Steden CHILI

CHILI   

Getaway Travel reisfoto van het Jaar: stuur je reisfoto in en win 2 tickets Australië

Planten

Door de klimatologische en geologische omstandigheden kent Chili geen tropische flora. De vrij geïsoleerde ligging zorgt ervoor dat er veel soorten voorkomen die nergens anders te vinden zijn, met name langs de woestijnkust en in de gematigde regenwouden.
Van noord naar zuid verandert de flora, door afname van de temperatuur en de toename van de hoeveelheid regen, dramatisch. In het noorden vrijwel kale woestijnen, op de hoogte van Santiago mediterraan struikgewas en verder naar het zuiden altijdgroene regenwouden. In het uiterste zuiden vinden we toendrabegroeiing en op het arctische schiereiland alleen nog maar sneeuw en ijs.
Van oost naar west is de verandering van begroeiing nog spectaculairder. Op een afstand van 50-100 km verandert de begroeiing van altijdgroen regenwoud, via bladverliezend loofbos naar droge, zeer flora-arme halfwoestijn.

Korte beschrijving van de verschillende ecosystemen in Chili:

Atacamawoestijn
Met name aan de randen van de woestijn hebben de planten zich aangepast aan de zeer moeilijke omstandigheden. Kleine oases midden in de woestijn met zoutminnende doornstruiken en bomen, worden ‘tamarugales’ genoemd. De bomen staan ver uit elkaar, o.a. de doornige tamarugoboom en de chañar-struik. Waar veel nevel binnendrijft zijn nevelbossen ontstaan. De vegetatie die hier ontstaat wordt loma-vegetatie genoemd, met o.a. verschillende soorten cactussen, korstmossen, doornstruiken en tillantia-soorten, planten vrijwel zonder wortels die hun water met hun bladeren uit de lucht filteren. De overgangszone van de Atacamawoestijn naar de Altiplano wordt gekenmerkt door de kandelaarcactus en de zuilcactus.

Chili Altiplano foto: Romanceor

Altiplano-hooglandsteppe
Op de droge grassteppen of ‘pampas’ groeit vooral ‘tola’ en ‘paja brava’, twee harde grassoorten.
‘Bofedales’ zijn natte gebieden in het noorden, waar tussen 4000 en 5000 meter hoogte sommige rotsen bedekt zijn met azorella-kussens. Ze worden ook wel ‘yaretas’ of ‘llaretales’ genoemd. Deze zeer compacte planten werden vroeger als brandhout gebruikt en komen niet zo veel meer voor. Ook de enige boomsoort van de Altiplano, de Queñoa, is vrij zeldzaam geworden.

Halfwoestijnen
De halfwoestijnen van het “Kleine Noorden’ zijn al veel dichter begroeid met cactussen en doornstruiken. Verder groeien hier ook bromelia’s of ‘puyas’, kruiden en grassen. Als het veel regent verandert de woestijn in een bloemenzee, die enkele weken duurt. In het Parque Nacional Fray Jorge is een zeldzaam ‘loma-nevelwoud’ ontstaan, met boomsoorten die verder alleen in Zuid-Chili voorkomen.

Mediterrane bossen
Het oorspronkelijke loofbos in Centraal-Chili is teruggebracht tot een paar resten in het kustgebergte en in de Andesdalen. Die bestaan vooral uit een acaciasoort en uitgestrekte gebieden met hoog struikgewas en cactussen. Daartussen groeien mooie euforbia’s en bromelia’s. De andere bossen hier bestaan uit de inheemse soorten quillay (soort kurkeik), naiten, radal, boldo en peumo, vooral ten oosten van Valparaíso. Bijzonder in deze regio ook de bossen van Chileense palmen, een beschermde soort waarvan nog maar ca. 200.000 exemplaren over zijn. Uit de stam kan sap gehaald worden dat tot siroop wordt geconcentreerd.

Zuid-Chileense bossen

Lapageria Chili foto: Shu Suehiro

De zeer vochtige zone langs de oceaankust bestaat uit gematigde regenwouden met een structuur van drie lagen. Allereerst een hoge boomlaag met beukensoorten als tepa, canelo, mañio, tineo, roble en coigüe en naaldbomen in de zeer drassige en bergachtige delen van het regenwoud.
Hieronder volgt een lage boom- en struikenlaag met boomsoorten als arrayán en fuinque. Aan de takken van deze bomenhangen lianen, bromelia’s, varens, mossen en korstmossen. Opvallend zijn de grote boomvarens, de baardmossen en op sommige plekken grote velden met quila-bamboesoorten. Een andere bijzondere verschijning uit het regenwoud is de nalca, een reuzenrabarber die door de Chilenen wordt gegeten. Een van de meest opvallende planten is de Lapageria rosea of copihue uit de leliefamilie, met grote rode klokken, en wordt beschouwd als de nationale bloem van Chili.

De bodem van het bos is bedekt met decimeters dik laag van bladeren, mossen en levermossen. In deze bossen groeien honderden soorten mossen, op Vuurland zelfs meer dan 400 soorten. In de zuidelijke regenwoudzone onderscheidt men de Valdiviaanse regenwouden en de zuidelijkste bossen op aarde zijn de Magellaense regenwouden. Op de eilanden in deze regio is geen bomengroei meer mogelijk door het barre klimaat, hier vinden we alleen nog maar heide en moerasgebieden.

Op een hoogte van 1000-1500 meter en aan de oostkant van de Andes komen bossen met bladverliezende loofbomen voor, onder andere lenga en ñirre. In deze lenga-bossen groeit ook de mooie ‘nothro’, een struik met een vuurrode kleur. Boven de scherpe boomgrens komen plotseling geen bomen meer voor, door het klimaat ligt die boomgrens op Vuurland al op 500 meter.

Hoog in de Andes van het Chileens-Argentijnse merengebied komen alerce- en araucaria-naaldbossen voor. De araucaria (slangenden) is een 40 tot 50 meter hoge boom met een palmachtige stam en een schermachtige takkenkroon. De Chilenen spreken van paraplubomen of ‘Los Paraguas’. Zeker 200 miljoen jaren geleden groeiden deze bomen hier al en ze kwamen toen over de hele wereld voor. Bomen met een leeftijd van meer dan 2000 jaar zijn, doordat ze zeer langzaam groeien, geen uitzondering. Deze bijzondere boom heeft in geheel Chili een beschermde status.

De alerce is verwant aan de gigantische sequoia’s van Noord-Amerika. Ook deze bomen kunnen 50 meter hoog worden en een ouderdom bereiken van meer dan 4000 jaar. Ze behoren daarmee tot de oudste levende wezens op aarde. Ze leven vooral op steile hellingen in het hooggebergte, in laaglandmoerassen en in geïsoleerde bossen in het Valdiviaamse regenwoud. Hoeveel van deze bomen er nog zijn is niet bekend.

Patagonische steppe
Op de plateaus aan de oostkant van het Andesgebergte ontbreken bomen volledig. De begroeiing bestaat hier uit grassen en stekelige struiken zoals de calafate. Na zware regenbuien bloeien op de steppe vele eenjarige bolgewassen.

Zuidelijke eilanden
Op de buitenste eilanden langs de kust van Chileens Patagonië en Vuurland eveneens een boomloze vegetatie, met vooral heide– en veenplanten, de zogenaamde ‘Tundra Magallanica’.

Dieren

Door het klimaat, landschap en vegetatie zijn de factoren die een zeer gevarieerde dierenwereld opleveren. Door de geïsoleerde ligging hebben veel ecosystemen en geheel eigen fauna ontwikkeld met veel endemische soorten, met name langs de westkust van het land. Ongebreidelde jachtpraktijken, slecht nagekomen natuurbeschermingswetten en een zich uitbreidende bevolking zijn grote bedreigingen voor de fauna van Chili.

Korte beschrijving van het dierenleven in de verschillende ecosystemen van Chili:

Atacamawoestijn
In een groot gedeelte van de Atacamawoestijn ontbreekt het dierenleven volledig; alleen aan de randen van de woestijn leven wat dieren, padden, kikkers bij de zeldzame plekken waar water is, en verder schildpadden, kleine hagedissen en wat slangensoorten. De meeste dieren leven aan de woestijnkust. Op de grens van cactus-rotswoestijn en de hooglandsteppe zijn de kloofdalen het domein van mooie vogels als de pitíspecht en de incavogel.

Altiplano

Vicunas Chili foto: I, Luca Galuzzi

Op de Chileense Altiplano leven grote aantallen wilde vicuña’s in de ‘bofedales’, de natte graslanden. In de lagere delen leeft de wilde guanaco nog. Op de droge hooglandsteppe leven onder andere het zeer zeldzame hertensoort huemul, poema’s, vossen, vizcachas’s en ca. 130 vogelsoorten.

Meest opvallende vogelsoorten zijn de nandoe, een struisvogelachtige, arenden, condors, en vele duizenden flamingo’s, onder andere de Chileense flamingo, James’flamingo en de Andes flamingo. Weide- en watervogels zijn de reuzenkoeten, punakievit en verschillende eendensoorten.
In het noorden komt in de Andes nog de brilbeer voor, de enige berensoort in Zuid-Amerika. Wolmuizen, familie van de chinchilla, komen tot 4000 m hoogte voor. Tandarme dieren zijn onder meer de kleine gordelmuis of schildmol.

Bosdieren
Het Zuid-Chileense bos kent weinig vogelsoorten door een gebrek aan insecten. Behalve poema’s komen er geen gevaarlijke dieren voor. Een van de weinige andere roofdieren is de schuwe vos.
Opmerkelijk is de zeldzame poedoe, een dwerghert met een onvertakt gewei, dat zich ophoudt in de dichte ondergroei. Verder nog de huemul, ook een zeldzame hertensoort.

Algemeen voorkomend is de Patagonische specht, met een diepzwart verenkleed en een mannetje met een felrode kop. Bijzondere vogels zijn ook de Austral-parkiet, de zeer zeldzame Trichue-papegaai en de Picaflor austral, de meest zuidelijk voorkomende kolibrie. ’s Nachts worden er veel uilen en vleermuizen actief. In drassige gebieden en langs rivieren leeft de schitterende bandúrria, een geelbruine ibis. In bergbeken leeft de zeldzame ‘torrent duck’ of pato de los torrentes, een mooi gekleurde eend.

Patagonische steppe
De bekendste dieren van de Patagonische steppe zijn de armadillo, een gordeldier, en de mara of Patagonische haas. De guanaco is een lamasoort, die leeft in groepjes 10 tot 30 dieren. Een indrukwekkende verschijning is ook de nandoe, de Zuid-Amerikaanse struisvogel. De ferret, Patagonische vos, Vuurlandse vos en poema jagen op de nandoe en de guanaco.

Op de steppe leven wel veel vogels. Een mooie loopvogel is de tinamou of martinetta en in de buurt van meren en plassen leven o.a. bandúrria, hooglandgans, zwartnekzwaan, coscorobazwaan en de Chileense flamingo. Op de kleine dieren jaren, uilen, valken en arenden, o.a. de carancho. De steppe kent ook de nodige aaseters, zoals de condor, de chimango, de carara en de Turkse gier.

Andes-hooggebergte

Condor Chili foto: Colegota

Bekende verschijningen in het hooggebergte zijn de vizcacha, een knaagdier, en de condor. De condor is de grootste roofvogel op aarde, met een maximale spanwijdte van 3.20 meter. De vogel wordt nog steeds door de indianen vereerd en de nationale vogel van Chili.

Kusten en zeeën
In de planktonrijke koude zeestromen die langs de Chileense kust stromen, komen veel dieren voor. Op de eilandjes leven veel zogenaamde ‘guano-vogels’, die waardevolle mest produceren. De belangrijkste guano-vogels zijn aalscholver, jan-van-gent en bruine pelikaan.
Op de open zeeën in het zuiden leven de stormvogels en de albatrossen. De Royal albatros is de grootste vogel ter wereld met een maximale spanwijdte van 3,5 meter.

Aan de kusten van Chili leven zeven soorten pinguïns, waarvan zes in Patagonië en Vuurland, de rockhopper-pinguïn, de keelbandpinguïn, de macaronipinguïn, de gentoopinguïn, de koningspinguïn en de Magelhaen-pinguïn. De Humboldt-pinguïn leeft op enkele eilandjes in het noordelijk kustgebied.

In de oceanen rond Antarctica leven ongeveer 20 soorten walvissen (o.a. blauwe vinvis en orka) en negen soorten dolfijnen. Verder de zeeolifant, de zuidelijke zeeleeuw en de zuidelijke zeehond. Zeldzaam is de zeeotter of ‘chungungo’.

CHILI LINKS

Advertenties
• Fox verre reizen van ANWB
• Chili Vliegtickets WTC
• Rondreizen Chili Kras Reizen
• SRC Groene Cultuurvakantie
• Vakantie Chili
• Rondreis Chili
• Autoverhuur Sunny Cars Chili
• Hotels Chili
• Santiago Vligtickets Tix.nl
• Eliza was here

Nuttige links

Chili Foto's
Chili Foto's Noorden
Chili Reisstart (N+E)
Reisinformatie Chili (N)
Reizendoejezo - Chili (N)
Romans over Chili (N)
Rondreis Chili (N)
Rondreis door Chili (N)
Startpagina Chili (N)
Telefoongids Chili
Artikelen en Reisverhalen over CHILI
  Puerto Natales de Zuidpunt van C..  Een van onze dromen waarmaken
  Chili het land van ongekende sch..

Bronnen

Asal, S. / Chili
Lannoo.

Caistor, N. / Chili : mensen, politiek, economie, cultuur
Koninklijk Instituut voor de Tropen / Novib.

Castillo-Feliú, G.I. / Culture and customs of Chile
Greenwood Press.

Dwyer, C. / Chile
Chelsea House Publishers.

Filippo, H. / Chili
Elmar.

CIA - World Factbook.

BBC - Country Profiles.

laatst bijgewerkt januari 2019
Samensteller: Arie Verrijp / Geert Willems