Steden ECUADOR

Populaire bestemmingen ECUADOR

ECUADOR   

Basisgegevens
   Officiële landstaalSpaans
   HoofdstadQuito
   Oppervlakte283.561 km²
   Inwoners15.007.343 (juli 2011)
   MunteenheidAmerikaanse dollar (USD)
   Tijdsverschil-6,-7
   Web | Code | Tel..ec | ECU | +593

Algemeen

Ecuador (officieel: República del Ecuador) is een republiek in het noordwesten van Zuid-Amerika, 272.045 km2 (inclusief de Galápagoseilanden) groot en tevens het meest westelijk gelegen land van Zuid-Amerika en het kleinste Andes-land.

Ecuador Satellietfoto foto: NASA

Doordat Ecuador en Peru beiden een groot stuk jungle opeisen is de oppervlakte niet exact vast te stellen. Ecuador is ongeveer zeven maal zo groot als Nederland. Het land dankt zijn naam aan d e ligging rond de evenaar of equator. De evenaar loopt net ten noorden van de hoofdstad Quito die op een hoogte van 2850 meter ligt en daarmee na La Paz in Bolivia de op een na hoogst gelegen hoofdstad ter wereld is.
In het zuiden en oosten wordt Ecuador begrenst door Peru (1420 km) en in het noordoosten door Colombia (590 km). Tot Ecuador behoren ook de Galapagoseilanden, een groep van dertien grote en vele tientallen kleinere eilanden. Deze archipel ligt ongeveer 1000 km uit de kust in de Grote Oceaan en ter hoogte van de evenaar.
Ecuador heeft op het vasteland grofweg drie landschappen terwijl de Galápagoseilanden als een apart landschap beschouwd kan worden. Behalve dat de landschappen sterk verschillen, is dat eveneens zo met het klimaat, de planten- en dierenwereld, de inwoners en de economie.
De Costa is de 20 tot 150 km brede, alluviale kustvlakte met in het zuiden het stroombekken van de Río Guayas, de grootste rivier in het kustgebied die in het westen wordt afgesloten door een zandsteenplateau (tot 300 m hoog) met een klifkust. Aan de kust liggen enkele heuvels die maximaal 800 meter hoog zijn. Uitgestrekte bossen en plantages gaan richting Peru geleidelijk over in een smalle woestijnstrook die tot ver in Chili doorloopt. De belangrijkste rivier in het noorden is de Río Esmeraldas.
De Sierra is in feite het hoogland van het Andesgebergte dat gevormd wordt door twee parallel lopende ketens van de Andes, de Cordillera Occidental en de Cordillera Oriental. Deze cordillera's zijn verbonden door hoge drempels (nudos), waar tussenin op ca. 3000 meter hoogte een aantal grote kommen (hoyas) liggen. De noordelijke bekkens wateren af op de Grote Oceaan en de zuidelijke bekkens op de Amazone.

La Chimborazo (6267 m), hoogste berg van de Cordillera Occidental, Ecuador

Bernard Gagnon, CC BY-SA 3.0

Ecuador heeft een aantal hoge (vulkanische) bergen, waaronder de niet meer actieve Chimborazo(6267 meter), de hoogste berg van Ecuador met een permanente ijskap, en de Cotopaxi (5897 meter), de hoogste actieve vulkaan ter wereld. Andere hoge toppen zijn de Cayambe (5790 meter) en de Antisana (5703 meter). De meeste van deze bergtoppen zijn bedekt met gigantische gletsjers. Aardbevingen komen veelvuldig voor, in het gehele Andesgebied gaat het om tientallen per jaar. Deze aardbevingen zijn het gevolg van de breuk in de aardkorst die langs de westkust van Zuid-Amerika loopt. Op veel plaatsen stroomt het water van warmwaterbronnen van de berghellingen.
De Oriente is een naar het oosten afdalend tropisch junglegebied (la selva), met afwatering via de Río Putumayo, Río Napo (855 km), Río Curaray en Río Pastaza naar het Amazonegebied (de Amazone zelf stroomt niet door Ecuador). Deze "groene long" wordt ernstig bedreigd door het bijna ongeremde kappen van de jungle. De west- en noordwestkust worden door strandliefhebbers ontdekt als tropische vakantiebestemming. De hoogste waterval van het land is de San Rafael waterval (145 meter) in de rivier de Quijos.

Galápagoseilanden

Geografie

Galápagoseilanden (letterlijk vertaald: Schildpaddeneilanden; officieel: Archipiélago de Colón), is een provincie van Ecuador en bestaat uit dertien grote en meer dan veertig kleine eilanden, waarvan er vijf bewoond worden. De archipel ligt 970 km ten westen van de kust van Ecuador in de Grote Oceaan. Costa Rica ligt 1100 km ten noordoosten van de archipel. De totale landoppervlakte bedraagt ca. 7800 km2 en de gehele archipel strekt zich uit over een gebied van ongeveer 60.000 km2. Het grootste eiland is Isabela (vroeger: Albemarle; 50% van de totale provincie).
De eilanden zijn van vulkanische oorsprong en honderden vulkanen bepalen dan ook het landschap. De oudste toppen zijn 4-5 miljoen jaar oud en het gebied is een van de meest actieve vulkanische gebieden ter wereld. Op de eilanden Isabela, Fernandina en Marchena komen nog regelmatig erupties voor, de laatste die van de vulkaan La Cumbre op het eiland Fernandina in 1995 en de Cerro Azul op Isabela in oktober 1998. De eilanden zijn nooit met het vasteland verbonden geweest en daardoor kon er in biologisch opzicht een uniek gebied ontstaan.
De kuststreken van de eilanden zijn vaak woestijn- of steppeachtig. Alleen op de hoogste delen van de hellingen van de vulkanen vindt men tropisch bos. In 1959 is de archipel tot nationaal park uitgeroepen.
Het hoogste punt is de Cerro Azul op het eiland Isabela en meet 1689 meter. Gemeten vanaf de zeebodem is de vulkaan ca. 4500 meter hoog. Op het eiland San Cristóbal ligt de hoofdstad Puerto Baquerizo Moreno waar ongeveer de helft van de bevolking woont.
De bewoners van de Galápagoseilanden leven van de verbouw van suikerriet, katoen, groenten en vruchten en verder van de visserij en veeteelt en natuurlijk van het toerisme.

Klimaat
De eilanden liggen op de evenaar maar er doen zich toch grote seizoensverschillen voor door met name de invloed van de zeestromingen. Van juni tot december waait het vaak hard en komt de temperatuur niet veel hoger dan 18° en 20°C. Van januari tot mei liggen de temperaturen tussen de 24° en 28° C met regelmatig tropische stortbuien. Veel neerslag valt er in september en oktober.

Planten en dieren
De plantenwereld is vergeleken met de dierenwereld vrij eentonig, maar wel heel bijzonder. Ongeveer de helft van de 350 oorspronkelijk voorkomende soorten is endemisch. Het relatief kleine aantal soorten komt door de droogte op de eilanden en de onvruchtbare bodem.
Op de zuidhellingen van de bergen komt een regenwoud voor met o.a. talrijke houtige composieten. Enkele karakteristiek planten zijn de adelaarsvaren, de miconia en de scalesia. De scalesia is de Darwinvink van de planten. Ze variëren van struikjes tot metershoge bomen, maar stammen af van één soort. Aan de kust groeien bijzondere cactusachtige gewassen als Euphorbia viminea en Opuntia galapagensis en vormen daar soms gigantische schijfcactuswouden. De metershoge candelabra-cactus is opvallend door zijn grote buisachtige bladeren. Aan de kust vinden we verder onder andere verschillende soorten mangrove: zwarte, witte, rode en knoopmangrove.
Een andere opvallende plant is de "palo santo", waarvan het hout een opvallende geur verspreid, die als wierook naar het vasteland van Ecuador geëxporteerd wordt. De lavacactus groeit op pure lava.
Opmerkelijk is dat er geen palmbomen op de eilanden voorkomen, dit in tegenstelling tot alle andere eilanden in de Grote Oceaan. In het binnenland, waar het wat vochtiger is, wordt het landschap gekarakteriseerd door uitgestrekte savannen. Hier groeit bijvoorbeeld de "lechesos", een 10 meter hoge soort zonnebloem. Bloemen hebben alleen een witte of gele kleur. De jongere eilanden zijn vrijwel onbegroeid.

De dierenwereld van de Galápagoseilanden is wetenschappelijk bijzonder belangrijk: er komen naast elkaar antarctische vormen (pinguïns) en tropische elementen voor. Er zijn vele endemische soorten d.w.z. die alleen op de Galápagoseilanden voorkomen; dit geldt vooral voor de broedvogels (76 soorten van de 89) en de reptielen.
De bestudering van deze dierenwereld leverde mede de grondslag voor de evolutietheorie van Charles Robert Darwin, die in 1835 de eilanden bezocht tijdens zijn legendarische reis met de Beagle. Hij constateerde ook dat diersoorten onder druk van het milieu veranderen en daardoor ontstaan er op den duur ook nieuwe soorten. Verder zijn de eilanden beroemd door het voorkomen van nauw met elkaar verwante ondersoorten op de verschillende eilanden. Opmerkelijk is dat de dieren op de eilanden van nature tam zijn door het ontbreken van natuurlijke vijanden.
Verwilderde huisdieren, vnl. geiten, varkens, honden, katten en ratten hebben de oorspronkelijke dieren- (en planten)wereld voor een belangrijk deel teruggedrongen en hier en daar bepaalde vormen al weggeconcurreerd. Men doet een redelijke geslaagde poging om dit gevaar voor de oorspronkelijke dierenwereld in te dammen.

Vogels

De aalscholver kan overal ter wereld vliegen, behalve op de Galápagoseilanden. De lopende aalscholver heeft te kleine vleugels om nog te kunnen vliegen. Ze zijn alleen te vinden langs de kusten van de eilanden Fernandina en Isabela.
De grootste zeevogel van de Galápagoseilanden is de albatros met een spanwijdte van bijna 2,5 meter. Van januari tot maart leven ze vrijwel de gehele tijd op zee. De rest van het jaar leven ze vrijwel met zijn allen op het eiland Española.
De grote roze flamingo's leven in grote groepen en kunnen 120 cm groot worden met een vleugelwijdte van meer dan 1,5 meter. De flamingo is in tegenstelling tot de andere dieren niet tam en men denkt dat dit komt doordat ze nog niet zo lang op de eilanden aanwezig zijn.
De grote en kleine fregatvogel zijn opmerkelijk genoeg bijna even groot! Deze viseter kan niet onder water duiken en steelt zijn prooi vaak van andere vogels. De beste plaats om deze vogel te zien is Seymour, een rots voor de kust van Baltra.
De mooie blauwvoetige jan-van-gent en de roodvoetige en gemaskerde jan-van-gent leven in kleine groepen bij elkaar. De gemaskerde is de grootste soort en de roodvoetige de kleinste. Bijzonder is dat de vrouwtjes een ei tussen de vliezen kunnen meenemen naar een andere plek. Op het eiland Genovesa leeft een kolonie roodvoetigen van naar schatting 300.000 vogels. De blauwvoetige broedt met name op het kleine eiland Daphne Major.
De Galápagos-pinguïn is de meest noordelijk voorkomende soort pinguïn. Het is een van de kleinste soorten en vaak niet groter dan 50 cm. Broedplaatsen zijn vaak te vinden op de eilanden Isabela en Fernandina.
De meest voorkomende vogels zijn de beroemde Darwin-vinken. Dertien soorten zijn er die waarschijnlijk allemaal van één soort afstammen. De bestudering van deze vogels leidde o.a. tot de evolutietheorie van Darwin. Hij kwam erachter dat via natuurlijke selectie de vogels zich kunnen evolueren in een richting die de beste kans tot overleving biedt. Ook de vier soorten spotvogels stammen waarschijnlijk af van één voorouder.
In de hooglanden komt de rode vliegenvanger voor. Deze kleine vogel maakt in de lucht potsierlijke bewegingen. Een andere soort is de Galápagos- vliegenvanger.
Andere vogels die veel voorkomen zijn uilen, keerkringvogels, meeuwen (endemisch zijn de zwaluwstaartmeeuw en de lavameeuw), reigers (o.a. grote blauwe reiger, lavareiger en nachtreiger) en pelikanen. Endemische soorten zijn de Galápagos-havik (eigenlijk een buizerd!) en de Galápagos-duif.

Reptielen

De leguanen of iguana's zien er prehistorisch uit. De zeeleguaan is de enige ter wereld die lang onder water kan blijven, sommigen meer dan een uur. Ze voeden zich voornamelijk met zeewier en leven voornamelijk bij Punta Suárez op het eiland Española. Op Isabela, Fernandina, Santa Cruz en Santa Fé komen twee soorten met uitsterven bedreigde landleguanen voor die meer dan 1,5 meter groot kunnen worden. Ze kunnen ongeveer 60 jaar oud worden.
Ook de endemische reuzenschildpad wordt met uitsterven bedreigd door de eeuwenlange jacht op het dier. De eilanden zijn naar deze dieren vernoemd. Er leven nog ongeveer 15.000 dieren, waarvan de meeste in reservaten. Er hebben veertien subsoorten bestaan waarvan er inmiddels al drie zijn uitgestorven. Ze kunnen 250 kilo wegen en tot 1,5 meter hoog worden. De maximale leeftijd schat men op ca. 150 jaar. De groene Pacific-zeeschildpad is een van de vier soorten zeeschildpadden die op de Galápagoseilanden voorkomen. Ze zijn kleiner dan hun landgenoten, maar kunnen toch nog wel 150 kilo wegen. Andere soorten die soms te zien zijn: de lederschildpad en de onechte karetschildpad.
Op de eilanden komen drie soorten van het geslacht Dromicus voor. Het zijn wurgslangen die ca. 1 meter lang kunnen worden. Andere reptielen zijn gekko's, en lavahagedissen.

Zoogdieren
De Galápagos-pelsrob lijkt heel veel op de zeeleeuw, maar is veel kleiner. De pelsrob leeft vooral op het eiland Santiago. De ca. 50.000 zeeleeuwen leven verspreid over bijna alle eilanden. Ze kunnen een gewicht van 250 kilo bereiken.
Er leven zeven soorten walvissen rondom de Galápagos eilanden, o.a. potvissen, vinvissen en orka's. Dolfijnen komen in groten getale voor, met name de gewone dolfijn en de flessenneusdolfijn. Naast enkele soorten Galápagosratten komt er slechts één vleermuissoort voor.

Schaaldieren en vissen

Bijzonder opvallend zijn de rood/oranje Sally Lightfoot-krabben die mooi afsteken tegen het zwarte lavazand. Verder octopussen, zeepokken, kreeften en zee-egels.
De meest opvallende vissen zij de roggen. De grootste is de manta met een spanwijdte van wel zes meter. Andere soorten zijn de gevlekte adelaarsrog en de gouden rog die soms in imposante scholen rondzwemmen. De stekelrog kan verwondingen veroorzaken als je erop trapt.
Haaien komen in veel soorten voor rond de eilanden. De hamerhaai is de meest opvallende verschijning die tot vijf meter lang kan worden. Andere soorten zijn de Galápagoshaai en de witpuntrifhaai.
Verder kent de natuur onder water vele tropische vissen en grote hoeveelheden koraal, waaronder het zeldzame zwarte koraal. Een willekeurige opsomming: meterslange tonijnen, stekelbaarsjes, zeebaarzen, zeepaardjes, papegaaivissen, egelvissen, geelstaartchirurgijnvissen en witbandkoningsvissen.

Geschiedenis

De Galápagoseilanden werden bij toeval op 10 maart 1535 ontdekt door de Spanjaard Tomás de Berlanga, bisschop van Panama. Uit gevonden potscherven kan afgeleid worden dat er al veel eerder mensen op de eilanden zijn geweest. Door de beschrijving van Berlanga noemde Abraham Ortelius de archipel in zijn Theatrum orbis terrarum (1570) Insulae de los Galopegos; de Spanjaarden noemden ze Las Encantadas, (betoverde eilanden), omdat zij geloofden dat ze op de golven dreven.
De eilanden werden na het bezoek van Berlanga lange tijd niet meer bezocht, behalve door wat piraten en deserteurs. De eilanden werden door deze lieden voornamelijk gebruikt als voedselbron; met honderden tegelijk werden de schildpadden in de schepen geladen. Na de piraten kwamen de walvisvaarders en de zeeleeuwjagers die de dieren jaagden voor hun huiden en dierlijke vetten. Grote schade aan de natuurlijke omgeving werd aangebracht door de dieren die de Europeanen meenamen zoals geiten, honden, ratten en andere huisdieren.
In 1807 "vestigde" de Ierse banneling Patrick Watkins zich als de eerste mens op een van de eilanden. In 1812 werd de archipel door een Amerikaanse kapitein voor de Verenigde Staten in bezit genomen, maar na zijn terugkomst werd de inbezitneming door de Amerikaanse regering ongeldig verklaard. Op 12 februari 1832 werd de nog steeds onbewoonde groep door Ecuador officieel geannexeerd. Daarna werd door generaal José Villamil op het eiland Charles een kolonie gesticht, die naar Flores, de toenmalige president van de republiek, La Floreana werd genoemd. Al snel werd het een strafkolonie voor politieke gevangenen en misdadigers, een status die zo bleef tot 1958. Villamil werd opgevolgd door José Williams die zijn gezag met zeer harde hand uitvoerde.
In 1835 arriveerde Charles Darwin met het schip de Beagle op de eilanden.Naar aanleiding van zijn bevindingen schreef hij het boek "On the origin of species by means of natural selection or the preservation of favoured races in the struggle of life". Dit boek, waarin hij zijn evolutietheorie onthulde, ontketende een sociale en wetenschappelijke storm. Door de opening van het Panamakanaal (1914) werden de eilanden een strategisch punt van betekenis.
Van 1942 tot 1946 was op South Seymour een militair steunpunt gevestigd van de Verenigde Staten. In 1924 vestigde zich een nieuwe golf kolonisten op de eilanden die echter een harde en arme toekomst tegemoet gingen. In 1959 werd ter gelegenheid van het eeuwfeest van de publicatie van Darwins Origin of Species door de overheid met steun van UNESCO een biologisch onderzoekscentrum opgezet op het eiland Santa Cruz. In september 1995 bezette de gouverneur van de Galápagoseilanden, Eduardo Veliz, samen met de plaatselijke bevolking het nationale park en het Charles Darwin Research Station. Ze eisten meer controle op de inkomsten uit het toerisme en wilde er ook zelf meer van profiteren. De heftige protesten duurden twee weken waarna in Quito een overeenkomst gesloten werd.


ECUADOR LINKS

Advertenties
• Vakantie Ecuador
• Ecuador Sawadee Reizen
• Cheaptickets Ecuador
• Rondreis Ecuador
• Ecuador Vliegtickets WTC
• Hotels Ecuador
• Vergelijk Vliegtickets vanaf Schiphol
• Autoverhuur Sunny Cars Ecuador
• Quito Vliegtickets Tix.nl
• Eliza was here

Nuttige links

Ecuador Foto's
Ecuador Foto's (2)
Ecuador Reisforum (N)
Ecuador Reisstart (N+E)
Ecuador Startkabel
Reisfoto's Ecuador
Reisinformatie Ecuador (N)
Reisverslag Ecuador (N)
Reizendoejezo - Ecuador (N)
Romans over Ecuador (N)
Rondreis door Ecuador (N)
Startpagina Ecuador (N)
Telefoongids Ecuador
Vakantiebestemming.info Ecuador (N)
Zuid-Amerika Startkabel (N+E)
Artikelen en Reisverhalen over ECUADOR
  Ecuador en de Galapagoseilanden ..  Ecuador en de Galapagoseilanden ..
  vrijwilligerswerk in Ecuador

Bronnen

Ecuador
Cambium

Luft, A. / Reishandboek Ecuador en de Galápagoseilanden
Elmar,

Rachowiecki, R. / Ecuador & the Galápagos islands
Lonely Planet

Renterghem, O. van / Ecuador : mensen, politiek, economie, cultuur
Koninklijk Instituut voor de Tropen/Novib

Vries, W. de / Ecuador, Galápagos
Gottmer

CIA - World Factbook

BBC - Country Profiles

laatst bijgewerkt August 2017
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems