SURINAME   

In 1593 werd Suriname door de Spanjaarden in bezit genomen, maar al snel weer verlaten. Ook Nederlanders stichtten er een vestiging, die echter evenmin stand hield. Na 1650 vestigde een groep Engelse kolonisten uit Barbados zich met succes aan de Surinamerivier. In 1667 telde hun kolonie 175 plantages en ruim 4000 kolonisten en slaven.

In 1667 veroverden de Zeeuwen onder leiding van Abraham Crijnssen Suriname en na de Vrede van Breda konden zij Suriname in bezit houden. In 1682 droeg de provincie Zeeland de kolonie over aan de West-Indische Compagnie (WIC), die een aparte naamloze vennootschap stichtte. Eenderde van de aandelen kwam in handen van de WIC, eenderde van de stad Amsterdam en eenderde van de familie Van Aerssen van Sommelsdijk.

Cornelis van Aerssen, werd de eerste gouverneur van Suriname. Hij zette zich in voor de vergroting van het aantal plantages. Door oorlog te voeren tegen de Indianen en de weggelopen slaven maakte hij Suriname aantrekkelijk voor Europese investeerders. Alle opvolgers van Van Aerssen zetten deze politiek ten gunste van de plantagelandbouw voort.
De Surinaamse koffie en suiker werden op de Nederlandse markt verkocht. Nederlandse beleggers hebben tussen1751 en 1773 meer dan 60 miljoen in Suriname geïnvesteerd. In 1773 maakte een crisis op de Amsterdamse beurs een plotseling einde aan de kapitaaltoevoer naar Suriname. Veel planters hadden te veel geleend en konden de rentebetalingen en de aflossing niet voldoen en waren verplicht hun plantages te verkopen aan de geldschieters in Nederland. Voor de slaven was deze verandering van weinig betekenis. Zij bleven gedwongen om hun arbeid ter beschikking van de plantages te stellen. Hun aantal werd rond 1800 op 50.000 geschat. Na de verovering van Suriname door de Engelsen in 1799 werd in 1806 de aanvoer van slaven uit Afrika verboden. Door deze maatregel kon het sterfteoverschot onder de slaven niet langer door nieuwe aanvoer gecompenseerd worden. Doordat tweederde van de aangevoerde slaven mannen waren nam het aantal slaven langzaam af. Tevens liep een deel van de slaven weg en deze weglopers vormden aparte gemeenschappen, die de koloniale regering niet kon vernietigen en waarmee zij vredesverdragen afsloot om de plantages voor verdere aanvallen te vrijwaren. Deze voormalige slaven kregen de naam bosnegers.

In 1863 werd de slavernij in Suriname afgeschaft en in 1873 werden de ex-plantageslaven echt vrij. In dat jaar verviel hun verplichting om jaarlijks een arbeidscontract met een plantage-eigenaar af te sluiten. Om het tekort aan arbeidskrachten op te vangen werden vele plantages samengevoegd. In 1862 telde Suriname 216 plantages, in 1913 nog 79. De totale opbrengst aan suiker bleef overigens door de eeuwen heen vrijwel constant, wel verdwenen de koffie, de cacao en de katoen.

Hoewel deze vorm van landbouw steeds minder economische betekenis kreeg, bleef de koloniale politiek gericht op de bevordering van deze sector. De overheid voerde ruim 30.000 Brits-Indiers naar Suriname en ruim 33.000 Javanen, die zich voor hun verscheping hadden verplicht voor de duur van vijf jaar op de plantages te werken, waarna ze naar huis konden terugkeren. In 1916 kwam aan de invoer van Brits-Indiers een einde door nationalistische oppositie in India tegen deze vorm van arbeidsmigratie. Aan de aanvoer uit Java kwam een einde door de achteruitgang van de plantages. Ongeveer tweederde van de Indiase en Javaanse contractarbeiders keerde overigens niet naar huis terug, maar vestigden zich in de kolonie, nadat de koloniale overheid na 1890 het bezit van kleine percelen voor de voedsellandbouw begon te bevorderen.

Buiten de plantagelandbouw waren er maar weinig economische alternatieven. De vondst van goud zorgde voor werk voor een deel van de voormalige slaven., terwijl de groei van het overheidsapparaat eveneens een aantal arbeidsplaatsen schiep. Van een industriële ontwikkeling in Suriname was maar beperkt sprake. Rond 1970 verdiende 23% van de beroepsbevolking zijn brood in de landbouw, 15% in de industrie en 40% in de dienstensector (overheid, ambachten).

De sociale structuur van Suriname werd in sterke mate beïnvloed door het gebrek aan contacten tussen de verschillende bevolkingsgroepen. De slavenemancipatie van 1863 had tot gevolg, dat een groot deel van de oorspronkelijk uit Afrika afkomstige bevolking de plantagelandbouw de rug toekeerde en zich richtte op werk in de bos- en mijnbouw en in de dienstensector. Hun plaats in de landbouw werd ingenomen door de Hindoestanen en de Javanen. Aan de top bevonden zich de blanke plantagehouders en de uit Nederland afkomstige bestuursambtenaren. De kleine creoolse middenstand voelde zich met de blanke bovenlaag verbonden.

De sociale machtsverhoudingen werden weerspiegeld in de Staten van Suriname, die in 1866 werden ingesteld. De leden van de Staten van Suriname werden tot 1901 benoemd door de gouverneur, daarna werden zij gekozen volgens het censuskiesrecht. In 1948 werd het algemeen kiesrecht ingevoerd.

Na de oorlog werd Suriname een ruime mate van zelfbestuur verleend. In het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (1954) werd de positie van Suriname en de Nederlandse Antillen geregeld. Sedertdien werd door de politieke partijen een lossere band met het Koninkrijk nagestreefd. Delen van de voornamelijk onder de creoolse bevolkingsgroep aanhangers tellende Nationale Partij Suriname (NPS) en de Partij Nationalistische Republiek (PNR) streefden naar zelfstandigheid op korte termijn. De door Lachmon geleide Hindoestaanse Vatan Hitkari Partij (VHP) wenste nog een band met Nederland.

Onder premier Pengel en zijn opvolger Jules Sedney nam het verzet tegen de slechte sociaal-economische situatie toe. Zo waren er stakingen bij het onderwijs (die tot de val van Pengel leidden) en bij de Suriname Aluminium Company (Suralco), terwijl begin 1973 een algemene staking plaatsvond. Bij parlementsverkiezingen in 1973 wist de Nationale Partij-kombinatie (NPK) de overwinning te behalen. Arron, voorzitter van de NPS en de NPK, vormde een nieuwe regering, die aankondigde het land voor eind 1975 onafhankelijk te willen maken. In oktober 1975 werd in het Nederlandse parlement een wet tot wijziging van het Koninkrijksstatuut aanvaard. In Suriname bereikten premier Arron en oppositieleider Lachmon, die zich tot dan toe zeer had verzet tegen onafhankelijkheid, overeenstemming over de Grondwet, die daarna werd aangenomen.

Op 25 november 1975 werd de onafhankelijkheid van Suriname een feit. Ferrier, tot dan toe gouverneur, werd de eerste president. Premier Arron bleef leider van een NPK-kabinet. Na de eerste parlementsverkiezingen in het zelfstandige Suriname in oktober 1977, die door de NPK werden gewonnen, vormde Arron opnieuw een regering. In februari 1980 kwam een oud conflict tussen regering en beroepsmilitairen over de oprichting van een vakbond tot uitbarsting, wat uitliep op een militaire staatsgreep (25 februari1980). De burgerregering verdween en een aantal van de opstandige militairen, ondermeer Sital en Desi Bouterse, vormde een Nationale Militaire Raad (NMR), die verklaarde de macht overgenomen te hebben. Zij kondigden aan dat zij de corruptie willen beëindigen en belangrijke hervormingen willen invoeren. President Ferrier was aanvankelijk bereid de staatsgreep min of meer te legaliseren op voorwaarde dat er een burgerregering zou komen. Deze werd half maart gevormd en geplaatst onder leiding van Chin A Sen, een vooraanstaand lid van de PNR. Half mei aanvaardde het parlement een machtigingswet, die de regering verstrekkende bevoegdheden gaf en de rol van de volksvertegenwoordiging sterk verminderde. In de volgende jaren kende Suriname regeringen van verschillende signatuur. Wel hadden de militairen onder leiding van Desi Bouterse ( 'Bevel') het laatste woord. Een dieptepunt vormden de decembermoorden van 1982, waarbij vijftien prominente oppositieleden door de militairen werden geëxecuteerd.

Door de politieke onvrijheid, de almaar verslechterende economische situatie en het ontstaan van een guerrilla onder leiding van Ronnie Brunswijk in de binnenlanden slonk de populariteit van Desi Bouterse.
Uiteindelijk zagen de militairen zich gedwongen met de oude politieke partijen in overleg te treden. Dit leidde tot het referendum en de verkiezingen van 1987, die de oude partijen weer in het kabinet brachten. De president, R. Shankar, werd de belangrijkste man in het land. De militairen behielden echter, ondanks hun zware nederlaag tijdens de verkiezingen, achter de schermen grote macht.

Vanaf 1987 kwam het overleg met Nederland over het hervatten van de ontwikkelingshulp weer op gang. Maar in 1990 werd de inmiddels hervatte hulp opgeschort na een nieuwe staatsgreep, door militairen op kerstavond. In de daarna uitgeschreven verkiezingen kwamen de oude partijen, verenigd in het Nieuw Front, als grootste partij naar voren.

Ronald Venetiaan werd in september 1991 als opvolger van interim-president J. Kraag tot president gekozen en vormde met leden van Nieuw Front een regering die een grotere toenadering tot Nederland zocht. In juni 1992 tekenden Nederland en Suriname een vriendschapsverdrag. Hiermee kwam ook een protocol tot stand over de besteding van de 1, 3 miljard gulden die Suriname nog krachtens een verdrag uit 1975 van Nederland te goed had. Beide staten spraken af vooral de georganiseerde grensoverschrijdende misdaad aan te pakken.

In 1994 was er grote sociale onrust vanwege de uit de hand lopende inflatie (meer dan 300% op jaarbasis), die vooral de salarissen van overheidspersoneel uitholde. De economische situatie was zo chaotisch dat het land op de been moest worden gehouden met geld en voedselpakketten uit Nederland.

Nieuwe hulptoezeggingen van Nederland en een vergelijk met Den Haag bleven uit, omdat Suriname het IMF en de Wereldbank niet wilde accepteren als toezichthouder op zijn herstelprogramma. Ook 1995 stond in het teken van de moeizame pogingen van de regering om te komen tot een economisch saneringsprogramma.

Bij de parlementsverkiezingen van mei 1996 verloor het Nieuwe Front (NF), een coalitieverband van vier partijen en raakte het de meerderheid in het parlement kwijt. De NPD van Desi Bouterse was een van de grote overwinnaars. Het was evenwel aan het uiteenvallen van de NF-coalitie te danken dat Jules Wijdenbosch bij de presidentsverkiezingen van september oud-president Ronald Venetiaan kon verslaan. Dit laatste tot grote teleurstelling van de Nederlandse regering en het parlement, die vreesden dat Bouterse zich achter de schermen de ware machthebber zou tonen.

Op het gebied van de drugshandel behield Suriname zijn slechte naam. Met name de cocaïnehandel speelde een belangrijke rol bij het slechte prestige van Suriname. Bouterse zal in een strafproces voor de Nederlandse rechtbank misschien veroordeeld worden. Het is nog onduidelijk of hij ook daadwerkelijk zal verschijnen.

In augustus 2000 werd de 64-jarige Ronald Venetiaan gekozen tot de nieuwe president van Suriname. De voorman van de creoolse NPS, onderdeel van het vierpartijenblok Nieuw Front, kreeg in het Surinaamse parlement 37 van de 51 stemmen en verwierf daarmee de noodzakelijke twee derde meerderheid. Met de verkiezing van Venetiaan kwam er een einde aan de regeerperiode van Jules Wijdenbosch.
Venetiaan maakte de sanering van de zieltogende economie tot een van zijn belangrijkste speerpunten. Verder wilde hij het vertrouwen van de Surinaamse bevolking in de politiek herstellen, die gekenmerkt werd door corruptie, zelfverrijking en drugsbelangen. Ook de verbetering van de relatie met Nederland stond op zijn programma. Bij de op 25 mei 2005 gehouden verkiezingen gaat de regeringscoalitie van het Nieuw Front terug van 33 naar 23 zetels in het Parlement. Winnaar is de NDP van Bouterse die acht zetels winst boekt en daarmee op een totaal van 15 zetels komt. De VVV van Wijdenbosch haalt vijf zetels. Drie binnenlandpartijen, die zich verenigd hebben in de A-Combinatie onder leiding van Ronnie Brunswijk, behalen vijf zetels, waarvan één voor de partij van Brunswijk. Het Alternatief-1 onder aanvoering van Winston Jessurun krijgt drie zetels. Op 30 juni 2005 zijn de leden van De Nationale Assemblee (DNA) beëdigd. Parlementsvoorzitter is Paul Somohardjo, leider van de Javaanse partij Pertjaja Luhur, die deel uitmaakt van het Nieuw Front.
De Verenigde Volksvergadering (het parlement uitgebreid met districts- en ressortsraden tot ca. 900 personen) heeft Ronald Venetiaan en Ramdien Sardjoe tot president en vicepresident gekozen.

In september 2007 beslecht een VN-tribunaal een conflict over een olierijk gedeelte voor de kust tussen Guyana en Suriname. Beide landen krijgen een gedeelte. In juli 2008 begint het proces tegen Desi Bouterse. In oktober 2008 kondigt mijnbouwgigant Billiton na een ruzie met de regering aan in 2010 te stoppen met haar werkzaamheden. In mei 2010 wint de mega combinatie van Bouterse de verkiezingen. In juli 2010 wordt Bouterse tot president gekozen met steun van twee vroegere vijanden. Hij treedt in augustus aan. De Nederlandse minister van buitenlandse zaken Verhagen zegt dat Bouterse alleen welkom is in Nederland om zijn straf uit te zitten. Het Surinaamse parlement neemt in april 2012 de amnestiewet aan, waardoor de verdachten van de decembermoorden in 1982 vrijuit gaan. Als reactie hier op roept Nederland haar ambassadeur terug en stopt met betalingen aan Suriname. In 2013 treedt er een lichte verbetering op in de relatie tussen Suriname en Nederland. Ernst Noorman is door minister Frans Timmermans aangesteld als zaakgelastigde met als doel de betrekkingen zoveel mogelijk te normaliseren. In januari 2014 ontmoet Timmermans zijn Surinaamse ambtsgenoot Lackin dat is het eerste contact op dit niveau in twee jaar. Ze spreken af elkaar later dit jaar nog eens te spreken. In mei 2015 haalt De NDP van Bouterse de absolute meerderheid bij de parlementsverkiezingen en kan zo zonder coalitiepartners regeren.


SURINAME LINKS

Advertenties
• Cheaptickets Suriname
• Suriname Zonvakanties WTC
• Suriname Sawadee Reizen
• Rondreis Suriname
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Vakantie Suriname
• SRC Cultuurvakanties Suriname
• Suriname Vliegtickets Tix.nl
• Suriname Zuid Amerika
• Hotels Suriname
• Autoverhuur Sunny Cars Suriname
• Eliza was here

Nuttige links

Emigreren Naar Suriname (N)
Reisinformatie Suriname (N)
Reizendoejezo - Suriname (N)
Romans over Suriname (N)
Startpagina Paramaribo (N)
Startpagina Suriname (N)
Surinaamse Recepten (N)
Suriname 2Link Belgiƫ (N)
Suriname Favorietje (N)
Suriname Foto's
Suriname Reisforum (N)
Suriname Reisfoto's
Suriname Reisstart (N+E)
Suriname Reisverslag (N)
Suriname Startsuper (N)
Suriname-Antillen.Startspot (N)
Voorpagina: Headlines Surinaams Nieuws (N)
Waterkant (N)
Artikelen en Reisverhalen over SURINAME
  rondreis MH  Paramaribo en Kabalebo
  Nieuw Nickery en Bigi Pan  Herinneringen
  Een stad van duizenden  Boerderij Te Koop in Suriname te..

Bronnen

Beatty, N.B. / Suriname
Chelsea House

Encarta Encyclopedie

Leuwsha, T / Reishandboek Suriname
Elmar,

Noordegraaf, W / Suriname
ANWB

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt September 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems