en een van de meest befaamde Ming-keizers worden. Als eerste daad van belang verplaatste hij de hoofdstad naar zijn machtscentrum Beijing.

Yongle zette een aantal grote projecten in gang zoals de reconstructie van de Chinese Muur en grote volksverhuizingen om land te koloniseren. Verder wisten de Chinezen hun invloed op de belangrijke handelsroutes te vergroten, dit laatste onder leiding van een eunuch-admiraal. Deze lucratieve expedities werden meteen stopgezet toen de dreiging van de Mongolen en het wantrouwen jegens de eunuch-aanvoerders toenam. Chinese burgers werd verboden nog langer naar het buitenland te reizen en hierdoor raakte China steeds meer geïsoleerd.

Mantsjoe-dynastie

Keizer Kangxi afbeelding: publiek domein

Tegen het midden van de zeventiende eeuw werden de staatseunuchen steeds machtiger en naderde het einde van het Ming-tijdperk met rasse schreden. Boze boeren sloten zich aaneen en vormden benden van opstandelingen die naar Beijing optrokken en de stad veroverden. Dit duurde echter maar kort want al in 1644 werd Beijing veroverd door een Mantsjoe-leger uit het noordoosten.

De Mantsjoes werden geleid door Nurhaci die in 1616 al de staat Mantsjoerije had opgericht. De zoon van Nurhaci, Abahai, riep in 1636 de Qing-dynastie uit en hij was het die in 1644 Beijing veroverde op de boerenlegers.

Onder de Mantsjoes werd het redelijk rustig in het Chinese rijk. Onder keizer Kangxi (1654-1722) werden landbouwhervormingen voltooid en onder zijn kleinzoon, keizer Qianlong (1711-1799), breidde het Chinese rijk zich aanvankelijk steeds verder uit, maar wederom boerenopstanden en toenemende westerse inmenging zorgden voor veel onrust. De grote invloed van de westerlingen op de handel zorgde ervoor dat in het Verdrag van Nanjing een bepaald aantal havens werd opgesteld voor buitenlandse ondernemingen, later gevolgd door nog meer vrije havens. De Mantsjoes besloten de westerlingen te negeren, maar dat bleek een bijna onmogelijke zaak. Zo hadden ze een grote invloed bij de “Opstand van de Hemelse Vrede” die bijna 20 jaar duurde en meer dan 20 miljoen levens kostte.

Sommige Chinezen zagen de noodzaak van hervormingen in, maar anderen verzetten zich tegen elke poging tot modernisering van de samenleving. Toch werden er veel Chinese jongeren naar het buitenland gestuurd om de technische ontwikkelingen in het westen nauwkeurig te volgen en er werden wat telegraaflijnen en spoorwegen aangelegd.

De keizerlijke concubine Cixi wilde niets met hervormers te maken hebben omdat haar zoon in 1875 stierf; haar vervanger was toen nog maar vier jaar oud. Toen deze achttien was werd hij toch de nieuwe Chinese keizer die weer zeer geïnteresseerd was in westerse ideeën en hij begon de campagne “Honderd dagen hervorming”, en stichtte onder andere de Universiteit van Beijing en buitenlanders mochten in Beijing gaan wonen. Dat China in die tijd volledig door de westerlingen werd uitgezogen, werd voor lief genomen. Toch liepen de spanningen hoog op tijdens de Bokseropstand van 1900-1901, in feite gericht tegen de Mantsjoes maar later ook sterk gericht tegen de buitenlanders. De opstand werd door een internationaal leger neergeslagen, waardoor China nog meer onder westerse invloed kwam te staan.

Sun Yatsen

Sun Yatsen China foto: publiek domein

De westerse invloeden leidden ook tot de oprichting van revolutionaire groeperingen, waarvan die van Sun Yatsen, die had ondervonden wat democratie was in Japan, de Verenigde Staten en Engeland, de belangrijkste was. Ten einde raad kondigde de regering nog wat hervormingen aan, maar het was al lang te laat.

In 1912 deed de laatste keizer afstand van de troon en werd Sun Yatsen de eerste, voorlopige president van de Republiek China. De laatste keizer was de pas 6-jarige Puyi (1906-1967). Sun Yatsen wilde van China een moderne, democratische staat maken maar werd daarin tegengehouden door de aanvoerder van het keizerlijke leger, Yuan Shikai. Deze Yuan slaagde erin om in 1912 de echte eerste president van China te worden.

Al snel werd duidelijk dat China een dictator in huis had gehaald toen hij zich in 1915 tot keizer uitriep. In 1916 overleed Yuan en daarna volgde een bloedige oorlog om de macht door krijgsheren in het noorden en in Beijing. Sun Yatsen liet weer van zich horen uit het zuiden.

Periode Chiang Kaishek

Chiang Kaishek China foto: publiek domein

Sun Yatsen werd na zijn dood in 1925 opgevolgd door de voorman van de Nationalistische Partij of Guomindang, Chiang Kaishek. Hij wilde van China weer één geheel maken en daarvoor was het nodig de macht van de krijgsheren te breken en ze uit Beijing weg te jagen.

Om dit te kunnen doen werd de hulp ingeroepen van instructeurs uit de net communistisch geworden Sovjet-Unie. Onder invloed van de Sovjets werd in 1921 de Communistische Partij van China opgericht, die zich in 1923 aansloten bij de nationalisten van Chiang Kaishek. Dit ging echter niet van harte en Chiang Kaishek wist dat hij alleen succes kon boeken met behulp van het buitenland en de rijke Chinese industriëlen die fel tegen het communisme en marxisme waren.
In 1927 stuurde Chiang zijn legers naar het noorden van China en riep een nieuwe nationalistische regering uit in Nanjing. Het eerste wat hij vervolgens deed was het verbieden van de Communistische Partij en het verwijderen van linkse figuren uit zijn partij, wat vaak met veel geweld gepaard ging. Vervolgens werden de communisten in heel China vervolgd en probeerden de nationalisten het communistische leger in Midden-China te vernietigen. Onder leiding van Mao Zedong vluchtten de communisten in 1935 naar het westen, een “Lange Mars” van meer dan 23.000 kilometer. Tienduizenden mensen stierven onderweg van uitputting, slechts 10.000 bereikten hun doel.

Door de expansiedrift van Japan kregen beide partijen echter een gezamenlijke vijand en was het noodzakelijk om een bestand te sluiten. Japan dreigde namelijk geheel China te annexeren. De strijd tegen de Japanners duurde tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. De communisten voerden een guerrillaoorlog vanuit het westen en de nationalisten, samen met de geallieerden, vanuit de zuidelijke provincie Sichuan.
Het zal duidelijk zijn dat na het verslaan van de gezamenlijke vijand de oude tegenstellingen tussen nationalisten en communisten weer kwamen bovendrijven.

Boerenzoon Mao Zedong had ondertussen de boeren achter zich gekregen en de bijna onvermijdelijke burgeroorlog die duurde van 1946 tot 1949 werd dan ook gewonnen door Mao. In oktober 1949 stond Mao met zijn leger voor de poorten van de Verboden Stad in Beijing en vluchtte Chiang Kaishek naar het eiland Taiwan en stelde daar een eigen regering in. Op 1 oktober 1949 werd de Volksrepubliek China uitgeroepen.

De Volksrepubliek China onder Mao Zedong

Mao China foto: Zhang Zhenshi

De eerste jaren onder Mao stonden voor wat betreft de binnenlandse situatie in het teken van de wederopbouw van de economie en het veilig stellen van de communistische politieke macht. Tegen potentiële tegenstanders werd aanvankelijk nog vrij behoedzaam opgetreden, omdat Mao hun steun nog goed kon gebruiken. Verder werd het staatsapparaat en de partijorganisatie in het hele land verankerd in de samenleving.

Wat de landbouw betreft pakte men de zaken meteen grondig aan en begon met de herverdeling van het land, dit ten koste van de voormalige landheren. Geweld werd niet geschuwd en men schat dat er meer dan 2 miljoen mensenlevens mee gemoeid zijn geweest. In 1956 werden ook alle industrieën genationaliseerd. Op sociaal gebied nam men ook rigoureuze maatregelen: men probeerde op alle mogelijke manieren om de traditionele, op familiebanden gebaseerde sociale structuur te doorbreken.

In 1953 kreeg de Volksrepubliek een officiële staatsinrichting en een grondwet, waarin de leidende rol van de Communistische Partij bevestigd werd. Mao vervulde van 1949 tot 1959 de functie van zowel partijvoorzitter als van staatshoofd (vanaf 1969 bleef de post van staatshoofd onbezet en werd in de grondwet van 1975 helemaal afgeschaft). Minister-president was vanaf 1949 tot zijn dood in 1976 Zhou Enlai.

De buitenlandse politiek werd vanaf 1949 gekenmerkt door het vooropstellen de nationale onafhankelijkheid, zie bijvoorbeeld het bezetten van Tibet in 1950.

Aanvankelijk werd Mao nog gesteund door het Westen, maar dit veranderde na de steun van China aan Noord-Korea. In de oorlog met Zuid-Korea kwam het Westen lijnrecht tegenover het China van Mao te staan en raakte het land geïsoleerd. Dit veranderde pas na de wapenstilstand in Korea en de Geneefse Conferentie over Indochina in 1954. China wist het isolement te doorbreken door zich op te werpen als een van de leiders van de Derde Wereld.

”Grote Sprong Voorwaarts”

Ondertussen ontwikkelde Mao een geheel eigen variant van het communisme waarbij hij zelf een zeer centrale rol speelde.

Vanaf 1956 werd de collectivisatie van de landbouw in korte tijd gerealiseerd. Om ook de stedelijke bevolking op één lijn te krijgen vond er een zekere liberalisatie plaats, nodig om de radicale veranderingen te kunnen doorvoeren.
De kritiek bleef echter aanhouden en werd zelfs steeds sterker. Toen er ook nog kritiek loskwam op Mao zelf en de Partij, eindigde de goed bedoelde campagne met het opsluiten van vele dissidenten.

In 1958-1959 werd de algemene politiek nog radicaler en was het volgens Mao tijd voor de campagne “Drie rode banieren” of “Grote Sprong Voorwaarts”, bedoeld om de industrie en de landbouw in korte tijd op een veel hoger plan te brengen. Dit mislukte echter grandioos door een economische en administratieve desorganisatie, met als gevolg een vreselijke hongersnood met ca. één miljoen doden.

Twee opeenvolgende misoogsten, overstromingen en tyfoons hielpen natuurlijk ook niet echt mee en hulp van technici uit de Sovjet-Unie werd stopgezet door een ruzie met dat land. Wat wel lukte was om een minimumniveau aan medische, educatieve en sociaal-culturele voorzieningen in het hele land tot stand te brengen. Het maoïstische concept van 10.000-40.000 grote volkscommunes werd al snel opgegeven en vervangen door kleinere productiebrigades. Typische zaken als gezamenlijke eetzalen werden ook afgeschaft.

Het mislukken van de Grote Sprong Voorwaarts leidde ook in de top van de Communistische Partij tot meningsverschillen. Zo werd de minister van defensie na kritiek op Mao ten val gebracht en opgevolgd door Lin Biao, die het Volksbevrijdingsleger tot een maoïstisch steunpunt uitbouwde. Mao trok zich vanaf 1959 geleidelijk aan terug uit de dagelijkse politiek, en werd opgevolgd door Liu Shaoqi en Deng Xiaoping, die een wat pragmatischer en daardoor succesvoller beleid voerden.

De relatie met het buitenland kreeg in deze periode een terugslag door het bloedig neerslaan van een opstand in Tibet en door grensgeschillen met buurland India in 1962, uitmondend in een gewapend conflict. In 1964 schaarde China zich tussen de grote mogendheden door de ontwikkeling van een atoombom, die in 1967 voor het eerst tot ontploffing werd gebracht. In de Indo-Chinese oorlog stelde China zich terughoudend op en gaf alleen wat materiële steun aan het communistische Noord-Vietnam en aan communistische bewegingen van andere landen in de regio.

"Grote Culturele Revolutie"

Rode Garde China afbeelding: Villa Giulia

In 1966 begon de Grote Proletarische Culturele Revolutie, een massacampagne waarbij de jongeren, verenigd in de Rode Gardisten, opgeroepen werden om een nieuw China op te bouwen. Dit op zich goede streven ontaardde echter in een beeldenstorm en een furie tegen alles wat aan het “oude” China deed herinneren. Historische gebouwen en musea werden vernield, leraren en intellectuelen hadden het zeer zwaar te verduren, en kinderen vielen zelfs hun eigen ouders aan.

De Culturele Revolutie dreigde op een gegeven moment op een burgeroorlog uit te lopen, waarna het Volksbevrijdingsleger ingreep. Een nieuwe bestuursstructuur werd afgekondigd, met revolutionaire comités die bestonden uit militairen, radicalen en oude partijkaders.

De Culturele Revolutie werd door Mao aangezwengeld op het moment dat hij binnen de Communistische Partij steun voor zijn denkbeelden aan het verliezen was. De campagne richtte zich ook op de ‘kapitalistische’ top van de Communistische Partij, Liu Shaoqis en Deng Xiaoping. In april 1969, op het negende partijcongres, werd de Culturele Revolutie officieel afgesloten.
Lin Biao werd partijleider en volgde Mao op, waarna een periode van wederopbouw en reorganisatie aanbrak. Toch waren de tegenstellingen in de top van de partij nog volop aanwezig en de raadselachtige dood van Lin Biao was daar een bewijs van. Hierna volgden nog enkele jaren van terreur en anarchie, en tot de dood van Mao werd de bevolking onderdrukt.
In 1971 trad China toe tot de Verenigde Naties en vanaf 1972 werd de relatie met de Verenigde Staten een stuk beter, wat eind 1978 resulteerde in diplomatieke relaties. De relatie met de andere wereldmacht, de Sovjet-Unie, verliep in deze periode zeer moeizaam.

In 1950 werden er nog handelsovereenkomsten en een vriendschapverdrag gesloten, maar vanaf 1955 kwamen de landen steeds meer tegenover elkaar te staan. In 1960 trok de Sovjet-Unie Russische technici terug en in 1969 ontstonden er ernstige grensincidenten. Pas in 1986, onder partijleider Gorbatsjov, ontdooide de relatie enigszins, en in 1987 werd het grensgeschil bijgelegd en verbeterden de betrekkingen definitief.

Periode 1973-1986

Zhou Enlai China foto: public domain / unknown

In deze periode ontwikkelde de politiek zich in twee richtingen. Op sociaal-economisch niveau normaliseerde de situatie zich tot het niveau van na de Grote Sprong Voorwaarts. Op het gebied van onderwijs en cultuur bleef de maoïstische lijn van de Culturele Revolutie de leidraad.

Aan de top van het regime waren Zhou Enlai, die een modernisering van de economie voorstond, en de radicale “Culturele-Revolutiegroep”, waarin onder andere de vrouw van Mao, Jiang Qing, deelnam. Het conflict escaleerde toen Zhou Enlai aan de kant gezette partijfunctionarissen weer in dienst nam, waaronder Deng Xiaoping, die zelfs tot vice-premier werd benoemd.
Deze onzekere situatie leidde halverwege de jaren zeventig tot veel onrust, vooral in de grote Chinese steden. Begin 1976 stierf Zhou Enlai, en hij werd opgevolgd door de onbekende Hua Guofeng. Er volgden opnieuw grote demonstraties ten gunste van Zhou’s politiek, die met kracht werden onderdrukt; Deng Xiaoping werd weer van al zijn functies ontheven.
Tijdens het elfde partijcongres werd Hua officieel premier en partijleider, en Deng Xiaoping werd weer gerehabiliteerd. Begin 1978 werd er een nieuwe grondwet aangenomen door het Vijfde Nationale Volkscongres, die sterk teruggreep naar de oorspronkelijke grondwet van 1954.

Deng Xiaoping werd de drijvende kracht achter de hervormingen en de modernisering op tal van gebieden. Zo kwam er een einde aan de veranderingen die door de Culturele Revolutie tot stand waren gekomen en was de breuk met de erfenis van Mao definitief. Dit alles werd nog eens bekrachtigd op de derde algemene vergadering van het Centrale Comité van de Chinese Communistische Partij in december 1978.

Deze vergadering betekende ook het einde Hua Guofeng en slachtoffers van de maoïstische terreur werden gerehabiliteerd. Op het gebied van de economie, de cultuur, en ook enigszins op politiek gebied, werd een liberalisatie doorgevoerd.
In 1980 koos het Volkscongres Zhao Ziyang tot premier, en hij werd de rechterhand van Deng Xiaoping in het doorvoeren van economische hervormingen. Hu Yaobang volgde Hua Guofeng als partijvoorzitter op, maar vanaf die tijd was Deng Xiaoping in feite de machtigste man van China.

Studentendemonstraties en Falungong

Falungong China foto: longtrekhome

In de winter van 1986-1987 deden zich veel studentendemonstraties voor, waarin de roep om politieke hervormingen en verregaande democratisering van de samenleving centraal stonden. Als gevolg hiervan kon partijvoorzitter Hu Yaobang vertrekken omdat hem een te softe benadering van de studenten verweten werd.

Hij werd in oktober 1987 opgevolgd door Zhao Ziyang, die in april 1989 alweer gedumpt werd. Na de dood van Hu Yaobang werd er weer aan verschillende universiteiten gedemonstreerd en gestaakt. Hu liet doorschemeren wel op de eisen van de studenten te willen ingaan, en dat kostte hem zijn baan. Deng Xiaoping had er ondertussen voor gezorgd dat de conservatieve Li Peng tot premier was benoemd.

Na de dood van Hu Yaobang werd het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing door demonstrerende studenten bezet. Met behulp van het leger, en op bevel van Deng Xiaoping, werd het plein op 4 juni 1989 met geweld ontruimd ten koste van waarschijnlijk honderden doden en nog meer gewonden. Veel studenten werden gearresteerd en de leiders van de demonstraties kregen zware straffen opgelegd.

Het bloedbad leidde tot een verwijdering tussen China en de Verenigde Staten, en pas in 1993 werd de relatie tussen de twee grootmachten weer genormaliseerd; Washington riep China zelfs uit tot ‘meest begunstigde handelspartner’. In april 1993 werden er voor het eerste sinds 1949 weer besprekingen gehouden tussen China en Taiwan.

Toen in 1995 het Amerikaanse Congres de Taiwanese president Lee Theng-hui uitnodigde, bekoelde de relatie tussen China en Verenigde Staten weer. De relatie met Japan werd in 1996 vertroebeld door Chinese kernproeven.
In eigen land nam de sociale onrust onder de boerenbevolking toe door een forse stijging van de voedselprijzen, en velen van hen trokken naar de steden.
In februari 1997 overleed Deng Xiaoping en hij werd als partijvoorzitter, president en opperbevelhebber van het leger voorlopig opgevolgd door Jiang Zemin. De positie van Jiang Zemin en Li Peng werd nog versterkt in september van dat jaar tijdens de Eerste Plenaire zitting van het Vijftiende Centrale Comité.

In februari 1998 werd Li Peng door de hervormingsgezinde Zhu Rongji opgevolgd als minister-president. Hij wilde de sterke bureaucratie aanpakken en een verdere economische liberalisering doorvoeren. Dissidenten en onrust in buitengebieden als Tibet en Xinjiang werden als vanouds hard bestreden. Gedwongen massale immigratie van Han-Chinezen naar het gebied van de Oejgoeren leidde tot ernstige onlusten. Volgens Amnesty International zouden er in 1997 in China 200.000 mensen zijn opgepakt en in werkkampen opgesloten.

In juni 1998 bezocht de Amerikaanse president Clinton China, het eerste presidentiële bezoek sinds het bloedbad op het plein van de Hemelse Vrede in 1989.

In 1999 werd de regering in Beijing geconfronteerd met een nieuwe religieuze beweging, de Falungong (FLG) of Falun Dafa ('De Grote Wet van het Dharmawiel'), gesticht door Li Hongzhi, een man uit Noordwest-China die in New York woont. Zijn leer is een mengsel van thema's en praktijken uit de traditionele Chinese religie die worden voorgesteld als zijnde in overeenstemming met de inzichten van de moderne wetenschap. Uit protest tegen de intimidaties en pesterijen door de autoriteiten hielden 10.000 aanhangers van de FLG op 25 april 1999 in Beijing de eerste massademonstratie sinds het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede van 4 juni 1989. In de daarop volgende maanden werden regelmatig demonstratieve bijeenkomsten van Falungong-aanhangers verstoord en op 22 juli 1999 verklaarde het ministerie voor Burgerzaken de Falungong officieel tot een illegale beweging.

In oktober werd de Falungong als religieuze 'sekte' aangemerkt en vanaf half oktober werden vermeende topfiguren van de Falungong opgepakt en op 30 oktober werd ook nog eens een nieuwe wet aangenomen aangaande 'religieuze sekten' die zegt dat de doodstraf kan worden uitgesproken, o.m. wanneer 'religieuze sekten' de staatsveiligheid op ernstige wijze in gevaar brengen.

De Chinees-Amerikaanse betrekkingen stonden in 1999 zwaar onder druk door het NAVO-bombardement in het kader van de luchtoorlog tegen Servië, op 7 mei op de Chinese ambassade in Belgrado. Daarbij vielen drie doden en 27 gewonden. De NAVO verklaarde dat het bombardement een vergissing was, veroorzaakt door het gebruik van verouderde landkaarten, hoewel geruchten de ronde deden dat de Verenigde Staten China ervan verdachten de ambassade voor pro-Servische ondersteuning te gebruiken.

21e eeuw

China Hu Jintao foto: Dilma Roussef

In het jaar 2000 wordt het tiende vijfjarenplan vastgesteld ( 2001-2005)waarin een hervormingskoers wordt uitgezet. Dit plan heeft als speerpunten verbetering van de levensstandaard en herstructurering van landbouw en staatsbedrijven.

Halverwege maart 2003 wees het Chinese Volkscongres Hu Jintao als nieuw staatshoofd aan. Hij volgde daarmee de 76-jarige president Jiang Zemin op, die overigens herverkozen werd als opperbevelhebber van het leger. Het parlement koos Wu Bangguo als nieuwe voorzitter. Hij volgde Li Peng op. Op 26 april 2004 besloot het Permanent Comité van het Nationaal Volkscongres, het parlement van China, dat de bevolking van Hongkong in 2007 niet het recht krijgt haar hoogste leider, de chief executive, direct te kiezen Bij de op 12 september 2004 in Hongkong gehouden parlementsverkiezingen behaalden prodemocratische partijen 25 van de 60 zetels, een winst van drie zetels. De Peking-gezinde partijen behielden hun 34 zetels. Het aantal onafhankelijke kandidaten liep terug van vier naar één. In september 2004 droeg Jiang Zemin ook het voorzitterschap van de machtige Centrale Militaire Commissie (CMC) over aan president Hu Jintao.

Formeel bekleedt het Nationale Volkscongres (NPC), het Chinese parlement, het hoogste staatsgezag. De ca. 3000 leden worden voor een periode van vijf jaar indirect gekozen. Bij de laatste NPC-zitting in maart 2006 waren 2937 leden aanwezig. De rol van het NPC bestaat voornamelijk uit het bekrachtigen van besluiten die door de top van de CCP genomen worden en via de Staatsraad aan het NPC worden voorgelegd. De Staatsraad (State Council) is de centrale regering, en daarmee het hoogste uitvoerende orgaan van China. In juli 2006 wordt de hoogste spoorlijn ter wereld nar Tibet geopend In april 2007 voert president Hu Jintao een handelsmissie naar Afrika aan. China investeert miljarden dollars in Afrika. In maart 2008, vijf maanden voor de Olympische spelen van Beijing, die op 08-08-2008 beginnen breken er ernstige onlusten uit in Tibet die hard worden neergeslagen. Het is het ernstigste geweld in 20 jaar.
In mei 2008 komen in de provincie Sichuan tienduizenden om door een aardbeving.

China Xi Jinping foto: Erin A. Kirk-Cuomo

In juli 2008 losten Rusland en China een 40 jaar oud grensconflict op. In augustus 2008 is Beijing gasheer van de Olympische spelen. In november 2008 krijgt ook China last van de globale economische crisis en neemt de regering stimuleringsmaatregelen. In juli 2009 brak er ernstig etnisch geweld uit in de provincie Xinjiang. De één-kind-politiek kwam voor het eerst wat onder druk te staan na opmerkingen van officials uit Sjanghai, die opriepen om een tweede kind te nemen om de vergrijzing tegen te gaan. In januari 2010 waren er spanningen met de Verenigde Staten over de controle van China op het internet en de cyberaanvallen op mensenrechtenactivisten. In maart 2010 besloot Google via Hongkong te gaan opereren om de censuur te ontwijken. China blijft machtig omdat het een grote markt is.

In februari 2011 haalt China Japan in en wordt de tweede economische macht ter wereld. In maart 2012 valt de partijchef Bo Xilai in ongenade, zijn vrouw wordt in augustus 2012 veroordeeld tot een uitgestelde doodstraf na haar bekentenis van de moord op de Britse zakenman Neli Heywood. In maart 2013 werd in het kader van de partijvernieuwing Xi Jinping de nieuwe president. In september 2013 krijgt Bo Xilai levenslang vanwege omkoping en machtsmisbruik. Eind 2013 wordt de één-kind politiek verzacht en in december voert China voor het eerst sinds 37 jaar een maanlanding uit. In mei 2014 sluit China een deal met het Russische Gazprom om gedurende 30 jaar gas te krijgen. In oktober 2015 komt er officieel een eind aan de eenkindpolitiek van China. In november van dat jaar vinden historische gesprekken, voor het eerst sinds 1949, plaats tussen Xi Jinping en de Taiwanese leider Ma Ying-jeou. In 2015 en 2016 tempert de economische groei van China, het IMF voorspelt een verdere vermindering gedurende de komende jaren.


CHINA LINKS

Advertenties
• Vakantie China
• KRAS China reizen
• Cheaptickets China
• Rondreis China
• China rondreizen met kinderen
• China
• SRC Cultuurvakanties China
• China Vliegtickets WTC
• Individuele reizen naar China
• Chinese muur
• Beijing Vliegtickets Tix.nl
• China Sawadee Reizen
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Peking (Beijing) Hotels
• Eliza was here

Nuttige links

China Foto's
China Foto's (2)
China Reisbijbel(N)
China Reisforum (N)
China Reisfoto's
China Reisstart (N+E)
China Reisverhalen en Foto's (N)
Fotoreportage China (N)
Ik leer Chinees (N)
Nan - Bei, fietsen van Zuid naar Noord
Reisfoto's China
Reisinformatie China (N)
Reizendoejezo – China (N)
Romans over China (N)
Rondreis door China (N)
Telefoongids China
Tibet Reisbijbel (N)
Artikelen en Reisverhalen over CHINA
  Chengdu snelheidsduivels  De Mogao grotten Duizend jaar C..
  Jinli Ancient Street in Chengdu  Het beste gedeelte van de Chines..
  Voor mensen die de taxi willen n..  Liftend de wereld door Marina ..
  Rondreizen door China met Wereld..  Rondreis China
  Het Mausoleum van Mao Zedong

Bronnen

China
Cambium

China
Informatie Verre Reizen

Eijck, F. / Reishandboek China
Elmar

Floor, H. / China
Stichting Teleac

Harper, D. / China
Kosmos-Z&K,

Jansen, I. / China
Gottmer/Becht

Knowles, C. / China
Van Reemst

MacDonald, G. / China
Kosmos-Z&K

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt July 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems